•p
Ra-POOK-NEGRO was geboren en is gestorven als slaaf op het eiland Madagascar. Zijn eigennbsp;naam was kabenohaja, en het is onder dezennbsp;naam dat wij van hem zullen spreken, tot datnbsp;wij aan het tijdperk gekomen zijn, waarop hijnbsp;den heiligen doop mogt ontvangen.
De slavenhouders op Madagascar stellen altijd meer vertrouwen op de slaven in hunne huizennbsp;geboren, dan op diegenen die zij voor geld gekocht, of in den oorlog buit gemaakt hebben;nbsp;want deze laatsten gevoelen zich altijd ongelukkig door het gemis aan vrijheid, de verwijderingnbsp;van hun vaderland en betrekkingen en den druknbsp;der dienstbaarheid, en behartigen minder de belangen hunner meesters en nemen gretig denbsp;eerste de beste gelegenheid te baat om te ont-
-ocr page 2-vlugten; terwijl de anderen, geen vaderland hebbende dan de woning in welke iij het eerste levenslicht aanschouwden, zich natuurlijk alsnbsp;leden van de familie beschouwen, en dit zijnnbsp;zij dan ook werkelijk. Het was daarom datnbsp;KABENOHAJA , schoon hij in zijn gedrag en verstandsontwikkeling niet boven anderen uitstak,nbsp;den last bekwam om den zoon zijns meesters ternbsp;school te geleiden en zorg voor hem te dragen.nbsp;Daar er verscheidene van deze slaven waren,nbsp;die hunne jonge meesters naar de school moesten vergezellen, zoo hadden de zendelingen eennbsp;afzonderlijk uur gesteld om deze te onderwijzen,nbsp;en het was daar dat in het jaar 18.. kabë-NOHAJA als leerling werd opgenomen. In hetnbsp;begin scheen hij weinig aanleg tot leeren tenbsp;hebben, en maakte hij ook weinig vorderingen.nbsp;Maar toen hij, na eenige maanden, kennis kreegnbsp;aan het Evangelie en daarin belang begon tenbsp;stellen, vorderde hij zoo snel, dat hij weldranbsp;in staat was alles met gemak te lezen wat innbsp;zijne moedertaal gedrukt was. Hij ontving denbsp;blijde boodschap des heils als een kind, en g®'nbsp;voelde zich een arm zondaar, die niets dan ver-oordeeling verdiend had, maar vond nu ook i»nbsp;JEZUS CHEISTUS zijnen Verlosser en Zaligmaker-En niet alleen ontwikkelde zijn geloof, zijn
-ocr page 3-natuurlijk verstand en zedelijk gevoel, maar het gaf eene nieuwe rigting aan geheel zijn karakternbsp;en handelingen, hij vervulde nu zijne pHgtennbsp;met eene te voren nimmer betoonde vlijt ennbsp;naauwgezetheid. Verstand, verbeelding, gedrag,nbsp;ja alles was bij en in hem veranderd, sints hijnbsp;de Christelijke godsdienst had aangenomen, ennbsp;men kon in waarheid van hem zeggeu, hetgeennbsp;PADLUS schreef, 2 Cor. V: 17, „Zoo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuwnbsp;schepsel, het oude is voorbij gegaan, ziet! hetnbsp;is alles nieuw geworden.”
