|
Extra Nummer October 1936
Cultuur
|
|||||||
|
SPANJE.
Het gewe Idvraagstuk .
|
|||||||
|
door MR. DRS. A. BORGER.
|
|||||||
|
October 1936
|
|||||||||||||
|
Extra Nummer
|
|||||||||||||
|
Cultuur
Tijdschrift voor Politiek,Psychologie,Philosophie
Redactie: Mr. Drs. A. Borger. Adm: J. J. Moes.
Redactie en Administratie: Postbus C. 635 Amsterdam.
Abonn. fl. 2.- p.j., fl. 1,10 p. halfj. Gem.giro M 3860, Postgiro 42603
Verschijnt tweemaal per maand. Losse nummers 10 cent.
|
|||||||||||||
|
Spanje.
|
|||||||||||||
|
De Spaansche burgeroorlog is van dusdanig belang, dat het noodza-
kelijk is hieromtrent ons oordeel te vestigen en onze houding te be- palen; en zulks niet alleen voor wat betreft het OBJECT van den strijd: de maatschappelijke en staatkundige ordening, maar ook ten aan- zien van de WIJZE, waarop het volk reageert op den aanval der gene- raals n.l. door geweld met geweld te beantwoorden. |
|||||||||||||
|
Het object van den strijd.
|
|||||||||||||
|
Zoodra wij dit punt in het oog vatten, zien wij, dat er in elk der
beide kampen ten aanzien van de maatschappelijke en staatkundige ordening onderlinge meeningsverschillen bestaan, welke echter in het kamp der generaals nauwelijks, in dat van het volk zeer wezenlijk principieel zijn. Den generaals viel het dan ook — afgezien van hun persoonlijke
rivaliteit — niet moeilijk een hunner tot staatshoofd te benoemen, waarvoor zij Franco aanwezen, die aanhanger is van de autoritaire staatsidee. In zijn politieke geloofsbelijdenis speelt de monarchale idee een
bijkomstige rol,d.w.z. dat hij ruimte ervoor gelaten heeft, gezien het feit, dat een deel zijner volgelingen monarchistisch is. |
|||||||||||||
|
Essentieel is deze kwestie allerminst, want ook de monarchie zou
den autoritairen staatsvorm moeten kiezen, aangezien het aan de zijde der generaals gaat om de macht in handen te laten van een bepaal- de en wel historisch bepaalde groep n.l. der grootgrondbezitters en der officierskaste,dit zijn de adel en de geestelijkheid,een gedeelte dus van het Spaansche volk, dat van meening is het overige gedeelte te mogen uitbuiten en tot dit doel te onderdrukken. Om zulks te kunnen is een autoritair gezag noodig.
De democratische republiek, die geen volslagen autoritair gezag kon
uitoefenen krachtens haar wezen (zij was z.g. democratisch), liet na de feitelijke autoritaire macht te onttronen, d.w.z. handhaafde de ge- privilegeerde positie der grootgrondbezitters en der officierskaste. Het volk echter bleef vernietiging eischen juist van deze gepri-
vilegeerde posities en attaqueerde het grootgrondbezit feitelijk, aan- gezien de regeering naliet zulks door middel van de wetgeving te doen. Zoodoende vertoonde Spanje een voortdurend conflict tusschen de
z.g. volksregeering en het volk zelf. Aangezien de regeering niet naliet met wapengeweld tegen het volk — hetwelk zij heette te ver- tegenwoordigen — op te treden en de in bezit genomen gronden weer aan de eigenaars teruggaf en naliet de macht der off icierskaste te vernietigen door het leger af te schaffen (een nalatigheid, waaraan de burgeroorlog te wijten is, zooals wij in ons nummer van 1 Aug. 1.1. reeds opmerkten), bleef de regeering, ook tijdens de republiek, feite- lijk, zij het dan indirect, in handen der geprivilegeerden, die toen zij de kans schoon meenden te zien, besloten de macht maar weer recht- streeks aan zich te trekken. Wat in Spanje plaats vindt, is dus in den grond der zaak een strijd
