VOLGENS
cftoi'te llefenitig
D
dooz wctk c etn iamp;ccz ycvnafiamp;cfij-fi en in fioztcn tijd
il^1
f-f '^1
tot cenc watc yodsvzucht cn volmaak thai d 'ficvn ^czaamp;cn.
_^IKT ^AULUS-yEREENIGING, MAASTRICHT.
1883.
^lt;====^^^^^S'^«====-5 J 1
AD HOC DELt
Maastricht, den 5 April 1883.
VOLGENS
GODMINNENDE ZIEL!
Ziehier een boekske, bijna twee honderd en vijftig jaren oud, en sedert het jaar 1704 niet herdrukt.
Ontvang het thans, bij vernieuwing en wel als een nieuwjaarsgeschenk 1
Het is te bejammeren, dat zulk eene kostbare parel zóó lang is verborgen gebleven, Éen ijverig man heeft het teruggevende» en tot dezen herdruk goedwillig afgestaan.
Het is oorspronkelijk opgesteld door iemand, die in de beoefening van het geestelijke leven zeer verlicht was, en wiens doel is: u op eene eenvoudige, gemakkelijke en tevens aangename wijze tot eene ware en groote volmaaktheid te brengen. En opdat gij u hiervan niet zoudet laten afschrikken door veelvuldigheid van zaken, waardoor uwe aandacht verdeeld, en uw ijver vermoeid zoude worden, zoo zijn er slechts drie voorname punten aangewezen, te weten : Het betrachten van de te-genwöordigheid Gods, het versterven van de zinnen en een vreedzaam en zoet verkeer niet uwen Zaligmaker Jezus Christus.
Daar nu deze drie zaken in alle standen der
maatschappij en bij alle omstandigheden des levens kunnen worden beoefend, zoo kan dit boekske, dat den geheelen weg tot de christelijke volmaaktheid in het kort bevat, ook voor alle menschen strekken, niet slechts tot een nieuwjaarsgeschenk, maar ook tot het leiden van^een nieuw leven, hetwelk nimmer indigt en voortduurt tot in de eeuwigheid.
Wilt gij dan, volgens deze oefening van de H. Teresia, spoedig en gemakkelijk tot eene groote volmaaktheid komen, dan moet gij, in de eerste plaats, met een vast geloof lannemen en met een ootmoedig hart over-ivegen, dat God een oneindig, almagtig, al-ivetend en eeuwig WEZENquot; is ; — dat al wat r bestaat, door Hem uit niets is voortgebragt ; — dat al de schepselen, die in den Hemel, p de aarde en onder de aarde zijn. elk ogenblik door Hem worden onderhouden, oodat zij alle zouden ophouden te bestaan n in het 7iiet zouden terugkeeren, op het-elfde oogenblik, waarop Zijne Almagt, Wijs-eid en Liefde zoude ophouden alles te doen lijven bestaan.
Ten tweede. Gij moet levendig gelooven, er u diep van overtuigd houden, dat dit oddelijk WEZEN al de volmaaktheden der hepselen bezit. Al wat groot, uitstekend, ;rvol, aangenaam, beminnelijk, schoon, kost-lar of voordeelig is, of zoodanig zoude .innen zijn, dit alles is 'in God vereenigd,
5
nu en in alle eeuwigheid. Alle goed,, hetwelk een schepsel, in den hemel of op de aarde, zich kan voorstellen, of met zijn verstand kan bevatten, is in God onvergelijkelijk, overvloedig en oneindig .... Treed nu in u zeiven en raadpleeg uw geweten; onderzoek waartoe uw geest, uw hart en uwe zinnen het meest geneigd zijn, en houd u verzekerd, dat het aangename, het voordeelige, het gelukkige, dat gij bij de schepselen zoekt, duizendmaal meer in God te vinden is. Iedere goede hoedanigheid is in dat hoogste WEZEN op eene oneindig volmaakte wijze, dewijl het de Schepper en het begin van alle goed is. Iedere goede hoedanigheid is in een schepsel slechts in zekere mate, en houdt op, zoo-| dra dat schepsel zelf ophoudt te bestaan, | maar de volmaaktheden Gods zijn onbegrensd en eeuwig. Een mensch ka.i rijk zijn, zeer veel geld, goud, zilver, kleederen, gebouwen en landerijen bezitten ; hij kan wijs, geleerd beminnelijk zijn; spijs en drank kunnen eenen aangenamen geur en smaak hebben ; al deze hoedanigheden echter hebben hare grenzen, die zij niet overschrijden knnnen. De schoonheid van een mensch is niet grooter dan zijn lichaam; alles in de natuur heeft een hoogste punt van voiko aenheid en kracht; maar God is in Zijne volmaakte eigenschappen onbeperkt, oneindig groot, bovenal het menschelijke verheven ; ja de hemelingen zeiven kunnen Hem nimmer bevatten.
