-ocr page 1-

BIBLIOTHEEK DER RIJKSUNIVERSITEIT TE UTRECHTnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1929

Verzameling t�oneel-stukken uit de nalatenschap vannbsp;prof. Or. J. te WINKEL

No.2fiH

-ocr page 2-



' * '^ ■:




. 1:- nbsp;nbsp;nbsp;V-,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. '/nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^


V ■ r' .



a=


l\v nbsp;nbsp;nbsp;.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;■*^-.-V ■ ..nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;._,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^'gt;ynbsp;nbsp;nbsp;nbsp;• '•• * -i

** nbsp;nbsp;nbsp;»». '-• ■•..nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;quot;S



'4 quot;È




^ U.

S'V;' nbsp;nbsp;nbsp;'■




4 J^.




-ocr page 3- -ocr page 4-

.A


. ?


i






��HMl�M�Mi


-ocr page 5-



■ , J



-ocr page 6- -ocr page 7-

HET HUUWELYK van

ORONDATES

En

S T A T I R A.

T R E U R S P E ^L. .. nbsp;nbsp;nbsp;\

Deeze derde Druk nierkelyk verb�terd.


3TIL TT�l� KTIBTT S A]E]OlTUM

TE AMSTERDAM,

Gedrukt voor het K U NS T G E N O O T S C H A P, e'ncc bckomcnby de Erven van J. Lescailji, 4m,

Met Privilegie, ijiy

bibuotheek der

RIJKSUNIVERSITEIT
UTRECHT.
-ocr page 8- -ocr page 9-

COPYE van de PRIVILEGIE.

T^E Staaten van Holland ende Wcftvtiefland, lgt;�tK te wetwn , Alzo ons vertoond ij by die van het KunflgtniMfihai NIL VOLENTI-BU5 ARDUUM.tot Amfterdam, iiue dat zy Supplianten , op �tnbsp;voorbeeld van Italiaanlche , Engcllche, en Franfche Acadeini�.i, voornbsp;veelejaaren , met zoig , moeiten , en ongemcene kollen , bun Kunft-genootfehap hadden opgerecht tot opboutcing en voortzetting van denbsp;Ncdcrdiiitfche Taaie en Dichtkonft; ten welken einde de Supplianten,nbsp;en hun Konllgenootlchap, door ons op Jt� �van Maart, 1692.nbsp;was begunftigt by continuatie van hunne voorgaande Itivtiegie ofnbsp;Otftoy. om gedutirende den tyd van'vyftitu Jaartn, alle hunne Werken, en die detzelvet L�den, als toen reeds gemaakt, gedrukt, ennbsp;ingevolge van tyd verder te maaken , te drukken, herdrukken , uit tenbsp;gceven,en te vetkoopen, en zulks by uitlluiting van alle anderen, onderwar pretext, dat het ook zoude mogen weezen , alleen te mogennbsp;drukken, herdiukken, uitgeeven en vetkoopen in �xaiaanigtn firmaat,nbsp;e�rWtigt;,als het de Supplianten gcraaden zouden vinden , en dat opnbsp;zulke llraffcn, of peenen voor de Contraventeuts als breeder by �tnbsp;voorgaande O�troy uirgedrukt ftond. En demyl de gemelde Onzenbsp;Privilegie op den laienbsp;nbsp;nbsp;nbsp;jif�and Maart, ftond te expireeren, en zy

Supplianten gaarne in hunnen arbeid en yver zouden volharden, en grootconkoften hadden gedaan, daagelyks doen , en vervolgens doennbsp;zouden , onder anderen met �� t uitgeeven van eene Nedcrdultlchenbsp;Grammatica , gclyk ook met hunne werken te vetcieten met titelprenten , en andere kopere kunftplaaren, en Muzykftukken, naar ver-eifch der zaaken; En beducht zynde, niet zonder reden, dat eenigcnbsp;baatzoekende Menfchen, op de eene of andere wyze , tot ontluifte-�ing hunner werken , en groote fchade en nadeel der Supplianten, hennbsp;daar in zouden zoeken te onderkruipen, met hunne werken in 't geheel of ten dcelen , met, of zander het Muzyk, er.de kunfttiiels, ennbsp;andere prenten na te doen maaken , drukken , vetkoopen , of verruilen ; vinden de Supplianten zich genootzaakt haar wederom te keeiennbsp;tot ons, verzoekende dat het onze goede geliefte mogte zyn, de Supplianten met onze Ptivilerie als boven gemeld te begunftigeB voornbsp;den tyd van Vyfiieneerft kamende Taartn, .om geduurcndc dcn zelvennbsp;tyd alle de voorlthtcvea werken , inzodanigen formaat en taaie, reedsnbsp;gemaakt , gedrukt, en ingevolge van tyd verder te maken, alleen tenbsp;mogen drukken , herdrukken , uit te geeven , en te vetkoopen, ennbsp;zulks by ttiiflntiuie van aile anderm, onder war pretext dat het ooknbsp;zoude mogen weezen, en dat op zulke ftraffen en peene, en Confifca-tic van alle zodanige nagedtukte Exemplaarcn, regens de Contra-venieiirs te ftellen, als wy zouden achten te bthooven, en vetcifchtnbsp;rf ^^quot;^itidede Supplianten in toekomende mogen erlangen vol-Itrekter effeft van ons v^orfchreeven Oftroy, als zy tot noch toe hadden genoten, ter zaake van baatzuchtige lieden, niet tegenilaandcnbsp;veilecnde Oiiroyen, haar niet hadden ontzien ver-jchevden van *s Kunftgenootfehaps weikcn cn dcrzelver L�den, te

? ; nbsp;nbsp;nbsp;heb-

-ocr page 10-

hebben doen nadruUken , en de Contraventeurs dut over doei de Supplianten niet gecalangeeit i en in rechten betrokken �aten, oranbsp;in geen zwaarder kollem te vervallen, als de boeten als toen daar opnbsp;gefteld hadden kunnen goed maken. ZO IS �T , dat wy de zaaken ennbsp;�t verzoek voorfebreeven overgemerkt hebbende, en genegen �eezen-de ter beede van de Supplianten uit onze rechte wetenfehap, Souve-raine m.'gt en Authoriteit dezelve Supplianten geconfenteert , geac-cotdeeit en Gccftroyceit hebben , Confenteeren , Accordeeren , ennbsp;Oitroyeeren mits deezen, dat zy geduutende den tyd van �vyftiin eirftnbsp;tuhur ttn votgenie jtutrtn , alle de vootfchreeven werken by continuatienbsp;binnen de voorfz. onze Landen alleen zullen mogen drukten, uitgee-ven en veikoopen, verbiedende daarom alle en een icgelyken �//� lt;!�-gtlve werken in �t geheel tf ten deelen naa te drukken, ofie elders naa-gedrukr, binnen dezelve onze Landen te brengen, uit te geeven ot tenbsp;veikoopen; op de verbeurte van alle de naatgedrukte, i: gebrachte ,nbsp;ofte vetkochte Excmplaaien , en een boete van Jrie henJerd gnUettnbsp;daar en boven te verbeuren , te appliceeren een derde pair voor deunbsp;Officier, die de calangie doen zal, een derde part voor den Armennbsp;fier phatle daar �t cafus voorvallen zal, en �t tefterende derde partnbsp;voor de Supplianten; In dien veiftande , dat wy de Supplianten metnbsp;deeze onze Oftroye alleen willende gratificteten tot verboedmge vaftnbsp;haare fchade , door�t nadrukken van alle de vooifchieven werken,nbsp;daar door in geenige deelcn veiftaan den inhouden van dien te au-thcrizeeien ofte te advoueeren, en veel min �t zelve onder onzepro-teftie en bcfcherminge, eenig meerder Credit , aanzien, ofte reputatienbsp;te geeveii, isemaar de Supplianten, in cas daar inne iets onbthooilykanbsp;zoude influceren, alle 't zelve tot haaten laftcn zullen gehouden wezen te verantwoorden , tor dien einde wcl exprefTclyk begeerende,nbsp;dat by aldien zy deezen onze Ofttoyen , voor alle de voorfebreevennbsp;werken zullen wilicn Hellen, daar van geen geabbtevieerde, ofte ge-contraheeide meniie zullen mogen maaken , nemaar gehouden zullen wcezen, �t zelve Oftroy in �t geheel en zonder cenige omiffienbsp;daar voor te drukken, of te doen drukken, en dat zy gehlt;.udcD zullen zyn een Exemplaar van alle de voorichteeven werken , gebonden ende wel geccnditioiicert te brengen in de Bibliotheek van onzenbsp;Univcifiteit tot Leiden, ende daar van behootlyk te doen bly ken ; alles op pcene van �t effc�t van dien te verliezen: Ende ten einde denbsp;Supplianten deeze onze Confente en O�ftoye moge genieten , alsnbsp;naat behooren, Laflen wy allen en iegelyken die �t aangaan mag, datnbsp;zy de Siippliauten van den inhoude van deeze laaten , en gedoogen,nbsp;tuflelyk , vtedelyk en volkomentlyk genieten en gebruiken , Cefl'e-rende alle belet ter contrarie. Gedaan in den Hage ouder onzen groo-te� Zeegcle hier aan doen hangen , op Jen 140. Mam, in 't Jaar onzesnbsp;heeten, en Siligmakers zeventien hondeit en zeven.

A. H E I N S I U S.

Ter Ordonnantie van de Staaten^

SIMON VAN BEAUMONT.

-ocr page 11-

OP HET TREURSPEL van

ORONDATES

en

S T A T I R A.

Elk_een getyde van hartst�gtenpoort de rttfi

I)er Koningin Roxaiie, in dolheid uitgelaaten\

Wat gruwz^aame oorlogsbrand vernielt haar Ryk^ en Staat en,

En fielt de hoop tt leur van haare minnelufl!

JbTaa zjilk^een ommezjsvaai van wonderbaare dingen

Geniet Prins Orondaat zyn Statira in *t end,

Daar ^t l�t, hemeerfi z.o firaf,z.ich fchielyk^heeft gewend.

Een Koningryk.^aat bloot voor alle wijfelingen.

VER-

-ocr page 12-

VERTOONERS.

R�xane, D�chter vanKoh�rtan, verftootene Wc-? duwe van Alexander de Groote.

H EZioN�, Vertrouwde van R�xane.

Statira , D�chter van Darius, laatfte Weduwe van Alexander de Groote.

Ar BATES, Vertrouweling van R�xane.

Per dikkasgt; Naazaat van Alexander de Groote�

OronDATES, Prins van Scytien.

Seleukus, Nazaat van Alexander de Groote.

Zwygende.

Gevolg, van Perdikkas, Seleukus �n Orondatcs^

Het Tooneel verbeeld een Zaal in het PaleU van R�xane , binnen Babilonien.

-ocr page 13-

i

ORONDATES

S T A T I R A.

/

TREURSPEL.

EERSTE BEDRYF. EERSTE TOONEEL. ^

R�xahe, H�zion^.

/ nbsp;nbsp;nbsp;R�xane.

, Ezion�, kom, laat ons ft�rven.

H�zion�,

Laat ons leeven

; Mevrouw, �n �t ongeluk tr�ts onder de oogen ftrecven.

R�xane.

Hoe veel� tierannen, in een vloekgefpan verkn�cht, nbsp;nbsp;nbsp;;

Doorpynigen myn� ziel! waar b�n ik toe gebr�gt 1 Een gruwelyk gety van dolle wraak, van toorenjnbsp;Van haat, van liefde, diena r�cht, n�chrc�n, wil hooren,nbsp;Ryft, beurt om beurt, t�t ftraf in myn vertwyfFeld hartinbsp;Daar duizend wroegingen n�ch al die bitt�re fmartnbsp;Verzwaaren,�ngeftaag my,zonder mededoogen,nbsp;Erinnerenmyn�z�nde,�nftellen �t kwaadft� voor oogen.nbsp;Myn hart hitft, door zyn be�, de G�den op my aan,

En 1'meekt hen niet j maar w�nfchthartnekkig te vergaan, �k V oei �t, t�t zyn eigen ftraf, de wraak der G�den daagen ,nbsp;En tergen. Wreede ziel, gy w�kt myn� zwaarfteplaagen.nbsp;Z�g, vinnigfte van al myn� vyanden, z�g aan,

Verdoemt gy �t fch�lmftuk , dat gy z�lve hebt gedaan ? Hoe kunt gy, zo verwoed, in my nu wederftreevennbsp;Die z�lfde wreedheyd daar gy my toe hebt gedreeven.nbsp;El) farren de yji�re ro� des Hemels met gebe�n,

A nbsp;nbsp;nbsp;Om

-ocr page 14-

i ORONDATES �n STATIRA,

Om u te fcheuren, �n te morzelen van ��n ?

Maar neen, de Hemel heeft me een ander l�t befchooren; Het eeuwig noodl�t heeft myn� dood n�ch niet gezwoo-ren.

En is �er iets voor my te vreezen in myn� nood,

H�zion�, het zyn de menfchen ; kleen en greet Heeft in myn� dood geft�md, �n�kziezeniet teontwyken.nbsp;Al wilde al �t G�dendom handhaaven myne ryken,

En in flag�rde z�lf voor myn� befcherming ftaan.

Hoort gy dat ft�rmen niet ? hoort gy dien krygs�rkaan Nietbruifchen, �n de muurrammeijers de oude wallennbsp;Van Babel fchudden ? ach ! my dunkt ik hoor ze vallen.nbsp;En mynen troon met hen; �k voelze onder mynen voetnbsp;W�gzinken, �n myn hoofd befl�lpt met puin �n bloed.nbsp;H�ZI � N �.

Sch�p moed, Mevrouw, al dreigtde vyandonzemuuren. En ft�rmt �er f�l op aan, wy zullen hem verduuren.

Hy hoopt vergeefs uw ryk te d�mpen door zyn magt.� De H�mel waakt te trouw voor �t Koninglyk geflacht:nbsp;Hy heeft u door zyn� hand gehuldigd in uw� llaaten.

R � X A N E.

Kon ik den vyand zyn� beleeg�ring doen verlaaten! Maar �k vrees het alles, nu zyn hoogmoed ftaat in t�p:nbsp;Zyn ft�rmgevaart ryft reeds voor onze v�ften op,

Hy klimt daar langs, �n plant zyn� Banders op de tranfl�n Des ne�rgeftorten muurs, �n overwonnen fchanflen.nbsp;De moedige Orondaat doormynt den hoogen wal,nbsp;Br�ngt onverfaagd de bloem van al ons volk ten val,nbsp;En trapt hun�t hart,�nbuiktebarften.�K ziehemrookennbsp;Van bloed, �n, door een b�rg van dooden doorgebroken,nbsp;My vliegen in �t gezicht, metuitgetoogen zwaard.

En zeggen i Monfierdier in gruwwelen gehaard,

De H�mel heeft myn' arm t�t wwe praf verbondeny �t R�chtvaerdige geb�d heeft eindlyk heul gevonden ,

T.n 's H�mels vierjehaar my uw vonnis toegeflaan.

D�ch, ftaat u langer dit misdaadig keven aan.

-ocr page 15-

treurspel. 3

H�rfi�l my Statira, �n leer uw' hoogmoed breeken ,

M�t haar vergiff nis voor uw� boosheid ofte fmeeken.

Maar neen 1 wy tr�tfen zyn gevlei, �n dreigement.

�k Begeer van hem gena, n�ch ftraf. De wreedheid i'chent My aan. Gy kieflche deugd, die my van de eer komt fpree-ken,

Vaarw�l. Wy v�llen ons geluk door fno6 gebr�ken.

En fch�lmeryen; �n, indien ik in dien Haat U mogt bezitten, � doorluchtigfte Orondaat,

Myn grootfch gemoed zou zich indeeuveldaadenvleijen. En dankbaar al het goed, dat zy my doen, verbreijen:nbsp;En, hoe verwoed ons ook �t geweeten knaagen zou.nbsp;Men zal myn mildaan nooit verz�ld zien van berouw.

Ik zal van �t��ne na het ander fch�lmftuk ftreeven,^

En ft�rven g�ddeloos, gelyk �t my lull te leeven.

tw�de tooneel.^

H�zion�, R�xane, Statira.