tusschen het volk eenerzijds en adel en geestelijkheid anderzijds. Al te oppervlakkig spreekt men van een strijd tusschen fascisme
en democratie; wel doen deze beide stroomingen mee, maar slechts bij- komstig, omdat de geprivi legeerden zich met de fascisten verbonden hebben uit tactische overwegingen en niet in de laatste plaats om zich de hulp van Mussolini en Hitler te verzekeren. Toch is er verschil tusschen dezen burgeroorlog en de Fransche
revolutie, omdat Spanje bijna geen bourgeoisie kent, waarmede niet gezegd is, dat daarom het Spaansche volk de macht van het grootgrond- bezit en adel niet zou kunnen breken; alleen zou bij een eventueele overwinning van het volk, dit laatste voor andere vraagstukken komen te staan, dan het Fransche destijds. Het volk zou n.l. moeten beslissen omtrent de staatkundige organi-
satie, waaromtrent drieërlei opvatting heerscht; immers de communis- ten incl. de Trotzkisten zijn voorstanders van de dictatuur; de bur- gerlijke en sociaal-democraten van die democratie, welke wij kunnen omschrijven als de pyramidaal georganiseerde; de anarchisten tenslotte van de parallel georganiseerde democratie. De conflicten in het volkskamp zijn ernstiger, dan indatvan Fran-
co, omdat ze, zooals reeds gezegd, principieel zijn. Deze verschillen waren oorzaak.dat het Spaansche volk, in het bij-
zonder de arbeiderswereld geen gesloten front maakte tijdens de repu- |
||||
|
blikeinsche regeering tegen de geprivilegeerde kasten; eerst'sinds de
generaals hun aanval inzetten, werken de verschillende groepen samen uit feitelijke noodzaak, niet uit innerlijke overtuiging. Naast de huidige strijd om de privileges, is er een - thans laten-
te - strijd om de principes "Macht" of "Vrijheid". Mocht Franco verslagen worden, dan zal het Spaansche volk voor
dit vraagstuk komen te staan, anders dus dan destijds in Frankrijk, waar het ging om absolute monarchie of democratie, een strijd dus tusschen absolute en betrekkelijke ONVRIJHEID, waarbij de democratie uit den aard der zaak de voorkeur verdient, ofschoon ook zij als zoodanig ver- werpelijk is, omdat en voorzooverre ook zij de georganiseerde onvrij- heid is. Het Geweld.
De generaals treden, zooals vanzelf spreekt, gewelddadig op tegen
het volk; daarvoor zijn zij militairen. Het volk heeft hierop geantwoord met tegengeweld'.
De vraag doet zich thans voor of dit laatste absoluut, betrekkelijk
of absoluut niet verworpen dient te worden. Om deze quaestie te kunnen beantwoorden, dienen wij te beginnen
met ons af te vragen,niet of het thans toegepaste tegengeweld al of niet absoluut of betrekkelijk verworpen dient te worden, maar of elk geweld, ook als zelfverweer veroordeeld moet worden. Om dit echter te kunnen, moeten wij het begrip "geweld" nader
preciseeren. In den ruimsten zin toch omvat het elke machtsuitoefening (men
zie hieromtrent mijn brochure "Macht en Vrijheid") echter is het nood- zakelijk het begrip geweld hier te beperken tot geweld gepleegd te- gen lijf en leven van den tegenstander, aangezien wij anders het on- derwerp een uitbreiding geven, welke voor het onderhavige geval ver- warrend zou kunnen werken, daar het ons te doen is om een oordeel uit te spreken over het al of niet verwerpelijke van het gewapend verzet in Spanje. Wij dienen ons dus de vraag te stellen of geweldpleging als onze-
delijk te verpen is, op welke vraag wij slechts antwoord kunnen geven, nadat wij het begrip "zedelijkheid" hebben vastgesteld. Wat is zedelijkheid ?
