-ocr page 1-
mm 111
^.C^)laquo;
s
OVER HET GEB1UJ1K
n
laquo;J
w
?**
quot;5
VAX UKT
?//
WITTE EATTEKRUII)
(ACIDUM AESENTCOSITM),
EN VAN II El
ZAVAYELZUUE-IJZER
SULPHAS FEERI),
TER GEN3ZING EN VOORBEHOEDING DER HEERSCHENDB EN BESMETTENDE LONGZIEKTE VAN HET RUNDVEE;
B E K E T E X ]
f
WtihHi: BESCHOUWIKOKK OMTBEXT UEX wnn DEXER ZIEKTE.
#9632;-.#9632;. #9632;#9632;.--:.::
Dr. A. NüMAN.
'•il , S
U T 11 E C H T ,
J. II. 8 I D D R E 1852.
-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-
IP
-ocr page 5-
OVER HET GEBMIK
WITTE RATTEKRÜID
(acidum arsenicosum) ,
E\ VAN I1ET
Z WAVELZUUR-IJZER
(sulphas ferri).
-ocr page 6-
Iquot;
I
Rl JKSUNIVERSITEIT TE UTRECHT
2671 426 5
-ocr page 7-
I
Ö
OTER HET GEBBTJIK
VAN II ET
lt;%?
WITTE RATTEKRUID
(ACIDUM AKSENICOSUM),
US VAX IIET
ZWAYELZUUß-IJZER
(SULPHAS FEERI),
TER GENEZING EN YOORBEHOEDING DER HEERSCHENDE EN BESMETTENDB LONGZIEKTB VAN HET RUNDVEE;
BEBETEHa
\,tlgt;F.UE nr.slaquo; IIOl ui\laquo;a:\ OMTRENT OEM ' AA.RD DEZEB ZIEHTE.
DR. A. NUMAN.
(ZV t^'' r
/nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; j' -nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; i]
U T n E C H T ,
J. 11. S I D D R E.
1852.
-ocr page 8-
-ocr page 9-
I
VOORWOORD.
—•-* ^ -J $ cgt;lt; e c--raquo;
Ofschoon thaas buitea ambtelijke betrekking tot de Vee-artsenijkunde en hare praktische bemoeijingen geplaatst zijnde, zal men, zooals ik vertronw, de verzekering wel willen aannemen, dat ik daardoor niet ten eenemale onver-schillig omtrent deze belangen ben geworden, en het kunnen billijken, dat ik steeds met eenige oplettenheid blijf nagaan, wat er, zoowel buitenslands als meer van nabij, in het vak, waarin ik, gedurende weinig minder dan dertig jaren, ver-pligtend werkzaam ben geweest, bij voortduring wetens-waardigs voorvalt.
Onder deze aangelegenheden blijft de heerschende en be-smettende LongzieMe onder liet Rundvee bij aanhoudenheid mijne aandacht tot zieh trekken, daar zij in de meeste naburige landen van Europa, en niet het minst in ons Vaderland, voortgaat jaarlijks duizeude kostbare Runderen #9632;weg te slepen, waardoor menige Veehouder tot een staat van achteruitgang, ja somwijlen tot geheelen ondergang, wordt gebragt, en tonnen schats aan den nationalen rijk-dom en de algemeene volkswelvaart worden onttrokken.
-ocr page 10-
VI
Hetgeen mij bepaaldelijk aauleiding heeft gegoven, om nogmaals de pen over de bedoelde ziekte op te vatten, is de overweging van twee middelen , namelijk het wüte ralte-kruid {acidum arsemcosun/.) en het ztvavehmcr-ijzer (snlplias ferri), welke, in den jougsten tijd, ter genezing en voor-behoeding der Longziekte zijn aanbevolen , en waarvan men aauvankelijk gunstige uitwerkingen wil liebben ondervon-deu. Hoewel elk middel en behandeling, welke strekken kunnen, om deze verwoestende voe-ziekte te beteugelen, of tot hare mindere doodclijkheid mede te werken , als belangrijk mögen worden besohouwd, zoo heb ik mij op nieuw gedrongen gevoeld, om op het gevaarlijke der geneeswijze, door de eerstgenoemde zelfstandigheid, uit hoofde van hare scherpe en vergiftige eigen schappen , de aandacht mijner Landgenooten te vestigen, en de toediening daarvan, zoowel bij de onderwerpelijke als bij elke andere ziekte van zoodanig vee, waarvan het vleesch of de melk tot voedsel voör den mensch bestemd zijn, ernstig te ontraden; terwijl het tweede, het zwavelzuur-ijzer, onder de middeler, waarnaar men steeds ter genezing der Longziekte zockende is, ter beproeving in aanmerking kan komen.
Tk heb gemeend , bij de overweging dezer onderwerpen, eenigzins nader te raoeten treden in de beschounring der uiteenloopende gevoelens, welke als nog omtrent den waren aard of de naaste oorzaak der Longziekte bestaan , deels om daaraan de werkingen, welke men van de twee genoemde gencesmiddelen wil hebben waargenomen, eenigermate te toetsen, deels omdat die meeningen zelve verdienen gekend
-ocr page 11-
VII
te worden, ten einde aan een nader onderzoek te worden onderworpen. Ik bedoel hoofdzakelijk de beschouwingeu van Dr. hügo Gerold, en van den Koninklijlc-'PruisiscJien Districts-Vee-arts König , te Kijritz.
Sedert dit Geschrift reeds voor de drukpers was afge-werkt en voor de uitgave bestemd, maken de Dagbladen ons bekend met de inenting, door den Heer Willems, Medicinae Doctor, te Jlasselt (in Belyie), den Heer N. b. donkersloot, Medicinae Doctor, te Amerongen (Prov. Utrecht'), de Heeren b. j. c. rijnders en j. jennes, Leera-ren aan 's Eijks Vee-artsenijschool, te Utrecht, den Heer F. ii. van DcmiiELEN, te Baarn, en waarschijnlijk nu ook reeds door anderen , ter voorbelioeding der Longziektc in bet werk gesteld. Indien nadere proefnemingen de gunstige uit-werkingen , welke men daarvan, volgens de berigten, aanvan-kelijk Leeft ondervonden, bevestigd worden, zal deze handel-wijze voorzeker als eene lioogst belangrijke en nuttige ontdek-king mögen worden beschouwd, daar zij niot alleen nieuwo gezigtspunten omtrent den aard dor ziekte zal opeuen, maar ook schier alle middelen ter genezing kunnon vorvangen. en het zoeken naar deze zoo goed als overtollig maken. Dit heeft mij dan ook eenigen tijd in beraad doon staan , om deze Verliandeling van.de uitgave terug te houden.
Dan , Loewel hopende , dat de verdere uitkomsten aan de opgevatte verwachting zullen beantwoorden, zal Let moeten blijken, of de bedoelde kuustbewerking overal zulk een algemeeuen ingang bij de Veohouders zal ondervindenraquo; dat men daarvan spoedig eene krachtdadige vcrinindcring
-ocr page 12-
via
of wel eene geheele uitroeijing der verderfelijke Longziekte in ons land en elders zal mögen te gemoet zien, iramers, jndien de iiienting niet gebiedend mögt kunnen worden ingevoerd, zooals zulks, naar ons oordeel, wel niet zal kunnen geschieden. Mogelijk zou ter bevordering der iuenting gunstig kunnen medewerken , indien door eene eventuele wet bepaald worde, dat, voor zoo ver daarbij de aanspraak op eenige schadevergoeding voor Let verlies van, aan de Longziekte ge-storven, of deswege (zonder op openbaar gezag, bij wijze van onteigening) afgemaakt vee, mögt worden vastgesteld, deze niet worde verleend aan lien , die bun vee niet aan de inenting hebben willen onderwerpen, of haar bebben ver-zuimd. Dit zal in alien geval afhankelijk moeten blijven van de bevestiging der proefondervindelijke deugdelijkheid van bet voorbeboedmiddel. Blijkt deze, dan zal het voor-beeld van verlichte Veehouders kunnen dienen, om de meer bevooroordeelden tot navolging op te wekken, ten einde de inenting in bun voordeel aan te wenden, en daardoor haar heilzaam oogmerk te helpen bevorderen.
Het is om de vermelde redenen, en uit hoofde, dat ver-schillende punten in het Geschrift behandeld worden, welke buiten het onderwerp der inenting gelegen zijn, en als op zieh zelve staan, dat ik besloten heb, in afwachting der nadere resultaten, welke de inentingen zullen opleveren,
hetzelve in het licht te geven.
A. NUMAN. Utkecex, den 20 Julij 1852.
.
-ocr page 13-
-H|gt;-i^f-lt;|gt;—
Er zijn reeds schier tallooze mlddelen ter genezing en voorbehoeding der verwoestende Longziekte aangeraden en beproefd, zonder dat de uitkomsten daarvan tot eene voldoende overtuiging, veel min zekerheicl, heb-ben geleid, in hoe verre de voordeellge uitwerkingen, welke men, in sommige gevallen, er van meent te hebben ondervonden, inderdaad aan die aangewende middelen, dan wel aan de eigene natuurkrachten der, door de ziekte werkelyk aangetaste of daarvan ver­dachte, dieren moesten worden toegeschreven. Vele dezer, hetzij op eenigzins rationele, hetzij op louter empirische gronden , aangewende middelen heb ik in mijne Verhandeling: Over de heerschende Longziekte onder het JRundvee, in het Vee-artsenijkundig Maga-zijn, Deel IV, [Jtrecht 1844,— welke Verhandeling ook aldaar afzonderlijk is uitgegeven — medegedeeld. Later zijn nog, op verschillende tijden , meer zoodanige middelen, als specifica, tot het bedoelde oogmerk
1
-ocr page 14-
i
aangeprezen, en bekend gemaakt, waaronder ook de Lijsterbezien (Baccae Sorbi aucupariae, door den Heer Medecinaal-Eaad, Dr. schneidek , te Fulda l), en meer andere, welke alle een even onvoldoend gevolg hebben gehad: cm niet te spreken van eene groote menigte geheime of onbekende middelen, welke door lieden van allerlei rang en stand aan bet Gou­vernement werden aangeboden , om daarmede proeven te doen nemen, ten einde, ingeval van voldoende uitkomsten, daarvoor eene geevenredigde belooning te erlangen; welke voorstellen echter meestal van dien aard waren, dat de Eegering oordeelde daaraan geen gevolg te moeten geven. Bij de meeste , zoo niet bij alle, scheen meer winst-bejag en eigen voor-deel, dan bet belang der ziekte of van den Vee-stapel ten gronde te liggen.
Ook de meer rationele geneeswijzen , gegrond op pathologische beschouwingen omtrent den aard der ziekte, en daarop gevestigde therapeutische aanwij-zingen ter behandeling, hebben tot dus verre geenszins tot een vast beginsel gevoerd voor eene geneeswijze, welke als een algemeene regel zal kunnen worden aangenomen, daar de, op berede-neerde gronden, door sommigen met de beste uit­komsten in het werk gestelde behandelingen, door anderen niet zijn bevestigd, en zelfs omgekeerde resultaten hebben opgeleverd. 2)
•) Arnhemsche Courant van 11 Mei 1848. ') Men vindt de onzekerheid der tot dus verre aangewende geneeswijzen bij de Longziekte nader aangetoond in een
-ocr page 15-
Wij hebben vroeger #9632;) de redenen uiteengezet aangaande de onvoldoende uitkomsten, welke de ver-schillende geneeswijzen, tegen de onderwerpelijke ziekte in het werk gesteld, hebben moeten ten ge-gevolge hebben, die gedeeltelijk gelegen zijn in haren langzamen en bedekten aard bij de eerste ontwikkeling, deels in de beietselen, die, uit een finantieel oogpunt, den Vee-arts of andere deskundigen meestal in den weg staan , om de proefhemingen met deze of gene behandelingswijze of middelen, met de vereischte naauwkeurigheid, op een genoegzaam groot getal zieke of verdachte voorwerpen en aanhoudend genoeg voort te zetten, om daaruit voldoende gevolgtrekkingen af te leiden. Wij meenen nopens dit punt verdernaar de aangehaalde Verhandeling te mögen verwijzen.
Wij zullen hier niet treden in eene opzettelijke beschrijving der Longziekte, van hare verschijnselen, onderkenning , haar beloop, en der uitkomsten, ten aanzien der sterfte, welke zij bij het Eundvee aanrigt, als zijnde dit alles uit veelvuldige geschriften bekend. Met een woord möge echter ter herinnering dienen , dat haar aard of wezen bestaat in eene geheel eigen-aardige verandering van het weefsel der longen, voortgebragt door sereus en plastiesch exsudaat, dat in het celweefsel, hetwelk de enkele longlapjes los aan elkander vereenigt en ze ook van een scheidt,
wel geschreven artikel, doo- den Heer c. j hengeveldt, Vee-arts der Eerste Klasse, te Oestgeest (Prov. Zuid-Holland) in de Landhomc-Courant van 16 Mei 1852, N0. 40. •) Aang. Verhandeling , bladz. 179 en volg.
-ocr page 16-
tm
4
wordt ultgestort, en door latere opslorping der vloeibare deelen verdikt, waardoor de longzelfstandigheid, op de doorsnede, een verbard of gehepatiseerd en als gemarmerd aanzien verkrijgt. De luchtblaasjes zelve, de broncbien en de luchtpijp worden insgelijks met plastiescb exsudaat opgevuld, alsmede de bloedvaten en bet bart. De wanden dezer deelen, en bet cel-weefsel, dat ben omgeeft, worden mede verdikt. Door deze disorganisatie wordt de omloop van bet bloed door de longen gestoord, en dit deel voor de adem-baling en bloedzuivering gedeeltelijk of ten eene-male ongescbikt, en zulks spoediger of langzamer, naarmate dat een grooter of geringer gedeelte door de gemelde ontaarding wordt ingenomen. De be-doelde verandering of bepatisatie begint in een enkel gedeelte der longen , en breidt zicb vervolgens al vorder en verder uit, zoodat eindelijk bet deel daardoor gebeel of grootendeels wordt aangedaan. Meermalen deelt slecbts een der long-belften in de ziekelijke verandering. Sommigen stellen, dat de linker longkwabbe meer dan de regter claaraan onder-worpen wordt bevonden , en zulks nit boofde van de geringere mimte der linker zijde van de borst-bolte, wegens de plaatsing van bet bart aldaar, en deszelfs klopping, waardoor de long meer gedrukt en aan verstopping onderbevig zou zijn. Anderen betben bet tegendeel waargenomen ; zoodat bieromtrent nog geene vaste evenredigbeid kan worden aangenomen. *)
*) Men zie over de verhoudingen te dezen het Vee-arts. Magazijn, D. IV. bladz. 273.
-ocr page 17-
De longen worden door de bedoelde ontaarding ongemeen nitgezet en vergroot, en verkrijgen niet' zelden eene zwaarte van 30 tot 35 , volgens som-migen, van nog meerdere halve Ned. ponden.
Wij gaan de overige verschijnselen , welke , als de uitwerkingen van liet exsudatieve proces, doorgaans met de primitieve ontaarding der longen gepaard-
8
aan , zooals verdikking van de pleura , zoo pulmo-
nalis als costalis, de zaraengroeijing dezer deelen onderling, de sereuse en plastiesche vocht-uitstorting in de borstkas, en de uitwerkingen, welke deze toestand op het geheele ligchaam uitoefent, bepaal-delijk ook op de verrigting der spijsverterings-werk-tuigen, waardoor tot indigestie, opgeblazenheid , doorloop , en niet minder tot koorts aanleiding wordt gegeven , — al het welk tot uittering en slooping van het dierlijk gestel moet medewerken — en de meer bijzondere verschijnselen , met stilzwijgen voorbij.
Dat het beschreven exsudaat als de ware of naaste oorzaak der disorganisatie van het longweefsel, met de daaraan onafscheidelijk verbondene gevolgen, moet worden beschouwd , is wel aan geen twijfel onder-worpen, en wordt algemeen door de Vee-artsenij-kundigen erkend. De gevoelens zijn echter verdeeld, of het exsudaat het gevolg is van eenen oorspronke-lijken ontstekings-toestand der longen en der overige, in de borstholte bevatte, deelen zelve, zoodat dus de Longziekte in haar begin voor eene plaatselijke ziekte van dit deel moet worden gehouden, — voorts of zij, in dat geval, in het bloed-vaatstelsel of het
-ocr page 18-
6
bloed zelf moet gezocht worden , dan of hier gedacht meet worden aan eene abnormale werking der long-zenuwen, waarop het contagium een deprimerenden invloed heeft uitgeoefend, als waardoor aanleiding tot passieve congestie , opvulling der vaten en stasis van het bloed wordt gegeven , — wijders, of deze ver-schijnselen gegrond zijn in eene algemeene discrasie van het bloed en eene ongeregelde werking van het bloedstelsel van het geheele ligchaam, waarvan de uitwerking zieh bepaaldelijk op de longen vestigt, en zieh hier, om zoo te spreken, localiseert, zoodat de long-ontaarding als een secondair gewrocht eener, vooraf bestaande, algemeene ziekelijke gesteldheid zal moeten worden aangemerkt. Hieromtrent denkt men, zooals wij zeiden , niet eenstemming.
Dr. Gerold 1) stelt, dat de ontstekingachtige ver-anderingen, welke, na de plaats gehad hebbende besmetting, worden waargenomen, niet als de eerste, maar als de tweede uitwerking van den nadeeligen invloed der onbekende, in de lucht zieh bevindende , en door de longen ingeademde, materia peccans moet worden beschouwd. De eerste inwerking is, volgens Gerold , eene deprimerende of verlammende op de uiteinden , takken en vlechten van den nervus vagus of der long-maag-zenuw.
Hieruit vloeit onwerkzaamheid der bloedvaten voort; wordende het bloed in de vaten opgehoopt, hetwelk stil blijft staan, en dit geeft vervolgens aan-
l) Die contagieuse Limgenseuclie des Bindvielies, u. s. w. Magdeburg 1848.
-ocr page 19-
m
leiding tot congestie en een ontstekings-toestand met de verder daaraan verbondene gevolgen. De ont-steking wordt verkeerdelijk voor de eerste oorzaak van het lijden der longen en voor de eerste gevolgen der besmetting gehouden.
Gemelde Schrijver brengt deze theorie in verband met de uitkomsten der proeven, met het doorsnijden van den nerous vagus aan den hals, op dieren ge-nomen. Zoodra de doorsnijding aan de eene zijde geschiedt, werkt de long, door de nog in haar aanwezige zenuw-kracht aangedreven, met de nog gezonde long gelijkmatig mede. Daar echter de vol-komen regelmatige zenuw-impulsie gestoord is, zoo ontstaat er, in de fijnere en fijnste longvaten, een zekere stilstand of verstopping, waardoor het paren­chyma van dit deel opgevuld en opgestopt wordt. De eerste opvulling geschiedt met rood bloed, zelden met lympha. De voortgezette working echter der long wascht of scheidt, om het aldus te noemen, terstond het bloedrood en de wei van de vezelstoffe af. Deze laatste wordt nu, als een vreemd ligchaam werkende, de oorzaak der reactie, en deze openbaart zieh door opwekking en onderhouding van ontsteking, welke dus een secundair gevolg is der plaats gehad hehbende zenuw-verlamming.
Eene gelijke working, als het doorsnijden van den vagus, brengt, volgens geeold, het contagium der Longziekte bij de besmette Runderen voort. De infectie werkt eerst deprimerend, waardoor de zenuw-werkzaamheid verlamd wordt; hierdoor ontstaat ver-storing der longen, en secondaire ontsteking. De
-ocr page 20-
s
laatste vertoont ons hare verwoestingen, terwijl de eerste disharmonie geheel Toorbijgezien , ja naauwe-lijks vermoed wordt. En toch is zij hoogst gewigtig, en diep in de genezingswijze ingrijpende. Deze wordt in den regel van het begin af terstond op de gevolgen en niet op de oorzaken dezer gevolgen gerigt. De afleidende geneeswijze kan voorzeker de uitzweeting der ontsteking tegengaan, maar geenszins de ver-zwakking der zenuwen, welke voor de pathogenetisclie grondoorzaak moet gehenden worden, waardoor de uitzweeting kan geschieden.
Door de, tot uitzweeting leidende, ontsteking, wor­den de lumina der vaten op de luchtcellen het eerst verwijd. Deze zwellen op, en zetten zieh uit, en vormen een digt rood net, hetwelk te digter en in-tensiever verschijnt, naar mate er aanvulling en neder-zetting van witte massa in de nabijheicl plaats heeft. Gerold zag eenrnaal de long van een Eund, waarbij, ofschoon het schijnbaar nog gezond was en geslagt werd, do eerste sporen der Longziekte, welke op een Landgoed sterk geheerscht had, duidelijk werden aangewezen. Hier werd het vaatnet duidelijk gezien, en ook tevens de witte stofFe, in welker nabijheid het vaatnet zieh het sterkst vertoonde. Deze stoffe was nog los, en geheel in azijnzuur oplosbaar, terwijl de massa's der werkelijk door ontsteking afgezette stoffe, niet zoo volkomen werden opgelost. Hier was dus het eerste punt der, na besmetting gevolgde, zenuw-verlamming en van hare noodzakelijke uitwer-king, gelijk aan die der doorsnijding van den vagus bij gezonde dieren, De zenuw der linker of aangedane zijde
mm
-ocr page 21-
1
gt;
namelijk naar onderen en achterwaarts, was voor het overige weeker dan die der andere zijde, terwijl in de borstholte eenig roodachtig serum was uitgestort. Dit was het, eerste geval, hetwelk Gerold op de gedachte bragt der oorspronkelijke zenuw-rerzwak-king, na plaats gehad hebbende besmetting, als eerste oorzaak der Longziekte, terwijl hij later helaas! te dikwijls gelegenheid had zieh meer en meer van de gegrondheid dezer beschouwing te verzekeren.