ZH�zion�.

Ie Statira, Mevrouw.

R� X A N E.

Terwyl de vyand valt

De ftad beft�rmt, zyt gy. Mevrouw ,door mynen laft'. T�t mind�ring van den Ichrik, die u alleen mogt kwellen.nbsp;By my geleid.

Statira.

Was�t in haar magt myn� ziel te ontftellen, Zy zou vermeerd�ren door de tegenwoordigheidnbsp;Van u, die al den grond hebt van myn ramp geleid.nbsp;Uw� dolle liefde, om ftout haar oogwit te befchicten.nbsp;Heeft Orondaat, �n my,oneindige verdrietennbsp;Ber�klcend, �n, verblind door tuchteloozen brand,nbsp;Ten ondergang gefleept uw�V�rfl, �n Vaderland.

In plaats van, naa zoo veel� befchrei�lyke ongelukken. Te ruften, fl�egt gy voort met woeden, �n verdrukken;

A a, nbsp;nbsp;nbsp;En

-ocr page 16-

4 ORONDATES �n STATIRA,

En hebt, gedreeven van een� zucht t�t hooger ftaat� Naa Alexanders dood, door lafterlyk verraad,

My in dit H�f vervoerd, �n had my van het leevcn Beroofd, ontziende niet een� fteek in �t hart te geevennbsp;My, Alexanders Weeuw, �n V�rft Darius bloed.nbsp;Z�lfs voor uwe oogen, had Perdikkas �t niet verhoed,nbsp;En een� flaavin voor my in �t moordvertr�k doen Aagten.nbsp;Wy weeten, w�lk een� gonft my ftaat van u te wachten.

R�X ANE.

Heeft myn� geneegenheid verdiend dit bits verwyt ?

S T A T I R A.

Z�g uw� vermomden haat, �n weifFelende nyd.

R�X A NE.

D�nk,waar gy ftaat,ver waande.

St AT I R A.

In �t H�fvan mynen vader.

R�X ANE.

Voorheen i nu is het myn'.

Statira.

Door hulp van een� verraader, Perdikkas muitgefpan ftyft uwe dwinglandy.

R�xane.

*k B�n Alexanders weeuw.

Statira.

Wy zyn �tzo w�l als gy.

R � X A n e.

Maar nu in ons gew�ld .nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Statira.

Hy had u lang verftooteni R�xane.

�kB�n nu we�r in dien t�p gevoerd van all� de Groeten. Gy zyt �er afgefchopt.

, nbsp;nbsp;nbsp;Statira.

Dank dat uw valfch verraad. R�xane.

Ik dank �t niyn�gt;vaard@, �n xuyn voorzigtigheid,

* S T A�

-ocr page 17-

TREITRSPEL. nbsp;nbsp;nbsp;5-

St ATIRA.

De daad

Wil eind�Iyk toonen, wie�t van ons te beurt zal vallen. De wraak is op de been, �n blikfcmt op uw� wallen.nbsp;Prins Orondates, met zyn� Helden, dringt vaft aan.

�t Recht v�lgt zyn* zy. Hem kan de zeege niet ontltaan. R�xane.

Het is die hoop dan, die u dus verwaand doet Ipreeken gt;

St AT I R A.

Of die, �f andere. De H�mel zal ons wreeken.

Al toeft hy wat, het vuur der ftraf blyft ongedoofd. R�xane.

Vlei u daar m�e. Maar eer zy nc�rftort op myn hoofd,� Zal ik beletten, dat ge u daar in zult verblyden.

Niets zal ik lyden, of gy zult daar eer ft voor lyden. Statira.

R�xane is lang gewoon te dorften na myn bloed,

En ik dat aan te zien met onvcrfchroldcen moed, R�xane.

R�xane Iaat zich niet van Statira braveeren.

Komt Orondat�s in den ft�rm te triomfeeren,

En Babilonien te buigen in dien nood,

Dit ftaal zal myne wraak voorzetten door uw� dood. Statira.

Wy kennen uwen aart; gy h�bt ons hier doen komen Uit bloeddorft , niet opdat de fchrik my w�rde ontno�nbsp;men.

DERDE TOONEEL.

Arbates, r�xane, Statira, H�zion�.

PArb ates.

Rins Orondates...

R�xane.

Ach! die naamvoorfp�ldmyn�val. En fnydt me door de ziel! Zo heeft hy dan den walnbsp;Vermeefterd, �n zal aich hier in �c Paleis verwonen,

A 3

-ocr page 18-

^ ORONDATES �n STATIRA.

Gelyk verwinnaar ? myn gezag, �n liefde hoonen.*.

Ar BATES.

Mevrouw, vergun me...

R�xane.

Neen, nu is de hulk van�tryk Geftrand! Wy vallen, maar wy vallen te gelyk.

Hy zal, me�deelgenoot van onze neederlaagen,

In �t midden der triomf zich zyner vreugd beklaagen.

En gy, � wreevele en vermeetele V�rftin,

Zult my niet t�rgen in �t gen�. van zyne min,

En in myn aangezigt, wanneer hy keert van �t v�chten J Om zynen yz�ren hals uw� dartele armen vl�chten.

Om uwe min heeft hy zich tegens my verz�t,

En ik, om zyne, �t zwaerd op uwe ftr�t gew�t.

W�l aan; my lull; myn ryk, n�ch aanzien te overleevenl �kWil ft�rvengt;maar gy zult eerft voor myne oogen fneeven.nbsp;Arbates.

Bedaar, het ft�rmgew�ld des vyands legt terne�r. Mevrouw.

R�xane.

Die tydinge herfl�lt myn Icrachten we�r. Maar waar is Orondaat ?

Ar B AXES.

Hy is in uwe handen. R�xane.

Wat Go�n, wat dapperhe�n zyn �t, die dien h�ld vermanden ?

Wie heeft met zulkeenmoed my aan zyn�dienft verplicht? Nu, noem hem my, wie heeft die groote daad verricht ?nbsp;Ar bates

Het vyandlyke heir kwam naauw�lyks ft�rm geloopen * Of �t zag zich in een� zee van eigen bloed verzoopen.nbsp;En met een hagelbui van pylen overd�kt jnbsp;Terwyl een� and�re troep zyn vleugels v�rder ftr�kt.

En ftort ter muurbr�flein.Toenzagmendeonzedringen. En moediger hunn�poft belch�nen,voor�t befpringen.

. nbsp;nbsp;nbsp;Elk

-ocr page 19-

TREURSPEL. nbsp;nbsp;nbsp;7

Elk leeger ftond nu op zyn hoefflag n�t gefchaard.

Als Orondates, doorgeborften met zyn zwaard,

Alleen zich in den drang van de onze een w�g komt baanen, Gelyk een leeuw , die ftreeft met uitgel'preide maanen.nbsp;Door bofchgedr�chten, �n woeftynen , zonder pad.nbsp;Een� doodfche fchrik beving de krygsli�n. Ellc vergatnbsp;Zyn� plicht, �n leegertucht, �n Ipatte uit zyn� geleden.nbsp;De groote ftandaard lag in �t bloedig ft�f vertreeden,nbsp;En al ons leeger fcheen door hem ter vlugt bereid.

R�x ane.

Wierdt hy verwonnen ?fpreek, r�k myn langmoedigheidi Niet meer. Hoe hebt gy hem in ons gew�ld gekreegen?nbsp;Arbates.

Een fchielyk toeval liet zyn dapperheid verlegen. R�xane.

Verklaar het ons.

Arbates.

Hy brak zyn zw-aerd t�t aan �t gev�ft,' En met bebloeden vuift tr�tfeert hy n�ch in �t l�llnbsp;Een� heele waereld van aandriefchende f�ldaatennbsp;De byft�re wanhoop maakt hem dol, �n uitgelaaten.' 'nbsp;Hy fchudt het hoofd, �n ftampt in fieren overmoed�, .nbsp;En fpalkt twee blikken op, als vuur, �n rood van bloed.nbsp;Maar, door ontallyk v�lk omfingeld, �n befprongen,nbsp;Wordt zyn� verb�lgen moed beteugeld �n gedwongennbsp;Van h�n, diebeevend hem aanranden, �n in �t flaalnbsp;Geklonken, met gew�ld beft�rmen altemaalnbsp;Een� krygsh�ld zonder zwoerd. N�ch doet hy ze al ver*nbsp;tzaagen,

Maar niemand hem.Hy wenlchtnuweder�tlyftewaagen. En grimt h�n aan, �nftaatop �lken voetftap ftil.

Ik zie hem onder �t oog, die my niet aanzien wil Van toorn, �n d�oogen w�ndt, en fchynt me te verachten,nbsp;�k H�rroep zyn ouden zwier, �n tred in myn� gedachten,nbsp;En kenne in �tbarnen van die wanhoop, �n een ftaatnbsp;Zo zeer van hem vervloekt, dien grootenOrondaat.

A 4. nbsp;nbsp;nbsp;Ik

-ocr page 20-

8 ORONDATES �n STATIRA,

Ik vraag de banden, die zich op dien buit vermeeten, Waar zy hem leiden, �n of zy hunne �rder weeten.

Hy komt Perdikkas toe, roept iemand uit het r�t. R�xane.

Men lei hem hier. Ga heen, volvoer het hoog geb�d.

Ar BATE s.

�k Heb h�n gcraan dien buit de Koningin te geeven. Ook rees�er niemand om myn� eifch te wederllreeven.nbsp;Men br�ngthemherwaardsaan.Gyzulthemdaat�lykzienjnbsp;Begeert gy �t.

R�xane.

Neen. Dit zou de ontfl�ldheid my verbi�n. En fchoon �t my luftte, ik voel, helaas! myn moed be-zweeken.

�k Verlang �-er na 5 maar vind niet raadzaam h�m te fpree-ken.

Wy willen Orondaat niet zien, als me�r bedaard. Arbat�s, gaa, verz�rg dat gy hem w�l bewaart.

Myn� halve lyfwacht zalu v�lgen. Doe hem leiden In myn Paleis, men zal hem een vertr�k bereiden.

Ar B axes.

�k Gehoorzaam uw geb�d.

R�xane.

Arbat�s, vier zyn� moed, Onthaal hem als rhy z�lve; ik wil zyn tegenfpoednbsp;Verzachten, �n voor al laat hem van niemandfpreeken,nbsp;Z�lfs van Perdikkas niet.

ARBAfES.

Aan my zal �t niet ontbrceken.

VIERDE TOONEEL.

R�xane, Statira, Hezione.

GR� X ANE.

Aat w�l; �n zult gy n�ch, verwaande, tegensmy Aanwryten ? �n zo tr�ts myne opperheerfchappy

Ver-

-ocr page 21-

TREURSPEL. nbsp;nbsp;nbsp;9

Verfmaaden ? z�g, wat trooft ftaat u voortaan te wachten ? De Goden lachchen met uw� vruchtelooze klagten.

Ons vloeit een� ryke zee van zeegen in den fchoot;

Aan myn� genade hangt uw leeven , �n uw dood �

En Orondaates z�lf moet vliegen op myn w�nken.

Sta TI RA.

Gy kunt het lichchaam, maar de vrye ziel niet kr�nken. Prins Orondates is te dapper van gemoed,

Om u te vleijen. Neen 1 hy kan de tegenfpoed Verdraagen, �n in u altyd Roxane haaten.

R� XA NE,

Ik zal hem, met dien haat, doen uwe min verlaaten. Dien braaven krygsman voegt geen vrouw, als met eennbsp;kroon.

Statira.

Hy is te fier om niet te walgen van een� troon Door ryksverraad gebouwd op V�rftelyke graven.

H � z I o N �.

Mevrouw, Perdikkas...

VYFDE TOONEEL.

Perdikkas, R�xane, Statira, H�zion�,

W Perdikkas,

Y zien eindelyk de haven Van ons geluk nu we�r geopend , �n den flagnbsp;Ontwecken, dien ons fcheen te dreigen deezen dag.nbsp;Mevrouw, ik wilde u z�lf die blyde tyding draagen.

De vyand is nu mede eens op zyn beurt gcflagen,

En onze muuren voor zyn� overval ger�d.

Wy hebben het verlies hem ruim betaald gez�tj,

En de oorlogskans, die ons voorheenen kwam te ontvallenj Heeft heden met meer gunft vcrdaadigd onze wallen.nbsp;Deeze eer verdooft met winfi het voorig krygsfchandaal,nbsp;R�xane.

Wy danken �t uw beleid �n voorz�rge altcmaal.

� nbsp;nbsp;nbsp;.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;A 5nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Gy

-ocr page 22-

so ORONDATES �n STATIRA.

Gy zyt t�t ruft van�t ryk, �n myn behoud gebooren^ Maar �k b�n verwonderd niets van Orondaat te hooren ^nbsp;En zyn� gevankenis.

Perdikkas.

Is hy in ons gew�ld?

R� X A N E.

Zo heeft Arbat�s, voor uwe aankomft, my vert�ld, Perdikkas.

Is hy gevangen ?

R�X AN E.

Ja. En my door �t l�t gegeven.

Elk hou de zyne. Ik zal met Orondates leeven ,

En gy met Statira: �t geluk is ons gemeen.

Wy blyven beide nu met onzen buit te vre�n.

�k Zal u van �t uw�, n�ch gy my van myn� r�cht verfteeken ^ Het ftaa ons �ven fchoon. Gy kont my�tgrootfteteken'nbsp;Van uw� grootmoedigheid betoonen, met voortaannbsp;Die z�lfde gunft, �n magt myn� liefde toe te ftaan.

Om nu met Orondaat te hand�len, die �k voor deezen Aart u, om Statira te onthaal en, heb beweezen.nbsp;Perdikkas.

it Zal alles doen, gelyk �t Mevrouw op my begeert. R�xane

Cy zult den Prinfe, door een toeval overheerd.

En die n�ch naauwlyks kan die bittre fmart verzw�lgen^ Niet fpreeken, op myn be�. Zyn� fierheid zou zich b�lgennbsp;Den winnaar haar te zien tr�tfeeren in �t gezigt.

Gy zou4t zyn droevig l�t verzwaaren, en hem ligt Met fchamperheid, gelyk uw� meedeminnaar, groeten.nbsp;Perdikkas.

�k Zou my verwinnen, �n zyn ongeluk verzoeten.

D�ch �k zal uw be� voldoen, Mevrouw, �n hem niet zi en V oor gy het z�lv�aan my vrywillig zult gebi�n.

Maar �k w�nlchte �,in �t geheim,den ryksftand te openbaa-

ren.

-ocr page 23-

TREURSPEL.

R�X ANE.

H�zion�, vertrek j laat Statira bewaaren,�

Gelyk voorhe�n.

H�zion�.

Mevrouw, wy v�lgen uwen laft.

ZESDE TOONEEL.

Perdikkas, R�xane.

GPerdikkas.

Y weet, Mevrouw, hoe Prins Seleukuswierdt verraft. En in het open v�ld van �s vyands v�lk gegreepen,

Die hem gevangen voor hunn� Opperv�ldheerlleepen, Toen onlangs �t krygsgeluk ons had den n�k gekeerd.nbsp;Wy kennen �s mans waardy, dien z�lf de vyand eert.nbsp;Wy hebben proeven van zyn ftrydbaarheid bevonden,nbsp;En weeten , dat hy �t zwaerd heeft op de zy gebonden gt;nbsp;T�t voorhand van uwryk,�n�tkroonr�cht,datuwhoofd,nbsp;Naa Alexanders dood, alleen de kroon belooft.

Nu hoor ik momp�len, hoe hy h�rwaards ftaattekeeren, Om, van uw� handen , zyn� verl��ing te begeeren,nbsp;Metvoorbe�, datgy een gek�rkerden van Haat,

T�t zyn rantfoen, me� van gevankenis ontflaat. Voorwaar die plicht zou b�ft aan Orondates voegen.nbsp;R�xane.

De vyand zal zich w�l met Statira vernoegen.

�t Ontflaan van Orondaat was �t gantfche ryk gewaagd. Hy mift alre� den H�ld, daar hy zyn moed op draagt.nbsp;De b�fte llagve�r is zyn� wieken afgefoeeden.

Een leger legt in zyn� vermaarden val vertreeden.

