VADERLANDSCHE
HISTORIE.
VYFTIENDE DEEL.
|
||||
VADER.LANDSCHE
HISTORIE,
VERVATTENDE DE
GESCHIEDE NISSEN
DER NU
VEREENIGDE NEDERLANDEN,
INZONDERHEID DIE VAN
HOLLAND,
VAN DE VROEGSTE TYDEN AF:
Uit de geloofwaardigfte Schryvers en egte
Gedenkitukken famengefteld, DOOR
JAN WAGENAAR.
Met Plaaten en Kaarten.
VYFTIENDE DEEL, BEGINNENDE MET HET JAAR l670, EN EINDI-
GENDE MET DE VERHEFFING VAN DE NI'RIN- SE EN PRINSESSE VAN ORANJE, TOT K0- £7>v NING EN KONINGINNE VAN GROOT- fVxÄs. URITANjE, IN 'T JAAR 16C0. |
||||||
Ts AMSTERDAM, bï
JOHANNES ALLÄRT. M D C C X C I V.
Mit Privilegie van de Ed. Gr. Mag. Heeren Staaten
van Holland en Westftïetiand, |
||||||
VADERLANDSCHE
HISTORIE.
|
|||||||
ZEVEN-ENVYFTIGSTE BOEK.
|
|||||||
INHOUD.
I. Buitengewoon Gezantfchap naar Frankryk. II.
De Spaanfchen flaan op de herlevering van Maastricht. De Staaten maakcn 'er zwaarig- heid in. III. De Keu/vorst van Brandenburg vordert voldoening van fchade van de Staaten. Handeling met hem. IV. Verraad in Engeland De Hertog van Jork komt in Holland. V. Ver- drag met Algiers. VI. Vcrfchil niet Friesland, en Stad en Lande, over da afdanking van ee- ltig Krygsvolk. Vil. Zyne Hoogheid bc/list 't- gefchil over 't bewaar en der Stads flcutelen, te Deventer, Raadplecgingen op 't verflerken van Naarden. VIII. Dood van PrinfeJcan'Maurits van Nas/au. Van Wolfcrd, Heer van Bredero- ds. Van Joost van den Vondel. IX. Frankryk zoekt een verdedigend Verbond te fluiten met de Staaten. X. Handeling met Groot - Britanje, ever 't handhaaven der Nicmvmeegfche Vrede. Sidnei ontraadt het Verbond met Frankryk. D'A- yaux dringt 'er op. Men bc fluit zig, noch met Frankryk, noch met Groot - Britanje te verbin- den. XI. Frankryk wint het Engclfchc Hof. Maakt beweegingen lot ecne Vredebreuk. Xll. XV. Deel. A On- |
|||||||
ö VADERLANDSCHE LVIL Boek,
Onlusten tusfchen Spanje en den Keurvorst van
Brandenburg. Handeling over 't ruimen van Hasfelt en Mazeik. XIII. Verdrag van Koop- handel met de Ottoinannifche Porte. Staartfler. XIV. De Franfchen trekken in 't Luxembnrg- j'che. Frankryks eisch op Vlaanderen. Luxem- burg ingeflooten. XV. Aanvang der handelinge, ever ten Ferdrag van Bondgenootfchap. Zwee,- den treedt 'er in. Het Engelfcht Hof weigert het. Schryvens van Van Beuningen aan ds Stad Amfierdam. XVI. D'Avaux verklaart zig fcherp, tegen 't Verbond met Zweeden. De Staa- ten verdedigen 't. XVII. Verfcheiden oorzaaken van het misnoegen des Franfchen Hofs. Ver* fckil over V regt der Vlagge. XVIJ1. De Ko- ning van Frankryk zoekt iemant te doen ligten, uit Amfierdam. Verfehl hieruit ont/laan. D'A- vaux zoekt ter gehoor ingeleid te worden, door des Stadhouders Poort. XIX. Mhnoegen met Engeland. Voorflag, om den Hertog van Jork te verfteeken van de opvolging: of om den Prins of Prinfes van Oranje tot Regent te verklaa- ren. XX. SchenkenJ'chans te rug gegeven aan de Staaten. XXI. Handeling over Frankryks eifchen op de Spaanfche Nederlanden. De blokkeering van Luxemburg wordt opgebroken. XXII. De Spaanfchen weigeren 't gefchil met Frankryk te verblyven aan de uilj'praak des Konings van Groot-Britanje. De Keurvorst van Branden- burg zoekt de Staaten te beweegen tot het goed- keuren der Fraufche voorwaarden. De Keizer en Spanje treeden in 't Verdrag van Bondge- nootfchap. XXIII. Handeling der Staaten met den Koning van Groot-Britanje. XXIV. D'A- vaux zoekt den Prins van Oranje en Fagel te win-
|
||||
L VII. Boek. HISTORIE. 3
|
|||||||
winnen. Vergeefs. Verbond tusfchen Desns-
marke, Keur - Brandenburg en Munfler. XX V. Aanbouw van Oorlogfchtpen. Suriname ver- andert van eigenaars. De Heer van Sommels- dyk vermoord. XXVI. Zwaarefiorm en hoge Watervloed. XXVI [. Oostfriefcke onlusten. De Keurvorst van Brandenburg fieekt ,er zig in. Twist over de leenroerigheid van Ezens, Ste- desdorp en Witmond. XXViJI. Afrikaanfcht Maalfchappy te Embden opgeregt. |
|||||||
Zo dra was de Nieuwmeegfche Vrede rus- 1679.
fchen Lodewyk den XIV. en deezen ■' btauc niet bekragtigd , of de Staaten beiloo- I-
ten, een buitengewoon Gezantfchap te zenden De s,a*J naar Frankryk, tot herftelling der oude vriend- den eeri fchap met deeze Kroon, tot bevordering der buiten- algemeene Vrede, die toen nog verre te zoe- gewoon ken fcheen, en tot vereffening eeniger gefchil- j?ezant- len over de brandfchattingen , die Frankryk „caarP van de Generaliteits Landen gevorderd hadt Franfe. (0), en die, tot hiertoe, onvoldaan gebleeven ryk. waren. Tot dit Gezantfchap, waren benoemd de Heeren Jakob Boreel, van Odyk en van Dykveld; die, terftond na hunne aankomst aan 't Franfche Hof, ernftelyk, arbeidden aan de algemeene Vrede. Doch zy deeden, niet voor Verfehl! den agttienden van Lentemaand des jaars 1679, over da hunne openbaare intrede te Parys, ter oorzaa- J^J™ ke van zeker verfchil over de wyze derzelve, openbaa- welk, van wederzyde, lang betwist werdt. De reinwe« onzen beweerden, dat zy ryden moesten over de» OJ lU'fol. Holl. ai April 1679. II. 512.
A a
|
|||||||
4 VADERLANDSCHE LVILBoek.
1679. 't Voorplein der Louvre, tusfchen dubbele Lyf-
------wagten, in orde geichaard, en onder 't liaan
der trom, gelyk, in de jaaren 1660, 1661 en
1662, gefchied was. De Franl'chen hielden, daarentegen , ftaande, dat zo veel eers niet dan aan Gezanten van den Keizer, of van Ko- ningen, en aan hunne Majelteiten van Frank- ryk zelven plag beweezen te worden, en dat, zo 't ook in vroeger' tyd, omtrent de Ambas- fadeurs der Staaten, gefchied was, zulks moest geagt worden, by toeval gefchied te zyn, en om dat de wagt toen juist afgelost wcrdt. Doch hierop merkten de onzen aan, dat de Gezan- ten van Venetië en Savoje gelyke eer genoo- ten, en dat zy alleenlyk begeerden, dat de ou- de gewoonte gevolgd werdt. De Franichen hernamen, dat deeze gewoonte niet beftendig was, en dat men 'er, in 't jaar 1667, ten opzig- te van Van Beuningen, en in 't jaar 1670, ten opzigte van de Groot, van was afgeweeken. Men handelde, hierover, eenen geruimen tyd, zo aan 't Franfche Hof, als in den Haage met den Graave d'Avaux, die, onlangs, als ge- woonlyke Ambasfadeur van Frankryk , her- waards gekomen was: doch de Koning befloot, eindelyk, den Staaten genoegen te geeven. De Ambasfadeurs deeden hunne intrede, met alle tekenen van eere, en bragten veel toe, tot bevordering der algemeene Vrede. Ook werdt, eerlang, het gefchil over de brandfehattingen, tot wederzydsch genoegen, geregeld (£). O- dyk en Dykveld keerden daarna te rug naar Holland; doch Boreel bleef, nog eenigen tyd, als
|
|||||
(t-) Huil. Merc. yan 1C179. hl. 28 35.
|
|||||
LVII. Boek. HISTORIE. 5
|
|||||
als gewoonlyke Gezant der Staaten, in Frank- 16-p.
ryk, -------- Hier werdt, in Oogstmaand, een Huwelyk
geflooten, waarvan, reeds geduurende den oor- log, fpraak geweest was, tusfchen den Koning van Spanje en Maria Louifa, Dogter des Her- togs van Orleans, die, weinige weeken laater,. naar Spanje verreisde (c). De Koning van Frankryk gaf zyner Nigte eene bruidfchat van vyfhonderdduizend gouden Zonne-Kroonen (y); doch geene Landen of Heerlykheden, in. de Nederlanden noch elders; gelyk wy gezien- hebben (e), dat de Prins van Oranje, te voo- ren, gewenscht hadt, dat gefehieden mögt. Men was egter, hier te Lande, in zyn' fchik met dit Huwelyk, oordeelende de meesten,dat het de Vrede tusfchen Frankryk en Spanje be- ftendig maaken zou. Doch de ondervinding leerde, binnen weinige jaaren, dat zy verkeer- de rekening gemaakt hadden. De Spaanfche Ambasfadeur, Don Emma- II.
nuel de Lira, de Staaten herfteld ziende in't ^e bezit van Maastricht, welk de Franfchen hun ^?^.,,. wederom hadden ingeruimd, verzuimde niet y basfadeur van tyd tot tyd, bylien, aan te houden, dat dee- vordert ze Stadden Koning, zynen Meester, in gevolge j*e over* van het Verdrag van den jaare 1673 (/),mogt ^xm^ worden overgeleverd (g). De Staaten, hierop, ïvjaas- onderling, en met zyne Hoogheid, geraadpleegd tricht. hebbende, gaven den Gezant, einde]vk,in Oogst- De Stna* ö ' J ' "j ten mar:»
maand, ken ,
'O RePil. HoH. tf Jan. 2? Febr. ï8 Unart irt;<>- bl. 2, „wa,T:„
»16,4a". IIiM. M.-rc. van 1^79. bl ï2y-U2. van iftIK hl. 1 enz f . i\ (d) Foicz Du M..NT Corps Dipl. Tom. Vil. P. I. f. 417. ksl<* 13ä» O ) XIV. Deel. bl 34,4. (f. Zie XlV Did, U. 577. (g) Kcful, ilon. 2j April 1Ö79. bl. 513, A3
|
|||||
6 VADERLANDS CHE LVII. Boek,
|
|||||
maand, voor befcheid „ dat zy den trouwhertJ-
„ gen byftand, hun, in hunne ongelegenheid, „door zyne Majefteit van Spanje, beweezen,ai- „ toos, in gedagten zouden houden; doch ook „ meenden, in den loop van den jongften oor- „ log, overvloedige bewyzen gegeven te heb- ben, dat zy 's Konings belang zo hoog als „ hun eigen gefchat hadden, en geen minder „ vlyt getoond, om zyne Landen en Luiden „ dan om hunne eigen' te bei'chermen; i'choon „ hunne poogingen, door Gods almagtige „fchikking, dien gunftigen uitflag niet gehad „hadden, welken men 'er, onder zyncn ze- „ gen , van zou hebben mogen verwagten» „ Dat het Verdrag van den jaarc 1673, en de „belofte, om Maastricht aan den koning te „zullen afftaan, ook, by hen, in goede ge- „ heugenis was: doch dat, by dit zelfde Ver- „drag, ook beloofd was de onderhouding der „ Munfterfche Vrede van den jaare 1640, en „ der overeenkomften, federt geilooten. Dat a „ by het vyfcnveertigße punt deezer Vrede, „ beraamd was, dat de Verdragen, met den „Prinfe FreJrik Henrik gemaakt, zouden aan- „ gemerkt en naargekomen worden, als we- „ zenlyke deelen van het Munfterfche Ver- drag; dat, by deeze Verdragen, aan zyne „ Hoogheid beloofd waren het Land en de „ Heerlykheid vnn Montfoort; waarby zyne „Majefteit zo veel Lands voegen zou, dat „de zuivere inkomften van alles, jaarlyks, „ twee - endertigduizend guldens zouden be- „loopen; dat zyne Majefteit ook zou bezor- „ gen, dat aan het Graaffchap van Meurs zo, „ veel Lands zou worden toegevoegd, dat des- „ zelfs
|
|||||
LVÏI.BoEK. HISTORIE. 7
|
|||||||
„ zelfs inkomften , met tienduizend guldens 167p,
„ in 't jaar, vermeerderd zouden worden, zul- ■ „lende het zelve Graaffchap, daarenboven,
„ tot een Hertogdom worden verheeven. Dat „ Montfoort, ondertusfchen , eerst in 't jaar „ 1654, gekomen was onder 't bewind van „ zyne Hoogheid; dat de jaarlykfcbe inkom- „ lten van het zelve, van dien tyd af, nooit „ meer dan twintigduizend guldens beloopen „ hadden , zynde , daarenboven, de tiendui- „ zend guldens, met welken de inkomften van „ Meurs vermeerderd moesten geweest zyn, „gebleeven onvoldaan. Dat, wyders, in de „ gemelde Verdragen, was vastgefteld , dat „zyne Hoogheid zou behouden het Mark- „ graaffchap van Bergen op Zoom, tegen ee- „ nige Landen, door hem, aan den Koning af „te ftaan: doch dat men, indenjaare 1651, „ nader verdraagen was, dat zyne Hoogheid, „in de plaats van het Markgraafichap, zcu „ behouden de genoemde Landen , en daar- enboven vyfhonderdduizend guldens, en „ eene rente van tagtigduizend guldens jaar- „lyks, losbaar tegen den penning twintig; „ voor de bctaahng van welke fomme en ren- „ te, 's Konings Domeinen, met naame die „ van Brabant en Vlaanderen, verbonden wa- tt ten. Dat nogtans, op de vyf honderddui- zend guldens, tweehonderd en twintigdra- „zend guldens onbetaald gebleeven waren * „en dat, op de jaarrenten, onlangs, maar „ weinige penningen waren voldaan. Dat zy- „ ne Hoogheid ook niet herfteld was in 't be- „ zit zyner goederen , gelegen in 't Graaf- „ fchap Bourgondie, van welken zyne Maje- A 4 m ftek |
|||||||
VADERLANDSCIIE LVIL Boek.
|
||||||
167p. „ fteit de inkomften behouden hadt. Dat aan
■----- „ de Prinfesfe Weduwe de Heerlykheid Ttirn-
„ hout beloofd was, met zo veel Lands, dat
„'er twaalfduizend guldens jaarlyks van ko- „ men konden; doch dat de inkomften van „ het zelve nimmer boven de agtduizend gul- „ dens beloopen hadden, en dat het Land van „Turnhout, federt het jaar 1658, dertigdui- „ zend guldens uitgefchooten hadt, welken „ het nog niet wederom te rug hadt ontvan- gen. Dat zyne Hoogheid, wegens al het „ gemelde, zeven millioenen, zevenhonderd „ twee-endertigduizend driehonderd twee-en- „ negentig guldens te vorderen hadt, op het „ voldoen van welken, de Staaten, die groote „ reden hadden om het belang van den Prinfe „ als hun eigen aan te merken, federt lang, te „ vergeefs , haddf n aangehouden. Dat zyne „ Majefteit den afftand van Maastricht vor- „ derde, uit kragte van zeker Verdrag; doch „dat zy uit kragte van het zelve Verdrag,. „ ook de voldoening der gemelde fomme te „ vorderen hadden, behalve, dat ook de Kol- „ legien ter Admiraliteit nog merkelykë fom- „ men van zyne Majesteit hadden te eifchen, „ wegens uitrustingen, gedaan ten zynen be- „ hoeve, na het treffen van het Verdrag van ,J den jaare 1673. Ten beiluite van al 't wel- „ ke, zy in bedenkinge gaven, of 't wel rede- „ lyk zyn zou, dat zy den Koning toeftonden, „ 'c gene hy, uit hoofde van het gemelde Ver- „drag, vorderen kon, terwyl zy zelven ver- bleken bleeven van't gene zy,met goed regt, „ van zyne Majefteit konden eifchen (/5). (k) ftcfol. üen.T. SabhatHi 5 A113. 1679, Da
|
||||||
l - j,
|
||||||
LVILBoEK. HISTORIE. 9
De Spaanfche Gezant, dit antwoord beko- 1679;
men hebbende , gaf den Staaten , na weinige |
||||||
dagen , fchriftelyk , te verftaan „ dat hy, na Anr-
„ tien maanden wagtens , ander befcheid hadt WOOTi „ gewagt te zullen ontvangen. Dat de Staaten spjat^a „ den Koning , uit eigen' bedeeging , Maas- fchen „ triebt hadden aangebooden. Dat zyne Ma- Auibasf* „ jefteit hun edelmoediglyk hadt bygeftaan , deur* „ eer 'er nog een onderling Verbond tusfehen „ hem en den Staat geflooten was, en zonder „ dat hy onderftandgelden getrokken hadt, ge- „ lyk de andere Bondgenooten. Dät de Staat „ bezweeken zou zyn , zonder de Vrede met n Groot -Britanje ; doch dat men deeze Vre- „ de, eeniglyk, aan het Verbond met Spanje, „ te danken hadt, hebbende men , te Keu- „ len , voor dien tyd , vergeeflche poogingen „ gedaan , om dezelve te bewerken. Dat de „ Staaten ook verklaard hadden , den dienst , „ hun , in deeze gelegenheid , door Spanje , 5, gedaan, altoos te zullen erkennen, en dat de „ afftand van Maastricht een blyk deezer er- „ kentenisfe zyn zou. Dat het hierom vreemd „ fcheen, dat zy nu de Verdragen van de jaa- „ren 1673 en 1648 wilden famenvoegen , en „ aan het eerstgemelde niet voldoen , zonder „dat ook aan het laatstgemelde voldaan ware. „ Spanje ontkende wel niet de regtvaardigheid „ van den eisch des Prinfen van Oranje over „ 't geheel, fchoou hy, Gezant, onmoge- „ lyk antwoorden kon op de rekening , vol- „ geus welke , men deezen eisch , met de in- „tresten, op verfcheiden'millioenen, begroot „ hadt : doch het dringen op het afdoen dee-. „zer fchuld, geduurende 'sKonings minder-, A 5 »jaa- |
||||||
lo VADERLANDSCHE LVII.Boex.
1679 »jaarigheid , was aan de weereld niet zeer bil-
t-----p- jj lyk voorgekomen, en zou, zo men 'er aan
j, voldaan hadt, Spanje het byftaan der Staaten
„in den jongften oorlog veel moeilyker ge- 5, maakt hebben. Daarenboven , hadden der 5j Staaten Gezanten , terwyl zy openlyk dron- » gen op het afdoen der gemelde fchuld , hei- „ melyk , te kennen gegeven , dat de Staaten »zig het belang des Prinfen van Oranje zo „ zeer niet ter herte lieten gaan , als hunne „ brieven , en de vertoogen hunner Gezanten „ fcheenen te kennen te geeven. Het uitftel- w len der voldoeninge van 's Prinfen eisch kon 3, „ derhalve, geene reden van klagten zyn, over „ Spanje. Hier benevens , hadt de Koning ,, „ in Sprokkelmaand jongstleeden , den Prinfe „ honderdduizend guldens jaarlyks , uit de in- n komften der Indien , en vyftigduizend gul- t, dens , uit de Domeinen der Nederlanden , „ toegeweezen. 't Zou , derhalve , onparty- „ digen niet zeer billyk können voorkomen , „ dat de Staaten genoegzaam te kennen ga- n ven , dat de Koning geene inkomften be- n hoorde te trekken uit de Nederlanden, zo- „ lang de Prins onvoldaan bleeve ; indien zy- „ ne Majefteit langer ftonde op de overleve- „ ring van Maastricht, uit kragte van het Ver- „ drag van den jaare 1673. Zo Spanje , in 't „ begin vart den oorloge devoornaamfteGrens- „ vestingen van den Staat met Krygsvolk ba- „ zet houdende, op zulk eene wyze 3 gehan- „ deld hadt met de Staaten, zouden ze zig wei ;„ gewagt hebben van Spanje , tegenwoordig , „ dus te handelen. Immers , zou Spanje der ^ Staaten Plaatfen in Brabant en Vlaanderen jghebr;
|
||||
LVILBoek. HISTORIE. ii
„ hebben können inhouden, om daaraan te n^
„ verhaalen, 't gene de Staaten van de groote -----_
„ goederen des Graaven van Egmond onder
„ zig hielden, en op het herleveren van wel- ben men, dertig jaaren lang, vergeefs, aan- „ gehouden hadt. Spanje zou ook het pleit „ van den Huize van Ifonghien tegen den „ Prinfe van Oranje hebben können vervol- „ gen, 't welk nogtans niet gefehied was. Ook „ waren veele andere goederen niet te rug ge- „ geven, van welken egter de herlevering, uit „kragte van het Munfterfche Verdrag, met „ regt, kon gevorderd worden. Van al 't wel- „ ke men eene rekening zou können opmaa- „ken, niet minder naauwkeurig, dan die de „ Staaten van den eisch des Prinfen van Oran- je hadden opgemaakt: en gaf hy, Gezant* „ te bedenken, of Spanje de Staatfche Plaat- „ ien in Brabant en Vlaanderen niet zou heb- „ ben mogen te pande houden, zo men ooit „ gedagt hadt, dat de Staaten Maastricht zou- „ den weigeren over te geeven , eer zy voldaan „zouden zyn, wegens 't gene de Prins var» „ Oranje van Spanje te eifchen hadt. De „ eisch, dien de Staaten nog hadden, wegens „uitrustingen ter zee, werdt niet betwist van „ de Spaanfche zyde, en zou voldaan worden, „ zo dra de Staaten naarkwamen, 't gene zy „ beloofd hadden. Want niemant zou den „ Spaanfehen borg ftaan, dat de Staaten Maas- „ triebt overleveren zouden, wanneer men „ hun eerst alles, wat zy nu van Spanje vor- „ derden, voldaan zou hebben; behalve, dat „het altoos vreemd luiden zou, dat de Staa- kten eene gift, vry williglyk, ten blyke van »et-
|
||||
il VADERLANDSCHE LVII. Boek.
„ erkentenis, aangebooden, tegen eene fchuld.,
n hadden ingehouden. Maastricht ook, afge- „ fcheiden als het was van de grenzen van „ den Staat, en niet dan over eens anders n Land , van volk en voorraad könnende voor- „ zien worden, kon den Staaten, in tyden van, „ oorlog, van kleinen dienst, in tyden van „ vrede, niet dan tot last zyn: daar deeze Stad „ den Spaanfchen , in tegendeel, merkelyk „ meer waardig was , als beflooten leggende j, binnen derzelver Domeinen, en gehegt aan. „Brabant, Limburg en Gelderland. De Ge- „zant verklaarde, derhalve, ten befluite, dat n hy de eifchen der Staaten ten laste van Span- „ je hieldt voor vernietigd, zo lang zy Maas- „ triebt in pand hielden, en dat de Intresten. n van 't gene de Prins van Oranje en hunne „ Hoog-Mogendheden zelven van Spanje te. „ vorderen hadden zouden ophouden te loo- „ pen, van den dag en uure af, waar in zy de n Scad wederom met hun Krygsvolk bezet „ hadden. En naardemaal de Staaten onder- ,, (lelden, dat men, op zulk eene wyze, hande- n len kon, zonder de onderlinge vrietidfchap „ te verbreeken, wist hy niet, hoe de Koning, „zyn Meester, zig gedraagen zou, omtrent „ de goederen hunner onderzaaten in Spanje; nen of hy, ten opzigte derzelven, naar regt- „ vaardigheid, of naar goedertierenheid, zou v handelen (/)." Men raadpleegde, federt, op het weder-
antwoord, welk men den Ambasfadeur geeven- zou. Zyne Hoogheid, ter Vergadering var* HoL
|
|||||
(O Zi« Holl. Merc. van 1679. il. 2^4 «»•
|
|||||
LVJLBoek. HISTORIE. 13
|
|||||
Holland verfcheenen , ftondt 'er fterk op, dat 1679.
men Maastricht niet overgave, voor hy vol---------.
doening ontvangen hadt. Hy gaf, in 't voor-
bygaan , te verftaan „ dat hy nog niet fchade-
j, loos geiteld zou zyn , al werdt hem Maas-
B tricht afgeftaan , in de plaats van 't gene hy
„ van Spanje te vorderen hadt (&)•" Einde- Weder-
lyk, antwoordden de Staaten, op het Vertoog ant'
van den Spaanichen Gezant „ dat zy nimmer jV"°s ^a.
w vergeeten zouden de hulp, die zyne Maje- tt;ilt
j, fteit van Spanje hun , in hunne ongelegen-
„ heid , beweezen hadt; doch dat zy ook
w vertrouwden, dat zyne Majefteit in gedagten
„ zou houden , hoe zy , van hunnen kant, al-
„ les gedaan hadden , wat men van getrouwe
n Bondgenooten zou können verwagten ; hun
n Krygsvolk, beide te velde en in de bezettin-
n gen, ten dienile des Konings, doende ge-
n gebruiken, als of het zyn eigen geweest ware.
n Dat het wenfchclyk geweest zou zyn, dat
n zyne Majcftèit meerder Krygsvolk in de Ne-
B derlanden hadt können brengen, in welk ge-
n val, de oorlog hun minder lastig geweest zou
„ zyn , en, menfchelyker wyze gefproken ,
,, de ongelukken , die hun nu overgekomen
B waren, geweerd zouden zyn gebleeven. De
„ Koning' hadt, 't was waar, ook veel by den
w oorlog geleeden ; doch buiten fchuld der
„ Staaten, die 't gaarne zouden hebben wii-
„ lcn voorkomen. Ook was 't weereldkundig,
?, dat Frankryk hun voornaamlyk beoorloogd
j, hadt, om dat zy zig zo veel hadden laaten
»ge-
(*■} Bcfaicue op d? M;mor. van de Lira op 20 Stpt^ 1679 '»
ie Aant. van *:n Regent vnn Ucllt. MS. |
|||||
14 VADRRLANDSCHE LVH.Boek.
1679. » gelegen zyn aan de behoudenis der Spaan-
------„ iche Nederlanden, die, ongetwyfeld, ver-
„ looren geweest zouden zyn , zo dra Frank-
„ ryk de Vereenigde Gewesten zou overwel- n digd gehad hebben. De hulp , hun door » Spanje toegebragt, hadt, derhalve, zo wel 9) opzigr gehad op de behoudenis van 's Ko- n nings Nederlanden , als op de behoudenis n van deezen Staat. Ook hadt men de Vrede n met Groot - Britanje wel ten deele aan de x, poogingen van Spanje , maar voornaamlyk » aan de fterke en algemeene neiging tot Vre- n de , in de Engelicheu zelven , toe te fchry- jj v^n. De hulptroepen der Bondgenooten „ hadden Spanje meer dienst gedaan dan den j, Staaten , welker Gewesten , op Maastricht „ na, voor't grootfte gedeelte, al verlaaten wa- f, ren van de Franfchen, eer de Verbonden wa- » ren gciiooten , uit hoofde van welken, dee- y, ze hulptroepen geleverd werden. Al 't wel- „ ke egter niet aangehaald werdt, tot verklei- 9, ning van den dienst, dien de Staat van Span- „ je ontvangen hadt; maar alleen om te doen „ zien , dat de Staat, in den jongiten oorlog, „ ook iet voor Spanje gedaan hadt, en dat men „alle de rampen , die Spanje waren overgeko- 5, men , den Staaten niet wyten moest. Wat ,? nu de ichuld betrof', die zyne Hoogheid , „ de Prins van Oranje, van Spanje te vorderen „ hadt; zy fproot uit regtvaardige oorzaaken ; n erkend by een plegtig Verdrag van Vrede , „ en moest geenszins worden aangemerkt, ge- w lyk fömtyds geichiedde , als eene foort van „ gelchenk, tot bevordering der gemelde Vre- „ de, aan 'sPrinfen Voorouderen gedaan. Op »'t
|
||||
LVIÏ.Bosk. HISTORIE. 15
» 't voldoen deezer fchuld, was nu, dertig jaa- I(5-9>
ff ren lang, vergeefs aangehouden; en fchoon ___1
ff men voorgaf, dat der Staaten Gezanten, nu
sj en dan, te verftaan gegeven hadden, dat dit ff aanhouden niet ernftig gemeend werdt, kon- n den zy verklaaren , hiervan nooit de rninfte jj kennis gehad , noch daartoe immer den ge- tf ringften last of aanleiding gegeven te heb- re ben. En al ware 't fchoon gefchied, kon 55 immers de yver of flapheid der Staaten, in 'c ff vorderen eener fchuld , de fchuld zelve niet »van natuure doen veranderen , of minder ft deugdelyk maaken. De afftand van Maas- n tricht werdt, daarentegen , aangemerkt als n eene loutere gifte, op welke de Koning van ff Spanje geheel geen regt hadt können voor- ft wenden. Ook hadden zy nooit geweigerd » j, deezen afltand te doen ; maar alleenlyk ge- re wenscht, vooraf, gered te worden uit de ff moeilykheid , waarin de onbetaalde fchuld wdes Prinfen van Oranje hen hadt gefteken. t, De agterftallen , welken de Admiraliteit te „ vorderen hadt, waren zo deugdelyk , dat 0 zy, door den Gezant zelven, erkend waren. „ Voorts , wisten de Staaten niet, dat zy ee- „ nige goederen onder zig hadden, die , vol- „ gens de Verdragen , in den jaare 164Ü ei) „ federt geflooten , behoorden te rug gegeven „ geweest te zyn. De Graaf van Egmond zou j, de gegrondheid van zynen eisch nimmer in ■ n Regte bewyzen können. Maar aan de in- „ gezetenen van deezen Staat was , na 't flui- „ten der gemelde Verdragen, door de Bis- f, kaaifche en Oostendefche Kaapers, merkelyk „ grooter fchade toegebragt, aan zy van de 1BFxan-
|
||||
i5 VADERXANDSCHE LVIL Boek.
|
|||||
itf#>. » Franfche Kaapers , in den jongften oorlog „
.____ » hadden geleeden , zonder dat men , daar-
» voor , ooit eenige voldoening hadt können
»bekomen. In de zaak der Graavinne van »Ifenghien tegen den Prinfe van Oranje , was » party regter geweest, en nog hadt men ze »niet können goedmaaken. 't Gene de Staa- » ten nu deeden , kon , geenszins, aangezien * Repre- „ worden als * Schäverhaaling , welke alleen faille, B plaats hadt, als men den onfchuldigen aan- n tastte voor den fchuldigen ; 't welk hier 't 0 geval niet was : begeerende de Staaten al- fy leenlyk een onderpand te behouden , tot dat tu de lchuld, waarvoor het, nevens de andere K Domeinen der Spaanfche Nederlanden , ver- » pand was, betaald zou zyn. Da Gezant w hadt wel gewaagd van beloften van voldoe- „ ning; doch deezen waren, reedsVoor dertig „ jaaren, gefchied, en, tot hiertoe,' niet ter uit- 5, voeringe gebragt. Ook konden de Staaten j, niet zien, wat vergelyking 'er te maaken wa- wre, tusfehen het behouden v.in Maastricht, w tot op het voldoen eener erkende fchuld, en „ het inhouden der Grensfteden , met 's Ko- w nings Krygsvolk bezet; op welken zyne ?, Majefteit niets te vorderen hadt, en welken ff de Staaten hem, nimmer, voor hunne fchul- n den , verpand hadden. De Staaten hadden, j, in den jongften oorlog , ook Krygsvolk ge- 5, had in de meeste en voornaamfte Steden der 9f Spaanfche Nederlanden ; doch hunne goede »trouw beweezen , in het ruimen derzelven , w onaangezien 's Konings Domeinen , voor 'ff de meergemelde fchulden , verpand waren. ff De hooge agting, welke zy voor 's Ko- „ nings
|
|||||
LVILBoek. HISTORIE. 17
|
|||||
„nings vriendfchap hadden, deedt hen ver- 1679,
„ langen naar een einde van deeze oneffenhe- n den; waarom zy, op't vrieiidelykst, verzog- „ ten , dat zyne Majefteit orde geliefde te ftel- B len tot het afdoen der genoemde fchnlden , n zo aan zyne Hoogheid, als aan de Kollegien „ ter Admiraliteit, en aan anderen , welken n hy aangenomen hadt te betaalen : alzo zy te „ groot een gevoelen van de regtvaardigheid w zyner Majefteit hadden , dan dat zy zouden „ können denken , dat hy deeze voldoening „zou willen afwyzen en den Staat te last leg- ,, gen, enkelyk, om dat men hier zwaarigheid „ maakte , in het overgeeven van een onder* n pand , welk de Koning zelf goedgevonden n hadt, voor het voldoen deezer fchulden, te „pande te ftellen (/)■" 't Bleef, voor eerst, by deeze wcderzydfche 'nGefcbB
vertoogen. De Lira hadt, voor men het laat- hly„» 0 voor*
f te antwoord der Staaten gereed hadt, affcneid eerstt
van hun genomen , en was naar Madrid ge- onafge-. keerd. 't Antwoord der Staaten werdt, der- daan- halve , overhandreikt aan den Heer Belmotite, die de zaaken van Spanje waarnam in den Haa- ge, tot op de overkomst van Don Bahhazav de Fuea Major, die, door den Koning, benoemd was, om de Lira op te volgen (m). Maastricht bleef, ondertusfchen, in't bezit der Staaten, en de Koning van Spanje hieldt de penningen in , welken hy erkend hadt, hun en denPrinfe van Oranje fchuldig te zyn. Kort
CO Rcfbl. Gcner. ttarth 3 Oflfe». IÄ79. Itefol.Holl. 2ZSfpt.
F57'j. U. 2j2. Hol!. M«c. van ifi7'> U. 272. (ffi) HolL. Mcrc. van 1679. bl. 277. XV. Deel. ß
|
|||||
x8 VADERLANDSCHE LVII.Boêk.
|
|||||
iö/o. Kort na het fluiten der Vrede tusfchen den
------- Koning van Frankryk en den Keurvorst van
Hl. Brandenburg, fchreef zyne Keurvoiftelyke
v rr van Doorlugtigheid eenen brief aan de Staaten , Branden- gedagtekend den elfden van Hooimaand, waar- burg be- in hy hun voorhieldt n hoe veel zyne Erflan- £eert w den Van de Franfchen geleeden hadden , in dtoiTvan » ^e ^ente deezes jaars ; en dat zulks, voor- fchade » naamlyk , veroorzaakt was geworden, door- van de n dien de Staaten hem den onderftand gewei- Staaten. ?J gerd hadden , om welken hy hun, bytyds, „ verzogt hadt, zonder dat zy geraaden gevon- n den hadden , zyne brieven eens te beant- n woorden : 't welk hem te vreemder voorge- n komen was, om dat hy zig, om hunnen „ wille, gefteken hadt in den oorlog." 't Slot van zyn fchryven was „ dat hy vertrouwde , „ dat hunne Hoog-Mogendheden hem wel ver- „ goeding zouden willen laaten toekomen van Antwoord« de fchade, welke hy geleeden hadt." De «ler Staa- Staaten beantwoordden dit fchryven , op den **n' agttienden van Oogstmaand. Zy betuigden , „ dat het hun tot grooten troost zou hebben „ geftrekt, zo zy hadden mogen hooren , dat wzyne Keurvorllelyke Doorlugtigheid voor- „deeliger voorwaarden van Vrede hadt kon- n nen bedingen, dan nu gefchied was : dat zy „ nooit zouden vergeeten den dienst, dien zy „van zyne Doorlugtigheid hadden ontvan- ggen, toen hy de andere Duitfche Vorften , „ door zyn voorbeeld , hadt aangemoedigd , jj om zig met hen te verbinden ; doch dat zy j, ook hoopten, dat zyne Doorlugtigheid en al ^ de weereld zouden hebben gezien , hoe zy tó noch het goed hunner ingezetenen , noch „het
|
|||||
LVÏLBoek. HISTORIE. i$>
„ het bloed hunner bevelhebberen en foldaa-
w ten gefpaard hadden, om den oorlog te bren- ngen tot een goed einde': 't welk, veelligt, „ beter gelukt zou zyn , zo zy van alle hunne „ Bondgenooten zo wel waren bygeftaan ge- » weest , als zy gehoopt en ver wagt hadden. 9 Wyders, konden zy niet loochenen, dat zy, »ziende de Spaanfche Nederlanden in zulk 9 een verval, dat men 't voor een wonder- 9 werk hieldt, dat dezelven niet geheellyk 9 overweldigd werden door Frankryk ; en jj zig, door 't ftilftaan van den Koophandel en 9 Scheepvaart, en door de zwaare lasten des „ Krygs, buiten ftaat gefteld vindende , om 9 deeze Nederlanden en zig zelven te befcher- 9 men , uitgezien hadden naar middelen, of 9 om den oorlog voort te zetten , of om vre- 9 de te maaken. Doch de middelen om den 9 oorlog voort te zetten waren , zelfs van den 9 kant, vanwaar zy die meest fcheenen te moe- 9 ten verwagten , zo gering en onzeker ge- 9 weest, dat Spanje zelf de Vrede verkooren 9 hadt boven den oorlog, hoe veel het'er ook „ by verliezen moest. Zy hadden , hierom, „ook moeten luisteren naar voorflagen van 9 vrede, eerder dan te volharden in eenen oor- „ log , die hun onvermydelyk verderf met zig „ gelleept zou hebben. Wel wisten zy, dat „ zyne Keurvorftelyke Doorlugtigheid zyn best „ zou hebben gedaan , om hen den oorlog te „ helpen voortzetten ; maar de andere Bond- „genooten en zy zelven waren t'einde adem „ geoorloogd. Gaarne zouden zy gezien heb- 9 ben , dat hunne Bondgenooten , te gelyk 9 met hen, aan vrede hadden können geraaken; B 2. „ niaur |
||||
so VADERLANDSCHE LVII.Boek.
|
|||||
1679. » maar zy waren zo ongelukkig geweest, dat
„ derd , van gedagten geweest waren , dat zy „ beter voorwaarden van Vrede zouden kon- „ nen bedingen, door 't voortzetten van den „ oorlog. Toen hadden zy Frankryk fterk aan „ boord geweest, om de voorwaarden derVre- n de , met naame ten opzigte van zyne Keur- „ vorftelyke Doorlugtigheid , te verzagten : „ doch dit werdt hoopeloos , toen ieder der j, andere Bondgenooten , op zyne byzondere „ behoudenis , begon te denken. Wat hun ,, betrof, zy hadden geene andere voorwaar- „ den van Vrede bedongen , dan die Frankryk „ hun, te vooren, meermaalen, aangeboodeu n hadt, en zy zouden deezen , gewisfelyk , jj nog langer van de hand geweezen hebben y n zo de uiterfte nood hen niet verpligt hadt, B om te fluiten. Ook hadden zy den toeftand n der Landen van Kleeve en Mark niet uit liet j, oog verlooren; doch hunne poogingen om „ de onzydigheid voor dezelven te bedingen , „ waren vrugteloos uitgevallen." Voorts, floo- ten zy , met eenen wensch „ dat de ongeluk- „ ken , die hun waren overgekomen , niet ,, ffcremmen mogten het onderhouden en aau- B kweeken der oude vriendfehap, met zyne „ Keurvorftelyke Doorlugtigheid." Doch van, den Keurvorst eenige vergoeding dergeleedenc fchade toe te ftaan repten zy , voorzigtiglyk, Weder- geen en^e' woord. De Keurvorst liet niet na, antwoord zulks aan te merken , in eenen naderen brieft manden van den vier-entwintigften van Oogstmaand, Tont. waarby hy fchreef „ dat hy, in plaats van ant- n woord op zyn gegrond verzoek, alleenlyfc. Bbe.
|
|||||
LVII. Boek. HISTORIE. 21
|
|||||
w bekomen hadt eene aamvyzing van den hoo- i6?$i
„ gen nood , door welken de Staaten gedron- — „ gen waren geworden tot de Vrede :; welken
„ nood hy egter hieldt, dat niet te vergelyken „ was met den deerlyken toeftand , waarin ,j zyne Landen gebragt waren. Ook.dagt hy, 5, dat geen nood, hoe groot ook, den Staaten „ vryheid geeven kon, om zulk een' Vriend en „ Bondgenoot als hy was te fluiten buiten de „ Vrede : noch om , op eenen tyd, als zy 't, „ wegens de voorwaarden der Vrede , reeds n eens waren met Frankryk, hem, Keurvorst, „ diets te doen maaken, dat zy zig gereed „ hielden tot den veldtogt, en een Leger naar »den Rynkant gefchikt hadden. Frankryk „ was , dagt hy , altoos gezind geweest, om n zig met hem te verdraagen , wel weetende , „ dat hy de wapenen , alleenlyk om der Staa- „ ten wille, hadt opgevat, en dikwilsverklaard „ hebbende , de voorige vriendfchap met hem „ te willen onderhouden, 't Gene de Staaten „ tegen Spanje hadden , ging hem niet aan. „ Nogtans was't weereldkundig, dat zy eerder j, dan Spanje de wapenen hadden nedergelegd, n en dat deeze Kroon , zo wel als de andere „ Bondgenooten , hierover, in 't eerst, ge- „ klaagd hadt. 't Was , eindelyk , klaar, dat „ de Staaten , by het Verbond , met hem aan- „ gegaan , beloofd hadden , zyne voldoening „ te zullen bevorderen, en nog bekenden, dat „ zyne hulp hun niet onnut geweest was; waar- „ om hy verzogt, dat zy zig wilden bevlyti- B gen , om naar te komen , 't gene zy beloofd „ hadden , en ten dien einde eene famenkomst w beleggen, tusfchen wederzydfche Gemag- B 3 »tig- |
|||||
82 VADERLANDSCHE LVII.Boek.
|
|||||
t&1% „ tigden. Hy verzekerde de Staaten , dat hy
-----— n geenen te hoogen eisch doen zou, maar too-
„ nen , dat hy meer niet begeerde dan vergoe-
„ ding van geleeden' fchade , waardoor hy irt n ftaac gefield mögt worden, om, by eene an- dere gelegenheid, den Staaten devriendfchap „te bewyzen, welke hy altoos met hen hoopte „ te onderhouden (»)." Hy neemt Doch terwyl zyne Keurvorftelyke Doorlug- in over tigheid de Staaten, door brieven, zogt te be- leg, om weegen, om hem vergoeding van fqbade te- Deno^te ^oen * nam ^y in overleg , om 'er hen met de vatten te- wapenen toe te noodzaaken, en ten dien einde gen de een Leger te zenden naar den Ysfel. Maar al- Scaaten.. zo ilv zjg van deeze onderneeming geene vrugt belooven kon, zo zy niet van Frankryk onder- fteund werdt, deedt hy,. vooraf, eene bezen- ding naar 't Franfche Hof, welk zig ongezind toonde, om de Vrede zo ras te breeken: waar- op de Keurvorst zynen toeleg flaaken moest. Me» De Prins van Oranje en de Staaten hadden 'er Ueed[ie ^e ^* ree(^s van ge^ee§en 00 •> en beflooten ,
in onder- federt, om verdere verwydering te voorkomen % hands- Godard Adriaan van Rheede , Heer van Ame- 'W? ron gen, te zenden naar 't Hof van Berlyn (p) r alwaar hy eenen geruimen tyd verbleef en han- delde , eer'er iet, op nieuws, met den Keur- vorst gellooten werdt. Nogtans, ftrektezyne handeling, om de wankelende yriendfchap tus- fchen de Staaten en den Keurvorst voor, verder verval te bewaaren fq\
En-
fn') Zie Holl. Merc. van \f179. tl \6o niz. VU. & Puf-
ruNUDRP Ue Uebi Oefl. Fr>J. Wilh. Libr. AVIL §. 48,56,62, <fo, (>\. V t'M, 1072. 1077, 1078, 1079. (»J PofPRNDORP Libr. XVII. §, f15. p. 1079.
(fj) Hul). i\/L'rc. van i<>?9- '•/ /])<;.
(f, Ster. Relöl. hol]. 12 Oil. 1679. V. Did, U 2«.
|
|||||
LVII.BOEK. HISTORIE.
|
|||||||||||
23
|
|||||||||||
Engeland was, federt eenige maanden, ont- t$79,
rust geworden , door de ontdekking van een |
|||||||||||
waar of gewaand verraad, gefmeed, zo men ge- IV.
loofde , door verfcheiden' Roomschgezinden , Ontdek- tegen 't leeven des Konings , of om verande- \x^1™ ring in de Regeering en uitrooijing van den mci ia' Hervormden Godsdienst te wege te brengen. Enge- Doch 't geheim van den toeleg is nooit regt Und» aan den dag gekomen. Veel reden was'er, om te vermoeden, dat de Hertog van Jork, 's Ko- nings Broeder, deel aan de onderneeming hadt. Ook willen eenigen , dat men 't niet op 't lee- ven des Konings; maar alleen op verandering in de Regeering en in den Godsdienst hadt toe- gelegd , en dat de Koning zelf den aanflag be- Üierde. Ondertusfchen, kostte het ontdekken der onderneeminge verfcheiden'Jefuiten en an- deren het leeven (V). De Hertog van Jork, die De Her- den Roomfohen Godsdienst openlyk beleedt, T^k^a0"c was zo verdagt geworden by 't volk , dat de een' keer Koning zig genoodzaakt zag , om hem , voor naar Hol- eenen tyd, buiten 't Ryk te houden. Hy begaf iand« zig, in Wynmaand, naar Holland, en keerde, na een kort verblyf in den Haage , naar Brus- fel, daar hy koel genoeg ontvangen werdt (Y). Eerlang, begaf hy zig naar Schotland (f): al- waar hy zig, eene geruime poos, ophieldt. Mid- lerwyl, was'er, by veele Leden van't Huis der Gemeenten , een ontwerp gefmeed , om hem. te verfteeken van het regt der opvolginge tot de
O) lUPtN Tom IX. p. 40!-tai, 422-45», 453-457» 470«
{s J DtWNRT Vol. I. p. 452.
<_ t) Hoil. Mctc. yaa 16/9. bl. 74, »53. Rafin Tom. IXiL
|
|||||||||||
B 4
|
|||||||||||
24 VADERLANDSCHE LVII.Boek,
|
|||||||||||||
de Kroon («). Men arbeidde hiertoe fterk , in
't volgende jaar, na dat de Hertog wederom aan 't Hof verfcheenen was (y). Het Huis der Ge- meenten was'er volkomenlyk toe gezind. Doch het Huis der Heeren was van andere gedagten: waarom het ontwerp niet ter uitvoeringe ge- bragt kon worden (w). De Staaten hadden den Heer Diderik van Leeuwen van Leiden afge- zonden naar Engeland, onder anderen, om de onlusten tusfehen den Koning en het Parlement te helpen byleggen : hoewel fommigen willen , dat hy heimelyken last mede hadt van zyne Hoogheid , om, onderde hand, tegen den Her- toge van Jork, te arbeiden (V). Hy bleef eeni- ge maanden in Engeland, onaangezien 'er ook een gewoonlyke Ambasfadeur der Staaten kwam, aan 't Engelfche Hof. Met de Regeering van Algiers , hadden de
Staaten, eenengeruimentyd, vergeefs, gehan- deld over eene Vrede, door twee Gevolmagtig- den, Thomas Hees en Jacob de Pas. Eindelyk , werdt men't eens, over een Verdrag van Vrede en Koophandel, welk, dendertigften van Gras- maand deezes jaars, getekend, en, federt, van wederzyde, bekragtigd werdt (j)- De algemeene Staaten, terftond na 't fluiten
der Vrede met Frankryk , beflooten hebben- de , eenig Krygsvolk te ontllaan uit hunnen dienst,
van 1676. hl. 100. Rapin Tom. IX. #.
|
|||||||||||||
1679-
|
|||||||||||||
V.
Vsrdrr.g
met Al- giers. |
|||||||||||||
vr.
Verfchit
mee Fries, land en |
|||||||||||||
467, 4S1.
-(v) Uit verfchtiden' Mi'sfiven van den Alubasf. van Ot-
ters MSS. fw) Ramn Turn. IX p 4R1;, 489, 491-490. 500-502.
{t'j'Pötez N.gociat. du Comte d'Avai x Tom I. p. 104.
ly) yji ilefvil. Holl. it 7'i!y i6«t>. bl 344. Gront-Plakaatl>.
Hl. Dal, hl. nou. Holl. M.rc, van l(i7<j- il. 125, 134. vtut léüci. t/1. iOi ene. |
|||||||||||||
LVII.Boek. HISTORIE. 25
|
||||||||
dienst, hadden hiertoe den Prins van Oranje 16791
gemagtigd , hoewel_biiiten bewilhging der Af- |
||||||||
gevaardigden van Friesland en van Stad en Staden
Lande , die verflonden , dat de afdanking van ^*"d?* 't Krygsvolk , ter hunner betaaünge ftaande , afdanken door hunnen Stadhouder en Kapitein - Gene- vaneenïg raal, Prinfe Henrik Kafimir , behoorde te ge- Krygs- fchieden. Zyne Hoogheid, nogtans, zigge- J^eJ" noeg gemagtigd rekenende door de meerder- t,etaa_ heid der Staaten , hadt, in 't voorleeden jaar, linge reeds twee afdankingen gedaan, onder anderen ftaande. ook van 't Krygsvolk , welk , door Friesland en Stad en Lande , betaald werdt. Doch de Staaten van Friesland , verftaande , dat, hier- door , de hoogheid van hun Gewest verkort was, dankten geheel andere vendels af, en hielden de vendels , die door den Prinfe waren afgedankt, in dienst, dezelven ontbiedende naar de Provincie. Te gelyk zonden ze Afge- Friesland vaardigden naar den Haage, om hun gedrag te j^VjCert' regtvaardigen (jg). Deezen hadden , op den siaaten eerften van Wynmaand des voorleeden jaars , van eik ter algemeene Staatsvergaderinge , vertoond , Gewest „dat het beftel over't Krygsvolk, in't Huk JJJJJ" „der afdankinge , behoorde tot de opperfte over't „ magt der Staaten van elk Gewest, zynde 't Krygs- »gene de Staaten van Holland, desaangaan- volk heb- „ de , in een wydluftig Vertoog van den der- en' „tigften van Louwmaand des jaars 1651, be- j, weerd hadden , federt, voor eenen grondre- „ gel van Staat, by alle de Gewesten , aange- n nomen. Dat de Staaten van Friesland , de (z) Itefol. HjII. ac Suft. 1(178. U. 561. IIoll. Merc. vaa
I6^. l/f. 1, ï. |
||||||||
i6 VADERLANDSCHE LVII.Bobx;
|
|||||
1679 n Jongfte afdanking gedaan hebbende , over-
------ n eenkomftig met deezen grondregel, verfton-
„ den daarby te blyven , te meer, om dat zy
„ nimmer van dit hun regt afgeftaan ; maar „ het zelve , in tegendeel, by verfcheiden* „ Landfchaps Refolutien , aan zig behouden „ hadden. Hadden eenige Gewesten goedge- „ vonden , dit hun regt den Prinfe van Oranje „ over te geeven ; zy konden dit, met goede „ oogen, aanzien ; doch uit deeze overgift „ zelve bleek , dat de Gewesten zulk een regt „ hadden , welk , derhalve , den Staaten van „ Friesland, geenszins , betwist kon worden. „ En kwam hun dit regt zo eigenlyk toe , dat „ het hun, meendenze, niet dan met geweld , „ of by vrywilligen afftand, afhandig gemaakt „ kon worden ; zo ver was 't 'er van af, dat „ zy 'er, door eenig Staatsbefluit, in hun af- „ zyn genomen , van zouden können worden „ontzet. Ook hadden zy den algemeenen „ Staaten , by tyds , verklaard , dat zy zig » „ in 't bezit van hun regt, dagten te handhaa- „ ven; en de Heer Stadhouder van hun Ge- „ west hadt hun befluit, op 't ftuk der afdan- „ kinge genomen , terftond , aan zyne Hoog- „ heid , den Heere Prinfe van Oranje , toege- „ zonden, Zy verzogten dan , ten befluite r „dat hunne Hoog-Mogendheden, als hand- „haavers van 's Lands vryheden , hen, in 't „ bezit van hun oud, wettig en onbetwistbaar „ regt, geliefden te bewaaren, en zorg tedraa- „ gen , dat hun beöuit, op 't ftuk der afdan«. „ kinge genomen , ftand greepe , en alle gele- „ genheid tot onlust en verwydering voorko am,ea
|
|||||
LVII.Boek. HISTORIE. 27
|
|||||||
„ men werdt («)•" De algemeene Staaten ant- ig7i?.
woordden, na weinige dagen, op het Vertoog |
|||||||
der Afgevaardigden van Friesland „ dat de Ant-
„ gronden, by het zelve gelegd, volgens wel- *oor<? „ ken, het Krygsvolk, ter betaalinge der by- „Yene „ zondere Gewesten ftaande, zou moeten wor- Staaten „ den aangemerkt, als het Krygsvolk van elk op het „ Gewest, niet konden worden toegeftaan, ve"«og „ en gevolgelyk ook niet, dat het regt over de j^"*** „ afdanking zou behooren tot de hoogheid „ van elk byzonder Gewest. Dat niemant, die „ eenige kennis van de Regeeringe hadt, twy- „ felen kon , of de opperfte magt over de by- „ zondere Gewesten was by de Staaten der- „ zelven, zonder dat de algemeene, of eeni- „ ge byzondere Staaten daarop eenige indragt „ mogten doen, ja terwyl deezen, in tegen-^ „ deel, gehouden waren, de byzondere Ge-'' „ westen, in dit hun voorregt, te handhaaven. ,3, Doch dat niet minder onloochenbaar was, „ dat de byzondere Gewesten overeengeko- „ men waren, om eenige zaaken, by de Unie,, „ onder eikanderen gemeen te ma aken, onder „ welken was het punt van 't Krygsvolk, welk „ men, tot gemeene befcherming, zou oor- „ deelen noodig te hebben. Elk Gewest hadt „ regt, om , by 't inleveren van den Staat „ van oorloge en jaarlykfche Petitie, door deti „ Kapitein - Generaal van 't Krygsvolk der U- „ nie en den Raade van Staate, te verklaa- „ ren, hoe veel Krygsvolk, zyns oordeels, „ aangenomen, of afgedankt behoorde te wor- „ den.