G
Ten derde. Gij moet zonder den minsten twijfel gelooven en met geheel uw hart erkennen, dat God, het 'hoogste Wezen, uw opperste Goed, almachtig en overal, in alle plaatsen en ten allen tijde tegenwoordig is. Overal waar God is, daar zijn ook Zijne Goddelijke eigenschappen en volmaaktheden. God is in alles, en alles is in God,— Dit is een groote troost voor de godvruchtige zielen!
Wanneer ik zeg, dat God tegenwoordig is in al de schepselen, moet gij dit op de regte wijze verstaan. Schepsel is alles wat niet God is; dus is God in uwe ziel, i;i het binnenste van uw hart, in uw verstand, in nwe werken, in a! de krachten van uwe ziel en van uw lichaam, rondom u; en wel in al Zijne Majesteit en Glorie. — Het is wel waar, dat gij niet weet, of God met zijne genade in u is, en of u uwe zonden zijn vergeven; want er zijn gewis wel menschen, die zeker weten, dat de genade Gods niet in hen is; maar desnietemin blijft het toch onbetwistbaar zeker, dat God volgens Zijne Natuur altijd in u tegenwoordig is ; het is zelfs niet mogelijk, dat er buiten Hem iets kan bestaan, of waar-'n Hij niet tegenwoordig moet zijn, hoe groot f hoe klein het ook moge wezen.
Ten vierde. Gij moet vastelijk gelooven en iet al uwe beperkte zinnen erkennen, dat nze Heer Jezus Christus Mensch is, hebben-e eene ziel en een ligchaam zoo als gij; Hij eeft drie en dertig jaren op aarde geleefd,
en zich aan iedereen vertoond; weet, dat diezelfde Jezus, Mensch zijnde, ook waarlijk God is en ook was en bleef, tijdens Hij op aarde omwandelde, al is het, dat men Hem in Zijne Goddelijke Natuur met ligchamelijke oogen niet konde zien; — weet ook dat die Goddelijke Natuur, die Godheid niet alleen in Hem was zóó als die in u is; maar dat Hij zelf in persoon God, en dat zelfde eeuwige Wezen is, door Hetwelk alle dingen gemaakt zijn.
Deze kennis van God, deze grondwaarheden van het christelijk Geloof zijn vooreerst genoegzaam om de volgende oefeningen van godsvrucht krachtdadig en met vrucht aan te vangen. En al begrijpt gij niet alles, wat wij tot dusverre hebben gezegd, het is genoeg, dat gij het dikwijls met ijver herlezet, u overtuigd houdende, dat het onmogelijk is en blijft, alles met uw menschelijk verstand te bevatten. Gij ' zijt verplicht het te gelooven, omdat hetH. Geloof het u aldus voorstelt.
Dit alles dan nu ootmoedig aannemende en standvastig geloovende, moet gij u gewennen uwe zinnen te sluiten, alle krachten uwer ziel in u zeiven te keeren en uwe verbeelding en inwendige beschouwing zooveel mogelijk, te bepalen bij de overweging van God, uw opperste Goed, die bij, in en om u tegenwoordig is, met al Zijne volmaakte eigenschappen; een God, zonder wien er geen macht, geen genoegen, voorspoed of geluk voor u bestaan
isten er-uw alle is. ^ijne den. gt;it is ;len! ig is egte God nste ken, uw Ma-t gij 1 is, t er ;ten, ia ar r ze-d in •lijk, aar-root
n en dat ben-
: Hij efd.