Ik wierd zyn� oorl�gsmoed, maar al te veel, gewaar. En zal ik op myn� hals weer haaien dat gevaar ?

Men leev�re Statira, die kan ons minder fchaaden. Perdikkas.

Zy k�nt den (land van �t ryk,�n zoude ons ligt verraaden. In babllonicn is niets voor haar bedekt.

Ook

-ocr page 24-

Az ORONDATES cn STATIRA.

Ook weet gy, w�lk een moed een Ichoone vrouw verw�ict In krygsli�n, lang bereid haar ongelyk te wreeken.

�t Is uit met ons, kan zy alleen den vyand fpreeken. R�xane.

Hoe zeer gy fchynt, om haar te keveren, bezwaard; Wy vreezen min haar tong, als Orondates zwaard.nbsp;Wie zal een� wolf ontflaan, als hy hem heeft by de ooren.nbsp;Dan die te drieft zich z�lv�met voordacht geeft verlooren.nbsp;Perdikkas.

Maar, hoe Seleukus dan gepaaid in zynebe� ?

Hem af te flaan ? dat fleept te groot een� opl�praak me�. R�xane.

Geef gy hem Statira, wanneer hy �t zal begeeren, Perdikkas.

Laat gy in zyne plaats Prins Orondates keeren.

Maar �k zie dit twiften dus nooit eindigen Mevrouw,

Gy zyt uw� Prins, �n ik myn� Koningin te trouw.

�k Zal eer Seleukus, fchoon �t my fmart, voor �t voorhoofd ftooten,

Als zien, my van myn liefde, �n Statira, ontblooten. R�xane.

En ik zal liever, als den dapp�ren Orondaat l'e mifl'en, waagen �n opzetten kroon �n ftaat.

Men kan Seleukus, met een glimp van nood verz�nden. En zien , hoe zieh de kans des oorelogs wil w�nden.nbsp;Wees gy myn� min getrouw, �n h�lp ons als voorheen,nbsp;�k Zal u van Statira haall maaken aangebe�n.

Perdikkas.

Indien gy hier in my uw� dienften wilt betuigen.

Zal ik zien Orondaat tot uwe gunft te buigen,

En vlytig trachten, naa�tontworft�len onzer druk,

Te kroonen onze min met een gew�nfcht geluk.

Eivt/e va� het Eerjle Bedryf.

/

TWE^

-ocr page 25-

TREURSPEL.

tw�de BEDRYF.

EERSTE TOONEEL.

Orondates, Arbates.

WOrondates.

Aar heen, Arbat�s? zult gymy noch verder leiden? Arbates.

Neen Prins j hier zyn we van de Koningin befcheiden. Ze is in haar kamer, �n zal daad�lyk by u zyn,

Om u te fpreeken, �n te trooften in uw� pyn.

OrOND AXES.

O H�mel! is �t dan niet genoeg te zyn gevangen In ka�lonien, w�leer myn zoetft verlangen,

Maar nu het voorw�rp van myn w�lverdienden haat. Daar alles, wat ik zie, �n hoor, my tegenllaat!

Moet ik tot overvloed van fmarte, voor myne oogen, Myn� grootfte vyandin Roxane n�ch gedoogen.

Te woorde ftaan een�, die in gruuweldaaden leeft.

En al myn ongeval my eerll berokkend heeft.

O Goden! Is de deugd u dan niet aangenaamer...

TW�dE TOONfEEL.

Perdikkas, Arbates, Orondates.

WPerdikkas.

Aar is de Koningin, Arbat�s ?

Arbates.

In haari kamer,

Myn Heer, �n zal hier ftraks verfchynen.

Pe RPIKKAS.

Gaa, �nz�g

Haar� Majelleit, dat Prins Seleukus reeds op w�g.

En aant�gt is. Hy komt, om ons iets voor te draagen Van groot belang. Ga heen

Arbates.

Wy v�lgen uw behaagen.

DEK-

-ocr page 26-

14 ORONDATES �n STATIRA.

derde TOONEEL.

Perdikkas, Orondates.

ZPerdikka s.

Yn�vryheid. Prins, �n zyn�verloffing, die hy hoopt Voor de uwe,is, naar �k geloof,het geen hem herwaartsnbsp;noopt.

Orondates.

�k Verwacht te mywaards al myn�vrienden zo geneegen, Dat h�n niets boven myn� behoudenis, zal weegenjnbsp;Hun byftand zal my nooit begeeven in den nood.

En de �dele inborft van Seleukus is zo groot.

Dat, fchoon zyn eigen nut, �n ftaatbelang �t ontraaden, Hy niet zal weigeren, die moeite op zich te laaden.nbsp;Perdikkas, zo gy ftaat op eer �n h�ldenplicht,

En Avilt met dankbaarheid, al �tgeen hy heeft verricht, Erk�nnen, zult gy met uw byftand hem verft�rken,

En met gew�nfte vrucht, in onze vryheid, w�rken. Perdikkas.

Neen, Orondates, gy bedriegt u, in die hoop.

Uw� vryheid weegt te zwaar: zeis n�rgens voortekoop. Die dwaaze dankbaarheid zou ons te ZAvaarlyk fchaaden,nbsp;De kracht van �t ryk, �n ons gemeene zaak verraaden.nbsp;Zo braaf een Krygsh�ld ftyfc den vyand al te zeer jnbsp;En komt Seleukus, met dit inzicht, dat hy keer�.nbsp;Orondates.

Ondankbaare, ik bek�n �t, ik b�n in u bedroogen. Gyfchynteen oorlogsh�ld , vol fierheid, in myneoogenjnbsp;Uw� lyfsgeftaltenis belooft een �d�|.en moed jnbsp;Maar niet een druppel leeft in u van Vorft�lykbloed.nbsp;Uw� lift heeft Statira in uwe magt gekreegen,

Gy houdtze met gew�ld, �n vreeft , zo lang myn degen -In �t v�ld haar� vryheid mag bepleiten voor uw� wal, Dat nooit uw� laffe min verzeekerd weezen zal.

Dit dryft u aan, om myn� verl�fling te we�rftreeven, Hoe gy �t verbloemtj tenzy gy ligt dien naam wiltgeeven

Aan

-ocr page 27-

TREURSPEL.

Aan de yd�leftaatzucht van Roxane, die zich by Haar� dolle liefde voegt, �n bouwt een� dwinglandy.

Gy ftyft dien overlaft , �n daar ge uw� Koninginne Handhaaven moeft,houdt gy, vervoerd van woefte minne �nbsp;Haar opgeflooten in haar eigen� Stad �n H�f.

Een reeks van lafteren verdonkert al uw� l�f.

Perdikkas jdoeze eens weer in de ouden luiller fchynen, En alle uwe ondaan door een heldendaad verdwynen.

V erleen aan Statira haare eerlle vryheid we�r,

Verkryg haar gunft door dienft , �n aangeboodene eer, Verh�f haar op den troon ,befch�rmze in haare r�chten.nbsp;En gun my ons verfchil door e�nen ftryd te H�chten.nbsp;Perdikkas.

Schoon gy myn daaden fch�ldt,haar roem bly ft even groot. Myn� konft heeft Statira bevryd voor zwaerd �n dood inbsp;Myn� yverende min bewaart dat k�ft�lyk leeven.

En poogt die Koningin , ten zeeteltroon verheeven, nbsp;nbsp;nbsp;)

Te v�ften op den ftoel door myne huuwlyksband.

Hoor al dien dienft is zy te dier aan my verpand,

En zoude ik door een� ftryd, haar maaken tot de myne? Neen Orondates, neen: men v�cht niet om het zyne.nbsp;OrOND AXES.

Verraader, meent gy l�f uit uwe fch�lmery,

En eigendom uit ftaatgew�ld te trekken ? Gy,

Gy hebt uws Konings weeuw eerft lafterlyk verraaden,' Daarnaa te fch�ndiglyk met ketenen belaaden,

En houdtze n�ch met kracht gek�rkerd tegens plicht. En veilt dien grouwel voor een�dienft van groot gewigt.nbsp;Wie zou zo fchooneen�minmetwe�rminnietverg�lden?nbsp;Perdikkas.

Staak, Orondates, ftaak dit lafteren, �nfch�lden.

En terg myn gramfchap niet te vinnig buiten nood;

Gy zoudt uw� woorden ligt bekoopen met de dood.

_ nbsp;nbsp;nbsp;^ Orondates.

Manhaftig h�ld, gy durft een� wapenloozen dreigen! ! Maar weerelooxen te befpringen is u eigen.

-ocr page 28-

ORONDATES �n STATIRA,

PerDIKK AS.

Datwierdt uw heir gewaar in�theetfte van den flag.quot; OrOND AXES.

Ja� toen �k u fchand�lyk voor myn fabel vlieden zag.' Perdikkas.

Al lang genoeg, hou op, �f �k zal diefchande wreelcen. Orondate s.

Men zal van deeze daad, als van uwe and�re fpreeken. Perdikkas.

Ik zal verhinderen, dat gy my fch�nden zult.

'Perdikkas dreigt Orondates neer te houwen.

VIERDE TOONEEL.

R�xane, Perdikkas� Orondates.

HR�xane.

Oud op, Perdikkasquot;, ftaa, betoom uw ongeduld. Perdikkas.

Myn� zinnen zyn aan �t zi�n door zyn onaad�lyk hoonen R�xane.

Gy moet, om onzent wil, Prins Orondaat verfchoonen.� Is u vergeeten wat gy my hebt toegezeid ?

Perdikkas.

Het heugt my w�l: Maar zulk een fmaadig onbefcheid, En bits tr�tfeeren kan geen man van moed verdraagen.nbsp;R�xane.

�t Is myn gevangen. Wie hem kw�tft zal my mishaagen. Wyt zyn� gevangenis al �t geen hy u misdoet :

Dies ftil uw� toorn; �n tre� Seleukus te gemoet,

Die h�rwaards aankomt, zo Arbat�s my berichtte,

Uit uwen mond �n laft, met zaaken van gewigte.

Die H�ld verdient wel, dat men hem die eer betoon�. Perdikkas.

Gy weet, Mevrouw, hoe ik gehoorzaame uw gebo�n.

V YF-

-ocr page 29-

TREURSPEL.

VYFDE TOONEEL:

R�xane, Orondates, H^zion�.

W nbsp;nbsp;nbsp;R�xane.

At dunkt myn�Vyandnu ?Mynliefdegafu�tleeven. Orondates.

�t Verfcheelt niet, �f�t my word genomen, �fgegeeven.� Het walgt me, �n�k zoek voor lang niet anders, dan mynnbsp;dood.

R�xane.

�t Is wanhoop, Prins: �k wil u behouden in dien nood.' Orondates.

Uw dienft verveelt.

R�xane.

iv Dacht ueen� w�ldaad te bewyzen^ Schoon u myn doen mishaagt,myn toel�g moet gypryzen.nbsp;Orondates.

�t Kon fpruiten uit uw� min, die �k onverzoenlyk haat. En dan ftond de oorzaak meer te doemen gt; als de daad.nbsp;R�xane.

Neen Orondaat, waar uit myn� dienft ook zy gereezen, Zo gyze niet erk�nt, zult gy ondankbaar weez@n.nbsp;Orondates.

Wat is �t een vinnige, �n onlydelyke pyn, Zynsondanks, eenen, dienmenhaat, verplichtte zynlnbsp;Al de ongemakken, hoe vervaerlyk die ons prangen,nbsp;Zyn draag�lyker, als �t goed, dat we uit zyn handontfan-gen.

R�xane.

N�ch is �t, die w�l doet, een� veel fmartelyker hoon, Tekrygen,voor zyn gunft , de ondankbaarheid tot looiunbsp;En �t is een zielverdriet, in zyn� gewaande vrinden,

Zo hoog, �n dier verplicht, zyn� vyanden te vinden. Orondates

Zo misdaan w�ldaan zyn, ftaa �k diep in uwe lehuid,

B nbsp;nbsp;nbsp;Cy

-ocr page 30-

i8 ORONDATES �n STATIRA,

Gy h�bt in ovetdaad my daar mede ongevuld,

En kwaamt my te eikens zo mildaadiglyk beftorten,

Dat ik u dikwils bad die vriendfchap op te fchorten.

R�X A NE.

Ondankb�re wreedaard! ftaa ik zo by u te boek ? Orondates.

Uw leeven kleeft aan ��n van w�rken, die ik vloek.

Gy zyt de bronaar van myne allerzwaarfte plaagen,

Die ik niet eer zal zien ophouden, dan myn� dagen.

Zy liaan n�ch leevendig gedrukt in myn gedacht�.

Uw valfche lift heeft my in al �t verdriet gebragt,

Dat myn�ftandvafte min zo dwars kwam tegenftroomen, En �t leed, dat Statira ooit over is gekomen.

Uw� dolle ftaatzucht kwam naauw Alexanders dood Ter ooren, �f, verrukt van raaZerny�, bellootnbsp;Gy ft taks de haarej �n had Perdikkas liefde uweoogen.nbsp;Met een� llaavin voor haar te dooden, niet bedroogen,nbsp;Die g�dd�lyke PrinlT�s was lang beroofd van �t licht.nbsp;R�xane.

Myn� liefde had my tot dat moordbelluit verplicht,

Gy kunt haar grootheid uit dat tr�ts beftaan ontdekken.�. Orondates.

Was dat de minnekunft om my tot u te trekken ? R�xane.

Ja Orondaatj dit toont myn liefde in volle kracht, �telze eens by de af keer van een� vrouw, die u verScht.nbsp;Wat min heeft Statira u immer laaten blyken ?

Wat goed onthaal, dat gy by �t myn� kunt vergelyken ? Myn� liefde is ftaag gegroeid z�lfs dooruw�teegenzin.nbsp;En, daar gy my beftrydc, blaak ik in uwe min.nbsp;Orondates.

Heb ik ooit myn PrinlT�s te my waards ftraf gevonden ? Heeft zy van haar, my, t�t my n onfchuld, weggezonden?nbsp;En, door �t lang afzyn my van onftandvaftigheidnbsp;Verd�nkende, in die drift door jaloezy misleid,nbsp;Gell�md, met w�derzin�. tot Alexander! trouwen ?

Uw*

-ocr page 31-

TREURSPEL. nbsp;nbsp;nbsp;19

Uw� fno� verraadery heeft ons dat leed gebrouwen. Myn liefde fpreekt haar vry, �t zyn ftreeken van uw� kunft.nbsp;R�xane.

W�l� zal uw� wreede ziel dan niets beftaan ter gunft Van eene Koningin, wiens min u dryft tothaateninbsp;Zo d�nk, hoe v�r gy nu zyt van 't geluk verhaten:nbsp;Wat m�deminnaar,die van liefde, �ngramfchap woedt�nbsp;Gy tot uw� vyand hebt. Zyn hand dorft na uw bloed.nbsp;Bedien u van de myne, om zyne te beletten.

Orondates.

Dewyl een� dubble ramp my dreigt het hooft te pletten, Verfcheelt het niet, van waar de felle blikfemflagnbsp;My tr�ft; fchoon ikze liefft van hem opdaagen zag.nbsp;R�xanb.

Wat heb ilt u gedaan ?

Orondates.

Een� pyn, niet om te lyden!

Ik voelze, reis opreis, myn lyf�nziel beftryden.

Ik draag myn� eigen boeije, �n die van Statira. Perdikkas komt my daar, �n gy my hier te naa.

Myn ziel word door uw laft geprangd met dubble fmarte. R�xane.

Wat kwelt u hier ?

Orondates.

�tGeen daar haar pynigt In het harte. Ilc deel in haar verdriet, en zy, helaas! in �t myn�inbsp;En uit myn pyn durf ik oordeelen van haar pyn.nbsp;Perdikkas wykt u niet.

R�xane.

O Imaad! die my beleedigt! Blufch myne min niet uit, zy is �t die u verdeedigt.nbsp;Orondates.

wat gunft, wat voordeel kan my van uw�min gefchi�n ? Zou zy my toeftaan, dat ik Statira mag zien ?

R�xane.

Te

U tot ZO dood�lyk een gel'pr�k verl�f te geeven!