C<0 Uffol. Holl« so Se/t, 16^9 W«. 906: Zit Holl. Mäic. ran
|
|||||||
'
|
|||||||
28 VADERLANDSCHE LVILBowC
1679. » den. Ook mögt geen Gewest, boven de
>....... ,, fomrne en tyd, waartoe het bewilligd hadt,
„ met onderhoud van Krygsvolk, worden be-
„ zwaard, en geen Kapitein-Generaal over't „ Krygsvolk van de Unie mögt worden aan- „ gelleld , dan met gemeene bewilliging der „ Gewesten. Doch 't was niet minder zeker, „ dat het Krygsvolk, op zulk eene wyze aan- „ genomen, den eed aan de gemeene Unie ge- „ daan, last van de gemeene Unie ojitvan- „ gen, en onderling rang als een en het zelf- " „ de Krygsvolk gehouden hadt, evenveel, door „ welk Gewest het betaald werdt. En wan- „ neer dit Krygsvolk tot gemeene verdedi- » gi"g gebruikt moest worden, hadt het al- „ toos geftaan onder het beleid en gezag van „ den gemelden Kapitein -Generaal der Unie: „ de vermindering of afdanking van het zelve „ was altoos gelchied, of door den Kapitein- „ Generaal, of door den Raad van Staate, „ hebbende de gezamenlyke Bondgenooten j, zig altoos verklaard, tegen de afdanking, „ welke door eenig byzonder Gewest onder- „ nomen werdt. Zelfs hadden de Staaten der „ byzondere Gewesten, verftaande, dat het „ aangenomen Krygsvolk moest verminderd „ worden, altoos geoordeeld, dat de vermin- „ dering of afdanking moest gefchieden door „ de gemeene Unie, en zy hadden nooit tor. „ eene byzondere afdanking beflooten, dan „ wanneer de gemeene Unie hen, huns on- „ danks, belasten wilde met het onderhoud „ van meer Krygsvolk, dan waarin zy bewil- „ ligd hadden. De Staaten van Friesland kon- „ den niet toonen, dat het, in dit opzigt, an- „ ders
|
||||
tVIL Boek. HISTORIE. 29
|
|||||
„ ders met hen gelegen ware dan met de 0-
„ verige Gewesten. Zy bragten wel by, dat „ zy, in de aanftelling van eenen Kapitein- „ Generaal der Unie, niet bewilligd hadden- „ dan onverminderd het regt, hun en den by- „ zonderen Stadhouder van hun Gewest toe- „ komende. Doch hiermede hadt men geen „ regt willen verkrygen, welk Friesland nim- „ mer gehad hadt; maar alleenlyk behouden „ de regten, die dit Gewest of deszelfs Stad- „ houder waarlyk bezat. Immers, zou Fries- „ land zig zulk een nieuw regt niet hebben „ können verkrygen, zonder uitdrukkelyken. „ afiland der overige Gewesten. Wien kon 't „ ook in gedagten komen, dat Friesland zig, „ door zulk een voorbeding, grooter regt o- „ ver 't KrygsvoJk zou hebben willen toeëi- „ genen dan een der andere Gewesten bezat ? „ Aanmerkelyk was 't, dat, Holland en Zee- ,, land, by 't fluiten der Gendfche Bevrediging, „ geraaden vindende, hunne Krygsmagt afge- „ zonderd te houden van die der overige Ger „ westen, zulks, by een byzonder punt der „ gemelde Bevrediging, uitdrukkelyk, bedon- „ gen werdt (£). 't Zelfde was ook gefchied, „ in de handeling met den Hertoge van Alen- „ 9on (Y). Doch wanneer zulks niet byzon- „ derlyk bedongen was, hadden Holland en „ Zeeland zig aan den gemeenen Kapitein-Ge- „ neraal onderworpen, onaangezien zy eenen „ byzonderen Stadhouder hadden, gelyk men, „ ten tyde van Leicefter, gezien hadt. Zelfs „ had*
(J) Zit VU. Deel, II. „r,.
CO Zie Vil. Dtel, il. 405, 44£, |
|||||
SO VADERLANDSCHE LVJI.Boek,
„ hadden deeze twee Gewesten, ook toen zy,
„ oneenig geworden met Leicester, geraaden „ vonden, den dienst van hunnen byzonderen „ Stadhouder en Kapitein-Generaal te gebrui- „ ken, nooit geoordeeld, dat het Krygsvolk , „ welk zy betaalden, niet ware het Krygsvolk „ van de Unie, noch onder 't gezag ltondt „ van Leicester, als Kapitein-Generaal; maar ,, alleen, dat zy 'er zig, des noods., in 't afzyn „ van Leicester, die de Regeering in eenen „ verwarden ftaat gelaaten hadt^welvan mog- „ ten bedienen, ter hunner beicherminge: 't „ welk zy, toen 'er klagten over hun gedrag „ gevallen waren, in een wydluftig Vertoog, „ klaarlyk hadden beweerd Qd), Men vertrouw- „ de, hierom, dat de Staaten van Friesland, „ ziende, dat hun gevoelen onbeftaan baar was „ met de gronden der Unie, van hetzelve zou- „ den afftaan, konnende de algemeene Staa- „ ten hun hierin ook te minder te gemoete „ gaan, om dat zy, op eigen gezag, hunne „ vendels Knegten negen man op elk vendel „ hadden verminderd, welken negen man zy, „ boven de andere Gewesten, hadden uitge- „ wonnen, behalve dat zy eene Kompagnie- „ paarden en agt of negen vendels knegten min- „ der onderhouden hadden, dan zy op den Staat „ van oorloge waren aangeilaagen, en door „ hunne byzondere afdanking nu nog eene „ Kompagnie paarden en agt of negen vendels „ knegten minder onderhielden, dan zy, vol- „ gens hun aandeel in den Staat van oorloge, ., behoorden te onderhouden (V)." Doch
C<0 ZU Vul. Deel, H. 231, 2=3.
CO lU-lbl. Gencr. fett:r. 2Ö Ofielr. KS7».
|
||||||
;'
|
||||||
-
|
||||||
LVII.BOEK. HISTORIE. 31
|
|||||
Doch de Staaten van Friesland lieten zig, i«7p.
door deeze redenen, niet veranderen van ge-------■
dagten; maar bleeven bevveeren, dat het regt De Staa-
tot afzonderlyke afdanking hun byzonderlyk "° ^an. eigen was. De algemeene Staaten, hierop,den biyven negenentwintiglten van Wintermaand des voor- by hun leeden jaars, beflooten hebbende, de Staaten gevoe- van Friesland te bezenden, begaven de Hee- 'f0, ren haak Pauw, Heer van Agttienhoven, en Van Sta'^ Bernard van Palland, Heer van Keppel, zig, en Lande in den aanvang deezes jaars, derwaards, han- worden delende eerst met den Prinfe Henrik Kafimir, bezon, en daarna met de Staaten van 't Gewest, die, niet en* voor den gewoonlyken tyd, in Sprokkelmaand, begeerden byeen te komen. Midlerwyl, dee- den de Afgevaardigden eenen keer naar Gro- ningen, alwaar men ook niet geraaden vondt, de Staaten buitengewoon te befchryven. De Staaten van Friesland, den Afgevaardigden der algemeene Staaten, op den drie-entwin- tigften van Sprokkelmaand, gehoor verleend hebbende, antwoordden hun , den tweeden van Lentemaand „ dat zy wel gewenscht had- „ den, dat hunne Hoog-Mogendheden de „ moeite deezer bezendinge, in dit ongunftig „ jaargetyde,hadden gelieven te fpaaren;doch „ naardemaal zy deeze moeite genomen, en, „ door hunne Afgevaardigden, de redenen, te „ vooren, voor 't gevoelen van Friesland, ge- „ geven, uitvoeriglyk, wederfproken hadden, „ vondt men zig bezwaard, dat het oplosfen „ deezer redenen, veel omflags inhebben, en, „ veelligt, nieuwe onlust en verwydering ver- „ oorzaaken zou; of dat ftilzwygen zou aan- „ gezien worden, voor mangel van vermogen, . „om
|
|||||
S2 VADERLANDSCHE L VII. Boek;
1679. „ om zig te können verantwoorden. Zy had-
„ al, beknoptelyk, aan te vvyzen, waar't, in „ dit gefchil, meest op aankwame. De vraag „ was, of den algemeenen Staaten, by meerder- „ heid van flemmen, dan of den by zonder en Staa- „ ten, elk in zyn Gewest-, het regt toekwame, om ,, eene afdanking te. doen, waartoe by de geza- „ tnenlykc Bondgenooten beflooten was. De wStaa- „ ten van Friesland beweerden het laatfte, „ om deeze drie beflisfende redenen, i. Om „ dat dit regt onaffcheidelyk was van de op- „ perfte magt der byzondere Gewesten, ge- „ lyk de Staaten van Holland, in hun Vertoog „ van den jaare 1651, omihmdiglyk, getoond „ hadden , onder anderen zeggende, dat de „ Gewesten 't befchik over 't Krygsvolk, ook „ na het iluiten der Unie, aan zig behouden „ hadden , en dat zy gezind waren , hunne „ Bondgenooten, in dit regt, uit al hun ver- ,, mogen, te helpen handhaaven. 2. Om dat „ Friesland dit regt altoos bezeten en geoe- ., fend hadt, gelyk uit menigvuldige voorbeel- „ den bleek, hebbende, onder anderen, dit „ Gewest, ten tyde van Graave Willem Lo- „ dewyk, zulk een volftrekt gezag gevoerd „ over het Krygsvolk, ter betaalinge van het „ zelve ftaande, dat'er byzondere Legers uit „ famengebragt, de grenzen mede verzekerd, „ en Sterkten en Vastigheden door ingenomen „ waren: behalve, dat men het, fomtyds,aan „ de Bondgenooten gelyk als ter leen gegeven „ hadt, ander Krygsvolk daarvoor in de plaats „ ontvangc'nde. 3. Urn dat Friesland dit regt „ nimmer afgedaan; maar altoos zorgvuldig- |
||||
LVII. Boek. HISTORIE. 33
„ lyk behouden en belchermd hadt. De ge-
„ meene Bondgenooten hadden wel, kort na „ 't afrterven van den gcmelden Stadhouder 5, van hun Gewest, Graave Willem Lodewyk „ (,?), eenen Kapitein - Generaal aangefteld; „ doch de Staaten van Friesland hadden, hier- „ in, niet bewilligd, dan onder beding, dat „ zy 't zelfde gezag over hun Krygsvolk be- „ houden zouden, welk zy, daarover, ten ty- „ de van Graave Willem Lodewyk, hadden „ geoefend. Diergelyk beding hadden zy, ne- „ vens die van Stad en Lande, gemaakt, toen „ de tegenwoordige Prins van Oranje tot Ka- „ pitein-Generaal werdt aangefteld; en was „ hun regt hiertoe uitdrukkelyk erkend by de „ gezamenlyke Bondgenooten, in den jaarc „ 1651. Ook zou men geen een bewys kon^ „ nen bybrengen, dat Friesland dit regt, im* „ mer, ten behoeve van iemant, hadt afge- „ ftaan. Te zeggen, dat, by de Unie, vast- „ gefield was, dat de Landen als één Lighaam „ zouden geregeerd worden, en hieruit, by „ gevolge, zulk eene gemeenmaaking van 'tbe- 5, fchik over 't Krygsvolk af te leiden, hadt meer „ zwier dan flot. In zulk flag van zaaken, was „ men altoos gewoon, duidelyk te verklaaren „ wat gegeven of ontvangen werdt;, en alge- s) meene uitdrukkingen plagten, in dit opzigt, „ weinig gerekend te worden. Zy vertrouw- „ den, derhalve, dat hunne Hoog-Mogend- „ heden hun niet kwalyk zouden gelieven te „ neemen, dat zy zig, in 't bezit van dit hun „ regt, bleeven handhaaven, zo lang men niet „ dui-
(O ZU X. Detl, il. 4«?,
XV. De ei,, CJ
|
||||
34 VADERLANDSCHE LVILBoez.
,, duidelyk bewcezen hadt, wanneer en waar
,, zy van het zelve hadden afgeftaan: hehben- „ de zy beilooten, de Regten en Privilegien, „ by de voorvaders zo duurgekogt enverkree- ,, gen, den nakomelingen ongeichonden over „ te leveren." De Afgevaardigden der algemeene Staaten,
uit dit hun antwoord, belpeurende, dat de Staaten van Friesland onveranderlyk by hun gevoelen bleeven, begaven zig, ten tweede- maale, naar Groningen, daar nu de gewoon- lyke Landfchapsvergadering gehouden werdt. Zy deeden hier, insgelyks, hun best, om de Staaten van Stad en Lande van hun waar of voorgewend Regt tot de byzondere afdanking te doen afftaau: doch met gelyken uitflag, als te Leeuwaarden. De Staaten van *t Gewest, de Afgevaardigden voor de genomen' moeite bedankt hebbende, verklaarden, omtrent het punt in gefchil, te blyven by de genomen' be- lluiten. „ De afdanking, zo wei als de aannee- „ ming van 't Krygsvolk,was, zeiden ze, een „ deel deropperlle magt, welk zy aan niemant s? opgedraagen, noch , uit hoofde van eeni- „ gerlei vereeniging, met iemant, gemeen ge- „ maakt hadden. Zy hadden 'er altoos 't be- „ ftel over gehad, en zouden 't 'er ook in het „ toekomende over behouden, zonder daarin „ eenige indragt of kreuk te können gedoo- „ gen. Noch zouden zy immer een regt, hun 9, als fomerain toekomende, in gefchil laaten „ trekken, of het zelve onderwerpen aan het 3, oordeel of de uitfpraak van hunne Hoog- „ Mogendheden, of van de andere Bondge- „ noo-
|
||||
HISTORIE.
|
||||||||||||
35
|
||||||||||||
LVIi.RoEK.
|
||||||||||||
,, nontcn (ƒ)." Met welk antwoord, de be- 1679.
zending der algemeene Staaten afgezet werdt. |
||||||||||||
Zy hieldt zig, na deezen, niet lang in Gronin- V"',IaS
gen op; maar keerde, teflond, naar den Haage z^dj^ te rug. De algemeene Staaten en de Prins van te. Oranje, ziende de twee Gewesten onverzette- lyk blyvenbyhun gevoelen, vonden nietgeraa- den, (iit gefchil,welk'zwaare gevolgen zou kön- nen gehad hebben, voor tegenwoordig,fterker te dryven. Weinige weeken na 't vertrek der Afgcvaar- VIL
digden, befloot de Prinfes, Albrrtina Agnes, De J'rin- Weduwe van Willem Fredrik, Prinfe van Nas- j,eswWe; fau,zig geheellyk van allen bewind derllegee- wiiiem ringe teontflaan, en met der woon naarDuitsch- Fredrik land te vertrekken. Haar Zoon, Prins Henrik vertrekt Kafimir , die ruim twee - entwintig jaaren be- "aa.r, reikte, kreeg toen het Stadhoudeiiyk gezag o- ^^ ' ver Friesland, Groningen en Drente, volko- menlyk, in handen (g). Zyne Hoogheid, üe Prins van Oranje, hadt, Zyne
in den aanvang deezes jaars, eenen keer gedaan f1*???" «aar Utrecht, Gelderland en Overysfel, om nfs': ^ orde te ftellen op de Regeering en Geldmid- tWist te delen deezer drie Gewesten, over welken hem, Deven- in de jaaren 1674 en 1675, groot gezag afge- ter,over liaan was. Te Deventer, beiliste hy een ge rè„ey**~ fchil tusfchen de Burgery en Bezetting, over 't de Stads bewaaren van de Stads fleutels, 't welk van de fleutcls. eene en de andere zyde gevorderd werdt. De Prins verftondt, dat de Majoor der Plaatfe een der twee fleutelen van de kasfe, in welke de Stads
: C/) Hol!. Mcrc. van 1C79. W 9-11.
tgj Uoll. Mire. yan 1679. tl. 121. C 2
|
||||||||||||
36 VADERLANDSCHE LVII.Boek:
£<j79> Stads fleutels gelegd werden , bewaaren zou,
■ Hierna, in den Haage te rug gekeerd, drong Raad- hy, ter Vergaderinge van Holland, op een be-
pieegin-. {luit, om Naarden te verflerken ( h): waaro- cen^p C ver> reeds voor eenige jaaren (f), geraadpleegd ken van was- Amfterdam hieldt dit iterk tegen, be- Naarden. weerende, dat de Plaats, door afzandinge aan den heikant, zo fterk te maaken was, als zy behoorde te zyn; ten ware men gantsch Hol- land verfterken wilde, waarop de Regeering deezer Stad gaarne zien zou, dat, door zyne Hoogheid, een ontwerp gemaakt werdt. Doch de Prins bleef ftyf ftaan op de verfterking van Naarden. Eenigen vielen toen in 't vermoe- den , of zyne Hoogheid, hierdoor, ook wel ee- nige meerdere magt over Amfterdam, en ge- volgelyk over den gantfchen Staat mögt zoe- . ken in handen te krygen: en die van Amfter- | dam fchroomden niet, van dit vermoeden eeai^ v ge melding te maaken, ter Vergaderinge van Holland. Doch de Prins nam dit zo euvel, dat hy de Afgevaardigden van Amfterdam nadere opening, wegens den argwaan, dien men te- gen hem opgevat hadt, afvergde Vooral was hy verftoord opjd^n Penfionaris Koenraad van iïeemskerk, die gezeid zou hebben „ dat het „ verfterken van Naarden flegts diïehonderd- „ duizend guldens zou kosten; doch dat de „ tyd, ligtelyk, komen kon, dat Amfterdam „ wel om drie mülioenen zou mogen willen, „ dat Naarden nimmer verfterkt geweest was." l)e Regeering van Amfterdam verfchoonde hem.
|
||||||||
;
|
6) Holl. Merc. van 167t). i/l. 37.
i) Ziz XUI. Dttl, M. 36*, |
|||||||
LVII.Boek. HISTORIE.
|
|||||||
Ót
|
|||||||
hern en zig zelve, ten beste mogelyk (X): doch 1679,
daar verliepen nog eenige Jaaren, eer aan 't —— verfterken van Naarden de hand gelegd werdt. Van 't afzanden alleen werdt een aanvang ge- maakt. Ondertusftben, hadt ook de Ridder- fchap zo kwalyk opgevat, 't gene Amfterdam, omtrent den argwaan, op zyneHoogheid,hadt' aangeroerd, datzy,ter Vergaderinge,aanmerk- te „ hoe zulken, die wantrouwen tusfehen zy- „ ne Hoogheid en de Leden verwekten , voor „ verftoorders der underhnge ruste, moeften ge- „ houden worden ( /)." 't Jaar 1679 is vermaard , wegens eenige vin.
voornaame Sterfgevallen, welken wy, korte- Dood lyk, gedenken moeten. Op den twintigften vm' Wn- van Wintermaand, overleedt, te Bergendaal, ^1°™ by Kleeve, in den ouderdom van omtrent tag- Van Nas. tig jaaren, Prins Joan Maurits van Nasfau, die fau. deu Vereenigden Gewesten lang als Veldmaar- fchalk gediend hadt, en, federt eenige jaaren, door den Keurvorst van Brandenburg, aange- iteld was, tot Stadhouder van 't Land van Klee- ve , in welke waardigheid, hy, door den Keur- Prinfc, werdt opgevolgd. Hy hadt zig, by zyn leeven, eene deftige Grafftede, te Bergendaal, opgeregt; waarin zyn Lyk, met kleine ftaat- lie, ter aarde befteld werdt (m). Zyn Vader „ was geweest Graaf Jan van Nasiau, Zoon van beeldint Graave Jan van Nasfau den Ouden, den Broe- der van Willem den I. Prinfe van Oranje. Zy- ne minzaamheid en goedaartigheid worden hoog-
(A) Rero,# Ho!!' 27 Fthr. 17 Maart so April 1679. hl. 232,
4o«j. 467. Secr. Refol. jHoll. ia Metrt 1679. V. Deel, hl. I. CQ Aant' van ee"' Regent van Deift. 23 Fehr. 1679. MS, (m) Holl. Merc. van 1679. il. 280. ven 1GS0. hl. 31. c3
|
|||||||
S8 VADERLANDSCHE LVILBoekJ
1679 hooglyk geroemd van veelen, die hem gekend
——— hebben. Doch hy hadt het geluk niet gehad van den Bewindhebberen derVVestindifche Maat- fchappye, door zyn beleid inBrazil, te heb- ben können voldoen. Ook was hy., van zy- nen kant, niet voldaan, over 't beftier der Be- windhebberen. Hy hadt, ledert veele jaaren, de belangen van den Keurvorst van Branden- burg fterk aangekleefd. Sommigen, die met hem verkeerd hebben, fchryven „ dat hy zagt- „ aardig en langzaam was, arbeidzaam in din- „ gen van klein belang, en gcduurig bezig, „ zonder dat men merkeu kon, dat hy iet uit- „ voerde." Doch zy, die dit fchry ven, heb- ben hem alleenlyk in zynen ouderdom gekend. Zy voegen 'er by „ dat hy zeer lpraakzaam, „ en in fchyn zeer openhertig was: voorts, „ een vyand van twist, gaande hy, met een „ lachend wezen, ligtelyk over in eens an- „ ders gevoelen; terwyl hy, met dit alles, zy- „ ne oogmerken zo wel wist te bereiken, als „ iemant ter weereld (n)" Wolfen], Wolferd, Heer van Brederode, de Iaatfte Haer van bekende mannelyke afkomeling uit dit oudade- dc iaat" ^ ku*s' was' eeniSe maanden te vooren, te fle'raan-' Viane, overleeden, op den zeventienden van lyk oir Zomermaand. By zyne begraafenis, werdt, "!c ,dit naar Lands gebruik, zyn wapen in 't graf ge- flöift' ^eS^j °P dat niemantzig hetzelve, naderhand, ten onregte, toeëigenen mögt (o). De Staaten van Holland , die van Brederode, onlangs, verbooden hebbende , den titel van gehoor en Gract-
£ n j Memoh". du Comtc df. Gi'ichï Livr. 1. p. »68.
(«; Huil. Merc. van iO/y. bl. 279. |
||||
tVII.BoEK. HISTORIE. 3J>
Craaven en Graavinnen uit den adelyken Huize 1679.
•san Holland, welken zy zig aangemaatigd had- ------*
den, te blyven voeren (p ): vonden nu, na 't
ovevlyden van Heere Wolferd, geraaden, de goederen van zynen Huize te trekken aan 's Lands Domeinen(q): doch, naderhand, werden de inkomften derzelven aan de Graavinne van Solms en aan de Markgraavinne van Monpouil- lan , Zusters van Heere Wolferd, voor haar leeven, afgedaan (r). Met het affterven van deezen Heere bleef het regtsgeding fteeken, welk hy, tegen de Orde der Ridderfchap, of eigenlyk tegen zeven Edelen hadt aangevangen, over het regt van voorzitting na zyne Hoog_- lieid, hem, zyns oordeels, uit hoofde zyneraf- komst uit de oude Hollandlche Graaven, toe- komende, 't Scheen, dat de Prins voorhadt, hem in dit zyn voorgewend regt te fterken ($): doch 't verfchil, welk hierover ontftaan was, hadt geen gevolg. De Graavin van Bentheim, die haaren Ge- De Grsi-
maal, ter oorzaake zyner veranderinge in den vin van Godsdienst,voor eenige jaaren, verlaaten hadt, ^{y™ en, nevens haare kinderen, naar Holland ge- in jell weeken was (i), ftierf in den Haage, op den Haag«, negenentwintigften van Lentemaand. Zy hadt de algemeene Staaten en den Prins van Oran- je tot Voogden over haare vier Zoonen aange- fteld (?/), en werdt, in de Kloosterkerke, in 't graf
O) Refol. Holl. 15 Febr. 1(78 H. 59.
iq) Ucfol. Holl. 10 Se.pt. io>y. il. üo/j. (r) Ucfol. Holl. 31 July irt8«. il 4Ö'). C*;Relol. Riddetf. 1» Jan. 21 Febr. 1678. Deduflie de* zeven Edden en andere Stukken MS. Cf /Je XIV Deel, M. 131 Aant. (s). («} Refbl. Holl. 30 Maart i6>y. il. 457, C 4
|
||||
40 VADERLANDSCHE LVII.BoEit;
|
|||||||||||||
W79. graf der Prinfen van Boheeine, bygezet. Da
------- Graaf, haar Gemaal, trouwde, in Zomermaand
daarna, met eene Weduwe van Saxen, geboo-
ren Landgraavinne van Hesfen (v). Eindelyk,was, op denvyfden van Sprokkel-
|
|||||||||||||
D
|
|||||||||||||
van den maand, te Amfterdam, in den ouderdom van
|
|||||||||||||
Dijrter
Joestvan den Von- del. |
eenennegentig jaaren, overleeden de beroemde
Digter, Joost van den Vondel, dien Petrus Francius, Hoogleeraar der Welfpreekendheid, den Vorst der Digteren genoemd heeft, en wien de NederduitfcheTaal- en Digtkunde eengroot deel van haare opkomst en aanwas verfchuldigd is. Hy werdt, in de nieuwe Kerke, begraa- Ven. Den Lykdraageren, allen ook Digteren, of Liefhebberen der Poè'zye, werdt een zilveren gedenkpenning vereerd , met dit byfehrift, D'OUDSTE EN GROOTST]". PoEET (\i).
De Nieuvvmeegfche Vrede, door verfchei-
den' der handelende Mogendheden, baars on- danks , of uit nood, geilooten zynde, begon men wel haast te dugten, dat zy van geenen langen duur zyn zou. De Koning van Frankryk, die zig reeds van
een aanmerkelyk deel der Spaanfche Neder- landen meester zag, verloor nimmer den toe- leg uit het oog j om ook het overig deel te be- magtigen, en 1'cheen alleenlyk op gelegenheid te wagten, om de wapenen wederom op te nee- men. Het Huis van Üostenryk en de Kroon van Spanje in 't byzonder zag den aanwas der Fran- fche magt ongaarne, en zou ligtelyk de Vre- de gebroken hebben, zo Groot - Britanje en de Staa-
Cv) Hol!. Merc. vim TÄ71J. il. 121, 1C0.
V>'Ó J' Vi Vo.NUtLS Leven, il. 74, 7$, |
||||||||||||
IX.
Men be-
gint te dugten voor 't verbree- ken der Vreda. Inzigten van Frank- ryk, Spanje, Enge- land en de Stat- ten. |
|||||||||||||
LVII.BóEK. HISTORIE. 41
Staaten, hierin, hadden können bewilligen. xty$.
Het Parlement van Engeland en de Landzaa---------1
ten in 't gemeen fcheenen 'er niet ongenegen
toe ; doch de Koning, die zig beftieren liet door den Hertoge van Jork , was fchuw van liitheemichen oorlog. De Staaten , met naa- me die van Holland , wenschten ook niets zo zeer, als de behoudenis der algemeene Vrede, die, derhalve, beftendig febeen te zullen zyn, zo zy , van Frankryks zyde , niet verbroken werdt. Het Franfche Hof, in den jongften Frankryk oorlog ondervonden hebbende, dat de Staaten zoc— middel wisten , om , door het iluiten van ver- j^Jend fcheiden' Verbonden, zyne onderneemingen te verbond dvvarsboomen, zogt, hierom, terftond na het te fluiten treffen der Vrede , een verdedigend Verbond ™« d« met hen te treffen, en zig, daardoor, in geval Stmtu* van oorloge , van hunne vriendfehap en by- ftand te verzekeren. Doch men verwagtte , in Frankryk , dat de Staaten zelven zulk een Verbond zouden voorilaan , gelyk zy , in den jaareióóa, gedaan hadden. De Franfche Staats- dienaars fpraken 'er, derhalve,niet van, tegen de buitengewoone Gezanten der Staaten. Doch de ftand der dingen was, federt hét jaar 1662, zo zeer veranderd , dat de meeste Gewesten uu een Verbond fchuvvden , welk zy toen ge- zogt hadden. De Koning van Frankryk was magtiger geworden in de Spaanfche Nederlan- den , en men zou liever gezien hebben, dat hem een deel zyner bezittingen afhandig ge- maakt was, dan dat men hem, door een nieuw Verbond , zou hebben willen bevestigen in 't gene hy bezat, of gelegenheid geeven , om üyn gebied verder uit te breiden. De Prins van C 5 Oran- |
|||||
.«-
|
|||||
4a VADERLANDSCHE LVILBoek;
|
|||||
tfy$i Oranje, ten naauwfle met Groot-Britanje ver-
•------ bonden , was nu aan 't hoofd der Regeeringe ,
en deedt de meeste Gewesten meer naar de En-
gelfche, dan naar de Franfche zyde neigen (x).
De Staa- De Staaten hadden hunne Gezanten , hierom ,
ten re?- alleenlyk , gelast, den Koning van Frankryk
nfe™ van te verk^aaren ■> ^at men h'er gezind was , de
herièelde vriendfchap met hem te onderhou- den , zonder te reppen van de vernieuwing der voorige Verbonden. De Franfchen ftieten zig zeer aan deeze koelheid; doch konden niet be- ll uiten , de onzen aan te zoeken tot een Ver- bond , waaruit, zo zy voorgaven, de Staaten geen minder voordeel te wagten hadden dan zyne Majefteit. Ook fcheen 'sKonings hoog- heid niet te gedoogen, dat hy den eerften ftap deedt, om de Staaten te beweegen tot een Ver- bond , welk zy zelven , voorheen, zo driftig- 3yk, gezogt hadden. Doch de handeling tus- fchen Groot-Britanje en de Staaten , tot ver- zekering der Nieuwmeegfche Vrede, deedt Lodewyk den XIV, eerlang, veranderen van gedagten. X. In een der punten van 't Verbond , tot be- Handeling jj deezer Vrede , in Hooimaand des
tuslc i n " •
Groot- 3aars 1678 , tusfchen Groot - Britanje en de
Britanje Staaten, geflooten, wasbeftemd, dat de twee en de Mogendheden waarborgen zyn zouden van de overTen Vrede » over welke toen gehandeld , en die , Verbond kort daarna, geflooten werdt (y). De Staaten tot hand- werden , niet lang na 't fluiten deezer Vrede , liaaving van de zyde van Groot-Britanje, geperst, om d"r zig» O) .'eer. ReCol. Holl. 26 Den. 1671J. V. Deel, il. 33»
( y ) P'okz Du Mont Corps Diploni, lom, Vli. ?• 1. p. S4#» EMI. MuiCi van 1078. II. 15V. |
|||||
LVII.Boek. HISTORIE. 43
zig, by een afzonderlyk Verdrag, tot het hand- f679,«
haaven derzelve te verbinden. Koning Karel------>
toonde zig, hiertoe, bereidvaardig. Ook meen- Nieaw.
den veelen, hier te Lande, dat de Staaten zulks ^egg" niet konden afllaan. Menhieldt, daarenboven, vrede, voor zeker, dat de Staaten de Vrede te dun- ken hadden aan Groot-Britanje; datzy, hier- om , reden hadden, om zig nader mat dit Ryk te verbinden , en den Staat daardoor in veilig- heid te ftellen tegen de aanwasfende magt van Frankryk. Doch anderen verftonden, dat een nader Verbond met Groot- Britanje, 't zy men 't een Verdrag tot handhaaving der Nieuw- meegfche Vrede, of anders noemde, Frankryk te zeer ftooten zou. Ook hadt men, in Lente- maand des jaars 1678, reeds een Verbond van onderlinge befcherming gemaakt met Groot - Britanje. Van eene nadere verbindtenis was, dagt men, weinig voordeels te wagten voor den Staat, alzo Engeland, federteenigentyd, door inwendige onlusten , beroerd en verdeeld ge- weest ^was (Y). Deeze en andere redenen waren oorzaak, dat de Staaten het fluiten van 't Ver- drag, waarop de Engelfchen drongen, van tyd tot tyd, verfchooven hadden. Doch alzo men, van wege den Koning van Groot-Britanje, niet afliet, by de Staaten, te (laan, op het voldoen aan het Verbond van Hooimaand des jaars 1678 , begon men , aan 't Franfche Hof , te vreezen , dat zy, ten laatfte, met Groot-Bri- tanje fluiten zouden : en deeze vrees was oor- Fm.fe. zaak, dat men , eindelyk, den Ambasfadeur ryks Boreel eenige opening deedt van een Verbond v00t?a5 A ° atn de
van ikaatSH
O) Holl. M re van 1680. il, 18, a6, 37. |
||||
44 VADERLANDSCHE LVII.Boek;
1679. van onderlinge Verdediging tusfchen Frankryk
------- en de Staaten „ welk, zeide men, veel voor- tot esn n deeliger voor hun zou zyn, dan zeker ander Verbond. ^ Verbond , waarover de Staaten , naar men , n in Frankryk, vernomen ludt, tegenwoordig,
„ handelden." 't Bleef niet by deeze opening, Pompone hadt, reeds in I Iooimaand , aan Boreel verklaard n dat de Koning , zyn Mees- „ ter , een Verbond met Spanje , waarover , w omtrent deezen tyd , ook , aan 't Mof van „ Madrid, gehandeld werdt (a), en met Groot- je Britanje aangegaan, zou aanmerken, als te- „gen hem gerigt (£)." En de Graaf u'A- vaux , die , iêdert eenige maanden , onder de hand, gearbeid hadt, om de handeling overeen nader Verbond met Groot-Britanje te ihem- 1680. men (c), leverde, op den agtften van Louw-
-------maand des jaars 1680 , den Staaten een Ge- fchrift over , waarby hy , uit naamc van den
Koning, zynen Meester „ begeerde te verftaan ,
of zy gezind waren , een Verbond met hem
aan te gaan; op dat hy weeten mögt, waarnaar
hy zig, in het toekomende, zou hebben te rig-
De En- ten (<ƒ). Doch den volgenden dag, gaf de E11-
fselfche gelfche Gezant Sidnci, tegen dit Gefchrift ,
Gezant een ander ter algemeene Staatsvergaderinge over
onrsadt CO» waarin hy den Staaten het voorgel hagen
ket hun. Verbond met Frankryk, ernlcelyk, ontriedt.
Hv verklaarde, in het zelve „ dat de Koning ,
» zyn
^(O Refbl. Holl. 17 May ifiSo. hl. scjï. Misfive van tien Am.
b3Sll C. V. HRKMSKKtlK Vä/1 l8 Sept. IÖ8l. AIS.
'/>) M^fivc van den Aniba:. BoRBKL van 14 J"fy 1679. MS,f
f'tiez titisfi N«g«c. du Cniirc u'Avmx Tom. I. f. 49. («O Ncgociat >&Comceo'AVAi>x Tom. I-.pi 2853«, 53,743 Si»
V (d) Reïol. Heil. 10 Jan. Ifibo. i/t. 6. j {.«} Rcfol. Hoil. io Jm, löï«. U. 7. |
||||
LVII.Boek. HISTORIE. 45
„ zyn Meester , niet zonder groote ontftelte- 1680,1
„ nis, vernomen hadt, dat zyne Aller- Chris--------
„ telykfte Majefteit de Staaten nodigde tot
„ het aangaan van een verdedigend Verbond , „ welk hy niet anders kon aanmerken, dan „ als eene verbindtenis tegen hem, vooral, na „ dat men , hier, zwaarigheid gemaakt hadt, „ om een Verdrag met hem te fluiten , ter „ handhaavinge der Nieuwmeegfche Vrede; „ onaangezien men zig, hiertoe, by twee by- „ zondere Overeenkomften van Louw- en „ Hooimaand des jaars 1678, plegtiglyk, ver- „ bonden hadt." Hy voegde 'er by „ dat de „ Koning, zyn Meester, niet begrypen kon , „ dat het oogmerk van zulk een Verbond al- „ leenlyk zyn zou de befcherming van Frank- „ ryk , of van deezen Staat. Frankryk be- „ vondt zig in diepe rust, en hadt niets van zy- „ ne nabuuren te vreezen. Zulk een Verbond „ kon, derhalve, nergens anders toe dienen, „ dan om Frankryk bekwaame gelegenheid te „ geeven , om zig gevoelig te toonen over „ het il uiten der afzonderlyke Vrede tusfehen „ Groot-Britanje en de Staaten in den jaare „ 1674, en over den yver, dien de Koning, „ zyn Meester, getoond hadt, om den Staa- „ ten eene voordeelige Vrede te bezorgen, en „ om deeze Vrede, nadat ze geflooten was, te „ willen handhaaven: 't welk ook den Staaten „ niet vreemd zou voorkomen , als zy in aan- „ merking namen, dat de Aller-Christelykfte „ Koning het Verdrag om de Nieuwmeegfche „ Vrede te handhaaven aanmerkte als eens „ verbindtenis tegen hem , onaangezien zyne ?, Geyolmagtigden, zo wel als die der Staaten, „ dce«
|
||||
46 VADERLANDSCHE -LVILBoek.
„ deeze handhaaving, te Nieuwmegen , dui-
„ delyk, hadden beraamd. De Koning, zyrs „ Meester , kon zig hierom geenszins verbeel- „ den , dat de Staaten zig zouden inlaaten in |
||||||||||||||||||||||||||
i<58o.
|
||||||||||||||||||||||||||
»s
|
een Verbond , welk zo zeer aanliep tegen
|
|||||||||||||||||||||||||
zyne belangen, de eensgezindheid tusfchen
|
||||||||||||||||||||||||||
SS
|
hem en de Staaten zekerlykverbreekenzou,
|
|||||||||||||||||||||||||
„ en hem verpligten , andcie maatregels te vol-
» gen (ƒ>" Twee zulke ftrydige Vertoogen, uit den naam
van twee der magtigfte Vorften van Europa , verwekten geene kleine bekommering , in de Vergadering der algemeene Staaten. De Prins van Oranje neigde, heimelyk, tot een Verbond met Groot-Britanje tegen Frankryk , waarin men ook andere Mogendheden zou zoeken te doen treeden (g). Doch de voornaamfte Leden der Staaten, onder welken 'er egter wa- ren , die tot het Verbond met Frankryk neig- den («£), oordeelden, dat men zig, vooreerst, noch met Groot-Britanje, noch met Frankryk, behoorde te verbinden. De Graaf d'Avaux , vemeemende waarop de raadpleegingen der Staa- ten ftonden uit te loopen , leverde, in Louw- maand, nog twee Vertoogen over, waarin hy verklaarde „ hoe zeer het den Koning, zynen „ Meester , verwonderd hadt, dat de Staaten |
||||||||||||||||||||||||||
Kaad-
pleegin- V.en der Staaten. |
||||||||||||||||||||||||||
D'Avaux
levert
tVJCS
nieuwe
Vertoo- gen in, tot aan- laadinij van't Ver- bond. |
||||||||||||||||||||||||||
•>•>
|
het fluiten van een Verbond met hemdagten
|
|||||||||||||||||||||||||
te verwylen ; daar zulk een Verbond nie-
mant benadeelen kon, maar alleenlyk ftrek- te , om de Vrede beftendiger te maaken. 't Verbond, door den Koning van Engeland „ voor-
(ƒ) Hol!. Merc. van 1C80. $/. 15.21.
(#J IliiRNKi' Vol. 1. p. 479.
O'j Negocitt. du Cointe c'AWx Tm, I. f. 84, 87»
|
||||||||||||||||||||||||||
•>•>
|
||||||||||||||||||||||||||
HISTORIE.
|
|||||||||
LVH.BOEK.
|
|||||||||
47
|
|||||||||
„ voorgeflaagen, was, daarentegen, klaarlyk, 1680.
„ gerigt tegen zyne Majeileit van Frankryk. «------
„ Hy verwagtte, hierom, dat de Staaten zig,
„ door de redenen tegen het Verbond met „ Frankryk , niet zouden laaten beweegen ; „ alzo de Koning van Engeland zig nu nog op „ verre na. zo kragtig niet tegen dit Verbond „ hadt verklaard, als hy, in 't jaar 1662, ge- „ daan hadt, om het fluiten van 't Verbond, „ tusichen Frankryk en de Staaten, waarby „ de handhaaving van der Staaten Visfcherye „ bedongen werdt, te ftremmen. Zyne Ma- „ jefteit van Frankryk hadt zig egter , toen , „ door Engeland , niet laaten wederhouden „ van het aangaan van een Verbond, zovoor- „ deelig voor de Staaten. Hy vertrouwde, dat „ de Staaten thans even weinig agt liaan zou- „ den op de Engelfche Verklaaring , en niet „ fchroomen , een Verbond te vernieuwen , 3, waardoor hun Koophandel en Visfchery zo 5, merkelyk bevoordeeld geweeft. was. Of zo „ zy langer uitftelden , in zulk een Verbond „ te treeden , zou de Koning , zyn Meester, „ gelooven moeten, dat zy, ten zynen opzig- „ te, veranderd waren van gevoelen : in welk „ geval, hy niet zou können nalaaten, zulke „ maatregels te neemen, als hy, tot welttand „ zyns Ryks, geraaden vinden zou. De ver- „ zekering, hem Ambassadeur, door den Raad- „ penüonaris Fagel, gedaan , dat de Staaten „ zig in geen Verbond zouden inlaaten , welk „ de vriendfchap met Frankryk , eenigermaa- „ te, krenken zou (7), voldeedt zyner Maje- „ fteit
iO Feiez Negotiat. dn Couite d'Avaux Tm. I. p. 81.
|
|||||||||
43 VADERLANDSCHE LVII.Boek,
i63o. „ fteit niet, die hem belast hadt, nog eene
i------- „ wyle tyds, te wagten naar't beiluitdeiStaa-
., ten, doch ondertusfchen geen woord te fpree-
„ ken , om hem tot het Verbond te bewee-- „ gen. Doch zo de Staaten geraaden konden „ vinden, dir Verbond van de hand te wyzen, „ hadden zy zig voor te Hellen , dat de Ko- „ ning zig begeeven zou, in alle de Verbou- „ den , welken hem, tot welitand zyns Kq- „ ningkryks, werden aangebooden; en vlytig- „ lyk aanvaarden de middelen , welken men „ hem, dagelyks, opgaf, om den Koophandel „ zyner onderdaanen te doen bloeijen. ïeii „ beiluite, moesten zy bedenken, dat, fchoon „ de Koning hen niet zogt te dreigen, nogtans, „ 't gene, federt agt of tien jaaren gebeurd was, „ uit geringer beginfels was ontftaan , dan de „ oorzaak was van het misnoegen, welk zyne „ Majefteit, ten deezen tyde , tegen hen op- „ gevat hadt." Friesland De Engelfche Gezant Sidnei verzuimde niet, <n Stad tegens het laatfte Vertoog van d'Avaux , een it" orneif Gefchrift in te leveren, waarby hy den Staa- voor't ten» andermaal, vermaande, om zig, door de Verbond bedreigingen van Frankryk , niet te laaten be- met weegen, tot het aangaan van hetvoorgellaagen "ankryk'Verbond (£). Men raadpleegde, midlerwyl, rypelyk , over het antwoord , welk men den twee Gezanten gcevcn zou. De gevoelens der Leden verfchilden. Friesland en Stad en Lan- de oordeelden, dat men geene zwaarigheid maaken moest, om een Verbond aan te gaan met Frankryk. Zy merkten aan n dat de Ver- n bon-
CO Huil. Merc |
||||
tVII. Boek. HISTORIE. 45»
|
|||||
„ bonden, eertyds met deeze Kroon gemaakt, tc?o
„ den Staaten merkelyke voordeden hadden ------«
„ toegebragt; terwyl, daarentegen, 't verbree-
„ ken deezer Verbonden veele rampen veroor- „ zaakt hadt. Dat men een verdedigend Ver- „ bond hebbende geflooten met Groot-Bri- „ tanje en met andere Mogendheden , geen „ gevaar behoorde te zien , in het fluiten van „ een diergelyk Verbond met Frankryk. Dat „ men, hiertoe, te meer verpligt was, om dat „ Lodewyk de XIV, by 't voorllaan der voor- „ waarden, op welken, naderhand, de Vrede „ getroffen was, onderfteld hadt, dat de Staa- „ ten de voorige Verbonden met hem vernieu- „ wen zouden." Doch de Staaten van 1 lol- Holland land waren van verftand „ dat men, beide aan meent, „ Frankryk en aan Groot-Britanje, op de be- „"c^mes „ leefdfte wyze, behoorde te verklaaren, dat Frankryk ,. men zig heiliglyk dagt te houden aan de noch mei „ geflooten' Verdragen , en alles aanwenden ^r.00t: „ zou , om de vriendfchap der twee Kroonen fii"^19' „ te verkrygen en te behouden. Aan d'A- most-, „ vaux in't byzonder, moest men zeggen, dat „ hunne Hoog - Mogendheden nog in geenen „ ftaat waren, om het voorgeflaagen Verbond „ met zyne Majefteit van Frankryk te fluiten; „ en men moest Sidnei verzekeren van der „ Staaten volftandige meening, om geene ver- „ bindtenisfen met iemant aan te gaan, die „ onbeftaanbaar zouden zyn met de opregte „ vriendfchap, welke zy met zyne Majefteit „ van Groot - Britanje dagren te ondeihou- wnsno#. „ den (/)." De meeste Leden der Vergade- b«<W rin- <en
CO R«fol. Hol!. ü3 Jen. «68o. tl, 80. v.'ordfe
XV. Dn Er., D
|
|||||
so VADERLANDS CHE LVD. Boek,
|
|||||
igso. ringe fchikten zig, eerlang, naar het gevoelen
--------van Holland , en de voorllagen der twee Mo- gendheden werden, vooreerst, heufchelyk, van de hand geweezen (?»). XI. Doch het Franfche Hof, de Staaten hetaan- Frankryk gaan van het voorgellaagen Verbond ziende En^-eb" verwy^en > befloot, terftond, hetoogtewen- fche ['lof den naar Engeland, en KareldenIJ, weder- over in om, gelyk voorheen, te verbinden aan de Fran- zyne i>e- fche belangen. De onderhandeling hierover langen, wercjt egter zo heimelyk voortgezet, dat 'er weinig van uitlekte. Men hieldt zig alleenlyk, na verloop van eenigen tyd, verzekerd , dat het Engelfche Hof geheellyk gewonnen was door Frankryk (»), en 't vervolg deezer Ge- fchiedenisfe zal ons , in deeze gedagten , be- en begint vestigen. Lodewyk de XIV. dan, ontflaagen bewüe- an ^en dommer dat de Koning van Groot- toteene Britanje zyne oogmerken dwarsboomen zou, Vrede- begon, allengskens, kiaarer te toonen, dat hy bieak te niet van zins was, de Vrede lang te doen duu- masken. ren> j}e Koning van Spanje werdt niet alleen genoodzaakt, hemCharlemontafteftaan, welk hy, in gevolge der Vrede, zou hebben mogen behouden , zo hy Dinant hadt können doen overleveren (o) ; maar Frankryk begon on- verwagte eifchen te doen , op de Byeenkomst te Kortryk, tot regeling der grenzen in de Ne- derlanden , reeds in 't voorleeden jaar, aange- legd ; vorderende, onder anderen, dat de Ko- ning O) Secf. Refat. Hill, r?, 13 Jan. ifU'o. V. Deel, II 38,
42. Holt. MsfCi v«» irt8o. il. s,8. (il ) BlIRNET l'vl. \. p. 4Jt).
(o) Holl. Merc. van i6üo. il. 20. Daniel Journal ƒ>,
CXXXVII' |
|||||
LVII.Boek. HISTORIE. 51
ning van Spanje , voor altoos, afftand deedt xgfo.
van den titel van Hertog van Bourgondie; waar- ~_— toe hy eindelyk beflniten moest. (ƒ>). Hierby bleef het niet. Koning LodewyK regtte Ge- regtshoven op , door welken , een groot getal van Plaatfen, in de Nederlanden en in Duitsch- land, verklaard werden, af te hangen van Ste» den of Landen , welken hem , by de Vrede , waren gelaaten: en hy maakte zig meester van deeze Plaatfen, de Ingezetenen derzelven den eed van getrouwheid aan hem doende afleggen. De Spaanfche Gezant , de Fuen Major , ver- zuimde niet, hierover, te klaagen in den Haa- ge, onder anderen, aanmerkende, dat de Staa- ten , zo Frankryk op deezen voet voortging , hun oogmerk, in 't fluiten der Vrede, verydeld zien, en den Voormuur verliezen zouden, wel- ken zy, in de Spaanfche Nederlanden, hadden gedagt te vinden. De Staaten deeden hun best ook , om 't Franfche Hof te beweegen tot het gene zy redelyk oordeelden (q~) ; doch hunne poogingen waren vrugteloos: waarom zy, eer- lang , in de noodzaakelykheid gebragt werden, om zig , door het fluiten van nieuwe Verbon- den , tegen den aanwas der Franfche magt, te verzekeren. Spanje werdt, midlerwyl, ten deezen tyde, XIL
niet alleen door de onderneemingen van Frank- t)n','st( ayk , in verlegenheid gebragt; maar de Keur- spailie vorst van Brandenburg, federt cenigen tyd, te en den Madrid en te Brusfel, vergeefs, hebbende aan- Keur- gehouden , om de voldoening zyner agterftal- ™r[^\'' i(^ s burg.
O) Negociat. Hu Comte d'Avaijx Tom. I. p. CK. Daniel Joural ft. CXXXVII. Cf} Huil. Mvrc. run 1680. W. 134-13«, 138*147, is?, 148.