Vele zijn de theorieën en dogma's betreffende dit onderwerp; nie-
mand minder dan Kant heeft zich afgetobd om een criterium te vin- den voor zedelijkheid,zonder dat het hem werkelijk gelukt is een ge- fundeerde uitspraak hieromtrent te doen. Voor den burgerman zijn de begrippen "zedelijkheid" en "fatsoen"
vrijwel identiek, terwijl beide voor hem nauw verband houden met het geslachtelijke. En zoo valt er meer te zeggen over de verwarring en begripsverenging op dit gebied, waarover wij hier echter uit den aard der zaak niet nader zullen spreken. Wij hebben elders het begrip zedelijkheid omschreven als innerlijke
en uiterlijke harmonie,evenwicht tusschen 's menschen natuurlijkheid
■ en redelijkheid, en tevens tusschen het "Ik" en de buitenwereld. En
j deze uitspraak is allerminst dogmatisch, maar zeer wel logisch te
|
||||
|
beredeneeren.
Voor wie den bijbel prefereert boven de logica, zij hier verwezen
naar de uitspraken: "Hebt Uw naaste lief als Uzelve"; "Wie van U twee rokken heeft, hij geve er een aan zijn broeder, die er geen heeft" en dergl., waarin het beginsel der harmonie besloten ligt. Maar voor wie de logica toetssteen der waarheid is, zij hier ver-
wezen naar den mensch, naar zijn "tweezijdigheid": natuur en bewust- zijn. Wil de mensch werkelijk als mensch leven, dan dient hij zichzelf
naar zijn tweezijdigheid te erkennen en te verwerkelijken, dient hij noch het een, noch het ander te ontkennen, omdat hij daarmede zich- zelf ontkent voorzooverre hij natuur of bewustzijn is; hij dient dus niet het een of hèt ander, maar het een en tevens het ander te doen gelden. Dan alleen erkent en verwezenlijkt hij zichzelf als mensch en daarmede het menschelijk principe,n. 1. te zijn bewuste natuurlijk- heid, natuurlijk bewustzijn. Door dit te erkennen verhoudt hij zichzelf ook onmiddellijk harmo-
nisch tot de buitenwereld, in het bijzonder tot de menschenwereld, om- dat — wanneer hij het menschelijke in zichzelf erkend heeft — hij dit ook erkent, erkennen moet, in de anderen; omdat hij dus in den naaste zichzelve erkent, aangezien elk individu op zijn wijze vertooning is van den Mensch, van het algemeen menschelijke. De zedelijke mensch is de harmonische mensch en deze mensch is
vrij, laat ieder vrij en pleegt dus nimmer geweld tegen den mensch om eigen wil aan den ander op te leggen, den ander aan zijn macht te onderwerpen. De zedel ijke mensch wil niet heerschen, wil niet gehoorzaamd worden.
De Frannsche revolutieleuze: "Vrijheid, gelijkheid en broederschap"
is een eisch van zedelijkheid, welke echter als zoodanig niet begre- pen werd; vandaar, dat zij thans prijkt boven gevangenis en kazerne. Hij verwerpt alle gezag, zonder daarmede tevens alle leiding te
verwerpen, want hij erkent het gedifferentieerd zijn der mensche- lijke samenleving en het gespecialiseerd zijn der kennis. Leiding - dat is wat de arts geeft aan den patient en wat deze
laatste aanvaardt, wanneer hij de voorschriften van den arts opvolgt, hem "gehoorzaamt". Leiding - dat is wat de "superieure" blanke aanvaardt, wanneer hij
zich in Afrika's oerwoud een boschneger kiest als gids. Deze gedachte — de leiding te aanvaarden van deskundigen — ligt
ook verscholen in het parlementaire stelsel, maar het behoeft geen betoog, dat dit stelsel in wezen niets met leiding te maken heeft, noch kan hebben, omdat het het principe van de macht erkende, door- dat het een pyramidale staatkundige organisatie bracht. De democratie,zooals wij die kennen, is een staatkundige organisa-