Hij vereenigde in zijn karakter diepen ootmoed en betamelijk zelfgevoel, hetgeen hem vroegernbsp;geheel vreemd was. Hij achtte zichzelven denbsp;minste der slaven, waarvan de voornaamste nietnbsp;eens met de blanken in Europa gelijk gerekendnbsp;werden, maar als Christen rekende hij zich metnbsp;al Gods kinderen gelijk. Hoe dieper hij zichnbsp;voor God verootmoedigde, hoe meer zelfstandigheid hij voor de menschen verkreeg. Het wasnbsp;nu niet langer oogendienst en menschenbehagen,nbsp;maar den wille Gods doende, als dienstknechtnbsp;van CHRISTUS. Hij zeide wel eens: ik ben slechtsnbsp;een arme slaaf, en toch mag ik de zekere bewustheid hebben, dat jezus Christus mij liefheeft. Schoon fijngevoeligheid, de vrucht der
-ocr page 4-beschaving, hem vreemd was, zoo bezat hij nogtans eene gevoeligheid, die veel kostelijkernbsp;en van meer waardij is, namelijk de vrees omnbsp;zijnen Schepper te mishagen, en een sterkennbsp;afkoer van de zonde. Hij betoonde volstrektnbsp;geen weerzin om zijn eenvoudige maaltijd vannbsp;rijst en manioc-wortel van een bananen blad of'nbsp;biezen matje te gebruiken, maar van de losbandige, goddelooze en wreede handelingennbsp;zijner medeburgers verwijderde hij zich met afschuw. Het hinderde hem niet hun half naaktnbsp;te zien, ook kon hij hunne onbeschaafde manieren en ellendigen toestand wel verdragen ,nbsp;want dit was hij van zijne kindschheid af gewoonnbsp;geweest, maar met ergernis aanschouwde hijnbsp;hunne dierlijke hartstogten, hunne afgoderij ,nbsp;grove wollnstighcden en uitgieting van booshodon.nbsp;Hij had als het ware een open oog en een zekere tact ontvangen, dat hem waarschuwde innbsp;hetgeen goed en kwaad was, even als wij metnbsp;onze uitwendige zintuigen waarnemen wat onsnbsp;goed of schadelijk is, in hot dagelijksche leven.
Ten jare 18 . . en 18 .. bezocht hij menigmaal de drukkerij, om de gedeelten van den bijbelnbsp;of do tractaatjes die ter perse lagen, te lezen;nbsp;zijn leeslust was zoo groot, dat hij dikwijlsnbsp;zijn verlangen te kennen gaf om het Engelsch
-ocr page 5-te leeren, om toch maar boeken te kunnen lezen; maar men raadde het hem af, daar ditnbsp;te inooijelijk voor hem gevonden werd.
Omstreeks het midden van het jaar 18.. begon het christendom bij de inboorlingen vannbsp;Madagascar levendige belangstelling te verwekken;nbsp;de kapellen konden de menigte van toehoordersnbsp;die Godsdienstig onderwijs begeerden niet bevatten , en de zamenkomsten tot het gebed vermenigvuldigden zich aan alle plaatsen. E.4Benouajanbsp;was een der eersten en ijverigsten onder do geloovi-gen, zoo als men hen spottenderwijze noemde. Denbsp;één leerde hij lezen , anderen wekte hij op omnbsp;de openbare godsdienst bij te wonen, en denbsp;biduren bezocht hij zoo dikwijls het hem maarnbsp;mogelijk was.
Het was in vSeptember van het jaar 18 .. dat zijn jonge meester de benoeming tot directeurnbsp;eener school ontving, die zestig of zeventignbsp;mijlen van den zendingpost gelegen was; rabe-NOHAJA ontving bevel zijnen meester naar hetnbsp;dorp te vergezellen.
Daags voor zijn vertrek werd er nog eene openbare zamenkomst gehouden, om hem aannbsp;Gods bijzondere bescherming op te dragen. Hijnbsp;weende bij het afscheid nemen, en zeide; “Iknbsp;ben nog slechts een kind in de kennis van Gods
-ocr page 6-woord; en moet nu do plaats reeds verlaten waar ik die weinige kennis heb opgedaan.”nbsp;Maar in een ander opzigt verblijdde hij zich,nbsp;bij de gedachte in een’ anderen werkkring nuttignbsp;te kunnen zijn, en in dat verlangen is hij nietnbsp;teleurgesteld.
Hij vertrok met een zak op den rug; en v/at denkt gij dat er in was? Vóór alle dingen hadnbsp;hij gezorgd een Nieuw Testament bij zich tenbsp;hebben; voorts verschillende gedeelten van hetnbsp;Oude Testament; en dan catechismussen, trac-taatjes, gezangen, leesboekjes en dat alles innbsp;zijne moedertaal.