B X

-ocr page 32-

lo ORONDATES �n STATIRA,

Te zien vergaan de hoop, die me over is gebleeven 1 Neen, neen, eer Statira zien fmooren in haar bloed,

Eer in die plas gedoofd myn heete minnegloed,

En in haar hart gez�cht uw hart, dat zy me ontroofde.

Or ON DATES

�k Wacht alles, wat ik van uw� wreedheid mybeloofde. W�l aan, R�xane, gaa zo in uw� woede voort,

Zy heeft haar� f�lle klaauw voorlang gev�rfd met moord. Al rookten fchoon, van�t bloed uws Konings,uwe handen,nbsp;Al deedt ge een� zee van vuur beftroomen uwe landen,nbsp;Al vulde gy �t Heelal met fchrik�lyke euvelda�n ,

Geen m�nlch is meer ontz�t in dat verwoed beftaan.

De waereld k�nt u voor een monfter in het woeden, Gantfch Ali� krimpt n�ch voor uwe geelFelroeden,

En Babilonien, daar gy door dwinglandy Den troon beklimt, heugt n�ch van uwe raazerny.nbsp;R�xane.

Ha! �t is te fchamper, dus myn� min, �n goedheid farren! Vrees op haar� beurt myn�haat, dat zy niet eens in arrennbsp;En euv�len moede uitbarfte, �n zett� myn� min den voetnbsp;F�rs opdenn�k, �n plant�de wreekzucht, in�tgemoed.nbsp;Indien die drift eens, op myn ziel, komt v�ld te winnen,nbsp;Te triomfeeren, �n verby(leren myn� zinnen,

�k Zal u bed�lven in een poel van ramp, �n fmart.

Dies my, zo verre te verbitteren myn hart,

En, uit de gruuw�len, die gy z�gt ons te vermaaken, D�nk 0rondates, hoe myn overmoed wil blaaken,nbsp;Wanneer de wanhop dryft een wreede ziel tot wraak,nbsp;Orondates.

Gv kunt al, wat gy wilt, behalven eene zaak. R�xane.

Wat zaak vermag ik niet ?

Orondates.

My tot uw� min te neigen.

R�-

-ocr page 33-

TREURSPEL.

R�xane.

Ach! �tgaat te hoog! Gy durft my tergen in myn dreigen? Myn� liefde, fchoon ge dol r�nt na uw ongeval...

ZESDE TOONEEL.

Arbates, R�xane, Orondates, Hezione.

MArB ATES.

Evrouw, Perdikkas �n Seleukus zyn daar al. R�xane.

Men laat h�n komen. Gy� gaa heen,br�ng Orondates In zyn vertrek.

Arbates.

�k V�lg uw geb�d.

Orondates.

Kom, gaan we Arbates.

ZEVENDE TOONEEL.

R�xane, Seleukus, Perdikkas, Hezione.

GR� X A N E.

y komt ons weder by, Seleukus, vry en vrank ? Seleukus.

�k B�n vry, Mevrouw; maar �k weet dat onzen vyand dank.

R�xane.

Wyt dit onze onmagt, die �t niet anders heeft geleeden,' Dan uw verl�fling ftaag te w�nfehen door gebeden.nbsp;Seleukus.

Een� krachtclooze hulp voor een gevangen Vriend,

�k Heb met myn fabel u, in �tfpits van�t heir, gediend, En nooit myn bloed gelpaard in �t waagen van myn lee-ven.

Gy hebt niet, dan een w�nfch, een zucht, daar voor te geeven.

R�xane.

�t Schynt dat Seleukus van een Vriendondankbaar wordt.

B 3

-ocr page 34-

%% ORONDATES �n STATIRA.

Gy doet uw� w�ldaan door dit fch�ts verwyt te kort, En fp�t met onzen w�nfch, �n go� geneegenheden.

S E L E U K U S.

Myn ongenoegen fteunt, Mevrouw� op r�cht, �n reden. R�xane.

Wel aan dan, dat men u vernoege, eifcht onze plicht. Wat komt gy handelen ?

Seleokus.

Een� zaak van groot gewigt. R�xane.

Men z�tt� zich ne�r, �n hoor bezaadigd uw begeeren.

S E L E � K u s.

�k Eifch Orondates: dit is de oorzaak van myn keeren. Hoe beide dus vcrft�ld ? al lang genoeg geveinsd.

�k Zie uit de trekken van uw weezen, wat gy peinfl:. Nu fpreek, Perdikkas; wil uw meening niet verb�rgen.nbsp;Perdikkas.

Seleukus, ach! wat is �t, dat gy ons af durft vergen! Seleukus.

�k Eifch Orondates.

Perdikkas.

W�l, men ftelle u niet te loor. Mevrouw vernoeg hem.

R�xane.

Ach! Perdikkas, wat ik hoor! Spreekt gy �t, �n k�nt gy de waardy van dien Gevangen?nbsp;Perdi kkas.

Myne edelmoedigheid wil gaaren al �t belangen,

Dat my hier in betr�ft, op�ffren aan een� Vriend. R�xane.

Gemaakte e�lmoedighcid, die van een goed zich dient. Dat and�ren toehoort, om haar mildheid te betoonen!nbsp;Maar is �t u ernft, om hem zyn vriendichap tebcloonen.nbsp;Zo kom hem, met het gene u eigen is, te ftSjnbsp;Geef, voor zyn vryheid, aan den vyand, Statira.

PeR'

-ocr page 35-

TREURSPEL.

Pb RDIKKAS.

Eer ik haar geeve, zal Perdikkas �t leeven derven; R�xane.

En eer ik Orondaat hem geef, R�xane ft�rven. Sei-eukus.

Geveinfde Vrienden 1 is myn vriendfchap zo gering gt;

�k Zie door dat masker: gy verftaat u onderling. Perdikkas.

Gy maakt u dus der gunft on waardig gt; die weu toonen. Seeeukus.

�k Wil die niet waerdig zyn, Perdikkas �t zou my hoonen. Ik breek de vriendfchap, (�e dus lang ons heeft ver�end.nbsp;Perdikkas.

Ik heb al lang gemerkt, hoe flaauw zy wierdt gemeend:

------ X 1 nbsp;nbsp;nbsp;r-nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;_

Seleukus.

Dat 's recht Uw� vriendichap ftrekt uw vrienden flechts tot laft,

Zy fleept veel oneers naajdaar �s niet,dan fchande aan vaui Perdikkas.

Seleukus, �tgaat te hoog.

S EEEUKUS.

O neen, ik zal my wreeken. Perdikkas.

Hoegt; dreigen?

Seleukus,

Vrceftgyniet?

Perdikkas,

Vooru? dat�s nooit gebleekcn. Seleukus.

Voor myns gelyken, toen gy my verliet in nood.

En in den laatften flag zo l'chand�lyk heenen vloodc.

De dood tartte ik in �t veld, gyvreeft die hier te vinden: O H�mel l �k zie nu eerft met wien �k my ging verbinden'.

PSR?

-ocr page 36-

44 ORONDATES �nSTATIRA.

Perdikkas.

Die waardiglyk op�t fpoor van Alexander draaft.

S E L E u K u s.

Met zulke deugden heeft Natuur u niet begaafd.

Pe RDI KK AS.

�t En waar de Koningin, het zou hier anders blykcn. Seleukus.

Een fchoon befchutfel, daar uw� gramfchap voor moet wyken!

R�xa ne.

Seleukus, deelt gy dan in �s vyands wreeden haat,

Dat gy weer keert na �t heir, �n ons zo koel verlaat ? Seleukus.

�k Zal houden myn� bel�fte in alles daar �k zal konnen; En zo gy Orondaat zyn vryheid niet wilt gonnen...nbsp;R�X ANE.

Neen, neen. De vy and dingt vergeefs na zulk een�fchat. En �t valt ons ligter , u te mifl�n in de flad,

Als toe te ftaan, het geen gy komt van ons begeeren, Gy kunt, als �tubenaagt, we�rna uw� kerker keerennbsp;Se leukus.

Wel aan, ondankb're, �k zal; wel aan, Seleukusgai Maar �t zal u rouwen, dat gy hem dus bits verfmaar

ACHTSTE TOONEEL.

Perdikkas, R�xane, H�zion�.

D nbsp;nbsp;nbsp;Perdikkas.

At liep te hoog.

R�xane.

De drift vervoerde myn� gedachten.' Perdikkas.

Hy is een Oorl�gsh�ld, men moet hem niet verachten: Verlaat hy ons. Mevrouw; men krygteen dapp�renkrak.nbsp;R�xane.

Gy zult hem naatreen, cn verho�n dat ongemak.

lt;� . * nbsp;nbsp;nbsp;'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Maar

-ocr page 37-

TREURSPEL.

Maar ik had niet verwachtjdatgyzyneilchzoudtflyven. Perdikkas.

Ik veinfde flechtSjOm ons voorneemen door te dryven Met beter fchyh : Ook rookhy daad�lyk, hoe�t hier lag.nbsp;R�xane.

Ik merkte �t ook; �n hield my blind, 1'choon ik �t wel zag. Wat baart de min in een� verliefde ziele al vlaagen!

Ik moet van Orondaat deeds kwaad onthaal verdraagen, Hy hoont, hy laftert my, �n echter kan myn hartnbsp;Hem niet ontbeeren, fchoon �t den Haat met naadeel fmart.nbsp;Perdikkas^

Mevrouw, een zelfde l�tfchyntu, �nmy,befchooren. Ik vlei, �k fmeek Statira; maar alles is verlooren.

Zy overheert myn ziel, gelyk haar onderdaan,

En fchoon �t onsfchaadtjikhebgeenmagthaarafteftaan. R�xane.

Heeft ze u dan iets gevergd ?

Perdikkas.

Helaas 1 R�xane

Hoe,blyft gy deeken?

Gaa voort.

Perdikkas.

Zy heeft verz�cht Prins Orondaat te fpreeken. R�xane.

O doodelyk verzoek! En hebt gy �t haar beloofd ?

Perdikkas.

Ik kon �t niet weigeren.

R�x ane.

Wat heeft u �t brein beroofd gt; D�nkt gy dan niet,wat kwaad hier uit zou konnen fpruitennbsp;Voor onze liefde ? Neen, laat ons dat Ipreeken duiten,nbsp;Perdikkas: ach! daar deekt voor ons maar naadeel in:nbsp;Zy hebben �t dechts begeerd tot voordeel hunner min.nbsp;Perdikkas.

Heeft Orondates dan u zulks ook voorgedraagen ?

By nbsp;nbsp;nbsp;R�xa.

-ocr page 38-

z6 ORONDATES �n STATIRA,

R�xane.

Hy heeft het wel verz�chtjmaar�khcb�themafgeflagcn.' Perdikkas.

In we�rwil van myn� min, heb ik �t haar toegezeid. Maar vindt gy �t goed, ik heb die minnaars iets bereid ,nbsp;�t Geen h�n, in dat gefprek, te bitter op wil breeken,nbsp;En daargt; voor onze liefde, iets nutt�lyks in zal fteeken.nbsp;R � X A N B.

Uw woord heeft u verplicht: 'k wil dat niet tegenftaan Nu z�g.

Perdikkas.

Ik zal, terwylwe om h�n te fpreeken gaan. Mmdtvm het Ttu�dt BeJryf.

DER'

-ocr page 39-

TREURSPEL.

DERDEBEDRYF.

EERSTE TOONEEL.

Orondates, H�zioni�.

BOrondates

Egunftigt Statira my dan met zulk een t�ken Van naar� geneegenheid ? zal ik haar zien �n fpreeken ?nbsp;Is �t waar, K�zion� ? Heeft zy �t my toegeftaan ?

H f ZION�.

Ja, Orondates, �n zy treedtvaft h�rwaarts aan.

Or ONDATE s.

Het luft my nu niet meer myn� rampen te beklaagen! �k Zal dan myn� Koningin, voor �t einde myner dagen,nbsp;Al is �t niet op den troon, met Perfifche Edelli�n,

En Koningen beftuuwd, gelyk ik w�nlchte, zien? Maar, zal myn� ziel, in al die vreugd, zich wel betoomen,nbsp;En niet verflikken! ach!

H �ZION�.

Myn Heer, ik zie haar komen.

TWEDE TOONEEL.

Statira, Or ond at es, He z ione.

T nbsp;nbsp;nbsp;Statira.

Ree nader, Orondaat

Orondates.

Mevrouw, waar me� beloont U myne dankbaarheid, die dus myn min bellt;roont ?nbsp;Statira.

Wat vreemder hartst�gt voel ik myn gemoed beweegenl Orondates.

In zulk een overvloed van vreugd flaa ik verleegen ! Mevrouw, laat ons, R�xane,�nwieonshaat, tot fpyt.nbsp;Niet flyten zonder vrucht, deeze uitgek�fte tyd.nbsp;Statira.

�� Herd�nken onzer ramp, daar wy zo diep in fleeken,

Be-

-ocr page 40-

a8 ORONDATES �n STATIRA.

Bel�c in blydfchap, ons, gulhartig uit te breeken.

Elk oogenblik bell�rmt, met nieuwen druk, ons hart; Perdikkas raazerny ber�kkent ons die fmart.

Orondates.

R�xane aan deand�rekant,zal�tonheiln�ch vergrooten.' Al even tr�ts, al heeftzyfchand�lyk�thoofdgeftooten.

�t Schynt, dat haar dullemin,dooralmynafllaan,groeit. Zy is in �t vergen, ik in �t weig�ren onvermoeid.

Zo haar� getergde haat veroorzaakte al myn lyden,

�k Vond in myii� zwaarighe�nn�chredenvanverblyden. De ondraagelykfte pyn Ipruit uit haar� minnegloed.

St ATIR A.

Perdikkas , dag op dag, houdt me� dien zelfden voet. Orondates.

R�xane zal �t niet aan vermeetenheid ontbreeken.

Zy heeft my, rood om �t hoofd gezwollen, �n ontfteeken Van gramfchap, flus gedreigd met een afgrys�yk l�t.nbsp;Statira.

Wat heeft ze u opgelegd ?

Orondates.

Een haatelyk geb�d,

Een� vlockwet, waard alleen van haar te zyngegeeven, Diemy in wanhoop flort, �n rooft den luft tot leeven.nbsp;Zal ik �t u zeggen ? Zy begeert dat gy my haat.

St atira.

Perdikkas, Prins, wil me� , dat gy myn� min verlaat, Of dreigt uw� hals, �n zal ze u doen door �t ftaal verliezen.nbsp;Orondates.

Uw� dood, �n leeven hangt. Mevrouw, aan dit verkiezen. Gy hoort uw vonnis.

Statira.

En gy �t uwe uit mynen mond. Orondates.

Zo is het ons alleen veroorl�fd op dien grond,

In �tuiterfte oogenblik, van hunnen lalt te fpreeken ? Zy hoopen dan door vrees denband dier min te breeken!

St A'

-ocr page 41-

TREURSPEL.

St ATIR A.

Prins, wat is uw befluit ?

OrON D ATE S.

Prinffes, wat is uw� zin ?

Zult gy my haaten ?

Stat IR A.

Gy verlaaten myne min ? Orondates.

Vertrouwt gy, dat ik kan R�xanes eifch volbr�ngen, En myne liefde zulk veranderen geh�ngen ?

St AT I R A.

Meent gy, dat ik uit vrees Perdikkas wreede wet Zal v�lgen, �n dat hy myn vaft gemoed verz�t ?nbsp;Orondates.

Gyweet, Mevrouw, aan welk een�kant u Haatte hellen. St ATIRA.

Gy weet het ook, myn Prins.

Orond ates.

Zal ik dan �t oordeel vellen? Zo weet, dat ik de dood veel eer verkiezen zougt;

Als �t onvei'geefFelyk verbreeken myner trouw :

Maar �k eifch niet, dat gy my zo groot een� proef zult gee-ven

Van uwe liefde, om niet door�svyands handtefneeven.' Ook raade ik niet, dat gy Perdikkas min beloont,nbsp;Dewyl zyn vuig gemoed zich dier onwaardig toont;

En �t mag my niet van �t hart, om van u te begeeren; Dat gy me in deezen Haat zoudt met uw�minvereeren:nbsp;Uw wiffe dood zou daar...