tie,welke maatschappelijke verschillen erkent, niet uit hoofde van ca- paciteiten, van specialisatie, maar uit hoofde van bezit d.w.z. econo- mische macht. In een samenleving,waarin de burgerman den toon aangeeft, kan al-
leen het burgerlijk machtsbeginsel beslissend zijn, omdat de burger- man de mensch is naar zijn infantiele hebzucht. De burgerman wenscht zich dus en organiseert politiek een samen-
|
||||
|
leving, waarin hem zijn bezit gewaarborgd is en aangezien zijn bezit
niets te maken heeft met menschelijke gerechtigheid, maar hoogstens met recht in den zin van dwingend wetsvoorschrift, moet hij zijn toe- vlucht zoeken tot geweld (macht) om zijn bezit tegen dieven en be- zitloozen te verdedigen, vaji welke beiden de dief het bezit op eigen gelegenheid, de bezitlooze krachtens politiek program, bedreigt. De waarlijk zedelijke mensch verwerpt de economische, zoowel als
de politieke macht, omdat zij beiden gelijkelijk macht zijn. Was de Europeesche mensch niet burgerlijk, hij zou noch "burgerlijke",
noch sociaal-democratie kennen. De zedewet, welke Kant zoo ontzagwekkend oordeelde, dat zij hem
volgens zijn eigen woorden evenveel ontzag inboezemde, als de sterren- hemel, is eenvoudig genoeg en op zichzelf allerminst ontzag- of ver- bazing-wekkend, zijnde de zedewet niet anders, dan de simpele waar- heid, dat de mensch mensch dient te zijn. Zedelijkheid en geweldpleging teneinde de macht te veroveren zijn
onverzoenbaar. Is zelfverdediging onzedelijk ?
Laten wij een scherp geval stellen.
Een man komt thuis en vindt daar een moordenaar, die op het punt
staat zijn vrouw en kind te vermoorden. Moet hij hem toespreken teneinde te trachten hem te overreden en
hem, indien hij niet voor overreding vatbaar blijkt, zijn gang laten gaan ? Of is hij verantwoord, wanneer hij den moordenaar verjaagt, desnoods
doodt ? Het antwoord kan nauwelijks twijfelachtig zijn.
En toch - als het hem niet gelukt den moordenaar te verjagen en
hij hem neerschiet is er een mensch gedood. ' Men kan hier niet volstaan met te zeggen: "Het is maar een moor-
denaar". Ook een moordenaar is een mensch. Men kan evenmin stellen, dat de moordenaar eenzijdig slecht, vrouw
en kind eenzijdig goed zijn. Een dergelijke opvatting is onverdedig- baar; niemand is eenzijdig goed of slecht. Men zal misschien aanvoeren,dat wij mogen stellen, dat de man hen
verdedigt, die hij liefheeft. Toch is de liefde geen argument, want dan zou het onverantwoord
zijn een willekeurige vreemde te verdedigen en dit zal wel niemand onderschrijven. De zaak ligt dan ook anders.
Wie den moordenaar afweert, tracht een misdaad te voorkomen; kan
de afweer slechts plaats vinden door den ander te dooden, dan is een misdaad geschied, is de poging om deze te voorkomen, mislukt, want wie een mensch dood,pleegt een onzedelijke daad, ongeacht of hij het uit noodweer doet of uit misdadigen opzet. Maar hij, die den moordenaar uit noodweer doodt, voltrekt den wil
des moordenaars aan hemzelf; de misdadiger heeft den ander gedwon- gen uitvoerder te zijn van zijn misdadigen wil. |
||||
|
De daad blijft objectief onzedelijk, maar de subjectieve onzedelijk-
heid valt op den moordenaar. Wanneer echter hij, die den moordenaar afweerde, vreugde beleeft in eenigerlei vorm — hetzij dat hij trotsch is op zijn daad, of tevreden over zichzelf, of bevrediging gevoelt van wraakgevoelens geeft hij blijk in den grond der zaak niet zedelijker te zijn, dan de moordenaar zelf. Zelfverweer ! —bedenk,dat vluchten ook zelfverweer is; het gaat bij
zelfverweer toch slechts om veiligstelling van eigen lijf en leven. "Dit is mijn eer te na" zal menigeen zeggen.