D 2
|
||||
51 VADERLANDSCHE LVII.Boek;
i58o. len, hadt, eindelyk, beflooten, zig zelven regt
------ te doen , en vergoeding van fchade te zoeken
door de wapenen. Hy deedt, in Pomeren, ee-
nige fchepen uitrusten , die last kreegen , om op de Spaanfchen te kruisfen , en , in Herfst- maand, voor Oostende, een ryk gelaaden Ko- nings fchip wegnamen. Men was, indeSpaan- fche Nederlanden , bedugt, dat zy ook jagt maaken zouden op de fchepen , die , kort te vooren, uit de Corunha in zee gelteken waren, om Alexander Farntze, Prins van Parma, die, in de plaats van den Hertoge van Villa Hevmo- fa , tot Landvoogd dier Nederlanden was aan- gefteld (r), derwaards te voeren. De Spaan- fche Gezant verzogt, hierom, de Staaten, dat zy de Brandenburgfche Oorlogsfchepen wilden doen aanhouden , indien ze zig binnen hun Gebied vertoonden ; en den Koning , zyneu Meester, vergoeding bezorgen, voor't onge- lyk, welk hy geleeden hadt. Aan't Engeliihe Hof, gefchiedde diergelyk verzoek, en de Ko- ning van Groot- Britanje zondt, terftond, ee- nige üorlosfchepen in zee, om den Prinfe van Parma te waarfchuwen , en hem te geleiden mar de Nederlanden. De Staaten beflooten, ïnsgelyks , tot het uitrusten van eenige fche- pen , en bopden, midlervvyl, door den Heere Koenraad van Heemskerk, hunnen Gezant aan 't Hof van Madrid., den Koning van Spanje hunne bemiddeling aan , tot bylegging van 't gefchil met den Keurvorst. Ook beklaagde zig de Heer van Amerongen , aan 't Hof van Ber ïyn, over 't wegneemen van 't fchip voor Oost- ende ? (V) Holi. Mcrc. run lüGo, H 136.
|
||||
LVII.BoEK. HISTORIE. 53
ende, verzoekende, uit naame der Staaten, dat t<ygo.'
het den Koning van Spanje te rug gegeven mögt-----
worden. De Keurvorst antwo* >rdde , dat hy
hiertoe bereid was, mids hem voldoening ge- geven werdt. Op gelyken zin , fchreef hy ook naar't Hof van Madrid. Doch't leedt nog eenigen tyd, eer dit gefchil beilegt werdt. De Prins vanParma, was, ondertusfchen, in Wyn- maand, behouden, te Oostende, geland (/). De Staaten, in den jongften oorlog, bezet- Hande-
ting gelegd hebbende in Hasfelt en Mazeik, !in8.oves waren , van tyd tot tyd , door den Keurvorst va„ Has. van Keulen en Bisfchop van Luik , verzogt, feit en deeze Steden te ruimen : 't welk zy tot hier- Mazeik. toe geweigerd hadden, om dat de agterftallen der braudfchattingen, welken zy van het Stigt Keulen vorderden, nog onbetaald bleeven. De Keurvorst hadt, derhalve , zyue toevlugt ge- nomen tot den Keizer, die zynen Refident, Joan Kramprigt van Kroonefeld, beval, by de Staaten te dringen, op de begeerde ontruiming der LuildchePlaatfen; gelykhy,inBloeimaand, deedt. Doch de Staaten antwoordden „ dat „ zy hunne genegenheid, om de gemelde Plaat- „ fen te ruimen , reeds hadden doen blyken, „ door den voorflag , om de eiibhen, welken „ zy ten laste van den Keurvorst hadden, door „ wederzydfche Gemagtigden, af te doen, of „ aan gekooren * zegsluiden te onderwerpen ; » 4r^ „ doch dat zy nu, om te toonen, hoe gaarne ten. „ zy een einde van deeze zaak zagen , te vre- „ de waren , dat door zegsluiden verklaard „ werdt, of deeze ontruiming, geheel of ten „ dee-
CO IWo!' Huil. 168c. il. 147-^r«
D 3
|
||||
54 VADERXANDSCHE LVII.Eosx.
lÄf.o. „ deele , behoorde te geïchieden , voor of na
■------ „ dat, ineene minnelykeonderhandeling, over
„ de eifchen der Staaten, uitfpraak gedaan zyn
., zou : 'c welk alles was , dat men , met re- „ den, van hun vorderen kon." By welk ant- woord , de zaak in gei'chil, vooreerst, bleef berusten (/). XIII. De Arnbasfadeur der Staaten aan de Otto- Verd-ajj mannifche Porte, Jmtinus Colyer, vernieuwde, hande?°P"m Herfstmaand deezes jaars, met Mahomet den me; ds IV. het Verdrag van Koophandel en Scheep- Ouomstn- vaart, welk, in vroeger'tyd, tusfchende Porte »ifche en de Staaten, geflooten was. By't Verdrag, one' welk nu gemaakt werdt, verklaarde de Sultan, „ dat de Nederlandfchc Koopluiden geenen tol „ fchuldig zouden zyn van de Daalders en het „ goud , welk zy in het Turkfche Ryk brag- „ ten, en van de andere waaren niet meer dan „ drie ten honderd, 't Zou hun ook vryftaan, „Katoen, Katoenen - garens , Korduaanen , „ Wasch en Huiden te koopen ; welke hai> „ del, te vooren, alleen aan de Franfchen vei> „ gund geweest was. Zy zouden nimmer t< t „ üaaven gemaakt mogen worden , alfchocn ,, zy op vyandelyke fchepen gevonden wer- „ den. De Staaten zouden, in de Havens van „ het Turkfche Ryk, metnaame , in Kairo, „ Aiexandrie, Aleppo, Tripoli di Soria, Sa> „ da, Ciprus, Algiers, Tunis, Tripoli, Mo-r „ rea,.Smirna en Seio , Coniiils mogen ftek „ len en dezelven mogen veranderen, naar „ hun welgevallen; welke Confuls, nevens der „ Staaten Ambasfadeurs te Konlhintinopole, » reg:-,
(O Heli. Merc. ven itfdo, W, iyj.
|
||||
LVILBoEK. HISTORIE. 55
„ regtfpraak hebben houden over de gefchil- ißg4,
„ len, tusfchen de Nederlanders voorvallen- ------
„ de. De Nederlandlche Koopluiden mogten,
„ by uiterften wil, befchikking maaken over „ hunne goederen. Zo zy vryvvüüg verklaar- „ den, ÏLirksch geworden te zyn, zouden da „ Koopmanfchappen , welken zy van anderen „ onder zig hadden, hun, terftond, afhandig „ gemaakt, en zulken , die last van de eige- „ naars toonden , overgeleverd worden. De „ Algierfche Kaapers , in Nederlandlche Ha- „ vens inloopende , zouden heufchelyk beje- „ gend, en, des noods, van Krygs- en Scheeps- „ behoeften voorzien worden : waartegen zy „ geene Nederlanders Slaaven zouden mogen „ maaken. Zelfs zouden alle Nederlandfche „ Slaaven , te Algiers of elder in het Turk- „ fche Ryk gevonden wordende , terftond in; „ vryheid gefteld worden. De Nederlandfche „ goederen , op vyandelyke fchepen , en de „ vyandelyken , op Nederlandlche fchepen ., gevonden wordende , zouden niet verbeurd „ verklaard worden." Behalve deezen, vervat- te het verdrag, welk in 't geheel uit zesenvyfiig Leden beftondt, nog veele andere punten; al- len ftrekkende, om de Ingezetenen van deezen Staat dezelfde vryhedcn in 't ftuk van den Koop- handel toe te ftaan , welken, federt eenigen tyd, door de Franlchen enEngelfchen, genoo- ten waren ( u ). Op 't einde van Slagtmaand deezes jaars, Staart*
vertoonde zig , byna door gantscft Europa, fler« eene Komeet of Staartfter, welker ftaart, fom- tyds,
C«) Poiez Du Müht Corps Diplom. Tom. Vil, P. I. f, 4.
D4
|
||||
5<5 VADERLANDSCHE LVIL Boek,
|
|||||
i68o tyds , omtrent zeventig graaden befloeg. Zy
»------ werdt, hier te Lande, gezien, tot in Sprokkel- maand des volgenden jaars , en van 't gemeen nog voor een voorbode van naderende oorlo- gen of andere onheilen gehouden (y). Ook gaven de toeneemende onlusten tuslchen Frank- ryk en Spanje den zwakken gemoeden geree- de aanleiding, om zig, uit dit ongewoon ver- fchynfel, een' kort aanf taanden oorlog te voor- ipellen. XI7. De Koning van Frankryk, zig, onder^ande- De Fr:in- ren , verfcheiden' Plaatfen in 't Land van Lu- i»ndin xem^urS hebbende doen toewyzen , één van Krygs- welken , Virton naamlyk , nog Spaanfche be- volk in't zetting inhadt, zondt, in Lentemaand desjaars Land van jggj; , twaalfhonderd ruiters en dragonders bure'"1" derwaards » onder den Graave van Busfi, die zig van verfcheiden' Plaatfen meester maakte , en de Spaanfchen, eerlang, noodzaakte, hem ook Virton in te ruimen. Hy bleef, federt, in 't Land van Luxemburg. En 't leedt maar tot in Oogstmaand, wanneer de Prins van Parma, door het Fransch Krygsvolk , ook zo goed als gedwongen werdt, de Stad en het Graaffchap Chinei in't Luxemburgfche aan Frankryk over Eisch van te geeven (w). Koning Lodewyk deedt, Frankryk omtrent deezen tyd, op de Byeenkomst te op een Kortryk } oo^ van Spanje vorderen den Ou- fee veaen" denburg van Gend met zyn toebehooren , de, Vlaande- Stad en de Kastelenye van Aalst, Geertsber- »en* gen , Ninove , 't Land van Beveren, de Am- bagten van Asfenede en Boekhoute en eenige an-
fv) Holl. Merc. ven 1680. il. si<;.ai8.
(«O Secr. Rcfol- Hol). 12 July iG8i. V. Deel, */. 53. IIoIL 54«c. van xOiu.bU 51-63. |
|||||
H I S T O Pv I E.
|
|||||||||
5?
|
|||||||||
LVII. Boek.
|
|||||||||
andere Plaatfen hieromtrent, allen welken hy, k^u
te vooren, door de wapenen, bemagtigd, en —— ledert ontruimd hadt, zonder dat de herleve- ling derzelven by de Vrede bedongen geweest was; waarom hy oordeelde, zyn -regt op de- zelven behouden te hebben. Hy begeerde dan, dat hem de Plaatfen zelven, of eenige anderen van gelyke waarde werden te rug gegeven, en gaf den Spaanfchen flegts zes weeken tyds, om hierover te belluiten. Men wisfelde, te Kort- ryk , verfcheiden' fchriften, waarin de rede- lykheid van deezen eisch beweerd en betwist werct (#). Doch tcrwyl men, aan 't Hof te Luxem-' B rus fel, raadpleegde, om zig van het lastig bur8 aanzoek des Konings van Frankryk te ontilaan, ^1^, hielden de Franfche troepen de Stad Luxem- \ttïi.n burg geblokkeerd. Sommigen meenden, en 't bleek, naderhand, dat de Koning zig gaarne deeze Stad, in plaatfe van al 't gene hy te vooren gevorderd hadt, zou hebben zien af- ftaan. Doch de Spaanfchen hadden hier geenc ooren naar. Ook werdt, terwyl men te Kortrylc ftreed met de penne , Vlaanderen gedreigd , door eenen hoop Franfchen, die nogtans, in 't begin van Slagtmaand, wederom naar hunne bezettingen keerden (j): 't zy ter oorzaake van het ongunftig jaargetyde, of van de onderhan- delingen der Staaten, aan verfcheiden" Hoven, die onlangs waren aangevangen, en van welken wy nu verflag moeten doen. De beweegingen der Franfchen in de Spaan- xv>
fche Nederlanden konden niet nalaaten, de De sIm-, na- ieu t«-
O) Zk Holl. Mcrc. v*n |68(. U. 165, 171 , 188, 113. a.iJ
iJlJKNET Fol. I. p. c,6$.
Qy, Huil. Mcrc. van 1681. tl, iM, a«.
|
|||||||||
53 VADERXANDSCHE LVII.Boek,
iéii. nabuuren, en vooral de Staaten der Veree-
-------nigde Gewesten tot argwaan te verwekken.
begin- Men begon deeze beweegingen, inzonderheid
nen te federt het blokkeeren van Luxemburg, ichier over een aIomme •> aan te zien, als de beginfels eener Verdrag volkomen' vredebreuk. De argwaan werdt9 van hier te Lande, gevoed, door zyne Hoogheid, Bondge- jie bvzondere redenen hadt, om misnoegd te ft;bap, zvn °P net Franlche Hof. Onder het Graaf- fchap van Chinei, welk Lodewyk de XIV. zig hadt doen toewyzen, behoorden de Heerlyk- heden Vianden en S. Vit, die den Huize van Nasfau - Oranje toekwamen. De Koning van Frankryk hadt den Prins van Oranje, derhal- ve, te Mets, doen dagvaarden, om hem we- gens deeze Heerlykheden hulde te doen. Doch de Prins verfcheen niet: waarop zyne Heer- lykheden verbeurd verklaard, en den Maar- fchalk d'Humieres, die 'er eenig regt op meen- de te hebben, toegeweezen werden (s). Men kan ligtelyk bezeilen, hoe zeer dit den Prinfe geltooten hebbe. De Staaten waren ook te on- vrede op het Franfche Hof. Zyne Hoogheid bragt dan ligtelyk te wege , dat zy befluiten namen, om zig tegen de geduurig toeneemen- de magt van Frankryk, door nieuwe Bondge- nootfchappen, te fterken. Eerst wierp men 't oog op Duitschland en Zweeden. In het Duit- fche Ryk, hadt men ook gemeend te zien, dat Frankryk geene vrede zogt. Lodewyk de XIV, hadt zig, in 't voorleeden' jaar, reeds een ge- deelte van de Elzas doen toewyzen (a), waar- op (z) Pufpendorp de RcUus Geft. Frid. WHh. Lib/. XV'iU»
%. ai. //. 1127. (<?> Daniel Journal >i. CXXXV1J. |
||||
LVII.Boek, HISTORIE, 59
op zyn regt betwistbaar geoordeel werdt, in 1681.
Deutschland; en in Herfstmaand deezes jaars,------
hadt hy zig meester gemaakt van Straatsburg,
onder vourwendfel, dat deeze vrye Ryksilad, in den jongtten oorlog , de onzydigheid ge- fchonden hadt, en dat de Keizer nu op 't punt ftondt, om 'er bezetting in te werpen (F): ge- lyk de Graaf d'Avaux den Staaten, fchriftc- lyk, aandiende,op den agtften van Wynmaand ( c ) Men vertrouwde, hierom, in den Haage , dat men den Keizer en eenige Duitfche Vor- ften, ligtelyk, tot een Verbond tegen Frank* ryk, zou können oveihaalen. De Prins van O- jranje hadt, in den Herfst des voorleeden en in de Lente deezes jaars , den Hertog van Brunswyk-Lunenburg te Zelle een bezoek ge- geven (</); en fommigen meenden, dat hy, toen, hier, reeds heimelyk over een Verbond gehandeld hadt (e): zelfs wil men, dat hy een Huwelyk zogt te bewerken, tusfehen den Prins van Osnabrugge en de Prinlesfe Anna, Zuster der Prmfesfe van Oranje, en dat hy, in geval het gelukt was, deezen Prins van de opvolging in zyne waardigheden hier te Lande zou heb- ben willen doen verzekeren, alzo hy toen reeds voorzien zou hebben, dat hy nimmer kin- deren, by de Prinfesfe,zyne Oemaalinne, verwek- ken zou (ƒ). Doch van dit alles is ons geen genoegzaam blyk voorgekomen. Kort hierop deedfc
C*) Holl. Mcrc. van i63i, II. 154*150, Daniel Journal,
p, CXXXVIIJ. Cc) Zie Huil. Merc. van 1681. il. ifi-i.
i'i) Kel'ol. Holl. 7 Sept. toSlo. bl. 45a.
r*J Negnciït. au C'mite d'AvaL'X.' Tuin. I. p. 100. Holl.
tUic van trtao. bl. 158 van jó3i il, 107. QP Negociat, tin Corote p'AVACV Tuin. I. *. 107, l?7.
|
||||
€o VADERLANDSCIIE LVII.Boek.
1681. deedt de Prins een' keer naar Engeland (g),
------- die, naar fommiger verhaal, voornaamlyk itrek-
te, om den Koning zynen Oom, ovfer te haa-
ien , tot een Verbond tegen Frankryk. Zyne Hoogheid fprak toen openhertiglyk met den Graave van Sunderland, wien hy verzekerde, dat 'er kans was, om een magtig Verbond te fluiten tegen Frankryk. Doch hy keerde, na een kort verblyf, naar den Haage, met de flaauwe hoop, dat de Koning zig tot zulk een Verbond zou inlaaten, zo dra zyn Ryk inwen- We'.k jjg jn rust zou Zyn Q[ty j)e 5t;iat:en waren, ztveedeu midlerwyl •> m heimelyke onderhandeling ge-
ge'nooten treden met Nikolaus Guldenfiolpe, buitenge- wordt, woonen Ambasi'adeurderKroone van Zweeden aan de Staaten; en met deezen, flooten ze, in weerwil der bedekte poogingen van den Graave d'Avaux (t), eerlang, een Verbond, welk,op den tienden van Wynmaand, in den Haage, getekend, en, federt, het Verdrag van Asfo- ciatie of Bondgemotfchap genoemd werdt. Men beloofde, by dit Verbond „ de Nieuwmeeg- «, fche Vrede van de jaaren 1678 en 1679, en 3, de Osnabrugfche en Munfterfche van den 5, jaare 1648 te zullen handhaaven, en tegen „ de fchenders deezer Vrcden, des noods, „ gelykelyk, de wapenen te zullen opvatten. „ Men liet ook anderen Mogendheden toe , „ in dit Verbond te treden, en f telde, ein „ de-
fg) Refol. Huil. 30 July irtSr. il. 333. Holl. Merc. vt» löDi. ü il',,
f!•) Noäieiat du CnmXc dMvaix Tom. \. p. i'<) , i*53. Burnet ï-'.-i. I. p. /."9. PuFrHNcoBF d<: Rel). Oeft. ï'rid.
Wrh. LU/r. XVIII. §. 22. p. 1117.
' :'; Neacdat. ei Coiiire ü'Avaw Te.71, I. p. 135» r74j'/S!i
• GS5. |
||||
LVII.Boek. HISTORIE. 61
„ delyk, vast, dat het, van den dag der bekrag- i<S81.
„ tiginge af, twintig jaaren duuren zou (£)." —— Doch daar verliep een geruime tyd, eer Zwee- den dit Verbond bekragtigde. Ook draalden, hier te Lande, Friesland en Groningen, met bewilligen in dit Verdrag. De uitwisfeling der bekragtigingen gefchiedde egter nog, voor het einde des jaars (/). Dus was, ten minfte, de grondflag gelegd Me" ,
van een Verbond van gelyken aart, als het denKo^" drievoudig Verbond van den jaare 1668, en ning van als de verfcheiden'Verbonden, welken deStaa- Groot- ten , na 't ontftaan van den jongllen oorlog, p»tanle geflooten hadden, 't Verbond met Zweeden doel® was maar weinige dagen getekend geweest, treeden, toen de Staaten den Heer van Beuningen, als buitengewoonen * Gezant, naar Engeland fchik- "Envo^H ten , om , nevens den Heer Arnoud van Cit~ ters, voorheen Raad in den Hove van Hol- land; doch onlangs, by verwisfeling, tot Raad in den Hoogen Raade verkooren (m ); en in 't voorleeden jaar, aangefteld, tot gewoonly- ken Ambasfadeur van deezen Staat aan 't En- gelfche Hof («); den Koning van Groot - Bri- tanje over te haaien, tot het Verdrag van As- fociatie, met Zweeden opgeregt. Zy verwier- ven, terftond, in 'theimelyk, gehoor by den Koning, wien zy hunnen last openden. Ook traden zy daarna, met 's Konings Gemagtig- den,
C*) Voiez Du Momt Corps Diplom. Tm. VII. P. II. *,
t5- Zie ook Notul. Zeel, ilfHi. W. aoj, (l) Neg >ciït du Cointe o'avaux Tom. I. p. 199.
(m;, Zit l'. r>£ la Ri'ë Siaatk Zeel. bl. 40.
C»j Uu de Qiig. Inlknittie, Zie w* Hol!. Merc- v*n 1680,
*'. 160. |
||||
fe VADERLANDSCHÈ LVTI.BoEir,
1681. den, in byzondere onderhandeling (0): waar-
------na zyne Majefteit hun, op den zeventienden
die 't ge- van Slagtmaand , antwoordde ., dat hem de
Boe8' „ aanbieding, om in 't Verbond, met Zwse- deTand" » ^en gemaaktj begreepen te worden, zeer wy«* •>■> aangenaam geweest was: alzo 't hem ten „ hoogfte fmerten zou, dat men de vrugten „ zou moeten misfen van eene Vrede, wel- „ lee, voornaamlyk, door zyn beleid, was „ verkregen. Dat hy hierom wel verre was „ van niet te willen treeden in de maatregels, „ beraamd by zulke goede Bondgenooten, als „ de Koning van Zweeden en de Staaten wa- „ ren. Doch dat hy wel gewenscht badt, dat „ een ontwerp van een Verbond, welk voor- „ naamlyk op de rust van Duitschland zag, „ door de Duitfche Vorften, goedgekeurd en „ aangenomen geweest was, eer men 'er Vor- „ ften toe nodigde, die minder belang had- „ den by 't gene het Duitfche Ryk betrof. Dat „ hy, om deeze reden, zig verpligt vondt, te -, verklaaren, dat hy het voorgeflaagen Ver- „ bond niet zou können aanneemen, voor het, „ door den Keizer, den Koning van Deene- „ marke en de voornaamfte Vorften des Duit* „ fchen Ryks, zou aangenomen zyn; waarna „ hy niet draalen zou met'er zig, insgelyks, „ in te begeeven. Doch zo men, midlerwyl» „ voortvoer, met zyne eifchen, op een ge- „ deelte der Spaanfche Nederlanden, by we- „ ge van daadelykheid, te doen gelden, en „ zig van eenige Plaats van aanbelang mcés- „ ter
f'0 Mlsfiv^n vim van CiTTP.m en vj«i Rkuningin 5*c
14,1a,ai,25,28 Od. t,4,!t A'oy. iO«l. OS. |
||||
E. VII. Boek. HISTORIE. 6&
„ ter maakte; zou hy niet nalaaten, terftond, ic$u
,, zyn Parlement famen te roepen, om te beter —— „ in (laat te zynteruitvoeringevan'tgenemen, „ tot byftand zyn er Bondgenooten, zou dien- „ llig oordeelen (/>)•" De gevoelens , welken de Koning, in 't Aanmer'
laatfte gedeelte van zyn antwoord, uitdrukte, kingen bragten, meent men, hierna, het verlaaten over's van Luxemburg te wege. Doch, uit het eer- ^n0t"'nss fte gedeelte van het zelve, bleek duidelyk ge- woord. noeg, dat hy niet gezind was, te treeden in 't Verdrag van Asfociatie. Te vorderen, dat dit Verdrag eerst, door verfcbeiden' andere Mo- gendheden, aangenomen werdt, was zyne aan- neeming van het zelve, ten minften, eene ge- ruime wyle, verfchuivcn. Te vorderen, dat het vooraf, door de voornaamfte Duitfche Vorften, werdt getekend, zonder te bepaalen door welken, ftelde het aanneemen of afwy- zen van 't Verbond altoos aan zyne keur. Som- mige Duitfche Vorften, welken hy ligtelyk on- der de voornaamften zou können rekenen, hielden Frankryks zyde reeds. Anderen zogt Koning Lodewyk te winnen. En 't was buiten waarfchynlykheid, dat deeze allen zouden kön- nen bevvoogen worden, om 't Verbond te om- helzen. Te vorderen, eindelyk, dat de Ko- ning van Deenemarke zig in een en het zelfde Verbond begave met den Koning van Zwee» den, was iet te vorderen, dat naauwlyks ooit ge- zien, en thans geheel niet te wagten was. Men hadt dan reden, om 's Konings antwoord, in dit opzigt, voor eene heufche weigering te hou- den. f />) 7.U Iloll, Merci van iC3r. Il, S3;-J40.
|
||||
6'4 VADERLANDSCHE LVII.Boeït;
|
|||||
i6ti. den. Ook werdt het niet anders aangemerkt
■ . van de Staatfche Gezanten: en men vindt, dat Schry- van Beuningen, omtrent deezen tyd, aan de vens van gta(j Amsterdam fchreef „ dat men geenen jiingen6 * •>•> ^aat niaakcn kon op de trouwe of byftand. aan de „ van Engeland; dat het Engclfche Hof nog SiadAm- „ geheel in de Franfche belangen was-; dat ütrdam. ^ tje verdeeldheid tusfchen de I Iofparty en de „ Volksparty thans ook zo groot was, dat hy „ niet geloofde, dat ze, in zo verre, zou kon- „ nen weggenomen worden, dat de Koning „ moeds genoeg hebben zou, om zig te be- „ geeven in een Verbond, welk hem in eenen „ oorlog zou können inwikkelen." 't Scheen» inderdaad, dat Koning Karel tot een' grond- regel gefteld hadt, dat te oorloogen was zig overgeeven in de handen van 't Parlement; waarom hy vastelyk beflooten hadt den kryg te fchuwen (#). Van Gitters en van Beunin- gen bleeven nog eenigen tyd aanhouden, om nader antwoord, zonder iet te vorderen (_r). De laatite keerde, eerlang, onverrigterzaake, naar Holland te rug. XVI. Doch eer nog 't Verbond tusfchen Zweeden D\A-vaux en je staaten getekend ware, hadt de Fran- ver^.aarc ß^e ^mbasfadeur d'Avaux den Heere van Wer- i'cherp kendam, die toen, ter Vergaderinge der alge- tegen het rneene Staaten, voorzat, te verltaan gegeven, Verbond (jat t]e honing, zyn Meester, zig zeer beledigd Zweeden zou rekenen, door zulk een Verbond. Doch , opge- 'tzy dat Werkendam niet goedgevonden hadt, «£'• de Vergadering hiervan te onderrigten, 't zy dar.
ff) Bu'N*-'- Fol T. p ,-79.
i>j JIuil. M.tc. ven ivüJ. il. 340,
|
|||||
LVlï.BoEic. HISTORIE. 65
|
||||||
dat de Staaten raadzaam oordeelden, zig te igsij
gelaaten, als of ze 'er niet van wisten; d'A---------
vaux kreeg, in eenige dagen, geen befcheid:
't welk hem bewoog, om de Vergadering, fchriftelyk, te verzoeken „ dat zy agt gelief- n de te liaan op 't geene hy den Heere van w Werkendam hadt aangediend, met verzoek, n dat hy 'er den Staaten kennis van geliefde „ te geeven." Doch de Staaten antwoordden hem, op den eerlten van Wynmaand „ dat j, zy, al federt veele jaaren, een befluit had- „ den moeten neemen, om niet te raadplee- „ gen over gefprekken, die, in zaaken van be- n lang zelven , zouden mogen vallen, tus- „fchen uitheemfche Gezanten en den Prefi- „ dent of eenigen der Afgevaardigden ter Vet- „ gaderinge van hunne Hoog - Mogendheden, „ hebbende zy, dikwils, bevonden, dat meh „eikanderen, in zulke gefprekken, kwalyk n verdaan hadt. Dat zy, hierom, verzogten, „ dat de Heer Graaf d'A vaux, iet, welk hy „van gewigt oordeelde, hebbende voor te M draagen, zulks in gefchrifte geliefde te ver- „ vatten; wanneer hy zou können ftaat maa- „ken op een antwoord, overeenkomftig, aan „ de eene zyde, met de agting, welke zy al- „ toos gehad hadden en hebben zouden voor j, de eere van de vriendfchap zyner Majefteit, „ en aan de andere, met de vryheid van den „ Staat en met de rust en veiligheid, welke » zy gehouden waren aan deszelfs ingezete- „nen te bezorgen." D'A vaux, hierop, zig, mondeling, nader geopend hebbende aan eeni- ge Gemagtigden der algemeene Staaten, ver- klaarde zulks, aUeenlyk, met korte en alge- XV. Deel. E mee- |
||||||
U
|
||||||
66 VADERLANDSCHE LVII.Boek;
r681. mecne woorden, in gefchrifte, aan derzelver
Vergadering. Doch men verzogt hem, op nieuws, dat hy zyne meening, breeder en dui- delyker, in gefchrifte, vervatten wilde. Mid- lerwyl, was het Verdrag met Zweeden getekend, op den tienden van Wynmaand, en 't liep tot den agtften van Slagtmaand aan, eer men een wydluftig Gefchrift ontving van d'Avaux: die, hiertoe, eerst naderen last van den Koning, zy- nen Meester, hadt moeten afwagten (Y). Hy vertoonde den Staaten „ hoe 'er een algemeen „ gerügt liep, dat zy, onder dekfel van de rust „ in Europa te willen bewaaren, een Verbond „ van Guarantie of Asfociatit gellooten hadden, „ doch dat hy aan zulk een gerügt geen geloof ,,kon flaan: en te minder, om dat de Staaten „te wel verlicht waren, om niet te können „zien, dat zulk een Verbond Europa veeleer „ ontrusten, dan in vrede bewaaren zou, alzo „de Koning, zyn Meester, ter oorzaake van „zulk een Verbond, maatregels zou moeten „neemen, die niet zouden können nalaaten, „moeilyke gevolgen te hebben. Zyne Maje- steit hadt hem, hierom, gelast, hun te waar- „fchuwen, dat diergelyke verbindtenisfen de- „zelfde onheilen zouden voortbrengen, wel- „ken de Staaten zig, voorheen, door ver- ,,bonden van gelyken aart, op den hals had- „den gehaald: welke onheilen hy vertrouw- de, dat zy, door fpoedige bclluiten, zouden „willen voorkomen, den Koning van deeze „hunne beiluiten kennis geevende, op dat hy „weeten mögt, of hyhen, voortaan, zouheb- „ben
(j) /V's Negaciat. dn Comtc D'AvAiix Tot/t, I, p. 195.
|
||||
LVII.Boek. HISTORIE. 6f
|
|||||
„ben aan te merken als zyne vrienden, of als njgi;
„luiden, die geduuriglyk gereed waren, om ■ „eene zyde te omhelzen, welke allermeest
„gekant was tegen zyne belangen. Hy, Am- „basfadeur, verzogt hierom, dat men hem „wilde mededeelen, 't gene hy, desaangaan- „de, aan den Koning, zynen Meester, zou „ moeten berigten; in hoope, dat hy hem zou „können verfterken in de gevoelens, waarin „hy, ten hunnen opzigte,was, en hem geens- „zins doen denken, dat zy in eene zeer kwaa- „ de gefteldheid waren, ten opzigte van zyne „MajefteitCO-"
Op dit Gefchrift, antwoordden de Staaten, De Sta*«
ra verloop van flegts drie dagen „ dat zy op- te°yer- „ regtelyk konden verklaaren, hooge agting hj;t 'jf** „ te hebben voor de eere van zyne Majefteits ten van „ vriendfchap, waarin de ingezetenen van den dit Ver* „ Staat een groot deel hunner ruste en vei- dr,8- „ligheid vinden konden ; waarom zy ook, „ van hunnen kant, alles aanwenden zouden, „wat men van goede en getrouwe vrienden „verwagten kon. Dat zy ook nog met leed- „ wezen gevoelden de ongelukken, hun, in de „ laatfte paren , overgekomen : waarvan de „fmertelyke nafmaak hun, gewisfelyk, nog „veele jaaren byblyven zou; doch dat deeze „ongelukken,in hun gemoed, geenszins, had- „den uitgewischt de hoogagting, welke zy „altoos voor zyne Majefteit gehad hadden, „hebbende zy ook veel genoegen gefchept „uit de verzekering, welke de Koning hun „ hadt gelieven te geeven van de eere van zy- „ne
E 7. •
|
|||||
a VADERLANDSCHE LVII.Boek,
■ïö8i. , ne genegenheid. Dat zy, wyders, in alle
1-------,,opregtheid, betuigen konden, geene ver-
* Hielte- ■>•> bindtenisfen gemaakt te hebben, die * regt-
ftk. ,,ßreeks aanloopen zouden tegen de belan- ggen van zyne Majefteit, en dat zy, hierom,
„ met de uiterfte verwondering, vernomen „hadden, hoe het gedrag, welk zy thans, „in het een of in het ander opzigt, hielden, „ hen wederom zou können inwikkelen in ee- ,,nen oorlog, die hun, veelligt, zo veel na- „ deels zou können toebrengen, als de jong- ,,fte gedaan hadt. Dat zy van de goedheid „en regtvaardigheid van zyne Majefteit niet „ konden verwagten, dat hy zig gehoond re- ,,kenen zou, om dat een Staat, dien hy de „eer deedt van voor vry te erkennen, ver- bonden floot, welken eeniglyk ftrekten, „om de Ingezetenen deezer Landen te be- ., waaren by hunne Vryheid en Godsdienst, „ en by de Vrede, die God hun verleend hadt; „alzo zy zig, in zulk een geval, ontbloot „zouden moeten agten van een der voor- „naamfte voorregten van eenen vryen Staat. „Dat zy voor zyne Majefteit konden noch „wilden verbergen, hoe zy, op den tien- „den van Wynmaand, met den Koning van „Zweeden, geflooten hadden zekere Over- „ eenkomst, zuiverlyk en eeniglyk (trekkende „tot bewaaring van de Nieuwmeegfche en „Westfaalfche Vrede, van welke eerstgemel- „de Vrede zyne Majefteit de voorwaarden „zelve voorgeichreeveri hadt, en welke hy „alomme verklaarde te willen blyven onder- „ houden Dat zy geene zvvaaiigheid maak- 3, ten, om den Graave d'Avaux een Affchrüt ., de»-
|
||||
LVILBoek. HISTORIE. 69
„ deezer overeenkomst ter hand te doen ftel-
„ len, wel bewust, dat men 'er niets in zou „ können vinden, welk men, met eenigen „fchyn, zou können aanzien als eene ver- „bindtenis tegen Frankryk, of waaruit, by „gevolge, zou können getrokken worden, „dat de Staaten altoos gereed waren, om de „partyen te omhelzen, welken meest gekant „waren tegen de belangen van zyne Maje- „fteit. Dat zy ook niet konden gelooven, „ dat zyne Majefteit gaarne zou worden aan- ,,gezien voor eenen Vorst, die zulke Prinfen „en Staaten, welken de gemelde Vrede wil- den onderhouden, aanmerken zou, als zy- „ne vyanden. Dat zy, hierom, vertrouw- „den, dat zyne Majelèeit, de geflooten' O- „ vereenkomst gezien hebbende, oordeelen „zou, dat het 'er zo verre af was, dat zy „verbindtenisfen zouden hebben aangegaan, „regtßreefa ftrydende met de belangen zyner „ Majefteit; dat zy veeleer moesten gehou- „den worden, met hem famen te ftemmen, „in 't gene hy verklaarde voor te hebben, „de behoudenis, naamlyk, van de rust en vre- „ de van Europa. Zy verwagtten, derhalve, „over zulk een Christelyk oogmerk, gepree- „zen te zullen worden van zyne Majefteit, „en aangezien als zyne goede en gedienftige „vrienden, die voorde eer van zyne vriend- „fchap zo hoog eene agting hadden, als hy „ eifchen kon («)." Van dit antwoord werden affchriften gezonden aan de Hoven van Lon^ den, Koppenhagen en Berlyn, en men vindt wet*
(«O RtfoJ, CJCDÊT. klartis ii Jfoyemi. léfli.
E3
|
||||
70 VADERLANDSCHE LVILBok,
i68r. niet, dat de graaf d'Avaux de Staaten verder,
■ om het fluiten der Overeenkomst met Zwee- den gemoeid heeft (V). Ook verhaalt hy zelf,
dat hem zulks, door den Koning, zynen Mees- ter, verbooden was (w). Asnmer- Doch of het Franfche I lof voldaan geweest king op Zys over jie(: antwoord der Staaten, mag men, ten an"" met reclen» in twyfel trekken. Immers het woord, begreep, hoe voorziglig en beleefd het ook opgefteld ware, geene andere verklaaring, dan dat het geflooten Verbond niet * regtfireeks ge * ly&. kant was tegen de belangen des Konings van Frankryk. Men fcheen, derhalve, genoeg- zaam toe te geeven, dat het kon geagt wor- t indirec- (jen ? | yan ttr Zyrfe ? ten zynen nadeele, te ^ zullen können ftrekken, indien hy voortvoer, inbreuk te doen op de geflooten' Vrede. De Staaten toonden dus, dat zy eerbiedig en heusch handelen konden met Frankryk, zon- der krenking van de opregtheid: doch hunne opregte Verklaaring zelve moest den Koning verfterken in het misnoegen, welk hy reeds tegen hen opgevat hadt. HVIl. Ook waren 'er, omtrent deezen tyd, nog Ver- andere dingen gebeurd, die gefchapen fchee- fcheideu' nen> ^it misnoegen te zullen doen toenee- leTdfè men- Lodewyk de XIV, in oorlog geraakt voor on- zynde met die van Algiers, hadt den Staaten, lust tus- in Slagtmaand, doen aanzeggen „ dat hy van ^be" „meening was , eenige fchepen te zenden en dee- «naar de Middellandfche zee, die last zouden sa» Staat „hebben, om ook de fchepen der ingezetenen „van
(v) Holl. Merc. van i<58f. tl. s+6.
\v) Negociat, Au Corate d'Avaux Tom. I. p. US"
|
|||||
/
|
|||||
LVII.Boek. HISTORIE. 71
|
||||||||
„van deezen Staat aan te tasten en weg te nee- i68u
,,men, indien zy bevonden werden, den Al- |
||||||||
„ gierynen Krygsbehoefcen of andere Contra- doen
„bande, goederen toe te voeren, waarvan hy l™]f\ „hen egter wel vooraf wilde waarfchuwen, Jaar-^ „ op dat zy 'er tegen waaken mogten." Men fchuwt gaf van deeze waarfchuwing, terftond, ken- de Scan- nis aan de Kollegien ter Admiraliteit (V). Doch 'f"1;6^" 't is gemakkelyk te befpeuren , dat hieruit £1 ^ * verfcheiden' zwaarigheden voor de fcheepvaart Algiers, deezer Landen te dugten waren. By het jong- fte Verdrag, met de Porte geflooten (y), was beftemd, dat de ingezetenen van den Veree- nigden Staat de Algierynen zouden moeten voorzien van Krygsbehoeften. 't Kon, derhal- ve, naauwlyks anders zyn, of eenige Koop- luiden moesten hiervan hun werk maaken, en gevaar loopen om in de handen der Franfchen te vallen, die, waarfchynlyk, ook zulke fche- pen zouden aantasten, welken Krygsbehoef- ten naar Spanje voerden, onder voorwendfel, dat men 't, mogelyk, op Algiers gemunt hadt: 't welk merkelyke onlust te wege brengen kon. Voorts, was 'er, onlangs, ook gefchil met Frank- xyk ontftaati, over 't regt der Vlagge. De Verfctoi Graaf van Styrum, met twee Staatfche Oor- over't logsfchepen, eene Koopvaardyvloot naar Smir- ^„^" na geleidende,lag, op den vierden van Herfst meteeni- maand, op de reede van Livorno, toen de ge Frau- Hertog van Montemar, met tien Franfche ga- ^ sa- leien derwjfards gezeild, zig verwonderd toon- eteu* de, daf de Staatfchen 's Konings vlag de ge- woo-
(*) Holl. Merc. van 1G81. hl. 449^
{f) Zie hier voor, l/l. 54, |
||||||||
E 4
|
||||||||
72 VADERLANDSCHE LVILEoek7
ttf&i. woone eer niet beweezen. Hy deedt dan den
i------ Graave van Styrnm vraagen, of hy de Vlag der
Franfche hoofdgakie niet kende, en waarom hy
ze niet gegroet hadt P Styrum, 't zy hy tvvyfel- de, of Frankryk zo veel eers, op deeze kust, toekwame, 't zy hy dagt, dat zyne Üorlogs- fchepen niet gehouden waren, galeien te groe- ten ; draalde nog eene poos, eer hy den Herto- ge van Montemar genoegen gaf. Montemar, midlerwyl, den wind van Styrum zoekende te winnen, bereidde zig, om hem aan te tasten. En men vreesde nu voor een gevegc, toen Sty- rum zig door den Bevelhebber van Livorno liet overhaalen, om de Franfche Vlagge met negen fchooten te vereeren. De Koning van Frankryk, tyding van 't gebeurde gekreegen hebbende, deedt over den Graave van Styrum klaagen, in den Haage, eifchende, dat hy ge- lïraft werdt. De- Staaten verbonden zig hier- toe, in geval Styrum bevonden mögt worden, zig fchuldig gemaakt te hebben aan eenige on- eerbiedigheid , omtrent 's Konings vlagge; waar- naar zy onderzoek doen zouden. Ten zelfden tyde, deeden zy allen hunnen Bevelhebberen ter zee aanzeggen, dat zy de Koningklyke Vlag- ge van Frankryk, met de vereischtc eere, zou- den hebben te bejegenen. Doch met het on- derzoek naar 't gebeurde voor Livorno, werdt een' geruimen tyd gedraald (3}. De Staaten van Holland beflooten in 't volgende jaar, de zaa- ken ter algemeene StaatsvergaderÄge zulks te heleiden, dat den Hoofdbevelhebbefen over 's Lands Oorlogsfchepen mögt aarrgefchrce- ven
(-■O Holl. Merc. vim irtSi. ik s.ifi-2^
|
||||
LVII. Boek, HISTORIE.
|
|||||||
n
|
|||||||
ven worden, dat zy der Franfche vlagge ge- ,5»^
lyke eer zouden hebben te bewyzen, als zy-------.
der Engelfche , buiten de zogenaamde Bri-
tannische zee, en der Spaanfche gewoon wa- ren aan te doen (0). 't Gebeurde met den Giaave van Styrum, fehynt* federt, vergeten te zyn. Nog viel 'er op 't einde des jaars, iet voor, XVHL
waaruit verwydering tusfehen Frankryk en dee- D.e Ko" zen Staat gefpeld werdt. Een Franschman, in p,^ J*£ 't gemeen Graaf van Strdan, of van S. Paul zendt genoemd, hadt zig, federt eenige jaaren, te een'Lui. Amfterdam , nedergezet, en het Burgerregt tenant verkreegen* Men vernam zulks, eindelyk, aan ")" ^. 't Franfche Hof, daar hy aan fnoode misdry- g0°nders ven fchuldig gehouden werdt: en in 't begin af, om van Wintermaand, kwamen 'er negen dragon- iemanc ders met een' Luitenant aan 't hoofd, uit de ftèrchra" bezetting van Yperen, herwaards, met last, te ïigtei« om den Franschman, heimelyk, teligten, en naar Frankryk te voeren. Doch alzo men, hier, de lugt van hun oogmerk gekreegen hadt, werden zy, te Rotterdam, gevat, naar den Haa- ge gevoerd, en voor 't Hofte regt gefield. D'A- GefcWi* vaux deedt, terftond, zyn best, om hen te doen 0|jj({'algO, ontllaan: niet fchroomende, in een Gefchrift, ter algemeene Staatsvergaderinge overgele- verd, rondelyk, te erkennen, dat zy herwaards gekomen waren, om 's Konings bevelen uit te voeren ^ en vorderende, dat men ze, om deeze reden, op vrye voeten Helde (£). De Staaten toonden zig, over de verklaaring en eisch des Am-
(«) Rcf'il- "oll. * Juny ifiSi. hl. »«4.
(«O '/Je Holl. Merc. r«n i(>'A\. U. 24c; - 251. E 5
|
|||||||
-4 VADERLANDSCHE LVII. Boes.
Ambasfadeurs , ten hoogfte, verwonderd, 't
„ Speet hun zeer, zeiden ze, dat zyne Ma- „ jelteit zo geringe agting voor hun geliefde „ te hebben, dathygoedvondt, hun,doorzy- „ nen Ambasfadeur, te doen bekennen, hoc „ hy last gegeven hadt, om, uit eenedervoor- „ naamfte Steden van Holland, met geweld, „ te doen ligten en vervoeren een' Perfoon, „ die, aldaar, jaaren agtereen, burger en in- „ wooner geweest was, zonder ooit te vooren „ over deezen Perfoon te hebben doen klaagen; „ en dat hy nu vorderde, dat de Staaten de on- „ derneemers van deezen aanflag den gewoo- „ nen Regter onttrokken. Zy hadden, im- „ mers , te vooren , geene zwaarigheid ge- „ maakt, om iemant, die befchuldigd werdt „ een' vergiftiger te zyn, op 't verzoek vanzy- „ ne Majefteit, in hegtenis te neemen, en hem „ over te leveren. Men hadt zig, derhalve, „ ook in dit geval, aan hun moeten vervoe- „ gen. En zy lieten 't aan 't hoogwys oordeel „ van zyne Majefteit zelve, welke gevolgen „ het hebben zou op de rust en veiligheid van „ alle Vorften en Staaten, zo vreemde Mo- „ gendheden diergelyke dingen ondernamen, „ in eens anders gebied; de luiden aldaar den ., gewoonen Regter zoekende te onttrekken, „ onder dekfel of aanwyzing, dat zy 't ftuk ^ „ waarover zy te regt gefield werden, op hun- „ nen last, ondernomen hadden." Voorts, wee- zen zy den Ambasfadeur aan de Staaten van Holland, voor welker Geregtshof, de zaak in gefchil behoorde, en gebragt was (c\ D'Ai
(O Rfcfol. Ccn?r. Domin. 7 Dccyiii, i55i.
|
||||
HISTORIE.
|
|||||||||
LVII. Boek.
|
|||||||||
75
|
|||||||||
D'Avaux leverde, terftond hierna, ter Ver- t^i;
gaderitige van Holland , een Vertoog over, ——- waarin hy verzekerde „ dat, hoe genegen de Vertoog „, algemeene Staaten ook fchynen inogten, om van d'Al O j o ■* V1UX *\3T1
„ geene luiden te befchermen , die zig te- L{e S;aa..
„ gen zyne Majefteit van Frankryk vergree- ten van „ pen hadden; de Heer van Beuningen, Bur- Hoiiaasï, „ gemeester van Amfterdam, nogtans, gewei „ gerd hadt, deezen perlbon over te leveren; „ te gelyk afkeurende, dat men, voorheen, „ den vergiftiger, waarvan de algemeene Staa- 9, ten gewaagden , overgeleverd hadt. Ook „ zou gemelde van Beuningen zig ligtelyk her- „ inneren können, hoe hy, door hem, Am- „ basfadeur, verzogt zynde, de zaak geheim „ te willen houden, hem, naderhand, ver- „ klaard hadt, dat hy 'er alleenlyk van hadt „ gefproken, met eenen Afgevaardigden van „ Amfterdam in de Gekommitteerde Raaden, „ op dat deeze zig kanten zou tegen een ver- „ zoek, tot de overlevering van den Perfoon „ in geichil, zo dra het, ter Vergaderinge van „ Holland, voorgefteld werdt. Men kon hier- „ uit afneemen, of hy, d'Avaux, geene reden „ hadt, om den misdaadiger niet openlyk op „ te eifchen. Eindelyk, herhaalde hy zyn ver* „ zoek om 't ontflag der gevangenen, welker „ zaak wel verdiende rypelyk overwoogen te „ worden, midsmen, ondertusfchen,deregts- „ pleeging, tegen hen begonnen, deedt itaa- „ ken: 't welk hy vertrouwde, dat zy,uitag- „ tinge voor den Koning , zynen Meester, „ niet zouden weigeren, al ware 't fchoon, dat 3> deeze gevangenen bevonden mogten wor- » den,
|
|||||||||
f6 VADERLANDSCHE LVILBoek;
iSSi. „ den , de fchuldigfte luiden ter weereld te
-------„ zyn(<0."
Ant- De Staaten van Holland, door den Raad-
woord penfionaris Fagel en eenige andere Leden hun-
St'aaten. ner Vergaderinge, met den Graave d'Avaux, doen ipreeken, en derzelver verdag gehoord lubbende, zeiden den Ambasladeur aan „ daê „ zy altoos den uiterften afkeer hebben zou- „ den van luiden, die eenigen toeleg zouden „ willen maaken, op het leeven van Koningen „ of Vorften; en dat zy zulke luiden nimmer „ in hunne befcherming zouden neemen. Doch „ dat het hun ten hoogde bedroefde, dat zy- „ ne Majefteit van Frankryk bekende , läse „ gegeven te hebben, tot het ligten, uit eenc „ der binnenfte Steden van Holland, van een „ Perfüon, die, aldaar, veele jaaren burger ,, geweest was, en over welke zyne Majefteis „ hun nimmer geklaagd hadt; onaangezien zy „ zig voorheen bereid genoeg getoond had- „ den, om hem, in diergelyke gelegenheden «, „ te believen. Dat de Afgevaardigden der Stad „ Amfterdam, door hunne Edele Groot-Mo- „ gendheden, ondervraagd zynde, over 't ge- „ ne de Graaf d'Avaux zeide, ten hunnen op- „ zigte, voorgevallen te zyn, opregtelyk had- „ den verklaard, dat de Burgemeesters en Re- „ geerders der genoemde Srad, verzogt zyn- „ de te doen vangen een' Perfoon, die gezeid „ werdt aan verfcheiden' zwaare misdaaden „ fehuldig te zyn, zonder dat men hem noem- „ de, dit verzoek hadden ge weezen aan de „ Vergadering der Staaten, alwaar zy, op ., hu»»
(<0 HoH. fcJtf«. y*a tfii. U. i&t,
|
||||
I.VILB0EK. HISTORIE. 7?
„ hunne beurt, hun gevoelen zouden inbren- rtfSr.'
„ gen. Dat Burgemeester van Beuningen, hier- „ verzoek,uitnaame van den Graave d'Avaux, „ gedaan hadt, en dat hy aan den Afgevaar- „ digden van Amfterdam in de Gekommitteer- „ de Raaden niet anders gezeid hadt, dan dat „ hy moest bezorgen, dat, op zulk een ver- „ zoek, indien 't gefchiedde, niet beflooten 5, werdt, zonder de ikmenroepinge der Ver- „ gaderinge van Holland. Dat zy, ten opzigt „ der gevangenen, het regt zynen gang zou- M den moeten laaten gaan, onaangezien hy, „ Ambasfadeur, openlyk, erkende, dat zy, tot „ het gene zy hadden ondernomen, last had- „ den van den Koning, zynen meester. Lui- „ den, die befk)nden,de gemeene rust en vei- „ ligheid van een ander Land te fchenden, „ door het ligten en vervoeren van deszelfs „ ingezetenen, maakten zig ftraf baar, al kon- „ den ze toonen, last te hebben van eenige „ uitheemfche Mogendheid; of al werden ze, „ door zulk eene Mogendheid, opgeëischt. „ Ware 't anders, dan zouden de ingezete- „ nen van alle Staaten gefteld worden buiten „ de befcherming hunner hooge Overheid, en „ zy en hunne Overheid zouden gebragt zyn „ onder 't gebied van eenen vreemden, die in „ hun Land niets te zeggen hadt. Hunne E- „ dele Groot-Mogendheden ook zouden hun- „ ne ingezetenen bloot ftellen, voor ééne niet „ flegts, maar voor alle uitheemfche Magten, „ om dat het gene men aan eene toeflondt, f, aan eene andere, met geene reden, gewei- „ gerd zou können worden. Ook konden zy |
||||
?8 VADERLANDSCHE LVII.Boek,
1681. « zyner Majefteit geen grooter ongelyk aan-
„ zulk een' grondregel zou willen goedkeu- „ ren. Zy zouden 't nimmer doen. En hoe „ gaarne zy zyner Majefteit zouden willen „ believen, werden zy, in het tegenwoordig „ geval, wederhouden, door de pligten, met „ welken zy aan hunne ingezetenen verbon- „ den waren, voor welker rust en veiligheid, „ zy boven al hadden te zorgen, terwyl zy, „ in andere gevallen, bereid bleeven, om zy- „ ner Majefteit al de beleefdheid en toegee- „ vendheid te bewyzen, welken hy van eerly- „ ke en getrouwe vrienden zou können vorde- „ ren(e>"
üitdag In gevolge van het befluit der Staaten, in dit van dit antwoord begreepen, ging het Hof voort met gefchil. ,je Regtspleeging tegen de gevangenen, die, op den twaalfden van Wintermaand, gevonnist wer- den , de Luitenant om onthalsd te worden, en de gemeenen, om tien jaaren in 't Rasphuis te zitten. Men hadt alles gereed gemaakt, om dit vonnis uit te voeren. Op de ftrafplaats, ftondt reeds eene kist, met zwart laken bekleed, voor den Luitenant. Doch, kort na dat de veroor- deelden hunne fententie hadden hooren lee- zen, werdt hun allen, uit naame' der hooge Overheid, vergiffenis aangekondigd (ƒ). 't Zy dat de Staaten medelyden hadden met het ge- val der gevangenen, 't zy dat zy oordeelden, op deeze wyze, te gelyic aan 't regt voldaan, en den Koning van Frankryk genoegen gegeven te hebben. In Ce) Refol- Holl. o» 10 Drc i^8t. *'. 5«ü, 568. AaM. yam,
un Regent van Delft y, 10 Decemb. 16U1. MS, if) Holl. Mac, ren 1681. tl 25(5. . . ! |
|||||
-J
|
|||||
LVn.BoEK. HISTORIE. 70
|
|||||||||||
In 't volgende jaar, ontftondt 'er ook een ge- 1681:
fchil van klein belang. De Graaf d'Avaux, voor---------
hebbende, zo men dagt, den Staaten de ge- De Staa-
boorte eens Hertogs van Bourgondie bekend te ten wei* maaken, verzogt, tot het openbaar gehoor in- ^Avaux geleid te worden, door de Poort, die op het Bui- door de* tenhof, in den liaage, uitkomt, en die, onder Stadhoa- het Stadhouderlyk bewind, voor niemant dan £ers voor de Stadhouders, geheel plag geopend te ter ge' worden, waarom zy, gemeenlyk, des Stadku- hoor te ders Poort genoemd werdt. Doch de Staaten, ontvan. zulks houdende voor eene nieuwigheid, die hen, 6en* ligtelyk, ïn moeilykheden zou können inwik- kelen met andere uitheemfche gezanten, lloe- gen zyn verzoek, heufchelyk, af (g): 't welk hy zo kwalyk nam, dat het begeerde gehoor, geheellyk, agterbleef ( //). Doch terwyl deeze en diergelyke voorvallen X,IX.'
de vervvydering, tusfchen het Franfche Hof en ^"n°e"
ecu tticX
deezen Staat, fcheen te moeten doen toenee- Enge-
men, was 'er ook eenig misnoegen ontftaanmet land. Engeland, ter gelegenheid van den ouden twist, wegens den handel in de Indien:'t welk oorzaak was, dat fommigeEngelfchen brieven van Schi- verhaalinge verwierven tegen de ingezetenen der Vereenigde Gewesten. Doch hierop volgde lut- tel (/), ter oorzaake van de verdeeldheid in 't Ryk, die dagelyks aanwies. Het Huis der Gemeenten hadt, in den aan- Voor«
|
|||||||||||
vang deezes jaars, wederom, zyn werkmaakt, om den Koning over te haaien, dat
|
Huis der
Geraeen- zy- tea, om |
||||||||||
C?) lleful. C.encr. Jtvis so Aug. 1682. Reful Ho!l. I2j 20
Am. 1683. Il 421, 43«. . O'O 2* Holl. Merc. van 1681. bh ai? mz. ( ij HM. Mcrc, ven iMii. *.'. ir„
|
|||||||||||
T»d
|
VADERLANDSCï J£ LVII. Boex;
|
||||||||||||||
sófii. zynen broeder, den Hertog van Jork, onbe-
kwaam verklaarde, om hein op te volgen. Men |
|||||||||||||||
den Her-
tog va ii Jork on- bekwaam te ver- klagen tot de opvol - ginge ; |
|||||||||||||||
was 't, hier te Lande, genoegzaam eens met
het Huis der Gemeenten. Enmentwyfeldeniet, of de Prins van Oranje zou gaarne gezien heb- ben, dat de Hertog, zyn Schoonvader, ver- fteken geworden was van 't Regt tot de op- volginge in 't Ryk (k). Immers, de Raadpen- fionaris Fagel zondt den Koning, door den Am- |
|||||||||||||||
basfadeur Sidnei, een Gefchrift toe, waarin hy,
als uit naame der Staaten, beweerde „ dat de „ Koning den Hertog de hand niet boven 't „ hoofd houden kon, zonder'er de belangen „ van gantsch Europa aan op te offeren (/)." Doch Karel de II was niet te beweegen. Men iloeg, daarna, in 't Huis der Gemeenten, ee- nige middelen voor, door welken , men de zwaarigheden, die uit de opvolginge des Her- togs gevreesd werden, meende te zullen kon* nen voorkomen. Onder anderen, begeerde men,, dat de Hertog van Jork, geduurende „ zyn leeven, vyf honderd mylen, buiten 't Ryk „ gebannen zou worden; dat de Regeering, „ midleiwyl, aan eenen Regent zou ftaan; dat „ men de Prinfes van Oranje voor Regente „ verklaaren zou; die, zonder kinderen over- „ lydende , of alleen minderjaarige kinderen „ nalaatende, door de Prinfes Anna, zou op- „ gevolgd worden; dat men den Prinsen de „ Prinfes van Oranje, by eede, zou doen be- „ looven,dat zy deeze fchikking zouden naar- „ komen, en dat men, van deezen eed, aan- „ te-
f #") Vohz Ncgcrinr. du Coirrc dMvaux Tom. I. p. 149.
tl) Neqociat du Cnmte d'Avaux To;n. I. f. Ut & J'uhi JtAji« Tom iX. p, 510. |
|||||||||||||||
öf OM,
ingeval
hy op- volgde, de Prin- fes, of Prins van Oranje tot Re- gent aan ie (tel- len. |
|||||||||||||||
XVII. Boek. HISTORIE. 8ï
,, tekening houden zou , in Engeland (»z)." nftf.