8
kan, — Maak dat deze gedachten altijd recht levendig voor het inwendig oog uwer zielblij-ven, en verblijd u in God als in den grootsten schat, welken u niemand kan ontnemen. Al is liet dat gij dit hoogste Goed nog niet zeer klaar en duidelijk in uwe ziel zien kunt, of daarmede nog niet op de rechte wijze weet om te gaan, zooals de Heiligen in den Hemel, vergeet nog-tansalle schepselen zoo vee! gij kunt; onthecht u aan al wat buiten uis; bepaal uw verstand, uw geheugen en uwen wil alleenlijk bij de kennisvan dit Goddelijk WEZEN door het Geloof, en keer u altijd zonder ophouden en met blijdschap naar dit hoogste Goed. Zie, dit is uwe eerste en voornaamste oefening.
Wilt gij daarin volkomen en met vrucht slagen, dan is het noodzakelijk, dat gij, als met ge- j slotene oogen en met doode zinnen, alleen op i aarde zijt; trek u niets tijdelijks meer aan, en : wees voor niets bezorgd. Bekommer u slechts zoo veel over het gezelschap uwer Medereli-geuzen, als de Gehoorzaamheid en de HU. Regelen uwer Orde u gebieden of toelaten. Tracht steeds ingetogen en ingekeerd in u zeiven te zijn, ten einde de drie krachten uwer ziel, namelijk: uw verstand, uw geheugen en uwen wil, uwe begeerte of liefde, op God te vestigen, die in en om u altijd tegenwoordig is; denk, dat Hij u heeft geschapen, om Hein eenmaal voor eeuwig te zien en te bezitten. Verblijd u daarover, bewonder Zijne Goedheid, en dank Hem daarvoor uit geheel uw hart. Ea welke aantrek-
keli fa na noe ver lev( ziel heb den selt ver ten het voc
de »g'j
»ve »vc »he »ab het har stel C
voc u w ï
OV£
lan dur spo is,
WOl
kelijke herinneringen v^n de wereld, van uwe familie en vrienden, van bezittingen, eer en genoegens ook weder voor uwen geest komen, verwijder die bedriegelijke beelden door de levendige gedachte van God, die alle goed in zich bevat; denk dan: Wanneer ik God in mij heb, in wien zich alle ware genoegens bevinden, waarom zou ik mij dan nog tot de schepselen bepalen; waarom zou ik mij dan aan het vergankelijke eener onbestendige wereld hechten en het kleine voor het oneindig groote, het tijdelijke voor het eeuwige, het schepsel voor den Schepper verkiezen? Daarom zegt de H. Anselmus:»O, mensch, waarom maakt xgij u zeiven ongerust en verstrooid, door «verscheidene genoegens voor uwe ziel en »voor uw ligchaam te zoeken? Laat die ijdel-»heden varen en bemin een Goed, waarin »alle genoegens besloten zijn.» En zou God, het hoogste Goed, niet genoeg zijn, om uw hart te verzadigen en uwe ziel tevreden te stellen ?.,..
Overweeg dit wel; want het is hierin, dat voornamelijk de oefening bestaat, welke ik u wilde leeren.
Maar, zult gij wel ligt vragen, wat zal ik over God denken? De dag en de nacht zijn lang; mijn leven kan misschien nog vele jaren duren ; dat God bij, in en om mij is, dit is spoedig overwogen; dat Hij het opperste Goed is, waarbij volstrekt niets vergeleken kan worden: dit alles ik geloof
10
dikwijls over nagcdacht, en ik verheug mij daarover; maar zoo ik niets anders te overdenken heb, dan zal mijne meditatie spoe dig ten einde zijn.
Hierop antwoord ik u, dat ik niets anders van ii vorderen wil, dan dat gij uwe gedachten van alles aftrekket. om die eeniglijk en alleen te stellen op God, die overal tegenwoordig is, niets anders beschouwende, dan dit allerhoogste Goed, zoodat het oog uwer ziel de volmaaktheden van dit Goddelijk wezen klaarder beginne op te merken, uwe liefde meer en meer ontbrande, en uwe begeerten zich daartoe enkel en geheel bepalen.
Ach, zoo gij eens recht levendig kondet beseffen, hoe die groote God zich zoo diep wilde vernederen met een Mensch te worden, in alles aan u gelijk, behalve in de zonde; hoe onbekend en armoedig Hij te Nazareth leefde; welken pijnlijken en vreeselijken dood Hij stierf— enkel uit liefde, uit eene vurige, over-groote liefde tot u en alle menschen; opdat wij in alle eeuwigheid dat opperste Goed zouden bezitten! Waarlijk, dit is niet om Hem, maar uitsluitend om ons geschied!...