De eer is een prachtig voorwendsel om sadisme af te reageeren,
maar wordt vrijwel uitsluitend aangevoerd als argument, wanneer de man, die zoo'n last heeft van zijn eergevoel physiek of door wapens den aanvaller de baas kan. Zou deze eergevoelige ook zoo met zijn eer schermen, wanneer hij,
onbekend met de bokskunst, onaangenaamheden zou krijgen met een zwaargewicht-bokser ? Is de mensch zedelijk verantwoord,als hij een' objectief onzedelijke'
daad verricht en leed ondervindt over het feit, dat hij niet anders kon ? Ja ! Voorzooverre de mensch natuur is, laat hij het beginsel der
zelfhandhaving ten koste van het andere gelden, zooals alle natuur, want deze is niet anders dan het principe der zelfhandhaving, waar- aan de verdringing en vernietiging wordt meegebracht. In de wereld der natuur verdringt en vernietigt het een het ander
ten eigen bate. De mensch is niet alleen natuur, dus dient hij het beginsel der zelf-
handhaving redelijk te laten gelden, d.w.z. dat hij ook in dit opzicht zedelijk dient te zijn. Het is dus in orde, wanneer iemand eigen lijf en leven verdedigt
tegen vernietiging of aantasting door een ander en uit den aard der zaak, Wanneer hij lijf en leven beschermt van hen, die zich niet zelf kunnen beschermen;zelfs wanneer deze verdediging tengevolge heeft, dat de aanvaller sterft,mits de verdediger het objectief onzedelijke van zijn daad beseft. Bovendien: de moordenaar als zoodanig ontkent het leven, omdat en
voorzooverre hij het vernietigt. Wie een moordenaar doodt, laat hem dus gelden voor wat hij is:
levensontkenning. Desondanks heeft men den moordenaar niet te dooden, wanneer hij
niemand aantast, omdat hij alleen, als hij moordt, moordenaar is. Niet moordende is hij geen moordenaar en dus heeft niemand hem
te dooden, ook niet de staat, waarmede niet gezegd is dat men hem zijn gang moet laten gaan. De mensch is desondanks niet verplicht zichzelf te verdedigen; wel
de man vrouw en kinderen, omdat hij dezen bescherming beloofd heeft. Uit het bovenstaande volgt,dat nimmer verdedigbaar is doodslag ter
verdediging van eigen bezit. Maar tevens,dat het strafrechtelijk begrip: exces van noodweer on-
zedelijk is, al is het eventueel begrijpelijk. |
||||
|
En ook, dat onzedelijk is de doodstraf.
|
|||||
|
En thans de strijd van het Spaansche volk.
Een collectief zelfverweer ter bescherming van eigen lijf en le-
ven ! wordt beweerd. Maar is er sprake van zelfverweer bij den strijd om het Alcazar ?
Is er sprake van zelfverweer, wanneer men vrouwen en kinderen aan- valt met vlammenwerpers ? Spreekt níet elk militairisme alleen maar van zelfverdediging; ver-
momt niet elk militairisme zich defensief ? En is de Spaansche militie iets anders dan een leger ? Zeker, ze
is slechter georganiseerd, minder gedrild, maar dit verandert niets aan haar militaire karakter. Het Spaansche volk voert oorlog tegen de geprivilegeerde kasten.
Franco is begonnen, zal men zeggen. Zeer zeker en zijn schuld is
mateloos. Maar de anderen hadden het niet.noodig naar handgranaten en mitrailleurs te grijpen; zij hebben het machtige wapen van de sta- king, het stilleggen van alle arbeid, ter hunner beschikking, daar zij het monopolie hiervan bezitten. Er is in dezen strijd geen sprake van veiligstelling van eigen lijf
en leven door de individuen. Zeker zouden er velen geweest zijn, wie terechtstelling dreigde, ook
als Franco zonder slag of stoot de macht in handen gekregen had. Maar is er dan niet het wapen van de vlucht ?