Sommigen waren van gedagten , dat men den -------
Prins van Oranje zelven tot Regent moest aan-
ftellen , en men meende > dat de Koning hier- van niet vreemd geweest zou zyn («). Doch de meeste Leden van 't Huis der Gemeenten neigden voor de volftrekte uitfluiting van den Hertoge van Jork. Men ontwierp hiertoe een' BUI, die reeds eens in 't Huis der Gemeenten gelezen was , zonder dat 'er zig meer dan één Lid tegen hadt verklaard; wanneer de Koning, ziende waarop men 't gemunt hadt, het Parle- ment fcheiden deedt (0). Sedert, beriep hy geen ander; en regeerde., den overigentydzyns leevens, geheel willekeurig. De Prins van Oran- je hadt, gelyk wy reeds, in't voorbygaan (ƒ>), gemeld hebben , in den Zomer deezes jaars , een' keer naar Engeland gedaan, waarvan men 't eigenlyk oogmerk nooit regt geweeten heeft. Hy verhaalde, op zyne wederkomst, dat hy Koning Karel gezogt hadt tebeweegen, om zig openlyk te verklaaren, tegen 't gedrag van Frank- ryk, in de Spaanfche Nederlanden C^). Vast gaat het, dat hy zyn werk ook gemaakt heeft, om vrienden te winnen aan 't Hof en onder 't volk. De Stad Londen verzogt hem ter maaltyd, aan 't huis van den Lord Major. Doch hy floeg dit verzoek, heufchelyk af (r), om den Koning, die
C»0 Rapin Tom. IX. p. 510.
£ n) liiiRNET Col. I. p, 496. Negociat. in Cgmte d'Avaui
Tem. I p. 149. O ) IUpin Tom. IX. p. 510.
C/O Riaiz. fio.
(<7) S:cr. Rei'ol. Hol!, si A*g. I<58r. V. Deel, tl. ia. f'mtz
Kepocist. du Comte d'Avaux Tom, I, p. 159, i6ü, 165. (O Misfiven van d'ti Arabasl'. y»a CiïTEM van g.6 July ca
I Jug. 16«!. O. S. J ' XV. Deel. F
|
||||
«2 VADERLANDSCHE LVII.Boek,
|
|||||
i58 [. die thans op de Regeering van Londen misnoegd
. ■------ was, niet te zeer te ftooten, enkeerde, binnen
drie wecken, in Holland te rug.
XX. De Vesting Schenkenfchans, in den jongden Schenten-oorlog, door de Franfchen, op deezen Staat, fcha'ls veroverd geweest zynde, was, na 't fluiten der Staaten " ^rede van den jaare 1673 , tusfehen Frankryk overgeie- en den Keurvorst van Brandenburg, deezen verd. laatilen , die 'er van ouds regt op meende te hebben, in handen gefield Qs~). De Staaten, die deeze Vesting geltigt, en negentig jaaren lang in bezit gehad hadden , oordeelden , dat hun veel gelegen was aan het herkrygen eener Sterkte, die, (taande daar de Ryn en Waal zig van een fcheiden, den toegang opende naar de Betuwe en de Veiuwe beide. Zyhadden, hier- om, al federt verfcheiden jaaren, met den Keur- vorst, over de herlcveriüg van Schenkenfchans gehandeld ( /) : en, in 't jaar 167Ö, was men overeengekomen, dat de Keurvorst den Staaten de Vesting, met het opperst gezag over den grond derzeive, zou afïtaan (« j. Doch 't liep aan, tot in Oogstmaand deezes jaars i6'ó 1, eer de grenzen behooriyk geregeld waren. Toen werdt üe Vesting den Staaten overgeleverd, die 'er, teritond, eenige, vendels deeden intrekken, en, naderhand, de Plaats merkeiyk verfterkten (v), hoewel zy, door het verzanden der ftroo- men, thans, van minder aanbelang was, danzy oudtyds piag te zyn. De
CO PuFF'NDORF de Reb. Gell. Frid. Willi. Liir. XII. §.32.
p. 7ia. (t) TUFF^NDORF f.lbr. XIV. S. 43. P, 8rto.
OÓ l'UFFFND"R.F Libr. Xv"l. tj. v7-i,y» p. 101$ , 1024. en fcier voor, XIV Deel, il. „72. (O Huil. Merc. van i48i. ih 256,
|
|||||
LVII.Boek. HISTORIE. 83
|
|||||
De onderhandelingen te Kortryk , over de ^g*.
eifchen van Frankryk op een gedeelte der-------•
Spaanfche Nederlanden, werden, midlerwyl, XXL
vervolgd. Men leverde Vertoog op Vertoog YÊ170ls over , van wederzyde, zonder dat men 't eens fe^ge kon worden. Lodewyk deXIV, zyneneifchen over de gewigt byzetten willende, begon, met den aan- eifchen vang des jaars 1602, Luxemburg naauwer te pan. . belluiten fw). De Koning van Groot Britanje 0pa'èen en de Staaten deeden , door hunne Gezanten, deel der van tyd tot tyd , Vertoogen aan 't Franfche Spaar- Hof , om Koning Lodewyk van handelwyze ^ Ne* te doen veranderen. Doch hy antwoordde, dg[uan" dat zyne eifchen redelyk waren , en dat men, de behoudenis der Vrede begeerende , Spanje moest overhaalen om hem voldoening te gee- ven , en , in plaats van 't gene hy in de Ne- derlanden vorderde, Navarre, Biskaje of Kata- tonie af te Haan. Maar de Spaanfchen hadden hier geene ooren naar. De Koning van Frank- ryk verklaarde toen , dat hy zig met Luxem- burg zou laaten genoegen , en deeze aanbie- ding gaf den Koning van Groot-Britanje aan- leiding , om den Heer Chudlügh te zenden naar den Haage, om, op den voet derzelve, te ge- lyk met de Staaten, een Verdrag tusfehen Frankryk en Spanje te bemiddelen. De Staa- ten veritonden egter, dat men, ten zelfden tyde, de gefchillen, die tusfehen het Duitfche Ryk en Frankryk nog open ftonden , en over welken men, op eene byeenkomst te Frank- fort , handelde , behoorde byte leggen f x% De
(«O Daniel T"«rna!, p CXI.
(\ï) Refol. G;ikt. LunGi% Maart 168?. Sec. R«ft»l. Holt.
$, 7, ao, 21 Maart V.Uml, U. ivö, ii.it, 120, 114. F?
|
|||||
«4 VADERLANDSCHE LVII.Boek;
|
|||||
i6ia. De Spaanfche Gezant, de Fuen Major, zig
------- van deeze handeling niets goeds voorfpellen-
de , hieldt, ondertusfchen , fterk aan by de
Staaten, om agtduizend man, die zy, gedeel- telyk volgens de Verdragen, der Kroone van. Spanje moesten leveren , wanneer dezelve be- oorloogd werdt. Zyne Hoogheid verftondt, dat men Spanje hierin genoegen geevenmoest, en drong 'er fterk op , ter Vergaderinge van Holland. Doch de meeste Leden waren van andere gedagten (;y). Men hieldt dan den Spaanfchen Gezant voor , dat by 't Verbond van den jaare 1673 , beraamd was , dat men , eer de beloofde byftand behoefde geleverd te worden , den weg van minnelyke onderhande- ling zou mogen inflaan, om de begonnen'vyand- lykheden te doen ophouden. Men verklaar- de, daarbenevens, dat de Staaten tot zulk eene onderhandeling geneigd waren , en dat, hier- in , te minder zwaarigheid ftak, om dat de Ko- ning van Frankryk aangebooden hadt, dat hya geduurende de handelinge , gedoogen zou , dat Luxemburg van allerlei voorraad voorzien De blok- wer^t (z)' Doch kort hierna, kreeg men ty- ding , dat de blokkeering van Luxemburg op- vnn Lu- gebroken was. De Koning gaf voor, hiertoe semSurg bew0ogen te zyn geworden, op het berigt, op°*ebro- dat ^e TurIien zi§ gereed maakten tot eenen ken. inval in Hongarye. Hy wilde, zeide hy, den Huize van Oostenryk gelegenheid geeven, tot het in 't werk ftellen van al deszelfs magt te- gen (y) Negociat. du Com« d'Avauy Tom» I. ?. 20} , «05»
jis/S, 211. O ') Refol, Gen«. Lu» 23 Mam iCJs.
|
|||||
LVII.Boek. HISTORIE.
|
85
|
||||||||
gen de ongeloovigen (a). Doch men heeft ^82;
groote reden om te twyfelen, of hy zyne waa- ____-
re oogmerken niet geheim gehouden hebbe :
en fommigen hebben te verftaan gegeven, dat hy de Turken, tot deninvalinHongarye, hadt aangemoedigd (£). Ten zelfden tyde, riep hy zyne Gevolmagtigden van Kortryk te rug: waar- door de onderhandelingen aldaar werden afge- broken. Ook oordeelde men deezebyeenkomst nutteloos aan 't Franfche Hof, alzo de Koning van Frankryk het gantfche gefchil met Spanje, onlangs, aan de uitfpraak des Konings van Groot- Britanje, die voor onzydig gaan wilde, verblee- ven hadt (c). De handeling van Frankfort, tusfchen het Keizerryk en Frankryk, werdtnog voortgezet, tot in Slagtmaand : wanneer de Franfche Gevolmagtigden, insgelyks, vanhier, naar huis keerden, zonder iet gellooten te heb- ben (*/). Midlerwyl, hadt men den Koning van Span- xxil.
je gezogt te beweegen , om den Koning van De Groot- Britanje aan te neemen voor fcheids- SPaan' man ; doch het Spaanfche Hof verfchoof dit, ^SSaa heufchelyk, onder voorwendfel, dat 'er de Ke 1- zwaarig- zer en de andere belanghebbende Mogendhe- beid 01a den, vooraf, in behoorden te bewilligen. Men fe j».e" wist, of vermoedde reeds, in Spanje, dat het net Engelfche Hof te naauw verbonden was met Frankryk Frankryk , om onpartydige uitfpraak te kon- te ver- nen doen , over de hangende gefchillen. De h[yven ■n 3311 (IC
rran- Uitij>raafe
|
|||||||||
O) Daniel Journtl, p, CXI. Ncgoc. äu Comte b'Avaux
Tam. I. p. zit- f*) Voiez Mjmoir.de Brandenbourg, p. 170.
(c) HM. Merc. van iö8j. tl. 12-77. (_d) Il'oll, Meic. van 1682. */. 81-ut, F 3
|
|||||||||
SS VADERLANDSCIlE LVILBoek.
Tê9*. Franfchen , eenige gevangenen bekomen heb-
bende in Vlaanderen, hielden dezelven in heg- |
|||||||
des Ko- tenis, zonder dat Otto Henrik, Markgraaf \an
twigs yan dflcafcffOiSawiaenGrafM) die, onlangs, Land- Britanje. voogd der Spaanfche Nederlanden geworden was, in de plaats van den Prinfe van Parma (e), kans zag , om ze te doen ontdaan , onaange- zien hy, ten deezen einde, eene bezending ge- _ f. daan hadt aan den Koning van Frankryk. De nJn 'e/* Spaanfchendeeden, hierover, federt, klaagen, de Staaten te Londen niet flegts, maar ook in den Haa- 1b te wil- ge , en fcheenen dus de Staaten te willen be- ier>\ü~' trekken in het Scheidsmanfchap, welk Frank- ' ryk alleen aan den Koning van Groot-Britanje verbleeven hadt. De Prins van Oranje hadt hen, zo men wil, hiertoe aangezet (ƒ). Ook fcheenen eenige andere Mogendheden te oor- deelen, dat de Staaten zig meest moesten laa- ten gelegen zyn aan het vereffenen der geree- zen' gefchillen (g). Doch fommigen, meer of min gewonnen door Frankryk, verftonden, dat zulks gefchieden moest, volgens den voet, door Vertoog Koning Lodewyk beraamd. Fredrik Willem van van den j^-esf ^ buitengewoone Gezant de.s Keurvorsts Branden- van Brandenburg,leverde, ter algemeene Staats- biirgrchenvergaderinge , in Mooimaand , een Gefchrift Gezant, over, waarin hy de Staaten zogt te beweegen, °m de om zig, tot behoudenis der Vrede, te voegen over te üv ^en K°nillg v^n Deenemarke en den Keur- haaien , vorst, zynen Meester. Hy hieldt hun voor, d»t zyde n dat niemant meer geleeden hadt, bydehaas- afa1 d»6" " tj^e Nieuwmeegfche Vrede , dan de Keur- „ vorst;
(■«■) Holl Merc. vnit tfittï. II. ??, 527.
(ƒ) Negocijt. du Coline fi'Av-Ai'X Tom. I. /».225.
{gj Holl. Merc, yan 1682. W. 104-187.
|
|||||||
LVH.BoEK. HISTORIE. 87
„ vorst; doch dat zyne Doorlngtigheid, des- 168«
„ onaangezien, deeze Vrede, nu ze geflooten-------'
„ was, begeerde te handhaaven. Eene onder- Vrede
„ vinding van byna veertig jaaren hadt hem z°"k™1 „ geleerd , dat 'er, zelfs op den gelukkigen F,anVche „ uitflag van eenen oorlog, gevoerd door ver- voor- „ fcheiden' Bondgenooten , tegen eenen mag- waarden. „ tigen vyand , weinig ftaats te maaken Wäre. „ Ook waren de zaaken , federt het fluiten „ der Vrede , zo zeer veranderd van gedaan- te ; dat het hervatten van den oorlog ge- „ heel ongeraaden fcheen. Toen de Vrede „ geflooten werdt, hadt de Keizer verfcheiden* „ Legers byeen aan den Rynftroom. 't Be- „ ftand met den Turk moest nog zes jaaren „ duuren. Gantsch Duitschland hadtFrankryk „ den oorlog verklaard, en was vereenigd met „ den Keizer. De Keurvorst, zyn Meester, „ hadt Frankryks Noordfche Bondgenooten „ geflaagen , en ftondt zig te vereenigen mee ,; de Deenfche, Lunenburgfche en Munfter- ,i fche troepen, die't overwinnen gewend wa- Ty ren. De flag by Bergen in Henegouwen ,j was voordeelig uitgevallen. Aan denBoven- „ Ryn, ftonden de Franfche zaaken zorgelyk. „ Straatsburg, daar men eenen aanzienlyken „ voorraad hadt können byeen brengen , om „ de wapenen te voeren in de Elzas en in het „ Franche Comté, behoorde nog tot hetDuit- „ fche Ryk. In de vereenigde Gewesten, was „ de eerfte fchrik over: de huizen, landeryen, „ Obligatien en 'Akden waren aan 't ryzen. „ Het Engelfche Hof was, meer dan ooit, ge- „ zind , om zig voor de Bondgenooten en te- 5, gen Frankryk te verklaaren. En in deezen > F 4 „ ftand |
||||
8* VADERLANDSCHE LVJI. Boek.
Uta. „ ftand der zaaken , hadden de Staaten egtcr
„ können goedvinden eene af zonderlyke Vre- „ de te fluiten , opdat, zo zy verklaard had- „ den, hunne ingezetenen, die, door verloop „ van den Koophandel, geduurende den oor- „ log, veel geleeden hadden , wederom een „ weinig op hun verhaal komen mogten. Maar „ tegenwoordig waren 's Keizers oudfteenbes- „ te troepen afgedankt, 't Befland met den „ Turk liep ten einde. De muiters in Hon- „ garye waren nog niet te ondergebragt. De „ Keurvorften neigden tot Vrede, en hadden „ beflooten, op de Franfche voorilagen , in „ onderhandeling te treeden. De andere Vor- „ ften waren nog tot geen befluit gekomen. „ 't Ryksleger was in geringen ftaat, en be- „ ftond meest uit ongeoefend Volk : en 't „ was twyfelagtig , of de Krygsbevelhebbers „ en foldaaten genoeg op elkandereri vertrou- „ wen zouden. Duitschland, door mcnigvul- n dige Winterlegeringen , togten , hertogteri „ en brandfchattingen , afgemat, gevoelde „ nog, zo wel als deeze Staat, de fmertelyke „ naweeën van den jongften oorlog. De vaste „ goederen golden, daar en hier, minder dan „ ten fyde van het fluiten der Vrede. Wat de ,, belastingen in de byzondere Gewesten op- „ bragten, en hoe 't met den Koophandel, de „ ziel van alles, gefield ware, konden hunne „ Hoog-Mogendheden beter weeren dan hy. „ De Koning van Deenemarke, die een talryk „ Leger op de been hadt, verklaarde zig nog- „ tans voor de Vrede. Zo deedt ook de Ko- „ ning van Groot-Britanje. 't Was, derhalve, n ligtelyk te zien, dat 'er nu veel meer gevaar „ fleer"
|
||||
L VII. Boek. HISTORIE. B?
„ fteeken zou, in het wederopvatten der wa-
„ penen, dan 'er gelegen geweest zou zyn in ., het voortzetten van den oorlog, ten tyde „ van het fluiten der Vrede. Hierby kwam nog „ in aanmerking, dat Straatsburg en de ande- „ re bezette Plaatfen moeilyk te herwinnen zou- „ den zyn. Keizer Karel de V. hadt, met een „ geoefend Leger, den Franfchen Mets niet „ können ontweldigen (/$), in eenen tyd, dat „ Frankryk, op verre na, zo magtig niet was, ,, als tegenwoordig. In geval van oorlog, wer- „ den ook de Keurvorften, Vorften en Sten- „ den des Duitfchen Ryks , ter vvederzyde „ van den Rynftroom, door vyanden of vrien- „ den, bedorven. De Koophandel zou ver- „ vallen, of verloopen naar Ge westen, die vre- „ de hielden. Frankryk zou, naar alle waar- „ fchyulykheid, wederom veel voordeels be- „ haaien, om dat men weinig hulp zou können „ bekomen uit Duitschland, daar de Keurvor- „ ften tot vrede neigden, en de Vorften ver- „ deeld waren. En hoe weinig 'er op den by- „ ftand van Spanje te rekenen ware, hadt de „ jongfte oorlog geleerd, 't Krygsvolk te on- „ derhouden, op kosten van de Stenden des „ Duitfchen Ryks, zou veelligt niet ftilzitten- „ de gedoogd worden, en deedt, in allen ge- „ val, geetie afbreuk aan Frankryk. Alle dee- „ ze aanmerkingen haddeij den Keurvorst tot „ vreedzaame gedagten ^ewoogen, en zou- w den, vertrouwde hy3 ook de Staaten doen „ neigen tot vrede , waartoe zy, dit wist hy, „ van zelven gezind waren. Gezindheid tot „ vre-
O) 2>t V. Dal, ih 370.
F5
|
||||
«jo VADERLANDSCHE LVII. Boek,
|
|||||
i6Ra. » vrede voldeedt egter niet. Men moest,
r----- ,, daadelyk, de hand ilaan aan 't bevorderen
„ der Vrede. Want, naardemaal zy, onaan-
„ gezien deeze hunne gezindheid, indien de „ oorlog, in Duitschland en in de Spaanfche „ Nederlanden, ontfteken werdt, noodzaake- „ lyk in denzelven zouden ingewikkeld wor- 5, den, zo behoorden zy,zyns oordeels, mid- „ delen ter hand te flaan, om de Vrede te be- „ waaren, en zig,ten dien einde, voegen met „ zyne Majefteit van Deenemarke en met zy- „ ne Keurvorftelyke Doorlugtigheid, om, ne- „ vens hen, de gefchillen met Frankryk, in- „ der minne, te doen byleggen,; waartoe hy „ hen, ten befluite, op 't ernftigst, verzogt „ en vermaande (/)•" De Kei- j)e Deenfche Gezant, Simon van Petkum, Spatie ondcrfteunde de poogingen van den Keur- treeden Brandenburgfchen ( k ). Beide fcheenen ze te in'tVer- onderftellen, dat de Staaten tot oorlog neig- drag van jen# pjet {]ujt-en der Overeenkomst met Zwee- noot-gC" ^en ^zdt gelegenheid gegeven tot deeze ge- fchap. dagtcn. De Staaten hadden, al vroeg, aange- houden by den Keurvorst van Brandenburg, om in deeze Overeenkomst te treeden. Ook hadden ze 'er andere Duitfche Vorften toe ge- zogt te beweegen. Doch niemant hadt, tot hiertoe, dit Verbond omhelsd, dan Keizer Leopold, in Sprokkelmaand, en Karel de II, Koning van Spanje, in Bloeimaand deezes jaars (/). Dl-Keurvorst van Brandenburg werdt, mid-
CO Zie Hol!. Merc. van >(T8a. U 18S.
Ck) Uoli. Merc. van ifi«2. M. iqS. Cl) l'oiez Uu Mont Cfljps Diplom. Tom. VII. P. II. p> 19, 22. |
|||||
LVIÏ.BoEK. HISTORIE. 91
midierwyl, zo wel als de Koning van Deene- t^%s,
marke, aangezogt, door Frankryk , om zig ------
buiten 't Verbond te houden, en de Vrede te
helpen bewaaren, op den voet, dien Frank- ryk voorgeflaagen hadt. En de Keurvorst neig- de, inderdaad, naar de Franfche zyde. Al- leenlyk verfchilde, naar fommiger verhaal, het Franfche Hof met hem over de onderftand- gelden, die Fredrik Willem vorderde, en Lodewyk de XIV. niet kon goedvinden toe te ftaan: hoewel my, van elders, gebleeken is (mi), dat 'er, op den elfden van Louwmaand des jaars 1681, tusfchen Frankryk en Keur- Brandenburg , reeds een Verdrag getroffen was: welks inhoud egter, voor 't grootfte ge- deelte , geheim gebleeven , immers, niet tot myne kennisfe gekomen is. De Koning van Decnemarke was, over 't punt der onder- flandgelden, ook in verfchil met dien van Frankryk («). En terwyl de twee Mogendhe- den met het Franfche Hof in onderhandeling waren, lieten ze de algemeene Staaten vermaa- nen, om zig met haar te vereenigen, tot be- waaring der Vrede. Men begreep, hier, lig- telyk, dat zulks niet zou können gefchieden, zonder Frankryk te veel in te willigen: waar- om men kleine genegenheid toonde, om in de maatregels van Deenemarke en Keur-Bran- denburg te treeden. Het aarzelen der Staaten werdt, door de twee Mogendheden, immers in fchyn , gehouden voor ongeneidheid tot vrede, waartoe zy hen, derhalve, kragtiglyk, dee-
(m~, Extrait «« Traite de Penzc de Jam: i63i. entre Li
Franr.p & Branüehoura SIS. (//) PuFfENDutF Wil. XVI!I.|§. 74. p. II67.
|
||||
92 VADERLANDSCHE L VII. Boek,
|
|||||
t$8s. deeden vermaanen. Het Vertoog van Van
■------- Diest, welk bondigst fcheen te redekavelen,
werdt, teritond, verfpreid onder 't gemeen;
hoewel de Prins van Oranje dit, zo fommigen fchryven (o), zogt te beletten, dugtende, dat 'er de Landzaaten te fterk door zouden afge- fchrikt worden van den oorlog, dien hy te ge- moet zag, en minder fchuwde dan de Staaten. De Prins Nogtans, verklaarde zyne Hoogheid, ten dee- van O- zen tyde, aan van Diest ,, dat hy niet dan vre- nn]S „ de zogt; dat de Spaanfchen gelyken zin had- den'iCeu"- " ^en' ^oc^ ^at» noc^ ^v noc'a z>" eene vre*
.Uranden- „ de begeerden, die hun gelyk als van eenen burg- „ overwinnaar zou opgedrongen worden. Dat
fchenGe- w thans de groote vraag was, of de nood elk hy^oc" 55 dronge, om zig den wil van Frankryk te on- vrede „ derwerpen, zonder tegenfpraak. Dat men neigt, en „ nooit gehoord hadt van zulk eene Vrede , op wat w ais de Nieuwmeegfehe geweest was. En dat, „ zo de Keurvorst zig de zaak aantrekken wil- „ de, men nu eene beflendige Vrede, op „ billyke voorwaarden, zou können verkry- „ gen (/O«" De Staaten, midlerwyl, geraad- pleegd hebbende op den voorflag van Van Ant" , Diest, antwoordden hem „ dat zy nooit ge- der°Staa- " ^S1 hadden, dat men noodig zou hebben ten. op „ geoordeeld, hen tot vreedzaame gedagten het Ver- „ te vermaanen. Dat zy nogtans het oogmerk toog van ^ van zvne Keurvoffielyke Doorlugtigheid , l(^dg^" „ om de Vrede in Europa te bewaaren, hoog- burzr ,, lyk pryzen moeften : zig verzekerd houden- fciieu „ de, dat hy 'er zelf veel toe bybrengen kon. Gezant. ?> Dat
("O PtJFFENRflBF I.iir. XVIH. §. 73, *, IIÓ5.
(p ) Pupfrnwokf ui/i /ïifra:
|
|||||
LVILBoEic. HISTORIE.
|
|||||
„ Dat zy, in 't byzonder, gaarne zouden heb-
„ ben gezien , dat hy zig begeven hadt in 't „ Verbond, tusfchen Zweeden en hen opge- „ regt, zonder eenig oogmerk, om iemants „ byzonder belang, door Onderflandgelden of „ Belastingen, te bevorderen, en zonder ie- „ mant ter weereld te beledigen, of in 't on- „ gelyk te ftellen: ook zonder voorneemen „ van ooit tot daadelykheden te komen, dan „ na dat men eerst den weg van minnelyke „ onderhandeling zou ingeflaagen zyn. Doch „ dat zy zo ongelukkig waren geweest, van „ zyne Keurvorftelyke Doorlugtigheid niet te „ hebben können beweegen, tot het aannee- „ men van zulk eene Christelyke en onnoze- „ Ie Verbindtenisfe. Dat zy niet willen door- „ dringen tot de geheime oorzaaken van deeze „ weigeringe, en van het aangaan van andere „ Verbindtenisfen; doch dat zy vertrouwden, „ dat zyne Keurvorftelyke Doorlugtigheid, „ die zo veel belang hadt als iemant, by de „ behoudenis der ruste in Europa, zyne maat- „ regels, hoedanig dezehen ook aan anderen „ voorkomen mogtcn , met veel voorzigtigheid, „ genomen zou hebben. Dat het, wyders,on- „ noodig was, dat men hun herinnerde de „ rampen , in weikan de jongfte oorlog hen j, geftort hadt. Zy zouden ze nog veele jaa- „ ren gevoelen: doch zy hadden tevens „ vertrouwd, dat de naauwkeurige kennis , „ welke zyne Keurvorftelyke Doorlugtigheid „ daarvan genomen hadt, mögt geftrekt heb- „ ben tot een bewys, dat hunne onmagt oor- „ zaak geweest was, dat zy niet langer had- tt den können voldoen de «naart onderpand- |
|||||
94 VADERLANDSCHE LVIL Boek.
1682. „ gelden, welken men hun afgevergdhddt, en
------„ verder dagt te doen opbrengen. Dat zy, in
„ alle hunne ongelukken, God nog danken
„ konden, dat zulken, die meest by de Vre- . „ de verlooren hadden, en, veelligt, uit de ,j gemaakte Verdragen, fterkst hadden kon- „ nenfpreeken, van hunne opregte inzigten „ overtuigd geweest waren, en hun de min- „ fte verwytingen gedaan hadden. Hoog ftel- „ den zy ook de veeljaarige ondervinding van „ zyne Keurvorftelyke Doorlugtigheid, die „ hem geleerd hadt, dat Bondgenootfchappen „ van weinig vermogen waren, tegen eenen „ magtigen en ontzaglyken vya"d; doch zy „ wisten niet, dat iemant nog verklaard hadt, „ dat hy zig, door zyne mngt en aanzien, „ meester wilde maaken van 't gene hy oor- „ deelde hem toe te komen. Veeleer ver- „ trouwden zy, uit de herhaalde verklaarin- 9 gen van den Keizer, van Spanje, en van „ Frankryk zelf, dat men de gefchillen , in „ der minne, zou können byleggen. Voorts, „ wisten zy niet, wat zyne Keurvorftelyke „ Doorlugtigheid meende, als hy hun deedt „ verklaaren, dat men niet flegts eene fterke „ genegenheid, maar daadeïyke dienften |by- „ brengen móest, tot behoudenis der Vrede. „ Want dit kon niet betekenen, dat men de „ twistende Mogendheden, met de wapenen, „ tot vrede dwingen, of haar, des noods, de „ beloofde hulp weigeren moest. Zy zouden „ zig niet inlaaten, om uitfpraak te doen 0- „ ver de zweevende gefchillen tusfchen Frank- „ ryk en Spanje, verzekerd, dat zyne Ma-» „ jefteit van Groot-Britanje al zyn vermogen „ ia
|
||||
LVII. Boek. HISTORIE. 95
ti in 't werk {tellen zou, om ze;, op eene rede- igjfo;
j, lyke wyze, af te doen. Zyne Keurvorfte- „ lyke Doorlugtigheid zou, vertrouwenden ze, ,, hiertoe ook wel willen arbeiden. Omtrent 5, den twist aisfchen het Duitfche Ryk en , Frankryk, wisten zy niet, wat men van hun
, begeerde; doch wilden gaarne partyen ver-
, maanen tot vrede. Dat zy zig zelven voor
de eene of de andere party verklaaren zou- i, den, gelyk de Keurvorst hun fcheen te raa- f den, hielden zy ondienftig, alzozy, daar- 5!> door, hunne■ vermaaningen, terftond, ver- dagt maakeri zouden. Doch dewyl Frank- „ ryk, ongetwyfeld, uit de verklaaring van 5, den Keurvorst, groot vertrouwen op hem zou , hebben opgevat, en zig zeer genegen be-
w tuigde te zyn, tot de behoudenis der alge- , meene Vrede, zo hoopten ze, dat de Keur-
„ vorst den Koning, in zulke gevoelens, be- „ vestigen zou. Zy wilden, van hunnen kant, ,, zulk een heilzaam oogmerk begunftigen. , Zy hadden 't, tot hiertoe, gedaan: of zo
5, zy, buiten hun weeten, hieromtrent, in 't ., een of 't ander opzigt, te kort gefchooten , waren, zou 't hun zeer aangenaam zyn, des-
^ wege, in 't vertrouwen, onderrigt te wor- , den, door zyne Keurvorftelyke Doorlug-
,, tigheid, wien zy, daarna, ook hunne ge* „ dagten, in alle opregtheid, zouden mede- „ deelen (>)." Op het Vertoog van den Ge- zant van Deenemarke , vind ik niet, dat ee- nig byzonder antwoord gekomen is. Maar fommigen hebben aangetekend, dat het ant- woord f CO Refol. Cencr. Fentr- 17 Julj 168a,
|
||||
96 VADERLANDSCHE LVIL Boek:
|
|||||||||
woord, aan van Diest gegeven, kwalyk fmaak-
te aan 't Hof van Berlyn, alzo het eenige ftee- kelagtige uitdrukkingen vervatte , en eenige punten, welken men daar voor valsch en kwa- lyk te pas gebragt aanzag (j). Waarfchynlyk is't, dat men zig, onder anderen, geftooten hebbe aan de plaatfen, welken wy, meteene byzondere letter, hebben doen drukken. De Staaten van Holland, federt, in aanmer-
king neemende , dat verfcheiden' nabuurige Mogendheden zig fterk begonden te wapenen , en dat de onderhandelingen over een verge- lyk , tot hiertoe, van kleine vrugt geweest waren, oordeelden, dat men den Koning van Groot - Britanje moest zoeken te beweegen, om, crnfliger dan hy tot hiertoe gedaan hadt, te arbeiden aan het byleggen der gefchillen, en om, vooreerst, te wege te brengen, dat 'er eene Plaats benoemd werdt, tot de han- delinge. De algemeene Staaten beilooten dan, op den voorflag van Holland, van Citters en van Beuningen, hunnen Gezanten in Engeland, te belasten, dat zy, hiertoe, ernftige Vertoo- gen deeden by den Koning (V). Ondertusfchen, draalden de Spaanfchen nog met hun befluit, om de punten in gefchil aan de uitfpraak des Konings van Groot-Britanje te verblyven. De Franfchen, om hen hiertoe te dringen, ver- klaarden , in Wynmaand, dat zy zig niet lan- ger aan hun woord verbonden zouden reke- nen, dan tot het einde van Slagtmaand. De Koning van Spanje beiloot dan, den voorilag van
(*} PriFrENDORF Lltr. XVIU. §. 7%. p. I1G7,
V) Ilefol. Gen«, ftittr, 4 Stft, !$$& t |
|||||||||
'1662.
|
|||||||||
XXIII.
De Staa- ten zoe- ken den Koning van Groot. Britanje te be- vroegen om eene handcl- plaats te benoe- men tot het af- doen van alle de gefchil- len. |
|||||||||
LVII.Boek. HISTORIE. 97'
van Prankryk te omhelzen, mids de zaaken 1681*
des Keizers en zyner andere Bondgenooten ,-------
te gelyk met de zynen, werden afgedaan. De
Keizer was 't hierin met hem eens. Doch aan Doch het 't Engelfche Hof maakte men groote zwaaiïg- Engel- heid , om op deezen voet uitfpraak te doen. fche Hof Ook verllondt men, daar, dat Frankryk hier- ™™Tm toe niet te beweegen zou zyn. De Staaten zwaarig- fchreeven brief' op brief naar Engeland , met heid. last aan hunne Gezanten , om den Koning , door kragt van redenen, over te haaien tot het benoemen eener Handelplaatfe, en tot het aan- vangen der onderhandelingen : en zy gaven, eindelyk , te verilaan, dat de Keizer, Spanje* en de Duitfche Vorften niet ongenegen zou- den zyn , om te Frankfort byeen te komen, waartegen zy niet konden zien , dat Frankryk iets zou können inbrengen, zo Koning Lo- dewyk , gelyk hy , by aanhouding , verklaa- de , genegen was, een fpoedig einde van zaa- ken te hebben («). Doch. Karel de II. bleef by de verklaaring , dat Frankryk hiertoe niet zou te beweegen zyu. De Staaten , hieruit, He Stau- en uit de brieven van den Heere van Beunift- ten P°l" gen , gefterkt in de gedagten , dat het Engel- ^1^. fche Hof geheel in de belangen van Frankryk was , vonden dienftig den Koning af te vraa- gen, of men zig, in geval van oorlog, weder - zyds, niet zou können verlaaten op de ge- flooten' Verbonden. Doch deeze vraag werdt kwaalyk genomen, in Engeland. Men viel daar zelfs in 't vermoeden , dat men, van hier, de oneenigheid voedde, die tusfchen den Koning en
C») Rcfol. Gener. Jovis 8 Oa. Juyh 29 QZ. 1683.
XV. Dekl. G
|
||||
93 VADERLANDSCHE LVILBoe«
|
|||||||
i6T,2. en 't volk ontdaan was , waaraan de Staaten
egter betuigden geheel onfchuldig te zyn. De |
|||||||
Hy gelaat Koning was, of lcheen zo veritoord , over de
zig op vraag der Staaten, dat hy ze, zo hy voorgaf„ hei ver- geen antwoord waardig rekende, Hy bleef ftoord te gv zvn gevoeien} jat de gelchillen tusfchen Frankryk en Spanje alleen aan zyne uitfpraak verbleeven moesten worden , en dat 'er geene Handeiplaats toe vereischt werdt: en hy ver- maande de Staaten , om , zo zy de Vrede lief hadden, Spanje hierin te doen bewilligen (y.). Doch de Staaten , oordeelende , dat men , Frankryk en Spanje bevredigd hebbende, 't werk flegts ten halve zou hebben afgedaan , lieten niet na, op eene algemeene onderhande- ld hau- jmg tc dringen (w). De tyd, door Frankryk o/eH) beflemd, verliep, derhalve, zonder dat men, afdoen over de wyze van hst afdoen der gefchillen , der ge- eens worden kon ; en de handeling hierover, fchiüen die, het gantfche jaar, aan verfcheiden' Ho- nietT 'e ven> vee* uevveeging gemaakt hadt, liep vrug- teloos te niet (x).
XXIV. Doch terwyl zy duurde , arbeidde het Fran- 0 Avraux fche Muf, om verfcheiden' Mogendheden op Fageien zYne zy^e te winnen. D'Avaux kreeg zelfs, den 1'rins naar fommiger verhaal, fchoon ik niet gevon- yanüran- den heb, dat hy'er,in zyne uitgegeven * Hart- *e.te delingen , melding van maakt, bevel, om den W*'jvw Raadpeniionaris Fagel twee millioenen te be- tiations. looven , zo hy den Prins van Oranje overhaa- len kon , om in de maatregels van Frankryk tc
(y) Uit veifciieiden' MisOven van äe Heeren van CiTTERS
en van li'UNiNOKN /1/.V5. (_w) Rel»!. Gencr. blartls 22 Dscemb. i68ï. (*) Huil. Mire. yen IfiSi. £.'. IÜ4-227. |
|||||||
HISTORIE.
|
|||||||||
LVII.Boek.
|
|||||||||
99
|
|||||||||
te treeden. Hiertoe moest hy den Prinlè, on- l6g3,
der anderen , voorllaan , dat de Koning hem_____
den titei van Graave van Holland zou doen
opdraagen, hem, daarbenevens, verklaarende tot Generalkfimus of Opper - Veldheer over de Franfche Legerinagt, met byvoeging van ver- scheiden' millioenen in geld. Doch Fagel zou, Vergeefs» op deezen voorllag, geantwoord hebben „ dat „ de Staaten , welken hy diende , magtig en „ edelmoedig genoeg waren , om den arbeid, 5, dien hy , in 't waarneemen van zyn ampt, ., te koste leide , te vergelden. Dat ook de 3, trouw , welke hy Gode en den Vaderlands <,, gezwooren hadt, niet geheugde , dat hy 3, zulke voorflagen doen zou aan eenen edel- D, aartigen en grootmoedigen Prins , die , niet s, minder dan zyne Voorouders, roem zogt uit „ deugd, geenszins uit fchatren en waardig- „ heden (y)." De Franfchen dan, geene Men kans ziende , om den Prins van Oranje , door dreigt, beloften van voordeel, te winnen , beftonden i".Fra!]'t! hem, in zyn Prinsdom Oranje , te kwellen, p^jpj^ De Koning , voorwendende, dat men de Stad oranje zogt te verfterken, zondt eenig Krygsvolk der- vérheürd waards , welk 'er veel moedwils bedreef (z). 'f ™l!cit Zelfs werden de muuren en poorten der Stad, ^ " die, onlangs, op 'sPrinfen last, verbeterd ge- worden waren , omverre geworpen en gefügt ( a ). Willem van Wasfenaar, Heer van Sterren- berg , der Staaten Ambaslädeur in Frankryk * klaag-
fy~) Ptipp^NDonii TJbr. XVfH. §• 73. p. 11(17.
f ?.y M'slive van den Ambnsf. van CiTTiUS van X A'/g.
l&it, RIS. («) Refol. Holt. af> Sept: % Ott. lf<"i. hl 605, 6?i. No-
tu'. Zeel. T7 Sept. 1582- il. 173. fel« ausfi Nejodat. in Cuiiue d'Avaux Turn \. f. 24°- G 2
|
|||||||||
löo VADERLANDSCHE LVII.Boék.
|
|||||
ï<582. klaagde hierover, vergeefs, aan den Koning (£).
. , .... Men liet zig zelfs aau 't Hof verluiden, dat de Hertog van Longueville, eerlang, zyn regt op dit Prinsdom , met nieuwe bewyzen , fterken zou. Üok gaf men den Keurvorst van Bran- denburg te verltaan, dat zyne Majefteit, zo de Prins van zyn regt op Oranje vervallen verklaard werdt, ligtelyk zou können bewoogen wor- den , om hem met dit Prinsdom te beleenen. En hoewel de Keurvorst zulke voorilagen , zo Puffen dor f fchryft, geen aanhoorens- waardig rekende (c); men ziet'er ten minilcn uit, dat het Franfche Hof geene middelen on- beproefd liet, om aanhang te winnen. Maar veelligt is zelfs , in dit geval, op Puffendorfs fchryven , den grootften Haat niet te maaken. Immers, by 't zevende punt van 't Verdrag van den jaare 1681, waarvan wy boven (d) ge- waagden , hadt Koning Lodewyk reeds beloofd, dat hy* voor't regt der Keurprinfen op Oranje zorgen zou , in geval de Prins, zonder kinde- , Ge- ren' overleedt. 't Leedt, ondertusfchen niet fchiedc. lang, of Oranje werdt, ten behoeve des IIer- togs van Longueville, verbeurd verklaard (g): 't welk den Prins zeer verbitterde tegen het Franfche Hof. Verbond Ook bereikten de Franfchen , omtrent den tusfehen j£oning van Deenemarke , den Keurvorst van marke", Brandenburg en den Bisf'chop van Munfter, Keur-' hun oogmerk in zo verre , dat deeze drie Mo- Branden« gendheden, in Herfstmaand, een verdedigend burg en ° Vcr- (bf) Holl. Marc, va« iGR*. il. 531-23«.
(cj PuFFENnoRF Libr. XVJIi. §, 73. p, 1KT7.
(rf) llladz. 92.
(«j Fufïsndi>e.f Lil/r, XVIU. §, 107. f. nj>3, 1194.
|
|||||
LVII. Boek. HISTORIE. ioi
Verbond flooten, voor den tyd van drie jaa- i<sG*
ren, waarby, onder anderen, bedongenwerdt, ■ „ dat men de Vrede zou zoeken te bevorde- „ ren, tusfchen den Keizer, hetDuitfcheRyk „ en Frankryk, op de voorwaarden, door Frank- „ ryk voorgeüaagen, en dat men Itil zitten „ zou, zo deeze of gene Ryksvorst Frankryk „ den oorlog aandeedt; doch zo 't Ryk, een- ,, paariglyk, befloot, Frankryk te beoorloogen, „ zou men den Ryke meer niet dan het ge- „ woonlyk getal van manfchap leveren (ƒ)." Welk Verbond zo voordeelig was voor Frank- ryk , als men 't van Ryksvorften, die zyne zy- de nog niet openlyk gekooren hadden, zou hebben können verwagten. De Staaten, uit het gantfche beloop derzaa- xxv.
ken deezes tyds, dugtende, datzy, veelligt, Aanbouw haast wederom ingewikkeld zouden worden in vau 0ow eenen bloedigen oorlog, beflooten, na dat 'er, pe„s^ej' reeds lang te vooren , over geraadpleegd was te Lande, (' g) , in den Zomer deezes jaars , tot meerder verzekering der Scheepvaart en Visfcherye, zesendertig Oorlogsfchepen aan te bouwen ; waaronder 'er tien zyn zouden van tagtig ftuk- f ten gefchuts ieder. Zy moesten allen, in twee jaaren tyds, voltrokken zyn (A). Doch 't liep nog vier jaaren langer aan, eer zy den Staaten en den Prinfe van Oranje , in eene der gewig- tigfte onderneemingen, te pasfe kwamen. De Colom'e of Volkplanting van Suriname, Surin«»«
die , tot hiertoe , onder 't bewind der Staaten J^" van geDt«s.
(f) Foicz'Tiv Mont Corps Diplom. Tom. VJI. P, II #. 36.
($) Reinl. Holi. 25 Maart i68t U. 103. lAj Hüll. Mete, vm lóba, tl. »4y.' |
|||||
G3
|
|||||
loa VADERLANDSCHE LVÏLBoek,
i68a. van Zeeland, gedaan hadt, werdt, in Herfst-?
j------maand deezes jaars , onder zekere voorwaar-
den (;') , die, in een Oktroi der algemeene Staaten, bekragtigd werden, opgedraagen aan de Westindifche Maatfchappye deezer Lan- den. By dit Oktroi , werden , aan de opge- zetenen deezer Volkplantinge , voor den tyd van tien jaaren, vryheid van alle Lasten en ver- fcheiden' andere voordeelen toegcftaan. Ook werdt 'er de Regeering der Volkplantinge in geregeld (£). De Maatfchappy betaalde den Staaten van Zeeland , voor derzelver regt op Suriname , tweehonderd en zestigduizend gul? ■ dens; doch zy deedt, in't volgende jaar, twee derde deeien in de Volkplanting , tot gelyken prys, naar gelang, over, een derde aan de Stad Anifterdam , en het andere derde aan Korne- lis van Aarfens, Heere van Sommelsdyk (/)• Sedert, zyn de Stad Amfterdam , de Westiin difche Maatiehappy en de erfgenaamen van den Heere van Sommelsdyk Heeren van Su- riname , onder de oppermagt der algemeene Staaten (m). De Heer Kornelis van Aarfens van Sommelsdyk was niet alleen voor een der- de eigenaar der Volkplantinge : maar werdt ook, in deezcn zelfden jaare 1683 , door de algemeene Staaten , tot Gouverneur over de- zelve , aangefteld. In 't volgende jaar , vie- len 'er eenige klagten over zyne beftieringe aan
<"/) Tfefnl. Mnll,• i+flfcy, 10 Jum', f Jnly-tMt. it. Jij ,2f>ä,
3«8. NüiuI Zeel. 30 Jiily if'82 il. iiy, 149. 20 I't'ru 16Ü3. lil. roy, 1 • f , 1B9. (i) Zie GfOotrPlakMtb. III. Deel hl usj.
(/•) Coitilit. msli.li. de drie Leucn uer Socict. vap Surinams
\jn) Rclol. Üoll. 20 Noy. j6i>6. Wr 6s> -
|
||||
LVII.ßoEic. HISTORIE. 103
|
|||||
aan de algemeene Staaten («): van welken wy 1682.
de gegrondheid of ongegrondheid niet , naar ------■
behooren , hebben können ontdekken. Doch
in Hooimaand des jaars 1688 , ontftondt 'er eene gevaarlyke muitery onder 't Krygsvolk, in Suriname , ter gelegenheid, dat men, by gebrek van toevoer uit het Vaderland, het rantlben hadt moeten verminderen. De fol- De He^r daaten, hierover, in merkelyken getale, klag- va" Som. tig gevallen zynde by den Gouverneur, en, Q^g,..' door hem , met flagen , zynde afgeweezen , neur van liepen om geweer, vielen aan op den Heere Surina- van Sommelsdyk, en beroofden hem, jammer- rae» lyk, van 't leeven. De Overfte Verboom, den *e°rriyk Gouverneur zoekende te ontzetten, kreeg eene ver- wonde in den buik, waaraan hy, na negen da- moord, gen, insgelyks, overleedt. De muiters maak- ten zig meester van de Sterkte en van twee fchepen, met welken zy zogten te ontvlugten. Doch de Raad van Regeeringe , de opgeze- tenen der Volkplantinge in de wapenen ge- bragt hebbende, overweldigde de weêrfpanne- lingen, van welken, federt, elf met den dood getiraft werden (0). De algemeene Staaten ftelden , na den Heer van Sommelsdyk , Joan van Scherpenhuizen aan, tot Gouverneur van Suriname (p). Op den zesentwintigften van Louwmaand XXVL
deezes jaars 1682, ftak 'er zulk een felle ftorm Zwaare op uit den Noord-noord-westen« dat het wa- ^X^ ter, aan veele oorden , over de dyken liep : water- el- vloed, («) Rer°'- Genet. i0 OHoi. 1684. Refol. IIoll. 3 /fug.
l6%6. II. o8i. 1 £0) Holl. M.-K' van ifif'.g. */. 15t.
ifj ^(Vxynelnfttuit, inVGioot-Plsksiiitt». IV.DceLbl l«3f. GA
|
|||||
104 VADERLANDSCHE LVILBoee,'
i<$8». elders, door de dyken drong, en een geweldig
------- verlies van menfchen en vee veroorzaakte. De
meeste Zeeuwlche Eilanden vloeiden onder. In
Holland werdt de grootfte fchade te Rotterdam geleeden. Vlaanderen was, voor een gedeelte, onder geloopen, door 't bezwyken van verfchci- den' dyken. Onder anderen , was de Tragel* een dyk by Sas van Gend, doorgebroken; over 't hermaaken van welken, geichil ontftondttus- fchen de Staaten der Vereenigde Gewesten en de Stad Gend, welk, niet dan met moeite, be- ilegt werdt (#). XXVII. De oude oneenigheden in Oostfriesland, die Staat van zo dikwils door de Staaten waren bygelegd, wa- hndtftieS'ren' ftdert eenigentyd, van gevaarlyker natuur geworden , voor deeze Landen , waarom wy niet voorby können, eer wy dit Boek befluiten, hier, een beknopt berigt van den tegenwoordi- gen ftaat derzelven in te voegen. Sedert dat de Vorftin-Regente van Oost-
friesland zig van Munfterfch Krygsvolk hadt begonnen te bedienen, omdefchattingen, wel- ken zy over het Landfchap uicfchreef, met ge- weld te heften (r) , was het den algemeenen Staaten niet mogelyk geweest, de Stad Emb- den en de Stenden des Lands, tegen haar , te befchermen, naar behooren. Deezen hadden, hierop, heul gezogt by den Keurvorst van Brandenburg , die , zeker regt hebbende op Oostfriesland , de Stenden gunftiglyk hoorde, en byftand beloofde. De Vorftin werdt hier- door aangezet, om zig , meer dan voorheen, te
(q ) Z\e Holl- Meic- vim lOZa. II. i - is.