Dat de smetstoffe niet onmiddellijk op het bloed werkt, tracht Gerold aan te toonen, door het raadselachtige, dat alleen in de longen, en van deze slechts in een gedeelte, en niet in andere deelen van het ligehaam, eene ziekelijke reflectie geschiedt.
Naar deze zienswijze moet dan ook de eerste be-handeling der ziekte tegen de verlatnming der zenu-wen, door opwekkende en versterkende mlddelen, gerigt zijn — hoedanige door hem worden opge-geven, doch waarvan de uitwerkingen niet proefon-dervindelijk worden gestaafd — ten einde de vorming van het exsudaat en de verdere gevolgen te voorkoraen, of wel, reeds ontstaan zijnde, die op te lessen en te verwijderen,
Wij meenen hierbij te moeten doen opmerken, dat gekold, hoewel het zelfstandig ontstaan der longziekte, dat is zonder onmiddellijke besmetting, in sommige streken, niet ontkennende, haar bepaaldelijk beschouwt voor zoo verre zij wordt voortgebragt door deze laatste oorzaak , hoedanig zij alleen door hem schijnt te zijn waargenomen, doch wij zijn, volgens hem, buiten staat de invloeden en voorwaarden ,
mm
-ocr page 22-
30
waaronder zij , zonder besmetting, als eigenwillig ge­boren wordt, te bepalen. Alleen verklaart hij de omstandigbeid, dat de Longziekte zieh in de aard-appel-brandewijn-stokerijen, en wel vooral, wanneer daartoe aardappelen gebezigd worden, die in een staat van ontkieming verkeeren, zeer sterk uitbreidt, door het giftig beginsel, dat daaruit bij de destillatie ver-kregen wordt, namelijk de solanine. Dit gif werkt verzwakkend en verlammend op do zenuwen, zoowel op de motorische als voor bet voedend leven bestemde, van het gebeele ligchaam.
Hier werken derhalve twee oorzaken te zamen. Het contagium heeft de longen tot een locus disponens gemaakt, door zijnen verlammenden invloed op de longzenuwen, waardoor de mataria peccans of de solanine zieb hierop bijzonder reflecteert. Er wordt dus eene Longziekte geboren, die slechts daardoor een eigendommelijk of specifiek karakter bezit, dat zij niet door een zuiver contacjium alleen, maar uit de vereeniging van twee oorzaken ontstaat, namelijk uit de contagieuse voorbescbiktbeid of opportuniteit, en een, in zijne werking naar de longen gerigt, ver-lammend gif. Door deze zamenwerking verkrijgt de Longziekte een schielijker beloop en uitbreiding, enz. Wij kunnen den Schrijver in het verder betoog der gronden, welke hij tot staving van eene en andere dezer beginselen aanvoert, niet volgen , en het zou ons evenzeer te wijd voeren, indien wij ons wijdloopig wilden inlaten met de overweging der twee hoofdgevoelens, of namelijk de Longziekte in haren oorsprong als eene locale ziekte der longen, clan wel
-ocr page 23-
11
als eene seoondaire uitwerking eener vooraf daartoe voorbereidende of voorbeschikkende ziekelijke gesteld-heid des ligchaams, welke zieh, bij de verdere ont-wikkeling, bij voorkeur op dit deel vestigt, moet worden bescheuwd. De dagelijkscbe ondervinding leert, dat de Longziekte de gezondste Runderen, indien zij aan de besmetting zijn blootgesteld, niet verschoont, uitgenomen in die gevallen , waar de natuurlijke vat-baarheid voor de terugwerking op de smetstoffe ont-breekt, — die echter niet ziekelijk kan genoemd wor­den — zooals dit ook het geval is, ten aanzien van sommige individuen, bij elke besmettende ziekte, zoo-wel opzigtelijk den mensch als de dieren. Ook kan zulks daarin gelegen zijn, dat de smetstoffe niet altijd krachtig genoeg of van dezelfde hoedanigheid is, om de ziekte voorttebrengen. Dit is intusschen zeker, dat zij dikwijs bij Runderen door besmetting ontstaat, aan welke uitwendig niets ziekelijks wordt waargenomen, en wier voeding en verzorging met de goede gezond-heidsregelen overeenkomen.
Inmiddels zullen, naar onze meening, beide wijzen van ontstaan kunnen worden aangenomen, indien wij slechts onderscheiden, of de Longziekte door onmiddellijke besmetting , of wel, zonder deze , uit andere, hetzij leefregelkundige of atmospherische, schadelijke levens-invloeden is voortgebragt.
Het is bekend, dat bij meerdere ziekten, die in eene algemeene ziekelijke gesteldheid of kwaadsappig-heid van het geheele Organismus gegrond zijn, bare hoofdwerking zieh bij voorkeur op sommige bijzon-dere deelen vestigt. Zoo openbaart zieh de kwade
Ü
-ocr page 24-
12
droes bij het Paard, ofschoon niet door besmetting, maar uit andere leefregelkundige oorzaken, of ten gevolge van andere ziekten, bij wijze van metaschema-tismus, zieh, ontwikkelende, door aandoening en verzwering van het neusvlies, het opzwellen der onderkaaks-watervaatsklieren enz. De ziekte-stoffe — men veroorloove mij deze uitdrukking — zoekt het deel op, waartoe zij als in oene nadere verwantschap staat, om daarop hare hoofdwerking uit te oefenen , waardoor tevens aan de ziekte zelve een bepaalden vorm en beloop wordt gegeven. Bij het onstaan van den kwaden droes, door de inademing van met zijne smetstoffe bezwangerde lacht, worden de hierboven bedoelde deelen het eerst en onmiddellijk aangedaan, vanwaar de uitwerking zieh later door het overige ligehaam uitbreidt, en eene algemeene ziekelijke ge-steldheid voorbrengt. Zij is dan hier eerst eene plaat-selijke ziekte, die in eene algemeene overgaat, even als zulks bij de Longziekte, door besmetting aange-bragt, naar onze zienswijze, het geval is. Op deze wijze meenen wij dan, dat men geenszins de ont-aarding der longen bij uitsluiting als de primitieve zitplaats der ziekte zal kunnen beschouwen, maar dat zij dit is in die gevallen, alwaar zij door besmetting is ontstaan, terwijl de longontaarding, in de gevallen van zelf-ontwikkeling, door welke inwendige, voor-afbestaande, ziekelijke gesteldheid des ligchaams dan ook voortgebragt, voor een secondair gevolg van deze zal moeten worden gehouden.
Hoewel nu de oorzaken voor de laatstbedoelde wijze van ontstaan nog geenszins bepaaldelijk zijn aange-
-ocr page 25-
13
wezen, en het zeker is, dat de voortduring en ver-spreiding der ziekte voor verre het grootste gedeelte
ij
aan besmetting most worden toegeschreven, zoo zal men niet echter mögen ontkennen, dat zij zieh nu en dan, sporadisch of ook meer algemeen, zonder aangebragte besmetting, nit andere, ofschoon nog onbekende, invloeden, als nit zieh zelve, of, zooals men dit pleegt te noemen, spontaan kan ontwik-
kelen. Zoodanig eigenwillig ontstaan wordt doornbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp;,
vele, zoo niet door de meeste, Veeartsenijkundigen in naburige landen erkend, en dit gevoelen vindt bij sommige onzer inlandsche Vee-artsen steeds meer-deren ingang, waardoor onze vroegere veronderstelling, dat zulks ook enkele malen in ons land plaats heeft, wordt ondersteund. De Heer F. H. van dommelen, Vee-arts der Eerste Klasse, te Baarn (Prov. Utrecht), verdedigt vooral het eigenwillig ontstaan der Long-ziekte •). Onder aanvoering eener menigte van ge-vallen, waarin hij van meening is , dat zij niet door besmetting kan zijn voortgebragt, bestrijdt hij het gevoelen van hen, die de wijze van ontstaan uit andere oorzaken ten eene male ontkennen, en de voortduring der ziekte geheel en alleen aan besmetting toesehrijven. Ook de Heer c. c. goedhardt, Vee-arts der Eerste Klasse, te Hoorn, deelt, op grond zijner ondervinding, in dat gevoelen. 2)
ill
1) Maatregelen ter stuiting van de LongzieJcte onder het Rundvee , Leiden 1851. bladz. 2—31.
-) Be besmettelijke LongzieJcte van het Rundvee, opgemerkt
#9632;r
''I
-ocr page 26-
14
Wij hebben vroeger gt;) oplettend gemaakt op de groote moeijelijkheid, om te bepalen, of de Longziekte
o
uit zieh zelve of door besraetting is ontstaan, wanneer zo zieh op hoeven openbaart in streken , alwaar zij op geringeren of vorderen afstand reeds heerschende is, of vroeger aanwezig is geweest; vermits de smetstoffe längs veelvuldige geheime wegen kan zijn aancebragt. Eene volkomene zekerheid omtrent het uit zich-zelf-ontstaan zal men vooral dan kunnen erlano-en, wanneer de ziekte zieh voor het eerst vertoont op enkele hoeven, in een gewest of eene streek , waar zij tot dien tijd op eenen verren afstand niet bestond, en welke van alle gemeenschap met besmette plaatsen of streken verstoken waren gebleven. Het mag intusschen van groot belang geacht worden, dat de nasporingen hieromtrent worden voortgezet, vermits de zekerheid te dezen mede op de maat-regelen, welke ter wering van de uitbreiding der ziekte kunnen strekken, en ook op de leefregelkun-dige verzorging van het vee van invloed kan zijn.
quot;Wij merken nu nog op , dat, hoe men ook over de pathogenetische vorming der Longziekte, hetzij door besmetting, hetzij door eigenwillige ontwikkeling, voortgebragt, möge denken , men haar, onzes er-achtens, niet anders zal kunnen beschouwen dan
en lescliouwd, zooals zij in ons Vaderland en elders voorkomt, enz. Amsterdam, 1852 bladz. 29 en volg.
gt;) Dit onderwerp is door ons, uit vele ingekomen rap-porten, breedvoerig behandeld in liet Vee-arl*. Magazijn, D. IV bladz. 131—217.
-ocr page 27-
15
als eene ontsteking-ziekte van een eigen aard, en wel als eene zoodanige, die meer een chronisch dan acuut karakter bezit, blijkens hären uitgang in door-zweeting, zijnde de uitgangen in ettering of versterf, als eigen aan de hoogere trappen van gewone ontste-kingen, hier hoogst zeldzaam, en wijders, dat de ontstekingwerende geneeswijze, welke door sommigen ten sterkste wordt aangeprezen , door anderen afge-keurd, dient geregeld te worden naar de omstandig-heden, welke bij de aangetaste voorwerpen plaats hebben. Deze moet namelijk verschillen naar de ge-steldheid der dieren , hunne krachten en gevoedheid, den leeftijd, naar de saizoenen, en de algemeene heer-schende ziekte-gesteldheid (constitutio epizoötica), den meer of minder gevorderden trap der ziekte, en andere omstandigheden, naar welke invloeden de the­rapeutische behandeling moet gewijzigd worden; wes-halve het irrationeel zou zijn het aanwenden van aderlatingen en eene dusgenoemde ontstekingwerende of verzwakkende geneeswijze onvoorwaardelijk af te keuren, als haar in elk geval van Longziekte aan te wenden, en wel op zoodanige krachtige wijze, als zulks door sommigen is aanbevolen. •) Zoodanige
') Men zie hierover de Verhandeling van Dr. j. h. FKANauE, in het Veearts-Magazijn, D. Ill, bladz. 129, die aderlatingen van 8—13 ponden bloeds voorschrijft, welke zelfs na 24 of 30 uren kunnen herhaaid worden.
Ik mecu nopens dit punt verder te mögen verwijzen naar de opmerkingen, door mij medegedeeld, in de Utrechtsche Provinciale en Stads-Courant van 5 Mei 1848: Over het
-ocr page 28-
16
geneeswijze toch , welke in het begin of in een niet ver gevorderd tijdperk der ziekte , bij volbloedige en krachtvolle dieren nuttig kan zijn, om haren voort-gang te bedwingen, kan, in het verder beloop — ook zelfs in het begin bij magere en rain krachtige dieren — strekken, om de verzwakkingte bevorderen, en den dood te verhaasten.
Ik meen hierbij eiudelijk nog te mögen herinneren,
nut der aderlatingen in de lieersehende Longziekte, naar aan-leiding van een Vertoog over hetzelfde onderwerp van den Heer e. c. enkiaae , geplaatst in de Overijsselsche Courant van 19 April 1848 N0. 380.
De waarnemingen van verschillende buiten- en binnen-landscbe Veeartsenijkundigen, omtrent de aderlatingen bij de gemelde ziekte, worden in het eerstbedoelde opstel vermeld. (Zie ook den Konst- en Letterhode van 1848, b!adz. 14 en verv.).
In de Landbomo-Courant van 20 Mei, 1852, N0 41 vinden wij op nieuw waarnemingen medegedeeld van den Heer j. van der weide , Vee-arts der Eerste Klasse, te Wijk (Prov. Brenthe), die de gunstige uitwerkingen der aderlatingen, vooral ter voorkoming der ziekte, in ver-binding met het inwendig gebruik van het zwwoelzuur schijnen te bevestigen. De Heer julds dupont, Vee-arts te Lennick-Saint-Quentin houdt de onstekingwerende genees­wijze door aderlatingen en verkoelende zouten, namelijk salpeter en tconderzont, voor de meest zekere. Hij wil de aderlating van 2 tot 5 Nederl. ponden slechts eenmaalheb-ben aangewend, Indien ten minste de krachtige en gespannen pols geene buitengewone volbloedigheid aanduiden {Annales de Medecine Fete'rinaire, Mei 1852 p. 230.
-ocr page 29-
17
dat de •waarnemingen van vele lijk-openingen, zoo door mijne hooggeachte vrienden, den Heer Hoog-leeraar j.l.c. schroedek van der kolk, en den Heer Dr. G. munnicks van cleeff, als door mij zelven verrigt, en welke reeds elders zijn medegedeeld'), op eenen ontstekings-toestand der zenuwen wijzen, en wel van den n. pneumogastricus, den n. sympatldcus, den n. lingualis, n. hypoglossus, den rearms secundus n. 5 paris, der n. laryngei, van het ganglion cervicale superius der aangedane zijde. Deze zenuwen werden bij de openingen van een tiental, aan de Longziekte gestorven of afgemaakte Eunderen bevonden te zijn, dan eens rood en gezwollen, on dus in een staat van ontsteking verkeerende, somwijleu ook verweekt, zwartachtig van kleur en gegangrenesceerd , bepaal-delijk aan de zijde der aangedane longkwabbe beant-woordende. Bij sommige voorwerpen bad er mede ontsteking der hersenvliezen, zamengroeijing van de pia meninx met de bastacbtige zelfstandigbeid der hersenen, en ophooping van vocht in de holten plaats.
Bij een later, door mij onderzocbt, Kund, hetwelk, terwijl de ziekte nog eerst sedert 24 uren was ken-baar geworden , word afgemaakt, bevond de plexus pulmonalis der linker of aangedane longkwabbe zieh zeer verdund, waarin bijna geen merg meer aanwezig was. De vlecht was als in een rood outstoken vlies overgegaan, hetwelk naar den hals toe, in dikte en witte kleur toenam, en eene meer natuurlijke gesteld-
l) Vee-arU. Magazijn, A. IV. bladz. 217 en volg.
2
-ocr page 30-
18
heid bezat. Aan de regier zijde of der niet aange-dane longkwabbe waren de zenuwen in volmaakt normalen staat. 1)
Zien wij hieruit, dat de long-zenuwen wel degelijk in de pathologische veranderingen van het weefsel der longen deelen, wij meenen dan de longziekte te kunnen blijven bestempelen met den naam van neuro-phlogosis, zonder vooralsnog te kunnen beslissen, of de tegennatuurlljke ontaarding der longen in eene primitieve aandoening dezer zenuwen, en wel in eene ware verlamming of in eene ontsteking of ware neu­ritis van dezelve moet gezockt worden, dan of de crenoemde ontleedkundige veranderingen der zenuwen voor een secondair gevolg der voortgebragte ont­steking van het longweefsel zallen moeten worden gehenden. 2)
Wij meenen het laatste voor als nog voor het meest waarschijnlijke gevoelen te moeten houden, doch willen geenszins ontkennen, dat de langzame en als unmerkbare ontwikkeling der textuur-verande-ring, waarrnede de Longziekte haar begin neemt, grond oplevert voor de beschouwing, dat hier niet aan een primitief verhoogde levenswerkzaamheid der
gt;) Het doet mij leed de fraaije en uitvoerige microsco-pische afbeeldingen, door den Heer D. T. schübart van dczc long vervaardigd, waarin de textuur-veranderingen in al de deelen naauwkeurig worden aangetoond, wegens de kost-baarheid der uitvoering in steen- of plaatdruk, hier niet te kunnen bijvoegeu.
s) Vee-arts. Magazijn, D. IV, bladz. 342.
-ocr page 31-
n
19
longen, hetzij dan der zenuwen, hetzij der bloedvaten, of van beide te denken valt, maar veeleer in een passief werkvermogen dezer organen moet worden gezocht.
Het valt voorzeker niet gemakkelijk een wezen-lijk verlamder. toestand der fijnere lougzenmven, gesteld, dat de smetstoffe der Longziekte daarop een deprimerenden invloed uitoefent, waarvan op-hooping en stilstand van het bleed in de capillaire vaten der longen in de eerste plaats en onmiddellijk afhankelijk möge worden gesteld, te onderkennen. Hiertoe zal vereischt worden, dat het microsco-pisch onderzoek geschiede in het allereerste tijd-perk der ziekte, en wel spoedig nadat men kan vermoeden, dat de besmetting hebbe plaats gehad, hetgeen voorzeker zeldzaam het geval zal zijn , omdat de ziekte zieh dan nog volstrekt niet door waarneembare verschijnselen openbaart, en de dieren dan nog niet aan het onderzoek door lijk-openingen worden onderworpen. De waarnemingen, door nasse en later door schiff raquo;) in het werk gesteld, hebben de ontleedkundige veranderingen van verlamde zenuw-vezels aangewezen, volgens welk onderzoek na den dood zeer duidelijk onderscheiden kon worden , of de zenuwen bij het leven al dan niet stonden onder den invloed van hare centraal-organen. In het laatste geval werd de gestremde inhoud der centraal-buisjes
*) Müllers Archiv, für Anatomie und Physiologie, 1839, S. 405; Arnim, für physiologie von griesinger, rosee u. wunderlich , herausg. von k. vierordt 1852, S. 1—; Week-bla,d voor Geneesk. Wetensclmppen, 1852, N0. 5, bladz. 45.
2*
-ocr page 32-
20
door scherpe dwars-strepen in gedeelten van ver-schlllende lengte afgebroken , over welke het vliesje ongeplooid henen liep. Weldra werden deze afdee-lingen menigvuldiger, zoodat de geheele massa in dobbelsteenvormige massa 's verdeeld scheen. Deze massa's werden meer en meer rond en daarbij smaller, zoodat er eene ruimte ontstond tusschen haar en de zenuw-scbeede. De inhoud vertoonde daarbij een toe-nemend getal vet-kogeltjes, die zieh als ovale vet-korrel-hoopen vertoonden , maar later uiteenvielen , en opgeslorpt schenen te worden.
Van zoodanig onderzoek en deswege verkregen bevindingen wordt door Gerold , ter staving zijner theorie , om het eerste ontstaan der longontaarding uit een paralytischen toestand der longzenuwen te verklaren, geen gewag gemaakt, als door hem te zijn geschied. Er schijnen derhalve allezins verdere na-sporingen te dezen te worden gevorderd, vöör dat het gevoelen van Gerold als stellig en bewezen kan worden aangenomen.
quot;Wat overigens den grond betreft, dien hij aanvoert, uit de doorsnijding van den nervus vagus afgeleid, deze geschiedde aan het onderste gedeelte der pars thoracica en dus mogelijk onder de ganglien ; dit wordt echter niet vermeld.
Zulks maakt intusschen , volgens schief, een aan-merkelijk verschil. Na de gedeeltelijke insnijding der ganglien van de twee vagi, volgde bij een konijn van zes weken oud, eene vermindering der ademhalingen van 100 op 70 , en na een uur op 60, welke evenwel na den 5den dag nog wederom tot
-ocr page 33-
i
i
21
62, en, op den 6den, tot 88 opklommen. Bij vol-komene doorsnijding der ganglien van de beide vagi, stierven honden zoowel als konijnen 24 uren na de operatie, nadat de ademhaling zeer moeijelijk was ge­worden.