S T A T I R A�

Die is zo fchrik�lylc niet� Wanneer een moedig hart haar onder de oogen ziet.

Al dreigde �t noodtl�t my het bekkeneel te pletten,

�t Zou myn ftandvaftigheidj n�ch grootfche ziel verzetten. Neen Orondates, wees geruft gt; nooit zal myn� zinnbsp;Uit vreeze buigen na Perdddkas wedermin.

-ocr page 42-

3� ORONDATES �n STATIRA,

Orondates

Ziet gy my daar voor aan , dat ik zou Iconnen lyden, Datgy,om, mytergunft, Perdikkas min te myden,nbsp;Een gruuw�lyke overlaft, zoudt Iterven in myn� fchoot,nbsp;Neen, ik zal u daar voor bevryden met myn� dood.nbsp;Leef gy Mevrouw.

St ATIRA.

O wreedc! is dit dan uw begeeren, Dat ik myn� min van u, zal na Perdikkas keeren ?nbsp;Orondates.

Ja, ftond de keur my vry, �n voegde�tmy, Mevrouw, �k Zag nooder u gedood om my, als ongetrouw.

S T A T I R A.

De liefde, die �k u draag, vertoont veel eed�ler blyken. �k Zag liever u in �t graf, dan in uw� trouw bezwyken.nbsp;En �k zoude u fterven zien met min misbaar, �n fmart.nbsp;Dan �f R�xanes min vaft veld won in uw hart.

En triomfeerde, blyfvoor my dan in het leeven.

Of llerf voor my.

Orondates.

Om u verzekering te geeven Van myn� getrouwigheid, zal ik, naar dat gy �t voegt.nbsp;Of leeven heel voor u, �f llerven wel vernoegd.

DERDE TOONEEL.

Arbates, Orondates, R�xane, Perdik-KAS, Statira, H�zion�.

Ma R B A T E S.

Yn Heer.�tistydeen cind�van uwgefpr�k temaaken, De Prins Perdikkas, �n de Koningin genaaken.nbsp;Orondates.

Onzalig Dienaar, die flechts toelegt op verfpi�n.

En uitvoert wat die twee verwaatene u gebi�n...

D�ch zie h�n beide daar aankomen. In hun weezen Is �t uiterfte befluU van onze dood te leezen.

R�^,

-ocr page 43-

TREURSPEL. nbsp;nbsp;nbsp;51

R � X A N E t�gens Sfatira.

Mevrouw,geen zwakheid heeft myn�tr�tfe ziel bevlekt, �k Voel geen beweeging, die my wroegingen verwekt.nbsp;Al wie lafhartig vreeft zyn oogwit naa te jaagen,nbsp;Verdient den prys niet van zyn� misdaad weg te draagen.nbsp;Wacht niet van my te zien een� euveldaad gelaakt,

Die �k door veel redenen reeds wettig heb gemaakt.

Ik kom niet om met u te fpreeken tot myn voordeel.

�k Betrouw in dit befluit alleen myn eigen oordeel.

Wy kennen niemand, alsonszelv�, tot toeverlaat,

Ook ftellenwe ons alleen tot rechter onzer daad.

Myn voordeel is myn� wet,�k wil na geen and�rehooren. Het vonnis legt geveld 5 ik heb uw� dood gezwooren.nbsp;Heb ik de uitvoering, zo rechtvaerdig, opgefchort.nbsp;Heb ik de wraak vertraagd, daar my de fpyt toe port:

�t Verwyfd me�doogen heeft by my voor u gedongen, Perdikkas heeft met haar myn� heevigheid bedwongen;nbsp;Zy beide de�n de ftraf fchoorvoeten in�t befluit.

En hebben n�ch uw dood, z�lfs in myn� hand, gefluit. Maar nu gy voorman, �n met opz�t, my te fchaaden,nbsp;En roek�foos arbeidt, om u z�lve te verraaden;

Nu Orondates me� myn� zinnen, reeds ontroerd,

Met me�r verfmaadingen t�t wanhoop heeft vervoerd, Heeft myne hartst�gt geen me�r ooren voor die r�dennbsp;Ik h�b b�l�fte, �n r�cht, nu met den voet getreeden,nbsp;En ben onmagtig om myn� woede, �n raazernynbsp;Te toornen; zy barfl uit met volle kracht,�ten zynbsp;Prins Orondates, met een nederig berouwen,

My we�r doe ftemmen, om u �tleeven te behouwen.

Perdikkas t�gens Or ondat �s.

En gy, � Prins, weet ook, hoe v�r myn� gramfchap gaat. ^Scheen t�t dit oogenblik n�ch maar een kleene haat.nbsp;Zo lang de wanhoop myn� verwoedheid kon beletten,nbsp;^cht ik gcftaSg uW� flraf tot m�rgen uit te zetten.nbsp;Maar myn� wraakzuchtig hart wil h�den zyn vernoegd.nbsp;En heeft, tot uw bed�rf, zich naauw by ��n gevoegd.

Myn�

-ocr page 44-

ORONDATES �n STATIRA,

Myn� driften zyn vergroot, �n myn � get�rgde tooren Heeft met Roxanes woede , uw� ondergang gezwoorci.nbsp;E�n�toevlucht is alleenuov�rig in dien Haat,

Dat Statira my minne, �n gy haar�min verlaat j En weigert gy�t, gy zult ftraksvan myn�handen ft�rven.nbsp;Orondates.

Wat poogt ge, on�dele Perdikkas, te verw�rven ?

St at I ra.

Wat h�bt ge, onm�nfch�lyke Roxane, in uwen zin ? R�xane.

Gy zelve maakt dat ik zo onverduldig minn�.

Ge ontrooft my hem, gy zult hem my ook wedergeeven.

Statira.

�k Zal hem bcwaaren.

R�xane.

Neen, gy zult niet langer keven, Statira.

Gy hebt uw hart in wraak, �n wreedheid opgevoed,

Gy zette uw Vaderland in eene zee van bloed,

En hebt voor elk uw�diergezwoor�ne trouw verbrooken, En uwen Koning zelf verwoed na �t hart geftooken ,nbsp;Wanneer uw liefde, opdat haar niets vcrhind�ren zou,nbsp;Met zulk een bloedig fpcl haar� lull verzaaden wouw,nbsp;En udie lekkerny doen 1�maaken, daar UAve oogennbsp;Zo dikwils hadden �t zoet der voorfmaak uit gezoogen.nbsp;Die fchrikkelyke t�gt tot moorden floeg ftaag voort.nbsp;En maakte u deelgenoot aan Alexanders moord.

Gy, die aan �t kroonverraad hadtuwe ftem gegeeven, Hebt door uw.w�nfchdekrachtvanhetvergifgefteeven.nbsp;En, met zyn� moorders in een vloekverbond geraakt,nbsp;Die fchelmen heeter haahuns Koningsdood gemaakt.nbsp;Gy dorft door eigen� drift hun bloedig opzet ftyven,

�n onderftondt daar naa om Statira te ontlyven,

Als zelf uw wreede beul,fchuuw voor die gruuweldaad. Op �t bloedtooneel haar niet wilde �ff�ren aan uw� haat �,nbsp;En, n�ch onm�nfch�Iyker als gy, met haar te fpaaren,

Eu

-ocr page 45-

treurspel: nbsp;nbsp;nbsp;33

En �t haat�lyk leeven van die droeve te bewaaten i Haar �lk een oogenblik deed ft�rven duizendmaal.nbsp;R�xane, dus hebt gy gewoed met gif, �n ftaal.

R�x anh.

Wel aan, ik zal myn werk voleinden, �n verb�lgen Door uwen hoon, �t (poor van mynecerfte t�gten v�lgen,'nbsp;En die verz�gelen met een beroemd bellaan,

En kroonen met uw� dood myn� gruuw�lyke euveldaan. St AT I R A.

Kom, wreede, voer vry uit dat bloedige begeercn.

Maar vrucht�loos tracht gy myn� ftantvaftemin te keerenil Zyn beeld zal in myn ziel n�ch leeven naa myn dood.

Perdikkas, t�gens Orondates.

Gy zwygt: �t waar beter dat gy kooft, �n kort befloot. Orondates.

Bloeddorllige tieran, nu gy zyt opgereezen Door mynen val, waant gy u all�s vry te weezcn.

Op zo verachten grond hebt ge u alleen vertrouwd.

En op myn n�derlaag� uw lat gezwets gebouwd.

Hy vreeft myn aanzicht niet, die voor myn arm moeft duchten.

Ik zie hem we�r in u,dien �k fchandelyk deed vluchten,' En wiens lafhartigheid myn haat heeft aangepord.

Zie hier den prys: z�rg maar dat gy hem waerdig wordt^ Laat dit het llrydperk zyn ,daar we ons verfchil bellechten.nbsp;En met gelykc kans om de overwinning vechten.

Myn� Koninginne zy den winnaar toegeleid.

Ik gaf u �t leeven, gy, geef my myn� vryigheid.

On�del minnaar , maak dat ik u moet benyden, Verzwaar n�ch alle myn�verdrieten met dit lyden.

Dat ik een� gunft geniet van zulk een fchelm, als gy.' Perdikkas.

Was u �t geluk gebeurt my dienft te doen, �k bely Myn hart zou�tlooch�nen, �n die dienft zou myonteeren.nbsp;D�nk niet, dat ik van u ooit weldaad zal begeeren}

Ook is de gaaf verdicht, daar gy u van beroemt.

C nbsp;nbsp;nbsp;R�*

-ocr page 46-

ORONDATES �n STATIRA.

R�xa ne.

Al lang genoeg; ontfang, waar toe gy zyt gedoemd:

�t Verveelt my reeds^gy moet ter ftond, �n kort befluiten.

Orondates, t�gens Statira.

Mevrouw, wil uwe wet door uw� fchoone oogenuiten. Wat gy befchooren hebt van u 3 �n my met ^n.nbsp;Statira.

�k Wil niet verkondigen, als myne ftraf alleen.

Myn� liefde heeft u van zo wreed een l�t ontflagen.

Leef Orondates 3 zo gy kunt myn� dood verdraagen :

'k Zal voor u fterven.

Orondates.

Ik geef my de zelfde w�t. �k fterf voor u; dus werde uw� min betaald gez�t.nbsp;Statira.

Leef Orondaat, maar wil R�xane nooit beminnen. Orondates.

�k Zal voor u fterven, �n zy nooit myn haat verwinnen^ Statira.

Vergeef deez� jaloezy aan een� verliefde vrouw:

Ik zag u liever dood, als leevend� ongetrouw. Orondates.

Ik fterf voor u, Prinfles, �n kan voor haar nietleeven: En nu gv wilt, dat ik die minneproef zal geeven,nbsp;Wordt diergelyk een� toets van uwe trouw begeerd ,nbsp;Wyl in de weedom, die myn� ziel heeft overheerd,

Zy zich door prikkels van de minnenyd voelt grieven. Leef, myn Prinfefle, leef,- maar niet om hem te lieven.nbsp;En gy, Perdikkas, die dus yvert na myn� dood,

�k Vergeef ze u, red Mevrouw alleen uit deezen nood. Laat Alexanders weeuw uw� raazerny betoomen.nbsp;Statira.

Hoe Orondates! is de dood dan zo te fchroomen.

Dat ik, om niet beroofd te zyn van �s leevens licht, Zoud aan Perdikkas hulp, �n voorz�rg zyn verplicht ?nbsp;�k Heb myn�befchermer, Prins, in ualleen gevonden,

A-an

-ocr page 47-

TREURSPEL. nbsp;nbsp;nbsp;^S

Aan wien �k ondankbaar b�n, niet minjals dier verbonden. Maar nu myn� ziel zich dus gulhartig heeft verklaard,nbsp;Verdraag dan, dat myn� dood uw� weldaan evenaart.

�k Mag Alexanders echt, �n trouwbel�ften breeken. Zyn� dood herftelt u , daar hy u van had verfteeken.nbsp;Ban dan de jaloezy , die uw genoegen Hoort,nbsp;MynOrondaat, �n neem dit hart, �t gene u behoort.nbsp;PeRDIKK AS.

Ontfang het, zo �t u lull uwe eigen� dood te zoeken.' Het leeven is een gift...

OrON DATES.

�k Zou die van u vervloeken.

Ik ftierf van fchaamt�, was my die gunft van u gefchiedj Ik b�n het, die �t u gaf, gy zyt het, die 't geniet.nbsp;Stat IRA.

Perdikkas, hier �s myn� bord: wat toeft gy u te wreeken Op Orondates ? kom, wil hem in my doorfteeken.

Or OND AT ES.

Ach! eer...

Perdikkas.

Myn�raazerny, dus vinnig aangelard,�

Zal door myn� wraak op u verdubbelen haar� fmart.

En, fmeltende onder ��n uw beider rampen, doelen Om hem, by zyne pyn, ook de uwe te doen voelen.nbsp;Nu Statira, beft uit.

Statira.

�k Vrees niet in deezen Haat-�t Is door myn� dood alleen...

Perdikkas, z/ne� fabel trekkende^ �n de funt op Orondates horfl zettende.

Neen; beter Orondaat.

�k Heb nu �t geheim ontdekt, om u van ��n tefcheuren. Sterf, tr�tl�, fterf, u zal geen uitftel me�r gebeuren.nbsp;En geef my we�r de ruft, die gy my hebt ontroofd.

R 6 X A N E , haare pook op Statiras boezem jiellende.

Hou ftil! wat raazerny heeft u �t verftand verdoofd ?

C a nbsp;nbsp;nbsp;Per-

-ocr page 48-

ORONDATES �n STATIRA,

Perdikkas, ftaa , �n gaa teraade metuw�zinnen,

quot;Wat hartst�gt allermeeft behoorde op u te winnen.

W'at hebt gy liever, dat Prins Orondates leev�.

Of dat ik Statira met ��n den doodfteek geev� 1 Verkies.

Or o N D A T E S , t�gens Perdikkas.

Perdikkas, ach ! wil Statira behoeden.

Ik zal daar naa die gnnft u met myn� dood vergoeden; StatirAj t�gens R�xane.

Koh�rtans D�chter; kom gt; moord met ontzinden moed, In Alexanders weeuw, Darius G�dlyk bloed-Kom uwe raazerny tot barftens toe vergrooten gt;

Prins Orondates hart in deeze borft doorftooten,

En, ons op�ff�rende aan den Afg�d van uw� haat, Verbryzel �t outaar, �n het beeld, dat daar op Haat.

Orondates, t�gens R�xane. Neen,wreedfte vyandin, kom hier uw� wraak volbr�ngen,nbsp;En �t bloed van Statira, door my te moorden,pl�ngen.nbsp;Want wyl deez� fchoone alleen in deezen boezem leeft,nbsp;Is �t billyk , dat gy haar daar in den doodfteek geeft.

R�xane, zich voor Orondates fiellende.

Gy zult niet fterven, neen j �k zal uwen vyand ftutten.

Perdikkas, zich voor Statira fiellende.

En ik zal Statira voor uw geweld befchutten.

Statira , t�gens Perdikkas,

Hoe, meentge.dat ik voor een dienftachtj�tgeengy doet? R�xane is minder wreed, nu zy myn� heldt behoedt.nbsp;Myn deel, dat fterven wil, bewaart gy in het leeven,nbsp;En had uw� fabel haaft ten boezem ingedreevennbsp;Van �t lief gedeelte, dat my meeft ter harte gaat.

Ik fterf in Statira , �n leef in Orondaat.

JDoor zyn gevaar was myn�verleegen ziel aan �t flaauwen. Zo hem R�xane niet gerukt hadde uit uw� klaauwen,nbsp;En tegen mynen dood, zich door die gunft, gekant.nbsp;Or onDATES, t�gens R�xane.

En gy, � Tygerin, vergeefs vleit zich uw� hand.

Dat

-ocr page 49-

TREURSPEL. nbsp;nbsp;nbsp;37

Dat zy een weg, tot myn�befcherming, heeft gevonden, �k B�n aan Perdikkas gunft,niet aan uw� dienft.verbonden;nbsp;Dewyl hy, aarzelende om na myn� dood te ftaan,

Een deel behoedt, waar voor ik �t meefte Avas begaan} Daar uwe wreedheid, met me in 't leeven te bewaaren,nbsp;Myn� helft, die fterven wik poogt tegens dank te fpaaren.