Vallen thans niet honderden en duizenden aan weerszijden ?
Bovendien — het gaat niet in de eerste plaats om de man, die valt,
maar om hem, die doodt. Oorlog, ook de burgeroorlog, is de bloedorgie, waarin de man leeft uit zijn meest troebele oerinstincten. Het Al- cazar is er als sprekend voorbeeld: vlammenwerpers tegen vrouwen en kinderen --- in naam van het socialisme ! Laat men toch niet lichtvaardig het individueele zelfverweer te-
gen rechtstreeksche bedreiging van lijf en leven vereenzelvigen met de collectieve geweldpleging buiten alle rechtstreeksche lichame- lijke bedreiging om, als middel in den strijd om de politieke macht. Het klinkt zoo verleidelijk: wij verweren ons; maar het is zelf-
bedrog. Twee massa's botsen op elkaar, beiden beoogend te overwinnen in
dien zin,dat de tegenstander wordt onderworpen,voorzooverre hij niet vernietigd wordt. Oorlog is een worsteling om de macht, te veroveren door militaire
macht. Oorlog zonder militaire organisatie is een onmogelijkheid, ondenk-
baar;en militaire organisatie beteekent in uiterste consequentie ver- slaving van den soldaat tot kuddedier, blind gehoorzamend aan het bevel. Wie den oorlog aanvaardt als middel, aanvaardt de militaire sla-
vernij en tevens de wederopstanding van den primitieven barbaar in den mensch. Alleen voor wie het doel elk middel heiligt, is deze barbaarsch-
heid verantwoord. |
|||||
|
Wat thans in Spanje geschiedt, dreigt alom in Europa, want aller-
wege staan de burgers als vijanden tegenover elkaar. Allerwege ook wordt de bloeddorst aangewakkerd ter voorbereiding
van den oorlog, wordt haat gekweekt en groeit de vernietigingswil. Is het niet opvallend,dat velen, die meenden voorzichzelve het prin-
cipe der geweldpleging overwonnen te hebben, thans weer aarzelen, nu in Spanje het volk vecht tegen Franco en zijn aanhang ? Overal wordt het geweld vereerd als ultima ratio, waarom zou dan
juist het volk der stierengevechten een uitzondering maken ? Ondanks alle gepraat over klassebewustzijn, proletarisch, revolution-
nair en nationaal bewustzijn en wat dies meer zij, zijn de volkeren van Europa nog allesbehalve aan het werkelijk bewustzijn toe, leven zij in hoofdzaak onbewust en uit instincten. Vandaar dat zij altijd weer naar het geweld grijpen, wanneer zij zich
bedreigd voelen, ook al gaat het niet rechtstreeks om lijfsbehoud. Integendeel; vrijwel elk voorwendsel is voldoende.
Alle volkeren van Europa zijn bezeten door moordverlangens; het is
dus volkomen begrijpelijk dat het Spaansche volk terstond naar de wapenen grijpt, temeer waar dit volk grootendeels uit analphabeten bestaat. Dit laatste feit is juist daarom van groot belang, omdat het ge-
paard gaat met de grofste uitbuiting door kerk en adel. Waartoe komt een onontwikkeld volk dan anders dan tot geweld-
pleging ? Maar wat hier gezegd is, geldt niet voor het geheele Spaansche
volk, en evenmin voor de overige Europeesche volkeren. Deze weten wel wat oorlog beteekent; zij hebben gelezen en vernomen van de ver- schrikkingen van den wereldoorlog,van het lijden en sterven in prik- keldraad, het langzaam uitblusschen in Niemandslands,van al het oor- logsleed. Maar desondanks blijven zij vliegtuigen en gifgassen, ka- nonnen en mitrailleurs eischen. Maar waarom dan toch ?