Belangrijk zijn de uitwerkingen van het door-snijden der long-maag-zenuw, volgens de proeven van schiff '), op ondersclieidene dieren genomen , op het weefsel der longen teweeggebragt, als op-hooping van bloed (hyperaemie) en verandering van textuur (bij konijnen), vooral in de bovenkwabben , bestaande in kleine, ronde, geelachtige, en wit-graauwachtige punten , welke soinwijlen zoo digt bij elkander stonden, dat zij eene grootere graauwachtige witte massa vormden, die meestal met dunne strepen van rood parenchyma net-vormig doortrokken waren. Er had dus hier, zoo het schijnt, eene soort van tuberkelvorming of hepatisatie plaats. Deze witachtige korrelige infiltratie werd in de meeste gevallen waar-genomen , wanneer de konijnen langer dan 20 uren leefden. Somwijlen werd zij niet gevonden, ofschoon het parenchyma der longen, in schijven doorgesneden, met de loupe werd onderzocht. Deze verschijnselen werden, hoewel minder spoedig en uitgebreid , in beide longkwabben waargenomen, wanneer de vagus slechts aan de eene zijde werd doorgesneden, hetwalk
') Archiv für physiologiscfie Heilkunde von w. rosee , c. a. wunderlich, und w. griesinger: l)ie Lungenveran-demng nach Durchschneidung der pneumogastrischen Nerven, B. VI, S. 690 u. s. w. Stuttgard 1847.
-ocr page 34-
22
verklaarbaar wordt door de zenuwclraden, welke van de longvlecliten dor wederzijdsche vagi naar beide longen gaan, en de gemeenschap dezer zenuwdraden onderling. ')
De twee geneesmiddelen, welke, zoo ter voor-koming als genezing der Longziekte bij het Kundvee, sedert een paar jaren, zijn ter sprake gekomen, ziju gelijk reeds in het Voorwoord is opgegeven, het geivone of witte rattekruid (acidum arsenicosum) en het zwavelzuur-ijzer (sulphas ferri).
Het eerstgenoemde middel wercl in 1850 meer be-
') Men vergelijke omtrent den invloed, welke de ver-storing of liet ontbreken der zenuw-knoopen Leeft op de gebrekkige ontwikkeling en textuur-verandering der deelen, die hier van zenuwen zouden moeten ontvangen, deVerhan-deling van den Hoogleeraar j. l. k. schroedee van dee kolk : IFaarnemwg eenw atrophie van het linker haJfrond der her-zenen, met gelijlctijdir/e atrophie der reyterzijde van het licj-chaam, in de Ferhandelingen der Ecrste Klasse van het KoninJclijlc-Nederlandsche Instilnut van Wetenscliappen, Let­terkunde en Schoone Künsten, 5de Deels Iste stuk , biadz. 55 en volg.
De gronden dezer besohouwingen, aldaar uitvoerig en duidelijk uiteengezet, worden nader proefondervindelyk be-vestigd, door waller : Observations sur les effects de la section des racines spinales et du nerf pneumogastrique au dessus de son r/anglion inferieur chez les Mammiferes, in de Compte-rendus hebdomadaire des Sciences de l'Acad. des Sciences W. IG , Avril 1852.
-ocr page 35-
23
paaldelijk bekend gemaakt en aangeprezen door een Engelschen Vee-artsenijkundige , met name thomas Robertson l) , en men hoort van hier dat mlddel nu en dan bestempelen met den naara van Let nieuwe Engelsche geneesmiddel tegen de Longziekte. 2)
De aanwending van dit middel bestaat in de toe-diening van 3 greinen rattehruid en 1 once suiker (eassonnade), verdund met een half pint water. Deze gift wordt van 3 tot 3 uren berhaald, tot vier giften toe. Men boudt bet dier in den stal, en onthoudt aan hetzelve, gedurende 36 uren, na bet ingeven van den laatsten drank, alle voedsel. Aisdan mengt men een weinig meel van bennepzaad en zemelen onder bet drinkwater, en vermeerdert de drenking langzamerhand, tot dat bet Kund gebeel gezond is. In somraige gevallen moet de geneesdrank, na eenige dagen, op nieuw worden toegediend: waardoor de berstelling spoediger voortgaat. Het zou zeer ge-vaarlijk zijn bet dier te spoedig na de bebandeling te eten te geven.
Wanneer de Longziekte onder een troep is uitge-
') Zie Journal Veterinaire de Lyon, Cahier de Decembre 1850, pag. 559.
2) Dr. franque (zie zijne VerLandeling in het Vee-arts. Magazijn, D. Ill, bladz. 136) beproefde dit middel reeds voor vele jaren, in een geval, in het laatste tijdvak der ziekte, met oogmerk om eene ontbinding of herstelling van het ontaarde weefsel der lougen tot zijnen natuurlijken toestand te bewerken. Deze proef bleef, zooals men verwach-ten kon, zonder uitwerking.
-ocr page 36-
24
broken , moeteii alle nog niet aangetaste ßunderen , ten einde hen tegen de ziekte te behoeden, worden adergelaten, en aan elk stuks vee 6 greinen ratte-kruid met 2 oncen sulker worden ingegeven , op de voorgeschrevene wijze , in eene tusschenpoozing van C uren. De onthouding van voedsel, gedurende 36 uren, is bierbij ijisgelijks noodzakelijk.
Ofschoon kobeutson verzekert twee derde gedeelten der Eunderen, door de heerschendo Longziekte aan-getast en door hem behandeld, te hebben genezen door aderlatingen en het inwendig gebruik van saZ-peter in sterke giften , zoo zou de uitwerking van het rattekruid, op de wijze, zooals hierboven om-schreven wordt, zekerder zijn.
Deze geneeswijze heeft ook reeds de aandacht van andere, en onder deze ook van sommige onzer in-landsche Vee-artsenijkundigen tot zieh getrokken, en zijn daarmede bereids proeven genomen, welke wij in eene en andere dagbladen vinden medegedeeld, voorzeker met het oogmerk om aan deze geneeswijze meerdere bekendheid te geven, en anderen tot het doen van gelijke proefnemingen optewekken. Dit middel schijnt lets aanlokkelijks te hebben, bij som-migen misschien vooral of geheel, omdat het meer bepaaldelijk van Engelschen oorsjjrong is, daar niet weinigen aan alles , wat uit dat land afkomstig is , onvoorwaardelijk de voorkeur geven, en daarmede ten hoogste zijn ingenomen, maar ook omdat het middel zeer eenvoudig, goedkoop, en de aanwending niet moeijelijk is, — omstandigheden die de aan­wending van sommige andere geneeswijzen niet zelden in den weg staan.
-ocr page 37-
25
Men vindt den uitslag der aanwending van het rattekruid, door den Heer f. h. van dommei.en , Eijks Vee-arts der Eerste Klasse, te Baarn, bij longzieke Eunderen, op onderscheidene stallen aan-gewend , medegedeeld , in de Landhouw-Courant van 11 Maart j. 1, N0 21, door den Heer Baron van ITTEESUM , te Hattem. Deze uitkomsten schijnen in den eersten opslag niet onguustig te zijn uitgevallen, en voor het geneeskrachtig vermögen van het ratte­kruid bij de Longziekte te pleiten. Bij 30 stuks zieke Runderen, door van dommelen behandeld, werden 24 zeer spoedig hersteld, terwijl 6 stierven , ten gevolge van het verleggen van het kalf, en vooral van sterke kop- en borstzwelling van een anthraxaardige natuur. Bij den Heer Graaf van den bosch, op Jagtlust bij de Bildt, werden 2 Eun­deren met arsenicum behandeld, die genazen , nadat reeds vroeger 18 stuks daaraan gestorven waren; waarna , gedurende twee maanden, zieh geen ziekte-geval vertoond heeft. Op het Landgoed onder Hil-versum van den Heer bake, Muntmeester te Utrecht, werden 13 Eunderen met arsenicum-poeders behandeld, waarvan 1 is overleden, en 12 geheel zijn hersteld. Later waren nog 5 ziek geworden, waarvan, tijdens hot gegeven berigt, aan den Heer Baron van ittersum, van 26 February jl., 3 buiten gevaar waren. Bij een Landbouwer op het Hoog eland werden van 12 ziek geworden Eunderen 11 met arsenicum behandeld en genezen, terwijl 1 is overleden. Voorts wordt hierbij gemeld, dat meer Vee-artsen zieh met gelijke proef-nemingen bezig houden, en van deze mede gunstige
i
-ocr page 38-
26
berigten zijn ontvangen. Elders vinden wij aange-kondigd, dat ook de Heer w. h. montens , Vee-arts der Eerste Klasse, te Zevenbergen, dit middel reeds in 7 gevallen heeft aangewend, waarvan hij een vrij gunstig resultaat heeft verkregen.
Of'sclioon wij nu aan de deugdelijkheid dezer proef-nemingen en der uitkomsten niets te kort wenschen te doen, en wij eveinnin willen twijfelen, of de aan-wendino- van liet middel zal door de Vee-artsen, die aich daarmede onledig hebben geliouden en er verder mede mogten voortgaan, geschieden met inachtneming van al die omzigtigheid, welke de toe-diening van zoodanige vergiftige zelfstandigheid, als het rattekruid , vordert, ja, ofschoon de proeven , hoewel nog op een te geringen schaal genomen , om een voldoend oordeel te vellen over het geneeskrachtig vermögen van dit middel tegen de Longziekte, geen ongunstig resultaat mögen hebben opgeleverd, en zij op zieh zelve, uit een geneeskundig oogpunt , als belangrijk kunnen worden beschouwd, zoo staan teo-en de vermelde uitkomsten die van andere Vee-artsen over, welke van de aanwending van het ratte­kruid geene of wel ongunstige uitwerkingen hebben ondervonden. De Heer w. j. E. hekmeijer, te Wijk hij Duurstede, deelt in zijn Verslag aan de Commissie van Landbouw in de Provincie Utrecht over de drie eerste maanden dezos jaars mede, dat hij van het inwendig toedicnen van het acidum arsenicosum geene dan ongunstige gevolgen heeft waargenomen, hoezeer hij het beproefde in het begin der ziekte , en het vee daarbij, volgens het voorschrift, het voedsel en het
-ocr page 39-
27
drinkwater liet onthouden. In geringere dosen bleef het middel zonder uitwerking, in hoogere volgde de verwerping van het kalf, en vorgiftiging zonder ver-mindering der toevallen , aan de ziekte eigen. De Heer Vee-arts J. J. noest , te Breuhelen, meldt dienaangaande het volgende: „ Wat het arsenicum „ betreft, ik heb er het gunstig gevolg niet van „ mögen ondervinden. Ik kan niet aan de wijze van „ toedienen twijfelen , daar ik de patienten, waaraan „ het is toegediend, zelf heb behandeld, en dit niet „ aan anderen heb overgelaten. quot;
De Heer B. J. c. kijndeks , te Utrecht, berigt, dat in deze Gemeente 3 longzieke Eunderen in het verloopen tijdperk door hem met arsenicum werden behandeld, welke alle stierven.
Nog meerdere berigten zijn tot ons gekomen van Veehouders, die de bewuste poeders aan longziek vee hebben toegediend, doch, daarvan geen het minste nut ondervindende, het gebruik van het middel hebben gestaakt.
Gesteld nu, dat dit verschil der uitkomsten van onderscheidene omstandigliedon kan afhangen , zoo blijkt hieruit echter voldoende, dat het rattekruid geenszins als een specificum tegen de Longziekte kan worden aangemerkt, en, Indien men mögt aan-merken, dat het middel bij de on voldoende uitwerking te laat is aangewend, zoo zal men voorzeker in vele, zoo niet in de meeste, gevallen, aan dusdanige mis-lukkingen blootstaan, daar men, bij de langzame, en tot zekere hoogte schier onkenbare, ontwikkeling der ziekte, niet bepalen kan, of zij nog in het tijdperk
-ocr page 40-
28
verkeert, dat van het middel hulp te verwachten is , al dan niet. Het kan dan slechts dienen als be-proevings-middel op goed geluk.
Dan dit alles ter zijde gesteld, en zelfs van de voordeeligste 'zijde opgenomen, zoo meen ik de vraag te mögen opperen, of het bedoelde geneesmiddel in het algemeen aanbeveling verdient, en bescheidenlijk in overweging te geven, of het als voorzigtig kan worden gehouden hetzelve in dagbladen, die door honderde Vee-houders en empirische zoogenaamde Vee-artsen gelezen worden, behend te maken, cm het daardoor als een volksmiddel bij het groote publiek ingang te doen vinden, waarvan zieh een ieder op zijn eigen hand, zonder bijstand of toezigt van een kundigen Vee-arts, zal kunnen bedienen?1). Men möge
i) Ook in de Nijverheids-Cour ant N0. 10 van dit jaar, wordt uit de JiredascJie Conrant van 20 Pebr. j.l., een Artikel overgenomen, onder den titel: Zou er werkelijk een geneesmiddel ter/en de Longziekte van het tee zijn? Dit Artikel heeft betrekking tot hetzelfde middel, namelijk tet witte rattekruid. Teregt wordt echter hierbij gevoegd; dat men de waarde van het opgegeven middel ter genezing der Longziekte niet kan beoordeelen, maar zieh verpligt acht opmerkzaam te maken op de hoogst vergiftige eigenschap van het rattekruid, welks aamvending de grootste omzig-tigheid vordert, ternijl het bovendien van het uiterste belang is vooraf te onderzoeken, of en hoe lang het ge-noemde gif nadeelig op de melk, de boter, en het vleesch inwerkt. Vergelijk de nadere opmerkingen nopens het ge-bruik van dit middel in de Landbouw-Courant van 29 April Nlaquo;. 35 en van 9 Mei 1852, W. 38.
-ocr page 41-
29
het beginsel van publiciteit, volgens den geest des tijds, in het algemeen huldigen, er zullen toch veel sommige aangelegenheden blijven bestaan, waaromtrent het beter is, dat de bekendheid, beoordeeling en behandeling tot den kring van deskundigen en bevoegden beperkt blijven, dan dat zij aan Jan en allen Man worden geopenbaard en toevertrouwd. En hieronder zal men dan wel mögen rangschikken de bekendmaking aan het groote publiek van geneeswijzen bij vee-ziekten, door zulke vergiftige en gevaarlijke zelfstandigheden als het rattekruid. Dit is althans mijne denkwijze. Mögt zij welligt menigeen wat te ouderwetsch of — om het woord van den dag te bezigen — te onvrij-zinnig voorkomen, men geve zulks toe aan mijne jaren. De ouderdom brengt uit zijnen aard mede, dat men sommige zaken wat bekrompener en schroom-valliger inziet dan in jeugdiger leeftijd.
Het is genoeg bekend , en door opzettelijk proeven, door den Berlijnschen Hoogleeraar Dr. hertwig , den Medicinaal-Kaad Dr. aleers , Dr. erdmann , en Dr. s. simon op dieren genomen, nader bevestigd, dat het rattekruid onbetwisbaar in het bloed en alle dierlijke weefsels overgaat, dat de overgang in het bloed en in de afgeseheidene en uitgescheidene stoffen zeer spoedig geschiedt, zelfs reeds binnen acht uren, somwijlen echter ook later, iets hetwelk van de ge­ringere of ruimere opvulling de spijsverterings-inge-wanden met voedsels en vloeistoffen , van de leven-digheid of traagheid der opslorpende vaten, en van den vorm , waarin het middel wordt gegeven afhankelijk kan zijn. Orfila vond meermalen,
-ocr page 42-
30
een nur na de vergiftiging, dit metaal in de pis. J)
') Zie geiesinger in het Archiv von kosee, wunderlich und geiesinger, B. VI. S. 517: lieber die Wirkungen der Metalle. Men zie voorts over de algemeene cn spoedige verspreiding van het arsenicnm door Let bloed en het geheele ligchaam, met name de lever, milt, nieren, het hart, de longen en de darmen, c. h. van anküm : De methode van Geregtelijk- Scheikundig onderzoek eener Arsenik-vergiftiging van frisenius en van babo gewijzigd en aanbevolcn, in het Natuurkundig Tijdschrift, 5de Jaargang, 6de stuk.
De Heeren o. lofvers en g. mesdag vonden het arse-nicum in de melk eener koe, die zoo sterk met eene ratten-kruid-oplossing gelassen was, dat het haar was uitgevallen. Het vergif werd ontdekt, hoewel slechts •/, gedeelte der melk aan de beproeving werd onderworpen {Groninger Cou-rant van 17 Januarij 1851. De Hoogleeraar c. mulder merkt daarbij op, // dat dit voorbeeld een nieuw bewijs op-ii levert van het hoogst gevaarlijke en onverantwoordelijke // gebruik, dat er nog steeds van het rattenkruid wordt '/ gemaakt. raquo;
Het is bekend, dat geringe hoeveelheden rattckruid, uitwendig aangewend, dikwijls meer hevige verschijnselen en den dood te wecg brengen dan dezelfde giften inwendig gegeven, en dat die uitwerkingen sterker zijn, wanneer het middel op versehe wanden van gezonde ligchamen wordt aangewend, dan op verouderde verzweringen, en op zieke-lijke voortbrengselen (Verg. hertwig PracüscJie Arznei-mittellehre für TIderärzte, Berlin 1833 S. 770.) Hetzelfde werd ook reeds vroeger door brodie waargenomen (reil, Archiv für Physiologie, B. XII S. 233.
-ocr page 43-
31
Voort hebben de evengemelde proeven bewezen , dat het rattekruid eerst langzaam en van tijd tot tijd uit het ligchaam wordt uitgescheiden en verwijderd '}.
1) Of het rattonkruicl zieh in het levend ligchaam met de eiwitaardigo stoffeu vorbindt, en zieh aldus in de weefsels vastlegt, hierover zijn, naar ik meen, de scheikundigen het nog niet eens.
De nitscheiding van het gif uit het levend ligchaam, längs onderscheidene wogen, sehijnt tegen zoodanige scheikundigc verbinding te jileiten. De proeven van EDWARDS, Chemiscli-Pharm. Centralljlatt, 1851 N0. 5, S. 718 uit het Qanril. Jonrnal of the Chemical Society, Vol. Ill,p. 14—17 ; (Zie ook schmidxs Jahrb. 1850, N0. 7, S. 8) leiden mede tot deze ontkenning. Deze scheikundige namelijk vermengde eenc oplossing van I'/j en 1 grein arsenigzuur met 200 en 100 greinen eiwit, coaguleerde het, en waschte het eiwit met water. In eeue tweede proef nam hij slechts % grein arsenigzuur, en bevond, dat dit zieh uit het gecoaguleerde eiwit volkomen door water liet verwijderen. Dit was mede het geval met blocd-eiwit, en met de Organen van dieren, die met arsenigzuur waren vergiftigd. Edwakds besluit hieruit, dat het arsenigzuur slechts machanisch in deze stoffen verdeeld is. Griesikger ontkent ook het voorkomen van arsenik-albiminaat a. p. S. 387. Indien echter, volgens den Hooglceraar g. h. mulder, Proeve eener alyemeene Physiologische Scheihmde, Rotterdam 1843—1850, bladz. 953, elkc anorganische grond-stoffe een bestanddeel van het dierlijk ligchaam kan worden, dan meet dit ook het geval zijn met het rattekruid. Wij mögen ons geene beslissing aanmatigen, hoe het hier-
-ocr page 44-
32
Bij eenige voorwerpen toonde de melk, na het in-geven van 5 greinen arsenicum, hetzelve na 5 dagen nog te bevatten, en in een geval deed zieh het metaal zelfs 21 dagen na het laatste ingeven nog kennen. Flandin stelt de volkomene uitscheiding op 5 weken. ')
Hoe lang het duurt voor dat de laatste sporen van het rattekruid uit het ligchaam verwijderd worden , werd door de proeven van hertwig niet uitgemaakt, werdende dienaangaaude opgemerkt, dat dit alleen door een grooter aantal, en door herhaalde, onder verschillende omstandigheden gewijzigde , proeven , kan geschieden.
De nadeelige en somwijlen doodelijke uitwerkingen, welke het bloed en andere zelfstandigheden der met rattekruid vergiftigde dieren op andere dieren, die dezelve nuttigden , teweegbragten, zijn elders door
omtrent gelegen zij. In alien geval blijkt het genoeg uit de medegedeelde waarnemingen en proeven, dat het ratte­kruid, eenmaal in het levend ligchaam opgenomen zijnde, daarin dikwijls een geruimen tijd aanwezfg blijl't, en niet dan langzaam uit hetzelve wordt verwijderd.
') Chatin stek,dat, volgens zijne jtroeven, het arsenicum bij den mensch, die de vergiftiging overleeft, binnen 14 tot 15 dagen wordt uitgescheiden, hetwelk, naarhet oordeel van geiksinger , veel te kort is. Gianelli en orfila ondervonden, dat het bloed van honden, met rattekruid vergiftigd, doodelijk was voor andere kleineredieren, bij voorbeeld voor musschen, ArcJiiv. von rosee, wunderlich und GR1ES1GER, a. p. S. 509.
-ocr page 45-
mij medegedeeld, ') en welke ik dus hier niet zal behoeven te herhalen.
Als eind-resultaat meent hertwig uit de genomene proeven te mögen afleiden, dat, door de geneeskun-dige behandeling van, voor de slagting besteinde, dieren met groote, ja zelfs met matige, giften van arsenicum, het vleesch en de melk vergiftigd worden, — dat de vergiftiging spoedig na de aan-wending van het arsenicum begint, en zieh tot een voor als nog niet volkomen uitgewezen tijd , welke men echter zeker op drie weken mag stellen, uitstrekt.
Vergelijkt men deze tijdruimte met die, welke in de Landbouw-Courant van 11 Maart j. 1., voorzig-tigheidshalve, voor het wegwerpen der melk van melkgevende dieren, met rattekruid behandeld, onder de kuur, en ten minste nog twee dagen daarna, wordt vastgesteld, dan zal deze tijd voorzeker geheel onvoldoende moeten worden geacht, om zeker te zijn, dat het gif uit het ligchaam verwijderd is , en alle gevaar voor nadeelige gevolgen van het gebruik der melk of van andere zelfstandigheden van zoodauige dieren is weggenomen.