R � X A N E t�gens Orondates.

Ik zal u evenwel, in we�rwil van die fmaad,

Befchutten voor geweld, �n voor Perdikkas haat.

Perdikkas t�ge7is Statira.

En ik zal, fchoon gy �t vloekt.u moediglyk befchermen. En voor R�xanes Haal bevryden, met deeze armen.nbsp;R�X ANE.

Ik zie Perdikkas voor myn� tegenftander aan. Perdikkas.

Gy hebt myn vyandfehap ook op uw� hals gelaan,

En zult met alle uw� magt niet regens my vermoogen.

Ar BATES.

Ziet t�ch elkand�ren aan, met meer bezaadigde oogen. Uw onderling verfchil verfterkt des Vyands zy.

R � X A N E , tigens Orondates.

Prins, gaa van hier.

Perdikkas, t�gens Statira.

Prinlles, ontvlie haar� raazerny. Statira.

Ontm�nfchte,zou dat vli�n ons van dendoodbevryden? Or ON dates.

Een evengroot gevaar dreigt ons van wederzyden.

R � X A N E, t�gens Arhates.

Gy, z�rg dat ftraks den Prins werd� veilig weggebragt,

St AT I R A.

R�xane, keer �t geweld �n woeden door uw magt 5 Indien Perdikkas hem trouwloos�lyk wil befpringen.nbsp;Orondates.

Perdikkas laat Mevrouw niet uit uw magt ontwringen.

C, X nbsp;nbsp;nbsp;R �

-ocr page 50-

28 ORONDATES �n STATIRA,

R�xane.

�k Laat me Orondates niet ontgaan , zo lang ik leef. Perdikkas.

En ik zal fterven, eer ik Statira begeef, Orondates.

Ilc zweer, myn Koningin, nu ik u moet verhaten,

Dat ik R�xane nooit ophouden zal te haaten,

En fterven, eer myn� min verzacht haar ongeval. Statira.

En eer Perdiltkas van myn� we�rmin roemen zal,

Zult ge in myn� graffpelonk myn� droeve dood beweenen.

R�xane, t�gens Ferdihkas.

Dit tegenftreeven zal u fpatten voor de fcheenen,

En rouwen, dat gy uw� bel�ften trouw�loos breekt. Dus raazende na�t hart van Orondates fteekt.

En, in uw� wufte min te dol �n onverduldig,

�t Ontzag vertreedt,datgyzyt aan myn icepterfchuldig. Perdikkas.

En u zal rouwen, dat ge uw� fabel hebt gew�t.

En op de waarde borft van Statira gez�t.

R�xane.

Verdeedig vry uw� lief, gebruik daar toe uw�krachten: Ik zal haar evenwel n�ch in uwe armen Aagten,

En koelen, door een� ftroom van haar vergooten bloed, l)eh toomeloozen brand van myn gehoond gemoed,nbsp;Gelyk gy hebt getracht myn� Orondaat te moorden.nbsp;Perdikkas.

Ik zal hem doodeiijfchoon gy, dooruw� fcherpe woorden, My dreigt. Sp�l uit myn oog,hoeik van gramfehap blaak!nbsp;R�xane.

Verraader, vrees myn� ftraf.

Perdikkas.

Verwaande, vrees myn�wraak.

Einde van het D�rde Bedrjf.

VIER,

-ocr page 51-

TREURSPEL. 39

vierde BEDRYF.

EERSTE TOONEEL.

Arbates, R�xane, H�zion�.

MArbates.

Evrouw, �k heb, op uw� laft, de Grieken, �n Bar-baaren,

In volle wapenen, op 't voorh�f doen vergaaren.

Zy w�nfchen welgemoed te fterven in uw� dienft.

Maar �k vrees, niet zonder reen, men zal op �t onvoor-zienft

U overvallen. Gy hebt voor verraad te fchroomen. Perdikkas dreigt u met den m�rgen op te komen.

Daar loopt een llraatgerucht, dat al zyn� aanhang in De wapens ftaat. Ik z�rg, hy heeft niet goeds in�t zin.nbsp;R�xane.

Zyn� toeleg is milTchien, omfchielyk met hun allen. Op �s vyands leger, in het donker, uit te vallen.

Maar, wyl hy heden niet ontzag,in myn gezigt,

Myn aanzien te vertre�n , bel�fce en heidenplicht Te fch�nden, �n verwyfd zyn driften in te v�lgen;nbsp;Staat my te duchten, dat hy, woedende, �n verb�lgennbsp;Van minnenyver, �n bezwalkende zyn� l�f,

My aan zal randen. Gaa, befpie hem in zyn H�f Arbates, luifter, wien hy voorheeft te befpringen;nbsp;Maar doe myn� lyfwacht myn Paleis vooral omringen :nbsp;Beveel myn oorl�gsv�lk, dat ieder zich gereednbsp;Op �t eerfte teeken houde, �n kwyte zynen eed.

Zo leer*zyn tr�tfe moed zich voor myn wetten buigen. Zo fpatte zyn geweld �n dreigement in duigen.

Geen Statira vall� hem ten deel in zulk een llaat.

Zo hecht de Liefde my aan �t hart van Orondaat.

-ocr page 52-

40 ORONDATES �n STATIRA, tw�de TOONEEL.

R�xane, H�zion�.

Ar � X A N E.

Chj myn�H�zion�! �k zwem in een� zee van rampen! Alen dreigt van allen kant my fel aan boord te klampen.nbsp;Perdikkas in de Stad, de vyand voor den wal,

Beide even zeer op my gebecten, �n myn� val Vcrhaaftende. Ach! zogy, � Go�n, de gruuweldaadennbsp;Der m�nfchen ftrafc, wilt nu uw�toorne vry verzaaden.nbsp;Slagt myn� beleedigers tot zoening van myn� hoon,

Vuit Babilonien met ftapelen van do�n;

En, als gy �t aardryk l'plyt.�nh�ndaar in doet zwelgen, Laat dan uw donderkloot met ��n my ook verdelg?Igt;nbsp;Dus zal, terwyl de ftraf ne�rblikfemt van uw� magt,nbsp;R�xane van geen m�ni'ch ooit te onder zyn gebragt.

H �Z I ON �.

Wat mifdaandeedtge,om dus der Goden haat te wetten ? R�xane.

�k Verdien , dat zy me op �t wreedll vermorz�len, �n verpletten ;

Alaar �k trooft my, fchoon ik wierd geftikt in eigen bloed; Die ftraf te dulden, om een�misdaad, my zoo zoet.nbsp;Maar weet gy wel, waarom we ons v�lk zo vroeg dc�nnbsp;wekken ?

H�zion�.

Ik zie niet, waar toe die voortvaarendheid wilftrekken. R�xane.

Ik wil Perdikkas H�f, met fchrikkelyk allarm Vermeeft�ren; Statira doorftooten in zyn�arm inbsp;En met de zelfde hand,die n�ch van�t bloed zal rooken.nbsp;Daar �k �t hart me� heb van myn� Me�minnaares door-ftooken,

Haar Alinnaar met��n flag op�fTren aan mya� wraak, Tw� hinder paaien van myn� liefde, �n zielsvermaak.nbsp;Dit Ibhouwip�l zal de vlam van mynenhaat verkoelen,

Myu

-ocr page 53-

TREURSPEL. nbsp;nbsp;nbsp;41

Myn borft door hunne dood verligtenis gevoelen;

En, als ik h�n den geeft zie geeven, zal de vreugd My overftelpen, �n doen fterven van geneugt.nbsp;H�zion�.

Hebt gy �t op Orondaat gemunt ? waar wil dit �nden I R�X ANE.

Zou ik myn handen aan datG�dlyklichchaamfch�nden, Ontm�nrchte?Neen: veel eer �t ftaal door myn� eigen borftnbsp;Gedreeven, als het hart te kwetfen van dien V amp;ft.

Tw� �fferhanden eifcht myn� wraakzucht om te Aagten, Perdikkas heeft myn ftraf met Statira te wachten.

Maar Orondates, hoe verhard hy my verftoot,

Zal ik verdeedigen, al was �t zelfs met myn� dood.

Gaa heen, H�zion�, z�g, dat myn hart moet breeken, Zo ikdientr�tfen niet voor�t laatft mag zien,�nfpreeken.nbsp;Indien hy �t u ontzegt, b�n ik ten einde raads.

Vlei zyn� hartnekkigheid, ft�l u in myne plaats,

En zo de liefde ooit iets op uw gemoed kon winnen,

Zeg hem al wat men zegt, om zich te doen beminnen. Maar, wat is de oorzaak, datArbates hier zo haaftnbsp;Ie rugge keert. Hy Ichynt ontfteld, �n heel verbaasd.

DERDE TOONEEL.

Arbates, R�xane, h�zion�.

Ma RB AT ES.

Evrouw, myn� z�rg was niet gegrond op l�s vermoeden ;

Uw vyand nadert, �n is vreefl�lyk aan �t woeden. R�xane.

Wat vyand ? want de ramp, daar �k door myn liefde in b�n,

Is oorzaak dat ik all� myn vyanden niet kenn�.

Ar BAT ES.

Het is Perdikkas, die, van minnenyd gedreeven.

Met zyneb�nden, zich heeft herwaards aan begeeven, gt; Zy hebben uw Paleis rondom bez�t j de poort

C y nbsp;nbsp;nbsp;Wordt

-ocr page 54-

4^ ORONDATES �n STATIRA.

Wordt reeds vermeefterd , �n de fchildwacht legt ver� moord.

Zy dringen aan5 uw v�lk, �n Lyftrouwantenzetten Zich wel ter weere, om h�n den doorgang te beletten jnbsp;Maar rechten weinig uit 5 Perdikkas, wiens gezag,

En opperveldheerfchap by�t krygsv�lk veel vermag. Geeft voor, dat hy niet komt, om iemands bloed tenbsp;pl�ngen;

Maar Hechts om Orondaat, hunvyand, om te br�ngen. R�xane.

Ach! onderfteun my ! �k voel, dat myne ziel dien flag Niet zal we�rftaan j ik fmelt in traanen �n geklag;

En, eer myn lichchaam, door dien ft�rm, is ne�rgeflagen, Kan het de bui, die op komt dryven, niet verdraagen!nbsp;Laat my bezwyken, ach! we�rhoud my langer nietinbsp;Myn lyf, gelyk myn� ziel, verdwynt in dit verdriet'.nbsp;Ik fterf, H�zion�, ik ft�rf myn trouwe Arbates.

H�zi o N �.

Helaas!

Ar B AT E s.

Mevrouw, fchep moed.

R�xane.

I befcherm myn�Orondatcs,

Dit �s al wat ik begeer.

H�zion�.

O Go�n! zy geeft den geeft Van droefheid, �n is meer voor Orondaat bevreefd,nbsp;Als voor zich zelve. Ik b�n met haar verdriet bewoo-gen.

Arbates.

�k Zie, dat zy weer bekomt: zy opent fiaauw haare 00-gen.

R�xIane.

Waar�s Orondates ? Ach! H�zion�. zytgy�t?

Waar �s Orondates ? Is hy dood ? B�n ik hem kwyt. Of leeft hy n�ch ? Spreek op.

AR'

-ocr page 55-

45

TREURSPEL.

ARB ATES.

Mevrouw, hy is in�t leeven, R�X ANE.

Zult gy dan draaien, tot zy hem den doodfteek geeven. En �t onwaardeerlyk bloed verflorten van dien Held ?nbsp;Arbates, v�lgme, kom, wy zullen met geweldnbsp;Dien Prins ontzetten, geef voort wapens, om te ftrydeiijnbsp;�t Gevaar eifcht fpoed.

Arbates.

Mevrouw, wilt dat gevaar vermyden j Zo langgy kunt: want in zyn� dolle oploopendheid.nbsp;Zou die we�rfpannige u, met byfter onbefcheidnbsp;Bejeegenen, �n uw�grootachtbaarheid, �n ftaatennbsp;Verfmaaden. Blyf, Mevrouw: gy mogt �er �t leevennbsp;laaten.

R�X ANE.

Ik acht myn leeven niet, zo �k Hechts het leeven van Myn Orondates, door myn� dood, vcrzeek�ren kan.nbsp;Maar ach! wat zal myn dood hem baatenniets met allen:

Perdikkas zal hem in zyn� kerker overvallen,

Hy zal hem dooden. Ach! hoe wordt myn ziel beflre�n! Wil ik hem liever in zyn� vryheid Hellen? Neen.nbsp;Zoud ik zo waard een pand ontdaan uit zyne banden,nbsp;Waar zou myn� liefde, als hy me ontvluchtte, dan belanden ?

Maar zal �t my nutter zyn, goeds moeds, te lyden, dat Ons beider vyand my ontroove zulk een�fchat,

En zyn bloedgierigheid, met euv�lenmoed, vermoorde Het eenigft voorwerp,datme,inall�mynramp,bekoordenbsp;Dit leeven met verdriet te deepen ? Neen; gaa heennbsp;Arbates, leid hem hier terftond , �n vlieg met eennbsp;Na �t N�derh�f, om daar de vyanden te ftuiten.

Men fpann� de ketenen, �f dryfze we�r na buiten.

�k Zal Orondates hier verwachten.

Ar-

-ocr page 56-

44 ORONDATES �n STATIRA.

Arbates.

�t Zal gefchi�n,

Mevrouw 5 gy zult hem ftraks hier ia uw�H�fzaal zien.

VIERDE TOONEEL.

R�xane, H�zion�,

HR�X ANE.

Ezion�, waar wil myn kiel in �t eind� belanden gt;

Ik vrees, zy zal in dit afgrys�lyk onweer llranden: Want deeze nieuwe ft�rm, opfteekende in myn� min,nbsp;Smyt my ten haven uit, �n dieper t�zeewaards in.

He z ione.

Stel uw geruft, Mevrouw; eer zullen uw� f�ldaaten, Met onvcrfchrokken moed, voor u hun leeven laaten,nbsp;Alslyden, dat Tieran'Perdikkas, met geweld,

Den fabel op de borft van Orondates ftelt.

R�xane.

Zy zyn te zwak, om all� zyn� benden af te keeren;

Zyn� raazerny, zal, door dien t�genftand, vermeeren. Perdikkas, hoe ontaardt gy van uw� plicht �ntrouw.nbsp;Die gy verfchuldigd zyt aan Alexanders vrouw !

Hy heeft zyn onderdaan niet op dien t�p gedraagen. Opdat hy naa zyn dood zyn� Wcduw dus zou plaagen,�nbsp;He z I one.

Uwe yd�le klagten ftrooit gy vrucht�loos in den wind; Hy �s voor uw� zuchten doof, �n voor uw� traanen blind.nbsp;Gryp moed Mevrouw.

R�xane.

Die heeft myn� grootsheid nooit begeeveni �k Vrees niet voor my,maar voor myn Orondates leeven.nbsp;Hezione.

Daar komt hy.

R�xaneI

Hoe hem beft ontmoet in deezen ftaat ?

V Y F,

-ocr page 57-

TREURSPEL.

VYFDE TOONEEL.

R�xane, Orondates. Hezione.

M nbsp;nbsp;nbsp;r�xane

Yn droevig l�t, wil dat wy fcheiden, Orondaat.' OrON D ATE S.

�k Verlang daar na.

R�xane.

Ach! kolt ik ook daar na verlangen! Myn� min verbiedt my zulks,zy houdt myn� wil gevangen:nbsp;En hoe gy my, zelfs in myn aangezigt verfmaadt,

IJv kan myn� liefde niet veranderen in haat.

Orondates.

Bemint ge my, R�xane ; ontflaa my uit uw� handen.

R�X ANE.

Wel aan, ik houde u niet ondankb�re,�n flaak uw� banden. Gy zyt onwaardig, dat ik langer u befcherm.

Gaa heen, � wreede , �n werp u in Perdikkas arm.

Hy dringt ter H�fpoorte in , �n ft�rmt met all� zyn� krachten,

Om u, ten �fferhande, aan zyne wraak te Aagten.

Hy zal niet ruAen, voor hy u heeft ne�rgeveld.