Omdat zij den strijd willen, niet uit manlijkheid in den waren zin
des woords,maar uit bloeddorst. Het eenig menschelijk manlijk gevecht is het debat; OORLOG IS
SADISME. Bewust of onbewust wordt in den Spaanschen burgeroorlog sadisme
afgereageerd, haat en wraak gekoeld. Voor de vrijheid ? Neen ! Dat weten Stalinisten en Trotzkisten,
want zij vechten voor de dictatuur van het proletariaat,zooals Fran- co voor die van adel en geestelijkheid. En de burgerlijke en sociaal-democraten ?
Hun democratie heeft toch ook nog niet veel met vrijheid te ma-
ken, al stellen zij het zoo voor. Blijven slechts over de anarchisten, die de vrijheid al evenmin vat-
ten, omdat zij anders niet naar de wapenen zouden grijpen. Een volk,dat niet vrij IS, kan nooit vrij gemaakt worden, allerminst
met behulp van mitrailleurs en handgranaten. Allen, die staan in dienst van het kapitaal, in dienst ook van het
grootgrondbezit,hebben de feitelijke beschikking over dit kapitaal |
||||
|
en dezen grond, zijn de feitelijke bezitters ervan.
Maar omdat en zoolang zij in het rechtvaardige van den eigendom
van productiemiddelen gelooven, zullen zij geweld plegen tegenover de bezitters om hun het bezit te ontnemen. Juist omdat zij in dit recht gelooven, gelooven zij, dat zij het hem
slechts met geweld kunnen afnemen. Zoodra zij dit recht niet meer erkennen, is het ermee gedaan. Maar Europa's menigte gelooft in dit recht, protesteert slechts te-
gen de verdeel ing van het bezit, voorzooverre zij geen voldoende deel heeft aan den opbrengst ervan en voorzooverre zij hiertegen protes- teert, noemt zij zich socialist. Maar met werkelijk socialisme heeft dit nog niet veel te maken.
Wel zal in een socialistische maatschappij de goederenverdeeling
een andere zijn, omdat in een dusdanige maatschappij het machtsprin- cipe niet meer meedoet; maar alleen het. veranderen van de wijze van verdeel ing der goederen beteekent nog allerminst socialisme. Aangezien de begrippen socialisme en machtsuitoefening, dus ook
geweldpleging, onverzoenlijk zijn, is alle geweldpleging ter verwezen- lijking van het socialisme anti-socialistisch. Europa's menigte echter ziet dit niet in, wil geen afstand doen
van het geweld, omdat zij nog steeds erin geloofd. Niet naar hen, die vrede prediken, luistert zij — tenzij dan de vrede
door bewapening - maar naar de phraseurs en demagogen, die haar op- zweepen tot volkeren- en klassenhaat. Aan een groot deel van het Spaansche volk is nooit iets geleerd,
behalve haat, ook door de kerk, welke Christus verkondigt om het volk uit te mergelen. De christelijke liefdeleer is een leugen in den mond der priesters. Van dit deel van het volk kan gezegd worden: "Vergeef het hun,
want zij weten niet wat zij doen." Zij vormen de werkelijk tragische massa.
Zoolang de volkeren niet willen luisteren, zullen zij den weg van
bloed en tranen moeten gaan, welke zij reeds zooveel eeuwen gegaan zijn,zullen zij voortgaan elkaar onderling te vermoorden in den naam van Christus of het socialisme, van de democratie of de dictatuur, van de vrijheid des vaderlands of wat dan ook. Maar tot vrijheid komen zij nimmer.
In en door hun eindelooze worsteling blijven zij onvrij, omdat zij
al strijdende niet anders doen, dan zich aan elkaar binden, zich van elkaar afhankelijk maken. En zoodoende blijven de volkeren zedeloos.