Wei is waar, is de hoeveelheid rattekruid, zooals het van 12—24 greinen aan een Kund wordt toege-diend, welke in het uitgebreide ligchaam van het dier verdeeld wordt, niet zoo aanzienlijk, dat daarvan
•) In de Geneeshmdige Couranten N0 49 en 50 van 1849; over de vraag: Kan het vleesch van dieren, bij welke het ratttekndd, uitwendig of inwendig als geneesmiddel is aange-tcend, veilig door dm mensch als voedsel todrdamp;t gebruiht ?
3
-ocr page 46-
34
i I
zulk eene groote hoeveelheid in de melk wordt ult-gescheidon of in de vleesch-massa overblijft, dat er dadelijk doodelijke vergiftigingen A'an zullen te duckten zijn. Misschien wordt zelfs niet al het ratte-kruid opgeslorpt, maar gedeeltelijk met de voedsel-stofFen längs het darmkanaal onmiddellijk ontlast, en als zoodanig zal het voor het ligchaam des diers geene schade, maar ook als geneesmiddel tagen de Long-ziekte geen nuttige uitwerking kunnen doen. *)
Intusschen zal men van het gebruik der melk , vooral bij jonge kinderen of zuigelingen, niet tegen schadelijke uitwerkingen verzekerd zijn. En wie staat er borg voor, dat wanneer het rattekruid eenmaal door elken Veohouder als geneesmiddel tegen de Longziekte kan worden verkregen, en door hem worden aangewend, niet grootere hoeveelheden daarvan zullen worden toegediend dan het voorschrift inhoudt. Het medegedeelde door den Heer Veearts hekmeijer (bladz. 26) doet zien, dat geringe giften geene uit­werking deden, doch in grootere vergiftigings-toevallen volgden.
De gewone Vee-houder bezit geene schalen en gewigt, waarmede hij 12 greinen kan afwegen , en de Apo­theker of'Droogist, mag, op zijn gezag, het niet voor
') Deze ontlasting door de faeces en urine wordt, door deu ScLrijver van het Artikel: Het gehndlt van raUenla-uid tegen de Longziekte in de Landhomo- Courant van 2 Mei, N0. 36 , aangevoerd als een grond voor de onschadelijkheid van dit middel, in zulke geringe giften toegediend; dan ook hierdoor zal zijne geneeskracht tegen de Longziekte verloren gaan.
-ocr page 47-
1
35
hem, als recept, in verdeelde poeders bereiden. Hij zal dus zijne hand, meer geschikt, om op het oog een gewigt van meerdere ponden dan van weinige greinen bij raming te bepalen, als weegschaal ge-bruiken. Hetgeen hij van eene verkregene hoeveel-heid voor zijn eigen vee te veel heeft of daarvan overhoudt, zal hij al ligtelijk aan zijnen buurman afstaan.
Volgens de bestaande politie-verordeningen van 31 Mei 1818, N0 G3 , Art. 7 (Staatsblad Nquot; 31), mag de Apotheker of Droogist de aldaar opgenoemde ver­giften , waaronder het rattekruid in de eerste plaats genoemd wordt, aan bekende personon , en tot een bepaald gebruik gedestineerd, afleveren. Het ratte­kruid is dus overal verkrijgbaar, ende voorgeschreveu greinen, zelfs grootere hoeveelheden, zijn zoo onkost-baar, dat zij zoo goed als op niets komen te staan : de aanwending duurt kortstondig, en is hoogst ge-makkelijk, hetwelk den Veehouder als van zelf meet aanmoedigen, om er de proof mede te nemen.
Wei zijn omtrent de aanwending van het middel onlangs, door Heeren Commissarissen des Konings in de verschillende Provincien, op last van den Heer Minister van Binnenlandsche zaken van 13 April jl. Nquot; 349, die Afdeeling, aan de Vee-artsen eenige bepalingen voorgeschreven, welke ten aanzien der toediening van het arsenicum in acht moeten worden genoraen, en zijn de Provinciale Geneeskundige Commission bij vernieuwing oplettend gemaakt op de naleving van Art. 16 der wet van 12 Maart 1818 (Staatsblad N'' 16). Deze aanschrijving heeft voor-
-ocr page 48-
3(5
zeker eene nuttige strekklng, en misschien reeds op de vermindering van het gebruik van het rattekruid bij de Longziekte een günstigen invloed gehad; doch is daardoor de verkrijgbaai'heid van het gif, volgens het aangehaalde Art. der wet, om aan behendepersonen, en tot een bepaald gebruik gedestineerd, vergiften te mögen afgeven, niet opgeheven.
Tot welke algemeene verspreiding van het vergif de onbeperkte afgifte der bewuste poeders aanleiding moet geven, mögen wij afleiden uit hetgeen daarom-trent wordt medegedeeld in de Landbouio-Cour ant van 2 Mei j.1. N0 2, waarin de Schrijver van dit Art. zegt, dat hij aan de aanvragen, hoe vele deze ook waren, en hoezeer ook van heinde en verre gedaan zijnde, gemeend heeft daaraan, na de ontvangene aanschrijving van den Minister van Binnenlandsche zaken van 13 April j. 1. N0 349, 9(le Afd., niet meer te kunnen noch te mögen voldoen. Wij meenen in de Ministeriele aanschrijving, waarbij de aanwending van het rattekruid bij de Longziekte niet volstrekt wordt verboden, maar aan zoodanige beperking en toezigt gebenden, dat daaruit zoo min mogelijk gevaar voor het leven en de gezondheid van den mensch kunne voortvloeijen , allezins gepast en juichen die toe, of schoon daardoor de gelegenheid voor misbruik geens-zins wordt weggenomen.
Aan hoe vele onschuldige ongelukken zal men zieh niet zien blootgesteld, die door een zorgeloozen om-gang met de poeders kunnen worden veroorzaakt, vermits de Veehouder, als het vergif eenmaal in zijne banden is, hoe gering of groot de hoeveelheid
-ocr page 49-
37
daarvan zijn möge — niet verpligt is, gelijk de Apo­theker en Droogist, het achter het slot te bewaren, maar het neder kan leggen, waar hij zulks verkiest, als is het ook in zijne spijskamer '), daar men weet,
l) Dat op dusdauige onvoorzigtigheid niet bij bloote veronderstelllng wordt gewezen , hiertoe kunnen onder vele andere de volgende voorbeelden dienen :
In het bijvoegsel der Groninger üourant van 19 Januarij 1847, vindt men het geval opgeteekend eener doodelijke vergiftiging van eene zieke vrouw, aan welke men te drinken gaf uit een vat, dat in de melkkamer geplaatst was, inhoudende rattekruid-water voor schaapswassching; daar naast stond een kleine emmer met zuiver water. Men gaf de lijderes bij vergissing uit het eerste vat te drinken, dragende zij, die het haar toediende, geene kennis van het met vergif vermengde water. Het gevolg daarvan was, dat de zieke, na vier uren lijdens, ongeacht de aangewende ge-neeskundige hulp, overleed. Dit treffend geval wordt mede vermeid in het Jaarhoek van Dr. ALI Cohen, S Jaargang, bladz. 602. Men zie over de zorgeloosheid omtrent de bewaring van vergiftige zelfstaudigheden van hasselt , a. p. bladz. 79.
In het Tijdschrift: P Union Medicate van 7 Oct. 1S51 , pag. 474, wordt de vergiftiging medegedeeld van 12 personen door eene pudding, bij vergissing bereid uit meel, vermengd met rattekruid tot dooding van muizen. Ik zou uit mijne aanteekeningen meer soortgelijke ongelukken aanvoeren, indien zij niet algemeen bekend waren, en de bijgebragte voorbeelden genoegzaam bewijzen, hoe roekeloos niet zelden met dit en andere vergiften wordt omgegaan. Men zie hierover van hasselt a. p. bladz. LO, alwaar men vindt
-ocr page 50-
38
hoe roelreloos daarmede meermalen wordt omgegaan, en waarvan de ondervinding helaas! vele nadeelige voorbeelden oplevert; om niet te spreken van de mis-
vermeld, dat jaarlijks in Engeland 20 tot 30 sterfgevallen plaats vinden, door toevallige en ouschuldige vermenging van rattekruid met meel en andere kleurlooze voedsels. Het is waar, soortgelijke onschuldige vergiftigings-geval-len, als het gevolg van acLteloosheid, kunnen, in verhouding tot het algemeen technisch en oeconomisch gebruik, dat van het rattekruid, zoo bij ons a!s in andere landen, ge-maakt wordt, zeldzaam worden genoemd. In ons land worden jaarlijks honderde ponden alleen tot het wasschen van Schapen en andere dieren tegen huidziekten en onge-dierte aangewend (Zie onze aangehaalde Verb.: Kan Jiet oleescA enz. bladz. 4). Volgens eene mededeeling in de Central-Zeitnng für die gesammte Veterinär-Medicin u. s. w. van 3 Marz ISSSi N0. 5, vou Dr. j. m. kkeutzer , werden tot dit oogmerk, binnen tien jaren, in Sleswig en Holstein niet minder dan 49,000 pondeu rattekruid verbruikt; men voegt er de vrees bij , dat dit verbruik nog zal vermeerderd worden. Tot hoe vele ongelukken, hetzij onschuldige of misdadige, dit gebruik aanleiding heeft gegeven, wordt niet vermeid. Het is mij niet bekend, dat in het algemeen, althans in ons land, daarvan statistieke opgaven bestaan. Alleen vind ik opgeteekend, dat van 930, op verschillende statistieke tabellen voorkomende , vergiftigings-gevallen in Franirijk, lingeland en Denemarlceu 401 werden veroorzaakt door arsenicalia, en van deze 307 door het acidnm arsenicosum. (a. w. m. van hasselt, Handleiding der Vergiftingsleer, ten gebndke by het onderwijs aan ''sRijks Kiceeleschool voor Militaire Geneesknndigen, Utrecht 1851 . bladz. 89. Men
-ocr page 51-
39
dadige oogmerken, waartoe dit middel zoo dikwijls wordt gebezigd.
Zal ook niet menige Veehouder in verzoeking kernen, om zieh van sommige stuks vee, welke hij, na de aanwending van het middel, voor hot oogenblik genezen acht, doch waaromtrent hij de voortduring steeds quot;wantrouwt; terwijl de vrees voor wederinstorting blijft bestaan , hoe eerder hoe beter te ontdoen, voor zoo ver het nog tamelijk doorvoed en slagtbaar is, om
zal ook kunnen aanvoeren, dat door de geringe hoeveel-heden, welke van het rattekruid tegen de Longziekte worden aangewend, het gevaar, dat aan dit middel verbünden is, zoolang het tot andere einden in zulke groote hoeveelheden gebezigd wordt, niet wordt verminderd, veelmin weggenomen. Wij moeten dit, helaas! gereedelijk toestemmen ; dan dit neemt het wenschelijke niet weg, dat de verkoop en het gebruik van het rattekruid — voor zoo ver zulks niet volstrekt verboden mögt kunnen worden — aan strengere bepalingen möge worden onderworpen , dan tbans het geval is (zie van hasselt, a. p. bladz. 34). Zoodanig verbod zou, onzes erachtens, ten minste plaats dienen te hebben, ten aanzien van het inwendig en uitwendig gebruik bij ziekten of gebreken van het vee, waarvan de melk of het vleesch den mensch tot voedsel dient. Wij zeggen: zoodanig verbod zou dienen plaats te hebben, Indien dit namelijk niet kan geacht worden reeds te zijn opgesloten in Art, 4 der wet van 12 Mei 1829, (Staatsblad N0 35) strekkende om de vermenging van vergiftige of andere scliade-lijke zelfstandigTieden in eet- en drinkwaren te leteugelen, waaronder het door rattekruid vergiftigde vleesch, Indien wij niet dwalen, regtstreeks behoort.
-ocr page 52-
40
Let vleesch met zijn gezin te nuttigeii, of het daartoe in den liandel te brengen, en alzoo velen onwetend aan het nuttigen van met arsenicum bezwangerd vleesch blootstellen ? l)
') In dc Qroninger Courant van 25 !Mei j. L vinden wij, uit Miädelburg 17 Mei bevorens, medegedeeld, dat door het Eestuur der laatstgenoemde Stad, de Keurmeesters van het geslagt gelast zijn, om met de meeste gestrengheid in het keuren van het vleesch te werk te gaan, ten einde de noodlottige gevolgen te voorkomen, die volgens deskundigen moeten voortvloeijeu uit het gebruik van het vleesch van Itunderen , bij welke rattekruid als geneesmiddel tegen de Lougziekte is aangewend, gelijk, volgens ingekomen berigten, op sommige plaatsen in dit Eijk, heeft plaats gehad. Deze zorg verdient voorzeker alien lof en navolging op alle plaatsen, ten einde het vleesch van zoodanige dieren, die met rattekruid of andere vergiften, hetzij inwendig of uit-wendig, zijn behandeld, buiten eonsumtie worde gehouden. Voor zoo ver men echter te dezen niet altijd achter de waarheid zal kunuen komen, is er in twijfolachtige gevallen een scheikundig onderzoek noodig, vermits men uitwendig niet kau ontwaren, of het vleesch met het gif bedeeld is, al dan niet.
In mijne reeds meermalen aangehaakle brochure: Kan het vleesch van dieren enz., stelde ik de vraag voor : of niet de wetsbepaling opzigtelijk de onzigtbare of verborgene gebreken van voorwerpen, in geval van verkoop, met grond toepasselijk is te achten, of anders zou behooren te worden gemaakt op zoodanige dieren, vooral op die, waarvan het vleesch of de melk tot voedsel voor den mensch dienen, waaromtrent het blijkt, dat zij binnen een zekeren tijd ,#9632;
-ocr page 53-
v
41
Wij kennen tot dus ver de wijze niet, waarop het arsenicum , als geneesmiddel bij de Longziekte, werkt, of het namelijk zijn vermögen uitoefent door opwekkend of verzwakkend op het bloedvaatstelsel, of wel op de longzenuwen te werken, ofwel door het verdikte gecoaguleerde exsudaaf, dat zieh in het long-weefsel, in de bronchien, de bloedvaten en het hart heeft gevormd, op te lossen, en voor opslorping vatbaar te maken.
Volgens brodie l) zou het arsenicum het getal polsslagen doen verminderen, door middel der zenuwen. Het hart werd onmiddelijk na den dood niet meer kloppende gevonden , en kon de werkzaamheid door het inblazen van lucht in de longen niet wederom worden opgewekt, zijnde het hart voorts uitgezet. Deze werking van het gif geschiedt niet onmiddellijk op de spiervezelen van het hart, maar hangfe waarschijn-lijk alleen af van den invloed der zenuwen op dit deel. Chambell 2) vond na de vergiftiging met rattekruid, onmiddellijk' na den dood , het hart onbewegelijk door galvanische prikkeling, terwijl de willekeurige spieren nog langen tijd hare contractiliteit behielden, en
met eenige vergiftige zelfstandigheid zijn behandeld gewor­den? In het dagblad de Nederlander wordt die vraag toc-stemmend beantwoord, volgens Art. 1540—1545 van het Burgerlijk Wetboek.
') Hell, Archiv für die Physiologie, B XII, f. 288. Ueber die Wirkungen des Arseniks.
2) Archiv von roseu, wunderlich und gkiesikger, B. VI, f. 522.
-
-ocr page 54-
4-2
de motus peristalticus voortduurde , terwijl de linker helft van liet hart met arterieus bloed gevuld was. Meermalen werden ook roode of zwarte vlekken en ecchymosen in het endocardium, en in de zelfstandig-heid der harte-kamers aangetroffen. Arsenigzuur, in de äderen gespoten, deed de bewegingen van het hart binnen 24 seconden stilstaan. Hertwig *) stelt, dat de werking van het arsenicum in kleine giften bestaat in eene eigenaardige opwekking der werk-zaamheid van het zenuwknoopen-stelsel, cn der daarvan af hankelijke organen , en van de watervaten en äderen, waardoor het vegetatieve proces tot een zekeren trap versterkt en verbeterd kan worden. Hij houdt dit middel dus alleen aangewezen in ziehten, waar de energie van het vegetatieve leven , wegens verminderde werkzaamheid van het zenuwknoopen-stelsel, verzwakt is. Hebtwig zag, in tegenstelling van anderen, even als schubaet , de prikkelbaarheid van het hart, bij onderschoidene, door rattekruid gedoode Paarden, Honden en Katten, zelfs een half nur na den dood, nog voortduren.
Men ziet dus, dat men over de naaste werking van het rattekruid op het dierlijk ligchaam nog verschillend denkt, en dat de uitkomston der , te dezen op dieren genomene, proeven nog gedeeltelijk tegen elkander overstaan. Nog andere waarnemingen en beschou-wingen omtrent de werking van dit middel, en de verschijnselen, welke het teweegbrengt, naarmate
') Arzneimittellehre, f. 772.
-ocr page 55-
43
van het verschil der dieren gt;) en van de giften, waarin het wordt aangewend, moeten wij hier voorbij gaan. Indien men mag aannemen, dat het middel een verzwakkenden invloed op het hart en de slagaderen, hetzij dan onmiddellijk op de spiervezelen of middellijk door de zenuwen , uitoefent, zou hierdoor misschien het verschijnsel te verklaren zijn, dat het rattekruid het vermögen bezit, zooals nit de vroeger mede-gedeelde #9632;waarnemingen schijnt te blijken het geval te zijn, om den voortgang der longontaarding, al-thans voor eenigen tijd, te doen stilstaan en de ge-wone verschijnselen te doen ophouden. Hiertoe zal tevens de onthouding van alle voedsel, gedurende
') Het is bekend , dat het arsenictim niet op alle dieren in dezelfde giften even stork werkt. Het Paard verdraagt daarvan betrekkelijk groote hoeveelheden, en men wil zelfs, dat sommige landlieden in andere landen daarvan gebruik maken om de Paarden te doen groeijen, en de haren een glad en glänzend aanzien te doen verkrijgen. Bij Honden en fatten verwekt het van Vj tot 1 grein, 8 dagen voort-gezet, een sterk verminderden eetlust, somwijlen braken , bloedigen afgang, verzwakking, pijnlijken hoest, en na 20—30 dagen den dood (hertwig, Arzneimittellehre 769). Ten aanzien der uitwerking van bepaalde giften bij de her-kaauwers zijn, volgens hertwig, geene zekere waarnemingeu bekend. Bij Schapen schijnt het arsenicum, volgens de proeven van dauger en flandin, in geringe hoeveel-heid te worden geabsorbeerd. {Compte-i-endus, Tom. XVT, pag. 53. Men vergelijke hiermede de in 1848 aan de yfca-demie des sciences medegedeelde onderzoekingen van arsenik-vergiftigingen bij Schapen.
-ocr page 56-
44
eenige dagen, door de bloedmaking en den aandrang van het bloed naar de longen te verminderen, kracht-dadig kunnen medewerken.
Bij de opgegevene geneeswijze wordt aangeraden , om inzonderlieid mede op de honger-kuur te letten , daar dit vasten veel tot de herstelling moet bijdragen. En voorzeker wordt hierdoor de opneming van het middel onder liet bloed zeer begunstigd, daar de weinige greinen van het rattekruid, onder de, met voedsel gevuldc maag en darmen gemengd wordende, eene on-voldoende uitwerking zullen te weegbrengen. 2) Vol-gens het voorschrift wordt het middel in opgelosten staat toegediend, waardoor het voorzeker krachtiger werkt, dan wanneer het in een meer vasten vorm wordt gegeven. De proeven, door hertwig , op verschillende dieren genomen, hebben bevestigd, dat
2) Het zou niet onbelangrijk zijn , om eenige Longzieke Eunderen aan eene bloote honger-kuur te onderwerpen , ten einde te onderzoeken, in hoever deze, zonder rattekruid of eenig ander geneesmiddel, tot de herstelling toebrengt, en of zij niet welligt daaraan alleen of grootendeels zal moeten worden toegekend. Ook de quot;Vee-arts dupont raadt, bij de ontstekingwerende geneeswijze, eene volstrekte onthouding van voedsel aan. De zieke Kunderen mögen volstrekt geen vast voedsel erlangen, zoolang als zij , bij de percussie der borstwanden, kreunen, en een kermend geluid te kennen geven. Zij mögen alleen lijnzaad-drank en afkooksels van wortelen en verzachtende kruiden ont-vangen, of, bij weigering van deze, koud water; (a. p. pag. 230).
-ocr page 57-
45
dezelfde gift van het arsenicum In een vloelbaren Staat genoegzaam eens zoo schielijk en hevig werkt als in pillen , en wijders , dat een dier eene tamelijk sterke gift van arsenicum zonder zigtbaar nadeel ver-droeg, wanneer zulks kort na eene behoorlijke vcr-zadiging werd ingegeven, terwijl het daarentegen aan eene gelijke gift stierf, wanneer bet middel, na voorafgaande verzadiging of bij geringen eetlust, werd aangewend.
De Heer van dommelen stelt l), tegen het ge-voelen van enkele Vee-artsen, en vele Veehouders , waarvan sommige der eerste hoog van hunne gene-zingen opgeven, dat, volgens zijne eigene ervaring , en die van anderen, de, van de ware Longziekte opgekomene, Runderen nimmer genezen, maar slechts hersteld worden, met andere woorden, dat, hoe ook, in vele gevallen, tot eene spoedige vetmaking geschikt, zij echter, in de meeste gevallen, veel minder dan andere, de Longziekte niet doorgestaan hebbende, Eunderen, voor aanfokking en ruime melkgeving geschikt zijn; — dat de Longziekte, zijns inziens,
1)nbsp; Maatregelen ter sluiting van de Longzielete onder het Bundvee, Leiden 1851, bladz. 37 en 38.