Zijne reis volbragt hij in groote benaauwd-heid, zoo als hij mij later verhaald heeft; hij vreesde dat zijn jonge meester die nog eennbsp;afgodendienaar was, hem misschien om zijnnbsp;geloof kwalijk zou bejegenen. Nog onlangs hadnbsp;hij hem willen dwingen, om de afgoden te aanbidden , en hem met zware straffen gedreigd,nbsp;indien hij hem ongehoorzaam bleef; maar denbsp;arme slaaf had op zijn doorgaand gedrag gewezen , sedert hij Christen was geworden, en ernbsp;tevens bijgevoogd dat hij liever sterven wildenbsp;dan in eenig opzigt afgoderij bedrijven.
Men had hem echter geen leed gedaan; maar hoe zou het nu gaan, als hij zoo in de onmid-
-ocr page 7-delijke nabijheid zijns meesters moest leven? Hij was bevreesd en bevende, gelijk jacobnbsp;toen hij ezau te gemoet toog, en hij bad God,nbsp;gelijk deze gedaan had, dat Hij hem in dezenbsp;verzoeking mogt staande houden. Zijn gebednbsp;werd verhoord; want de goede vorderingen dienbsp;hij in het lezen gemaakt had, deden hem denbsp;gunst zijns meesters in zulk eene hooge matenbsp;verwerven, dat hij hem reeds daags na zijnenbsp;aankomst in de school bij het onderwijs dernbsp;kinderen liet behulpzaam zijn, en hem voortdurend met groote onderscheiding behandelde.
EABENOHAJA maakte hiervan getrouw gebruik, om de kennis van den waren God rondom zichnbsp;te verspreiden. Want terwijl hij zijne kweeke-lingen de beginselen der wetenschappen leerde,nbsp;zocht hij hun vooral met de hoofdwaarhedennbsp;des Evangelies bekend te maken, en des avondsnbsp;hield hij bidstonden, om de volwassenen tot hetnbsp;Christelijk geloof op te wekken. Eeeds langnbsp;had hij naar eene gelegenheid uitgezien om ooknbsp;eens met zijnen meester over het zalige vannbsp;het geloof in jezus Christus te spreken; eindelijk meende hij die gevonden te hebben, toennbsp;zijn meester door eene zware ziekte werdnbsp;aangetast. De slaaf bragt hem de dwaasheidnbsp;onder het oog van op afgoden te vertrouwen,
-ocr page 8-of van tooverij hulp te verwachten, daar deze noch in gezonde, noch in zieke dagen van ecnignbsp;nut kunnen zijn. De meester, door zijne smartennbsp;verslagen en ontmoedigd zijnde, hoorde zijnenbsp;vermaningen gewillig aan, ja! verklaarde hemnbsp;zelfs, dat zijn geloof aan de afgoden door eennbsp;zonderling voorval, waarvan hij eenige jarennbsp;geleden getuige geweest was, aanmerkelijk wasnbsp;geschokt geworden. Toen verhaalde hij hetnbsp;volgende: ,,Eens was ik met don Koning üadamanbsp;en verscheidene Officieren op eene groote vlakte,nbsp;toen onverwachts de bewaarder van den grootennbsp;nationalen afgod in ons midden verscheen; innbsp;zijne hand hield hij een staf met rood fluweelnbsp;omwoeld, die het gewone zinnebeeld des afgodsnbsp;is. Bij ons gekomen zijnde, ging hij op eensnbsp;aan het loopen, ginds en herwaarts, eii vloognbsp;als een krankzinnige; de Koning vroeg hemnbsp;wat hem toch bezielde; hij antwoordde dat denbsp;afgod er hem toe drong en hij die kracht nietnbsp;wederstaan kou.’’ —¦ ,,Laat mij dau eens zien,”nbsp;hernam de vorst, ,,of de afgod op mij die zelfdenbsp;magt uitoefent!” En dit zeggende, greep hijnbsp;den staf cn wandelde met statige treden zonderde minste bewegelijkheid de vlakte op ennbsp;needer. ,,Maar misschien,’’.sprak Koning radamanbsp;zich tot mij wendende, ,,ben ik te zwaarlijvig
-ocr page 9-dan dat de God mij zoo kan laten loopen, beproef gij bet eens gij zijt vlugger.” Ik namnbsp;toen de staf en wandelde heen en weder, maarnbsp;ook ik bleef kalm en ontwaarde in mij geennbsp;de minste geestdrift en verrukking. Daaropnbsp;gaf ik den afgod aan den priester terug, die,nbsp;niet weinig verslagen over den afloop dezernbsp;gebeurtenis, beschaamd benenging; sints diennbsp;tijd is bij mij een’ heimelijkcn twijfel aan denbsp;magt der afgoden ontstaan.