(r) ZitXV. TJeel, W- *&• |
||||
HISTORIE. ic5
|
||||||||
LVII.Boek.
|
||||||||
te houden aan de Staaten der Vereenigde Gewes- ic8t;
ten, die ongaarne zagen, dat de Keurvorst voet ------rJ
zogt te krygen in Oostfriesland; en hierom hun
best deeden, om de gefchillen tusfchen de Vor- ftinne en de Stenden te vereffenen. In den aan- vang des voorleeden jaars lótti, waren 'er we- derom Afgevaardigden van de eene en de ande- re partye gekomen in den Haage, en 't fcheen, dat men nu den Staaten gelegenheid geeven wil- de, om de hangende gefchillen, in der minne, af te doen. Doch de Keizerfche, Brandenburg- Verfehei$ fche, Lunenburgfche en andere Gezanten fta- den.T . ken zig in den twist,dryvende,dat dezelve tot vèrften de Keizerlyke Vierfchaar behoorde, en nergens beletten anders moest afgedaan worden (*). De Staa- de spä- ten beweerden, daarentegen „ dat zy, federt tetlf?. j • • • t uefchil-
„ meer dan negentig jaaren, in de gewoonte ? „ aI_
„ geweest waren, om de Oostfriefche gefchil- daar af „ len te beilegten: en dat zy zig hiervan niet te doen., „ gaarne zouden laaten ontzetten. Zy wilden „ zig, nogtans, niet fleeken in alle de gefchil- „ len, die tusfchen de Vorftinne en de Stenden „ zouden können ontftaan; maar alleenlyk, in „ zulken, die, by verfcheiden' overeenkomften, „ door partyen, aan hun verbleeven waren. ,, De overigen zouden zy gaarne laaten aan de „ Keizerlyke uitfpraak." Doch de Duitfche Vorften lieten zig niet genoegen met dit ant- woord (7). De Staaten deeden, nogtans, een Verdrag ontwerpen; doch zy konden 'er par- tyen niet in doen bewilligen («). Midlerwyl, hielde
(>) Zh HoII. Merc. van 1681. II. iio.
(t, PüFFF.MiDUF l.ir. XVilI. *i- Ji- />. 1134.
(k) Moli. M*rc. yan j68i, H. ïic-iia.
|
||||||||
G 5
|
||||||||
io6 VADERLANDSCHE LVII. Boek.
i6Sa, hieldt men, met naame van den kant der Vor-
------- itinne , by de Staaten aan, om eene nadere
uitfpraak, inzonderheid over drie punten, het
zegel, het verfchuiven der Landdagen, en het bewind der gemeene middelen betreffende ; doch de Stenden toonden kleinen zin, om zig aan eene eindelyke uitfpraak te onderwerpen, waartoe de VoriHn, in de tegenwoordige oni- Zy «toen ftandigheden, zeer geneigd zou hebben. Ook den "uit kwamen 'er de Staaten toe , in Lentemaand fpraak deezes jaars 1682, verklaarende „ dat de Sten- over: die „ den zig van 't gebruik van 't zegel, onlangs, "T'd2" " ^00r verworven , onthouden , en de wordt. » ouc*e gewoonte, in 't jaar 1618 bevestigd,
„ volgen zouden; dat zy den Landdag niet „ verfchuiven mogten, zonder bewilliging van ,, den Landheer, en eindelyk, dat de Amp- „ tenaar, door den Landheere gefield in 't „ Kollegie der Beftierderen van 's Lands ge- ?, meene middelen, aldaar geene ftem hebben „ zou , noch zig met de behandeling van 's „ Lands penningen moeijen (v)." Het Kei- zerlyk Hof verzette zig nogtans tegen deeze uitfpraak, begeerende dat de zyne alleen golde De Keur- in Oostfriesland. De Keurvorst van Branden- vorst van burg, aangefleld door den Keizer, om de Oost- wden* friefche gefchülen, uit zynen naam, af te doen, werptbe- wierp3 einde!yk, om hiertoe te beter in ftaaï zetting in te zyna met bewilliging der Stenden, in Siagt- Grietzyl. maand, drie- of vierhonderd man in Grietzyl, zig, deswege, verontfchuldigende, in den Haa- ge, en beweerende „ dat zulks alieenlyk ge- „ fchiedde, ingevolge van den Keizerlyken hst, „ waar-
(y) Reful. Gener. Joris a<$ tlatrt 1682,
|
||||||
LVILBoek. HISTORIE. 107
„, waarby hem, zyne Vorftelyke Genade van 1681.
„ Munfter , en zyne Doorlugtigheid Palts- -----»
„ Nieuwburg de befcherming des Landichaps
„ aanbevolen was." Hy voegde 'er by „ dat „ hy, federt eenigen tyd, Gemagtigden naar „ üostfriesland gezonden hadt, om de Vor- „ ftin, ware 't niogelyk, te bevredigen met „ de Stenden (w)-" ^e Staaten der Ver- De Sm». eenigde Gewesten, ongaarne ziende, dat Keur- onfchry, Brandenburg zig zo diep ftak in de Oostfrie- ??"*J* fche zaaken, fchreeven hem „ dat zy vertrouw- 3, den, dat de Keizer hen niet zou willen ftoo- „ ren, in het bezit van het regt, welk hun, 9, by verfcheiden' oude overeenkomften, af> „ geftaan was, en uit hoofde van welk, zy „ beflooten hadden, uitlpraak te doen over de „ Oostfriefche gelchülen." De Keurvorst ***«"*• toonde zig verwonderd, over het fchryven der woor Staaten. Hydeedthun, onder anderen, zeg- gen „ dat zy zig van uitdrukkingen bediend „ haüden, die noch de Keizer noch eenige an- „ dere Vorst immer tegen hem hadt durven ,^ gebruiken 3 en waarop hy niet ftilftaan zou, 9, om in geenen woordenftryd te vervallen. „ Voorts, wist hy niet, welke overeenkom- ^ ften de Staaten gemaakt hadden, met de „ Stenden van üostfriesland. Maar 't was hem 9, bekend, dat dit Landfchap onder 't Keizer- „ ryk en tot den Westfaalfchen Kreits behoorr . „ de, waarom hy en de overige Bef Herders ,, van deezen Kreits niet konden verzuimen, „ aldaar , 's Keizers bevelen ter uitvoeringe 9, te brengen. Zo, eindelyk, de Staaten voort- » gin-
O) Hüll. Msrc. i'.'-i i6?2. U, 559-248.
|
||||
xo3 VADERLANDSCHE LVII.Boek.:
|
||||||
1^2, „ gingen, met zig te fteeken in de Ryks- en
■------„ Kreits-zaaken; zouden hy en de andere Be-
„ ftierders niet können nalaaten , tot hand-
„ haavinge van hun regt, meerder Krygsvolk „ te zenden naar Oostfriesland: 't welk zy eg- „ ter, voor als nog, niet voorhadden." Zo fcherp een antwoord fcheen de gemoeden van den Keurvorst en de Staaten, die, wegens 't ftuk der Vredehandelinge, reeds oneenig wa- ren, verder te zullen verwyderen van elkan- Argwaan deren. Ook fchryven fommigen, dat de Prins op den van Oranje den twist ftookte. Men fcherpte Voer"jj" zelfs den Amfterdammeren in, dat de Keur- vorst, uit Grietzyl, de fcheepvaart over de Wadden zou können belemmeren. Doch hier- voor toonde men geene vrees altoos in den Haage. De Keizer, ondertusfchen, zelf be- dugt, dat de Keurvorst voorhadt, zig eenig ongewoon gezag aan te maatigen in Oostfries- Pe Kei- janc}? fchreef hem „ dat hy zyne Medebeftier- maantr" s» ders van den Westfaalfchen Kreits, en voor- Lem, te „ al de Keizerlyke Majefteit behoorde gekend vergeefs, M te hebben, eer hy zyne troepen in Oostfries- ligte^der " *anc* §eworPen hadt; hem voorts vermaa- bezeuin- »♦ nende, dezelven te rug te ontbieden." Doch geuit de Keurvorst, beweerende, dat zyn Krygs- Grietzyi. volk alleenlyk ftrekte, tot bewaaring van de agtbaarheid des Keizers, en dat het Oostfries- land verlaaten zou, zo dra de Stenden buiten vreeze en overlast gefield waren, liet het te Grietzyl blyven (V),enbragt, hierdoor,tewe- ge, dat de uitfpraak der Staaten, die de Sten- dea
|
||||||
(x) PuFfïNpORP Libr, XVUl. .5 ji. p. n$s.
|
||||||
LVÏÏ.BoEK. HISTORIE. 10$
|
|||||||
den hielden hun te zeer tegen te zyn , niet 1682.'
werdt aangenomen. |
|||||||
De Keizerlyke Refident Kramprigt, midier- Hy doe£
wyl, nieuwen last gekreegen hebbende , om de Siaa- de Staaten te vermaanen, dat zy zig met de tea waar- Oostfriefche zaaken niet moeijen zouden, Ie- fchuwen, verden hun, ten deezen einde, op den zeven- bultend« den van Louwmaand des jaars 1683 , eenen Oostfrie- Keizerlyken brief'over : hun, daarbenevens, fche ga. verwonende „ Dat Oostfriesland, van ouds, £clllllen „ onder 't Ryk behoord hadt; doch dat fom- hcuden* „ migen, federt eenige jaaren, hadden begon- l6^s' „ nen te gelooven, dat de Vorften en Stenden J „ van dit Landfchap afhangkelyk geworden
„ waren van den Staat der Vereenigde Ncder- „ landen. Dat men dit vermoeden vestigde „ 1. Op de gemaakte Overeenkomften. 2. Op „ de bezetting , welke de Staaten in Emb- „ den en Lieroord gelegd hadden, en 3. Op „ het voeden of beilegten der Oostfriefche „ gefchillen , door de Staaten. Doch alle „ deeze grondflagen waren te zwak , om zulk „ een vermoeden te onderfteunen. Oostfries- „ land hadt zig den Ryke nooit können of wil- „ len onttrekken. En of fchoon de Vorften en „ Stenden zig, tot beflisfing der onderlinge „ gefchillen , in tyden van oorlog, fomtyds, „ vervoegd hadden aan hunne nabuuren , de „ Staaten ; zy hadden, hiermede , het Regt „ des Ryks noch können noch willen verkor- „ ten, veel min zig den Staaten onderwerpen. „ Zulks bleek , uit het Verdrag van Delfzyl „ van den jaare 1595 , waarin de Staaten ver- „ klaarden, allecnlyk, als vrienden en nabuu- „ ren , gekomen te zyn , ora de eenigheid te |
|||||||
I ro VADERLANDSCHÉ LVII. Boex ;
1683. „ bevorderen , zonder eenig nadeel te willen
—— „ toebrengen aan de voorregten des Keizer- „ ryks. Al wat hiertegen , ledert, gedaan „ was , hadt men aan te zien als misbruiken , 5, die, door heimelyke treeken, en door vreeze „ voor de bezetting en in Embden en Lieroord, ,, onderfteund geworden waren. De Keizer ., was , hierom , eindelyk , genoodzaakt ge- „ weest, tot handhaavinge van het regt des „ Ryks , den Vorlten van den Westfaalfchen ,, Kreits te belasten , zorg te draagen voor de „ befcherminge van Oostfriesland* Hy hadt, „ op 't einde des jaars 1601, de Staaten ver- „ zogt, dat zy de Oostfriefche zaaken , mid- „ lei wyl, laaten wilden in den ftaat, waarin „ zy toen waren. Doch dit-verzoek was van „ de hand gewcezen. De Stenden van Oost- „ friesland en de Stad Embden in 't byzon- „ der waren gedreigd, door de Staaten; waar« „ op het bezetten van Grietzyl, door ótn „ Keurvorst van Brandenburg , gevolgd was, „ Doch de Keizer hadt deezen ledert veu- „ maand, om zyne troepen t'huis te ontbie- „ den. Én-gelykhy, geenszins, voorhadt9 ,, den Staaten te betwisten de regten , welken „ zy op Oostfriesland hebben mogten; zo ver~ „ trouwde en verwagtte hy ook , dat de Staa- ,, ten geene de minfte inbreuk zouden willen -■„ doen op het blykbaare Regt des Keizerryks.'* De Deenfche Gezant Borgaard onderileunde het Vertoog van den Heere Krampngt, de Staa- ten vermaanende, niets te onderneemen, waar- door de rust in Oostfriesland verder zou kön- nen geftoord worden. De Staaten antwoord- den hem 5 in ajgemeene bewoordingen, dat zy, gaar-
|
||||
-LVILBoek. HISTORIE. in
|
|||||
gaarne , met hem , en met de Keizerlyke en 1683.
Muniteifche Gezanten, in onderhandeling tree- ■ den wilden, over de beste middelen, tot voor-
koming der onlusten, die uit het bezetten van Grietzyl te dugten waren. Maar zy gaven den De Staa. Refident Kramprigt te verftaan „ datzy, in tentoo" „ 's Keizers brief, met zonderlinge bevreem- r.cn zig „ dinge , gevonden hadden niet Uegts eenige mis" . „ ongegronde Hellingen; maar ook eenige uit- ovef's „ drukkingen , die geenszins overeenkwamen Keizers „ met de waardigheid van deezen Staat: voorts, vermaa- „ op hem bcgeerende, dat hy zorg wilde draa- ninfi* „ gen, dat zulks, ter plaatlë daar't behoorde 4 „ verbeterd werdt, en dat men diergelyke uit- „ drukkingen, in het toekomende, niet meer „ in 's Keizers brieven mögt doen invloeijen. „ Eindelyk, hielden ze hem ook de gantsch ver- „ keerde en zeer aanftoetelyke uitdrukkingen „ voor, welken hy, in zyn vertoog, gebruikt „ hadt, vorderende, dathyze, in befcheide- ,, nerbewoordingen, veranderde:" 't welk ik egter niet weet, dat gefchied is. Doch terwyl men , van 's Keizers zyde , de 't Siot
Staaten zogt te beweegen, om zig niet te ftee- Vredeo* ken in de Oostfriefche zaaken, zogten de Kei- burg, zerfchen of Brandenburgfchen, aangezet door Tange' die van Embden , zig meester te maaken van tut. het Vorftelyk Slot Vredenburg, welk zy reeds hadden begonnen te belegeren , toen de troe- pen der Vorftinne hen noodzaakten af te trek- ken. De Staaten deeden, hierover, terftond, door hunnen Refident, Hamel Bruininks, ten Keizerlyken Hove, klaagen, vorderende, dat men zig, van 's Keizers zyde, zo wel van daa- de«
|
|||||
112 VADERLANDSCHE LVHBoe*.
|
|||||
ï683, delykheden onthielde, als zy, op 's Keizers ver-
■- zoek, daarvan hadden afgelaaten. Aan de Sten- den van Oostfriesland , welken men verdagt hieldt van 't begunftigen der onderneeminge , werdt ook geichreeven door de Staaten. Doch de Stenden lchooven de fchuld van 't gebeurde meest op de Vorftinne , zig voorts onkundig houdende van eenigen toeleg op Vredenburg , en voorwenden , dat de Keizerfehen alleenlyk naar Aurik gekomen waren, tot beveiliging der Landichaps-Vergaderinge, aldaar beichreeven : doch dat zy, niet binnen gelaaten zynde, zig, alleenlyk , omtrent de S:ad , hadden opgehou- den. Óndertusfchen, deedt dit voorval het mis- noegen tusfehen de Vorftinne en de Stenden fterk toeneemen. Beide befchukngden ze ei- kanderen over wangedrag , by de Staaten der Vereenigde Gewesten. De Stenden zouden nu gaarne de gefchillen bellist gezien hebben, dooi- den Keizer. Doch de Vurftin toonde hiertoe thans geene genegenheid. Evenwel, hielden, na den gemisten aanilag op Vredenburg, de daadelykheden op in Oostfriesland. üe Stia. Maar ten deezen zelfden tyde, ontftondt 'er ten van een nieuw gefchil, Oostfriesland betreffende. Gelder- De Staaten van Gelderland vertoonden, in land be- Sprokkelmaand, ter Vergaderinge der alge- «ShTde ' meene Staaten „ dat de Heerlykheden Ezens, Heeriyk- » Stedesdorp en VVitmond leenroerig waren heden „ van 't Vorftendom Gelder en 't Graaffchap Ezens» Zutfen C i), en door de Vorften van Oosc- StsJes' „ fries- (i) Jonkheer I5nlthazar van Ezens was, omtrent den
jaarc 1530 , «en LetBjiwu van Uenoge Kaïel van Gel- der |
|||||
£ VII. Boek. HISTORIE. ir|
friesland , altoos , afzondërlyk waren gere- «s«^
geerd geworden. Dat de ingezetenen dee- werden aangemerkt als uitheemfchen, en Witl"on«l alle lasten van hunne koopmanfchappen be- ^"roe- taaien moesten, zo wel als de vreemden. riK zyn, Dat zy, daarentegen, niets in de Kreits- of Ryksfchattingen droegen. Dat, de Keizer- fchen zig onlangs meester hebbende zoeken „ te maaken van het Slot Vredenburg, men gevreesd hadt, dat zy 't oog ook ligtelyk op de gemelde Heerlykheden mogten hebben ; en dat hunne Edele Mogendheden hierom verzogten , dat de algemeene Staaten zorg geliefden te draagen , dat de Provincie van Gelderland, by haare hoogheid en gereg- tigheid bewaard bleeve." Van dit verzoek: gaven de Staaten , teritond , kennis aan den Keurvorst van Brandenburg, wien zy vertrouw- den , voor goed te zullen aanzien , dat zy 't Regt van Gelderland handhaafden, ja hun zelfs daartoe de behulpzaame hand te zullen bie- den. Doch de Refident Kramprigt, verno- men hebbende , dat de Staaten van zins wa- ren , zig, door middel van Krygsvolk, "te (tel- len in 't bezit vaw Ezens , Stedesdorp en Wit- raond , leverde een Vertoog over ter algemee- ne Staatsvergaderinge , waarin hy beweerde , dat deeze Heerlykheden Leenen des Duitfchen Ryks waren, en fomtyds gedraagen hadden in de Ryks - Lasten : te gelyk vorderende , dat hun-
der geworden. Wy hebben van hem gtfprokeft * fa
het V. Deel, bl. 53,54- XV. Deel. H
|
||||
114 VADERLANDSCHE LVII.Bosfe:
|
|||||
16J3. hunne Hoog - Mogendheden den eisch van Gel-
■ derland niet onderfteunen zouden. Diergelyk verzoek werdt hun ook gedaan, door de Vorflen
van den Westfaalfchen Kreits. De Vorftin van Oostfriesland, onbellistlaatende, of de Heerlyk- heden Leenen des Duitfchen Ryks of van Gel- derland waren , hieldt egter, tegen 't Vertoog van Kramprigt, ftaande, dat zy niet tot Oost- friesland behoorden , en niet gehouden waren te draagen in de Ryks-Lasten. De Staaten ver- zogten den Keizer, dat dit geichil, gelyk de overigen, in der minne, mögt afgedaan \vorden: *t Gefehlt doch het bleef onbeflist (j). Ook werden de hierover ancjere gefchillen niet ten einde gebragt: waar- bftflUfc"" toe veel hielp, dat de Mogendheden, dieKrygs- volk in Oostfriesland hadden, zigvandaadelyk- heden onthielden , waarom geene derzelven in ftaat geraakte , om de gefchillen * naar zynen zin, te doen vereffenen, xxviii. Maar de Keurvorst van Brandenburg, be- DeKeur- vroedende, dat het Vorftendom van Oostfries- Bra"/*" *anc^ *n zeker geval, op hem zou kunnen ver- burg regt fterven (z), en, hierom, de gunst der Sten- eene Afri- den geheellyk zoekende te winnen , gaf hun , liaan fche wat laater, Oktroi tot de opregting eener ^st" Afrikaanfche Maatfchappye te Embden, die op te Emtf- de kust van Guinea handelen zou. 't Was nu den op. eene halve eeuw geleeden , dat Graaf Ulrich eene zogenaamde Abysfinifche Maatfchappy, te Embden, hadt opgeregt; doch zy was, by gebrek van onderfteuninge, binnen korten tyd, te
O) Holl. M«rc. van »683. W. 11-35.
i-xj Menwii. de JJranUcnb. #. 169.
|
|||||
LVII.Boek. HISTORIE. n$
te niet geloopen , gelyk wy, ter zyner plaatfe 1683;
(a), hebben aangetekend. Maar nu vertrouw- een' magtiger' Vorst, beter ftand houden zou. De Nederlandfche Westindifche Maatfchappy, bedugt, dat de nieuwe Maatfchappy te Emb- den haaren handel in Guinea benadeelen zou, bewoog den Raadpenfionaris Fagel, die , in Hooimaand des voorleeden jaars , wederom * voor vyf jaaren, in zyn ampt bevestigd gewor- den was (£), en door hem, de Staaten ligte- lyk (c), om tegen de opregting deezer Maat- fchappye vertoogen te doen , aan 't Hof van Berlyn. Men beriep zig, hier, op de Oktro- jen der Nederlandfche Maatfchappye t waarby haar alleen de vaart op Guinea vergunt was. De Heer van Amerongen yverde zeer, voor 't belang der Nederlandfche Maatfchappye, Doch de Keurvorst antwoordde hem „ dat de „ Oktrojen , welken de Staaten goedvonden „ aan eenigen hunner ingezetenen te verleenen, „ alleenlyk golden by hunne overige ingezete- „ nen, niet by andere Mogendheden, of der- „ zelver onderdaanen. Dat ook de Nederland- „ fche Maatfchappy, met uitfluiting van an- „ deren, handelen mögt op Plaatfen , wel- „ ken zy door de wapenen veroverd , of van „ de inboorlingen gekogthadt, of alwaar zy „ de inboorlingen, by verdrag, verpligt hadt, „ om met haar alleen te handelen. Doch dat j, 'er, behalve deezen, nogveele andere Plaat- „ fen
(u~) XI. Deel, R228.
f» Relol. Hol!. 10 July iri8l. II. 28».
(f) ZU ßel'ul. Holl. 15 Sept. 16Ï3. U. »71,
Ha
|
||||
nS VA DE RL. HI ST. LVH.Bomc;
1683. « fen overfchooten in de Indien , op welken
—---- „ ook anderen de handel vryftondt." De Emb- der Maatfchappy bragt, eerlang, eenige fchepen in zee , welker handel in de indien , door de andere Maatfchappyen, zeer belemmerd werdr. Ook viel een deezer fchepen den Franfchen , twee anderen den onzen in handen. Zy werden niet dan na veel moeite wederom vrygegeven. "Wyders, hadt de Keurvorst, voor 't opregten der Embder Maatfchappye, reeds twee fchepen gezonden naai- de kust van Guinea ,, die aldaar een Verdrag van Koophandel met de Indiaa- nen gemaakt, en eene Sterkte geftigt hadden , welke Groot- Fredriksburg genoemd werdt ( dy Doch deeze handel en de Afrikaan ("che Maat- fchappy te Embden zyn, door den tyd, geheel- lyk, te niet geloopen. («O Pi'FFBNDORF Lèr, XVTII. §. 3a. f. 1135, iigS..
|
||||||
*
|
||||||
VA-
|
||||||
VADERXANDSCHE
HISTORIE.
|
|||||||
AGT-ENVYFTIGSTE BOEK.
|
|||||||
INHOUD.
I. De Staaten zoeken Groot-Britanje te bewee*
gen , om Frankryk tot het ftaaken der vyand- lykheden te verpligten. Nadere overeenkomst tusfchen de Bondgenooten. II. Turkfche oorlog. Onlusten in 't Noorden. De Staaten zenden eene Floot naar Gottenburg. III. Handeling tusfchen 't Keizerryk en Frankryk. Handeimg der Staaten, aan 't Engelfche Hof. IV. Inval der Franfchen inVlaanderen. De Staaten onder- fleunen de Spaan/enen. Zy verklaaren zig cgter afkeerig van den oorlog. De Franfchen neemen Kortryk en Diksmuiden in , en bombardeeren Luxemburg. V. Fbarflag van d'Avaux. VI. Zyne Hoogheid en de Raad van Staate flaan eene werving van zestienduizend man voor. Amflerdam weigert 'er in te bewilligen. Be- zending aan deeze Stad. Haare klagten. VII. D/haux houdt byzondere gefprekken met die van Amflerdam. Zy begeereo , dat hy zyne yoor/lagen in gefchrifte doet aan de algemeens Staaten. Vlll. Onderzoek naar 't oogmerk van (fAyaux t in zyne gefprekken met die yan Am- H 3 ße$* |
|||||||
118 VADERLANDSCHE L VIII. Boek.
ß er dam. Argwaan tegen deeze Stad. Zy ver-
dedigt zig. IX. Verder gefprek twfchen d'A~ vaux en die van Amßerdam. X. An;ßerdam be- weert de noodelooskeid der Wervinge en de nood- zaakelykheid van een Verdrag tusfcken Frank' ryk en Spanje. XI. De meerderheid van Hol- land beßuit tot de Werving. Aantekeningen van Amßetdam en Schiedam. XII. Brief van d'A- yaux onderfckept. Hoofd en Hop bej'chuldigd. Amflerdams papieren verzegeld. Misnoegen der Burgemeesteren. XIII. Andere onderfchepte brieven. D'Ayaux verdedigt die van Amßer- dam. XIV. Adriaan Paats raakt in moeite. Amßerdam blyft van de Dagvaart. Twist over "'t onderzoeken of niet onderzoeken van Anißtr- dams Papieren. Verwydering tusfcken zyns Hoogheid en Amßerdam. Schimpfchriften. XV. Gefprek tusfcken den Keur - Brandenburgfchen Gezant en Burgemeester van Beuningen. XVI. Gefprek van den zelfden Gezant met den Prin- fe van Oranje. Zyne Hoogheid verklaart zig geneigd tot Vrede. Voorzorg in Amßerdam. Aan/lag op Burgemeester van Beuningen. Fa- gel fpreekt mit den Keur - Brandenburgfchen Gezant. XVII. Gelderland bewilligt in de Werving. Handeling hierover in Zeeland. Zyne Hoogheid doet, hier, tot de Werving beßuit en, by meerderheid van flemmen. Middelburg pro- testeert. XVIII. Utrecht bewilligt in de Wer- ving. Frieslandßemt ze af. Stad'en Lande, im- gelyks. Oyerysfel draalt, met bejluiten. XIX. Aanleiding tot de liandeling over een twintig- jaar ig Befand, tusfcken Franhyk en Spanje. Voorjlag van d Avaux. XX. llaflgfche Byeen* komsU,
|
||||
L VIII. Boek. HISTORIE. rry
komst. Groot-Britanje beflemt dAvaux voor-
flag. XXI. Handeling met de Spaanfchen. Nieuwe onderfiand aan Spanje. Friesland kant zig hiertegen. XXII. De Staaten kandelen met Frankryk. Hun voorßag wordt verworpen. Raadpleegingen met de Bondgenooten. XXIIL De Staaten bejluiten , op dm voorßag van d''Avaux te handelen. Luxemburg belegerd. &'Avaux dreigt de Staaten. Hun bef luit. XXIV. Luxemburg g e/t zig over. Fierheid des Spaanfchen Gezants. XXV. Amßerdatns Papieren worden ontzegeld. XXVI. Dejiaad- penfionaris Fagel verklaart zig nog tegen ,t Beßand. XXVII. D'Avaux weigert, over de belangen des Prinfen van Oranje in onderhan- deling te komen. Misnoegen des Spaanfchen Gezants. XXVIII. Holland dry ft het befluit tot eene overeenkomst met Frankryk door, met vyf ficmmen. Inhoud deezer overeenkomst. XXlX. Liet twintigjaarig Beßand wordt ge- flooten. XXX. Aanmerkingen over den aan- was der Franfche Magt, federt eene halve eemve. |
|||||||||||
M
|
|||||||||||
et den vyftienden van Louwmaand des 1683;
jaars 1683 , verfcheen de tyd , dien -----—
|
|||||||||||
Frankryk aan Spanje gezet hadt, om zig," over I-
de aanneeming van den Koning van Groot- ™ande' Britanje tot fcheidsman in de gereezen' gefchil- d"rf kó™ len, te verklaaren. De Staatfche Gezanten aan ning van 't Engelfche Hof arbeidden , midlerwyl , om Groot- Karel den II. over te haaien , dat hy Koning tljr:"en*e Lodewyk bewooge, om , ook na 't verloop weegén, yan den beftemden tyd, niets vyandelyks te on- dat hy H 4 der- Frankryk |
|||||||||||
y
|
|||||||||||
ISO VADERLANDSCHE LVIII.Boek^
1683. derneemen tegen Spanje. Doch zy verwier-
------- ven geen ander antwoord, dan dat de Koning,
overhaa- door de weigering van Spanje, buiten itaat ge-
le ,oinde ^e^ was ^ om jet te (joen ten voordeele van lykheden ^ ^>'k. ^en Weidt hem voor , dat Frank-
tegen ryk» ongetwyfeld, den oorlog beginnen zou, Spanje te tegen Spanje niet flegts ; maar ook tegen der» flaaken. Keizer, zo dra de Turken gereed zouden zyn, om in Hongarye te rukken. Doch hy ant- woordde „ dat de Staaten, by Spanje, moes- „ ten bewerken, dat hy tot fcheidsman werde „ aangenomen ; dat hy , anders , geen' kans „ zag, om iet op Frankryk te verwerven." Hy voegde 'er by „ dat hy den Turkfchen oorlog „ hieldt voor onvermydelyk; doch dat deftaat „ zyner zaaken hem niet toeliet, zynen vrien- 3, den thans dienst te doen , waarom de Staa- „ ten de verfchillen met het Keizerryk , door „ een fpoedig Verdrag, moesten zoeken te „ doen byleggen, en Spanje, tot het aanvaar- „ den van Frankryks voorllag, beweegen." Van Citters, want van Beuningen was, kortte vooren, uit Engeland, teruggeroepen (0), hernam , hierop „ dat de Staaten , hiertoe „ groote ongeneigdheid befpeurende aan 't „ Spaanfche Hof, niet hadden können geraa- „ den vinden , daarop langer te dringen , op „ dat men niet vvaanen zou, dat zy ongenegen „ waren, om te voldoen aan hunne Verbind- „ tenisfe, en hieruit gelegenheid neemen, om „ hun, insgelyks, in geval van nood, de be- „ loofde hulp te weigeren. Ook was, uit de on^ „ veri
O} Folez Ncgociir, tfu Cümts d'Avaix Tor:. I. p. 2764 aSj,
|
||||
LVIILBoek. HISTORIE. 121
„ verbreekbaare verbindtenis nisfchen Spanje
„ en het Keizerryk, ligteiyk op te maaken, „ dat de Vrede van geenen duur zou können „ zyn, zo men de gefchillen met Duischland „ niet vereiïend hadt. De poogingen der Staa- „ ten, om Spanje het * Scheidsman fchap te „ doen aanneemen, zouden, derhalve, ver- „ geefs zyn, zo lang men 'er het Duitfche „ Ryk ook niet toe bewoogen hadt. Hiertoe „ zou men können arbeiden op eene alge- „ meene Byeenkomst, tot welke, de Staaten, „ voorheen, begeerd hadden, dat zyne Maje- „ fteit eene Plaats benoemde. Doch indien „ Spanje niet kon overgehaald worden, tot „ het aanneemen van het fcheidsmanfchap , „ badt hy, dat zyne Majefteit andere midde- „ len, tot behoudenis der Vrede, geliefde voor „ te liaan, zullende hy de Staaten altoos ge- „ reed vinden, om hiertoe mede te werken." Doch men gaf den Ambasfadeur geen ander befcheid, dan dat de Koning niets wist te voe- gen, by 't gene hy gezeid hadt (£). 't Bleek, eindelyk, klaarlyk, of dat het Engelfche Hof geheel lyk gewonnen was door Frankryk, of dat de Koning, vastgefteld hebbende te regee- ren zonder Parlement, welk hem, federt ee- nigen tyd, zeer gekweld hadt met voorllagen omtrent de opvolging; niet goedvondt, maat- regels te neemen, welken hem, in de kosten van eenen nieuwen oorlog, zouden können inwikkelen. Midlerwyl, hadt de Koning van Frank-
fi) Misflve van den Ambasf. van Cittprs ven Je jaarey
$68a en if»8j. MSS. tioiU Merc. van 1Ö83. til, iM, |
|||||
H 5
|
|||||
na VADERLANDSCHE LVIIL.Boek;
|
|||||
,<j3. Frankryk, beide aan het Duitfche Ryk en aan
tyd gegeven, om zig, op het aanneemen van het lcheidsmanichap, te beraaden (V). Doch deeze aanneeming werdt,, van tyd tot tyd, on- waarfchynlyker. Naar gelang dat de Koning - - van Groot - Bricanje minder zogt af te hangen van 't Parlement, oordeelde men, in 't ge- meen , dat hy meer moest afhangen van Frank- ryk, en derhalve onbekwaamer worden, om onpartydige uitfpraak te doen, over gefchil- len, waarin Frankryk zulk een voornaam deel hadt. Geniet in 't begin deezes jaars, liep 'er een gerügt, T" n-Cne ^at Franki'yk, over een afzonderlyk Verdrag, «terlyke met den Keizer en het Ryk, in onderhande- lende- ling was. Hieruit rees agterdogt by de Bond- linj-e genooten, vooral by Spanje en by de Staaten. F^ankTic ^oc^ ^e Keizerlyke Refident Kramprigt ver- eist Kei- klaarde den Staaten, een en andermaal, dat zerryk. dit gerügt geheel geenen grond hadt, en dat zyne Keizerlyke Majefteit hadt vastgefteld, zig3 niet dan te gelyk met zyne Bondgenooten, te verdraagen. De Spaanfche Gezant deedc dier- gelyke verklaaring (d). De ongeruste gemoe- den werden, hierdoor, wederom, een weinig tot bedaaren gebragt. B-Keur- q jen eeri|ei, van Sprokkelmaand, hadt, vorsr van \ <« L , . , ,3
Saxen ter aigemeene Staatsvergadennge, gehoor aet
fchyntin Baron Hunneken. afgezonden door joan Geor- 'tVerdra;; ge den III, Keurvorst van Saxen, om, met de Staa-
(«1 Hol!. Merc. van 1*8:1. il. 4.
i>'j lloll. Merc. van i6'i$. bl. 4-9. |
|||||
LVIII.Boek. HISTORIE. 123
Staaten, in onderhandeling te treeden, over .^
de aanneeminge van het Verdrag van Asfocia- - *•. tie, waartoe de Staaten hem, in 't voorlee- vj den jaar, door den .Heer van Amerorigen, had- ^ den doen verzoeken. Doch deeze onderhande- „ ling hadt geen gevolg (e): 't zy dat men't, over de onderftandgelden , welken de Duit- fche Vorften gewoon zyn te bedingen, niet eens worden kon (ƒ): 't zy dat de zaaken, eerlang , zo van gedaante veranderden , dat het voltrekken deezer handelinge noodeloos werdt. Maar de Gevolmagtigden der Mogendhe- ft
den, welken 't Verdrag van Asfociatit hadden ™ geflooten, de Keizer , Spanje, Zweeden en io, jj^'j Staaten, tekenden, op den zesden van Sprok- C£B0r. keimaand, eene nadere overeenkomst, voor tenoo- den tyd van twintig jaaren, in den Haage,ttn« <j waarby beraamd werdt „ dat de Bondgenoo- „ ten eikanderen, op 't eerfte verzoek, met „ twaalf fchepen van oorloge en zesduizend „ knegten, zouden helpen, 't Zou vryftaan, „ in de plaats van tweeduizend Knegten of „ minder, Ruitery te begeeren, in welk ge- „ val, drie Knegten, voor één'Ruiter of Dra - „ gonder , gerekend zouden worden. Men „ zou ook andere Ryks-Vorften tot dit Ver- „ drag toelaaten , die zo veel volks leveren „ zouden, als zy bekwaamlyk konden, ver- „ bindende de Bondgenooten zig, om hun, „ in gelyk geval, tweemaal zo veel volks te „ zul-
, C«^ Ho''- lM'erc. vnn 1^83. hl. g-u.
CD f-'iicz Negueiai. du Coime d'Avaux. Tvtu. I. f. 316.
|
||||
124 VADERLANDSCHE L VIII. Boek;
|
|||||
t4t$' , „ zullen leveren, mids 't het beraamde getal
; — „ van zesduizend niet te boven ging." De overeenkomst behelsde nog eenige punten van minder belang: doch by dezelve waren vyf af- gezonderde punten gevoegd, inhoudende» „ i. Dat de Keizer geene fchcpen zou mogen „ verzoeken, of behoeven te leveren. 2. Dac „ de Bondgenooten onderftand van elkande- „ ren zouden mogen verzoeken, of volgens „ deeze Overeenkomst, of volgens de byzon- „ dere Verdragen, welken zy, daarenboven, „ met eikanderen, gemaakt hadden. 3. Zwee- r „ den ende Staaten zouden de bedongen'fche- van eê »? Pen moe^11 leveren, doch zy zouden, va»
afzon- „ Spanje, geld in de plaats mogen vorderen» d«i< „ 4. De oude Verdragen, tusfchen Spanje en J" „ de Staaten, zouden in volle kragt blyven. 5.
„ De afgezonderde punten dienden, alleen-
„ lyk, tot verklaaring, niet tot verandering of' „ vermindering der geflooten' overeenkomst „ fgy." uit welke bleek, dat de Bondgenoot ten nog gezind bleeven, om zig te kanten te- gen 't gene zy van de Franfche overmagt zou- den können te dugten hebben. Evenwel vind ik niet, dat deeze overeenkomst, door iemant» dan door den Keizer, bekragtigd is. Vermoe- delyk, is 't egter ook, door Spanje en door de Staaten, gefchied. U- De Keizer in 't byzonder hadt thans gewig- Tur<(.c!ietige redenen, om zig, door Bondgenootichap """"^ pen, te fterken. De onlusten in Hongaryejdie,, kl
CO Vaiez Dm M'jkt Orps Diptam. Tum. VII. P. \l.'p. 55 j
5/,' ".vgouac. au Coiace d'avaux Z'm:. Vi. p. 175.
|
|||||
LVIILBoEK. HISTORIE. 125
in 't jaar 1679, begonnen waren, flonden ge- {c4^
fchaapen, hem veel werks te zullen verfchaf--------
fen. Emerik, Graaf van Ttkeli, hoofd der
misnoegde Hongaaren, en gehuwd met de We- duwe van den Prinfe Ragotski, hadt een Ver- drag met Sultan Mahomet gellooten (/5), waar- by, hy voor Koning van Hongarye erkend werdt. Ook deedt hy zig federt kroonen, en wierp bezetting in vericheiden' Plaatfen: waar- door hy van Opper - Hongarye meester werdt. De Turken, voorwendende hem in 't gebied te willen bevestigen, rukten, in de Lente deezes jaars, in Hongarye, met een Leger van twee- honderd en veertigduizend man, eenen oorlog aanvangende, die zestien jaaren geduurd heeft. De Groot-Vizir, Kara Mußafa, geboodt de Turkfche Krygsmagt, en toog 'er mede, over de Raab, naar Weenen, voor welke Stad,hy "t beleg floeg. Doch de Vereenigde Duitfche en Poolfche Legers noodzaakten hem , met zwaar verlies, de Stad te verlaaten, na dat zy drie maanden belegerd geweest was. De Kei- zerfchen en Poollenen maakten zig, federt, van verfcheiden' Plaatfen in Opper - Hongarye meester. Kara Muftafa werdt, op last van den Sultan, geworgd. De Turkfche troepen over- winterden in Hongarye (*). De fchrik, dien de aantogt van zulk een magtig Leger gebaard hadt, was genoeg, om den Keizer naar nieu- we Bondgenootfchappen te doen uitzien. Men fchreef
<i) Vwz DuMünt Corps Diplom Tom- Vil. P. II. p 4c
fj) Hmiss Hift. de 1'Eiupirc Tem. III Livr. III. p. 940. C fuiv. Holt. More. van iOSi.fc'. 94 tnz. ver) ifiüa. II. lït. ia;>
van 16S3. W. 7t-'48.
|
||||
126 VADERLANDSCHE LVIIL Boek.
fchreef, midlerwyl, deezen inval der Turken,
voornaamlyk, toe, aan de bewerking van Frank- ryk. De Franfche Staatsdienaars, die zig te Warfchauw in Poolen bevonden, hadden, te vooren reeds , den opftand in Hongarye ge- voed : en men wil, dat Lodewyk de XIV. den Grooten Heer ook met geld onderfteunde. Ter- wyl Weenen belegerd werdt, hadt hy eene aanzienlyke Krygsmagt op de been gebragt, omtrent de grenzen van Duitschland; in ver- wagting, zo men wil, dat hy, na 't overgaan deezer Stad, door de Ryks-Vorften, ombyftand aangezogt, en veelligt tot Keizer verkooren geworden zou zyn (k~). Doch het opbreeken van \ beleg van Weenen deedt deeze uitzigten, zo ze anders by den Koning plaats gehad heb- ben , in rook verdvvynen. Maar op den zelfden tyd-als Weenen be-
legerd werdt, verwagtte men, den oorlog, in 't Noorden, te zullen ontfteken zien, tuslchen Zweeden en Deenemarke, en derzelver we- derzydfche Bondgenooten. De Koning van Frankryk onderfteunde Christiaan den V, Ko- ning van Deenemarke, met agt tonnen fchats in 't jaar (/), en ftelde hem, hierdoor, in ftaat, om een aanzienlyk Leger op de been te houden, en eene Vloot in zee te brengen. Hy hadt, nogtans, den Staaten en der Stad Am- fterdam in 't byzonder doen verzekeren, dat zy, op zyne vriendfchap, ftaat konden maa- ken. De Zweeden hadden zig ook begonnen te
|
||||||
f O TïniwET Pot. I. p. 563.
CO 2ii Huil. Mtrc. ran 16U2. il, ijö, »37» |
||||||
LVIIl.ßoEK. HISTORIE. ïa?
|
|||||
te wapenen, en de Staaten om byftand verzogt. i6tj.
Ook ftelden deezen orde, om eenige fchepen ... uit te rusten. Doch Frankryk was vroeger ge- De Sta*.
reed, met eene Vloot, tot onderfteuninge der tenz«"- Deenen. Zy ging, in Zomermaand, onder zeil, yJoVf1"5 en vereenigde zig, eerlang, met de Deenfche naar Go* Vloote, voor Koppenhagen. De Staaten waren tenburg, bedugt, dat de Keurvorst van Brandenburg zig by de Deenen voegen zou, om de Zweedente beoorloogen; doch van Diest verzekerde hun het tegendeel, uit den naam van zyneKeurvor- ftelyke Doorlugtigheid, die, zeide hy, niets dan vrede zogt. Maar de Prins van Oranje, dien hy gelyke verklaaring deedt, antwoordde hem, dat hy het zelfde oogmerk hadt; doch eenen anderen weg hieldt, om het te bereiken (*»)• De Franfche en Deenfche Vlooten kruisten, den gantfchen Zomer, door de Oostzee, zonder iet te verrigten. De Franfche Vloot keerde , in Wynmaand, wederom naar huis. Weinige dagen na dat zy van Koppenhagen vertrokken was, kwam de Vloot der Staaten, vierentwin- tig fchepen fterk, onder den Luitenant-Admi- raal Willem Bastiaanszoon Schepers, te Got- tenburg, aan: doch zy keerde, na een kort ver- blyf, te rug naar't Vaderland: daar zy, voor Schade 't gat van Texel, van eenen zwaaren ftorm be- IjïLf** loopen werdt, waarin zeven of agt fchepen verongelukten. Men wil, dat de flegte gefteld- heid der fchepen, voor een gedeelte, oorzaak ■was van dit ongeluk (n). 't Opperbevel over de-
(»O PUFFENDOEF LÜT. XVIII. §. 73» p- II84.
r ;0 Negiiciat. du Comte d'Avaux. 2'ttm, I. f. 366. Tim,
II. f. I. |
|||||
ïaS VADERLANDSCHE LVIII.Boek:
|
|||||||||||
dezelven was niet aan Tromp opgedraagen ge-
weest, doordien hy met zyne Hoogheid ver- fchil gekreegen hadt, over het aanitelJen van eenige Zeeoverften (o). Ook heeft hy,ledert, geene Vloot meer gebooden. In 't Noorden hadt, midlerwyl, het eene mes het andere ia de fchede gehouden : of veelligt, hadt het ont- zet van Weenen ook geftrekt, tot behoudenis der ruste in dit Gewest. Alleenlyk, maakte de Koning van Deenemarke zig meester van de Heerlykheid Je ver in Oostfriesland, welke hem, door den Koningvan Frankryk, die ze voor een Leen hieldt van het Hertogdom van Bourgon- die, reeds te vooren, was afgeftaan (j>). De Koning van Frankryk hadt, om Deene-
marke geheellyk te winnen, en, zo men wil, ook om den Staaten en den Prinfe van Oranje fpyt aan te doen, onlangs, een Huwelyk be- werkt, tusfchen George., Prins van Deenemarke, Broeder van Koning Christiaan, en de Prin- fesfe Anna, Dogter des Hertogs van Jork, welk, in Oogstmaand, voltrokken werdt. De Engelfchen waren kwalyk te vrede over dit Hu- welyk , om dat zy wisten, dat het door Frank- ryk voorgellaagen was (^),met oogmerk,naar 't fchynt, om den Prins van Oranje te verftee- ken van de hoop, om eens den troon van Groot- Britanje te beklimmen. Zelfs, fchroomde de Croisfy, Gezant van Frankryk aan 't Hof van Berlyn, niet, dit Huwelyk te noemen een werk des Konings van Frankryk, om den Prins vau Oran ■
|
|||||||||||
J633.
|
|||||||||||
III.
Huwe-
lyk, tusfchen Prins George van Dee- nemarke en de Prinfesfe /Vnna yau Joik. |
|||||||||||
(»> Ncgocint du Conire d'Avaix Turn. I.f. 308.
(/> Huil. Mcrc. vim >(&!• bl. MJ-'53> 249> a5°' (Jj j buRNEl m. I. jp. 5<>2.
|
|||||||||||
LVIIl.BoEK. HISTORIE. 129
|
|||||||
Oranje te kwellen , en de Staaten onder bedwang i&&$.
te houden Qr). |
|||||||
Midlerwyl, deedt de Keurvorst van Bran- \\m^.
denburg zyn best, om den Keizer en het Ryk ïing tus. te beweegen, tot het aanneemen der voor- fchen 't waarden van Vrede, door Frankryk voorge- K*izer* fteld. Men handelde, hierover, op den Ryks- ^ank- dag te Regensburg , doch vorderde luttel, ryiu Terwyl Weenen belegerd was , ïloegen, ein- delyk, de Franfchen, op den zesentwintigften van Hooimaand, een Beftand van dertig jaaren voor , waartoe lbmmige Ryksftenden niet on- genegen icheenen. 't Jaar verliep egter, zon- der dat 'er verder over gehandeld werdt. On- dertusfehen , hadt de Keurvorst van Beieren , in Slagtuiaand , genegenheid getoond , om te treeden in het Verbond van /isjbeiatie, tusfehen den Keizer, Spanje, Zweeden en de Staaten, opgeregt CO- De Ambasfadeur van Citters handelde nog Hande- aan 't Engelfche Hof, om den Koning over ,lin| "* te haaien tot het aanneemen der bemiddeling ic^^\ over alle de gefchillen, beide met het Duitfche Ryk en met Spanje ; en om hiertoe eene Han- delplaats , 't zy den Haage , of eenige andere te verkiezen. Het Hof van Madrid, zwaarig- heid vindende in het aanneemen van den Ko- ning van Groot- Britanje tot * zegsman, hadt "Arbiter. beflooten hem aan te neemen tot f middelaar, ± Media- jnids hy de gefchillen met het Rylc, te gelyk, }tur. afdeede. Doch de Koninghieldtzigverzekerd, dat
CO Pi-FPENDORF Lihr. XVItl. %. 73. p, 1184.
CO Ilüll. Merc. van l68j. H, 63-7'J.
XV. Deel. I
|
|||||||
130 VADERLANDSCHE LVIII.Boek.
|
|||||
1683. dat Frankryk hierin nimmer bewilligen zou.
1------- Men verzogt, dat hy 't Frankryk wilde voor- liaan , uit den naam van den Keizer en van Spanje beide : waartoe hy , fchoorvoetende , beiloot, onder herhaalde verzekering, datzyne poogingen vergeefs zouden zyn (*). IV. Den laatften van Oogstmaand, voor welken De Fran- tyd , Spanje zig , op het aanneemen van het fchen Zegsmanfchap , verklaaren moest, vast nade- Vhande- rende ' terwvl zië Seen **cnvn altoos opdeedt,
ren. dat het Hof van Madrid zig naar de inzigten van het Franfche voegen zou; en de Koningin van Frankryk, Infante van Spanje, op den der- tigtien van Hooimaand, overleedenzynde(w); kreeg d'Humieres last van Koning Lodewyk, om , zo haast de gezette tyd verftreeken zou zyn, in Vlaanderen te rukken, en zig van het Land van Aalst en van de andere Plaatfen, op •welken Frankryk regt voorwendde , meester te maaken; onder verklaaring , dat zyne Al- ler- Christelykfte Majefteit egter gezind bleef, om de Vrede te onderhouden. De Mark- graafvan Grana toonde zig verwonderd, over zulk eene boodfchap. Doch d'Humieres, 's Ko- nings last voltrekkende , trok, in 't begin van Herfstmaand , Vlaanderen in (v) , een groot gedeelte des platten Lands onder brandfchat- ting zettende. De inval der Franfchen verwek- te groote ontfteltenis in den Haage , daar men 'er lang voor gevreesd hadt (»■). De Mark- graaf (O Misfiven van <fe*Ainbasf. v/inCitieus van 1683. SfoS,
Hoil. Men-, van 1683. bl ijCS- vyj. («") Holl. Mire van i6»3' bl. 19V f O Ncfiociat. dm Cauite d'Ava^x Tom, \. p. 319. (»•J Misfive yaiidtn Raaclp. Fag?.l van 7 Sept. lii'iy BIS. |
|||||
LVIII. Boek. HISTORIE.
|
|||||||
ig*
|
|||||||
graaf van Castel Moncajo , Spaanfche Gezant 1683.
by de Staaten , oordeelende den oorlog , van . Frankryks zyde, nu begonnen te zyn, verzuim- de niet hunnen Hoog-Mogendheden den onder- Hand van agtduizend man, voorleeden jaar aan Spanje beloofd, af te vorderen (x). Menbefloot, DeSiaa- terftond, tot het afzenden deezer manfchap (y), tet» °n- om welke te doen optrekken , zyne Hoogheid ót:ril*n' verzogt en gemagtigd werdt: fchoon de Ste- sÜH«? den Delft, Leiden en Amfterdam (s), bedugt fcheu. voor oorlog, in 't eerst, eenige zwaarigheid gemaakt hadden, om in 't zenden van hulpe te bewilligen. Doch zyne Hoogheid hieldt haar voor, dat men, hiertoe, reeds in 't voorleeden jaar, beflooren hadt: waarom de zaak niet ver- der in beraad gelegd behoefde te worden. Zy verklaarden, zig egter ongelast, en deRaadpen- fionaris bragt, ter Vergadering der algemeene Staaten in, dat de voorflag' by Holland overge- nomen was O). Hierop, werdt 'er in bewil- ligd, ter Generaliteit. Men gaf, wyders, van Zy zoe* 't genomen belluit kennis aan het Engelfche ken Hof, met verzoek „ dat zyne Majefteit van §Hta „ Groot - Britanje, eindelyk, geraaden vinden over te „ wilde, zig te voegen by de Bondgenooten ; haaien „ wanneer hy, tot zynen onfterfelyken roem, om zi* „ de behoudenis der Spaanfche Nederlanden te JJmS!* „ wege brengen zou, zo zeker, alshy, voor ,. deezen,de blokkeering van Luxemburg hadt „ doen
(x) Rcfol. Huil. 9 Sept. 1683. II. 256.
(30 Origin. Misfive van den lUadp. Faoïl van 24 Sept.
IÖ83. MS. ' Cz) Refol. Holl. 15 Sept. 1683. II. i?fi.