2)nbsp; Wij kunnen deze uitspraak in overeenstemming brengen met die van den Belgischen Vee-arts dupont (a. p. pag. 329), wanneer hij zegt: // On peut dire, sans exageration, que toutes les ressources de la tkerapeutique ont e'te epuissees sans trouver une arme assez acere'e pour combattre ce terrible fie'au de Vagriculture. Les remedes les plus divers ont e'te, tour ä tour, preconises, et beaucoup malheureusement rtont trouve , pour le vanter, que lews propres aitteurs.raquo;
V
-ocr page 58-
40
ongeneeslijk is. Ik ben het te Jezen met het ge-voelen van mijnen geacliten en kundigen voormaligen leerling in de hoofdzaak volkomen eens, dat namelijk in de gevallen, wanneer de long-ontaarding een eenigzins aanmerkelijken trap heeft bereikt, geen geneesmiddel in staat is de longen tot hären normalen staat terug te brengen, maar dat er altijd meer of minder onherstelbare organische gebreken overblijven, en dat dus de ziekte, eens ontwikkeld zijnde, als ongeneesbaar moet worden beschouwd, zooals ik mij hierover reeds vroeger heb verklaard. •)
Zal men nu meer van het arsenicum mögen ver-wachten, dan van zoo vele andere gepreconiseerde middelen of geneeswijzen ? Dit zal de ondervinding verder moeten uitwijzen. Niet alle Vee-artson hebben er eene gunstige uitwerking van ondervonden. Indien men aan sommige, tot ons gekomene, berigten geloof mag hechten, dan zouden van de, vroeger als genezen beschouwde, Kunderen reeds eenige overleden zijn , en andere steeds in een kwijnenden staat verkeeren.
Wei wordt als eene voorwaarde voor het gebruik en de voordeelige werking van het arsenicum gesteld, dat het moet gegeven worden , zoodra de ziekte zieh vertoont. Maar wie weet niet, zooals reeds hierboven is aangemerkt, door de ondervinding van eene reeks van jaren, dat bij de eerste kennelijke verschijnselen der ziekte, de ontaarding in ver de meeste gevallen reeds aanmerkelijke vorderingen heeft gemaakt, terwijl de ziekte zieh in het eerste of verborgen tijdperk
gt;) Vee-arts. Magmijn, D. IV, bladz. 387 en 388.
-ocr page 59-
!
47
(stadium incuhationis) door geene uitwendige ver-schijnselen doet kennen. l) En wil men het middel ter voorbehoeding aanwenden, dan zal het aan al de nog schijnbaar gezonde Eunderen van eenen stal, waarop zieh slechts bij een of weinige stuks de ziekte heeft geopenbaard, behooren te worden toegediend; waardoor de vergiftiging van het vleesch en der melk, en daardoor de winstdervingen voor den Veehouder niet weinig zullen vermeerderd worden.
Bestaat er nog verschil van gevoelen of het vleesch van Longzieke Kunderen op zieh zelf, door den mensch, zonder nadeel voor zijne gezondheid, kan worden ge-nuttigd , al dan met, de vrees voor het nadeel zal niet weinig moeten vermeerderd worden, wanneer men
•) Dit werd onlangs bevestigd, doer de belumdeling van een longziek Kund, bij hetwelk zieh eerst sedert een paar dagen eeuige twijfelacbtige verschijnselen van ongesteldheid hadden geopenbaard, alleen daarin bestaande, dat het beest niet met de gewone graagte het gewone voedsel tot zieh nam. Het werd onverwijld aan de rattekruids-geneeswijze , met de daaraan verbondene honger-kuur, ouderworpen, zonder eenige beterschap te weeg te brengen. Het Kund, zijnde eene Koe, stierf na ongeveer 14 dagen, terwijl zij kort te voran het kalf te vroeg had afgeworpen. Bij de opening Week, dat, be-lialve de overige gewone veranderingen, de aangedane long tot een buitengewonen omvang was vergroot en verhard, waaraan de indrukken der ribben kennelijk waren. De on-merkbare verandering van het longweefsel, zonder dat de dieren dit in het begin door uitwendige ziekte-verschijnselen te kennen geven, zal kunnen verklaard worden uit de ge­ringe organische gevoeligheid der longen.
-ocr page 60-
48
niet weet, of in het onzekere is, of claaraan het rattekruid is toegediend.
Wij zijn derhalve, op grond van al het aange-voerde van meening, dat, indien het uit een weten-schappelijk, dat is zuiver therapeutisch, oogpunt belangrijk kan zijn de proefneraingen met het arse-nicum voorttezetten, de aanwending van dit gif uit-sluitend door den erkenden Vee-arts of andere be-voegden behoort to geschieden, en zulks onder de zekerheid, dat de melk van de daarmede behandelde Kunderen, gedurende ten minste 5 of 6 weken, immers zoolang totdat het door een scheikundig on-derzoek blijkt, dat zij van alle arsenik is bevrijd, niet door den mensch worde genuttigd, alsmede, dat die Eunderen binnen deze tijdruimte niet worden verkocht of voor de consumtie geslagt.
Wenschelijker zal het echter — ik mag het niet ontveinzen — naar mijn oordeel, zijn, tedezen geheel van het aanwenden van arsenicum af te zien, en zal men ook schier mögen voorspellen, dat het op den duur niet zal beantwoorden aan de gunstige ver-wachting, welke men daarvan aanvankelijk, uit een zeker getal van proefnemingen, heeft opgevat, en dat het zijn roem weldra zal overleefd hebben. Maar, indien het al tegen mijne verwachting mögt bewezen worden, dat het arsenicum als het eenige middel zou raoeten worden beschouwd, dat met vrucht ter ge-nezing of voorkoming der Longziekte kan worden aangewend, dan komt nog de vraag in aanmerking, wat te verkiezen zij de ziekte aan zieh zelve over te laten, en daardoor eenige honderde stuks vee meer
-ocr page 61-
i'J
verloren te doen gaan, dan de bevolking des lands aan liet gebruik van, met dit gif bedeeld, vleesch en melk bloot te stellen, iinmers tot zoolang wij ons de gewoonte niet hebben eigen gemaakt der bewoners van sommige atreken in Neder-Oostenrijk, Sfier-marken, en aan Honijarije yrenzendc Berg-streken, ahvaar de boeren de gewoonte zouden hebben van dagelijks eenig arsenicam te gebruiken, met oogmerk om zicli daardoor een gezond en frisch uitzien en een zekeren trap van gevoedheid (Wohlbeleihtheit) te ver­schaffen , omtrent hoedanige vergift-eters men een uit-voei'ig berigt vindt meclegedceld, d-^^r Dr. J. j. von tsgudx, in het Wiener Medicinisoht gt;. Wochenschrift van 11 Oct. 1851 jStquot;. 21 l).
In welke waarde-verhouding toch staat het behoud van eon of meer hondertallcn Runderen tot het ver­lies van een eukel menscheu-leven ?
') Volgens rigler , zouden de menschen zieh kunnen gewennen aan het eten van mllhnaat, ran 1 grein tot Vj drachma daags, met en zonder opium.. Het narcotisch ver­mögen van het laatste wordt door de suhlimaat vastgelegd. Zij betuigen, dat de suhlimaat reeds op zieh zelve een onbe-schrijfelijk gevoel van welbehagen verwekt, {Präger Viertel-jahrschrift für practiscli.e Heilkunde 1852 S. 123).
Wij zouden onze landgenooten , die lets ter opwekking der levensgeesten mogten behoeven — indien hier nog eene waarschuwing noodig ware — ontraden van deze cordiale versnapering daartoe gebruik te maken, vreezende, dat het, vdör dat zij er regt aangewend zullen zijn, menigeen wat kwalijk zou kunnen bekomen.
4
-ocr page 62-
50
Dat op deze vraag alleen uit het oogpunt der zede-lijke waarde, niet naar eene geldelijke eveuredigheids-berekening der vleesch-ponden, zal mögen worden geantwoord, behoeft voorzeker geen betoog.
Het tweede middel, hetwelk men ter genezing der Longziekte met een goed gevolg wil hcbben aange-wend, is het zwavelzuur-ijzer of sulphas ferri. Of-schoon de waarnemingen daaromtrent ook nog niet talrijk genoeg mögen zijn, om daarop een voldoend vertrouwen te vestigen, torwijl ook hier dezelfde opmerkingen gelden, welke ten aanzien van het arseni-cum gemaakt zijn, dat namelijk de uitslagafhankelijk blijft van het tijdperk en den min of meer gevorderden trap der ziekte, zoo verdient het daarom boven het rattekruid de voorkeur, als behoorende niet tot de vergiftige zelfstandigheden. Het maakt zelfs een be-standdeel uit van het gezonde dierlijke ligchaam raquo;).
') Op kleinere dieren schijnt het zwavelzuur-ijzer sterker en nadeeliger te werken dan op grootere, die er aanmerke-lijke hoeveelheden van verdragen, hoewel zeer groote giften ook op deze schadelijke uitwerkingen te weeg brengea. Wanneer men intusschen van een vergif spreekt, in tegen-stelling van een geneesmiddel, dan zal men, ten aanzien van het laatste, wel steeds onder het cog dienen te houden, dat het in de bekende hoeveelheid werde aangewend, waarin het door versclnllende dieren wordt verdragen, zonder hetwelk trouwens vele geneesmiddelen als vergiften zullen moeten worden beschouwd, welke daarvoor in de Maieries Medica niet te boek staan.
-ocr page 63-
n
51
Het is tevens onkostbaar, en vordert evenmin eene omslagtige wijze van toediening. Dan wij willen voors-hands geen grooter vertrouwen stellen op de working van het sulphas ferri, dan aan het arsenicum en andere middelen zal mögen worden toegekend.
Het is de koninklijke Districts-Vee-arts König te Kyritz, nabij Berlijn, die in het jaar 1849 met het zwavelzuur-ijzer proeven heeft genomen, waarvan de uitkomsten zijn medegedeeld in het Magazin für die Gesammte Thierheilhmde, van Dr. g. f. gurlt und Dr. c. h. heetwig, B XVI S. 284 u. w. Wij zullen daarvan een kort overzigt nit dit Tijdschrifit, in verband tot de beschouwing van geiioemden Vee-artsenijkundige omtrent den aard der Longziekteraquo; laten volgen.
König beschouwt de Longziekte, bij de zeer uit-eenloopende denkwijze over den aard of het wezen dezer ziekte, als, onder alle omstandigheden te be-staan in een exsudaat in de longen, waardoor de bekende hepatisatie wordt voortgebragt. Dit exsudaat vormt zieh in het begin der ziekte in een klein ge-deelte der longen, in den regel aan den achterrand, terwijl er nog gecn spoor van ontsteking in de, nog niet door het exsudaat ingenomene, longdeelen te ont-dekken is. Zelfs het exsudaat vormt zieh door plas­tische lympha zonder duidelijk voorafgaande sporen van ontsteking; de uitgezweete massa verkrijgt van lieverlede de gewone vastheid, en geeft eerst aanlei-ding tot ontsteking in het aangedane longgedeelte, en eindelijk ook der pleura, zooals de openingen van dieren, die in het eerste tijdperk der ziekte ge-slagt worden, duidelijk bewijzen,
4raquo;
#9632;.
-ocr page 64-
In geen ^nil gaat eene ontsteking het exsudaat vooraf, en op zijn hoogst kunnen (lit laatste en de ontstekiii^ als gelijktijdig (isochronisch) worden be-schomvd. In dit opzigt komt het gevoelen van König dus met de zienswijze van Dr. gebold genoegzaam ovoreen, doch verschillcn beider theorien in zoo verre, dat de eerste geenszins de primitieve oorzaak der bloedophooping en doorzweeting in de longen stelt gelegen te zijn in eene verlamming der longzenuwen, gelijk laatstgeftielde Schrijver, zooals wij boven gezien hebben, aanneemt.
Hoewel, volgens König , ontsteking gegrond is in eene verhoogde vegetatie-proces, met opvolgende door­zweeting , zoo bestaat er ten aanzien der Longziekte dit gewigtig onderscheid, dat hier deze uitgang zonder voorafgaande kenbare ontsteking wordt voortgebragt. Hieruit volgt, dat de Longziekte in eene ziekelijke gestelclheid van het vegetatieve proces gegrond is, welke onmogelijk van eene ziekelijke aandoening der longen alleen kan uitgaan, maar die in het geheele dierlijke Organismus moet verbreid zijn, en zieh op de longen werpt, en zieh daarin localiseert, zooals de , door hem gevolgde, behandelingswijze hem daarin bevestigd heeft.
De oorzaken dier algemeene ziekelijke voorbereiding of voorbeschiktheid tot de Longziekte worden door hem vooral gezocht in de ondoelmatige wijze \an voedering en verzorging van het vee, welke ver-zwakkend op hetzelve werken. Wij hebben reads vroeger nopens dit punt onze meening doen kennen en doen opraerken, dat men te dezen onder het
-ocr page 65-
itf
53
oog dient te Louden of de ziekte onmiddellijk door besmetting is aangebragt, dan wel zieh eigenwillig, dat is, zonder den invloed der smetstoffe , hebbe ont-wikkeld. Op welke laatste wijze van ontstean König den aard der ziekte en hare behandeling grondt.
Ofsclioon de Longziekte bet meest allt;jemeen bet karakter van zwakheid, van atonie, asthenie en torpor bezit, zooals zieh reeds uit de oorzaken laat veron-derstellen, zoo is, volgens König , een ander of tegenovorgesteld karakter toch niet onmogelijk, waar-voor hij zelfs bewijzen bezit. Ongeacht den bestaan-den asthenischen toestand, ontstaat er exsudaat in de longen en dan eerst doet zieh de ontsteking kenbaar #9632;waarnemen in de ontaarde longdeelen, en eindelijk ook in de pleura.
Men zal zieh steeds overtuigea, dat, wanneer de disorganisatie der longen slechts eenige vorderingen heeft gemaakt, de genezing hoogst twijfelacbtig, en in de meeste govallen onmogelijk is, terwijl in bet zoogenaamde eerste tijdperk, vvaarin de ziekte des-niettemin reeds in hare ware gedaante aanwezig is , ofschoon zieh niet door waarneembare uitwendige verschijhselen te kennen gevende, de herstelling, ja eene vrij zekere genezing, denkbaar is.
Hij wil deze beschouwing en de waarnemingen zijner gevolgde geneeswijze alleen hebben aangemerkt als te dienen, om tot verdere proefiiemingen en #9632;wetenschappelijke nasporingen op te wekken en den weg daartoe aan te wijzcn.
Reeds vroeger de Longziekte uit dit oogpunt heb-bende beschouwd, word hij, in 1840, in de gelegen-
-ocr page 66-
54
heid gesteld, haar te behandeleu op het Landgoed Heinrichs/elde, op hetwelk 35 Kunderen werden geliouden, waarvan de melk te Berlin werd verkocht, en welk vee, om de hoeveelheid van deze, ofschoon waterachtige, melk te vermeerderen, des zomers op den stal met groenvoeder werd onderhouden, en waaraan, behalve veel drinkwater, drank gemengd met gebroken graan en oliekoeken werd toegediend, terwijl het groenvoeder uit sappige planten, als groene wikken , groene boekweit, groene spurrie, en in den nazomer dikwijls uit, door den dauw en regen bevochtigde, mangelwortel-bladeren bestond. Ten einde de diercn, bij het eten van de sappige groen-voeders te dwingen eene zooveel mogelijk groote hoeveelheid meel- en oliekoek-drank tot zieh te nemen, werd aan ieder stuks vee, eene ongewoon groote hoe­veelheid , namelijk van 8 tot 10 en 12 looden keuken-zout daags, gegeven, ten einde een aanhoudenden dorst op te wekken. Onder deze levenswijze werd het vee in eene meer of minder vette gevoedheid gehouden; doch er openbaarde zieh bij hetzelve een algemeen hoesten, dat reeds lang, ten minste vier weken vöör het uitbreken der longziekte, werd waar-genomen, en zelfs door de landlieden als ongewoon werd erkend. Eindelijk brak de ziekte uit op den 16 Nov., zonder dat men eenig vermoeden koes-terde, dat het de Longziekte was, doch van welker bestaan men zieh, door de opening van de eerst ziek gewordene Koe, volkomen overtuigde.
Bij de nasporing omtrent het ontstaan der ziekte , bleek het, dat hier aan geene overdraging van smet-
-ocr page 67-
if
55
stoflfe te denken viel. Wel was deze Koe voor 6 of 7 weken van een daglooner uit een nabijgelegen dorp aangekocht, doch kon zelfs niet door den ijve-rigsten contagionist met eenige waarschijnlijkheid worden beweerd , dat de Longziekte hier door be-smetting was aangebragt, immers de, in Blankenberg aangekochte, koe was reeds sedert lang in het bezit van den daglooner geweest, en noch bij dezen, noch bij andere Veehouders in de omstreek, had zieh de Longziekte sedert menschenleven onder het Kundvee vertoond.') Dat juist deze Koe het eerst ernstig door de Longziekte werd aangetast, kon zijnen grond hebben in eene sterke mate van voorbeschiktheid, doch hoofdzakelijk daarin de verklaring vinden, dat zij minder aan de voedingswijze gewoon was, welke, be-nevens de meel- en oliekoek-drank, juist in den herfst, uit veel en dikwijls natte mangel-wortel-bladeren be­stand, terwijl het vele toegediende zout een kunst-matigen dorst onderhield, en tot onmatig driüken aanzette,
In de eerste twee dagen, welke hierna volgden, werden nog drie Koeijen ziek, zoodat het tweedetijd-
l) Wij mögen hierbij niet onopgemerkt laten, dat niet altijd de Runderen zelve de overdragers der smetstoffe zijn , daar deze ook door andere zelfstandigheden, en wel längs wegen, die niet altijd kunnen worden nagegaan, kan worden aan­gebragt. Wij hebben van zoodanige overdragingen, door personen, goederen en ook door meststoffeu, meerdere voorbeelden in onze meergemelde Verhandeling bijgebragt, Vee-artraquo;. Magazijn, Deel FV, bladz. 97 en volg.)
i
-ocr page 68-
56
perk der ziekte, uatnelijk hot begonnen exsudaat, onder koortsige verschijnselen, niet te miskennen viel, en men aan den waren aard der ziekte te minder behoefde te twijfelen , daar de Iioest zieh reeds alge-meen onder het vee had uitgebreid.
Het veo was niet alleon goed gevoed, maar voor het grootste gedeelte vet. De melkgeving kon dus bij de voedingswijze niet anders dan aanzienlijk zijn. De zigtbare slijmvliezen waren bij al de Koeijen natuurlijk, en slechts bij de drie, in het tweede tijd-perk verkeerende , waren de vaten der conjunctiva sterker uitgedrukt, echter niet zoo zeer daardoor, dat de kleinere, anders onzigtbnre, bloedvaten rooder waren , maar veel meer door eene storkero uitzettino-der buitendien zigtbare kloine äderen. Het mond-slijmvlios was niet droog en sleclits bij de, in het tweede tijdperk zieh bevindende , zieken was de tem-peratuur afwisselende aan de horens en ooren, soin-wijlen koud, dan wederom heet. De polsen waren vol, bij eenige staks zell's hard , bij alle echter krachtig, en alleen bij de zieken van het tweode stadium eenigzins menigvuldiger. De urien i-eageerde bij al de Kunderen sterk alcalisch , terwijl de darm-ontlastingen brijachtig waren, on zelfs gedeeltelijk eene waterachtige hoedanigheid hadden. De algemeen verspreide hoest was niet geheel krachteloos, en voor het overige gewoon, en bij eene opmerkzame waar-neming had er reeds bij meerdere Koeijen eene ver-anderde, eenigzins verliaaste, doch niet oppervlakkige, ademhaling plaats, terwijl de auscultatie aan de linker borstzijdo een sterk geruisch deed waarnemen ,
.
-ocr page 69-
f
57
on de zieken in het tweede tijdperk de gewone moeije-lijkheden der ademhaling vertoonden.
Ofschoon nu de dieren, met uitzondering der drie, in de hoogere trappen ziek zijnde, in het algemoen nog eeu goeden eetlust te kennen gavcn , zoo was deze toch bij tusschcnpoozen eenigermate flaauwer, en merkte men dlkwijls op, dat de Koeijen minder vrolijk waren , en in zieh zelve oene ongesteldheid toonden te gevoelen.
Onder deze omstandigheden , kon König , volgens zljne ervaring ten aanzien der Longziekte, in het minst geene ontsteking van een zuiver stenisch ka-rakter erkennen; veeleer stond bij hem de overtuiging vast, dat hier een tegenovergesteld ziekte-karacter aanwezig was, en dat de behandeling bovonal bij de nog gezond schijnende voorwerpen, en niet minder bij de reeds zicke Koeijen ernstig moest worden aange-grepen. Hij had zieh cvenwel overtuigd, dat wij helaas! geen zeker middel tegen de Longziekte be-zitten ; hij wist, dat de tot verre gelukkige herstel-linsen meest aan het toeval moesten worden toege-schreven, bij zoo vele , als waarvan nu en dan met grooten ophef gesproken wordt; hij meende eindelijk door de, op wetenschappelijke gronden gevestigde , aanwijzingen niet op den regten weg te zullen worden gebragt, dewijl hij daarvan geen gewenscht gevolg had ondervonden, en omdat wij den aard der Long­ziekte nog niet genoeg kennen. Hij had vroeger, behalve andere middelen , ook dikwijls etterdragten aangewend, doch zieh moeten overtuigen , dat zij geh eel nutteloos zijn. De eueren werden ziek, al
l
-ocr page 70-
08
kwamen de dragten ook nog zoo goed tot etterlng, en bij de reeds kennelijk zieke Runderen werd de genezing daardoor in geenen deele begunstigd. Die van etterdragten bij de Longziekte nut wil hebben gezien, zooals bet ook hem gegaan is, die möge zonder vooroordeel waarnemen , en hij zal, op de daarbij plaats gehad hebbende omstandigheden lei­tende , zieh van het tegengestelde overtuigen.