OrON DATES.

�k Zal dat verdraagen met meer vreugd, dan uw geweld. R�xane.

Vaar voort, hy zal opumyn�hoon, �nzynenwreeken. Orondates.

Nu, dreig mevry: myn moed�nhaatblyft onbezweeken. Ik b�n de dood getrooA, wanneer ilt, eenmaal vry,nbsp;Verbryzeld zie het juk van uwe dwinglandy:

En, fchoon ik Statira dan nimmer zal genieten.

Zal myn� verhaaAe dood te minder my verdrieten; Dewyl ik myn� PrinfTes niet zien zal in de magtnbsp;Eens meedeminnaars, die haar weermin vergt met kracht.nbsp;R�xane.

Zy blyft in zyn geweld j gy laat haar daar in fteeken.^

-ocr page 58-

46 ORONDATES �n STATIRA,

OrOND AXES.

Geef my myn� wapenen, ik zal haar boeijen breeken.

R�X ANE.

Zy zyn te fterk; �t getal verdrukte uw magt, �n moed. Ach Orondates! fpaar myn� traanen, �n uw bloed.nbsp;OrOND AXES.

Zult gy dan lyden, dat Perdikkas, voor uwe oogen, My moorde, �n �t zelfde ftaal ,uitmyneborfl;getoogen,nbsp;�n n�ch bepurperd met myn bloed, u drukke in�t hart?nbsp;'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;R�xane.

Uw� dood alleenbezwaartme,�n houdt myn�ziel benard; Ja �k vrees veel minder van Perdikkas hand te fterven,nbsp;Danuwgezigt, dat my zo waardig is, te derven.nbsp;H�zion�, gaa, haal zyn� wapens.

ZESDE TOONEEL.

R�xanEj Orondaxes.

R�xane. TTT

VV Aarom heeft

Myn� liefde, die alleen in uw� behouding leeft,

De magt niet,om uw lyf, zofchoon �n welgefchapen, Met myne w�nl'chen meer te fterken, dan uw wapen?nbsp;Orondaxes.

Een ongelukkige begeert die weldaad niet.

�k Haat zelfs den fchyn van gunft, die my daar in gefchied. Schoon gy de onfterflykheid my door een� w�nlch koltnbsp;geeven,

Ik zou de wreedfte dood verkiezen voor dat leeven. R�xane.

Wierd u van Statira dat voordeel aangebo�n,

JEn mogt uw� min van haar verwerven zulk een loon ^ Gy zoudt geen� hemelgaaf zo k�flelyk waardeeren.

En min van �t Godendom , danhaar,diegunfl:begeeren. Een zalig oogenblik, dat ge in haar� arm verfleet.

Had met dientrooft,nu. lang vcrfmolten al uw leed:

Dat

-ocr page 59-

TREURSPEL. nbsp;nbsp;nbsp;47

Dat zoudtge boven �t heil van aarde, �n hemel kiezen. Maar �t is gedaan; gy zult nu Statira verliezen.nbsp;Orondates.

Neen, haar gedachtenis blyft vaft in my geprent,

Zy laat me een merk, waar in myn ziel haar liefde kent. Dat G�dlyk beeld zal niet, dan min, daar in befluicen.nbsp;En dry ven 't voorwerp van myn� haat daar eeuwig buiten.

R�X ANE.

Uw� ziel belooft vergeefs zich een volmaakte vreugd.

�k Zal om u traaren , �n verftooren dat geneugt.

ZEVENDE TOONEEL.

H � z I o N �, met de �wapens vatt Orondates, fchielyk uitkomende , eh Arhates ziende naderen: ArbATES, R�xane, Orondates.

HH�zion�.

Elp hemel! zie myn hair van fchrik te berge ryzen! Arb ates.

Mevrouw, ik kom aan u myn� laatften dienft bewyzen; Perdikkas wreede hand heeft dood�lyk my gewond,nbsp;�kMoetllervenjmaar gy zult eerllhooren uit myn�mond,nbsp;Hoe �t muitgefpan reeds uw Paleis heeft ingenomen.nbsp;Uw� lyfwacht keert h�n in �t poortaal, om op te komen.

Ten waar�die t�genweer� het was met u gedaan.

Een hand vol volks kan hun geweld niet lang we�rllaan. Verwacht geene uitkomft, �f de hemel moet u helpen.nbsp;Verkloek u tegens �t l�t. Ik gaa, om �t bloed te ftelpen *nbsp;Dat uit myn� wonden, �n doorkorvene ad�ren vliet.

En om u niet te zien in �t uiterfte verdriet.

ACHT-

-ocr page 60-

48 ORONDATES �n STATIRA, ACHTSTE TOONEEL:

R�xane, Orond axes, H�zion�.

OR�X ANE.

Onverwachte flag!

OrOND AXES.

Dit klaagen kan niet baaten �, Waar toeft gy na, R�xane ?

R�xane.

Ik kan u niet verlaaten,

N�ch hier behouden. Ach! balftuurig l�t 1 wat zal Myn� ziel befluiten, in dit deerlykfl ongeval ?

Orond AX E s.

Geef my myn� wapens.

R�xane.

Laat ik ze eerft met myne traanen Befproeijen; gun, wylzeu den weg tot ftervenbaanen.nbsp;Dat ik, al beevende, u het harnas, tot een pandnbsp;Van myne trouwe liefde, aangefpe met myn� hand.nbsp;Maar ach! zy weigert, �n bezwykt in deeze plichten.nbsp;H�zion�, kom gy dat Averk voor my verrichten.

H�ZI ONE.

Mevrouw,genade, ik w�nfch hier in tezyn verl'choond. R�xane.

Met welk eene uitkomft ook �c geval myn daad bekroont,

Zy Avorde niemand, dan R�xane, toegefchreevcn.

I ndien hy bly ft, de fchuld is hem voor �t meell te geevenj Vermits zyn moedigheid hem aanpreft in�t gevaar;

Hy lydt de ftraf, daar ik hem vrucht�loos voor bewaar. Maar komt hy leevend door dat krygsgeweld gebroken.nbsp;En ziet zich rullig van Perdikkas hoon gewroken,

My, die hem Avapende, behoort alleen deeze eer.

Kom, Orondates, neemuat�fabel. Ach! hoezeer B�n ik ontfteld!

-ocr page 61-

T R E U R S P E^L. nbsp;nbsp;nbsp;4^

OrOND ATE S.

Deez� daad, R�xane...

R�xane.

Wil vertrekken,

En zonder dat ik �t zie; �t zou my meer pyn verwekken: En pers my niet, dat ik myn affcheid neem� metfmartinbsp;Ik voel, het is de laatfte, aan �t kloppen van myn hart.

Orondates.

Indien de Goden my...

R�xane.

Ga heen, verweer uav leeveni En wil myn� traanen, �n myn� zuchten vryheid geeven.

Or o N D A T E S , 'weg gaande.

O Go�n! nu ik haar myn me�doogen waerdig vind, Gun haar myn� vriendichap, wyl myn hart een and�rcnbsp;mint.

NEGENDE TOONEEL.^

R�xane, H�zion�.

Dl nbsp;nbsp;nbsp;R�xane.

^ Aar gaat dieHeld,om van een fnoodehand te fterven! Hy fcheidt voor eeuwig, di�n �k geen oogenblik leannbsp;derven,

De ziel myn�s lichchaams, �n myn�sleevens lieffteluft. En �t lyf, helaas! blyft hier, beroofd van hoop �n ruft lnbsp;H�zion�, kom, laat ons v�lgen, laat ons ftreevennbsp;Door fpiets �n fabelen, om dat hoogwaarde leevennbsp;Met kracht te redden, uit dat oorel�gsgevaar.

Br�ng zwacrd, br�ng wapens aan. Ik zal... H�zion�.

Mevrouw, bedaar. Uw� hand zoude uwen moed, �n hartverleegenlaaten.nbsp;Wat kan een� vrouw in zulk een woede van l�ldaaten f

R�X ANE.

Het geen R�xane met haar� handen niet vermag,

Kan Alexanders Weeuw met koninglyk gezag,

D nbsp;nbsp;nbsp;He-

-ocr page 62-

fo ORONDATES �n STATIRA,

H�zion�.

�c Heeft uitgediend , fints gy Perdikkas hebt verlooren; En �t krygsv�lk zal � in het ft�rmen zien n�ch hooren.nbsp;R�xane.

Myn� tegenwoordigheid verfterkt myn v�lk met moed. H�zion�.

Dat legt getrappeld, �n vertreeden in zyn bloed. R�xane.

Ik zal dan fneuvelen voor Orondates voeten.

Geef wapenen; ik wil myn lull, �n wanhoop boeten, �k Voel, hoe de vreeze voor myn Held my 't hartdoor-fnydtjnbsp;Myn min...

H�zion�.

Mevrouw...

R�xane.

Indien zyn leevenlchipbreuklydt. En ik n�ch leef, zal ik my op Perdikkas wreeken,

Myn� medeminnaar�s in zyn Paleis doorfteeken,

Hem z�lfs op�fferen aan zyn� verdiende ftraf,

En rukken Statira, �n hem, met my in �t graf.

H�zion�} kom voort: �f vreeft gy voor uw leeven gt;

W�l aan, ik zal me alleen dan der waards aanbegecven.

TIENDE

Perdikkas, R�xane, H�zion�. Perdikkas.

T O O N E E L.

Aar heen, R�xane ?�t is nu uit met uw gezag.

Uw� heerfchappy valt tot my over deezen dag.

Uw v�lk legt neergehakt, �n gy zyt myn�gevangen�.

�k Zal my nu wreeken, �n gy zult uw� loon ontfangen. R�XA NE.

Naa Orondates dood, geef ik om �t fterven niet,

En floot met tr�tfen voet myn aanzien, �n gebied.

P�r-

I

-ocr page 63-

TREURSPEL. nbsp;nbsp;nbsp;fi

PerDIKKAS.

Hy leeft; maar met een kleengev�lg van uw�trouwanten,' Zy zyn bezet. Vergeefs is al zyn tegenkanten.nbsp;R�xane.

Bedrieg u niet. Gy zyt geen meefter, zo hy leeft, j Lafhartige, gyvreeft zyn�fterken arm, gy beeftnbsp;Voor zyn�verftaaldevuift, �n onverwonnen�krachten.�nbsp;Gy Hoopt uit blooheid w�g, en dorft hem niet verwachten.

Uw hart krimpt in uw lyf voor�t allerminft�gevaar.

Aan zulk een krygsheld, als Perdikkas, valt het zwaar En 1'chrik�lyk, �t glinft�rend vuur dier oogen aan te fchou-wcn

Myn z�tel Haat n�ch vaft. Ik durfmyn hoopn�chbouwen

Op zulk een oorlogsman, voor wien het alles vreeft. Wy houden moed. Maar wat wil deeze, zo bedeesd ?

ELFDE TOONEEL.

Soldaat, Perdikkas, Roxane, Hezione.

ES�ldaat.

En fchrikkelyk gerucht,myn Heer,h�lt langs de ftraa-ten.

Men mompelt van verraad. Een vliegend r�t S�ldaaten Streeft herwaarts aan, �n rukt om v�rre al, wat hen fluit.nbsp;De Burgery bezwykt. Men kan�t verward geluidnbsp;Niet onderfcheiden, n�ch voor wien men heeft te fchroo-men.

Hoe�tzy, myn Heer, zie toe, men dreigt u op te komen. Perdikkas.

Ik zal h�n t�genftaan, �n zulk een muitery Op�t vinnigft ftraffen.

fl.

S�LDAAT.

�t Schynt een� troep van �s Vyands zyi Perdikkas.

Ufvyand, �f verraad: men zal hunn�moedwil ftraft�n;

Da nbsp;nbsp;nbsp;En

-ocr page 64-

ORONDATES �n STATIRa,

En gy zult my hier naa zoo tr�ts niet t�genblaffen. R�xane.

Gy dreigtme,�n�tongevalhangt zelfs u over �t hoofd l Verra�r, gy hebt de zege u al te vroeg beloofd.

Prins Orondates zal n�ch overwinnaar kceren.

En zien R�xane u in uw aangezigt braveeren.

Pe R D I KK AS.

Wy wachten �t af ? �n gaan om h�n het fpits te bi�n. R�xane.

Wy, om den uitflag van uw�dapperheid te zien;

EiWf va� het Vierde Bedrjf.

V Y F.

-ocr page 65-

TREURSPEL. nbsp;nbsp;nbsp;5-3

VYFDE BEDRYF. EERSTE TO O NEE L.

R�xahe, H�zion�,

R�X ANE.

Oe! hier te fterven, daar ik veiligft dacht teleevcn? H�zion�.

Men ziet h�n overal, als overwinnaars llreeven.

R�X ANE.

De vyand in de Stad ?

H�zion�.

Hy is �er meeller van 1

De kloekfte H�lden wo�n vooraan in een gefpan,

En rukkende, llraat op ftraat nc�r, meteuv�lenmoedei Verbaazen elk, door hun vervaerelyke woede.nbsp;R�xane.

Hoe zyn ze in Had geraakt ?

H�zion�,

Weet dat Seleukus dank,

Hy heeft het fpoor gebaand tot deezen overgangk�

En, zyn� flandaarden op de wallen doende planten, Heeft,door deeze oorl�gsleus,te fchelms,van alle kantennbsp;Den vyand toegew�nkt, die, daar op voorrgeprell,

En zyne ladderen fluks t�gens onze veil Oprechtende,al te flaauw befchermd �n haaft verlaatennbsp;Van �t meefte v�lk, die ligt beklom metzyn�f�ldaaten-R�xane.

Hoe onvoorzichtig, ach! werkt een verliefd gemoed! Had ik Seleukus met wat b�ter hoop gevoed!

Maar �t is vergeefs, �n veel te laat: hier helpt geen klaagen. Men had dien muiter voort ter Stad uit moeten jaagenjnbsp;D�ch, fchoon de fpyt hem hier had dit verraad gcraan.nbsp;Wat kon hy, buiten ons verfchil, �n haat, beftaan?nbsp;H�zion�.

�t Is uit met ons! Nu zal Perdikkas niet beletten,

Dat zy u in �t Paleis doen luift�ren naar hvinn�wetten

Dc-

-ocr page 66-

54 ORONDATES �n STATIRA.

Dewyl SektCkus j met zyn� magt, zich heeft gevoegd By onzen vyand. Nu zal Statira, vernoegdnbsp;Door onze ne�rlaag, zich ten hemel zien verheffen.

En wy} vertreeden door de plaagen, die ons treffen gt; Haar moeten danken voor �t ellendig ovcrfch�tnbsp;Ons leevens, treurende in ons ongenadig l�t.

R�XA NE.

Maar weet gy niet, hoe �tmet Perdiklcas ftaatgefchooren? Leeft hy H�zion�}

H�zion�.

Niets kon ik van hem hooren:

Ook zoud hy u geen hulp verftrekken in �t verdriet.

R�X ANE.

Ik b�n, �nblyf R�xane; �n�t zy hy leeve, �f niet,

�k Blyf onveranderd in de rampen, die my drukken j En durf, zo my de min verzelt, alle ongelukkennbsp;Uittarten, daar de Go6n, in hunn�verb�lgenhe�n,

�t Misdaadig m�nlchdom mc� verbrys�len, �nvertre�n. Waar wacht gy op,myn�zicl?watwegftaatun�chopen ?nbsp;Z�g Liefde, van wiens hand heb ik de dood te hoopen Inbsp;Indien �er eenig goed voor my te ontfangen ftaat,nbsp;Maak, dat ik zulks alleen verkryg�van Orondaat.

Ach! mogthy de eerftezyn,diemy kwam onder de oogen! Gy H�mel, voer hem hier, �n wees met my bewoogenlnbsp;Maar wie komt daar ? Ach! �t is dien ik het noodftezie.nbsp;En wiens afgryfl'elyk gezigt ik vloek, en vlie.

tw�de tooneel.

PerDIKKAS, onder(leund van tvs�f�hlaaten, R � x A N Ej

H�zion �.

HPerdikkas.

Oe! moeft my Orondaat dan n�ch den doodfteek gee-ven?