Rabenohaja met blijdschap vernemende dat zijns meesters vertrouwen op de magt der afgoden aan het wankelen was gebragt, verkondigdenbsp;met toenemenden ijver het Evangelie der zaligheid, aan ieder die het maar booren wilde.nbsp;Voor sommigen mogt hij bet gezegende middelnbsp;zijn, om hen tot het geloof in Christus tenbsp;leiden; anderen hoorden het, maar zondernbsp;zigtbaar gevolg, niemand echter was er dienbsp;niet de wijsheid en den ijver van den armennbsp;slaaf bewonderde. Men begon zich nu ook totnbsp;hem met ligchaamskwalen te wenden , en ditnbsp;vertrouwen opende hem een nieuw arbeidsveld;nbsp;zie hier een voorbeeld.
Het opperhoofd van een naburig dorp kwam eens tot hem, zeggende: „gij hebt de boekennbsp;gelezen, en iedereen gelooft dat gij alles weet.
-ocr page 10-!0
daarom kom ik tot u, want sints drie jaren ben ik lijdende aan een zeer erg gezwel aannbsp;de maag, en scboon ik reeds vele middelennbsp;beproef, en mij te vergeefs tot de tooverijennbsp;gewend heb, wordt het van dag tot dag grooter;nbsp;zie gij dan of gij mij helpen kunt.” „Denbsp;boeken die ik gelezen heb,” hernam de slaaf,nbsp;„hebben mij geleerd, dat al de rampen en beproevingen die ons overkomen, ons van Godnbsp;worden toegezonden, opdat wij Hem niet langernbsp;zouden vergeten, en ons vertrouwen niet opnbsp;afgoden, tooverijen of wat het ook zijn moge,nbsp;stellen zouden; wij moeten dus allereerst beginnennbsp;met naar het middel te vragen, waardoor wijnbsp;met God verzoend kunnen worden.” „Het zijnbsp;zoo,” riep de zieke uit, maar,, ik ga welligt spoedignbsp;sterven, en wil God mij dan geen geneesmiddelen geven?” „God schenkt die middelen nietnbsp;regtstreeks; maar zoo gij u tot Hem wendt,nbsp;zegent Hij misschien de middelen die gij totnbsp;uwe genezing zult aanwenden.”
Rabenohaja beloofde hem de middelen te beproeven, die hij in soortgelijke omstandigheden had zien gebruiken, maar onder voorwaavde datnbsp;het Opperhoofd de amuletten, windsels en anderenbsp;toovermiddelen die hem handen en voeten bedekten verre van zich zou doen. Deze voor-
-ocr page 11-11
waarde nam hij aan. De slaaf bereidde biddende een middel, dat weldra met volkome genezingnbsp;gezegend werd. Het dankbare Opperhoofd begon terstond met de zijnen het onderzoek dernbsp;Heilige Schrift; zijne familie bestond uit dertignbsp;personen, de vrome slaaf bezocht hen eikennbsp;zondag, las dan uit den bijbel, en ging hunnbsp;voor in ’t gebed. De inwoners van het dorpnbsp;vroegen met verwondering, is het op bevel de.snbsp;Konings, dat deze lieden, jong en oud zichnbsp;thans in hunne woningen met het lezen van datnbsp;boek onledig houden? „Neen,” antwoorde hetnbsp;Opperhoofd, „maar ik ben overtuigd dat dit boeknbsp;voor ons allen heilzaam en noodig is.” Zoonbsp;mogt ook hier, gelijk het zoo dikwijls bij ’sHee-ren omwandeling op aarde gebeurde, de ligcha-melijke genezing, de oogen openen voor het eenenbsp;en waarachtige heil der ziel.