Ca) Aantek. van ecu* Regent van Delft ,9,15 Sept. löiis,
SIS. Negocitt. du Comtc d'Avaux Tom. I. p. 321, 324. I 2
|
|||||||
ï32 VADERLANDSCHE LVHI.Boer;
|
||||||
1683. „ doen opligten." Wyders hieldt men den
-------Koning voor „ dat Frankryk , onlangs, aan
„ Duitschland een veeljaarig Beftand voorge-
„ flaagen hadt," hem vraagende „ of hy , „ door zyne kragtige tusfchenfpraak, niet zou „ können te wege brengen, dat diergelyk een „ voorflag ook aan Spanje gefchiedde , en dat „ de Koning van Frankryk , midlerwyl, zyne „ Krygsmagt, zonder uitftel, te rug trok uit „ de Spaaufche Nederlanden." Doch Karel de II. verklaarde zig ongezind, om eenigehulp te verkenen aan Spanje. Ook keurde hy af, dat de Staaten hiertoe beflooten hadden , be- tuigende te twyfelen, of men 't befluit, hierop genomen , wel voor een belluit der Staaten te houden hadt ; alzo het, zohyzeide, door de ftreeken van zulken ,, die oorlog zogten , den Staaten was afgedrongen. Eindelyk, zeide hy, dat Spanje Luxemburg behoorde af te ftaan ; zonder welken afftand , Frankryk niet tot het fluiten van een Beftand zou te beweegen zyn. Zyvsrde--De Staaten, kennis van 'sKonings antwoord digen de gekreegen hebbende , zonden den Heere van wettig Citters nieuwen last, om zyne Majefteit te heid van vert00nen „ hoe zeer zy zig getroffen gevoel- flult tot » den ' ^oor 'sKonings zeggen , dat het be- onder- „ fluit, om de Spaanfche Nederlanden te on- fteunin- ?J derfteunen, hun, doorwonderlykeftreeken, fe v?n „ zou afgedrongen zyn, en dat men 't naauw- ^anje' „ lyks voor een befluit der Staaten zou können „ houden. Ook dat men zyne Majefteit, men „ deede wat men wilde , niet in den oorlog \^ „ zou können inwikkelen. Zy konden hem ir? verzekeren, dat het befluit op den onder- „ ftan4
|
||||||
\
|
||||||
LVIII.Boek. HISTORIE. 133
„ ftand genomen was, met eenpaarige ftem- i6?s>
„ men van alle de Gewesten. Stad en Lande ------
„ alleen hadt eerst begeerd verflag te doen.
„ Daarna, hadt men zyne Hoogheid verzogt, „ om de manfchap te doen optrekken. Vreemd „ was 't, hierom , dat men eenige wanvoeg- „ lykheid vonde in dit befluit, daar men dat „ van den drie-entwintigften van Lentemaand „ des voorleeden jaars niet berispelyk gekeurd „ hadt, fchoon Friesland 'er zig niet zo dui- „ delyk voor verklaard hadt, als tegenwoor- „ dig. De orde der Regeeringe bragt mede, „ dat de belluiten der Afgevaardigden der by« „ zondere Gewesten ter algemeene Staatsver- „ gaderinge werden gehouden voor befluiten „ van den Staat, waarop alleen, by uitheem- „ iche Mogendheden , gezien werdt, en ge- „ zien kon worden. Men hadt, in dit geval, „ den voorflag van den Markgraave van Cas- „ tel-Moncajo , door twee Gewesten, laaten „ overneemen, en daarenboven onderzoeken „ door Gemagtigden , op welker verflag 't „ befluit genomen was. Onder de Staaten „ der byzondere Gewesten, hadt niemant zig „ verzet tegen dit befluit : veel min, was het „ bewilligen daarin den Afgevaardigden ter „ algemeene Staatsvergaderinge kwalyk geno- „ men. 't Smerte den Staaten dan zeer, dat „ men den Koning een kwaad gevoelen ge- „ zogt hadt te geeven van hun beleid , waar- ,, over niemant der byzondere Staaten ge- „ kjaagd hadt, brengende de orde en vorm „ der Regeeringe mede , dat een Befluit, ge- j, nomen op 't geuc, waarin, by de Afgevaar- I 3 „ dig- |
||||
134 VADERLANDSCHE LVIII.Boek.'
|
||||||||||||||||||||||||
1683. „ digden der byzondere Gewesten , bewilligd
»-----,, was , een wettig befluit ware ; wat daarom-
„ trent ook , in 't een of 't ander byzonder
„ Gewest, mögt voorgevallen zyn. De Afge- „ vaardigden ter algemeene Staatsvergaderin- ,, ge, in eenig befluit bewilligd hebbende, wa- |
||||||||||||||||||||||||
ren deswege aan niemant dan aan hunne by-
zondere Gewesten rekenfchap verfchuldigd. |
||||||||||||||||||||||||
Zy verzogten, hierom, dat de Koning geen
„ geloof geeven wilde aan luiden , die of 's „ Lands Regeering niet kenden, of zo kwaad- „ aartig waren, dat zy, buiten 's Lands, voor „ onwettig wilden doen doorgaan Befluiten , „ die , naar de gewoone orde der Regeerin- „ ge , waren genomen , enkelyk , om dat ze „ met hunnen fmaak niet overeen kwamen. En ver- ?? Voorts , baden zy den Koning , te willen kiaaren „ gelooven, dat zy niet in den oorlog zouden •^ ?f' „ zoeken te treeden , zo de Vrede , op rede- «orïof.Vatl" tyke voorwaarden, getroifen kon worden. „ Ook wisten zy niet, hoe 't iemant in de ge- |
||||||||||||||||||||||||
»
|
dagten komen kon , dat zy hem, zyns on-
|
|||||||||||||||||||||||
danks , zouden willen dwingen tot den oor-
|
||||||||||||||||||||||||
•••>
|
log. Zy waren, in vermogen, niet te ver-
|
|||||||||||||||||||||||
gelyken by de genen, met welken zy te
|
||||||||||||||||||||||||
>j
|
doen hadden , en zouden de onbedagtzaam-
|
|||||||||||||||||||||||
fte luiden der weereld zyn , zo zy dagten ,
zyne Majefteit, tegen zynen wil, in den oorlog in te wikkelen. Ook zou men hen, |
||||||||||||||||||||||||
ii
|
vertrouwdenze , niet aanzien voor zo dom,
|
|||||||||||||||||||||||
dat zy eenen oorlog zouden willen aanvan-
„ gen, waaruit zy niet dan nadeel wagtenkon- „ den. Nooit, hadden zy zyner Majefteit „ zoeken voor te fchryven, wat hy zig in zy- „ne
|
||||||||||||||||||||||||
LVIII.Boek. HISTORIE. 135
„ ne Verbonden hadt voor te Hellen. Hiertoe ic«j,
„ bezat hy meer overlegs enwysheids, dan zy-------
., hem geeven konden. Maar 't was hun pügt,
„ hunne Verbonden naar te komen. Zy had- ,, den den Koning nimmer verborgen de zwak- „ heid van hunnen Staat, die met het vuur „ voor de fcheenen zat, en veel belang hadt „ by de behoudenis of het verlies der Spaan- „ fche Nederlanden. Doch hunne opregte „ poogingen waren misduid en verfproken. „ Zyne Majefteit zelve was 'er over te on- „ vrede. Zy moesten dan, eindelyk, geduld „ hebben , en afwagten , wat hy zelf zou ge- „ lieven te doen, tot voldoeninge der Ver dra- „ gen , eertyds. geilooten , om de Nederlan • „ den te behouden. Midlerwyl baden zy hem „ zeer gedienftiglyk , dat hy den tyd van drie „ maanden, by de Verdragen vastgefteld, eer „ men de wapenen zou behoeven op te vat- „ ten, zorgvuldiglyk, wilde waarneemen, om „ de Vrede te bewerken. Spanje hadt zig zo „ rondelyk en dikwils verklaard, tegen den „ afftand van Luxemburg, dat men , hierop, „ te vergeefs, ftaan bleef. Zy hadden den „ Koning zo dikwils verzogt, dat hy zyne „ poogingen wilde aanwenden , tot bevorde- „ ring der vrede, dat zy hoopten, hem en elk, „ eindelyk, overtuigd te hebben, dat zy niets „ meer lchuwden dan den oorlog, waarby zy „ geen voordeel altoos, en niet dan zwaare „ onheilen bejaagen konden ($)." Terwyl de Staaten den Koning van Groot-Britanje, op dee-
(>) Zk Hsll. Merc. ven l68j. tl. aoo-207.
I 4 |
||||
136 VADERLANDSCHE LVIII.Boeic,
1623. deezc wyze, onderregtten van hun oogmerk ,
------- fpoorden ze ook den Keizer aan, om hunne poo- gingen te onderfteunen aan 't Éngelfche Hof y ten zelfden tyde, den Koning van Spanje ver- maanende , om, door het vermeerderen zyner Krygsmagt, zorg tedraagen, voorde behoude- nisfe zyner Nederlanden (c). Vs'atid- De tyding van den inval der Franfchen in ^k'\eden Vlaanderen was zo dra niet in Spanje geko- da' ftan* men > of de Koning belloot zyne fcheepsmagE rch«n en te vermeerderen, en de grenzen zyns Koningk- Spaan- ryks fterker te bezetten. De Markgraaf van Ichea. Grana , hem ook om onderftand gcichreeven hebbende , liet, op den twaalfden van Wyn- maand , een bevel uitgaan aan alle Krygsover- ften onder zyn gebied , waarby hun belast werdt , geweld met geweld te keercn. Meu hieldt dit bevel, vooral aan 't Franfche Hof, voor eene foort van eene Oorlogsverklaring. Ook werden de vyancllykheden tegen de Fran- fchen , terftond hierop , begonnen, van de Spaanfche zyde. De Prins van Chimai, Stad- houder van Luxemburg, benam den Franfchen verfcheiden'Sloten, in dit Gewest, vorderen- de , te gelyk , brandfchatting van eene uitge- ftrekte ftreek Lands onder 't Franfche gebied. Doch de Maarfchalk d'Humieres verboodt, hierop , den zynen eenige brandfchatting aan de Spaanfchen" te betaalen , dreigende, ten zelfden tyde , dat hy tien Spaanfche Dorpen of Landhuizen zou doen afbranden, tegen elk Dorp of Landhuis, welk, door de Spaanfchen, |
|||||
O ) Heli. iJèrc. v*n 1683. il. a&3 , 20g.
|
|||||
LVIlLBoEK. HISTORIE. 13p
|
|||||
afgebrand werdt. 't Bleef, aan den Franfchen «^
kant, niet by dreigen. D'Humieres floeg, op •____
den tweeden van Slagtmaand, het beleg voor De eer-
Kortryk, en bemagtigde de Stad, binnen vyf ften be' dagen. Daarna gaf zig Diksmniden aan hem m**lS over, zo dra het opgeêischt werdt. In Win- fyk'on" tcrmaand, toog hy, over de Brugfche Vaart Diksnm?« en Schelde, die vast met ys bezet lagen; zet rien>«" tende wel tien of twaalf Dorpen, in deezen ^«èT oord , in den brand. En terftond hierop, Luxem- voerde hy omtrent dertigduizend man voor burg. Luxemburg, en wierp wel tweehonderd bom- ben in de Stad, door welken, omtrent vyf- honderd huizen vernield, of zwaar beichadigd werden; waarna hy zyne troepen de Winterle- geringen betrekken deedt ( d). Met bemagtigen van Kortryk en Diksmui- Spanje
den hadt, midlerwyl, den Koningvan Spanje verklaart doen belluiten, om Frankryk, openlyk, den F«pkry!c oorlog te verklaaren, en de Franfche goede- lo? oor" ren onder zyn gebied aan te flaan. De Mark- graaf van Grana kondigde, hiertoe, een be- vel af, welk den elfden van Wintermaand ge- tekend was. D'Humieres gaf 'er eene ver- klaaring tegen, waarby hy dreigde, niet tien, gelyk te vooren , maar honderd Dorpen of Huizen, tegen een, te zullen laaten verbran- den (<•)• Alles fcheen zig te fchikken tot eenen lellen en langduurigen oorlog, tusfehen de twee Ryken. De
C'O Po"- Merc. van ifIS3. U. 211-215, S30-132, »47, 248,
Danipl Journal f- CXi f. (O Z:t HoLI. Merc. yen 1683. U 23:, 234 1 5
|
|||||
i33 VADERLANDSCHE LVÏILBoek,'
1683. De Spaanfchen, reeds te vooren, meer dan
—— eens, verklaard hebbende, dat zy Luxemburg, i v. de eenige Stad, waar langs de Spaanfche Ne- v'cxfiaX Jer^an^en gemeenfchap hadden met het Duit- 101 vrede. fche Ryk' nimmer zouden afftaan; zo hadt de Koning van Frankryk bellooten, zig met an- dere Plaatfen te vergenoegen (ƒ). De Graaf d'Avanx hadt, hiervan , den Staaten kennis gegeven, in't begin van Slagtmaand, en dus voor 't overgaan van Kortryk en Diksmuiden, Hy verklaarde „ dat zyne Majefteit zig, in de „ plaats van Luxemburg, vergenoegen zou, „ of met Kortryk, Diksmuiden, de Dorpen „ onder Aath, die voorheen tot het Doornik- „ fche behoord hadden, Beaumont en Bouvig- „ nes; of met eenige Plaatfen in Katalonie, „ 't zy Puicerda, of.Rofes, Gironne en Cap „ de Quires ; of, eindclyk, met Pampalune „ en Fontarabien, in Navarre. Doch zo Span- „ je zig, omtrent deeze voorilagen, niet voor „ 't einde deezes jaars, verklaarde, hieldt de ,, Koning zig geregtigd, om vergoeding te „ zoeken voor de zwaare onkosten, welken „ hy gemaakt hadt: en, op dat de gefchillea „ met het Ryk de Vrede met Spanje niet hin- „ deren mogten, boodt hy nogmaals aan, met „ den Keizer te willen fluiten een Beftandvoor „ dertig, vyfentwintig of twintig jaaren, zo „ zyne Keizerlyke Majefteit zig, hierop, ten „ zelfden tyde, geliefde te verklaaren." Doch de Markgraaf van Castel-Moncajo kreeg het Gefchrift van d'Avaux zo dra niet in handen, of
C/J PoUs Ncgcciitiï du Cointc d'Avaix, Tom. I. f. 355,
|
||||
LVIII.BoEK. HISTORIE. 139
of hy verwierp de Franfche voprflagen, met ißg3.
verontwaardiging. De KeizerlykeGezant Kramp- beide betuigden, dat hunne Meesters, tot het bevorderen der vrede, op redelyke voorwaar- den , geneigd bleeven (g). De Spaanfche oor- logsverklaring, die hier, eerlang, opvolgde, bragt het Engelfche Hof zo ver, dat het fprak van de Staaten te willen verkiezen, om, nevens den Koning, uitfpraak te doen, over de ge- fchillen met Spanje. En na dat de Staaten verklaard hadden, dat Spanje, zelfs hiertoe, niet te beweegen zou zyn, hervraagde de Ko- ning , of de Staaten eenigen anderen voorflag wisten te doen, die beide de partyen behaagen zou? Men hadt gaarne gezien, dat zulk een voorflag uit Engeland gekomen ware (Ji): doch alzo langs hoe klaarer bleek, dat de Koning van Groot-Britanje zig, zo ver als mogelyk ware, buiten moeite zogt te houden; was men wel genoodzaakt, de hand ernftiger te leggen aan het bemiddelen van een Verdrag. De raad- pleegingen , welken hierover, in den Haage, ge- houden werden, verwekten zo groot eene gis- ting in de gemoeden, en hadden zulke aanmcr- kelyke gevolgen, dat het der moeite wel waar- dig zal zyn, hier, den aanvangen uitflag der- zelven, omftandiglyk, te ontvouwen. Zo dra de Franfchen, in den aanvang van VI.
Herfstmaand, in de Spaanfche Nederlanden Voorflug gevallen waren, rekenden veelen, hier te Lau- h"*7"" de,
{G~) Ncgociat. du Comte d'Avaijx , Tem. I. p. 373-378.
Holl- Merc. van »<Hi. il. aac-^so. ^A) Holl. Mcrc. van 1683. il. 120, 11t, 241, 24J. |
||||
t4o VADERLANDSCHE L VIII. Boek.
|
|||||||
16S3. de, den oorlog begonnen, en verflonden, dat
men zig, terftond, behoorde te wapenen, 't |
|||||||
heid en Gevaar, welk de Staat liep, zo Frankryk zyn
den R**«gebied verder herwaards uitbreidde, werdt ten ™"otta*j.breedften uitgemeeten. Zyne Hoogheid fprak ne wsr- hierover , by alle gelegenheid. Men beiloot ving vaa ook, op 't eeriïe verzoek van Castel-Monca- zesutii- j0 ^ tot jjgj- afzenden van agtduizend man m'jytn naar de Spaanlche Nederlanden. En men hieldtvoor zeker, dat zyne Hoogheid, in de plaats van agtduizend , wel veertienduizend man hadt doen optrekken (7). Welen verflon- den ook, dat men de Landmagt van den Staat, daarenboven, behoorde te vermeerderen, zon- der uitftel. De Raad van Staate dan gaf, den negenentwintigften van Herfsmaand, op 't aanhouden van zyne Hoogheid (£), ^en a*~ gemeenen Staaten in emitige overweeging, „ of men 's Lands troepen niet, ten fpoedig- „ fte, behoorde te vermeerderen met vyfen- ,, veertighonderd Ruiters, vyftienhonderd „ drtgonders , en tienduizend voetknegten , „ in alles zestienduizend man, en dat alleen „ voor den tyd van vier maanden: waartoe „ noodig zouden zyn, tot werf- of aanrits- „ geld, 852500 guldens: tot foldye, in elke „ Heeren-maand van twee - enveertig dagen, ,, 277000 guldens, of ïioöooo guldens, in ,, vier maanden, en-dus, in 't geheel een mil- „ Hoen negenhonderd zeitig duizend en yyfhoti- „ derd guldens, die, o\er de byzondcre Gc- ., wes-
(i~) Vuist Ng-ici.it. <',u Comte b'Avjmx, Tim. I. /»-330,340,;
0> VoUz N.'g')ciat. äu Coiiiit o AvAliX, Tom. I. ff> 330. |
|||||||
LVIII.Boek. HISTORIE. 141
„ westen, elk naar zyn gewoonlyk aandeel, 1683.
„ zouden behooren verdeeld te worden." ' De —-— algemeene Staaten beflooten , terftond, dee- zen voorflag te zenden aan de byzondere Ge- westen, met verzoek, dat ze, daarin, ten fpoe- digfte, wilden bewilligen, hunne confenten, hoe eerder hoe liever, ter algemeene Staats- vergaderinge, doende overbrengen (/). De Staaten van verfcheiden' Gewesten waren egter niet zeer gereed, om tot de Werving te Hem- men. Doch nergens reezen, hierover, grooter onlusten, dan in de Vergadering van Holland. De Edelen en meeste Steden hadden , hier, in de Werving bewilligd (m), zeer tot genoe- gen van den Printe van Oranje. Delft vorder- de alleen eenpaarigheid. Doch Amfterdam Amfter-> was weigerig, oordeelende de Vroedfchap dee- dnmwel- zer Stad, dat de flegte ftaat van 's Lands geld- fne"e'ba- middelen niet gedoogde, dat men zig in ee- wiiiigea." nen nieuwen oorlog inwikkelde («). De Af- gevaardigden deezer Stad deeden, op 't.ver- zoek der Vergaderinge, meer dan eenen keer naar huis, om nieuwen last; doch de Vroed- fchap bleef onverzettelyk (/). In deezen ftaat der zaaken , leverde d'Avaux het Gefchrift over, waarbyhy verklaarde, dat de Koning zich met andere Plaatfen, in ftede van Luxemburg, zou
(/) Refol. Gener. Mtrciiril 29 Stptcmb. i6Si. Zit onk UoII.
Mcrc. van 1683. l/l. 209 en Negociat. äu Comte d'Avaux, Tom. I. p. 335. 344; O) Kcfol. Holl. is Ocloi. 1683. il. 315. C»J Em. uit dt Refol. van de Vroedfchap van Amfterdam, . 5 O»oh. 1683. La. 9. p. 145. O) A»nt. van een' Regent van Delft 11, ort OSloli. 1683. IHS.
#«!<>ciac, äu CQiute u'Ayaux Tm. I. *. 358, 160, 378, 3S3, |
||||
143 VADERLANDSCHE LVIII.BoekS
|
|||||
zou laaten genoegen (ƒ>)? en deeze aanbie-
ding ftrekte, om de Stad Amiterdam te fier- ken in haare meening. Ten zelfden tyde,kwam de zaak van de Werving wederom op het tapyt ter Vergaderinge van Holland; en toen verklaarden- de Afgevaardigden van Amfterdam, die, zeven in getale, ter Dagvaart gezonden waren „ dat zy de Werving moesten blyven „ afftemmen, vooral, om dat Frankryk, on- „ langs, voorflagen tot een vergelyk gedaan „ hadt, die Spanje behoorde te omhelzen, „ alzo dit Ryk en deeze Staat niet magtig „ waren, om den oorlog te voeren tegen Frank- „ ryk. Betere voorwaarden te zullen kon- „ nen bedingen, na dat men de wapenen zou „ opgenomen hebben, was buiten alle waar- „ fchynlykheid: de uitflag des krygs geheel „ onzeker. De Keurvorften van Beieren en „ Saxen waren nog niet getreden in het gemeen „ Verbond. Het Huis van Brunswyk-Lunen- „ burg, fchoon het onderflandgelden getrok- „ ken hadt van Spanje, hadt nog niet können „ bewoogen worden, om Krygs volk te zenden „ naar de Spaanfche Nederlanden. De Kei- „ zer hadt de handen vol werks, met den „ Turkfchen oorlog. De Duitfche Vorften „ moesten hem, in den zelven, byftaan. 's „ Lands Vloot was te rug gekeerd van Got- „ tenburg, zonder dat Zweeden eenen man „ ingefcheept hadt. De Koning van Engeland „ ftelde Spanje en deezen Staat in 't ongelyk, „ en weigerde byftand. Spanje zelf voorzag „ de
C?) Refol. Holl. ii Ni/v. 1683 hl. 380.
|
|||||
LVIII.Boeic. HISTORIE. 143
|
|||||
„ de Nederlanden niet naar behooren, en 1683.
„ zorgde meer voor de befcherming van Italië-------
„ en andere oorden. Raadzaam was 't dan,
„ dat men floote met Frankryk, en, om hier- „ toe te geraaken, den voorflag van den Graa- „ ve d'Avaux in overweeging name." Zyne Hoogheid, de Vergadering bywoonende, nam den voorflag van Amfterdam zo euvel, dat hy verklaarde „ dat de Graaf d'Avaux geene „ andere taal zou hebben können voeren, zo „ hy hier tegenwoordig geweest ware ; dat „ van Beuningen,"die 't woord gevoerd hadt, „ zyn hoofd kwyt zyn zou, zo men alles ten „ fcherpfteu onderzoeken wilde; dat hy,Prins „ van Oranje, zo veel belang by 's Lands „ welvaart hadt, als Amfterdam; dat hy zig „ van deeze Stad niet zou laaten ringelooren, „ en veel minder nog zig vlyen naar de * gril- * Caprti „ ligheden van Van Beuningen (q):" die, by ces' 's Prinfen vrienden, werdt aangezien, als de voornaame oorzaak, waarom Amfterdam de werving zo ernftelyk tegenftemde (V). De De Ede-. Edelen en de andere Leden hernamen ook „ dat lenen „ het hun griefde tot in den grond der ziele, *ndM:e „ dat de Regeering van Amfterdam zo veel ^ekeo „ zwaarigheid maakte, otn in de voorgeflaa de Stad „ gen' werving te bewilligen; dat de andere tot be- „ Leden immers zo veel belang hadden by wiüigin$ „ den welftand van den Staat als zy, en egter ^eeg"eBii „tot
Cq~) Aantek. van een' Regent van Delft 4 Noy. 1G83. MS.
Poiez ausfi Negociat. du Cuinie d'Avaux Tom 1. p. 347, 35°. 352. 37». CO Misfive van den RsadpenC FAcEt aan den Amliasf. ven
CilTSRS van 4 'Jan. 1684. MS. |
|||||
ï44 VADERLANDSCHE LVUI.Boek.
„ tot de werving beflooten hadden; dat in en
„ met de werving kon voortgaan, en midler- „ wyl over een verdrag handelen , waarin „ men, zo men zig wapende, beter voorwaar- „ den zou können bedingen. Dat zy niet kon- „ den goedvinden, dat men, op den voorflag „ van d'Avaux, raadpleegde, voor de werving „ ware toegeftaan; en dat, zo Amfterdam by ,, zyn gevoelen bleeve, zy genoodzaakt zyn „ zouden, deeze Stad te bezenden. Vooraf, „ verzogten zy egter, dat de Afgevaardigden i, hunnen Principaakn wilden vertoonen, hoe „ veel onrust en verandering der Regeeringe „ hieruit te dugten ware, en welk een' fchand- „ vlek zulks buiten 's Lands brengen zou over „ het beleid van deezen Staat : zullende de „ tweedragt in den zelven vreemde Mogend- „ heden, ongetwyfeld, befchroomd maaken, „ om zig met ons te verbinden: gelyk hier- „ door zelfs reeds veroorzaakt geworden was , „ dat de Koning van Zweeden, het Verbond, „ tot handhaavinge der Vrede opgeregt, tot „ nog toe niet hadt willen bekragtigen." Die van Amfterdam verklaard hebbende „ dat zulk „ eene vertooning van hunne zyde vrugta- „ loos zou zyn, en dat de Vroedfchap haar „ befluit niet genomen hadt, dan na dat zy „ alles eerst rypelyk hadt overwoogen (O»" beflooten de overige Leden, eenen brief af te zenden aan de Stad (t), die egter geene ver- an-
(O Aarttek. van een' Resent vnn DcJft 4, 5, 6 NovemVn
1683. MS. ff) ReloL Holl. <5 Nav 1^83. il. 34.8. Misßyc fan tlttjt
Raa.ipenf. Facsi. y«r, 1% QcM, jéS}. MS» |
||||
LVIII. Boek. HISTORIE. 145
andering maakte in 't belluit der Vroedfchap. njg^,
Zelfs keurde men eenige uitdrukkingen af in ——, den brief, als „ dat 'er 't fluiten der Nieuw- „ meegfche Vrede in veroordeeld werdt; dat „ men geene vrede wilde maaken, als op regt- „ vaardige voorwaarden , daar de omftandig- „ heden eerder vorderden , dat men iets toe- „ gave ; en dat van 't gedrag van Frankryk, „ met harde woorden, gefproken werdt." üm welke redenen, men verzogt, dat de brief inge- trokken , of ten minfte merkelyk verzagt wor- den mögt. Doch de meeste Leden veritonden 't anders (0). Ook werdt , op den voorilag der Edelen , by meerderheid van ftemmen , vastgefteld, ten fpoedigfte , eene aanzienlyke bezending te doen naar Amfterdam, beftaan- de, uit zyne Hoogheid, den Prinfe van Oran- je , als Stadhouder, drie Heeren uit de Rid- derfchap , en twee uit ieder deezer negen Ste- den , Dordrecht, Haarlem , Delft, Leiden , Gouda, Rotterdam, Alkmaar, Hoorn en Enk- huizen, benevens den Raadpenfionaris. Zyne ~yne Hoogheid verklaarde, dat hy liever vandeezen ^1??^ last ontflaagen was geweest. Doch de Leden zfg'*aif'c verzogten hem, ernftelyk, dat hyzig den dienst hoofd? des Lands niet geliefde te onttrekken. Hy liet eetier bc« zig dan, zo 't fcheen, beweegen. De bezen- z^(ll"ë« ding kwam, opden vyftiendenvanSlagtmaand, ^fam te Amfterdam , en werdt, des anderendaags , door de Burgemeesters Nicolaas Opmeer en G$r mrd Bors van IVavercn, van 't Heeren - Loge- ment O) Refol. Holl. 11 JVov, 1683. hl. 360. Aant. yan ivf R,o
jent van Delft n A'oy. 1683. fi/S' XV. De ei, K
|
||||
14« VADERLANDSCHE LVIII. Boek.
rits- ment afgehaald, en, in zeventien koetfen, ge-
•----- leid naar 't Stadhuis , daar de Vroedfchup ver- gaderd was. De Raadpensionaris Fagel voer- de het woord, en gaf zyn voorftel, daarna, in gcfchrifte over; waarop men aannam te zullen letten. De bezending werdt, vervolgens, op gelyke wyze, naar 't Heeren- Logement te rug geleid, en, door Burgemeesters, op Stads kos- ten , onthaald. Men raadpleegde toen, in de Vroedfchap , op den gedaanen voorflag. De Prins gebruikte allerlei redenen , om de Stad tot eenpaarigheid met de overige Leden van Holland te beweegen. Doch zyne poogingen De Stad waren vrugteloos. De Vroedfchap , de afge- liiyit by zondenen , tot driemaalen toe , gehoor ver- kanr ge- ieend, en geduuriglyk, mondeling en fchrifte- voden. jyjj. ^ beantvvoorcj hebbende (y ), bleef by haar gevoelen («')• Zyne Hoogheid, ten uiterfle misnoegd op de Regeering van Arnflerdam , verweet haar haaren heimelyken handel met den Graave d'Avaux , wiens grondregels zy, zeide hy, ingezoogen hadt. Doch fommigen tekenen aan, dat de regeerende Burgemees- ters , een oogenblik alleen gefproken hebben- de, niet fchroomden, toe te ftaan, dat zy, nu en dan , met Frankryk en met andere uitheem- fche Mogendheden, handelden : 't welk men, „ zeiden ze, van eene Stad van zo veel aan- „ ziens, en die zo grooten Koophandel dreef, „ niet vreemd vinden moest: " doch zy voeg- den (r) Extr. uit tic Refol. van <5» VroerKch. vsn Amrt. vxn i8,'
en, 'i\ Nny. 16,53. met ik Ilylagon (ir) Puiprifiüe der Gecommitteerde van 16 Nor. l68j. Rft>
jfilL. Jfcil, 24 A'ay. iGUj. U 3ÜJ-497. |
||||
LVIII.Boek. HISTORIE. 14?
den 'er by „ dat zy den Staaten, altoos, ken-
„ nis van hunne handelingen gegeven hadden; „ maar de Prins hadt, zeiden ze, Staatsdie- „ naars, die met verfcheiden' Hoven verfrand „ hielden, zonder 'er den Staaten opening van „ te geeven ; waarover men zyne Hoogheid, „ t'eenigentyde, totrekenfchap vorderen zou." Een der Burgemeesteren zou zelfs verklaard hebben „ dat Amfierdam niet van gevoelen „ veranderen zou, al ware 't maar , om aan „ de nakomelingfchap te toonen, dat Zcifs de „ tegenwoordigheid eens Prinfen van Oranje „ niet in ttaat geweest ware, om de vrye raad- „ pleegingen der Vroedfchap 'te beletten," De bezending, zes dagen in de Stad vertoefd hebbende, keerde, onverrigter zaake, terug naar den Haage. De Prins was vertrokken , zonder affcheid te neemem Hy en de andere Afgevaardigden werden, vervolgens, verzogt, om der Vergaderinge van Holland te dienen van hunnen raad,; en bragtenhet, kort hier- na, voor hun gevoelen in, „ dat men , <on- „ aangezien de tegenkanting van Amfterdam, .,, met de werving behoorde voort te gaan , „ alzo 't redelyker was , dat e'én Lid zig naar „ agttien voegde, dan agttien naar één." Ds Leden der Vergaderinge namen dit avis over, om 'er in de Steden verflag van te doen ( *) : ■en 't jaar liep ten einde , eer 'er nader op beflooten werdt (?). Terwyl men 'er over raadpleegde in de Steden, en na dat Amfler- .dara
fx) Refol. Hol!. 46 Nov. 1^3, hl. 4R0 inz.
O ' Negociat. du Comte d'Avakx Tom 1. p. 393. 'ïtw.fit p. ï i? fuiv. Zit o«k iioll. Merc. ven 16D3. H. «42- »44. £ s
|
||||
143 VADERLANDSCHE LVIII.Boek»?
|
|||||
1683. dam vastgefteld hadt, zig ernftelyk te zullen
-■ kanten tegen een befluit met de meerderheid (z), gaf de Spaanfche Gezant denalgemee- nen Staaten , op den veertienden van Winter- maand , kennis, dat 'Spanje den oorlog ver- Zv kinast ^aar^ na^ aan Frankryk (#). Amfterdam over'de toonde zig, hierover, ten hoogfte misnoegd Ooriogs- (£)•> klaagende, op den twee - entwintiglten, yerklaa- ter Vergaderinge van Holland „ dat de beve- Spanie*n " ^en vaI1 'l Spaanfche Hof, in gevolge van
„ welken , de Markgraaf van Grana Frankryk „ den oorlog verklaard hadt, niet waren me- „ degedeeld aan der Staaten Ambasfadeur, te „ Madrid; dat men hunnen Hoog-Mogend- „ heden ook geene kennis gegeven hadt van „ de bevelen , aan de Onder - Koningen der „ Spaanfche Heerlykheden, noch van den last, „ volgens welken , de Franfche en Spaanfche „ Ambasfadeurs waren t'huis ontbooden. Dat „ deeze bevelen gegeven waren , en de Oor- „ logsverklaaring gefchied , zonder dat men „ wist, dat zulks , vooraf, met de Staaten, „ overlegd ware: 't welk de gemaakte Ver- „ draagen nogtans vorderden. Dat door dee- „ ze Oorlogsverklaaring ook afgefneeden, of „ ten minfte vry moeilyk gemaakt werdt de „ hoop tot een vergelyk ; waartoe men, nog- „ tans , volgens de Verdragen , verpligt was „ te arbeiden ; en tevens te leur gefteld, „ of merkelyk veragterd de raadpleegingen , „ reeds,
O"» Extr. uil de Refol. van <!e Vroedfch. La. P. ƒ. iSj, z
Dectmh. 1683. (.«J Ho!l. Merc. ven 1683. */. 83j (ij A»ut»k. vsn een' Regelt v»U Uelft 14 Dk, ièïj, MS, |
|||||
LVIII. Boek. HISTORIE. 149
i, reeds , by deezen Staat, aangevangen, tot i6S$.
„ bevordering eener fpoedige Vrede, tusfchen ----->.
„ Frankryk en Spanje. Dat, door de ver-
„ klaaring , ook te kort gedaan werdt aan bet „ overleg der Leden, zelfs der zulken, die in „ de Werving der zestienduizend man bewil- „ ligd hadden in verwagting, dat de gefchillen „ fpoedig zouden bygelegd worden ; en met „ der daad vernietigd de Verklaaring, door „ den Spaanfchen Gezant gedaan, dat de Ko- „ ning , zyn Meester, omtrent de voorwaar- „ den der Vrede , veel agting toonen zou , „ voor 't gene hem , van wege hunne Hocg- „ Mogendheden, zou worden voorgedraagen. „ Dat men , van Spanjes zyde , op den Fran- „ fchen voorilag van den Graave d'Avaux , „ niets gedaan hebbende , dat een vergelyk „ bevorderen kon ; het te dugten ware , dat „ Frankryk agten zou , niet meer aan deezen „ voorilag gehouden te zyn , en dien te kon- „ nen verzwaaren , of Spanje den oorlog aan- „ doen. Dat de Spaanfche Oorlogsverklaa- „ ring te wonderlyker voorkomen moest, om ,, dat zy gefchied was, terwyl, by eenige Le- „ den van den Staat, overleg gemaakt werdt, „ om , met de Bondgenooten , middelen te „ beraamen , tot bereiking der Vrede : welk „ overleg nu geheellyk verydeld geworden was. „ Dat de Leden van Holland , zig eenpaarig- „ lyk afkeerig verklaard hebbende van den oor- „ log, gefchaapen ftonden, door de Verkiaa- „ ring van den Markgraaf van Grana, fpoe- », dig, in denzelven ingewikkeld te zullen wor- „ den. Dat men zig, hierover, by de Spaan- K 3 „ fchen, |
||||
i5o VADERLANDSCHE LVIII.Boer.
KJäj, ,, fchen , behoorde te beklaagen , en midler-
s»-.— ,, wyl, ten fpoedigfte, overleggen, wat verder „ zou moeten gedaan worden , om de Spaan- „ fche Uorlogsvcrklaaring te doen intrekken ; „ alles , wat, uit hoofde derzelve, mögt on- ., clernomen zyn , te doen herftellen , en de „ Spaanfchen over te haaien, om, ter begeerte „ van Engeland en van deezen Staat, door „ het aanneemen van één' der voorflagen van „ Frankryk , de Vrede te herftellen of te be- „ vestigen." Doch de in zigten der meeste Leden van Holland verfchilden nog te veel van die van Amfterdam, om vooreerst iet te befluiten, op dit voorftel (c). t VII. Maar de Graaf d'Avaux, midlerwyl , be- p Avaux fpeur£j hebbende, dat Amfterdam , zo wel als zouder/* '£ Engelfche Hof, verftondt, dat Spanje vre- t?efprelt- de behoorde te niaaken, op ééne van de voor- ken met waarden, door Frankryk voorgeflaagen,zogt, de ATg?. Qp Meezen zelfden twee-entwintigften van Win- den 'van termaand, zo die van Amfterdam,naderhand, Amfkr- verklaard hebben , voor 't eerst in jaar en dag dum. (i)9 gelegenheid, om met de Afgevaardigden dee-
(O Secr. ReiW!. Holl. ai Dec. 1683. Aantek. van een' Reg.
van Delft 18 Decenti. 16X3. Ali'. Negociat. Uu Conite d'Avaux Tom. II. p. 64 & fttiv. (1) In de, voor weinige jaaren, uitgegeven' Neg»-
tiatimis du Com te d'Avaux leest men „ dat d'Avaux „ binnen deezen tyd , met een' Burgemeester van Am- „ fterdam , zo wel in deeze Stad , als in den Haage, „ gefprek hadt gehad ; dat de Heeren van Amfterdam „ hem , in 't begin van Wynmaand , nog eenen der 5, Regenten toegezonden hadden, om hem af te vraa- „ gen, of de Koning den oorlog niet voortzetten zou, „ ais zy de werving afftemden ; en dat een Schepen „ hem
|
||||
LVIII.BoEK. HISTORIE. 151
deezer Stad in een vertrouwelyk gefprek te ko-
men, en hen in hunne gevoelens teverfterken, of verder tot de zynen te beweegen. Doch zy vonden ongeraaden zulks te doen , zonder uit- gedrukten last hunner Principaalen, die hun eg- ter, terftond, gegeven werdt. Twee hunner, te weeten Gerrit Hooft, Oud-SchepenenRaad, en JakobHop, Penfionaris der Stad, vervoegden zig , op den vierentwintigften , ten huize van den Ambasfadeur, die hun, in 't eerst, klaag- de, over zekere ongeregeldheid te Amfterdam, in 't aanleggen en waarneemen der beurtfche- pen op St. Valeri en Rouan, waarvan zy aan- namen verflag te doen. Maar als zy, hierop, vertrekken wilden , hernam d'Avaux , dat hy hen nog, over zaaken van meerder gewigt, te ipreeken hadt, hun, wyders, voorhoudende, „ dat de Koning, zyn Meester, altoos geneigd „ geweest was tot vrede , en hem , hierom , „ last gezonden hadt, om den tyd, tot het „ aanneemen van één' zyner voorige voorila- „ gen , aan Spanje vergund, te verlengen tot „ op den laatften van Louwmaand des jaars „ 1684."
„ hem, uit den naam van twee Burgemeesteren, inden
„ nagt, vier uuren buiten den Haage, was komen fpree- ,, ken , omtrent het midden van Slagtmaand " Poter. Tom. I. p. 278, 303, 304, 345 , 389. Tom II. p. :o. 't Welk, in den eerften opilag, niet te wel fchynt over- een te komen met het gene wy hier te boek (tellen. Doch mogclyk moet men aanmerken, of dat dcezelies- reu den Ambasfadeur, altoos, als byzondere Perfoonen, en uit den naam van weinigen ; niet uit den naam der gantfche Vroedfchnp, gefproken hadden: of liever, dat zy , te'vooren , d' Avaux opgezogt hadden , eu by heiJ uu f voor 't eerst, in den tyd van een jaar. K 4
|
||||
152 VADERLANDS Cl IE LVIlI.Bo^,
1683. „ 1684." 't Leedt ook maar weinige dagen ,
"------ of hy verklaarde dit zelfde , fchriftelyk , teï
Vergaderinge der algemeene Staaten (V). De
Afgevaardigden van Amftèrdam , aangenomen hebbende van deeze opening verllag te zullen doen , vraagden den Ambasfadeur , wyders , „ wat de Koning , zyn Meester , voorhadr. te „ doen, indien de Spaan fchen Louwmaand „ lieten verloopen , zonder hun Verdrag met j, Frankryk te bevorderen ?" waarop hy her- nam „ dat zyne Majefteit, hierover , met de „ Staaten wel wilde raadpleegen , en niet 011- „ genegen was, om zyne wapenen uit de Ne- „ derlanden te trekken , en elders te gebrui- „ ken, zo de Staaten hem verzekeren wilden, „ dat hy , door hen , niet zou worden aange- „ tast; en zo zy de troepen, die zy, boven 't „ getal, by de Verbonden bepaald, gezonden „ hadden naar de Spaanfche Nederlanden , te „ rug wilden roepen ; immers niet laaten ge- „ bruiken , dan tot befcherming der Plaatfen , „ in welken zy gelegd waren. Hem was, ver- „ volgde hy, wel bekend, dat dit Krygsvolk y „ in 't eerst, zulk een'last gekreegenhadt, en „ dat, ter deezer gelegenheid, gefchil ontftaan „ was tusfchen den Prinfe van Vaudemont en? „ den Luitenant - Generaal Jylua; doch hy „ wist niet , of'er, naderhand, ook verande- „ ring in deezen last gekomen was , alzo de „ Spaanfche Ruitery het pionderen van Ifen- »,. ghien door de Spaanfchen hadt bygewoond." De Afgevaardigden , hierop, andermaal, be- loofd |
|||||
(/O Zit HoJI. Blerc. y*n 1683. il, itfi.
|
|||||
LVHI.BoEK. HISTORIE. 153
|
|||||||||
loofd hebbende , van alles verllag te zuilen i6£g,
doen , keerden, nog dien zelfden dag, naar —— Amfterdam, fpraken met Burgemeesteren, en kreegen van dezelven, met opgevolgde toe- ftemminge van de gantfche Vroedfchap, nieu- wen last „ om der Vergaderinge van Holland . , „ te doen begrypen, dat de voorflag van d'A- „ vaux, om den tyd, aan de Spaanfchen ge- „ ftdd , te verlengen tot den eerden van „ Sprokkelmaand, niet moesttoegefchreeven ,, worden aan verkeerde oorzaaken. Voorts, „ moesten zy, uit d'Avaux, tragten te ver- „ ftaan, op wat grond zyn voorgeeven fteun- „ de, dat Frankryk gezind zou zyn, de wa- „ penen te trekken uit de Nederlanden; hem „ tevens verzoekende, dat hy van 't gene hy „ hun in 't byzonder verklaard hadt ook ken- „ nis wilde geeven aan de Staaten, of aan ee- „ nige voornaanie Leden; alzo de Stad Am- „ fterdam in 't byzonder niet met hem ver- „ draagen kon , wegens 't gene zyne Maje- „ fteit, tot deszelfs gerustheid, zou mogen 5, vorderen: en , zo hy hierin zwaarigheid „ maakte, moesten zy den Raadpenfionaris „ en zulken Leden, die zy goedvinden zou- „ den, kennis geeven van 't gene hun voor- „ gekomen was." De Afgevaardigden van Amfterdam, op Zy zoe-
den negenentwintigften van Wintermaand, we- k?n h«a derom , in den Hage gekomen zvnde , vol- tc be" trokken,ten zelfden dage, hunnen last byd'A- om zylll vaux, die hun te kennen gaf „ dat hy geenc voorda- „ zwaarigheid maakte, om de Staaten in 'tal- ?en: „ gemeen te verwittigen van de geneigdheid lchrlftï- |
|||||||||
K
|
|||||||||
zy-
|
|||||||||
ï$4 VADERLANDSCHE LVIII.Bok,
|
|||||
*6S3- »j zyner Majefleit tot vrede, en dat men, de
■■
lyk, te „ nen handelen, over de middelen, om allen
«joen sin ^ kommer voor de Franfche troepen , na 't ineenc6 « e*llc*e ^er geme^e maand, weg te neemen; Staaten. M niids Frankryk ook, tegen de vyandlykhe- „ den van 't Staatfche Krygsvolk, gerust ge- „ Held werdt; doch dat hy niet zou können „ belluiten, zo openlyk als tegen die van Am- „ leerdam, te fpreeken van het wenden van 's „ Konings wapenen naar elders: en dat te „ minder, om dat de Afgevaardigden ter Ge- „ neraliteit alle onderhandeling met hem fchee-- „ nen te fchuwen. Doch zo de algemecne „ Staaten, of die van Holland konden goed- ., vinden , Gemagtigden te benoemen , om „ met hem in befprek te komen, zou hy zig „ even duidelyk verklaaren, als hy aan Am- „ fterdam gedaan hadt." In gevolge van deeze zyne aanbieding, fprakhy, den volgen- den dag, met den Raadpenfionaris Fagel en met eenige Leden der Vergaderinge van Hol- land. Ook hieldt hy, federt, verfcheiden' byzondere onderhandelingen, met de Afgevaar- digden van Amfterdam, die hem, geduurig- lyk, aan boord waren, om 't gene hy hun, mondeling, gezeid hadt den algemeenen Staa- ten, fchriftelyk, voor te draagen. Doch hy verklaarde, hiertoe niet gelast te zyn: „ ook „ hieldt hy 't, zeidehy, ongeraaden: om dat de „ Staaten zo weinig genegenheid betoonden, „ om over zyne voorgaande Vertoogen te raad- „ pleegen. Doch zo dra dit veranderde, zou „ hy, zelfs zonder naderen last af te wagten, |
|||||
LVIII.BoEK. HISTORIE. 155
„ zynen voorflag, fchriftelyk, doen aan de jöjj,
„ Staaten; aan welker Gemagtigden hy, nog- ------
„ maals, .aanboodt, zig zelven, mondeling,
„ te willen openen , met vryheid, om 'er „ verflag van te doen, daar 't behoorde." In deeze onderhandelingen met de Afgevaardig- den van Amfterdam, zeide d'Avaux meer dan eens „ dat hy te goede kennis hadt van de ge- „ fteldheid der Regeeringe deezer Landen, „ om van een byzonder Lid derzelve, in dit „ geval, eenige verbindtenis te vorderen; „ doch dat hy alleenlyk verzogt, mondeling, „ verzekerd te mogen worden van de beften- „ dige genegenheid der Stad Amfterdam, tot „ bevordering der vrede; en dat zy met hem „ zou willen handelen, over de gerustftelling „ beide van Frankryk en van deezen Staat, „ van welke hy numeermaalen gewaagd hadt." Doch die van Amfterdam weigerden, ronde- lyk, zig zo verre te verbinden, zig, hierover, 20 ernftelyk, verklaarende, dat d'Avaux zyii misnoegen deswege, in fcherpe bewoordingen, te kennen gaf, onder anderen, zeggende „ dat „ naardemaal de Staat geenen ftap deedt, om „ de Vrede te bevorderen, men in twyfel ge- „ bragt werdt, of niet de werving, eindelyk, „ met eenpaarige bewilliging, doorgaan zou: „ 't welk den Koning, zynen Meester, zou „ verpligten , andere maatregels te neemen „ (<•)•" Op deeze wyze, heeft de Regeering van
(O Verhaal van de CnnvcrC. tusfehen drn Anibasfadeur van
frankryk en 'te (jcd<put. van Amfl in il Corfid. van Staatse. Rum. XIV. l>!, dy. c:i in dt Moll. Mete, ran 1684. */. 53 tm. |
||||
156 VADERLANDSCHE LVUI.Boek.
1683. van Amfterdam zelve den inhoud deezer ge-
:------ fprekken verhaald. Doch d'Avaux gaf 'er een
ander berigt van aan 't Franfche Hof: gelyk,
uit zyne uitgegeven' Handelingen, te beipeu- ren is. Hy verhaalde „ dat hy die van Am- „ fterdam, ten deezen tyde, geantwoord hadt, „ op drie vraagcn , hem te vooren gedaan, „ 1. dat de Koning, zyn Meester, niet aflaa- „ ten kon van 't gebruiken van vyandlykhe- „ den tegen Spanje; 2. dat hy Spanje ook „ geen' langer tyd van beraad kon toeitaan; „ en g. dat hy zyne Krygsmagt niet uit Vlaan- „ deren trekken en naar Katatonie voeren kon, „ zonder zig merkelyk te benaadeelen; hoe- „ welhy, tot ditlaatfte, waarop Amfterdam „ fterk gedrongen hadt, veelligt, zou beilui- „ ten, als men hem goede verzekering gave, „ dat Spanje, door deezen Staat, niet zou 011- „ derfteund worden, en dat de werving geen' „ voortgang hebben zou. Wyders, hadt hy „ hun, in vertrouwen, verklaard, dat de Ko- „ ning, voor 't einde van Louwmaand, geen „ beleg onderneemen zou ; fchoon hy hun, te „ gelyk, kennis gaf van 't bombardeeren van „ Luxemburg: 't welk toen op handen , of ,, pas gefchied was, en hen grootelyks ont- „ ftelde. Zy hadden zig, naar zyn verhaal, », daarentegen, verbonden, om niet te bewil- ?, ligen in de werving, en ze, in tegendeel, „ uit al hun vermogen, te zullen beletten. „ Ook beloofden ze, fchryft hy, hun best te „ zullen doen, om de hulptroepen uit de Spaan- „ fche Nederlanden te rug te doen ontbieden, „ mids zyne Majcfteit van Frankryk zyne wa- » pe-
|
||||
JLVIILBoee. HISTORIE. i$?
|
||||
„ penen, voortaan, voerde in Katalonie, of i<583>-
„ in Italië (f). Ik weet niet, hoe veel ftaats ------j
'er te maaken zy op dit zyn fchryven: doch
zo men 't aanneemt, zal 'er ten minfte uit volgen , dat die van Amfterdam niet geteld moeten worden onder die * Staatsgezinden , * ReP"- gelyk hy ze noemt, die den Koning van Frank- hltcmm* ryk zogten op te hitfen, om zyne wapenen te voeren in de Spaanfche Nederlanden, op hoop dat daaruit vermindering van 't gezag des Stad- houders , of verandering in den vorm der Re- geeringe ontftaan mögt (g). Immers, doet hy hier die van Amfterdam dringen op het overbrengen van den oorlog in Spanje of in Italië. Ook begreep hy zelf, dat een oorlog in de Spaanfche Nederlanden „ den Prinfe van „ Oranje ligtelyk gelegenheid geeven zou, om „ myne Heeren van Amfterdam te onderdruk- „ ken (/i). Wy hebben een weinig langer ftilgeftaan vin.
op den inhoud der onderhandelingen , tus- Onder- fchen den Ambasfadeur van Frankryk en de zoek Afgevaardigden van Amfterdam, waarin wy £ógm!rk ons , voornaamlyk, bediend hebben van het van d'A- Verhaal, door de Stad zelve, federt, ter Ver- vaux, ia gaderinge van Holland ingeleverd ; om dat z/n\he' zy, naderhand, gelegenheid gegeven hebben ^die" tot een gewigtig gefchil, tusfchen den Prinfe Vaii Am- van Oranje en de Amfterdamfche Regeering. fterda.ni« Het oogmerk van d'A vaux, indeeze geheime han-
C/) Negociat. dn Couite k'Avaix Tom. II. p. 71-90.
! g) Nejjociat du Coiute ii'Avaux Tom. I. p. 139, 143, 182,
at, a«y.
.(A) Nejucist. du Comte b'Avaux T*m. II, p. 156,
|
||||
158 VADERLANDSCHE LVIII. Boek:
|
|||||
16S3. handeling met een byzonder Lid der Staaten
r
klaar, 't Verlies, welk de Turken voor Wee-
nen geleeden hadden, en de yver des Prinfen van Oranje om de werving der zestienduizend man door te dry ven, heeft het Franfche Hof, veelligt, doen befluiten, liever eenig voordeel te bedingen by Verdrag, dan den onzekeren uitflag af te wagten van eenen oorlog, die, naar alle waarichynlykheid, algemeen worden zou. Of mogelyk heeft Frankryk, fchoon in- derdaad oorlogsgezind , door het doen van nieuwe voorflagen tot vrede, de Leden van den Staat willen ilap maaken, en de werving ftremmen, om zo veel te fchooner fpel te heb- ben in de Spaanfche Nederlanden. In beider- lei geval, was den Franfchen veel gelegen aan de ftem van Amfterdam, verre het voornaamfle Lid van het magtigfte der Vereenigde Gewes - ten; of om een Verdrag teverkrygen naar hun- nen zin, of om, door het itremmen der wer- vinge, de Staaten buiten ftaat te ftellen, om hunnen toeleg te hinderen. D'Avaux leverde, ten gemelden dage, den voorfiag in, ter alge- meene Staatsvergaderinge, waarby hy den tyd van beraad verlengde , tot aan 't einde van Louwmaand (/). Arg. Ondertusfchen, hadden de geduurige onder- w»an, handelingen tusfchen d'Avaux en die van Am-
fcierover fterdam, en de afftemming der Wervinge zo i>ydean- vee* argwaan■> ak misnoegen verwekt by den dere Le- Prinfe en by eenige Leden der Vergaderinge van Hol-
CO Refill. »oll. go Dec. ißS3. U. 515. |
|||||
LVIILBoek. HISTORIE. ï#?