Moeff die gehaats hand Perdikkas van het leeven

Be-

-ocr page 67-

TREURSPEL. nbsp;nbsp;nbsp;s$

Berooven ? Moet R�xane in eenen ftrootn van bloed My fmooren zien ? Voort br�ngt my w�g.

R�xane.

Hoe dus verwoed,

Perdikkas ? �t voegt u niet uw�Koningin te myden.

Staa Uil, �n laat ik; my in uwen ramp verblyden.

Pe RDI KK AS.

Ontm�nfchte, fchept gy dan behaagen in myn� fmart ? V erheugt ditTreurfpeb�n myn� dooduw gruuw�lyk hart?nbsp;R�xane.

Ja �k groei daar inj�n dank de Goden voor uw�wonden. Perdikkas.

Geen onme�doogender gemoed is ooit gevonden!

En �t dunkt my vreemd, dat gy,ontaarde Dwing�Iandin, Uw onverzett�lyk hart tot Orondates minnbsp;Koll: buigen. Maar�t gaat vaft, die min is meer te haatennbsp;Van zo verwaaten� ziel, zo dol, �n uitgelaaten,

Als d�allerwreedfte haat, �n, ftond hem�t Hezenvry, Hy koos, voor uwe liefde, uw� haat, �n raazerny.

Pv � X A N E.

Wel aan, nu �t Noodl�tmy die liefdeheeftbefcliooren. En gy tot mynen haat, �n affchrik zyt gebooren,

Zal myne hartst�gt, niet verwifl�lende van ftaat,

Hem kroonen met myn� min, u doemen tot myn� haat. Perdikkas.

Dit flrekt my tot geen ftraf, �n doet my minder fchaade. Als hem uw� wreede min, �n vleijende ongenade.

Alaar voed de wraakzucht in uw hart,vaar voort te wo�n. Geen van ons beide kunt gy fmart n�ch hinder doen.nbsp;Niets hebt gy over, nu u ieder heeft verlaaten,

Dan vruchtelooze min, �n onvermoogend haaten. R�xane.

Ik maatig my geen recht op uwe vryheid aan.

Uw overwinnaar weet, wat hem te doen zal flaan.

Gy hebt tw�maal vergeefs hera na zyn� hals gedongen,

D nbsp;nbsp;nbsp;En

-ocr page 68-

^6 ORONDATES �n STATIRA,

En eind�lyk met geweld in myn Paleis befprongen .

En trouweloos, uw� min vermengende in �t belang DesRyks, myne Oppermagt, met openbaaren dwang Jnbsp;Zo ftout gefchonden, door myn lyfwacht heen gebroken,nbsp;Ten derdemaal� hem, voor myn oog, na �t hart geftoken.nbsp;Perdi kkas.

Z�g, dat ik u in hem verv�lgde, �n niets beftond,

Of gyhadt zelv�, voor my, gebouwd op zulk een�grond. En voegde �t my,R�xane,uwbloedfpoornaatetreeden,nbsp;Gy leedt van my niet, �f ik heb �t van u geleeden.nbsp;Mishaagt u, dat gy my gelykt in deezen Ichyn,

Ik fchuuw , �n fchrik n�ch me�r, om u gelyk te zyn. R� X ANE.

Wat misdaad recht ik aan, als Orondaat te minnen ? Perdikkas.

Wat ik, als Statira, met al myn hart �n zinnen,

Te lieven ? Maar, by al uw� bloedige euvelda^n,

Hebt gy de fchuld van myne, ook op uw� hals gelaan, R�xane.

Ik wil geen deel aan de uwe, �n heb ik my misgreepenj De min, �n Orondaat zal �t alles met zich deepen.nbsp;Perdikkas.

Zo draagt ook Statira de fchuld van al myn leed. R�xane,

Gy voelt vaft, hoe de draf u op de hielen treedt. Perdikkas.

Gy zyt reeds me� gez�ngd van �t vuur, daar wy in branden. Zie toe, die vlam Haat u n�ch feller aan te randen.

Als de eenigfte oorzaak van deez� ramp , �n n�derlaag. R�xane.

De draf, die eerfl: u heeft verv�lgd met deezeplaag. Toont, wien men van ons twe�n misdaadigll heeft

te

heeten.

Perdikkas.

's Ryks bondgenootlchap was zo niet van ��ngereeten,

Hadt

-ocr page 69-

treurspel: nbsp;nbsp;nbsp;y;

Hadt ge Orondates voor Seleukus afgeftaan.�

R�xane,

Hadt gy hem, in myn H�f, niet zoeken te verraan, En met uw oorl�gsv�lk my op den hals gevallen,

De vyand ft�rmde n�ch vergeefs op onze wallen. Perdikkas.

Wel aan; ons beider liefde is dit rampzalig l�t Te wyten. �k Voel den Ham myn�s leevens afgekn�t.quot;

Ik ly myn ftrafgt; �n gy hebt de uwe te verwachten.

R�X ANE,

Wy durven �s vyands woede, �n raazerny verachten. Perdikkas.

Wy fterven vrolyk, nu ge ons v�lgen zult op �tlpoor.

ROX A NE.

Ik zie myn� wraak, �n ftreef alle ongevallen door.

Dit fchort �er maar,om n�ch myn� rampen teverme�ren. Dat Statira my kome in myn gezigt tr�tfeeren.

Daar komt Seleukus aan, �n leidt haar by de hand.

�t Schynt, H�mel, Aarde j �n H�l zyn t�gens my gekant.

DERDE TOONEEL.

Seleukus, Statira, R�xane, H�zion�.

M nbsp;nbsp;nbsp;Seleukus, t�geKt Statira,

Evrouw, Prins Orondaat zal aanftonds herwaards komen.

�k Gelei u in dit H�f, opdat gy, zonder fchroomen Voor ongemak, hier zoudt in ftilte zyn. Gyzultnbsp;Hem kunnen wachten met meer ruft �n me�r geduld.nbsp;Statira.

Het ��n, �n �t ander H�f is gruuw�lyk in myneoogen, En komt myn� Vyandinne, �f Vyand my vertoogen.nbsp;Elk heeft het �ven zeer beklad met moord, �n bloed jnbsp;En wilt gy, dat ik hier verluftig myn gemoed ?

R o X A N E, t�gens Statira.

Verwonnen ziet gy my, myn� m�deminnaarefle,

Dy nbsp;nbsp;nbsp;Gy

-ocr page 70-

58 ORONDATES �n STATIRA.

Gy ziet me elendig, 6 gelukkige Prinll�ffe !

Hoe zeer ik echteivben van �t ongeluk vermand ,

�k Laat u uw� minnaar niet; myn liefde blyft in (land. Myn blaakend hart voelt al te diep de minnefchichten.nbsp;Roxane wykt u niet: zyzal, �n kan niet zwichten,nbsp;N�ch leevend, laaten u �t bezit van Orondaat.

Wacht dan myn derven eer ft, �n wil, in deezen ftaat, Uwe oogen, in myn� dood te aanfchouwen, n�ch vernoegen ,

Eer ge u by Orondaat, als Bruid, ten troon zult voegen.

St AT I R A.

Ach; ftaaken wy dien haat, zo fchaadelyk voor �t ryk, En laat ons Zufters zyn, in naam �n daad gelyk.

R�x ane.

Zo lang de min hier woont, zal myuw�gunft verveelen. �k Haat uw� gen�genheid, �n kan myn hart niet deelen.nbsp;En, nu ik OroncGat, door �s Nootl�ts wreed bcfluit,nbsp;'V'^oor eeuwig miflen moet, bluich ik myn Iceven uit,nbsp;En ovcrlevere, met ipyt, in uwe handen.

Benevens hem, �t geruft bezit van myne landen. ' Maar, als gy hem nu met de waereld hebt in dwangkjnbsp;Zo weet niy, ftervende, zo groot een� te�ldaad dank.

St AT I R A.

�t Viel my te duur, die vreugd met uwe doodtekoopen, Prinfles i �n zo myn� min geen and�ren grond van hoopen.nbsp;Als in uw fterven heeft; ik ftaa gewillig af,

En ik verkicze voor dat huwelyk myn graf.

R�x ANE.

Neen, neen; geniet in vre� myne overwonnen�ftaaten. En onzen minnaar,dien�ku, door myndood, wil laaten.nbsp;Statira.

�k Genoeg my met de helft; �n, zyt gy n�ch te raan, ! Neem Orondaat, �n my, in uwe vriendfchap aan.

R�x ANE.

Of liefde, �f dood: hier is geen midden in te kiezen.

En

-ocr page 71-

TREURSPEL. 59

En, wyl ik tefFens moet myn�luft, �n hoop verliezen, En myi)� verkiezing wordt gedwongen tot het ��n,

Wil ik voor �t andere myn vrye keur alleen.

�k Zal hem van my ontdaan; verblyd u in myn derven. Zie daar, dit daal zal u een veilig l�t verwerven.nbsp;Seleukus.

�k Waag my voor u, Mevrouw...

R �X A N E.

Staa, nader my niet meer, Of ik zou ligt op u beproeven myn geweer;

En dwing my nier u weer te aanfchouwen voor myne 00-gen :

Ikfchrik daarvoor, �n kanuwaanfchynnietgedoogen. St A T I R A.

Ontzinde minnaar�s, houd dil; wat hebtgy voor?

R�X ANE.

Ontwyk myn� raazerny: het moet �er nu me� door. Hoe? wilt gy dan, dat uw�me�minnaar�s, vol rouwe,nbsp;U met uw� minnaar in zyn�hoogde vreugd aanichouwe?nbsp;En, door uw averechtfch me�doogen, voel�de pyn,nbsp;En bitt�re fpyt, van op uw bruil�ftsfeed te zyn ?

En zich verbeelde dat doordraaiend zielvermaaken, Bek�nd aan die in liefde, �n minnenyver blaaken?

Is �t niet genoeg, dat zy �t met hartzeer weete, �n vlie? Wilt gy �t verme�ren, �n haar dwingen, dat zy�t zie ?nbsp;Neen, laat ons door de dood voorkomen...

VIERDE TOONEEL.

Orondates, R�xane, Statera, Seleu-KUS, H�zion�.

verwoede,

Orondates. TT

jnOu, ver

Laat l�s dit daal.

R�.

-ocr page 72-

60 ORONDATES cn STATIRA,

R�xane.

Helaas! kan ik, dus droef te moed�i Kan ik my zelve dan niet helpen aan een kant ?

Moet de oorzaak van myn� dood, die hind�ren met zyn� hand ?

Orondates.

Ik geef u weer de gunft, die �k van u had ontfangen. �k Acht u vol op betaald

St A T I R A.

Mevrouw, om myn verlangen Te boeten, flaa my toe, dat myn vernoegd gezicht.nbsp;Aan myn� beminden Held, voldoe zyn�eerften plicht.nbsp;R�xane.

Vergun my, dat ik fterve, �f uit dit land mag vlieden, Orondates.

Heel Grieken hoort u toe: gy kunt dat ryk gebieden, En trekken, zo �t u lufl, ten eerften derwaardsheen.nbsp;R�xane.

Vaarwel, wreedaardige.

Orondates.

Men laat� haar niet alleen.

Trouwanten, v�lgt; gy moet geflaadig by haar blyven. R�xane.

Geen nood; myn goed geluk zal eind�lykbovendryven. Nu, mededoogend Prins, gy zult my houden innbsp;Het leeven i maar om fteeds te ontruften uwe min:

En, zo de minnedrift dit hart nooit wil begeeven, Vergunn� my �t Godendom , dat�ku mag overleeven;nbsp;Opdat, dewyl myn heil beftaat in uw bederf,

Ik u zie {terven vol elenden, eer ik fterf.

V Y F D E �n laatftc T O O N E E L.�

Orondates, Statira, Seleukus,

PO RONDAT ES.

Rinc�s, vergun myn' ziel, die eeuwig uzal minnen.

Dat

-ocr page 73-

TREURSPEL.' 6t

Dat zy de driften, �n verrukking myner zinnen,

Niet uit te fpreeken voor het m�nfchelyk verftand. Door deeze kus uitdrukke op uwe Ichoone hand.

St at I ra.

Myn hart fchynt u verl�f te geeven, doormynzwygen, �n myne ontfteldheid u die gunft te doen verkrygen.nbsp;Rys op : uw�n�drigheid , myn Prins, maakt my be-fchaamd.

Orondates.

Staa toe. Mevrouw, dat ik Seleukus, zo �t betaamt, Bej�gene, �n my mag van myne plichten kwyten.

Wy hebben ons geluk zyn� wapens dank te wyten. Grootdaadig Prins, wiens moed Held Alexanders fpoornbsp;Zo l�fplyk nallreeft, �n der Prinflen gunlt, die voornbsp;De zaak der Koningin, zich in het veld begaven,

U overwaardig toont, gy opent ons de haven Der zeege �n hebt door uw� gevreefden arm, behoednbsp;Het deerlyk overfch�t van �t Koninglyke bloednbsp;Van Perl'en ,daar�t gew�ld zyn� lullen me� wou boeten.�nbsp;Laat my u, voor die daad, bedanken, aan uw� voeten.

Seleukus.

Verfchoon my, Prins.

Orondates.

Staa toe dan , datmyn arm verricht In u te omhelzen, tot erk�ntenis, den plichtnbsp;Van myne tong, die hier moet in gebreke blyven.nbsp;Seleukus.

Hetgrootlle deel is aan uw�krygsdeugdtoetefchryven� Uw m�deminnaar week reeds voor uw� oorlogsmoed.nbsp;Orondates.

U komt de l�f: gy hebt onze ondergang verhoed. Seleukus.

Ik wil myn deel in zo doorluchtige oorl�gszeege Niet weig�rcn.

O-

-ocr page 74-

�z ORONDATES �n STATIRA,

OrON DATES.

Dat men t�ch dat deel zo naauw niet weege', Ontfang myn hart} hetblyft voor eeuwig inuw�fchuld.nbsp;Seleukus.

Gy v�rgt uw liefde. Prins, een al te lang geduldj Wyl onze zeege Ichynt haar zeege te bereijen.

Orondates, Statira.

Myn� ziel miftrouwt zich zelv�, hoe zeer zy zich durft vleijen,

En, ne�rgeflagen door dat g�ddelyk ontzag,

Blyft in haare ootmoed, fchoon zy �t alles hoopen mag, St at IRA.

Spreek Orondates.

OrOND ATE s.

�kW�nfch te fpreeken door myne oogen. Laat myne liefde in�t eind verwekken uw me�doogen.nbsp;Myn m�deminnaar, die, met overdwaalfch geweld,

Na uw� bezitting dong, legt door myn ftaal geveld j En niemand kan voortaan zich t�gcns my verzettennbsp;Als gy' alleen, om uw gen�t my te beletten.

Mishaagt myn� liefde u niet, bekroonze met uw� min. En gun, naa zoo veel leeds ,my zulk een fchoon gewin,

Statira.

Prins Orondates trouw heerfcht over myn� gedachten. Wy willen toonen, hoe wy uwe deugden achten.

Gy zyt het, wicn myn� ziel geheelyk toebehoort. Orondates.

Tk k�n geen rampen meer naa dat gew�nfchte woord, En al des waerelds heil moet voor het myne wyken.

�k Veracht daar by �t bezit der Perfiaanfche ryken.

De Koningryken in deeze oorl�g overmand,

Geef ik te deelen. Prins, aan uwe ftrydb�re hand.

Seleukus.

�� Komt Orondates toe.

O-

-ocr page 75-

TREURSPEL. nbsp;nbsp;nbsp;63

Or ondates.

Al wat my toe mag komen, �raag ik u op. Het werde in gunft van u genomen.nbsp;En, my met Statira vernoegende op den troonnbsp;Van myn� Voorouderen} ftreefik voorby de Go�n.nbsp;Statira.

�k Bezit het al in u.

OrON DATES.

Kom, gaan we, om onze leden Te ontwapenen, �n naa zo veel� rampzaligh�den.

Ons ov�rig leeven te voleindigen met vreugd.

Seleukus.

Oe H�mel kroont de liefde, als ze is gegrond op deugd. van het Vyfde, �n laatfle Bedryf.

-ocr page 76-



-ocr page 77-


I



.J-


-ocr page 78-