Men heeft reeds gezien dat eaeenouaja onder de eersten was, die het christendom omhelsdennbsp;en den doop begeerden, maar toen in Mei 18 ..nbsp;voor het eerst inlanders gedoopt werden, hadnbsp;hij van zijn meester geen verlof kunnen bekomennbsp;om zich twee of drie weken van hem te verwijderen, opdat ook hij gedoopt zou worden. Laternbsp;verkreeg hij zijn vurig verlangen, en toen haasttenbsp;hij zich om tot de Zendelingen te komen. De-
-ocr page 12-12
proeftijd kon voor kabenouaja kort zijn, want zijn geheele wandel was een onwedersprekelijknbsp;getuigenis geweest van de opregtheid zijner be-keering. Hij ontving dan den heiligen doop ennbsp;werd tot het avondmaal toegelaten den 5 November 18...
Men heeft de inboorlingen nimmer aangemoe-digd, om bij den doop van naam te veranderen, om alle onnoodige uiterlijkheden te vermijden ennbsp;om hen ook aan het gebruik van bijbelnamennbsp;geene bijzondere heiligheid te doen hechten. —nbsp;Hij die gedoopt werd gaf' vóór den doop zijnennbsp;naam op, zonder dat er vooruit met hem overnbsp;gesproken werd, zoo ook met rabenohaja, dienbsp;nu EA-POOB-NEGRO als zijn naam opgaf. Denbsp;Leoraar was verwonderd en vroeg hem: ra-POOR-NEGEo! weet gij dat wel, is dat uwe bedoeling?” vo ja,” antwoorde do slaaf, * dit isnbsp;den naam, dien ik thans begeer,” en nu werd hijnbsp;ook zoo gedoopt. Het woord ea-pooe-negeonbsp;beteekend eigenlijk »arme neger.’
Men vroeg hem. waarom hij zulk een zonderlinge naam voor zich had uitgekozen ? nbsp;nbsp;nbsp;„ O! ”
antwoorde hij, ,, ik heb op uwe drukkerij eens een traktaatje gezien „de armen neger.”nbsp;Op het titelplaatje werd hij voorgesteld, liggende op zijne knieën, met de oogen ten hemel
-ocr page 13-geslagen; dit is mij altijd bij gebleven; nn ben ik ook slaat' gelijk hij, en wensch ook nietsnbsp;vuriger dan hem in zijne godzaligheid na tenbsp;volgen; daarom nam ik zijnen naam aan.” Iknbsp;deed hem opmerken dat het geen eigen naamnbsp;was, maar dat de woorden „arme neger” iemandsnbsp;toestand, bestaan en wijze van zijn te kennennbsp;geven. „Welnu,” antwoorde hij, ,, ik wenschnbsp;dat dit de uitdrukking van mijn gemoedstoestandnbsp;zijn moge, gedurende mijn geheele leven.” Dadelijk maakte hij zich nu weder gereed om naarnbsp;het dorp, waar zijn meester zijn verblijf'hield,nbsp;weder te keeren. Reeds tweemaal was hij doornbsp;de koorts, die op dat gedeelte van het eilandnbsp;Madagascar heerschte, aangetast geworden, ennbsp;hij had een voorgevoel dat zoo hij haar wedernbsp;terug kreeg, zij voor hem doodelijk zijn zoude;nbsp;zelfs had hij tot een zijner vertrouwdste vrienden gezegd: „ ik geloof niet dat wij elkandernbsp;op deze aarde zullen wederzien. De Heer jezüsnbsp;zal mij wel spoedig komen afhalen.” De avondnbsp;voor zijn vertrek bragt hij bij den Zendelingnbsp;door. Deze sprak toen met hem dat het nietnbsp;goed was dat hij zich zoo verontruste, maar datnbsp;hij op Gods Voorzienigheid vertrouwen moest,nbsp;en gaf hem ook nog een middel om tegen denbsp;koorts te gebruiken. Hij verzekerde hem bij