Holland. Zyne Hoogheid, op den eenendertig- 1683,
ften van Wintermaand, ter Vergaderinge van - Holland verfcheenen, ftelde voor „ dat Amfter- don van «, dam verhaald hadt, hoe de Engelfche Ge- !1oll*n.d- „ zant aan Nikolaas IVitfen,Oud-Burgemeester e„e d"n* „ en Raad dier Stad, zou verklaard hebben, Edelen „ dat men, zekerlyk, oorlog te wagten hadt, verkiaa. „ zo de werving voortging. Doch dat de En- 'en.z'« „ gelfche Gezant, hiernaar gevraagd, ontkend jy "^ „ hadt, in diervoege, te hebben gefproken (Ik), gen'An». „ Dat, zo Amfterdam zulk een gedrag bleef fterdam. „ houden, men, ongetwyfeld, oorlog hebben, „ en onderden oorlogbezwyken zou. Men be- „ fchuldigde hem, voer hy voort, te Amfter- „ dam, dat hy oorlog zogt; zonder dat mea „ zulke lasteringen ftrafte, ja terwyl ze, mis- „ fchien, gevoed werden, door de Regenten; „ -daar men ze, omtrent eenen Burgemeester , „ niet ongeftraft gehengen zou. Hy zou zig „ niet beroemen, over 't gene hy gedaan hadt, „ om oorlog te voorkomen; maar hy hieldtzig „ verzekerd, dat de handelwyze, die van Beu- „ ningen, federt eenigen tyd, gevolgd hadt, 5, oorlog veroorzaaken zou. Men zogt Frank- *, ryk te behaagen, en hieldt 'er heimelyk ver- „ ftand mede, 't welk onverdraaglyk was. 't 5, Kwam 'er thans op aan, of men zig, door „ Amfterdam, zou laaten brengen tot onder- „ werping aan Frankryk: 't welk hy tegen- „ ftaan zou, zo lang hy kon. Men fprak van „ Vryheid, en dwong ondertusfehen de Le- „ den
C£) Vit cigenhand. Aamek. van an Heere Hop ven 31 Ott»
■ï'iS.v MS. Vws ausß Negociat. du C9mte d'Avaux Tim. Jfc>
£♦ I07. |
||||
i6o VADERLANDSCHE LVIILBoek/
ÏÓ83. „ den om zig niet te wapenen. Grasmaand
------„ zou, veelligt, niet in 't Land zyn, of de
„ kneppel zou op ftraat geworpen , en de
„ zaaken gebragt zyn in den ftaat, waarin zy „ in 't jaar 1672 geweest waren. Dan zou „ blyken, Wien't hoofd vaster op de feboudera „ ftaan zou, en welke Regenten eed en pligt „ betragt hadden; welken niet. De Vroed- „ fchap van Amfterdam fprak na, 't gene „ haar de Franfche Ambasfadeur voorgefpro^ „ ken hadt: ja gebruikte redenen, die de „ Franfchen zelven niet gebruikte. Ondertus- „ fchen , werdt hem , Prinfe van Oranje , „ dien men, in 't jaar 1672, gebruikt hadt, „ om den Staat te redden, nu te laste gelegd, „ dat hy 's Lands bederf zogt. Doch hy zou „ zig Frankryk niet onderwerpen; maar den „ tegenwoordigen vorm der Regeeringe hand- „ haaven met zyn bloed." De Ridderfchap , zig toen uitende, verklaarde „ dat 's Printen „ voorftel haar zeer fmertelyk viel. Dat zy 't „ zeggen , dat zyne Hoogheid oorlog zogt, „ hieldt voor loutere lastering, alzo zy wist, „ hoe zeer hy voor de Vrede geyverd hadt, ., Dat Amfterdam over alle de Leden zogt te „ heerfchen , en Spanje te noodzaaken, om „ één' der voorflagen van Frankryk te omhel- „ zen. Dat de Edelen openbaar maaken zou- „ den, op wat wyze men hier handelde, heb- „ bende zy altoos gezien, dat de Leden eens ,, werden, wanneer 'er zestien of agttien eens „ waren. Dat Amfterdam de vryheid en wel- „ vaart van den Staat in gevaar ftelde , en 9i dat men zulken , die hiervan oorzaak wa- p, renf
|
||||
L VIII. Boek. HISTORIE. 161
|
|||||
j, ren, by naame, bekend maaken zou : te 16*3.
,, gelyk, aan't licht brengende, wat vcrftand - „ zy mee Frankryk gehouden hadden, zo door
„ 't afzenden van postloopers , als op andere 5, wyzen. Dat 'er, in de Steden, fchandelyk „ gefproken werdt van den Prinfe, waartegen „ men behoorde te waaken. Doch zo die van „ Amfterdam nog te beweegen waren tot be- „ williging in de Werving, zouden zy veele 5, zwaarigheden können voorkomen. Anders „ moest men 'er , by overftemming , toe be- „ fluiten." De meeste Leden waren 't, in dit opzigt, eens met de Edelen. Doch Delft en Schiedam waren van oordeel, dat'er eenpaarig- keid vereischt werdt, in 't punt der Wervin- ge. Amllerdam bleef by zyne meening (/). Maar de Ridderfchap floeg , ten zelfden tyde, voor , „ of men den byzonderen Leden der „ Vergaderinge de verftandhouding met uit- ,, heemfche Gezanten niet behoorde af te ihy- „ den ?"' Eenige Leden bewilligden hierin (»;). Maar die van Amfterdam verklaarden , „ dat Die va« „ zy , hiertoe, niet zouden können verftaan, Amftcr- „ ten ware zulks , by eene duidelyke Wet, da,u be" „ bleeke verbooden te zyu, of dat deeze Staat (lat' hun* „ in openbaare vyandfchap ware met de Mo- vryfiaat, „ gendheden, van welken de Gezanten wa- raet «'t- 5, ren afgezonden. Zy wilden, nogtans, wel |?ceheam" „ belooven , van 't gene hun , den Staat in 't M„teu tê „ gemeen betreffende , door uitheemfche Ge- (preeken. „ zan-
C l) Eigenhand. Aant. y*n Hen Ilecre Hop van 31 Dec. 1683.
3/S'. Aam. yen een' Regent van D»!ft 31 T)ec. 1683. MS. Q:u) Uit eigenliand. Aant. van den Heere Hol" van 31 Dtit
1703. Uefol. Holl. itjan. 1684. «.8. XV. Deel. L
|
|||||
i6* VADERLANDSCHE LVIILBoek;
„ zanten , voorgehouden mngt worden , ope-
„ ning te zullen geeven , of doen geeven aan „ de verdere Leden der hooge Regeeringe. „ Met den Ambasladeur van Frankryk in 't „ byzonder, meenden zy zo wel te mogen „ fpreeken , als met de andere uitheemlchc „ Gezanten , onder welken , de Zweedfche , „ nog onlangs , door den Heere Raadpenfio- „ naris , aan hun gezonden was, om te ver- „ neemen , hoe 't ftondc met hunne raadplee- „ ging op't ftuk der wervinge. Ook behoor- „ den hun zulke gefprekken zo wel vry te „ ftaan, als anderen Leden der hooge Regee- „ ringe, welken zy, dagelyks, met uitheem- ,, fche Staatsdienaars, zagen verkeeren." Den Raadpeniionaris Fagel hun , daarna , op hun verzoek, vertoond hebbende eenige Refolutien op dit Huk, voorheen, genomen byde Staaten van Holland , merkten zy aan „ dat, indien „ men al toegave, dat deeze Refolutien op het „ geval in gefchil toepasfelyk waren , zy nog- „ tans de Leden niet leggen konden onder ee~ „ nige verdere verbindtenis, dan om 't gene „ den Staat in't gemeen betrof te doen komen „ ter overweeginge der Leden van den Staat: „ 't welk zy, reeds van zelven, verklaard had- 3, den , te willen doen. En onder deeze ver- „ kiaaring, meenden zy, zonder te misdoen, ^, te können voortgaan in hunne onderhande- „ lingen met uitheemfche Gezanten , en zelfs „ met den Ambasladeur van Frankryk, zolang j,, deeze Kroon niet met de Staaten in vyaud- „ fchap geraakt was (»)•" Om-
^r.~) Va\M\ van de C:.av\ff. enz.
|
||||
LVIIL Boek. HISTORIE. 163
|
|||||
Omtrent deezen tyd, vernam men , dat 1683.
Friesland en Stad en Lande ook ongeneigd ------•
waren om in de Werving te bewilligen. De IX-
Afgevaardigden van Amftcrdam beflooten, der- Ye!!dtr. halve, aan de Afgevaardigden deezer twee Ge- fuSfchen westen , opening te geeven van 't gene hun , d'Avaux door den Graave d' Avaux , voorgehouden en die was. Zy verzogten hem van gelyken te wil- Xan/m* len doen (<?) , en hy verhaalde hun , op den er ara' agtften van Louwmaand „ dat, de algemuene l684-_ „ Staaten hem Afgevaardigden hebbende toe- " „ gezonden , om hem , over de geboorte des
„ Hertogs van Anjou ," die, op den negen- tienden der voorleeden'maand, ter weereld ge- komen was (/>), „ geluk te wenfchen, onder „ welke Afgevaardigden ook die van Friesland „ en Stad en Lande geweest waren ; hy zig „ van deeze gelegenheid bediend hadt, om „ hun allen 'sKonings meening te verklaaren," Die van Amfterdam drongen hem, hierop, we- derom , zulks in gefchriftc te willen vervatten en ter Generaliteit inleveren. Doch hy ver- klaarde „dat hy hiertoe nog geenen last, maar s, den Afgevaardigden der algemeene Staaten „ vryheid vergund hadt, om zyn voorftel, „ uit zynen mond, op te fchryven j waar- „ toe zy egter, onderling oneenig zynde , „ niet hadden können befluiten." De Afge- vaardigden van Amfterdam hebben , nader- hand, verklaard, dat'er, in dit bezoek, welk zeer kort geweest was, behalve het gemelde , niets
f<;) Xegoctat. du Ccimte d'Avaux Turn, II. p 113,
if) Daniel Journal, />. CXLIJ. L 2
|
|||||
ï64 VADERLANDSCHE LVELBoeiG
|
|||||||
1684 niets het minfte was voorgevallen ( q ). Des
anderendaags, fchreef de Graaf d' Avaux den |
|||||||
Verhaal Koning, zynen Meester, wat breeder, over,
van'tge. jloe i1y met Amfterdam meende te ftaan : mel- voorge " dende, onder anderen „ dat deeze ftad alleen vallen „ de algemeene Staaten niet beweegen kon , was, uit w om op eenig voorftel te raadpleegen : dat van d'Af " ^e Raadpeniïonaris F^gel en de Afgevaar- yaux. " ■>■> digden ter Generaliteit hierin ook moesten „ bewilligen. Dat hy en die van Amfterdam „ gezogt hadden naar een middel, dat zou „ können dienen , in de plaats van een fchiïf- „ telyk Voorftel, welk hy niet goedvondt in „ te leveren , hoe zeer zy 'er op gedrongen „ hadden. Dat zy hem hadden voorgeilaa- „ gen, hoe zy hem wilden inwikkelen, ineen „ gefprek met eenige Afgevaardigden der al- „ gemeene Staaten , onder welken een vriend „ van Amfterdam , wegens Holland in de al- „ gemeene Staaten zittende, hem afvraagen ,, zou , wat'er zou können gebeuren , wan- „ neer Spanje Louwmaand verloopen liet. „ zonder zig te verklaaren; waarna men gele- „ genhcid genoeg hebben zou , om over zyn „ antwoord te doen raadpleegen ter Generali- „ teit. Dat hy hierin bewilligd hadt : en dat „ die van Amfterdam, hierop, terftond, twee „ Afgevaardigden ter Generaliteit, die meest „ verbonden waren aan den Prinfe van Oran- „ je , verzogt hadden, dat zy ter Generaliteit „ wilden doen befluiten , tot het zenden van „ Afgevaardigden by den Ambasfadeur van „ Frank -
C() Verlwal van de Cunvcrf. mzy
|
|||||||
L VIII. Boek. HISTORIE. 165
„ Frankryk , om antwoord te vraagen , we- 1(584.
„ geus de klagten over het fchip La Regle,"------•
welk , door een Fransch Oorlogsfchip , op de
reede van Alikante, genomen was. „ Dat de „ twee Afgevaardigden hierin bewilligd had- ,, den , zeer in hunnen fchik, dat zy Amfter- „ dam hoorden klaagen over Frankryk. Doch „ de andere Afgevaardigden, 't ftuk dieper in- „ ziende dan zy , hadden gerooken, dat Am- s, fterdam hen in eene onderhandeling met ., hem zogt in te wikkelen , en hierop de be- „ zending aan hem afgeftemd. Dat Amfter- ,, dam , dit middel hebbende zien mislukken, „ de gelegenheid hadt waargenomen, dat men „ hem moest komen bedanken, over de be- 5, kendmaaking der geboorte des Hertogs van „ Anjou, 't welk gelukkiglyk aan Afgevaar- ., digden van Holland , Friesland en Stad en „ Lande te beurt viel; die, derhalve , van „ Amflerdam, vooraf, hadden können onder- „ regt worden van 't gene 'er zou vooi vallen. „ Dat men hem toen verzogt hadt, 't gene „ hy, wegens de zekerheid, die meu elkande- „ ren zou können geeven , zo Spanje Louw- „ maand vrugteloos voorby loopen liet, hadt „ voorgeiteld, te willen vervatten in gefchrif- „ te ; 't welk hy hadt afgeflaagen. Dat die „ vau Amfterdani, niet lang hierna , by hem „ gekomen waren, hem verzekerende , dat „ die van Friesland en Stad en Lande be- „ loofd hadden , over 't gehandelde te zullen „ doen raadpleegen ter Generaliteit; dat zy „ de zaak zouden zoeken door te dryven te- ;, gen Holland, daar men vrees hadt voor den L 3 »Prior. |
||||
x66 VADERLANDSCHE L VIII. Boek
»684. „ Prinfe van Oranje, en hierom hem tegen-
------ „ ftemmen zou; doch dat zy zig, desonaan-
„ gezien, niet durfden vlyen, dat zy het
„ voorftel in beraad zouden können doen leg- „ gen ter Generaliteit, daar 't gezag van den „ Prinfe van Oranje en V beleid van den Raad- „ penßomris Fagel zeer groot waren ; dat zy „ ook wenschten, dat hyeenfchriftelykVoor- „ ftel deedt, niet zo zeer om daar over ter „ Generaliteit te doen raadpleegen, als om de „ goede gevoelens van zyne Majefleit omtrent dee- „ zen Staat rugtbaar te maaken onder V gemeen , „ 't welk zy vertrouwden, van nuttigen invloed „ te zullen können zyn. Dat zy hierhy had- „ den gevoegd een' voorllag van de wyze , „ op welke hy zyn Gefchrift zou können in- „ Hellen , zonder zig te veel bloot te geeven , „ of te veel op de Staaten te begeeven ; by „ voorbeeld , alleenlyk , bcloovende , dat de „ Koning zyne wapenen elders heenen wen- „ den zou, en in de Spaanfche Nederlan- „ den, niet dan tot inlegering en vordering „ van brandfchattingen , gebruiken , mids de „ Staaten hun Krygsvolk alleenlyk dceden die- „ nen tot verdediging der Spaanfche Plaatfen ; „ en voor 't overige bleeven , zo als zy wa- „ ren: want hun, duidelyk, te vergen, dat zy „de Werving agterwege lieten , zou zyn zig „ moeijen met het innerlyke der Regeeringe. „ Dat de Heeren van Amfterdam hem , wy- „ ders, zeer gedrongen hadden , om hiertoe „ verlof te verwerven van zyne Majefteit, *, hem verzekerende , dat zy , dagelyks, ee- » ne Stad van Holland in hun gevoelen over- „ haal-
|
||||
LVIII. Boek. HISTORIE. 167
„ haalden ; dat zy , even te vooren , nog éé- 1684,
„ ne der voornaamften gewonnen hadden, en ——. „ dat zy Friesland en Stad en Lande ook „ hoopten te beweegen." Voorts , fchreef ü'Avaux „ dat de Koning zig verzekerd hou- „ den kon, dat Amfierdam yverig werkte on- „ der de andere Steden ■ dat eenige Leden van „ den Staat zwaarigheid maakten , om te ge- „ doogen , dat de Koning al het platte Land „ der Spaanfchen onder brandfehatting zetten „ zou, alzo de Spaanfche Nederlanden dan „ niet zouden können beilaan ; waardoor de „ Voormuur van deezen Staat t'onbruik ge- „ maakt zou worden. Zo, vervolgde hy wy- „ ders, de gefteldheid der gemoeden niet haast „ verandert, zullen de zaaken, hier, tot groo- „ te uiterften gebragt worden. De Prins-van „ Oranje, Amfterdam niet hebbende können „ winnen in 't ftuk der Wervinge , wil 'er , „ ter Vergaderinge van Holland, toe doen ,, befluiten met meerderheid van ficmmen. Hier- „ tegen heeft zig, in 't eerst, maar ééne Stad „ [Delft, naamlyk] verklaard. Doch de_ Prins „ vleit zig, deeze Stad te zullen können win- „ nen. Die van Amfterdam hebben zig niet „ flegts driftiglyk gekant tegen de Werving ; „ maar * kuiperyen aangefteld, in verfcheiden' *i ;gtmt „ Steden, en veelen tot hun gevoelen over- „ gehaald. Desonaangezien, wil de Prins tot „ de Werving doen befluiten, zelfs alfchoon „ 'er zes of zeven Steden met Amfterdam ftem- „ men mogten. Men meent, ging de Am- „ basfadeur voort, dat zyn hoofdoogmerk is 5, zyne eer buitens Lands te bewaaren , als hy L 4 „ eene |
||||
i63 VADERLANDSCHE LVIII.Boek,
t6U. ,5 eene Refolutie van zo veel belang weet door
-------„ te dry ven , tegen de ftem van Amfterdam.
„ Hier te Lande , was 't bekend genoeg , dat
„ de Raadpenfionaris Fagel, gefierkt met het ver- „ mogen van den Pr in f e van Oranje, zulk een be* „ fluit kon doenneemen, als hy goedvondt, zelfs ,, tegen de wetten van den Staat. .Doch 't was ,, niet minder bekend , dat de Prins geen ge- „ not zou trekken van eene Reiblutie van „ deezen aart, in welke Amfterdam en andere „ voornaame Steden niet bewilligd badden : „ alzo nitmant den Solliciteurcn geld zou wil- ., kn[chieten tot de Werving. Ündertusfchen , „ hadt de Prins, in vertrouwen, aan van Ha- „ ren gezeid, dat hy, met zulk een oogmerk, „ de aanftaande week, zulk eene Refolutie „ zou doen neemen. Doch Amiterdam deedt „ zyn best, om het te beletten, 't Fiel nog- ,, tans den Pr in f e en deezer Stad ligt er, elkande- „ ren te dwarsboome», dan elk zynen eigen toeleg ,, te doen gelukken." De Heer Paats, voegde de Gezant hierby „ en de andere weigezinden i9 SryPen Md&OM nwed. Elk vereenigt zig met „ Amfterdam. Zo de Prins van Oranje iet ge.- „ weldigs onderneemt, zal hy meer tegen/land vin- ., den dan hy meent. * Op het einde van den brief, vraagde d'Avaux den Koning „of hy, ,, omtrent naar den voorilag van Amiterdam , „ zou mogen handelen , in gefchrifte, alzo ,, Heinfius ," die , onlangs , te rug gekomen was uit Frankryk, werwaards hy , door zyne Hoogheid, gezonden was, om over de zaakcn zyns Prinsdoms te handelen „ verlpreid hadt, „ dat de voorflagen, dk Frankryk deedt, |
||||
LVIII. Boek. HISTORIE.
|
|||||||
169
|
|||||||
„ flegts ftrekten, om de Staaten op den tuil k5s4,
„ te houden; welk zeggen de Heeren van „ Amfterdam (2) niet weinig onrust hadt." Ten befluite, zeide hy „ dat hy zyne Majefteit „ niet zou vraagen, welke verzekering men „ van Amfterdam zou können begeeren, zo de „ algemeene Staaten niet konden gebragt wor- „ den, om den Koning toe te ftaan, 't gene „ hy gevorderd hadt; alzo deeze Stad zig, „ hierop, aan hem, nog niet verklaard hadt: „ zelfs hadden haare Afgevaardigden gezeid, „ dat men, tot zulke hulpmiddelen, niet ko- „ men moest, dan in den uiterften nood, Zy „ zouden 'er, derhalve, niet van fpeeken, „ dan wanneer zy alle hoop vêrlooren zou- „ den hebben, om zyner Majefteit, door de „ algemeene Staaten, eene billyke verzekering „ te bezorgen : welke zy zig vleiden, nog te „ zullen können verwerven (V)." Zodanig was de inhoud van deezen merkwaardigen Brief, die, den negenden van Louwmaand, gedagte- kend was. Wy zullen welhaast zien, waarom het dienftig ware, dien, hier, dus uitvoerig, te bock te ftellen. De zaak van de Werving werdt, met den X.
aanvang des jaars, wederom op het tapyt ge- Wydlufl bragt, ter Vergaderinge van Holland. De t|og "j mees- Amfter-
(r) Zie deezen Brief in de ConlM. van Srnatz. Nam I. If.
il. \, 9 en Hotl. Merc. ven 1684. bl. 19, 24. Voiez muß Negociar,. du Coiute h'Avaux Tam. II. p. 121. (2) In de gedrukte Vertaaling van deezen Brief»
flondt weinig; doch d'Avaux verklaarde, naderhand» dat hy niet weinig gefchreeven hadt ('Zie lloll. Merg» van 1684. bl. 39): 't welk ook alleqn te pasfe komu L 5
|
|||||||
i;ó VADER LANDSCI IE LVIII. Boek,
i^^4. meeste Leden neigden 'er nog toe: maar Am-
— flerdam leverde, op den dertienden van Louw- fo™, maand, een wydluftig Vertoog ter Vergade- T,srl" , ringe in, ilrekkende om te toonen de nood» z^a^eiyi{.wendigheid van een onverwyld Verdrag tus- heid van i'chen Frankryk en Spanje, en de nodeloos- cen Ver- heid, en in zekeren opzigte nadeeligheid der fTf^as' voorgeflaagen' Wervinge van zestienduizend Frankryk man : en ^eP dit Gefchrift op deezen zin : „ 't en Sp;m- „ was, federt de Spaanfche Oorlogsverklaa- je, ende ^ ring, geen punt van overleg tnecr, hoe men ï^he* i >» "en v£ ZÜU bonnen voorkomen; maar hoe en°fcfaa ■ 5? men ^en °otlog, die reeds begonnen was, dei>!<- „ op de beste en ipoedigfle wyze, zou kon- leid der 55 nen doen eindigen. Hiertoe, moest men, |
||||||||||||||||||
Wervin-
ge van zcr.v.en ■>?
|
||||||||||||||||||
gelyk Amflerdam, zo dikwils, vermaand
hadt, de raadpleegingen agtervolgen op de |
||||||||||||||||||
duiz.-nd „ Vertoogen van den Graaved'Avaux, en dee~
ma« he- ^ ze maand waarneemen, zo men de Spaan- wee™ „ fche Nederlanden niet wilde zien vallen , |
||||||||||||||||||
•i
55
*>■> 55 ?5 |
onder de overheerfching van Frankryk. Zo
men deeze raadpleeging langer verwylde, en, gelyk, federt drie maanden, gedreeven \vas,beiloote tot de Werving der zestiendui- zend man, zou men den oorlog doen aan- |
|||||||||||||||||
houden in de Spaanfche Nederlanden, en
den Staat in den zelven inwikkelen. Maai- de Leden hadden, eenpaariglyk, verklaard, dat zy af keerig waren van den oorlog. Twee middelen waren 'er maar, om den oorlog te doen eindigen: of het maaken van een |
||||||||||||||||||
■>•>
|
minnelyk Verdrag, of het opneemen der
|
|||||||||||||||||
wapenen, om beter vrede te verkrygen, dan
, men door Verdrag verkrygen kon. 't Laat- ste |
||||||||||||||||||
LVIILBoek. HISTORIE. 17»
„ fte middel moest niet dan des noods, en 1684.
„ wanneer het eerfte niet vryltondt, verkoo--------
„ ren worden. Tot Verdrag, hadt Frankryk
„ aanleiding gegeven, in de twee fchriftelyke „ voorllagen, door den Graave d'Avaux, in „ Slagtmaand en Wintermaand gedaan. Op „ deeze voorllagen , viel alleenlyk te over- „ weegen, ï. of men een' derzelven behoorde „ aan te neemen ? Zo neen; 2. of men zig, „ op goeden grond, beter voorwaarden voor „ Spanje belooven kon? en 3. of de voor- „ geflaagen' werving zou können dienen, „ om beter voorwaarden te bedingen? Dat „ men van Frankryk geen gunftiger voorila- „ gen te wagten hadt, bleek niet alleen uit „ den korten tyd, gefield om 'er op te be „ fluiten; maar inzonderheid, uit 's Koniugs „ grooten magt, treffelyke Bondgenootl'chap- „ pen, en hcimelyken handel met Keulen en „ Munfter. Hierby moest men voegen, dat „ Deenemarke, welk, nog onlangs, naauwer ,. met Frankryk verdraagen was, zig fterk wa- „ pende, te water en te lande; en dat Groot- , Britanje, dikwils, verklaard hadt, dat Spui- „ je een' der Franfche voorllagen behoorde „ te omhelzen. De Spaanfche Nederlanden ,, lagen, daarentegen, verwoest, door de laat- „ fle invallen der Franfchen. De Vestingwer- ,, ken waren 'er vervallen: de Magazynen on- „ voorzien. Uit Spanje kwam weinig gelds, „ Het Krygsvolk, dat op veertigduizend man „ moest gebragt geweest zyn, was, na de eer- „ fte begrooting van zeventienduizend man, „ nog merkelyk verminderd. Frankryk hadt «zig,
|
||||
172 VADERLANDSCHE LVIII.Boek;
1684. «zig, midlerwyl, reeds in bezit gefield van
------ „een van zyne eifchen, en: zig, federt de
„raadpleegingen over de Wervinge van zes-
tienduizend man, ftcrker gewapend. De „Werving zou den Koning dan niet bewee- „gen , om minder te vorderen van Spanje. „Ook zou zy, in deezen Staat, nog merke- „lyke zwaarighe-Jen ontmoeten. Verfchei- „den' Gewesten hadden 'er nog niet in be- „willigd, en zouden'er, veeiiigt, nimmer „ in bewilligen, 's Lands geldmiddelen waren „in eenen liegten flaat: de Gewesten veel ten „ agteren. De Werving zou eerst van nut Zyn, „als 't oorlog werdt; en dan zou men ook „voor de veiligheid der zeeën andere noo- „dige lasten zorgen moeten. Eindelyk, zy „zou niet dan na verloop van drie of vier „maanden können voltrokken zyn: in wel- „ ken tusfchentyd, Frankryk zig ver zou kon- „ nen uitbreiden, in de Spaanlche Nederlan- „den, zo men, midlerwyl, verzuimde, te „ handelen over een Verdrag, 't Was nog niet „ gebleeken, dat Koning Lodewyk de Vrede „zo ernllig zogt, als fommigen zig diets „ maakten: anders zou hy zig, deswege, op „ het aanhouden van Groot-Britanje, wel ron- ,, der verklaard hebben. Doch de Koning van „Frankryk werdt, in deeze raadpleegingen, „als twee byzondere Perfonaadjen aange- „ merkt door de Leden. Als Amiterdam zig „bekommerd toonde voó? oorlog, en op ver- „drag drong, vertoonden de andere Leden „ den Koning zo vreedzaam, dat hy, om En- „ gelands wille, of uit zorge voor de werving |
||||
LVIII.Boek. HISTORIE. 173
„ der zestienduizend man, zyne eifchen ver-
„ minderen zou: en als Amiterdam beweer- „ de, dat de vrede beftendig zou können zyn, „ zo Spanje een' der Franfche voorllagen aan- „ name, was de Koning wederom zo oorlogs- „ zugtig, dat hy, niet dan met geweld, kon „ gebragt worden tot vreedzaame gedagten. „ Maar hoe kon men mindere eifchen ver- „ wagten , na het fcherp antwoord van de „ Moncajo (V), en na de Spaanfche Oorlogs- „ verklaaring, die 'er op gevolgd was ? Ook „ zou de gehoopte verzagting Spanje flegts „ een grooter gedeelte van het platte Land 3, laaten, 't welk de kosten der Wervinge, „ die voor 't eerfte jaar op vier millioenen be- „ groot werden, niet kon opweegen: behal- „ ve dat ook het befluit om, door middel der „ Wervinge, verzagting van eisch van Frank- „ ryk te verwerven, van Spanje komen moest, „ niet van deezen Staat. Amilerdam wensch- „ te, wyders, te verftaan, welk een Verdrag „ de Leden redelyk oordeelen zouden: alzo „ men niet gehouden was, deswege, eerst, „ met de zogenaamde Bondgenooten, over- „ een te komen, gelyk de Leden begeerd had- „ den; waartoe ook de tyd te kort zyn zou. „ Doch zy, die op verzagting hoopten,moes- „ ten deezen tyd niet vrugteloos laaten voor- „ bygaan, dien doende verlengen, ware 't „ mogelyk, en, midlerwyl, eene wapenfehor- „ fing bewerkende. Om, wyders, te weeren, „ of men, door het aanneemen der wapenen, ,,be-
O) Zie hier voer, #• «38»
|
||||
174 VADERLAMDSCHE L VIII. Boek;
„ beter vrede zou können bedingen; moest
„ men, voor eerst, agt geeven op het waar be- „ lang van den Staat, welk gegrond was op „ Koophandel, Scheepvaart, Visfchery,Hand- „ werken en Neeringen, die, in oarlogstyden, ,, ligtelyk verfperren en veel te lyden hebben: „ ten anderen, op het gemeen verval, federt „ den jongflen oorlog, en ten derden, op „ de kosten, die vereischt zouden worden, „ om den kryg tegen Frankryk, te water en „ te lande, te voeren, met redelyke hoop van „ eenen goeden uitflag: welke kosten niet „ minder dan twaalf of veertien millioenen in „ 't jaar beloopen zouden: en dan zou men „ nog niet in Haat zyn, om de kaaperycn te „ beletten. Zelfs zou Deenemarke, zig voe- „ gende by Frankryk, ons de gantfche Vaart „ op de Oostzee können doen verliezen. Aan „ onze zyde, hadt men, daarentegen, byna „ geene hulp van buiten te wagten. Enge- „ lang flak inwendig in groote verwarringen: „ de Keizer was met den Turkfchen kryg be- „ lemmerd, en hadt, reeds te vooren, ver- p, klaard, dat hy Spanje niet zou können by- „ ftaan, zonder dat men hem onderilandgel- „ den verleende: 't welk de Spaanfche geld- „ middelen niet gehengden. Spanje hadt, tot „ hiertoe, vergeefs aangehouden om hulpe. „ by andere Duitfche Hoven. Lunenburg, „ fchoon lliptelyk verbonden , zondt geen „ volk af. Zweeden hadt de bekragtigingvan „ het Verbond met den Staat nog niet uitge- „ wisfeld, en was zelf byna in eenen ftaatvan w oorloge met Deenemarke en Brandenburg. „ Span-
|
||||
LVJII.Boek. HISTORIE. 175
„ Spanje kon, fchoon hiernaar voor agt maan-
„ den reeds gevraagd door de Staaten, geene „ verzekering altoos geeven van uitheemfche „ hulpe. Amiterdam meende dan, dat, niet „ het opvatten der wapenen; maar handeling „ alleen (trekken kon tot vrede. De Keurvor- „ ften hadden zig ook onlangs verklaard, voor „ het fluiten van een Beftand rnet Frankryk. „ 't Gedrag der Leden, in den jaare 1678, „ kwam overeen, met het gevoelen van Am- „ flerdam. Men hadt toen geene zwaarigheid „ gemaakt, om Yperen af te ftaan aan Frank- „ ryk; fchoon 'er een aanzienlyke hoop En- „ gelfchen in de Nederlanden ware, en En- „ geland eene magtige Vloot in zee hadt ; „ fchoon de Keizer en de meeste Ryksvorften „ met Frankryk in oorlog waren, en fchoon „ Deenemarke de goede party begunftigde. „ Men moest dan de werving aanzien voor „ noodeloos, en de Gemeente, reeds genoeg „ bezwaard, van zulk een' onnutten last ver- „ fchoonen. Wyders, kwam ook in aanmer- „ king, dat Spanje, in 't verklaaren van den „ oorlog aan Frankryk, minst op eigen' magt, „ meest op de magt van deezen Staat gezien „ hadt. Hierom, hadt men geene vyandlyk- „ heden van belang gepleegd tegen de Fran- „ fchen, dan na dat deeze Staat zig zo gereed „ getoond hadt tot het afzenden van den ge- r, vorderden onderftand, die grooter was ge- „ weest, dan, by de Verbonden, beraamd was} „ na dat men met zo veel yver hadt begon- 9, nen te dringen op de werving van zestien- „ duizend man; na dat men de Spaanfche Ne- „ der-
|
||||
i?6 VADERLANDSCHE LVJII.Bosk.
„ derlanden hadt begonnen aan te zien, als
„ grenzen van den Staat; na dat men befloo- „ ten hadt, met de zogenaamde Bondgenoo- „ ten, te handelen over de voorwaarden van „ een vergelyk, en na dat voornaame Leden „ van den Staat de Spaani'che Oorlogsverklaa- „ ring hadden begonnen te verdedigen. Al- „ 't welke dienen kon, om ook de fchadelyk- „ heid der voorgellaagen' Werving te bewy- „ zen. Men zeide, dat de Werving ftrekte „ tot gerustheid van den Staat; doch deeze ,, kon ook door een fpoedig Verdrag verkree- „ gen worden ; ook beftondt de veiligheid „ van den Staat niet in eene groote Krygs- „ magt, die toch altoos merkelyk kleiner zou „ zyn dan die van Frankryk; maar in goede „ Verbonden met magtige nabuuren. Men „ wierp, wyders, tegen, dat het niet aan den ,, Staat; maar aan Spanje ftondt, op den voet „ der Franfche voorflagen, te fluiten. Doch „ de Staat kon nadrukkelyke befluiten nee- „ men, om Spanje te beweegen tot bewilli- „ ging, gelyk, voor 't fluiten der Akenfche „ en Nieiiwmeegfche Vrede, gefchied was: „ of zo Spanje hardnekkig bleeve , andere „ middelen ter hand liaan, om de Spaanfche ., Nederlanden te bewaaren voor verdruk- „ king. Voorts, zeide men, dat, na 't fluiten „ van een Verdrag , op het houden deszelfs „ door Frankryk, geen ftaat te maaken ware. „ Doch zekeriyk zo goed of beter, dan op „ een Verdrag, dat, na 't voeren van den oor- „ log, zou mogen geflooten worden, 't Be- „ fluit van alles was dan, datP naar't oordeel „van
|
||||
iiVïIL Boek. HISTORIE, ir?
'5, van Amfterdam, de Staaten, met ter zyde igg^.-
1,, itelling van de Werving * allcenlyk arbeiden -—-ä.
„ moesten , om Spanje te beweegen tot het
„ aanneemen van een' der Franfche voorflagen,,
„ behoevende men, jegens dit Ryk, welk,in
,, het doen der Oorlogsverklaaringe, zo onge-
5, regeld te werk gegaan was, zig juist zo naauw-
„ gezet niet te gedraagen, als fommige Leden,
„ voorheen, wel geoordeeld hadden: dat men*
,, hierover, ook met Engeland behoorde 'té
„ handelen, en-, eene lyn trekkende met dit
„ Ryk, door middel van het zelve, Frankryk
■„ tragten over te haaien, om, ook na 't einde
„ van Louwmaand» de wapenen te laaten rus-
„ ten, en zynen eisch niet te verzwaaren;trag-
„ tende, te gelyk, zyne Majefteit van Groot-
„ Britanje te beweegen, om dealgemeene Vrè-
„ de te bevorderen, en op de kragtigfte wyzé
„ te handhaaven; en in 't byzonder ook den
„ Koning van Deenemarke tot vreedzaame ge-
-,, dachten te brengen (t).
Doch dit Vertoog en de verdere poogih- jtf.
gen der Amfterdammeren waren niet in ftaat, De staa- om de meeste Leden van Holland te doen ver- "n va" anderen van gedagten. De raadpleegingen op ï,^nJj"etl de Werving werden voorgezet * en men be- tot de floot 'er toe, by meerderheid van ftemmeri, Wer- op den eeaendertigften van Louwmaand; Am- Z*ng^y fterdam en Schiedam waten de eenigfte Le- held vtn - <ien? die niet bewilligen konden in dit befluit. itemmen. Delft
CO Summier Vertoog der Gedeput. van Araft. in ie HoiJ.
firlcrc. van 1684. bl. 3 tim. *n in 't Verv. clcr Gonid. vï» Staatsz. Nkm. I. hl. 1. XV, Deel» M
|
||||||||
178 VADERLANDSCHE LVIII.Boek,
|
|||||||||||||||||||
»684. Delfc ftemde zelf wel voor de Werving; doch
meende dat, in dit geval, niet metoverftem- |
|||||||||||||||||||
Aantcke
«ing van |
ming beflooten kon worden. Amflerdam deedt
'er, eerlang, eene fcherpe aantekening tegen, |
||||||||||||||||||
Amtier'" waarin beweerd werdt „ dat zulk een befluit te
dam te- „ neemen by meerderheid van ftemmen aan- se"dit }j liep tegen de grondwetten van den Staat, e ' „ die, reeds ten tyde der Graaven, in kragt „ geweest waren; en in 't byzonder ook te- „ gen het Reglement op het beleid van der „ Staaten Vergaderinge van den jaare 1581, „ houdende, dat de Leden eikanderen, in 't „ ftuk van belastinge, niet zouden mogen „ overftemmen: aan welk punt, de Ledenzig „ altoos ftipt gehouden hadden, zonder ooit „ te gedoogen, dat men hen overftemde. Ook „ was het Reglement, in dit" opzigt, kragtig- „ lyk bevestigd, in den jaare 1671, door ee- „ ne verklaaring, dat de meeste Leden niet „ voor regt zouden können doen doorgaan, |
|||||||||||||||||||
»
|
dat, in eene zaak, waarin, volgens het Re-
|
||||||||||||||||||
glement, geene overftemming plaats hadt,
zou mogen worden beflooten met de meer- derheid. Strydige grondregels te volgen ftrekte tot omkeering der hoofdwetten van den Staat. Ook zou het, hierdoor, altoos in de magt der meeste Hemmen ftaari, om befluiten door te dryven, waardoor zy, die 'er niet in bewilligd hadden, meer belast werden, dan alle de overigen; waaruit het bederf der ingezetenen, onvermydelyk, vol- gen moest. Burgemeesters en Vroedfchap van Amfterdam hielden, hierom, het ge- nomen befluit voor nietig en van onwaar- „de,
|
|||||||||||||||||||
73
|
|||||||||||||||||||
13
5'
|
|||||||||||||||||||
LVIÏI.BoEK. HISTORIE. 179
|
|||||
„, de, en verklaarden, dat zy het nooit voor 1684,
„ eene wettige Straatsrefolutie zouden können-------
^, houden; maar ilegts voor een bei!uit van de
„ Ridderfchap en vyftien Steden. Ook zou-
„ den zy nimmer iet tot de kosten der voor-
9, noemde Wervinge betaalen." Die van Scliie- ^„j^g,
dam lieten ook aantekenen „ dat zy het be- nir« van
„ fluit op de Werving hielden voor nietig en Schie.
„ kragteloos, als tegen het aloud gebruik ge- dam«
3, nomen zynde. Zy pmefieerdeti, wyders, van
„ al het onheil, dat 'er, in tyd en wyle, uit
„ zou können ryzen, en veritonden niet dat
„ het ter algemeene Staatsvergaderinge zou
„ worden ingeleverd (v):" welk laatfte, nog-
tans, op den eerden van Sprokkelmaand,reeds
geichied was (V).
De lcherpe aantekening der Stad Amfter» xTf.
dam, en de duidelyke verklaaring, dat zy niets D'A/aws draagen zou in de kosten der Wervinge, hadt brl^ veel misnoegen verwekt onder verfcheiden'Le- ber- den der Regeeringe (x), en boven al by zy- fchept ne Hoogheid, die ongaarne zag, dat zyn gant- en doot fche oogmerk en de beflooten' Werving, door zvne de magtigfte Stad van den Staat, tegengegaan {^d^ia en 'verydeld werdt. Ook verliepen 'er maar deVerga« weinige, dagen, na 4at de aantekening van Am- dering fterdam geichied was, toen 's Prinfen misnoé- van tlot. gen tegen de Regeering deezef Stad openlyk bran,8* «itborst, in d,e Vergadering van Holland. De .'/'. Äfark- Cv) Rcfol. Ho!!. 31 Jan. 1684. tl. 14-
O) llelbl. Gener. Martis 1 Febr. irt8i. Hol!, Merc. VK»
1684. M,,l^•.l%.■ • •■'-■.;> v». ■ «. ,
(*) Msffve van den RsaJp. Fagel am im Ambuf. V/il»
CilTfcP.i rm I Febr. 1Ó84. MS. M a
|
|||||
i8o VADERLANDSCHE LVIII.Bobk:
i«»4. Markgraaf van Grana, of, zo anderen mei"
—— den Cy), de Prins van Oranje zelf hadt, eeni" ge weeken geleeden, het Pacquct doen onder- scheppen , waarin, behalven anderen brieven, ook de brief was, die, door den Graave d'A- vaux, op den negenden van Louwmaand, aan den Koning van Frankryk gefchreeven was, en van welken wy den inhoud, hiervoor (z)a omftandiglyk, hebben te boek gefield. De Spaanfchen Landvoogd, zo in 't gemeen voor- gegeven en geloofd werdt, den brief van d'A- vaux, die gedeeltelyk in cyfer gefchreeven was, hebbende doen ontcyferen, vondt den inhoud van zo veel gewigt voor den Prinfe van Oranje, dat hy den brief, nevens eenigc ande- ren , welken hem ook merkwaardig gefchee- nen hadden, eerlang, zyner Hoogheid toe- zondt. De Prins hieldt de brieven eenige da- gen by zig; doch de verftandhouding tusfchen d'Avaux en die van Amfterdam fcheenen hem zo bedenkelyk, dat hy befloot, den brief des Ambasfadeurs in de Vergaderingvan Holland te brengen, en de Afgevaardigden van Amfter- dam openlyk te befchuldigen. Op den zestien- i den van Sprokkelmaand dan, vier of vyf dagen na dat de aantekening tegen het befluit op de
Werving gefchied was, verfcheen de Prins in de Vergadering der Staaten, te kennen gee- vende, dat hy hun eene zaak van het uiterfte gewigt medetedeelen hadt, en verzoekende, dat de deuren, vooraf, geflooten mogten wor- den, (y) Vohz Neaociatw/« Cemte d'Avaux Tom, II. /1.123,135 ,
(_*j Bla4z. 104. |
||||
LVIII.BoEK. HISTORIE. 181
den, mids men den deurwaarder beval, elk, i<5?4.
die tot de Vergaderinge behoorde, binnen, - doch niemant wederom uit te laaten, zonder last van hunne Edele-Groot-Mogendheden. De Raadpenfionaris gaf den deurwaarder, ter- ftondt, deezen last, zonder omvraag gedaan te hebben: gelyk ibmmigen, daarna, dagten,dat behoorde gefchied te zyn. Vervolgens, zeidc Men zyne Hoogheid, dat het gene hy voor te draa- Y*T& ^* gen hadt ook eenigzins betrof de Heeren Ger- i^^ttei% rit Hoofd, Raad en Oud-Schepen, en Jakob Hop uit Hop, Penfïoïiaris van Amfterdam ; waarom do Vcr- hy verzogt, dat deeze twee zig, zo lang de ^A^n"t raadpleegingen duurden , bcgeeven wilden in le baau" het vertrek der Staaten, gelyk zy deeden. Toen deedt de Prins den brief van d'Avaux lee- zen, door den Raadpenfionaris ; doch alzo veele Leden de Franfche taal of niet of naauw- lyks verftonden, kon de zin, door deezen ten minfte, niet gevat worden. Den brief gele- zen zynde, onderftelde zyne Hoogheid, dat de verftandhouding met d'Avaux , door eb twee Heeren, was aangelegd, zonder dat men wist, of zy 'er last toe hadden (o). Hooft en Zy kee- Hop, anderhalfuur getoefd hebbende in't ver- ren cs trek, kwamen, terftond na 't leezen, ongevoe- rug' pen, wederom binnen; alzo de Burgemees- ter Joan Huidekooper, Heer van Maarfeveen, die, onlangs, wegens Amfterdam,op de Dag- vaart, verfcheenen was, oordeelde, dathyhun- ne hulp niet ontbeeren kon. Ook verftondt hy en
(«) Misfive vin Burgemeesters en Raaden vnn Amft. vat) 19
ftir. 1O84. in de Holl. Merg, van 1C84.. H. 31.' |
|||||
M3
|
|||||
ï82 VADERLANDSCHE LVIILBokk.
*«?4. en de twee anderen, dat, hunne naamen niet
—— gefpeld wordende in den brief van d'Avaux, zy zig niet langer behoefden te onthouden uit de Vergaderinge, en de raadpleegingen over Men den brief, vryelyk, mogten bywoonen. De dHi.gt Ridderfchap, Dordrecht, Haarlem, Alkmaar hen, ver- en ancjere Leden beweerden driftiglyk, dat 7y om op behoorden te vertrekken. Anderen , gelyk nieuws, Delft, Leiden, Gouda en Rotterdam, en de buhen Steden van 't Noorderkwartier, op Alkmaar m ftean. na^ ZOgten jjen te beweegen, dat zy 't uit in- fchikking deeden. Doch zy verftonden, dat zy blyven moesten; dat men, in hun byzyn, behoorde te raadpleegen, en hun den brief nog eens voorleezen, op dat zy 'er zig op verant- woorden mogten: welk laatfte hun geweigerd werdt. Doch men tradt, eerlang, tot de raad- pleegingen, in hun byzyn. De Ridderfchap, zyne Hoogheid bedankt hebbende voor de ope- ning , klaagde zeer, dat Amftcrdam alles over« leide met d'Avaux, en beAveerde zulks te mo- gen doen: voorts, itemmende, dat men de Stads Pu pieren en die van den Peniiunaris Hop be- hoorde te verzegelen, en op de Charterkamer te brengen, om ze daarna te leezen of te rug te geeven, naar dat de Leden zouden geraa- den vinden. Dordrecht zeide „ dat de Hee- „ ren van Amfteroymftrafbaar zouden zyn, zo „ de brief de waarheid lprak, 't welk men moest „ onderzoeken: doch dat op hen niet te zeg- „ gen viel, zo zy den last der Stad gevolgd „ hadden." Haarlem merkte aan „ dat de „ brief, in allen deele waaragtig zynde, den „ Staat zou 't onderst boven keeren j doch «, wit-
|
||||
L VIII. Boek. HISTORIE. 183
„ wilde gaarne afwagten, wat Amfterdam zelf,
„ naar befcheidenheid, doen zou,en denzagt- ,, ften weghouden." Dordrecht, welk de verzegeling redelyk hieldt, hadt egter dit laat- fte, insgelyks, te verftaan gegeven. Delft was 't, in dit opzigt, ook eens met deeze Steden, oordeelende, daarenboven, dat men Amfter- dam een affchrift van d'Avaux brief toeftaan moest. Zo deedt ook Leiden. Amfterdam ver- klaarde , niet te können gedoogen dat de Stads Papieren verzegeld werden; doch was gereed om op den brief te berigten, en ondertusfchen den Principaakn kennis te geeven. De Edelen, floegen, vervolgens, voor, dat men de Papie- ren , door drie Heeren, zou können doen ver- zegelen, en onder den Heer van Maarfeveen laacetij mids hy op den eed aanname daarvan niet te verduisteren. Dordrecht verftondt ook, dat 'er verzekering, wezen moest. Doch Delft en Leiden begreepen, dat men zo fcherp niet behoorde te gaan. Gouda hadt vertrouwen in Maarfeveen; doch zo de voorzittende Leden verder gaan wilden, voegde men zig met de Edelen. Rotterdam en Gorinchem beriepen zig op naderen last. Schiedam mögt ook wel zien, dat de Papieren, verzegeld zynde, den Heere van Maarfeveen gelaaten werden: en de overige Leden f temden allen met de Rid- derfchap. 't Beiluit viel, derhalve „ dat men „ een affchrift van den onderfchepten Brief „ zenden zou aan de Leden; dat de Heer van „ Maarfeveen de bewaaring der Papieren in „ 't Comptoir van Amfterdam op zig neemen „ zou, en dat de brieven in 't Comptoir van M 4 „den
|
||||
i84 VADERLANDSCHE LVIII.Boek.
„ den Penfionaris Hop by eikanderen zou-
„ den worden gelegd, onder 't Cachet van „ den Heere van Maarfeveen en twee ande- „ re Heeren." Doch Amfterdam verklaarde zig ernftelyk tegen dit belluit. Zyne Hoogheid boodt aan, de nadpleegingen geheim te wil- len houden, en ze niet dan onder gelyke ge- heimhoudinge aan de andere Gewesten te zul- len mededeelen ; doch Amfterdam bleef het befluit afkeuren. De Raadpenlionaris zeide toen „. dat, naardien Amfterdam niet gedoo- „ gen wilde, dat iemant, nevens den Heere „ van Maariëveen, de Papieren in bewaarin- ,, ge hieldt, de Ridderfchap niet zou können „ nalaaten alles nader te onderzoeken." De Ridderfchap zelve fprak van alles in 't licht te willen geeven. De andere Leden kwamen genoegzaam overeen met de Ridderfchap. Men zogt Amfterdam, op nieuws, te beweegen orn te bewilligen in 't genomen befluit. Doch 't gelukte niet. Eindelyk, werdt, by de meeste Leden, vastgefteld, dat de Verzegeling, door drie Heeren, geichieden zou, en dat de Papie- ren zouden blyven onder den Heere van Maar- feveen. Ook zou men den brief geheim hou- den in de Vroedfchappen, en al 't gehandelde, insgelyks: alleenlyk, behieldt zyne Hoogheid de vryheid om den brief mede te deelen aan de Gedeputeerden tot de buitenlandfche zaaken, die hem hunne Principaalen zouden mogen, toefchikken (£). Terftond na 't neemen van dit befluit, wer-, den-
C») Evgsnh. AtnX' v*n den Heere Hop v*n iCFtir. 1CS4. jttft;
|
||||
LVIII.Boek. HISTORIE. 185
den Affchriften van den Brief van d'Avaux m^
gezonden aan de Steden , om derzelver ge- —— - dagten daarover te verftaan. En onaangezien Affchrif- men gelcheenen hadt den Briefgeheim te willen 'en vi? , houden , kwam 'er , na weinige dagen , eene ^n de'6 Vertaaliiig van in 't licht, waarin verfcheiden' steden te plaatfen open gelaaten waren , die , in eene xendeu, tweede uitgaave, werden aangevuld. De ken- üis van deeze geheime handeling weidt des rugt- baar onder 't gemeen , welk , in verfcheiden' Steden, zeer nadeelig fprak van de R^geering van Amfterdam ; terwyl, de ingezetenen dee- zer Stad , thans zeer eensgezind met hunne Regeering , by monde en gefchrifte, vinnig fchimpten op zyne Hoogheid. Midlerwyl, wa- De p». ren ook de Heeren Franco fan der Goes, en Pieie" Adriaan Baart, die Burgemeester van Delft, fterdaiii* deez' Penüonaris van Alkmaar , benevens Si- worden mon van Beaumont, der Staaten Secretaris , verze- gemagtigd om, terftond, de Papieren der Stad Keid- Amfterdam en die van den Penfionaris Hop in den Haage te verzegelen , waartoe de drie Gemagtigden hun eigen zegel gebruikten , de Papieren ïaatende in bewaaringe van den Heere van Maarfeveen , tot dat de Leden , na 't ke- zen van den brief van d'Avaux , zouden heb- beu geoordeeld , of de Papieren nader behoor- den onderzogt te worden, of niet. De verze- geling gefchiedde op den zelfden zestienden van Sprokkelmaand (c). De Heeren Hooft en Hop
(cl Rcfol. Holl. 1(5, 25 Febr. I««4- U- 38, f>7- ?■•'■ <>*k
Misfive van een' Regent en VeraniW. van het be'eul van .ritnlt. inde ConfMer. van Staacsz. Nam- XIX. XXiX- (■'uit* avs/i Ne- gatiat. du Cowte o'Av.iux Tom. II. />. 155 6' /«/>. |
|||||
M 5
|
|||||
i86 VADERLANDSCHE LVIII.Boejc.