Volo-ens deze gezigtspunten werd König genoopt een anderen weg in te slaan, en het zwavelzuur-ijzer (sulphas ferri) tagen de Longziekte te beproeven , hiertoe opgewekt door de empirische genezing sie er van rademachee. Ofschoon zieh niet met al de grond-beginselen der theorie van dezen Geneeskundige vereenigende, meent hij toch, dat de Longziekte het naast tot die categorie moet gebragt worden, welke door bademachee ijzerziehten worden genoemd, dat zijn de zoodanige, welke met ijzermiddelen moeten behandeld worden. Hij stelt evenwel daarom niet, dat dit altijd het geval zou zijn, maar is van ge-voelen, dat somwijlen ook salpeter en daarmede overeenkomende zouten, (misschien ook koper?) aan-gewezen kunnen zijn, namelijk wanneer de ziekte door besmetting bij eene bepaalde constitutie der be-smette dieren is ontstaan.
Hij ging te eerder tot de bedoelde geneeswijze over, daar het ijzer het naast verwant is aan de zuren en de roboraniia ßxa, en hij reeds vroeger had waarge-nomen, dat deze roborantia bij de Longziekte eene gunstige uitwerking te weeg brengen. Hij koos nu bij voorkeur het zwavelzuur-ijzer, om den goedkoopen
-ocr page 71-
59
prijs. Van dit middel werd aan al de Koeijen , die meer of minder hoestteden, en over het geheel in het eerste tijdperk der ziekte verkeerden,, tweemalen daags, can half once zwavelzuur-ijzer in een half of drie vierde mingel water opgelost, ingegeven, terwijl elk der drie, waarbij de ziekte het tweede of koortsige tijdperk reeds was ingetreden, driemalen daags, 6 drachmen bekwamen. De voederingswijze werd hierbij eenigermate veranderd, doch niet ge­heel , omdat hij de uitwerking van het middel alieen, cn niet van een geheel veranderden leefregel, wilde ondervinden.
Door het enkel gebruik van het ijzer op de voor-geschrevene wijze, was reeds binnen weinige dagen bij de Koeijen een verbeterde toestand merkbaar. De volkomen goed verteerde darm-ontlastingen bleven brijachtig, doch verloren hare waterachtige gesteldheid, en waren door het ijzer zwart gekleurd. De eetlust werd opgewekter, het uitzien vrolijker, de melkaf-scheiding rijkelijker, en de hoest nam af. De drie in het tweede tijdperk verkeerende Kunderen, die in een afzonderlijken stal geplaatst waren , herstelden tegen alle verwachting spoedig, zijnde alieen , na vijf tot zes dagen, nog hoest, en het, bij de auscultatie kenbare, geruisch aan de linker zijde der borst, als de eenige ziekte-verschijnselen overgebleven. In-tusschen werd het sterker gebruik van het ijzermiddel bij deze voortgezet, en werd zelfs drie malen daags een once van hetzelve toegediend. Dit is echter de gift, waardoor ligtelijk doorloop wordt voortgebragt, welke als maximum is te beschouwen. Deze dosis
-ocr page 72-
60
kan wel zonder gevaar beproefd worden , docli mag in den regel slechts gedurende een körten tijd worden gegeven.
Nadat 14 dagen lang met het gebruik van hot ijzer was voortgegaan, oordeelde köxig daarmede eenige dagen te moeten ophoudon , hoewel de Koeijen nog altijd eenigzins boestende bleven, en de %-olkomene genezing nog niet was gevolgd. Middelerwijl werden twee oude Koeijen ziek, die reeds sedert lang aan eene chronische longaandoening geleden hadden, en wel, zoodanig, dat de ziekte een raschen voortgang maakte. Eene dezer Koeijen stierf, en de andere werd geslagt, dewijl er geene hoop op genezing bestond. Bij de opening trof men bij de eene Koe zeer vele en ongewoon groote vomicae aan, die van gezonde , niet ontstokene, long-zelfstandigheid om-geven waren; bij de andere waren beide longen met eene groote hoeveelheid hydatides opgevuld. Beide Koeijen waren intusschen door de Longziekte aan-getast; de linker longen waren aan de achterste ge-deelten tot '/raquo; van het geheel, op de wijze der Longziekte, gehepatiseerd.
Ofschoon deze twee Koeijen ook zonder de Long­ziekte den dood zouden zijn prijs gegeven, zoo bleef de ziekte toch in hare ernstige gedaante onder den overigen stapel bestaan, en was de genezing cog geenszins volkomen. Er werd dus wederora tot het ijzer de toevlugt genomen, en er verliepen wederom 14 dagen, onder zigtbaar welbevinden der dieren; slechts wilde de hoest nog niet wijken; intusschen waagde König het niet het ijzer onafgebroken tegen
I
-ocr page 73-
'!
61
den nog uiet overwonnen vijand voort te zette.'i. Naauwelijks was met hat gebruik daarvan eenige dagen opgehouden, of er kwamen wederom meerdere ziektegevallen bij, waardoor hij genoodzaakt werd op nieuw het reeds bekende middel aan te wenden. Aan de Koeijen, die slechts hoestcden, werd, gelijk vroeger, en aan de, in het tweede tijdperk verkeerende, de opgegevene stärkere gift, waarbij tartarus stibiatus met het ijzer werd verbunden, toegediend; doch meer-genoemde Vee-arts verkreeg de ovortuiging, dat de bijvoeging volkomen ontbeerlijk was, zoodat hij op de aanwending van het ijzer alleen terugkwam. Een-maal waren de ontstekings-verschijnselen in het oog-vallenda, en hij diende, in plaats van ijzer, salpeter toe , doch moest hij daarbij eene onaangoname ver-ergering der ziekte ondervinden, en wederom tot het ijzer de toevlugt netnen. De genezing gelukte in-tusschen tegen zijne verwachting goed.
Tot aan den 23 December, werd nu aan alle Koeijen ingegeven, dus wederom gedurende 14 dagen. Daar hij intusschen nog altijd vrees had opzigtelijk het lang gebruik van het ijzer, werden in den laatsten tijd zwakkere giften gegeven, te meer op grond der veronderstelling, dat zulks voldoende zou zijn, dewijl toch de inderdaad nog niet geheel verdwenen hoest in het algemeen niet volkomen zou worden weg-genomen.
Nadat echter het middel niet meer werd aangewend, nam de hoest van dag tot dag wederom toe, vooral in de eorste dagen van Januarij. Tevens werd eene Koe zoo hevig ziek, dat bare geheele toestand, vooral
:
-ocr page 74-
62
echter het schier volkomen on vermögen om te hoesten, geene genczing kon doen verwachten, devvijl het bestaan van een uitgebreid exsudaat in de longen niet te miskennen viel, zelfs toen men op de ziekte opmerkzaam was geworden. Bij deze Koe, die, buiten weten van den Vee-arts, gedurende vijf dagen, tijdens de ziekte, onder het overige vee was gebleven, hielp het ijzer niets, en zij word als ongeneesbaar geslagt.
Inderdaad wendde hij nog wederom bij alle Koeijen het ijzer aan ; dan, er moest iets bestaan, waardoor de ziekte onderhouden werd, en dat de werking van het middel tegenging, hetwelk niet alleen in de voedering gelegen was. Het dagelijksch gebruik van het keukenzout trok de aandacht, en kwam bij KÖNIG in verdenking. Hij vernam, dat aan elke Koe dagelijks 8, 10 tot 12 looden van dit zout werden verstrekt, welke in deze hoeveelheid eene, aan het ijzer tegenovergestelde, werking kon voort-brengen. Met de zoutvoedering werd daarom acht dagen lang opgehouden, en even zoo lang het ijzer in sterkere giften, van 6 drachmen tot 1 once, twee-malen daags, aan alle Koeijen ingegeven; gedurende de volgende 14 dagen werden de giften verminderd, en tot op, twee malen daags, •/raquo; once tot 6 drachmen, voortgezet, en daarbij twee malen 's weeks eenig zout, namelijk 2 looden aan elke Koe gegeven. Na het verschoven en spaarzamer toedienen van het zout, was het vee minder gulzig in het drinken, en nam de hoest met elken dag af, zoodat zij, na ongeveer 14 dagen tot 3 weken, gehecl ophield, waama de
-ocr page 75-
Longziekte, zonder verder verlies van vee, geheel geeemdigd was.
König voegt aan zijne waarnemingen nog de vol-gende opmerkingen toe; namelijk, dat de door hem, naar waarheid medegedeelde daadzaken, en zijne ge-zigtspunten omtrent de Longziekte wel, daarvan is hij zeker, bij zijne Ambtgenooten voorloopig geen ingang zullen vinden. Immers zoo natuurlijk en overeenkomstig de ondervinding ook Let geheel zijn möge, zoo zal toch vooral de eenvoudige behandeling aan velen te empirisch voorkomen, en zal men met scholastieke wijsheid eene waarneming van de hand wijzen, die zieh nog niet in een wetenschappelijk systeem laat inpassen. Van eene andere zijde zal men aanvoeren, dat eene enkele waarneming nog geene ervaring is, en dat hij veel te voorbarig is met de gegevene mededeelingen, en daardoor aan-leiding zal geven tot eene blinde en doellooze aan-wending van het ijzer bij de Longziekte.
Ter beantwoording dezer tegenwerpingen voert König aan, dat men reeds, sedert langen tijd, niet meer op het dwaalspoor verheerende eener afgetrokkene beschou-wing der Natuur, heeft ingezien, dat de empirie de eenige zekere weg is voor de geneeskundige wetenschap-pen ; men weet, dat de Natuur, ook de ziekte, zieh onze idealen niet laten opdringen, en zieh niet in abstracte Systemen laten boeijen. Men heeft zieh overtuigd, dat het een gewaagde, zelfs verkeerde, weg is, wanneer wij analytisch van een nog zoo wetenschappelijk mid-delpunt, van eene verklaring, van een inzigt uit-gaande, de natuurverschijnselen daarin willen passen,
-ocr page 76-
64
daarnaar modelleren , en daarnaar verklaren, terwijl wij de Natuur opmerkzaam moeten gadeslaan, hare verschijnselen verzamelen, vergelijken, en tot een gemeenschappelijk middelpunt trachten te vereenigen. Dit is de zekere weg der ervaring, en daarom moet ook iedere waarnerning, ja elke beviiiding, in onze #9632;wetenschap van waarde zijn.
Ofschoon zijne ondervinding over cle aanwending van het ijzer bij de Longziekte nog onvolkomen möge zijn, zoo heeft hij zieh toch voldoende overtuigd, dat dit middel in de medegedeelde gevallen een werkelijk geneesmiddel is geweest, en daarom heeft hij gemeend zijne waarnemingen niet langer terug te moeten houden, vermits e'en rnensch voor de wetenschap slechts weinige waarnemingen kan doen, en het dus nuttig kan zijn, dat ook anderen daartoe worden opgewekt.
De aanwending van het ijzer bij de Longziekte deed bij König , ongeacht de overtuiging, die hij van hetzelve verkregen had, menige bedenkinger ontstaan. Hoewel eenigzins van nabij met de wer-king van het ijzer bekend zijnde , scheen hem tool het lang voortgezet gebruik niet zonder gevaar 13ij den mensch wordt het ijzer bij chronische zieh­ten wol een langen tijd, tot drie maanden en langer, gebruikt, maar men heeft ook opgemerkt, dat het langdurig gebruik van ijzer eene, aan eene typheuse gesteldheid gelijkcnde, ontmenging van het bloed ten gevolge heeft, en door overmaat een ziekte-toestand voortbrengt, overeenkomende met dien, welke door het ijzer zou worden genezen,
-ocr page 77-
65
reden , waarom met de aaiiwending sorawijlon eenige dagen wordt oj^gehouden. Hierop moest te meer de aandacht gevestigd worden , vennits hij genoodzaakt was bij zijne zieken geene kleine giften toe te dienen, en hij zieh met de werking van het ijzer nog niet genoeg bekend had gemaakt. Hij bekent dikwijls, gedurende halve dagen , met angstvallige opmerk-zaamheid zijne zieken to hebben gadeslagen , on hij kon voor de eorste maal de geheele behandeling aanwenden, toen de ziekte in de nabijheid zijner woonplaats was uitgebroken.
De Verhandeling van König wordt met de volgende resul taten besloten :
1raquo;. Ziekte-verschijnselen, welke bepaaldelijk voor de aanwending van het ijzer pleiten, heeft hij wel nog niet leeren kennen, doch zal uit het medegedeelde voorloopig door den denkenden Vee-arts een leiddraad kunnen verkregen worden. Bij chronische long-ziekten van een anderen aard, heeft hij dikwijls het ijzer met een goed gevolg aangewend , en ten minste oene betrekkelijke gezondheld bewerkt; in andere gevallen van schijnbaar gelijken aard. bragt bat ijzer reeds na eenige giften eene nadeelige nitwerking te weeg, en moesten Salpeter, of op de longen wer­kende geneesmiddelen, welke dan doorgaans verlig-ting te weeg bragten, worden toegediend.
2deg;. Men verwachte van het ijzer, evenrain als van eenig ander middel, geene hulp bij de Longziokte, wanneer de hepatisatie der longen aanmcrkelijke vorderingen heeft gemaakt. De geneeswijze moet namelijk in het eerste koortsvrije tijdperk ondernomen worden.nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; nbsp; 5
-ocr page 78-
6G
3deg;. Ileeft men zieh bij de Longziekte van haar asthenisch karakter overtuigd, dan gave men het ijzer zoolang , totdat het hoesten heeft opgehouden , en over het geheel de laatste sporen der ziekte ver-dwenen zijn. De disorganisatie der longen, als het gevolg der ziekte, en dus eene plaatselijke ziekte der longen zijnde geworden, behoort niet meer tot de Longziekte, en zal door ijzer niet genezen worden.
4deg;. Het ferrum sulphuricum schijnt voor het Rundvee het geschiktste ijzer-praeparaat te zijn, deels wegens zijne oplosbaarheid, en krachtige werking , deels uithoofde van den goedkoopen prijs. Bij Paarden zal dikwijls aan het ferrum oxydatum ruhrum of fuscum (koolzuur-ijzeroxyde-hydraat) de voorkeur moeten worden gegeven. De geschiktste dosis van het zwavelzuur-ijzer bij het Eundvee is van 1 tot 2 oncen daags , welke in twee malen kan worden toe-gediend. Zieken , die in het tweede tijdperk ver-keeren, vereischen, gedurende een längeren tijd, drie malen daags, 6 drachmen. Door menige voorwerpen wordt 1 once, drie malen daags ingegeven, goed verdragen; bij andere verwekt die hoeveelheid door-loop , en alsdan moet met de toediening eenigen tijd worden opgehouden , waarom men dus op de indivi-dualitcit der zieken acht moet geven.
5deg;. Wanneer er gastricismus of onzuiverheden of zuur in de eerste wegen aanwezig zijn , zoo moeten deze worden opgeruimd en weggenomen, \66rdat tot het gebruik van ijzer wordt overgegaan. Bij de be-schrevene ziektegevallen was dit niet noodig geweest,
(
-ocr page 79-
1
67
doch is het van belang hierop acht te geven, wanneer de mest hard, of er neiging tot verstopping aanwezig is. Men zal dan aan het ijzer eenige geevenredigde giften wonderzout en dergelijke, ook met braak-wijnsteen vereenigd , vooraf kunnen laten gaan. In zulke gevallen zal men ook doelmatig de braakwijn-steen met het ijzer alleen kunnen verbinden.
6deg;. Eindelijk wordt nog eenmaal herhaald, dat König in het ijzer geen specificum tegen de Long-ziekte wil hebben gevonden, veeleer vordert het omzigtigheid bij de aanwending, even als dit in het algemeen bij alke geneeskundige behandeling noodig is. Hij twijfelt er ook niet aan , of de Longziekte kan met een ander karacter voorkomen, als wanneer zij aan de geneeskracht van salpeter, om met kade-macher te spreken, zal moeten worden onderworpen.
Nadat de behandelingswijze van König behend is geworden, heeft zij , gelijk te verwachten was, de aandacht eiders tot zieh getrokken, en is die genees-wijze door anderen beproefd. In Belgie zijn daartoe de Vee-artsen, van wege den Minister van Binnen-landsche Zaken, door de Provinciale Gouverneurs, bij eene circulaire aanschrijving in 1850 uitgenoodigd. •)
Deze aanschrijving wordt gevonden in het Repertoire de Medecine Vitirinaire van 6 Sept. 1850, Cahier de Novem-bre, pag. 611. Zij is van den volgenden inhoud:
Tous les ans, la peripneumotde epizoötique fait perir un grand nomhre etanimaux de la race bovine dans notf$ pays.
5*
-ocr page 80-
G8
Teu gevolge dezer uitnoodiging schijnen wel vele proeven met liet zwavelzuur-ijzer door de Belgische Vee-artsen te zijn genomen, doch, volgens een Verslag der Commissie van Landbouw in Brahand ') blijkt, dat de daarover ingezondene hcrigten grootendeels
On a successivemeut jiropose differents modes de traitement et de nomhrenx remedes, comt/ie ponvant arreter las ravages de celte mdladie, et jnsqttHci, on n'a oltenu, d'ancun des moyens employes, des rcsiätats assez heurenx et constants ponr que Von puisse se flatter d'avoir trouve ur.e medication reellement eßcace. II paraitrait, d'apres des renseiffneme?its, gui ont eti transmis ä M. le Ministre de VInterieur, par des persones tres-compelautes, qit'on a ete plus lieureux en Prusse, ou nn Vilennaire vient d^employer le sulphate de fer, avec un succes extraordinaire contre cette pernicieuse maladie. laquo;
n Pendant la periode latente, reconnaissable ä la toux caracteristique, il administre, le matin, une demi once de sulpltate de fer, et, dans la jow-nie, une seconde dose de ce sal en dissolution, dans un demi-litre d'eau. Burant la periode febrile, il porte la dose ä six gros , repetes trois fois par jour. II cesse d'aillaurs Vusage du renpide des que la diarrJtee se manifeste, pour le reprendre lorsqu'elle est arretee, el quand il g a constipation au debut, il y renedie au moyen de r/nelques doses de sulphate de soude on de turtre stibit. quot;
// Cette midicaiiou, dou.t les lienrenx effets, aux environs de Berlin, ont e't.i confirme's par nn Professeur distingui de VEcole Veterinaire de cette Capitate, est, comme vous le voyez , anssi simple que peu conteuse. u
raquo;) Ripertoire etc. de Juin 1851, pag. 381.
-ocr page 81-
1
69
onvolledig waren. De meeste bevatteden geen be-hoorlijk historisch verhaal der , door de Vee-artsen verzamelde, waarnemingen, wordende ook de om-standigheden, waarin de dieren zieh bevonden, op den tijd, dat zij door de ziekte werden aangetast, noch ook de voortgangen vermeld, welke deze ge-maakt had, sedert hun eerste bezoek: in een woord, de veranderingen werden niet opgegeven, welke van dag tot dag, omtrent de ziekte in het algemeen , en der borst in het bijzonder, hadden plaats gehad. Men begrijpt, zooals wordt aangemerkt, dat men de uitwerking van een geneesmiddel niet kan waarderen, indien niet op eene naauwkeurige en uitvoerige wijze deze verschilleude omstandigheden worden aangetoond en uiteengezet. Men moet dus bekennen, dat het grootste gedeelte der waarnemingen, welke tot dus ver gemaakt zijn, ten aanzien van het gebruik van het zwavelzunr-ijzer bij de Longziekte, geene groote waarde bezitten. Van de 14 Vee-artsen, die dit middel hadden aangewend in de Provincie Brahand, ver-klaarden vier buiten staat te zijn, om resultaten in te leveren : een had twijfelachtige resultaten verkregen; twee hadden met het ijzermiddel afleidende middclen vereenigd, en de genezingen beliepen tot 2/3 der aan-getaste dieren; vijf Vee-artsen hadden het zwavelzuur-ijzer aangewend, volgens het toegezonden voorschrift, en werden van 54 Runderen 35 hersteld, terwijl er 19 stierven of afgemaakt werden.