-ocr page 14-14
herhaling, dat hij noch vrees voor de koorts, noch voor den dood had, maar dat het tochnbsp;goed was ten allen tijde bereid te zijn. Denbsp;nacht overviel hem, hij las een hoofstnk uit hetnbsp;Nieuwe Testament, en hij ging met veel hartelijkheid en opgewektheid in het gebed vóór.nbsp;Den volgenden morgen namen zij een aandoénlijk en teeder afscheid, toen begaf hij zich opnbsp;weg, Eenige weken later ontving de Zendelingnbsp;een brief van hem, waarin hij hem eenige spel-,nbsp;lees en andere boeken vroeg. Zoo ontving hijnbsp;nog van tijd tot tijd berigten van zijnen Chris-telijken ijver.
Maar weldra kwam toch de treurmare tot hem, dat ra-pooe-negeo in eene hevige koortsnbsp;bezweken was. Twee van zijne scholieren ondernamen de reis naar den zendingspost, om dennbsp;dood van hunnen geliefden onderwijzer mede tenbsp;doelen. Men vernam toen, dat hij slechts drienbsp;dagen ziek was geweest, en dat hij in die dagennbsp;gedurig had uitgeroepen: „ ik ga naar jezüs !nbsp;Jezus roept mij! Ik vrees niets! ” De laatstenbsp;woorden die hij sprak waren: „Ik vrees niets!nbsp;ik vrees niets! ” En deze eenvoudige woorden,nbsp;in het stervensuur uit den mond van een’ bekeerden heiden gehoord, hebben gewigtiger be-teekenis dan wij misschien oppervlakkig zouden
-ocr page 15-15
meenen. Hoe dat? vraagt welligt iemand. De ongekunstelde en onbeschaafde heiden trachtnbsp;zijne vrees voor den dood niet te verbergen;nbsp;dikwerf heb ik het op Madagascar opgemerkt,nbsp;dat de moedigste en dapperste mannen, op hetnbsp;oogenblik als zij den dood voor oogen waanden, in wanhoop en onder het storten van eennbsp;vloed van tranen uitriepen: „Ik sterf! o mijnnbsp;vader! o mijne moeder! ik sterf! Het is daaraan toe te schrijven dat de inboorlingen zorgvuldig alle gesprekken over den dood vermijden,nbsp;en het als eene groote wreedheid beschouwen,nbsp;om een vriend of bloedverwant ooit zijn naderend einde aan te kondigen. In ons beschaafdnbsp;Christenland nemen de ongeloovigen den schijnnbsp;aan, als of zij met den dood spotten; maarnbsp;waar de stem der natuur zich doet hooren,nbsp;geeft zij het luide te kennen, dat de dood altijdnbsp;de Koning der verschrikking blijft. Hoe onwaardeerbaar is dan die genade Gods, die eennbsp;arm zondaar in zijn stervensure kan doennbsp;uitroepen; Ik vrees niets!
Allen waren bedroefd over zijn heengaan, en dat te meer, daar ka-pook-negeo de eerstenbsp;der bekeerde inboorlingen was, die het dernbsp;Goddelijke Voorzienigheid behaagde uit deze vergankelijke wereld tot zich te nemen.
-ocr page 16-IJij (le DruUkors ffii Rockvei'k(K)j)crs M. W u t Sc Zogt;t5 lijn verkrijgbaar dc volgende kleine Stukjes:
Cents.