Overweeg dikwijls, met een teeder gevoel, het leven van uwen Jezus; beschouw dikwijls een bijzonder punt of voorval van Zijne liefdevolle handelingen ; maar verhef uwe gedachten daarbij terstond tot Zijne Godheid, en betracht met welke oneindige liefde Hij
11
Daal dan wederom met uwe gedachten af tot Zijne vernederde Menschheid, in het bijzonder of in het algemeen tot Zijn verkeer onder de menschen; doch blijf daarbij altijd het oog uwer ziel met diepen ootmoed vestigen op dien God, die in het binnenste van uw hart tegenwoordig is. Zie alsdan niets anders meer, bid ik u, en houd u alzoo geheel met God bezig.
Ik heb bij den aanvang gezegd, dat deze oefening niet moeijelijk en zeer aangenaam is; doch gij moet daarin blijven volharden, opdat gij allengs meerdere kracht zoudt bekomen; eene genezende kracht, eene zoete vertroosting, die gij, door de genade Gods, spoedig inwendig zult beginnen te smaken.
In het eerst zullen uwe verwarde gedachten, uwe verstrooide en aardsche denkbeelden niel op eens zoo helder zijn, als gij dit wel zoudt verlangen, maar houd dan goeden moed; vergelijk u met een klein kind: het heeft voetjes, maar kan daarom nog niet alléén loopen; het beproeft allengs te gaan; valt het, het staat telkens weder op, en juist door die gedurige oefening wordt het sterker, en vlug ter been. — Zoo zal het ook met u gaan wanneer gij volhardt. — Arbeid zonder ophouden en ten allen tijde; sluit uw hart voor alle aantrekkelijkheid der wereld en der schepselen; verban alle ijdele gedachten, gevaarlijke herinneringen en denkbeelden uit uwen geest, en houd uw verstand en
12
bezig met uwen Schepper, uwen God, uw hoogste Goed.
Doe al wat gij uit gehoorzaamheid aan uwen Overste of uit kracht der HH. Regelen verricht, zonder neerslagtigheid, met de grootste zorgvuldigheid, uit ganscher harte ; stel u volkomen gerust, en bewaar bij al uwe bezigheden eene heilige kalmte in uwe ziel. Valt u de arbeid lang of kort; legt men u meer of minder op dan anderen, betrouw op de Voorzienigheid Gods, die in en om u is, en alles in Zijne Macht heeft.
Wees met alles tevreden en wees volmaakt gehoorzaam; vereenig u in alles, bij nacht en dag, met uwen God. Wat zich aan u voordoet zon, maan, regenachtig of schoon weêr; wat gij hoort of ziet, trek het u niet aan; denk er volstrekt niet over na: het kan niet andeis of de mensch ontmoet veel, hij moet veel hooren en zien, doch dit kan u slechts in zoo verre schaden, als gij het in uw geheugen houdt. Blijf bij olie gezelschap of verkeer geheel ledig van hart, en houd het geheel in eene rustige ingekeerdheid in zich zelf; heb alleen God tot voorwerp uwer beschouwing en verlangens : dan zult gij een bijzondere kracht beginnen te gevoelen, om alle bekoringen te kunnen overwinnen, en eene vurige liefde tot God en uwen Jezus in u te ontwaren. De wereld zal u ijdel en nietig voorkomen: al wat niet tot God leidt, zal u tot last zijn, omdat gij slechts in u
13
zeiven eene vreugde, en in de vereeniging met God umv vermaak zult vinden; wacht u nogtans ^van in uwe oefeningen, devotie en vertroostingen, uw' eigenzin of uwe eigene verlangens te voldoen; uwe begeerten en doeleinden, uwe meening en uwe voornemens moeten tot niets anders strekken, dan alleenlijk om God te kennen, en slechts Zijnen H. Wil met een zuiver inzigt te volbrengen..