Om werkelijk vrij te worden,dienen zij werkelijk zedelijk te worden
en de werkelijke zedelijkheid is slechts te bereiken door inkeer in onszelve, door ons te bekeeren tot ons wezenlijkste wezen, door mensch te worden. Zoolang de menigte zich concentreert op het Hebben, gaat haar
|
|||||||
|
Il
|
|||||||
|
HgMM^H^^H^MMM|^H
|
|||||||
|
leven op in strijd en begeerte, blijft haar leven een wilde jacht naar
bezit. De menschheid zoekt naar geluk. Dit echter is slechts te vinden
in den mensch zelf, is niet anders dan innerlijke rust. Wie naar geluk streeft, dient naar innerlijke harmonie te streven,
al dient hij onmiddellijk te beseffen, dat de eeuwige harmonie in het leven niet te vinden is, want deze is een volslagen eenzijdigheid en dus niet bereikbaar in het leven. Door echter het bezit na te jagen streeft de mensch naar dat, wat
buiten hem ligt en bovendien naar veel en dus naar meer, want "veel" is betrekkelijk. Dusdoende blijft hij jagen naar het niet-menschelijke, want het bezit is niet menschelijk. omdat het wezenskenmerk van den mensch niet is het Hebben, maar het Zijn, aangezien de mensch levend bewustzijn is, en als zoodanig dient te komen tot zelfbewustzijn. Wie het Hebben nastreef t, laat zijn natuurlijke zijde niet MEDE gel -
gelden, maar EENZIJDIG gelden en leeft dus onmenschelijk en onzede- lijk, disharmonisch. Zedelijk verantwoord is slechts het hebben, dat dient ter instand-
houding van eigen lijf en leven en ter ontplooing van eigen cultu- reele innerlijk. Terwille van het vele en het meer vergiet de menschheid stroomen
bloeds en spreekt van haar recht. Maar de gerechtigheid is haar vreemd.
Zoo is haar strijd om menschelijkheid en gerechtigheid een strijd,
die zij verliezen zal, zoolang zij het geweld laat gelden; die zij zal winnen, zoodra zij het geweld verwerpt. Men kan de vrijheid nooit veroveren met geweld, want wie het ge-
weld laat gelden, laat de onvrijheid gelden en maakt zoodoende te- vens zichzelf onvrij. Wanneer de burgeroorlog zal zijn uitgestreden, zal het Spaansche
volk niet vrij zijn, want het zal de macht in stand moeten houden ten- einde den verslagen vijand in bedwang te houden. Wanneer het de vrijheid wil,zal het deze aan de orde moeten stel-
len, af stand moeten doen van de macht als middel tot ordening der samenleving. Dit zal het echter niet doen, want uit het gewapend verzet blijkt,
dat beide partijen in de macht gelooven. Niet omdat zij geen ander middel hebben, strijden de volkeren,
MAAR OMDAT ZIJ DEN OORLOG WILLEN. In naam der vrijheid wordt deze vermoord.
Fascisten en communisten, democraten en syndicalisten - zij allen
worstelen om de macht en zij allen zijn verliezers in de jacht naar menschelijk geluk. |
|||||
|
Amsterdam, October 1936.
|
|||||
|
STUDIEKRING VOOR WIJSBEGEERTE.
|
||||||
|
Aan onze donateurs.
Destijds hebben wij ten behoeve der donateurs onzer stichting een
een afspraak gemaakt met de administratie van "Cultuur", behelzen- de, dat onze donateurs, wanneer zij zich op dit tijdschrift abonneeren een korting genieten van 20%. Aangezien onzerzijds hiertegenover geen enkele tegenprestatie
staat, zouden wij het op prijs stellen, wanneer de donateurs-abonné's ertoe zouden willen medewerken, dat het blad in ruimeren kring ver- spreid wordt, daar er hetzelfde doel mee beoogd wordt, als onze stich- ting en dat wij allen nastreven. Wij verwachten dan ook, dat onze donateurs-abonné's de redelijk-
heid van ons verzoek zullen inzien en ertoe zullen medewerken, dat de verspreiding van "Cultuur" toeneemt, iets wat - juist in dezen tijd — zeer gewenscht is. |
||||||
|
HET BESTUUR.
|
||||||