Hoewel deze aanwijzingen zeer onvoldoende waren, zoo kon men er, volgens het oordeel der Commissie van Landbouw in Braband, in allen geval uit be-
#9830;
-ocr page 82-
70
sluiten , dat tot dus ver nog geene geneeswijze zulke voldoende resultaten heeft opgeleverd. De proefne-mingen behooren dus te worden voortgezet, maar hierbij wordt vereischt, dat de Vee-artsen naauw-keurige en uiteengezette verslagen inzenden, en om hun daartoe een model te geven, oordeelt men niet beter te kunnen doen, dan een uittreksel uit het rapport mede te deelen van den Gouvernements Vee-arts pabry te Diest, ingezonden aan den Heer Gouverneur der Provincie Braband, omtrent den gezondheids-toestand van het vee over de laatste drie maanden van 1850 1).
l) Men vindt in het Repertoire van 1850, a. p. tevens nog gemeld, dat de Heer petrij, Vee-arts der Iste Klasse (voormalig Kweekeling van 'sEijks Vee-artsenijschool te Utrecht) te iMik, reeds proeven met het zwavelzunr-ijzer had genomen, en daarvan, bij 5 van de 7, met dit middel behandelde, Eunderen, een volkomen goed gevolg had p-e-zien; alsmede, dat de Vee-arts d£le te Antwerpen hetzelfde middel, alsook het koolstofzuur-ijzer (carhonas ferri), sedert langen tijd, ter genezing der Longziekte had aangewend, en dikwijls met goed gevolg.
Dat ook in ens land de ijzermiddelen, en wel de ijzer-erts en het gewoon ijzer-vtjlsel, ook het zwmelzuur- en onder-koolstofzuur-ijzer vroeger, namelijk reeds in 1848, niet buiten aanwending is gebleven, kan blijken uit hetgeen daaromtrent in het Fee-artsenijkundig Magazijn, D. IV, bladz. 402—411 is medegedeeld. Naar aanleiding van een berigt van den Heer Militairen Paardenarts f. c. van steen-acker, destijds Garnisoen houdende te Delft, die van
-ocr page 83-
71
Deze Vee-arts nam de Lougziekte waar in de Gemeenten Waenrode, Schaffen en Montaigu. In de meeste gevallen, scheen zij zieh eigenwillig, dat is, zonder besmetting, te hebben ontwikkeld. De verzorging door voedsel bleek hem doelraatig te zijn, en weinig prikkelende; hij meende de eenige in het oog vallende schadelijke oorzaak der ziekte te vinden
het ijzer-erts, tot eene zekere hoeveelheid in het drinkwater gedaan, uitstekende diensten tegen de Longziekte wilde hebben ondervonden, werd door den Heer Minister van Binnen-landsche Zaken, onder dagteekening van 52 Maart 1841,. eene aanschrijving aan de Heeren Gouverneurs in de Pro-vincien Zuid- en Noorä-Holland gerigt, om aan Zijne Excellentie eenig nader berigt te willen doen toekomen omtrent de genoemde proeven met de gezegde middelen. Dientengevolge zijn met deze zelfstandigheden door onder-scheidene Vee-artsen proeven genomen.
Hoewel de nadere berigten van den Heer van steenacker wel de günstige uitwerking van het ijzer-houdende erts ter voorbehoeding der Longziekte scheuen te bevestigen , zoo voldeden deze ijzermiddelen, zoo miu ter voorbehoeding als genezing der ziekte, door andere Vee-artsen toegediend, geenszins aan de verwachting. Later schijnen die proef-nemingen niet te zijn voortgezet, immers zijn zij niet bekend gemaakt. De Vee-artsen zijn ook meer en meer buiten staat gesteld, cm, zoo ten aanzien van deze als van andere geneeswijzen , behoorlijke waarnemingen te doen , op grond van hetgeen vroeger is aangemerkt (bladz. 3) en te minder, vermits door de Veehouders schier geene vee-artsenijkun-dige hulp meer tegen de Longziekte dan misschien hier en daar nog van onbevoegde personen wordt ingeroepen.
-ocr page 84-
72
in de bekrompenheid der stallen , als welke bij de raeeste Veehouders te weinig ruimte bezitten, siecht gelacht worden, warm zijn en onzindelijk worden gehouden , waardoor de lucht, dat noodzakelijk be-ginsei voor de ademhaling, bijna altijd meer of minder bedorven is, ten gevolge waarvan het bloed wordt bedorven, en de inwendige -verrigting der longen gestoord. Hij meent, dat de Longziekte in te sterke plasticiteit van het bloed, als eenc onafscheidelijke uitwerking van ontsteking, gegrond is, doch wil niet beslissen, of deze gesteldheid van het bloed niet in zekere mate aan de plaatselijke Terming of localisatie der ziekte in de longen kan voorafgaan, en das ge-deeltelijk oorzaak, in plaats van de uitsluitende working der laatste, te zijn.
Wij zullen ten aanzien dezer bcschouwingen thans niet in bijzonderheden treden, daar wij over den aard der Longziekte reeds boven eene en andere Stellingen hebben overwogen, en hier ook bepaaldelijk wenschen mede te deelen, welke uitwerking FABBT van het onderwerpelijke geneesmiddel lieeft ondervonden. Wij meenen hieromtrent te kunnen volstaan met het op-geven der algemeene resultaten, welke hij, volgens zijn omstandig gegeven dagverhaal, nopens de ge­steldheid der Kunderen, welke aan de behandeling werden onderworpen, het tijdperk der ziekte en andere omstandigheden, daarvan heeft verkregen. Alleen moet ik aan merken , dat, wanneer gemeide Vee-arts zegt, dat tot dus verre niemand zieh, zooveel hij weet, met het onderzoek van het bloed van longzieke dieren heeft onledig gehouden, hij onbekend schijnt te zijn
-ocr page 85-
73
met het scheikundig onderzoek van zoodanig bloed, aan 's Eijks Vee-artsenijschool te Utrecht in het werk gesteld, waarvan de uitkomsten in het Vee-artsenij-leundig Magazijn zijn medegedeeld ,).
De medegedeelde waarnemingen van fabey omtrent de Eunderen, met sulphas ferri behandeld, zijn 9 in getal, waarvan de uitkomsten waren , als volgt: 1deg;. Een Eund van 9 jaren, ziek geworden den 9.
Nov. , hersteld kort na don 22s,en; 2deg;. Een Eund van 6 jaren, ziek geworden den
20. Nov., hersteld den 4. December; 3deg;. Een Kalf van een jaar, genezen; 4deg;. Eene Vaars, van een jaar, sedert 27 Nov., behandeld, doch wegens het schielijk toenemen der ziekte, op den 1 December afgemaakt; 5deg;. Eene Vaars van een jaar, van den 27. Nov.
tot den 18. Dec. behandeld, en genezen; 6deg;. Eene dragtige Vaars A^an twee jaren, van 6. NoV. tot 4. Dec. behandeld met zwavelzuur-ijzer, en twee aderlatingen van 6 en 5 ponden, genezen ; 7deg;. Eene anderhalfjarige Vaars, behandeld van 29
Nov. tot 7 Dec., genezen ; 8deg;. Een vijfjarig Eund, behandeld van 21 tot 31.
Dec, en toen als ongoneesbaar geslagt; 9deg;. Eene dragtige Vaars van twee jaren, behandeld van 21 tot 29 December, met het bekende middel, en eene aderlating van 4 ponden , als ongeneeslijk afgemaakt.
!) a. p. bladz. 5^4. en vo]g.
-ocr page 86-
74
De Heer pabry merkt ten slotte van zijn Verslag aan , dat de door hem genomene proeven geenszins in staat zijn, om de geneeskracht van het zwavelzuur-ijzer tegen de Longziekte naar behooren te waarderen, dewijl, om dit vraagstuk behoorlijk op te lossen, het geneesmiddel onder alle omstandigheden, namelijk in den zomer, en den winter, en in verschillende stallen moet worden aangewend, hoedanige invloeden de ziekte aanmerkelijk kunnen wijzigen. Hij nam waar, dat de ziekte op verschillende hoeven niet altijd dezelfde verschijnselen opleverde; op eenen stal gaf dezelve zieh naauwelijks door eenige uitwendige teekenen te kennen; de eetlust duurde voort, de meststoffen waren onveranderd, en verspreidden niet dien ondragelijken stank, welke degenen , die deze lacht moesten inademen, tot walging toe hinderde; op eenen anderen stal verloren de Runderen schielijk en volkomen den eetlust; er had duidelijk koorts plaats; de drekstoffen verspreidden een onver-dragelijken stank, en de ziekte had een snel beloop.
Als een ijverig voorstander en begunstiger van het zwavelzuur-ijzer, als geneesmiddel tegen de Longziekte, heeft z\ch onlangs doen kennen de Heer l. BUSSE , Vee-arts aan de Keizerlijke Paardestal, te Petersburg. Hij beveelt de geneeswijze van König met geestdrift aan , en wil aan dezen voor zijne ont-dekking eene belooning hebben toegekend, daar er schier niet meer aan te twijfelen valt, of König heeft een onfeilbaar, en dus een onschatbaar middel tegen
-ocr page 87-
^
75
eene der drie moordadigste ziekten van het Kundvee — de Longziekte, het MUtvuur en de Runderpest — uitgevonden. Wij achten het niet overtollig ten slotte het een en ander ult zijne daarover geschrevene Ver-handeling ') mede te deelen.
Tijdens BUSSE, als Gouvernements Vee-arts, werk-zaam was, ontbrak het hem niet aan de gelegenheid, om de uitbreiding der ziekte in die omstreken na te gaan, en hare kwaadaardigheid te leeren kennen.
Hij koesterde toen het vooruitzigt, zooals hij zieh meermalen tegen hen, die over hem gesteld waren, had uitgelaten, dat, Indien het met de Longziekte zoo voort mögt gaan , en geen nieuw vee werd in-gevoerd, er binnnn 15 of 20 jaren, in de omgeving van Petersburg, geen Eund meer zou bestaan. Immers zij heerschte op meer dan 21 dorpen, waarvan op een het Miltvuur.
Er bestond dus voldoende gelegenheid, welke ook te baat werd genoraen, om alle hierbij te pas körnende middelen bij meer dan 4000 zieke Eunderen in den breedsten omvang aan te wenden. Dan, hoewel men trachtte zieh dat tijdstip met alle naauw-keurigheid en volharding te nutte te maken, en me-nige dag en halve nacht aan de studie der aethiologie (kennis der oorzaken) en pathogenie (leer van het ontstaan der ziekten) werd opgeofferd, zoo moest men ook hier, gelijk reeds 10 jaren vroeger in Duitschland,
#9632;) Ueber die Heilung der Lwigenseuche met Schwefelsaurem Eisen, in het Bepertorium der Ihierheilkmde von e. hebinq , Jahrg. 13, Erstes Heft. S. 1. Stuttgard 1852.
-ocr page 88-
76
-
de treurige ondervinding bevestigd vinden, dat, toen zoowel als nu noch de kunst noch de wetenschap over een middel kan beschikken , om den verwoes-tenden voortgang met nadruk tegen te gaan. Geen middel, hetwelk , volgens de regols der kunst, als gescbikt in aanmerking kon komen , werd tegen de kwaal onbeproefd gelaten. Antiphlogistica , tonica , ook de behandeling uit beide zamengesteld, nervina, diuretica , derivantia op uitgebreiden voet, werden bij opvolging aangewend, en zelfs eene zweetbevorderende geneeswijze beproefd, om eenigermate eene gunstige uitwerking te mögen ondervinden. Dan alle bemoei-' jingen waren vrucliteloos. Men moest het onver-mogen der kunst erkennen en toestemmen, dat de Natuur zieh uiet laat dwingen. Het resultaat van al de pogiugen, waarmede men zieh te vrede moest stellen , was , dat 2—4, in de gunstigste gevallen 5—6 , van 10 zieken genazen.
Daar intusschen de lijk-opcningen de plaatselijk beginnende, en het sneller of langzamer voortgaande proces der long-ontaarding zeer dikwijls en duidelijk aanwezen, zoo kon BUSSE zieh niet van het denkbeeld losmaken, dat er toch zeker cen middel zou moeten bestaan, hetwelk in staat is aan dit ziektekundic proces weerstand te bieden , te meer , daar de ziekte slechts zeldzaam een zuiver sjnocheus karacter ver-toonde.
Door deze zienswijze opgewekt, hoopte hij, bij nog voortdurende gelegcnheid , en door eenig geluk begünstige! — met ter zijdestelling der schoone hy-pothesen over het ontstaan der long-ontaarding, en
-ocr page 89-
It
der geleorde verklaringen en beschrijvingen der cellen-bouw en der passiviteit der runder-longen, — eenmaal, Indien al geen specificum, toeh ecn meer zeker ge-neesmiddel te zullen ontdekken, vooral daar liij reeds, door de volgende verbinding, een bevredigend resul-taat meende verkregen te hebben : R. Tart. Stiliat., Vj —1 drachme , Natr. S. Kali Carbonat. 3—5 dr. Kali Carbonat. acid. , 5 dr.—1 once , Pulv. rad Senegae 2 dr. , Rad. Enulae et Bacc. Jump, aa Vj once. M. F. cum Farin. Secalin. et Aq. Comm. q s. Bolus; D. S., 2 a 3 malen daags zoodanige gift.
Hiermede gelukte bet, in den regel 5—6 , ja eenige malen 8 van 10 zieken te genezen. l) Zeer verheugd over dit gunstig gevolg, wilde BUSSE reeds toen zijne ondervindingon mededeelen, daar bij echter buiten staat bleef zijne geneeswijze voort te zetten, als zijnde bij kort daarna uit zijne tegenwoordige be-trekking ontslagen, zoo oordeelde bij zijne bebande-lingswijze nog niet door voldoende daadzaken te kunnen bevestigen , waardoor de bekendmaking acbterbleef.
Toen bem reeds in 1834 de Longziekte in Duitsch-land op onderscbeidene Landgoederen in de nabijbeid van Magdeburg, voor bet eerst, ter bebandeling voor-kwam, geloofde bij, dat de zoo dikwijls beschuldigde spoeling uit de brandewijn-stokerijen zeker als de
w
') Wij meenen dat deze uitkomsten, evenals die van Robertson op bladz. 24 vermeld, gunstig zijn te houden, eu het is de vraag, of men van eenig ander middel op een voordeeliger rosultaat zal mögen hopen.
-ocr page 90-
78
oorzaak der ziekte moest worden beschouwd, doch hij kwam spoedig van deze meening terug, toen hij ondervond, dat de ziekte ook daar bestond, alwaar deze spoeling onbekend was. 2) Hoewel het nu niet
•) Dat ook in ons land debrandewijn-of genever-spoeling niet als de hoofdoorzaak, veelmin als de eenige, der Longziekte kan worden beschouwd, hoewel zij eenmaal in zoodanige branderij-stallen uitgebroken zijnde, aldaar een zeer hevig en kwaadaardig beloop aanneemt, is door ons reeds vroeger aangetoond ; Vee-art. Mayazijn, a. p. bladz. 214 en volg.
De proeven, op voorstel van het Comite des Vereins der Landwirthe Oler-Barnimsche Kreis in het werk gesteld, om de Longziekte kunstmatig voorttebrengen door het voederen van Eunderen met onderscheidene voedsels, als onrijpe, bevrozen, bedorven, en uitgeloopen aardappelen , onzuiver, siecht, en opzettelijk in een staat van bedarf gebragt hooi, met aardappel-brandewijn-spoeling, zoo versehe als be-dorvene, hebben dit gevolg niet gehad. Wel werden bij sommige dieren , ten gevolge dezer ongezonde voedsels, bij sommige dezer dieren, na de slagting, ziekelijke ge-steldheden in verschillende ligchaamsdeelen waargenomen , en , inzonderheid na de voedering der bedoelde spoeling, roos- en mokachtig uitslag aan de achterbeenen, doch in de longen waren geenszins die veranderingen op te merken, welke aan de Longziekte eigen zijn. Bij vele, ja bij de meeste, Kunderen waren de longen volkomen natuurlijk gesteld. Slechts bij een Os meende men het begin dezer eigenaardige ontaarding te bespeuren, waardoor het voor niet onwaarschijnlijk gehouden werd, dat bij dezen Os, ofschoon bij het leven nog geene duidelijke ziekte-teekenen
,
-ocr page 91-
1
79-
slechts voor den Vee-arts en de Landhuishoudkundigen maar ook voor vele anderen, die bij de zaak belang hebben, van gewigt möge zijn, de oorzaken van bet ontstaan der Longziekte nader te leeren kennen, daar niet alleen de gezondheid van den veestand , maar ook het getal en de hoedauigbeid der buisdieren met den welstand en den rampspoed der maatschappij in een zeer naauw verband staan, en busse zieh daaromtrent bemoeijingen had gegeven, zoo wilde bet toch niet gelukken in deze donkerheid eenig licht te verspreiden. Men zal zieh ook nu voortaan, volgens hem, niet zoo ijverig meer met de na-sporing der oorzaken bezig behoeven te houden, en zullen ook de proeven der Ober-Barnimsche Kreis kunnen ophouden, daar wij waarschijnlijk over een wezenlijk geneesmiddel tegen de ziekte zullen kunnen beschikken.
Wij zullen den Sehrijver niet volgen in zijne wijdloopige bescbouwingen, waarin bij de werking van
te kennen hebbende gegeven , de Longziekte zieh zou hebben ontwikkeld, indien de proof langer voortgezet ware ge­worden. De uitvoerige Verslagen dezer, met naauwkeurig-heid gedane, proefnemingen zijn, wat de eerste vijf betraft, medegedeeld in het Magazin von Beobachtungen und Er-falmngen ans dem Gebiete der ZucMungs- Gesundheits-ErJialtungs- und Heilkunde der Ilausthiere, von Dr. f. a. küees 1 und 11 Jahrg. Berlin 1842, 1843 und 1844, en de acht latere in het Magazin von Dr. gurlt und Dr. hertwig B. XIII, XIV, XV, XVI. Berlin 1847, 1848, 1846 en 1830.
-ocr page 92-
80
het zwavelzuur-ijzer, op de zuivore ondervindingsleer van eademaciiek grondt, eu daarraede in ovoreen-stemming traclit te breiigen, en achten hot to minder noodzakclijk de redoneringcn, welke hiertoe door hem worden aangevoerd, te toetsen. De zaak, waarop hot, volgens onze bcdoeling, hier alleen aankomt, is de uitkomsten mede te deelen, welke uitwerking het zwavelzuur-ijzer, door busse bij de Longziekte aangewend, proefondervindelijk heeft te •\veeg ge-bragt, zonder ons thans in to laten of die uitwer-kingen met de leerstellingen van kademacher al dan niet strooken, en daaruit te verklaren zijn I). Sedert 1845 , had busse geene gelegenheid meer gehad cle Longziekte aan te troffen , toon hij op den 11 November 18!gt;1 , op eene Inrigting van 60 stuks vee daarmede wederöm in aanraking kwam. Men had wel reeds geneesmiddolen , on de boven vermelde pillen , volgens zijn \oorschrift, aangewend; dan daar do bohandoling noch onder de leiding van eenen Arts, noch voor het overige mot vorstand en omzig-tigheid word bestuurd , maar geheel empirisch word uitgevoerd , zoo was het gevolg zeer onvruchtbaar , en bij do aankomst van busse waren reeds 25 liunderen gevallen , terwijl nog 10 zwaar aangetast
•) Men vindt eene KrUiscbe beschomoing der ondervin--leer van rademacher door Dr. j. bosman tresling, Practiserend Geneesheer te Winschoten, is het Nieuic Prac­tised TijdscJirift voor de Geneeskunde in al haren omvang, door Dr. ali cohen Iste Jaargang, Groningen 1849, bladz. 649—705.
-ocr page 93-
81
aanvvezig waren, waaraan, in de eerste week, nog C stuks, in de tweede nog 8 stuks werden toegevoegd, zoodat er in het geheel nog 24 zieken ter behaudeling overbleven.
De geneeswijze werd overeenkomstig zijne vroegere ondervindingen ingerigt. Daar, waar de omstandlg-heden het vorderden of nog toelieten , werd aderge-laten, werden etterdragten gezet, scherpe inwrijvingen op de borstwanden aangewend enz.; inwendig werden de aangewezene geneesmiddelen , met doelmatige af-wisselingen , toegediend, de dieren afgezonderd, cenige oppassers aangesteld, de leefregel, gelijk al het overige, naar omstandigheden, overeenkomstig de bevestigde ervaringen tegen heerschende vee-ziekten, met nadruk ten uitvoer gebragt. Na verloop van 8 dagen , vertoonde zieh bij meerdere zieken merkbare beterschap, als een voile zachte pols, ver-anderde en meer krachtige hoest, meer opgewekte eetlust, en een vrijer en vlugger aanzien ; ook was er, gedurende dezen tijd, geen stuk vee overleden. Dan, de hardnekkigheid, en het slepend boosaardig beloop der ziekte, uit vroegere ondervinding ken­nende , liet BUSSE zieh niet tot eene voorbarige hoop verleiden , maar stelde hij zijne verwachtingen nict hooger dan de voorzigtigheid en de bekendheid met de ziekte het raadzaam deden schijnen, onder de vol-gende mededeeling aan den eigenaar — ofschoon deze zieh zeer te vrede betoonde — dat de ziekte altijd nog eenige maanden zou kunnen voortduren, ook nog meer slagtoffers maken, doch dat er hoop bestond, dat de sterfte spoedig eenlgzins zou verminderen , en
6
-ocr page 94-
82
de zlekte alzoo ten einde loopen. Deze omzigtige voorzegging werd ver boven verwachting bewaarheid, zooals uit hat vervolg zal blijken.