Om dit beter te begrijpen en de kracht der oefening meer te gevoelen, moet gij eens ernstig nagaan, dat, hoe meer 's menschen geest, zijne gedachten, zijne verbeelding en begeerten zich bezig houden, of bezorgd zijn wegens de schepselen, menschelijke, tijdelijke of aardsche zaken, hij des te meer vreemd wordt aan al wat eeuwig, hemelsch. Goddelijk is, omdat zijne inwendige devotie, zijn ijver en het zoete der genade daardoor steeds afnemen, en weldra geheel worden uitgedoofd. Wanneer de ziel van den mensch geheel in zich zei ven gekeerd is, om met niets anders bezig te zijn dan met God, het eeuwige, volmaakte en opperste Goed, dan wordt zijn gebed volmaakter en zijne beschouwing zuiverder : de hemelsche zaken staan tot de aardsche, als liet licht tot de duisternis. Beschouwt eene ziel alleenlijk de eeuwigheid, zoo verkeert zij in een helder licht; bekommert zij zich slechts om het tijdelijke en vergankelijke, dan tast zij rondom zich heen als in een stikdonkeren nacht. D.e ware groot-
14
heid, de hoogste volmaaktheid, welke de mensch in dit kortstondig leven kan bereiken, bestaat in de algeheele vereeniging van de ziel en van al hare krachten met God, aan wien zij zich geheel overgeeft; dan eerst heeft zij die volmaaktheid bereikt, als zij niet slaapt, niet waakt, niet denkt, niet beschouwt, niet gevoelt, dan om G od en in God ; —■ als alle begeerten met kinderlijke eenvoudigheid, blijdschap en liefde berusten in den aanbiddelijke!! Wil van den hemelschen Vader.
Vereenig dan, zoo veel gij kunt, en zonder ophouden, uw geheugen, uwe gedachten en begeerten met uw opperste Goed, dat altijd in u en om u is.
Hecht u evenwel niet met eene al te groote gevoeligheid aan die teedere beschouwingen ; maar houd u, met eene kinderiijke eenvoudigheid, in de tegenwoordigheid van eenen God, die van eene eenvoudige, zuivere en onveranderlijke Natuur is. Vermoei uwe verbeeldingen niet door te groote inspanning; maar werp al uwe zorgen op Hem, die niets dan Waarheid en Goedheid in zich bevat, en in wien waarachtige en duurzame vrede te vinden zijn. Hoe meer gij uwe gedachten en uw hart in die ootmoedige gesteltenis houdt, des te gemakkelijker zult gij aan alle bekoringen eenen krachtigen weerstand bieden,-het ijdele en aardsche verachten, in de deugd vorderen, en zelfs eenen hoogen trap van volmaaktheid, bereiken. — Daarom is het dat
de d allen verhi dat 2 Zu uw 1' zake: allen uw e mer zal i sche! verst bewc ook volh O eeni
teg«
den nadi uwe Med thol voo: bed: wil uw 1 met ov.e voo
15
de duivel zooveel hij kan deze oefening ten allen tijde en op allerlei wijzen tegenstreeft, verhindert of lastig zoekt te makn; juist om dat zij zoo vruchtbaar en voordeelig is.
Zuiver uwe gedachten, uwé verbeelding, en uw hart van alle indrukken der wereldsche zaken ;maak dat uw verstand, uwe ziel ten allen tijde bezig zijn met God, uw hoogste, uw eenigste Goed; doch tracht daarbij nimmer te willen begrijpen hoe dat Goed is'; dit zal nimmer in uwe magt zijn ; geene men-schelijke verbeelding is hiertoe in staat. Uw verstand zij blind, uw geloof levendig en ont-bewegelijk als eene rots. God is en blijft, ook zonder u, het begin, het wezenlijke, de volheid van alle goed tot in alle eeuwigheid.
Om u zeiven aldus geheel met God te vereenigen, en met vreugde aan Hem alleen over te geven, is u een zuiver, ootmoedig en volhardend gebed allernoodzakelijkst. Zonder de genade Gods kunt gij niets ter zaligheid. Bid voor uwe Congregatie, voor uwe Oversten, voor uwe Medereligieuzen, voor de H Kerk, voor de katholieke Overheid, voor alle menschen, en ook voor de Zielen in het Vagevuur. Versmaad of bedroef niemand; verhef u zeiven niet; want de wil en de verordeningen des Heeren zijn boven uw begrip; gij weet niet welke inzichten God met anderen, zoowel als met u, heeft, en hoe Hij over u en over uwen evenmensch denkt. Bid voor allen, want niemand kan, zonder de gratie
16
Gods, zelfs eene enkele goede gedachte vormen, ja iets goeds ter zaligheid verrichten
Zie, godminnende ziel, wanneer gij dit wel ter harte neemt en in gestadige beoefening brengt, zult gij er ook de zoete vruchten van smaken. Overlees, bid ik u, dit boekske dikwijls, langzaam en aandachtig; allengs zal het u meer duidelijk worden, en gij zult dan alles beter lee ren verstaan en met meer vrucht beoefenen. Uw moed en ijver zullen alzoo toenemen, gij zult spoedig eene zekere gemakkelijkheid daarin verkrijgen, steeds blijven voortgaan en met Gods hulp tot het einde toe volharden.