1. nbsp;nbsp;nbsp;Poter Lobbeek ....... 15
2. nbsp;nbsp;nbsp;De Avclbeetede Stuiver . . 10
3. nbsp;nbsp;nbsp;De Wever uit WcLsh. . . 07^
4. nbsp;nbsp;nbsp;De kleine Rewoner van hetnbsp;Auvergncsclie Gebergte . . 10
5. nbsp;nbsp;nbsp;Arme Sara........074
0. De jonge Hutbcwoonster . 22|
7. nbsp;nbsp;nbsp;Opwekking ie Elberfeld . 0.5
8. nbsp;nbsp;nbsp;De lerscbe Boer.....10
9. nbsp;nbsp;nbsp;Elisabeth Cunningham. . . 20nbsp;10. John Robins, de Malruos 10nbsp;ïl. Uitbreiding van de Par.abel 10
12. nbsp;nbsp;nbsp;Colonel Jacob Gardiner . . 17|
13. nbsp;nbsp;nbsp;lie StroopOTs-docUtor ... 10
14. nbsp;nbsp;nbsp;lie Bode met goede tijding 15
15. nbsp;nbsp;nbsp;Jansje Allan........13
16. nbsp;nbsp;nbsp;Zonderlinge tusschenkomst
17. nbsp;nbsp;nbsp;Lovensber. van Ainalia Gale 10
18. nbsp;nbsp;nbsp;Sara Hill..........15
19. nbsp;nbsp;nbsp;De Geschied.vanMary Smith 12^
20. nbsp;nbsp;nbsp;Do Dorps-predikant .... 10
21. nbsp;nbsp;nbsp;De waarheidvanhetEvang. 10
22. nbsp;nbsp;nbsp;Kracht des gcloofs . . . . lö
23. nbsp;nbsp;nbsp;Horman do llouthakkcr . 12^
24. nbsp;nbsp;nbsp;Laatste uren v..!oIinCowper 10
25. nbsp;nbsp;nbsp;Het einde van den tijd. . lO
26. nbsp;nbsp;nbsp;Wat God bewaard, is wel
bewaard...........15
27. nbsp;nbsp;nbsp;Wie zijt gij ? Wat hebt gij
te doen ?..........lO
28. nbsp;nbsp;nbsp;De Woêrbaan v. het Kasteel 124
29. nbsp;nbsp;nbsp;Ebon-Haëzer in Latakko. 10nbsp;.30. Indiaansche llekccrlingcn. 10
31. nbsp;nbsp;nbsp;De Christen-fccsten .... 03
32. nbsp;nbsp;nbsp;Veihnal van 2 Predikers. 07|
33. nbsp;nbsp;nbsp;Do Tijd en de eeuwigheid. 10
34. nbsp;nbsp;nbsp;Kort en heilzaam borigt lO
35. nbsp;nbsp;nbsp;Johan Coenraad Ter Linden 074
36. nbsp;nbsp;nbsp;Een Beroep op Imt hart 12|
37. nbsp;nbsp;nbsp;De Landman in den Elzas 10
38. nbsp;nbsp;nbsp;StorFgcvallen van zeven
.39. Levensloop van C.L Töpfer Ü7|
40. nbsp;nbsp;nbsp;Ecnige bijzonderheden uitnbsp;het leven van Morrison. . 15
41. nbsp;nbsp;nbsp;Lydia S...........074
42. nbsp;nbsp;nbsp;Hugo Bourne........07|
43. nbsp;nbsp;nbsp;De Christelijke viering van
44. nbsp;nbsp;nbsp;Henry Obookiah......10
43. DcZeiidelingi n in Grlt;tcnland 15
46. nbsp;nbsp;nbsp;Het bezoek bij een kranke. 15
47. nbsp;nbsp;nbsp;Brieven van een' Leeraiir. 15
Cents.