Kort na dit bezoek der zieke Kunderen werd busse bekend met de Verhandeling van König. Hij verzuimde niet haar bij de hand te nemen, om de daarln beschrevene bebandelingswijze te leeren kennen.
lioogst bijzonder en zelfs wonderbaar kwam zij , zoowel als het geheele zamenstelsel van: kade-macher , IJzerziehte , Longziekte , Ferrum sulphu-ricum, in verband tot de gelukkige uitwerking, hem voor. Daar men nu niet alles ter goede trouw en op goed geloof kan aannemen , zoo meende hij vooraf over de zaak te moeten nadenken , om zieh eerst rekenschap te kunnen geven over de werking en het mogelijk gevolg van het middel. Maar als aanhanger der oude school kon hij zieh volstrekt niet overtuigen, dat het ijzervitriool of zwavelzuur-ijzer onder de antiphlogistische of resolverende middelen kon gerangschikt worden, of eene aan deze gelijke of daarmede overeenkomende werking kon bezitten. Zooveel hem bekend was, behooren deijzerbereidingen in de Vee-artsenijknnde tot de antiseptische, tonische en stiptische geneesmiddelen , die hunne aanwending vinden tegen langdurige slijmuitvloeijingen, pisvloed, ingewands-wormen, hardnekkigen doorloop, bloed-pissen, bovematige afscheidingen, en in het algemeen, bij eenen hoogen trap van atonie; en niet veel anders is het hieromtrent, gelijk hij zegt, in de menschen-geneeskunde gelegen. Maar tegen aandoening der
-ocr page 95-
83
longen , of zelfs tegen ontsteking van dit deel vond hij het nergens aangewezen. Voor zoo ver hem daartoe schriften over de leer der geneesmiddelen ter beschikking stonden , en door hem werden nao-e-xien, vond hij noch bij HBRTWIG, buchmüllek ,
BUSCH , DIETERICHS , HAYNE , WALDIXGEE , noch
bij anderen, geene de geringste aanwijzing omtrent de voortreffelijke werking van dat middel tegen de Longziekte. Zelfs in vele leerboeken over de go-geneesmiddelen voor menschen-artsen trof hij geene daartoe strekkende weaken aan. Alleen in het Archiv der Schweidzeriaehen Thierärzte, waarvan hij zieh den jaargang niet meer herinnerde, werd bij chronischen hoest het ferrura sulphuricum, 2 drach-men pro dosi, aangeprezen. ')
') Dat de ijzermiddelen in sommige ziekten, welke hare boofdzitplaata in de longen gevestigd hebben, of waarbij deze deelen door medegevoel zijn aangedaan , zooals bijy. bij den kinkhoest, met nut worden aangewend, is aan de Geneeskundigen bekend. Men zie hierover de zeer belang-rijke Academische Verhandeling van den Heer Dr. B. j. schot.- Specimen pathologico-therapeuticam: De Tmsi con-vulsiva ejusgue curatione per Suhcarbonatem ferri, ohser-vationibus probata, Trajecti ad Elienum MDCCCXL1. Het zwavelzuur-koper wordt in latere tijden in de croup-ziekte der kinderen, zoo men wil, met goed gevolg toegediend. Men zie hieromtrent de waarnemingen van Dr. swabe , in caspees Wochenschrift 1843 N0 9. Schmidts Jahrbücher, N0 1, 1844, S. 62. alsmede het onlangs in het licht vex-schenen Werkje van j. a. honerkopff: Veber die Anwendung des Schieefelzäuren Kupferoxyde gegen Croup, Leipzig 1852.
6*
-ocr page 96-
84
Na al deze overdenkingen viel hem te binnen, dat hij eens van eene oude boerin een zeer eenvoudig, doch krachtig werkend, middel ontvangen en met nut sebraikt had, en hoeveel te meer zou niet een ervaren Geneeskundige als kademacher , en een practische Vee-arts als König , iets degelijks en bruikbaars aan het licht kunnen brengen ? of zouden die Heeren het oogmerk hebben de geheele geneeskundige werelcl op fabelen te onthalen ? Het laatste scheen met het karacter dezer mannen niet de strooken. Hij stelde dus vertrouwen in de zaak, en besloot eene proefneming niet lang uit te stellen, te minder, dewijl de gelegenhcid zieh daartoe zeldzamer dan vroeger aanbood , en hij ook de overtuiging had ver-kregen , dat alle gepaste middelen der oude school reeds vroeger waren uitgeput.
AI wie echter met opmerkzaamheid de groote ver-woestingen , en gevolgelijke uitwerkingen [Afterpro-duete), vooral in de borstkas, de massa van valsche vliezen (pseudomembranen),sto]se]s, zamengroeijingen, de hoeveelheid van uitgestort weivocht, en vooral de vreeselijke destruetie van de eene of andere long, hare hardhead en zwaarte — bedragende somwijlen 30-—60 ponden — heeft gezien , zou deze wel,naar onze leerstellingen, eene ijzerbereiding voor het middel houden, dat in Staat is de plasticiteit des bleeds en de atonie der longen weg te nemen ? In-tusschen is het juist dat middel, hetwelk, tegen alle menschelijke inzigten en verwachting, tegen alle geleerde berekeningen, physiologische en chemische verklaringen , door de dierlijk-scheikundige werking,
-ocr page 97-
85
zoo verwerkt en geanalyseerd wordt, dat het de, waarschijnlijk in het bloed en de longen ontbi'ekende, stoffe aanvult, de natuurlijke raenging, en eene krachtige tegeawerkiug herstelt, en op deze wijze het ziekte-proces neutraliseert of opheft.
Er werden dan, na zorgvuldig overleg, bij het eerste bezoek, twee der sterkst zieke Koeijen, volgens de König-Rademachersche leer, geheel alleen met ferrum sulphuricum, Vj once, opgelost in 8 oncen zuiver water, bohandeld, en 's morgens en 's avonds ingegeven. Ka vier clagen, vcrtoonde zieh bij deze zieken wel weinige, doch in het oogvallende, ver-schijnselen van beterschap, bestaande in meer zeld-zaam en krachtig hoesten, en meer opgewekten eet-lust, terwijl daarentegen in den bloedsomloop en de ademhaling geene verandering merkbaar was. Na vijf dagen, werd bij beide de lijkopcning gedaan, en bij de eene Koe uitgebreide exsudaten, vergroeijing en volkoraene ontaarding der regter long, bij de andere geringere uitzweetingen, maar ontaarding der regter long, hepatisatie en ettering in het achterste gedeelte van dit deel gevonden. Door deze resultaten noch verlegen, noch afgeschrikt, werd veeleer het ver-trouwen van BUSSE versterkt: want hij had beide zieken reeds opgegeven, en ze daarom het eerst — voorzeker niet voorzigtig — aan de proefneming onderworpen.
Hierna werd het middel bij de 8, het zwaarst aan de ziekte lijdende, Koeijen op dezelfde wijze toege-diend, en alle andere geneesmiddelen weggelaten. Het verdient echter vermelding, dat bij alle blocd-
-ocr page 98-
86
ontlastingen waren voorafgegaan en etterdragteu ge-trokken. Na vier clagen, wanneer busse de zieken op nleuw zag, werd hem door de oppassers berigt, dat deze afdeeling sterk naar voeder verlangde, en meer drinkwater tot zieh nam. Bij het onder^oek van elk stuks vee in het bijzonder, vond men bij de meesten een zachten, tamelijk krachtigen pols, vlug nitzien, een meer zeldzamen, vol klinkenden hoest, duidelijke rommeling in den buik, donker gekleurden, niet zwarten, en ook natuurlijken mest. Er werd nu aan deze dieren meer hooi, meel en zemelwater gegeven, en zlj werden, wanneer het weder zulks veroorloofde, in de middaguren buiten gelaten ; de behandeling werd onveranderd voortgezet, en nu tevens dozelfde geneeswijze bij de nog gezonde dieren in aanwending gebragt, en daarmede, gedu-rende 23 dagen, onafgobroken aangehouden. Er had in al dien tijd geen nieuw ziektegeval, en slechts nog een — het laatste — sterfgeval plaats. De zieken werden niet alleen met in het oogvallenden spoed vlugger, maar eck verdwencn alle ziekelijke verschijnselen tot geene geringe verwondering vol-koraen. Er bleven geene zoogenaamde na-zukkelaars over. De drijvende , smerige, oogen werden inderdaad holder en zuiver, en de blik levendig, ja het scheen, als of er een ander element in de dieren werkzaatn was; de anders bleeke en smerige, of bij den ontste-kingachtigen toestand hoog rood gekleurde, slijm-vliezen verloren op eene verwonderlijke wijze in beide gevallen deze abnormale gesteldheid en kregen hunne natuurlyke bleekroode kleur terug. De koorts-ver-
-ocr page 99-
87
schijnselen hielden dikwijls op den tweeden of derden dag op ; de eigenaardigo hoest werd eerst krachtiger en zeldzamer, en verdween weldra geheel; de opne-ming van voeder en drinkwater liet niets te wenschen over, en alle af- en uitscbeidingen waren tot hare natuurlijke verhoudingen terug gekeerd; zoodat, na verloop van 3 weken — behalve bij twee, die nog lets hoesteden — bij geen der Koeijen eenig ziekelijk verschijnsel meer kon worden opgemerkt, weshalve, tot goeno geringe vreugde en venvondering, de sterfte en de ziekte in eens afgesneden en geeiudigd was, en men het wagen kon de clieren voor gezond te ver­klaren.
Eene omstandfeheid mcent BUSSE niet te mocen verzwijgen , namelijk deze, dat bijna alle gevallene dieren eerst in den zomer waren aangekoclit, en of de ziekte reeds moesten hebben medegebragt, of waarvan liet uitbreken zeer begünstige! en bespoedigd was geworden, door de, bij liunne aankomst op hen werkende, klimatische en tropische invloeden. Men zou dus met regt kunnen aanvoeren, dat het in-heemsche vee het vermögen bezit, om aan de ziekte weerstand te bieden ; dan deze stelling vervlcl dadelijk, wanneer men in aanmerking nam, dat van het laatste niet alleen reeds 5 stuks waren overleden, maar ook nog 14 ziek waren, waardoor de voorbeschiktheid buiten twijfel werd gesteld.
Daar nu tot dus ver — op het laatst van Mei — dus vijf volle maanden na den afloop der bebandeling, de gezamenlijke dieren bij goeden eetlust, cen vol-komen frisch en gezond aanzien hadden bchouden ,
-ocr page 100-
wm
88
200 kon men wel met regt de genezing als grondig en duurzaam besehen wen. Die intusschen zulke sprekende bewijzen niet mögt willen erkennen, zal, volgens BUSSE, steeds alle working van genees-middelen moeten loochenen, te meer, daar bij de huisdieren bet zoo dikwijls en boog in rekening gebragte geloof, noch de verbeelding , hierbij geen den minsten invloed kunnen uitoefenen. Men ziet hieruit, zegt busse, tevens, dat wij met onze dikwijls gedroomde therapeutische eigenschappen der genees-middelen niet zelden op een siechten weg worden geleid.
Hadden wij, zoo gaat hij voort,bijv., voor ßjaren, toen hij in Regeringsdienst was, liet zwavelzuur-ijzer tegen de Longziekte aangewend, en waren er een groot getal dieren aan gestorven , zoo zou voorzeker ieder, naar de schoolregels opgeleide , Arts, bij het onderzoek der behandeling, gezegd hebben, dat wij niet regt bij onze zinnen waren met een zoo ver-keerd geneesmiddel te hebben aangewend, en wij zouden dit eindelijk zelve hebben geloofd. Maar thans, nu een ander de baan heeft geopend, vooral na zulke verrasseude gunstige resultaten, gelooven wij, dat de wijsheid der oude school verstominen moet, immers wij zelve govoelden ons door deze uit-komsten ten hoogste getroffen.
Indien wij aan de gunstige uitkomsten, door de aanwending van het zwavelzuur-ijzer, volgens de waarnemingen van König en busse , verkregen, nicts
-ocr page 101-
89
wensclien noch behoeven te kort te doen, zoo begrij-wij toch in geenen deele, dat de working van dit middel in strijd zou zijn met de therapeutische grond-regelen der, door hem bedoelde, oude, dat is, ratio-nele school, welke niet alleen de uitwerking der geneesmiddeien nagaat, maar tevens tracht zieh reden te geven, waarop die uitwerking, volgens physiolo­gische gronden, berust, en dat de aangeprezene genees-wijze daarorn alleen gegrond zou moeten worden op de ondervindings-leer van kademacher , en tot be-vestiging van hare deugdelijkheid kunnen strekken.
Wij kennen wel de naaste werking van de meeste geneesmiddeien op het dierlijk Organismus niet, en hierin zal ook de rationele therapie aan de empirie hare zienswijze niet willen betwisten, of haar van de praktijk willen uitsluiten. Maar nu leert toch de ondervinding, dat bij zoodanige ziehten, welke van een ontstekingachtigen aard zijn — waartoe ook zeker-lijk de Longziekte behoort, hoe men dan ook over den specialen aard of wijze van ontstaan möge den-ken — meermalen tonisch versterkende en opwekkende middelen aangewezen en van het grootste nut zijn. Men onderscheidt met regt de ontstekingen in actieve en passieve. De eerste eischen eene geneeswijze, welke verzwakkend op het bloedvaatselsel werkt, door de verhoogde levenswerking van hetzelve en van het geheele ligchaam te matigen; de andere vorderen niet zelden eene tegenovergestelde behandeling. En, ofschoon nu wel doorgaans de eerst bedoelde mid­delen, met name aderlatingen, salpeter en andere verkoelende zouten enz., onder den algemeenen naam
-ocr page 102-
90
van antiphhpgistica begrepen worden, zoo is deze onderscheiding toch, wel beschouwd, eenzijdig, en kunnen kina , eikenbast, zwavelzuur-ijzer en soortge-lijke, onder bepaalde omstandigheden, eveuzeer ont-stekingwerende middelen worden genoemd. Het komt er slechts op aan hot karacter, ook meermalen het tijdpei'k, der ontstekingsziekte te kennen, waartegen zij zijn aangewezen , om er de gewenschte uitwer-king van te ondervinden.
Intusschen is het de vraag, of het sulphas ferri hier kan beschouwd worden te werken als tonicum ? De proeven, in lateren tljd met de motallieke zelf-standigheden genomen, leeren, dat vele een ver-zwakkend vermögen op het bloedvaatstelsel uitoefenen, zooals ook aan het arsenicum, gelijk hierboven is ver­meid, wordt toegekend. Hetzelfde werd ten aanzien van het lood ondervonden, en de aanwending van den braakwijnsteen in ontstekings-ziekten, b. v. bij long-ontsteking, schijnt, zoo niet geheel, althans gedeeltelijk op dit deprimerend vermögen van het bloedstelsel te berusten '). Ook het ijzer zou zoodanige working hier-
') Volgens de waarnemingcn van sommigen, werd de pels bij den mensch bij long-ontstekingen, door het gebruik van 6 tot 8 greinen Tartarus Emeticus, aanmerkelijk verminderd — eenmaal van 130 op 34, en van 73 op 44.
Hertwig (Arzneimttellehre S. 844 u. w.) ondervond van te toediening van 1 tot 3 drachmen braakwijn­steen, om de drie of vier uren , gedurende eenen dag, of langer , aan gezonde Paarden , vermindering in het getal en de kracht der polsslagen, en in het getal der ademtogten,
-ocr page 103-
91
op uitoefenen. Het zwavelzuur-ijzer, tot 20 greinen daags gebruikt, zou (bij den mensch) een aanmer-kelijk zinken van den pols ten gevolge hebben, gelijk aan de werking van de digitalis 1). Naar aanlei-ding dezer waarnemingen , zou men dan veeleer het zwavelzuur-ijzer kunnen beschouwen bij de Longziekte meer onmiddellijk als een antipfdogisticiim dan als een tonicum of zamentrekkend middel te werken.
Hoe dit zijn möge , en wat men van de tot dus verkregene uitkomsten, volgens de medegedeelde waarnemingen, te denken hebbe , zij schijnen te ver­dienen , dat er de aandacht op gevestigd worde, daar het middel in alien geval geenszins die gevaren aan zieh verbindt, welke uit het gebruik van het ratte-kruid kunnen voortvloeijen.
Wij meenen nog, ter bevestiging van de gunstige werking van het /errum sulphnricum, de waarne-
welke laatste van grootere giften bij een dampig Paard van 40 op 17 werden teruggebragt.
•) On the salts of iron as antipJdorjistics. Monthly Journal of medical sciences, Febr. 1846, S. 614. Men zie over deze onderwerpen de meermalen aangehaalde, hoogst be-langrijke, Verliandeling van criesinger. S, 523 en volg. Door alizon [Gazette Medicale de Paris , N0 2 , 10 Janv. 1852) worden de martialia aanbevolen tegen organische ge-breken. van het hart, bepaaldelijk bij aneuryma cordis, maar niet op grond, dat zij hier als verzwakkend zouden werken, maar tonisch door do spiervezelen te versterken, en daardoor de uitzetting en verdunning der harte-kamers te verminderen.
-ocr page 104-
92
mingen hier te mögen bijvoegen van den Districts-Yee-arts obermaijek , te Kaiserslautern , onlangs medegedeeld in het Thierärzliches Wochenblatt N6 18, 2 Mei, 1852.
Op den stal van een Veehouder, alwaar reeds eenige Runderen, ter zake der Longziekte, waren verkocht en geslagt, werden aan 5 stuks melk-Koeijen, ieder driemalen daags , Vs once zwavelzuur-ijzer, in een afkooksel van Penus (Pinus?) Sylvestria en garst toegediend.
Bij twee dezer Koeijen was de ziekte reeds ge-vorderd; bij 3 had nog alleen hoest plaats.
Gedurende de 3 eerste dagen, werd geene veran-dering bespeurd, dan een menigvuldiger hoesten.
Op den 4den dag, was de most donkerder van kleur, doch niet vaster; overigens was alles gelijk.
Van den vijfden tot den zevenden dag, was de ademhaling bij de 2 zieke Koeijen icts verminderd ; de hoest werd algemeen krachtiger en meer beider : de overige toestand als te voren.
Van den tienden dag af , werd aan de 3 Koeijen , waaraan, behalve de hoest, geene ziekte-verschijnselen werden waargenomen , slechts twee malen daags de dosis van 4 dracbmen sulphas ferri ingegeven. Bij de zieke Koeijen werd met dezelfde dosis driemalen daags voortgegaan. De ademhaling keerde steeds meer tot den normalen toestand terug; echter werd bij de auscultatie waargenomen, dat dedoorstrooming der hiebt in de longen nog altijd beperkt bleef.
Van den lOden tot den 15den dag, was de stoornis in de ademhaling bijna volkomen verdwenen, en
-ocr page 105-
, - w
93
bestond er geen ziekte-verschijnsel raeer dan alleen de hoest. Bij al de Koeijen openbaarde zieh starker eetlust, een beter uitzieu en zij gaven raeer melk.
Aan de 2 zieke Koeijen werd bet zwavelzuur-ijzer, yeertien dagen lang, 3 malen daags, en, gedurende 10 dagen, 2 malen daags, gegeven; aan de drie slecbts boestende Koeijen, tien dagen lang 3 malen, en tien dagen lang, 2 malen , bij alle in de reeds ge-melde hoereelheid van 4 drachmen. Al deze vijf Koeijen waren in de maand April dezes jaars, zijnde de bebandeling in bet laast van December des vorigen jaars begonnen, gezond en gaven de volkoraene boeveelbeid melk.
Hier wordt bijgevoegd, dat de ruime voedering , waaraan deze Runderen onderworpen waren geweest, veranderd werd, en niet meer in zoo ruime mate en zoo warm werd gegeven als vroeger: voorts dat de aanwending der voorgescbrevene geneesmiddelen en verdere bebandeling in alles zeer naauwkeurig werden opgevolgd.
Ik weet niet, dat tot dus verre voortgezette proef-nemingen in ons land met dit middel genomen, immers algemeen zijn bebend gemaakt. Alleen heeft de Heer g. c. schroeder , Vee-arts der Eerste Klasse, te Bunnik, (Prov. Utrecht) een berigt aan de Commissie van Landbouw in dit Gewest medege-deeld, inboudende dat in bet eerste kwartaal dezes jaars, een Kund, aan de Longziekte lijdende in bet eerste tijdperk, waarbij dus eene geneeswijze nog nuttig kon zijn, door bem is behandeld met bet sulphas jerri, inwendig tcegediend, en bet aanwenden eener
-ocr page 106-
#9632;#9632;
94
etterdragt, waarvan de herstelling hem heeft mögen gelukken.
De Belgische Vee-arts jules dupont, die zieh bij uitsluiting op de antiphlogistische behandeling verlaat (zie bladz. 16 ), wenscht zieh over de uit-komsten, door hem verkregen van het middel van König te Kyritz, niet te verklaren, zeggende daarom-trent alleen, dat de zaak nog niet is uitgemaakt1).
') Annales de Me'decine Veterinaire, 1852, Mei. pag. 223.
^
^
-ocr page 107-
DRUKFEILEN,
Op bl. 2 , regel 3 v. b., staat: Medecinaal-Eaad; lees .-
Medicinaal-Eaad. quot; quot; 29, // ' 15 v, o, // opzettelijk; lees.- opzet-
telijke.
raquo; 37,
quot; // 45 ,
quot; raquo; 45,
quot; quot;75,
quot; 78,
6 v. b. // veronderstelllng; lees .-veronderstelling.
8 quot; quot; ir verzadiging; lees: hon-geriug. 13 // //
opgevea; voegt hier achter: J) 4 v. o. // ael/doloffie; lees: aetio-logie.
12 quot; quot; // sommige dieren; deze woorden, als overtollig, wag te laten.
-#gt;-l4l-lt;lgt;-
-TdV/
-ocr page 108-
^
-ocr page 109-
-ocr page 110-
f
fftieiS
-ocr page 111-
WUTraquo; •ranlaaaa
-ocr page 112-