Welligt is dit werkske meer geschikt voor religieuzen, dan voor wereldlijke personen ; nog-tans kunnen deze er ook zeer veel nut uit trek ken, omdat het hen zal onderrigten en aansporen, om hun hart aan het tijdelijke en vergankelijke dezer aarde te onthechten, en tusschen de bezigheden van hunnen staat en wereldsche zorgen zich dikwijls tot God te keeren
Ons hart is zóó gevormd, dat het zich in één oogenbliktot God kan getrokken gevoelen door de genade; het kan zijnen Schepper, zijnen oneindig goeden Vader loven, danken en beminnen, terwijl het van aardsche bezigheden omgeven is en aanhoudend met de menschen moet verkeeren.
Daarom moet gij u gewennen, uit al wat gij ziet, hoort of verricht, eene aanleiding, eene opwekking te trekken, om die alomtegenwoor-dig^^ooraenlgh^i^^njzen
17
Zijt gij benaauwd, denk dan aan uwen Jezus, die bij Zijne doodsangsten water en bloed zweette ; zijt gij bedroefd, zie dan naar uwen Zaligmaker rp, die om uwe zonden tot den dood bedroefd was; zijt gij zwaarmoedig, vestig uw oog op uwen Verlosser, die, uit liefde tot u, Zijn kruis moedig naar den Kalvarieberg droeg. Moet gij zwaren handarbeid verrigten, denk, datjezus zelf, in Zijn verborgen leven, zwaren arbeid heeft verricht. Ziet gij een vuur, verzucht dan tot den eeuwigen Regter, opdat gij niet ter helle moget worden gedoemd; vertoont zich iets groots, iets schoons of behagelijks aan uw oog, denk dan aan den Heer uwen God, die alles in grootheid, schoonheid en bevalligheid zeer verre overtreft; in alle schepselen, in alle zaken zoudt gij iets kunnen vinden, waardoor uw hart zich tot Godkonde verheffen, zoo gij slechts daarop wildet nadenken.
Hierom moet gij niet slechts alles aanwenden om uw hart en u.ven geest te ontdoen van onzuivere en onnuttige gedachten en begeerten; maar gij moet die ook vervullen en onophoudelijk voeden met heilige zaken, met hemelsche begeerten; want deze onderhouden het leven der ziel, te weten; de liefde en de vereeniging met God. Indien gij u hierin niet met alle mogelijke vlijt oefent, is er een mirakel noodig, om u in de liefde Gods staande te doen blijven. Al valt het u in den beginne wat lastig en zwaar, om u met niets anders dan geestelijkeen hemelsche gedachten bezig te hpuden; gij zult er
18
spoedig het aangename en zoete van smaken, zóó zelfs, dat gij allengs zonder deze niet meer zult kunnen leven en al het wereldsche u bitter en hatelijk zal worden.
Hierin zult gij niet weinig worden versterkt, wanneer gij eens goed, na een vurig gebed, al de weldaden bij elkander brengt, welke God u, in Zijne oneindige Liefde, gedurende uw ge-heele leven heeft geschonken. Hij immers heeft u geschapen, van katholieke ouders doen geboren worden en in de alleen zaligmakende Kerk opgevoed; hoe menigmaal heeft Hij u uit den ellendigen staat uwer zonden gered; met hoeve-Ie buitengewone genaden heeft Hij u niet begunstigd; met welke langmoedigheid heeft Hij niet gewacht op eene ernstige verbetering uws levens en op uwe welgemeende boetvaardigheid ! Van hoe vele zonden heeft Hij u niet door Zijne Goddelijke inspraken teruggehouden; hoe diep heeft zich Jezus Christus niet vernederd, en welken pijnlijken dood heeft Hij niet willen ondergaan, om u voor uw eeuwig verderf te behoeden! En hoe is Hij nog bereid oia den berouwhebbenden zondaar eene
eeuwige heerlijkheid te schenken !........