j 49. Als God werkt, wie zal dan
koeren ? ..... .....15
' 50. De Soldaten-Dochter ... 10 . 51. Del gelukkige Sterfbed . . 10nbsp;j 52. Do weg en hef middel . . lonbsp;53. De Gast zonder Bruiloftskl. 074nbsp;j 54. Treffend voorbeeld .... 07|nbsp;. 55. Levensschets v. Blumbardt 15
56. nbsp;nbsp;nbsp;Hadara, een jong Abyssiiiiör 04
57. nbsp;nbsp;nbsp;Do oude Geneesheer ... 10
58. nbsp;nbsp;nbsp;Roepstem des Hecreu ... 15
59. nbsp;nbsp;nbsp;Anna Walsh.........07^
60. nbsp;nbsp;nbsp;Eerste zending teSt Thomas 15
61. nbsp;nbsp;nbsp;Thirza...........20
62. nbsp;nbsp;nbsp;vroege Godsvrucht.....074
63. nbsp;nbsp;nbsp;De Russische Klcêrmakcr 074
64. nbsp;nbsp;nbsp;Kenmerk, v. een kind Gods 074
65. nbsp;nbsp;nbsp;Overtuiging verwaarloosd. 124nbsp;G6. Woord aan jonge moeders. 07^nbsp;07. De onbekende Zendeling. 04
68. nbsp;nbsp;nbsp;Mevrouw RumpfF.....10
69. nbsp;nbsp;nbsp;Opmerkelijke leiding Gods 07
70. nbsp;nbsp;nbsp;Een nieuw Traktaatje . , 10
71. nbsp;nbsp;nbsp;Dc vrome Landman . . . 074
72. nbsp;nbsp;nbsp;Ged. over de Eeuwigheid 07|
74. nbsp;nbsp;nbsp;William...........07^
75. nbsp;nbsp;nbsp;De Christen in het Gasthuis 03
76. nbsp;nbsp;nbsp;Lord Tcignmoutli.....10
77. nbsp;nbsp;nbsp;Leven van Schwartz . . , . 08
78. nbsp;nbsp;nbsp;Wie zoekt die vindt ... 03
79. nbsp;nbsp;nbsp;I.evensb. van een’ Soldaat. 05
80. nbsp;nbsp;nbsp;Paoalsdorp.........07^
81. nbsp;nbsp;nbsp;Onnoodige zorgen.....04
82. nbsp;nbsp;nbsp;ZaeJums...........08
83. nbsp;nbsp;nbsp;Twee Buren........10
84. nbsp;nbsp;nbsp;Bokceririg v. A. II. Franke. 04
85. nbsp;nbsp;nbsp;BlaiuUna..........7^
86. nbsp;nbsp;nbsp;Bede van een Grijsaard . 7f
87. nbsp;nbsp;nbsp;Het Iluisgez. te Heatlierdnle 13
88. nbsp;nbsp;nbsp;Christ, onder Hollentolten 5
89. nbsp;nbsp;nbsp;Aarons dood........15
90. nbsp;nbsp;nbsp;liet Pa.i8chfeest......10
91. nbsp;nbsp;nbsp;Laven van Chrijssost-muis. 07^nbsp;92- HelOclicirnz.in dcnCbristen 5
93. nbsp;nbsp;nbsp;Jacob Wilson.......15
94. nbsp;nbsp;nbsp;Do eerste Kerkgang .... 10
95. nbsp;nbsp;nbsp;Wanneer ben ik enz. . . 6
90. Ovcrce-uk. Christel. G5gt;d8d. nbsp;nbsp;nbsp;5
97. nbsp;nbsp;nbsp;Zendingsgave ....... 15
98. nbsp;nbsp;nbsp;De zwarte kneuiit.....10
99. nbsp;nbsp;nbsp;Valscho Overleggingen . . 10
100. nbsp;nbsp;nbsp;I)e Bedelaar........ 5
101. nbsp;nbsp;nbsp;Samuel Mills........ 5
102. nbsp;nbsp;nbsp;Triumfboog van Titus. . .nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;6
-ocr page 17- -ocr page 18- -ocr page 19- -ocr page 20-