Deze en nog vele andere bewijzen van de Barmhartigheid van God moet gij dagelijks zoo lang overwegen tot dat in uw hart eene warme liefde ontsta voor Hem, die u het eerst en zoo oneindig heeft lief gehad. Alsdan zal uwe ziel zich lucht geven door korte verzuchtingen van «erbied, dankbaarheid en
19
wederliefde; uw hart zal zich trachten te verheffen en vurige schietgebeden tot God rigten; die Zijn vaderhart zullen treffen.
Gewen u ten allen tijde^ op alle plaatsen, en bij alle voorvallen, aan deze of dergelij-kes schietgebeden : O mijn allerliefste Vader O be?nimielïjke Jezus, mijne Hoop!— o H. Geest, God van vrede en troost! — Ach^ hadde ik , U toch nooit vergramd! — Wanneer zal ik toch eens ophouden met zondigen! — JVanneer zal ik mij va 71 al het ij dele en vergankelijke dezer wereld aftr'ekken en mij in al mij71e z 'mnen verloochenen! — o Jezus, mogt ik in moe oogen toch qenade hebben gevonde7i! — Wanneer zal ik U allee71, en uit geheel mijn hart beminne7i! — 0 Heer, waardoor heb ik zoo vele voorrechten en genade7i verdiend! — Looft, alle Engelen e7i Heiligen^ alle men-schen^ de Goedheid Gods voor mij tot in alle eeuwigheid ! Heer, handel met mij volgens Uwe vaderlijke Goedheid! — o Jezus, ik geef U mijn hart, mijne ziel en mij7i leve71 ! — Een vermorzeld e7i verootmoedigd hart zult Gij 7iiet versmaden! — Ja lieve Jezus, ik wil U uit liefde dienen, ik wil U alleen toebehoorzn!.. .
Houd u alzoo met uwen onzigtbaren God bezig; laat mv hart en uwen geest rustig, kalm en in eene zoete eenvoudigheid blijven, opdat uw geest niet door eene ongeregelde driftigheid verward, en uw hart niet beroerd en ontsteld worde; want dit is een gevaarlijke list des duivels. Mogt het evenwel gebeuren, dat gij zonder vrucht u zeiven trach-op te wekken tot eene gevoelige liefde ot eenen aangenamen troost; dat uw hart, onf danks uwe zoo zuivere meening en inspanning, koud en dor blijft; gevoelt gij zelfs
20
niet den geringsten smaak in deze heilzame oefening, en schijnt u nog daarenboven de betrachting van de dengden en het streven naar de volmaaktheid lastig, verdrietig, onmogelijk ; blijf toch uwen God aankleven; vervul de pligten van uwen staat, en draag u zeiven dan aan Hem op, zoo koud, zoo dor a's gij zijt: de ware devotie besfaat niet in uitwendige tranen, in gevoelige vertroostingen of in gevoelige liefde, maar in eer.e geheele verloochening van zich zeiven en in eene volkomene onderwe rping aan Gods H. Wil; dat slechts vordert Hij van u dat gij li zeiven gaarne voor Zijne eer en voor Zijne dienst geheel opoffert. Maar zoodra gij gewaar wordt, dat uw hart in een heilig vuur der Goddelijke liefde begint te ontgloeijen, voeg dan al uwe zonden, gebreken en kwellingen bijeen, werp die te zamen in de vlam, opdat zij vernietigd worden in het vuur der eeuwige liefde uws Verlossers, Jezus Christus. Gij behoeft in dat oogenhlik uwe zonden en zwakheden niet een voor een na te gaan, en al uwe wonden moedwillig open te rijten ; o neen, dan is het daartoe de tijd niet ; beveel u slechts aan het liefdevolle Hart u»ss Hemelschen Vaders door de verdiensten van uwen Zaligmaker, Offer Hem daarna al de weldaden, die gij hebt ontvangen, met een kinderlijk, dankbaar hart op. Smeek om de verlichting van uw verstand, ten einde uwe nietigheid en Zijnen aanbiüdelijken Wit te
21
mogen kennen; stel u levendig voor den geest het Leven en smartvolle Lijden van uwen lieven Jezus; prent dit diep in uw hart en tracht Hem na te volgen, die u een zoo volmaakt voorbeeld van ootmoed, gehoorzaamheid en zelfverloochening heeft gegeven ; /,oek bij al uwe woorden, werken en bedoelingen niets anders dan de eere Gods, Hem dienende, alleen omdat het Hem zoo aangenaam is. Stel u dikwijls tegenover uwen al-wetenden Regter, en vraag dan u zeiven in allen ootmoed en opregtheid af, waarom gij dit of dat doet of niet doet, waarom gij het kwade schuwt en het goede bemint; dan zult gij veelal bevinden, dat de vrees voor eene eeuwige verdoemenis en tie hoop op de vreugde des Hemels de beweegredenen uwer handelingen zijn.
Niet dat dit in zich zelf kwaad is, maar het is toch een duidelijk bewijs dat gij nog niet op den waren weg der volmaaktheid wandelt, gelijk het u wel zoude betamen. Gij moet God dienen om Hem zeiven, en niet uit vrees voor straf of uit begeerte naar belooning; want hoe zuiverder gij in alles God zoekt des te aangenamer zijt gij aan Hem, en des te volmaakter zal ook eenmaal uw loon wezen.
Vereenig daarom al uwe gebeden, oefeningen en verstervingen, al uwen arbeid en irv lijden, met de gebeden, handelingen en smakten van Jezus Christus, en offer die met en
22
door Hem aan uwen hemelschen Vader op. Smeek uwen Goddelijken Middelaar, dat de volmpaktheid Zijner werken aan de uwe eene groote waarde geve; opdat ze mogen strekken tot glorie van God, tot vergiffenis en voldoening uwer zonden, en tot voordeel van alle menschen.
Tracht alles zóó te verrigten, gelijk de H. Geest het u, door Zijne inspraken, zal leeren : neem evenwel hierbij in aanmerking, dat God dikwijls eene buitengewone begeerte om alles ter Zijner eer te doen, in de harten Zijner dienaren stort, niet zoo zeer, opdat zij dit werkelijk zouden volbrengen, als wel, opdat zij hun hart, zonder voorbehoud, geheel en al aan Hem zouden leeren toewijden.
Dan behoort gij, met David, bereidvaardig te zeggen : Mijn hart is bereid, o God, mijn hart is bereid ! Dienaangaande bevattende levensgeschiedenissen van den H. Dominicus en van den H. Franciscus, van de H. Catharina van Siëna en van de H. Clara, zeer vele troostrijke onderrigtingen voor sommige ijverige zielen.
Eindelijk, moet gij u altoos voorstellen, dat hoe meer voortgang gij doet in de beoefening van de deugd en van de volmaaktheid, gij des te zwaardere bekoringen en kruisen zult ontmoeten en de duivel, die vijand van God en van uwe zaligheid, u des te heimelijker en listiger zal trachten te verstrikken, te ver-
rasse: gehet Me meer Jezus ger. ; niet ' moec eer • tegen en al en d beko den in vr sche en h Jezus zullei in ee
23
rassen, te ontmoedigen ja, ware het mogelijk, geheel van het goede af te trekken.
Maar wend dan u zeiven ook met des te meer betrouwen tot de HH. Wonden van Jezus; bid en smeek Hem nog des te vuriger. Hij zal u niet verlaten, indien gij Hem niet eerst verlaat. Overweeg, met diepen ootmoed, dat gij niet waardig zijt, iets ter Zijner eer te lijden; loof en dank God in allen tegenspoed, in alle kwellingen, zoo als Job en alle Heiligen en Martelaren Hem loofden en dankten, in het midden hnnner smarten, bekoringen en dorheden : zoo wordt het lijden uw verblijden ; zoo wordt uwe droefheid in vreugde veranderd ; zoo wordt u het aard-sche leven eener eeuwige vergelding waardig en het sterven een gewin ! —• Zij die met Jezus wettig zullen gestreden hebben, zij slechts zullen ook met Hem verrijzen en heerschen in eeuwigheid. Amen.
1 en
ardig mijn le leus en arina vele ijve-
i, dat ening , gij zult : God lijker e ver