1^84. Hop keerden, nog dien zelfden nagt, naar Am-
Burgemeesters geweldiglyk ontftelde , inzon- derheid den Burgemeester van Beuningen, die de meeste kennis van de buitenlandfche zaaken hadt, en , in 't voorleeden jaar , tot Burge- meester verkooren zynde, thans als Oud-Bur- gemeester was aangebleeven : waarom hem de handel met d'Avaux, beter dan iemant, bekend was. Ook hadt hy 'er verfcheiden' brieven over gewisfeld met Hop , die nu ook onder 't zegel lagen. Doch de ontfteltenis der Heeren fproot, zo zy federt verklaarden , niet uit eenige be- wustheid van fchuld; maar om dat zy, huns oor- deels , onheusch en onredelyk bejegend waren in denHaage. DeRaadwerdt, terltond, byeen geroepen Qd), en men vaardigde, den negen- tienden , eenen Brief af aan alle de Steden , waarin de Regeering betuigde, te haaken naar gelegenheid, om haare onfchuld, in't gehandel- de met d'Avaux, duiclelyk te doen zien, en zeer klaagde, over 't verzegelen haarer Papieren (Y). Deeze brief werdt ook, terflond, door den druk, gemeen gemaakt. XIII. By de tweede uitgaave van den brief van Uittrek- d'Avaux , waren gevoegd eenige uittrekfels ce'iee' u^ andere brieven, die, te gelyk met dien van andere d'Avaux, fchynen onderfchept geweest te zyn. onder- In deeze uittrekfels , las men : „ de Hee- „ ren
(rf) Extr. uit de Refol. der Vroedf. van Ainft. van 23 Fehr,
1G84, Rt'fol, Holt. 24 F'-br. 16K4. il. 4!!. f«) Refol, Iloll. 24 Febr. (6U4. il. 95. Zie de Mrsfive ook
in de Holt. Merc. yan 16Ö4. bl, 31. en Conüder. van Staatsz, Num. VI. W. 31. |
||||
L VIII. Boek. HISTORIE. 187
„ ren van Amfterdam doen hun best, en de
„ Heer d'Avaux zoekt alles te doen gelukken. ^, En zo de zaaken niet gebragc worden in „ den ftaat, waarin men ze wenscht; zal't aan „ de groote magt, welke men tegen zigheeft, „ te wyten zyn. Men heeft, ondertusfchen, „ reden om te hoopen, dat de ui'cflag niet „ veel verfchillen zal van 't gene men zig „ voorgefteld hadt.------------- De zaaken
„ zyn hier tot groote uiterften gebragt, 't Is
„ te dugten , dat men niets zal können ver- „ krygen , tegen den wil van den Prinfe van „ Oranje. Maar de Heeren van Amfterdam „ zullen nooit in de Wervinge bewilligen. „ Men gelooft, dat hy ze, huns ondanks, zal „ doordryven: 't welk de tyd leeren zal.------
„ Men is hier bezig om den Vereenigden Ge.
„ westen de Werving te beletten , op dat de „ Koning , in den aanftaanden veldtogt, alle „ de Spaanfche Nederlanden zou können weg- „ neemen. Men vleit de Staaten, met fchoon- „ fchynende beloften : want, naar alle waar- „ fchynlykheid, zal 'er, binnen vier maanden, „ een bloedige oorlog zyn (ƒ_)." Deeze uit- getrokken' plaatlèn verwekten nieuwe gisting, in de gemoeden van 't gemeen en van de Staa- ten zelven : de laatfte plaats inzonderheid Doch deeze was getoogen uit een' Brief van eenen Geestelyke (3); welke luiden, dikwils, niet
ff) Zie Corfider, van Staatsz. tl. 8. Hol!. M-rc. van iGfy.
i! 2:1, 30. • f 3) Le Pere Limojon , Biegtvader van den Graave
d'Avaux,
|
||||
i33 VABERLANDSCHE LVIILBoek;
i(58+. niet doordringen tot het regt geheim der zaa-
------ ken van Staat en Regeeringe. Ook merkte d'A-
vaux, naderhand, aan, dat de goede Biegtvader,
eenen anderen Geestelyke , zynen vriend, die driehonderd mylen van hier (4) woonde , was nieuws willende verhaalen, dingen verzierd hadt, die, in zulk een afgelegen ourd, zeldzaam kon- den fchynen (g). D* Av<Lur D'Avaux vernam, ondertusfchen, wel haast, verdcHigt jat Zyn brief onderfchept, en in de Vergade- rt^ifter- "n§ van H°^an<3 gelezen was. Hy vorderde <J«iu. dien » terttond , te rug , eerst mondeling , en daarna , in een gefchrift, welk hy, ter alge- meens Staats vergaderinge, inleverde (fi). Hy verdedigde de Aaifterdamlche Heeren zeer (V): van welken eenigen in 't 'oyzonder, ten onreg- te , zeide hy , beichuldigd werden , fchoon hy niemant hunner genoemd hadt in zynen biief, dien men ook , naar zyn zeggen , op verfeheiden' piaatfen . kwalyk ontcyferd en veribian hadt. Voorts , beweerde hy , dat hy de zaaken aan den Koning, zynen Mees- ter , naar zyn welgevallen , kon voordraagen, om zyne Majefteit te ligter te brengen , daar hy hem wenschte , zonder dat men, hier- uit , eenig gevolg trekken mögt, tot iemants nadeel (£). 't Is ten hoogfte waarfchynlyk, hoewel ik het niet gemeld vind , dat men den
ff) eil Hüll. Msrc. vnn \(>t\. 'I- 41.
( h) Rcfol. Holl. «4 f tbr- lö«*- W 6>
(, i) Vo'iez Negociar. 4u Cumte u' Avauy Tom. II. p. acg
ff fuiv. CO Zie Holl. M.rc. van 1684. M> 34-41" ConfiiUr. ym
Sti'arsÄ jsium- X"t II. 6i tnXm (4) Te Marfcilie.
|
||||
LVIII.Boek. HISTORIE* tfy
|
|||||
den Graave d'Avaiix, federt, zynen brief zal te 15S4;
rug gegeven hebben. ■ Doch deeze brief bragt de Amfterdamfche XIV#
Regenten niet alleen; maar ook Adriaan Paats, Paais, Raad en Vroedfchap der Stad Rotterdam , in Vroed- moeilykheid. Deeze was, in den Brief, met Rhj.pt^ naame genoemd , en geteld onder de weigezin- ^ira den, die wederom moedgreepen (/). Hy woon- raskt de de Dagvaart van Holland by, toen de brief ook in gelezen werdt, en, kort daarop, naar huis ge- ™ofi"e' keerd zynde , werdt hem verzogt, dat hy zig 7M^t ' uit de Vroedfchap , die toen vergaderen zou, van het wilde onthouden ; alzo hy, zeide men , ver- fchryveu dagt was van ongeoorloofde verftandhouding v»n^d'A- met den Graave d'Avaux, waarover men , in zyn afzyn , wilde raadpleegen. Hy vervoeg- de zig , hierop , met verfcheiden' Vertoogen aan de Staaten van Holland , waarin hy ver- klaarde , d'Avaux in geene vier jaaren gezien, en geene briefwisfeling of verftand, regtflreeks of door de tweede hand , met hem onderhou- den te hebben. Hy bewees dit laatfte ook, met een getuigenis, welkd'Avaux, op zyn ver- zoek , gereedelyk, verleend hadt. Drie Burge- meesters, zig geraakt voelende over't gene hy bygebragt hadt, dreigden hem, wegens laste- ring, in regte te zullen betrekken. Doch hy, en verfcheiden' Regtsgeleerden met hem oor- deelden, dat hem, in het afwyzen uit de Vroed- fchap , groot ongelyk gefchied was. Zelfs liet hy zyne Verdediging in openbaaren druk uit- gaan: (/) VqUz Negociat, ia Coiuto d'Avaux T»m. I. p. ito,
'ffr, 188. '92, 193- |
|||||
1'jo VADERLANDSCHE LVIILBoEKi
|
|||||||||||
i531. gaan: 't welk van zulk een gevolg was, dat hy %
_.__ kort hierna, wederom verzogt werdta zyne plaats in de Vroedfchap te bekleden (jn)>
Amtier- Maar 't 'gefchil met Amfterdam werdt zo dam be- ras niet bygelegd. De Regeering deezer Stad fiuIt' f verontlchuldigde zig, tevergeefs, ter Verga- ^evaardig deringe van Holland, door een omftandig Ver- den meer haal van 't gene tusfchen den Graave d'Avaux |
|||||||||||
t
vaart te
zenden. |
- en haare Afgevaardigden voorgevallen was. Zy
drong , te vergeefs , op de ontzegeling haarer |
||||||||||
Papieren («). Dit deedt haar beiluiten, gee-
ne Afgevaardigden meer ter Dagvaart te zen- den , en haare zaaken aldaar te laaten verrig- ten door twee haarer Sekretarisfen, Dirk Geel- vink en Kornelis Munter , die meer dan één Vertoog ter Vergaderinge van Holland inle- verden , waarin beweerd werdt, dat men , in 't verzegelen van de Papieren der Stad , de vryheid der Leden gekrenkt, hunne byzon- dere voorregten verkragt, en een nieuw en kwaad voorbeeld aan de volgende tydert gege- ven hadt; alles om geene anderereden, dan om dat, in den brief van d'Avaux, gewaagd werdt van eenige gefprekken , gehouden tusfchen hem en die van Amfterdam, tot bevordering der Vrede ; zonder dat de Stad immer eeni- ge byzondere verbindtenis met hem aangegaan hadt. Ook boodt men , in een deezer Ver- toogen, aan, de onfchuld der Regeeringe van Amfterdam nog nader te zullen doen blyken, oolc
O) Refol. HoU- 24, 2I Febr. at, 24 Maart 1S84. bl. 44 ,
<Ï8, 150, 170. /JrVCóniiil. van Siaatsz. Ata. IX. VI. 40 «f. HoU. Meic. van 1684. hl. 41- 53. («,) Refol. Iloll. 10 HUart. ij öfry i6Sj, il. 140, 2\9,
|
|||||||||||
LVIILBoek. HISTORIE. 191
ook, des noods, door het openleggen der ver- 1684.
zegelde Papieren , zo dra de Staaten de ontze- ■ geiing daarvan zouden hebben toegeftaan Qj):
op welken laatiten voorllag, fommige Leden oordeelden , dat die van Amfterdam verklaa- ren moesten , of zy dit openleggen der Papie- ren dagten te doen , teritond na de ontzege- ling , of na dat zy dezelven eerst, eenigen tyd, in hunne magt, gehad zouden hebben. Doch de Edelen en verlcheiden' Steden meen- De Ede- den , dat men behoorde te treeden tot het on- Ien."» derzoeken der Papieren, eer ze te rug gegeven |!"ifia werden. Zy bouwden deeze hunne meening oordee- op de volgende vyf redenen : „ 1. Die van ien dat „ Amfterdam hadden den Graave d'Avaux men. de „ kennis gegevan van de zwakheid van den ^'stad „ Staat en van de verdeeldheid in den zelven: Amfter „ 't welk de Stad, met reden, verdagthadtge- dam be- „ maakt. a. Die van Amfterdam hadden hem ho°rt te „ gezeid, datzy de Werving zouden beletten, ^oekeL „ en weigeren in dezelve te bewilligen. 3, Zy Hunne „ hadden hem onderregt van de middelen en redenen.- „ kuiperyen, by hen aangelegd, tot ftrem- „ ming van de Werving ; en van de Leden , „ die zy hadden aangefproken en overgehaald „ tot hun gevoelen. 4. Zy hadden met hem „ gefproken van byzondere verzekeringen, wel- „ ken men , des noods, geeven zou. 5. Zy „ hadden hem gedrongen, tot het overleve- „ ren van een Vertoog, niet zo zeer opdat „ men daarover ter algemeene Staatsverga- » de-
(o) Extr. uitat Refol. der Vroedrch. van Amfterif. van t'i
Febr. 1684. Vertoog van OnfchulU tnz. ia ät Cur.fiilcr, van Staatsz. Nim. X VI. bl, 77 «uz. |
||||
xp* VADERLANDSCHE LVHLBoek,
i634. „ deringe raadpleegen ■, als opdat zulk een
------ „ Venoog onder 't Gemeen rugrbaar worden
„ zou. Alle welke dingen , huns oordeels ,
„ (maakten naar ongeoorloofde verftandhou-
„ ding, ten nadeele van den Staat, en oor-
„ zaak gaven , om de verzegelde Papieren te
Weder- „onderzoeken." Doch de Burgemeesters van
legging Amiterdam beantwoordden deeze redenen , in
^erZfcj- eenen brief aan de afgezondenen ter Dagvaart,
ven door
jJur'f:e- waarvan zy allen ftemmenden Steden een Af-
wees teren fchrift toefchikten. Op de eerfle, merkten zy vnn Am- aan M dat de Brief van d'Avaux, nergens, zo fterdam. ^ vcei Zy j^dden können merken , te kennen „ gaf, dat hy, uit hun, het zwakke van den „ Staat en de oneenigheid in den zelven ver- „ ftaan hadt. Doch deeze dingen waren wee- 2, reldkundig geweest, voor den vierentwin- „ tigften van Wintermaand, wanneer zy, voor „ 't eerst, met hem, in gefprek getreden wa- |
|||||||||||||||
55
|
ren ; en konden ligtelyk geweeten wor-
|
||||||||||||||
den , door eenen Amba.sfadeur , van wien
|
|||||||||||||||
-■>
|
de Raadpenfionaris Fagel, dikwils , gezeid
|
||||||||||||||
„ hadt (5), dat hy alles wist uit te vorfchen,
?, wat in den Staat omging." Op de tweede , zeiden ze „ dat zy , op 't ftuk der Wervinge , ,, nooit iets aan d'Avaux verklaard hadden , „ waardoor hunne vrye raadpleeging op dit „ ftuk, ook maar in 't allerminst, zou hebben „ können belemmerd worden." 't Gene, in de
(5) Ik heb dit bevestigd gevonden in een* eigen-
händigen brief van den Raadpenfionaris , den twintig- fien van Oogstmaand des jaars 1683, aan den Ambas* fadeur van Citters gefchrevea. |
|||||||||||||||
LVIII.Eofr. HISTOII %'■ 193
■de derde plaatfè , aangemerkt werdt w .?q,u 1*584.
„ i geheel ongeloof! yk • moeten voorkomen aan «•*.—■ „elk , die wit,t, op wat-wyze, men, inden „ ;aanvang, deezes jaars ^ over de W'ervinge „ „ "geraadpleegd badt: -hebbende Amflerdam ,„ ,alleen, óchiedam nevens zig gehad , in 't af- .„ <ftem,m^n der W'ervinge;; terwyl Delft oor- .„ deelde ,!" dat men 'er. niet toe behoosife te „; belluiten, .dan met eenpaarige- ftemmen* „ Doch zy wilden niet ontveinzen, .datzyden „ Graave.d'.Avaux gezeid--hadden ,- dat i ten „ opzigte van de raadpleegingen op. -;zy.ne „ fchriftelyke voorfteilen , verlcheideii' vpor- .„ naame Leden, en zelfsi,. volgens zyn eigen „getuigenis, de Raadpensionaris van Holland, „in hun verftand wären ;,'t welk men » ten „.oryegte,. op de Wervinge geduid hadt." Op de vierde reden , verklaarden ze „ niet air „ leen geene belofte gedaan ; maat zej&. ges-.,-.,. „ ne hoop altoos gegeven te hebben,, vant'ee- „ nigen tyde eenige byzondere verbindtenis te „ zullen .aangaan : waarom zy niet begrypesi „.konden, wat den Ambasfadeur mögt be- „ woogen hebben , om , in 't flot van zynen „ brief, te ichryven , dat zy 't gefprek hier- „ over .zouden verfchooven hebben , tot dat „ zy alle hoop 0111 hunne oogmerken te berei- ,, ken , zouden hebben verlooren." Op dit vyfde , zeiden ze „ dat hun oogmerk , in 't „ dringen op de inlevering van een fchrifte- „ lyk voordel, geen ander geweest was, dan ,, dat het komen mögt ter kennisfe van zul- „ ken, die daarover moesten raadpleegen»' „ Doch alzo zulk een voorftel noodwendig XV. D E e L. N ,, naar |
||||
194 VADERLANDSCHE LVIIT.Boex-,
1684.. „ naar de Gewesten zou moeten gezonden
------- „ en daardoor rugtbaar worden, zo hadt het
„ aan den Ambasiadeur vrygeftaan , te fchry-
„ ven, dathy, hieruit, wat goeds verhoopte „ tot bevordering van een Verdrag ; zonder ., dat zy zien konden, hoe zulk fchryven hun „ tot nadeel, veel min tot zo hooge misdaad „ zou können worden toegerekend.' Voorts, herhaalden de Burgemeesters van Amfterdam de gedaane aanbieding , om hunne onfchuld , zo men ze nog eenigszins in twyfel trekken mögt, ook door het openleggen der verzegel- de Papieren, zo ver ze hiertoe dienftig waren, nog volkomener, te doen blyken (p). Doch dit fchryven werkte meer niet uit, dan dat men het onderzoeken der Papieren verfchoof. Zy bleeven , nog ruim drie maanden , verze- geld. Verwyie- Midlerwyl, nam de verwydering tusfchen zy- rine tus- ne Hoogheid en de Stad Amfterd;>m, hand over fchenzy- \nrid, toe. Zy werdt gevoed, door verfchei- heid erf" den'bitfe en fchimpende fchriften, die, van de Amtier- eene en de andere zyde , in 't licht kwamen, tiara. Onder de voornaamften , mögt men tellen de Schimp- zogenoemde Misfive van eenen Regent ter Ferga- van'we"' dering van Holland: waarin 't gedrag van Am- tlerzyde fterdam vinnig werdt doorgeftreeken. De Re- verfyreid. geering der Stad vondt geraaden dit fchrift, welk zy hieldt, door den Raadpenfionaris of door iemant zyner vrienden (6), opgefteld te zyn,
(p~) M'fivc van Biir!»rtn. van Anift. van tS Blaart 1^84- fn
'de Huil. Merc ven 1^184. bl. 70 ««2. « Cor.fldcr. van Staafz. Hum XX"i. H, >y. (o) ik heb, tegenwoordig, een' Grief van den Rsad«
pen»
|
|||||
^1
|
|||||
L VIII. Boek. HISTORIE. 195
zyn, in openbaaren druk „ te wederleggen. Doch i^
behalve deeze Gefchriften , die wel fcherp, —— maar niet fchimpend waren opgefteld, regende het, te Amfterdam , blaauwboekjes en fchot- fchriften van allerlei (lag: ook veeien tegan zy- ne Hoogheid, die, by 't gemeen, zo fterk be- ichuldigd werdt, dat hy den oorlog zogt, dat de Staaten van Holland, reeds in Wintermaand, beilooten hadden , den Hove en Geregten aan te i'chry ven, dat ze zulke befchuldigingen, wel- ken zy vuile lasteringen noemden , ernftelyk , zouden hebben te weeren (^). Ook kwam'er, wat laater, wederom een Plakaat uit, tegen het drukken en verkoopen van fckandelyke Li- belkn over Staatszaaken (>). Doch de drift van 't gemeen om zyne Overheid door te ftry- ken wies aan tegen't Verbod: vooral, te Am- iterdam , daar de Regeering mogelyk meer door de vingeren zag , om dat zy thans zeer misnoegd was op den Prinfe. Of egter dit mis- noegen , gelyk fommigen fchryven (s), zo ver gegaan zy, dat men in bedenking nam, om Piins Henrik Kafimir , Stadhouder van Fries- land en Groningen, die, in 't voorleeden jaar, met de Prinfesfe Amelia van Anhalt gehuwd was (/ ), tot Stadhouder, of Bevelhebber van Am-
(?) Refot. Holl. 31 Tiec. 1*83. tl. 518.
(fj Zie Groot-Plakaatl». IV. lieeï, U. 3P0, 383. '. s ) Buunet Vul. I. p. 294. f O Rcful Holl. 3 Dcc. i6Uj. U 480'. Holl. Mwc r»«r(ÏJa,'
W. 153 ■>'«" if'84. lil, ufiy per.fionaris Fagel voor my , den zevenden van Lente«
maard deezes jaars 1084, aan den AiiibasTadeur van Git- ters gtfehreeven, waarin van deeze Mifiivty metgoert- keurin^e, gewaagd woidt. N 2
|
||||
19<5 VADERLANDSCHE LVlïï.Bóitf
Amfterdam te verheffen; en dat men hem, ten
deezen einde, derwaards, ontbooden zou heb- ben , zou ik niet durven verzekeren. Men voegt 'er by, dat de Franfche Ambasfadeur de verdeeldheid ftookte , en dat de EngeHche Gezant Chudleigh hetnzovvakkerlykbyrtondt, dat hy zig niet ontzag, den Prins van Oranje, in 't aangezigt, te hoonen; waarop deeze hem niet meer zien wilde («). Ook kon men eikanderen naauwlyks vinniger befchuldigen, dan men , ten deezen tyde , deedt. Men ichroomde , van de zyde der Amfterdamme- ren, niet, te zeggen, dat de Prins van Oranje 's Lands vryheid zogt te verkragten ; terwyl men , van de andere zyde , onder 't gemeen , verfpreidde, dat Amfterdam 't Land aan Frank- ryk verkogt, en 't bedongen geld reeds van d'Avaux ontvangen hadt (v). Ook dreef men, dat deeze Stad, in de verftandhouding met den Graave d'Avaux, misdaad van gekwetfte hoog- heid begaan hadt. „ Maar," fchryven fommi- gen ( w) „ Oranjes hoogheid werdt geagt ge- „ kwetst te zyn, als men ilegts in'tminstdurf- „ de tegenfpreeken, dat de gantfche Staat, op „ zynen enkelen wenk, draaide." Amfterdam durfde dit alleen doen , en kon het doen, met vrugt. „ Want, voegt men'er by, de Prins „ hadt geene deminfteagtingvoorde Wethou- „ ders der overige Steden." Terwyl deeze vinnige verdeeldheid duur-
de, (u~) Rurnst V*l. T. p. 504..
tv) NegoeUt. «te Comte h'Avjwi Tom. II. />■ 209.
(w) C. v. Bïnkershoïk Q_uie(l. jur publ. Lii. II. Cap. IV,
|
||||
LVIII.Boek. HISTORIE. 197
de , vondt de Keurvorst van Brandenburg ge- ,684;
raaden , Paulus van Fuchs af te zenden naar-------
Holland , om de Staaten en den Prins van tusfchen
Oranje te vermaanen tot vreedzaame gedagten, b*"r^,"£" en om de Stad Amfterdam te verfterken in burg haare meening. Hy begaf zig , zo dra hy in fchen Holland kwam, naar deeze Stad, entradt, ter- <?czanc ftond , in een mondgefprek met Burgemeester Bürge-6" van Beuningen , die 't voornaamfte deel aan 't meester bewind hadt, en zeer yverde tegen de Werving, van neur In dit gefprek, hieldt de Burgemeester den Ge- tingen, zant voor „ dat de Stad gaarne zag , dat de j^J^j „ Keurvorst haar gedrag goedkeurde, en haar „ wilde onderfteunen : dat de Prins van „ Oranje, ten onregte, op haar verftoord „ was, alzo zy, ziende dat zyne Hoogheid zig „ zelven en den gantfchen Staat in 't verderf „ ftorten zou, hem, zyns ondanks, behouden „ wilde. Men bedroog , vervolgde hy , den „ Prins, van alle kanten. Spanje was hem drie „ millioenen fchuldig: op welke fchuld, men „ eenige penningen betaald hadt. De overi- „ gen hadt men hem beloofd te voldoen. Op „ deeze beloften, verliet zig zyne Hoogheid ; „ fchoon elk wist, hoe zeer het Spanje man- „ gelde aan geld. De Spaanfchen hielden den „ Prinfe, dagelyks, verzierde tydingen voor, „ uit Frankryk. Zy zeiden hem , dat'sKo- „ nings iehatkist ledig was; dat hy een'af keer „ hadt van den oorlog; dat hy voor den Prin- „ fe vreesde , en dat men alles van hem ver- „ werven zou , zo men hem ilegts de tanden „ toonde. Doch hy, van Beuningen, geloof- 5, de , dat de Franfchen zelven .^ulke dingen N 3 „ uit- |
||||
jq8 VADERLANDSCHE LVIII. Boek,
„ mtftrooiden , om Spanje en den Prins te
„ mompen. 't Ontbrak zyner Hoogheid ook „ aan gecne vleijers , die hem inboezemden , „ dat zyn vernuft alleen niagtig was , Frank- ?, ryks oogmerken te verydelen. De Prins be- „ zat meer ftaatzugc, ftyfzinnigheid en hoog- „ gevoelendheid dan behoorlyk was. Anders % „ zou hy zo zeer niet verfchillen met den „ Keurvorst, dien hy wel voor zynen Vader „ agten mögt. Doch hy hadt zig geheel over- „ gegeven aan den raad van den Markgraave „ van Grana en van (7) Bourgomagna, Spaan- „ fchen Ambasfadeur te Weenen : de eerfte „ was een wargeest : de andere bezat weinig „ oordeel. Beide hadden ze het treurfpel la- ,, mengefteld , welk nu vertoond werdt. De „ Markgraaf dagt den last, dien hy den elen- „ digen ingezetenen der Spaanfche Nederlan- „ den opgelegd hadt, te fchuiven op de fchou- „ ders van Duitschland en van de Vereenigde „ Gewesten. Bourgomagno hadt zig diets ge~ „ maakt, dat hy den Koning van Groot - Bri- „ tanje, zyns ondanks, zou inwikkelen in den „ oorlog met Frankryk. Op zulke grondlla- „ gen, fteunde de belagchelyke Ooriogsver- „ klaaring, die Spanje aan Frankryk gedaan „ hadt. Anders , ging hy voort, lagen den. „ Amfterdammeren de herfens zo verkeerd „ niet, dat zy Frankryks magt vermeerderen , „ en hunne eigen boeijen fmeeden zouden „ willen. Niets ftreedt meer met eikanderen, a» dan die belangen van Frankryk met die van „ den
^?} Audwet Boeiuen hem llourgotnaiieira. |
||||
LVIILBoek. HISTORIE. 199
„ den Vereenigden Staat. Doch 't was nu de
„ gewoonte, om zulken, die eenen ontydigen „ en verderfelyken oorlog afftemden, aan te „ zien als gewonnen of omgekogt door Frank- „ ryk." Fuchs, hierop het woord neemende, zeide „ dat de Keurvorst in't zelfde geval was, „ fchoon hy niets nooder zag, dan den aanwas „ van Frankryks gebied; om welken te voor- „ komen , thans geen ander middel was , dan „ Vrede of liefland te maaken (*)•" 't Gefprek viel, daarna, op de Byeenkomst
onder de Bondgenooten , in den Haage aange- legd, tot bevordering der Vrede (?), van wel- ke Byeenkomst de Regeering van Amfterdani geringe verwagting hadt (2). Van Beinlin- gen liet zig, hierover, in deezer voege, uit: „ Vreemd was't, zeide hy, dateenige weinige „ en, uitgenomen Beieren en Lunenburg, „ ichier de minst vermogendfte Duitfche Vor- „ ften niet fchroomden , fchikkingen te maa- „ ken over het noodlot des Ryks : deswege , „ voorflagen doende en hoorende, zonder „ daartoe eenigen last te hebben van de mees- „ ten en magtigften. Nog vreemder fcheen „ 't hem , dat men eenige agting toonde voor „ de zogenaamde Bondgenooten, die tot 011- 9, derfteuning der Spaanlche Nederlanden nog „ geen'eenen ruiter in den zadel gezet hadden. „ De twist tusfchen Frankryk en Spanje kon, *, zyns oordeels , ligtelyk , in den Haage „ betlegt worden. Doch de gefchillen met „ het
f s) Pupfsndokf Libr. XVIIF. $. 1(8. p. laoi.
(y) Holt. Merc. van 1683. U. U7- WO I&84. il. 196.
(.z) Zie hier voor 3 II. 173.
N4
|
||||
aoo VADERLANDSCHE LVIIl.BoEjr.
KS84, ;, het Du'itfche Ryk inoesten te Regensburg
■------- „ worden vereffend (0)."
xvi. Hierna begaf Fuchs zig naar den Haage ,
Gw'fprek daar hy , volgens zynen last, den Prinfe van ▼an deji Oanje 't gevaar,welk de Spaanlche Neder- Ge'ant hndtn liepen, voorhieldt, en op de noodzaak- m« den lykheid, om zig fpoedig met Frankryk te ver- Priiifevaiidraagen , kragtiglyk , aandrong : niet verzüi- Oraaje. mende te gewaagen van de verdeeldheid der Vercenigde Gewesten, welke weggenomen zou worden , als de Prins zig van zyn ge?ag be- dienen wilde, om de Vrede te bevorderen r waartoe de Keurvorst, zyn Meester, hem op't ernftigst verzoeken liet (è). De Prins ant- woordde „ dat hem ten hoogde leed was de „ gemeene zaaken in zulk eene verwarring te „ zien ; dat alles zig haastte ten verderve, zo- „ de Voorzienigheid de zorg voor dit arme „ volk en voor de nabuurige volken niet op zig „ name. Wel wist hy , dat men hem , dien „ men geneigd hieldt ten oorloge , de voor- „ naamile fchuld gaf van al dit kwaad. Doch „ mendeedthem, hierin, hethoogite ongelyk. „De Spaanlche Nederlanden waren een voor- „ muur voor deezen Staat, en konden 'er niet „ van afgelcheiden worden. Zo dra zy ver- „ overd waren, zou Frankryk können door- „ dringen, tot in het hert der Vereenigde Ge- „ westen, en zig dezelven, als bekwaamer tot „ den Koophandel dan tot den oorlog, ge- „ hcellyk, onderwerpen. De voorwaarden, „ door
f«) PtsFPSMDOn*- Uhr. XVUr. §. nS. p. 1202.
(fr> PufFENooRF Libr. XVH1. §■ n6. j>. iïoo. |
||||
LVllLBüEK. HISTORIE. 201'
„ door Frankryk voorgeflaagen, waren zulks ^g^
„ ingefteld, dat de Koning, wanneer 't hem -—— „lustte, de Nederlanden zou können over- „ weldigen. De troepen, die, hier en daar, „ op de been gebragt waren, hadden dit, „ tot hiertoe, belet. Maar wanneer men ze, „ op 't lluiten van eene looze Vrede of Be- ., ftand, zou afgedankt hebben, zou men 't „ zelfde zien gebeuren, dat na de Nieuwmeeg- „ fche Vrede gebeurd was; wanneer Frank- „ ryk meer Lands dan geduurende den oor- „ log hadt ingezwolgen. Vooral, moest men „ niet gedoogen, dar Frankryk meester werdt „ van Luxemburg, de eenigfte Stad, door „ welke, de Spaanfche Nederlanden gemeen- „ fchap hadden met Duitschland. ' Hy hadt oe pr;n, „ nogtans geene afkeer van de Vrede; mids verklaart „ zy, op billyke voorwaarden, getroffen kon z[ë ge- „ worden: waartoe de Keurvorst veel by- "rede.op „ brengen kon. Frankryk (leunde meer op de redelyke „ gunst van Deenemarke en den Keurvorst, voor- „ dan op zyne eigen' kragt: en 't was blykbaar waarden. „ genoeg, dat Deenemarke niets ondernee- „ men zou, buiten bewilliging van zyne Keur- „ vorftelyke Doorlugtigheid. Zo de Keurvorst „ dan zyn vermogen in 't werk wilde Hellen; „ haast zou men vrede, en hy 'er al de eer van „ hebben. Zyne eigen belang moest hem, „ hiertoe, insgelyks, dringen. Hy moest be- „ denken, wat hem te wagten flondt, als de „ Spaanfchen Nederlanden verlooren zouden ,, zyn. Zeker hy zou zyne rekening niet be- 9, ter vinden, byde Franfche vriendfchap,dan 9, Zweeden, Beieren en Hauover, die, eer- N5 >,tyds, |
||||
202 VADERLANDS CHE LVIII.Boek.
'1684. 55 tyds, naauwer dan de Keurvorst, met Frank-
„ ook, altoos, de zyde van Frankryk gehou- „ den: en hoe veel hadden niet zyne Landen „ geleeden, van de Franfche Legers ? De drie „ Keurvorften aan den llyn durfden geen „ woord kikken, 't geen Frankryk mishaag- „ de. Die van Trier gevoelde, dagelyks, de „ uitwerkfels van den haat, dien men, aan 't „ Franfche Hof, tegen hem verwekt hadt. „ Frankryk hadt, wyders, geen het minde regt 55 °P 't §ene de Koning, na't fluiten der Nieuw- j, meegfche Vrede, naar zig genomen hadt' „ en blind moest men zyn, om niet te zien, „ dat hy donge naarde heerfchappye over Eu- „ ropa; immers, naar eene magt, groot ge- „ noeg, om willekeurig te können regeeren, „ 't Was, ondertusfchen, waar, dat de magt, „ welke men tegen de Franfche Hellen kon, „ daarby verre te kort fchoot: en dat, zo men „ de zaaken flegts menfchelyker wyze be- „ fchouwde, de Staat der Vereenigde Gewes- „ ten en deszelfs Bondgenooten niet dan na- „ deelen en nederlaagen te wagten hadden. „ Doch, gelyk hy op de regtvaardigheid der M zaake en de opregtheid zyns gernoeds iteun- „ de; zo moest men, met geduld en itand- „ vastigheid, afwagten, wat by Gode befloo- „ ten ware. En zo den Staat de uiterfte 011- „ dergang over 't hoofd hangen mögt; was „ 't nog eerlyker, zyne bezittingen te ver- „ liezen, met de wapenen in de vuist, dan „ oogluikende tegedoogen, datzy,onderdek- „ iel van af hangkelykheden, en by wege van „hes»
|
||||
LVHI.ßoEK. HISTORIE. 203
|
|||||||
„ hereeniging, werden weggenomen. Zelfs i<584.
„ was een roemrugtige dood boven een eer- ——— »»
|
|||||||
floot zyne Hoogheid, ik ben in de tegenfpoeden
gehören en opgevoed. De Goddelyke gunst heeft my, egter, ondanks de poogingen myner vyanden, herfleld in de waardigheden myner Voorouderen. De zelfde, gunst zal ook, hoop ik, niet gehengen, dat ik elendiglyk fterve. Heeft Gods Wysheid het egter anders over tny beflooten; ik zal berusten in zynen wil. Een dingfmert my ten hoogflen, dat de Keurvorst, die my, van myne vroegfle jeugd af, als zynen Zoon bemind heeft, en dien ik geëerd heb, ah mynen Vader, nu meer fchynt te hellen over de zyde der Amfier dammer en, die '; zig tot ten roem rekenen, al wat van my voorgeflaagen wordt, te dwarsboomen. Onzeker is 't, wat uit- flag deeze binnenlandfche onlusten hebben zullen: doch zo de Stad Amflerdam al ieenigen tyde tot betere gcdagten komen mögt, wil ik egter nimmer iets te doen hebben met van Beuningen, van wicn ik, op "'thoogst, beledigd ben (c_) Tusfchenbei- Komme» de, moet men hier aanmerken, dat de Bur- der Stad gemeester van Beuningen niet onkundig was ^ft'r,J van het misnoegen, welk de Prins, in 't by- van Bur. sonder tegen hem, hadt opgevat. Zelfs mei- genten- den fommigen, dat deeze kennis hem zo be-ter vai» vreesd maakte, dat hy niet uit Atnfterdam g^11" durfde gaan, uit angst, dat hy opgeligt en vast- gezet zou worden. In de Stad zelve, was, of hieldt men zig zo bekommerd , dat men de poorten met dubbele wagt deedt bewaaken , en 't ys in de graften breeken, als ware men voor
(O PuiMHDWt* LH/r. XVIII. §. 119. p. 1302.
|
|||||||
*34 VADERLANDSCHE LVIILBoekJ
1*84, voor overrompeling bedugt geweest (</). De
en een gerügt, 'dat zyne Hoogheid voorhadt Aniflerdam te bonrbardeeren- , vermeerderde G«ugt^ de bekommering (c). Doch daar werdt niets aanßag" ondernomen op de Stad, Joan van Bankhem, op zyn voorheen Baljuw van 's Graavenhaage, hadt, l»erfooa. van verfcheiden' zwaare misdaaden befchul^ digd zynde, reeds eenige jaaren op de Voor^ poorte van den Hove in hegtenis gezeten (ƒ) y doch omtrent deezen tyd, was hy ontfnapt, en, nevens zynenZoon, geweeken naar Am- fterdam, daar hy, nogtans, wederom betrapt werdt. Men bragt hem, op nieuws, naar den Haage, op de Gevangenpoorte, alwaar hy, eindelyk, overleeden is. Toen hy te Amfter- dam gevat was, werdt aldaar ook zekers Sa- mud Bosch, openlyk,ingedaagd, Van Bankhem en deeze Bosch hadden, naar men zeide, ee- nen aanflag gefmeed, op den perfoon van Bur- gemeester van Beuningen (g). Doch van den grond van dit zeggen is my niets klaariyk ge- bleeken. AUeenlyk vind ik, dat de Stad Am- sterdam , omtrent deezen tyd, van de Staa- ten van Holland gemagtigd werdt, om zul- ken, die, zo gemeend werdt, op 't leeven van van Beuningen hadden toegelegd, en den aan- llag ontdekten, ftrafvryheid te belooven(^). Mid-
( tf) M-'jfive v/m den Ambnsf. van Citters van -,\ Jan.
en l'i Febr. ift'84 MSS. , (r j f'ekz Ncgocint. du Comte d'Avai-x Tom, II. p. 140,
177, »fiT, S70. (.ƒ) Zie XIV. Deel. bl 179.
( z ) rtrtlt.' Merc. y** >'ft»4 bl. 257. '
(_h~J Rtfol. Hou. 24 Maart 1684. bl, i;o.
|
||||
LVIIï.Boek. HISTORIE. 205
|
||||||||
Midlerwyl, antwoordde de Keur - Branden- i6s4;
burgfche: Gezant op de redenen des Prinfen „ uit den aanwas van Frankryks magt te dug- woortj „ ten was, klaarlyk, begreep. Ook ftrekten ™m. Qn „ zyne poogingen nergens anders toe, dan Brandea- „ om deezen aanwas te voorkomen. Alleen- burg- „ lyk, was de vraag , door welke middelen dit ^lien „ best gefchieden kon? De Keurvorst, die, 0pZ^* „ door eene ervaarenis van vyfenveertig jaa- redenen „ ren, gcene geringe kennis der weereldfche de» Prin- „ zaaken verkreegen hadt, kon niet anders ^n v.m ,, zien, of de oorlog, waartoe de Bondgenoo- ranje* „ ten fcheenen te neigen, zou verderfelykzyn ,» voor de Christenheid, als zullende alleen- „ lyk worden aangevangen, uit wanhoop, die • „ allen heilzaamen raad gewoon is af te wy- „ zen. De Keizer hadt al zyne magt noodig » tegen den Turk. Duitschland,was inwendig „ tWeedragtig, en hadt, gedeeltelyk, weinig „ volks op de been. Spanje was uitgeput: de „ Vereenigde Gewesten onderling verdeeld: <,, Engeland afkeeiïg van den kryg. Frankryk „ hadt, daarentegen, zo veel volks in de wa- „ penen, dat 'er de Rynkant en de Nederlan- „ den tevens door konden aangetast worden. „ De hoop van 't verloorene te herwinnen „ was veel zwakker, dan de vrees, om 'er nog „ veel meer by te verliezen. Dit nadeel kon, „ door Vrede of Beftand, voorkomen wor- „ den: anders hadt men geen middel in zyne „ magt. Ongeraaden was't, zeker, uit wan- „ hoop, een op al te zetten, 't Lighaam plag, .,, dikwils, door 't afzetten van een verrot Lid, |
||||||||
»'
|
e-
|
|||||||
ao6 VADERLANDSCHE LVIII.Boex;
|
|||||
1684. n behouden te worden. Als men niet alles
-------„ doen kon wat wenfchelyk ware, moest men
„ doen, 't gene men konde. Op deezen grond-
„ flag, was men gewoon iet af te (laan, om
„ vrede te koopen. Vergeefs, hoopte men op
„ hulp uit Duischland, daar de meeste Sten-
„ den 't ftuk inzagen als de Keurvorst, en
„ oordeelden, dat 'er geen middel was om
,, Duitschland te behouden, dan vrede met
„ Frankryk. Men bragt hiertegen in, dat men
„ zig op de Verdragen met Frankryk niet ver-
„ haten kon. Maar dagt men dan eenen eeu-
„ wigen oorlog te voeren met dit Ryk? De
„ Keurvorst, de Koning van Groot - Britanje
„ en andere liefhebbers der Vrede booden
• „ zig aan, als waarborgen voorde onderhou-
„ ding van 't Verdrag, welk men, met den
„ Koning van Frankryk maaken zou, en wil-
„ den hem, zo hy 't daarna fchonde, met ver-
„ eenigde kragten, tot reden zoeken te bren-
„ gen." Door deeze en diergelyke redenen,
zogt Fuchs zyne Hoogheid te doen veranderen
van befluit. Doch de Prins bleef by zyn gevoe«
D1Ava«x len. Ook zeide d'Avaux daarna tegen Fuchs ,
ontdekt ^ ^ ny njets an(jers yerwagt hadt," daarby
Frank- voegende „ dat de Raadpenlionaris den Prins
tylcsoog- „ ftyfde in zyn opzet. De Koning zyn Mees-
merk.» „ ter zou, nogtans, zyns oordeels, zig thans
om (hl te m njct vercjer uitbreiden in de Nederlanden,'
1 t9n' „ alzo hy dan Amfterdam, Friesland en Stad
„ en Lande noodzaaken zou, om zig te voe-
„ gen hy de overige Leden van den Staat.
„ Dok zou Engeland zulks niet gedoogen, en
„ de Regeering van Amfterdam zou dan in
„te:
|
|||||
LVIILBoek. HISTORIE. 20?
„ te groote engte gebragt worden, 't Scheen, KS84;
„ hierom, best, dat men de zaaken, nog eenigen ——h „ tyd, liete in den ftaat, waarin zy thans wa- „ ren, te meer, alzo zig, tusfchen den Kei- „ zer en den Turk, nog geene hoop tot vrede „ opdeedt." Fuchs, federt met Fagel in ge- DeRaad- fprek getreden zynde, vondt deezen, volko- P™fi°- menlyk, in 's Prinfen gevoelen. De Raadpen- ™'i ver*' fionaris ftondt den Gezanten toe „ dat de Ver- klaart zig „ eenigde Gewesten in groot gevaar waren, voJko- „ en vol verwarring ftaken;" maar voegde 'er, menlyk met eenen ernst, die hem natuurlyk was, SJJ^ by „ dat de zaaken nog hachelyker geftaan vanzyne „ hadden, in de voorgaande eeuwe; toen Hoog- „ Haarlem verlooren was, en Leiden en Alk- heid* „ maar, wonderdaadiglyk, behouden werden.'' De zelfde God, ging liy voort, leeft nog. On- ze zaak is regtvaardig. En ah ''t al ten ergften omkomt, is 't nog beter te fierven, in 't hand- hamen eener goede en Gode aangtnaame zaa- ke, dan in 't opvolgen van maatregelen, die uit den boozen zyn. Beter is't, den Franschman, te Brusfel en te Anhverpen* dan te Breda of te Dor- drecht , te gcmoet te trekken. De rampen, welken de Franfchen over 't Vereenigd Nederland hebben uitgeflort, zyn nog in verfche geheugenis. Dui- zend dooden te fierven is wenfchelykcr, dan bloot te fiaan voor de wreedheden van den ontmcnsch- ten Louvois, of van eenen knevelagtigett Ontvan- ger, wien de Livreirok maar even is uitgetoogtn. Onze voorouders hebben niet gefchroomd, den dood- te ondergaan, in 't voorfiaan der gemeene Vrykeii. Zy hebben zig, hierdoor, eenen onßerfelyken roem verworven. Hun voorbeeld moet men navolgen. Wy plag-
|
||||
2o8 VADERLANDSCHE LVIILBeïK
i<584. plagten veel vertrouwen te ßellen in den Keurvorst,
—— die, gelyk wy, de vryheid lief heeft, e» öfc« z^- Je« Godsdienst met ons belydt. Maar nu beroemt d*' Avaux zig, dat zyne Keurvorflelyke Doorlug- tigheid met Deenemarke en Keulen overeengeko- men is, om de wapenen op te vptten tegen elk, '■ die den Vereenigden Gewesten byftand biedt. Ten •"•'"' minfle, hadden wy vertrouwd, dat de Keurvorst onzydig zou geheven zyn. Doch nu hy. ook in verbond getreden is tot bederf- van den . Staat, fehlet 'er niets over, dan op God te vertrouwen. Wy doen ons best, ondertusfehen, om Spanje af te '"■' v ' maanen van wanhopige befluiten. Men neemt, .,',...• daar, in overleg, om de binnenlandfche Steden 3 '.•;..:: Luxemburg en- Namen., het Gverkwartier van Gelderland, en een gedeelte yan Brabant aan Frankryk af te fiaan tegen een gedeelte van Ka- tatonie , en .om de zeeplaatfen, Oostende en Nieuw- poort, benevens Gend, Brugge, Antwerpen en het overig gedeelte, van Vlaanderen , te flellen onder .de befchermiiïge van Groot - Britanje: doch hier- mede zou men zig alle de Nederlanden genoegzaam kwyt gemaakt hebben: waarom wy zulk een befluit, met allen ernst,, moeten beletten. Zyre Op deeze wyze, iprak Fagel tegen Fuchs, die aamtier- \ gefprek van den Raadpenfionaris eer voor
eèn^Arn- 'eene Kerkelyke Leerrede hieldt, dan voor een fterdam. Staatkundig Vertoog. Wegens Amfterdam , hadt Fagel aangemerkt „ dat hem vreemd „ fcheen, dat de Keurvorst vriendfehap onder- „ hieldt met eene Stad, die de voornaamfte „ oorzaak van de Nieuwmeegfche Vrede ge- „ weest was, en zig altoos gekant hadt tegen „ zyne belangen." 't Antwoord, welkFucbs op
|
||||
L VIII. Boer. HISTORIE, üös>
op alles gaf, kwam , kortelyk , hierop uit: i6t4:
„ Dat hy niet dan wanhoopige raadilagen ver- „ ftaan hadt. Dat men, niet buiten nood ,
., in een gewis bederf loopen moest. Dat 'er „ zagter middelen waren , om de gemeene „ kwaaien te geneezen» Een wakker Huurman „ raoest de hand niet van 't roer trekken , zo „ lang 'er nog eenige hoop overfchoot, om 't ., fchip te behouden, 't Gene d'Avaux voor- „ gaf was loutere ydelheid. De Keurvorst on-Beant- „ derhieldt vriendfchap met de Stad Amller- woord» „ dam ,ten nutte van den Vereenigden Staat, „ en tot herftelling der inwendige eendragt. „ Ontvangen' beledigingen ten geraeenen nut- „ te te vergeeven was niet berispelyk , maar ,, pryzenswaardig." In deezer voege, beant* woordde Fuchs den Raadpenfionaris , die , fchoon hy nu by zyn gevoelen fcheen te bly- ven, egter, federt, zo wel alszyne Hoogheid, van andere gedagten worden moest; waartoe veel hielp , dat verfcheiden* Gewesten , eer- lang , meer dan voorheen, begonden te neigen tot vrede (f') , en zwaarigheid maakten , om te bewilligen in de Wervinge der zestiendui- zend man. De Staaten van Gelderland waren de eer- XVII.
Hen, die, nevens de meerderheid van Holland, Gelder- in de Werving bewilligd hadden , op den eer- la"^.be.* fcen van Sprokkelmaand > onder beding „ dat de We"' „ zy gevolgd zouden worden van de ande- vinge» „ re Gewesten ; dat zy vry zouden moeten „ blyven van vyandlyken overval, en van „ zwaa-
(O PuFFENöOiir Lik: XVlH. §. U9. f, ijoj.
XV. Deïi,. O
|
||||
tio VADERLANDSCHE LVIII.Boes;
|
||||||||||||||||||||||||
tes^ „ zwaare doortogten of inlegeringen van eigen
|
||||||||||||||||||||||||
3?
|
Krygsvolk; dat hun Gewest, met volken
|
|||||||||||||||||||||||
voorraad, voorzien zou worden; dat men de
|
||||||||||||||||||||||||
VI
|
hand houden zou aan 't verbeteren der Ves-
|
|||||||||||||||||||||||
tingwerken , en dat de overige Gewesten
|
||||||||||||||||||||||||
•>■)
|
zouden worden verpligt, tot het voltallig
|
|||||||||||||||||||||||
„ houden hunner manfchap (£)." Maar in
Zeeland, kwam men zo ras niet tot bewilliging |
||||||||||||||||||||||||
Hande-
ling hier over in Zeeland. Middel- burg en Goes ftemmen de Wer- ying af. |
(f). De Steden Middelburg en Goes verklaar-
den zig rondelyk tegen de Werving. Die van Middelburg trokken in twyfel, of de zestien- duizend man wel alleen dienen zou, om de Vereenigde Gewesten in ftaat van tegenweer te ftellen tegen de Franfchekrygsmagt,gelykmeii voorgaf; en oordeelden, dat men zulks wel behoorde te können doen,metdevyftigduizend |
|||||||||||||||||||||||
man, welken de Staat, nog tegenwoordig,
betaalde (m). Goes voegde zig by Middelburg. Men kon, derhalve, tot geen beiluit komen, ter Vergaderinge van Zeeland. |
||||||||||||||||||||||||
Zyne
Iloag |
Zyne Hoogheid , hiervan kennis bekomen
|
|||||||||||||||||||||||
hebbende, fchreef, den zestienden van Sprok-
raaantTé keimaand, eenen ernftigen brief aan de Staa- Siaaten, ten van dit Gewest, flrekkende, aan de eene en de zyde, om de Leden te vermaanen tot eendragt tweeSte- -m 't gefchil, welk over de begrooting van elks byzou- ' aandeel in de buitengewoone lasten ontftaan der.ern- was tusfchen Middelburg en vier der andere üeiyk,toc Steden; en aan de andere zyde, om Middel- burg (*) Refol. Gener. Ulartis i Feh. 1684.
f_lj Notul. Zeel. 15, 19, 22 'Jan. 1684. tl. 10. aj, 27.
Cm) Nocul. Zeel. 1, 4, 5. 7. 8. 9» »j " Febr. 1684. U.
32, 38, 39, 40, 41. 43» 45> 4S '77> '7». 18'. 184, 185, is«. Holt. More. y«a 1Ö84» il. 74. Coiifider. van Stajtsa« ffttm, IU. W. ao. |
||||||||||||||||||||||||
Lvili.ËoÉK. HISTORIE. art
burg en Gocs over te haaien tot bewilliging in tßg^;
de Werving. Over dit tweede punt, fchreef - de Prins, onder anderen „ dat hy't Voor een bewiUt» „ zonderling oordeel Gods oVer den Staat 8inff4 ,, aanzag, dat irien, in eenen tyd, daar wys- ,, heid , moed en liefde tot het Vaderland, „ meer dan iet anders, te pasfe kwamen, on- „ der de Regenten, luiden vondt, die zaaken* „ van dienst nietflegts, maar völftrekt nood- „ zaakelyk, tot behoudenis van den Staat * „ liever beknibbelen en tegenfpreeken, dan „ toeftemmen wilden. Hy kon, voor God en „ de weereld, betuigen, dat hy niets liever „ wenschte, dan vrede in de nabuurfchap, 3, en verligting van lasten voor de Landzaa- 3, ten. Die de gelegenheid zyner goederen ,, kende , zou ook overtuigd moeten zyn, „ dat niemand in 't Land, ja verlcheideu' Ste- ,, den en Gewesten niet, zo veel belang daar- „ by hadden , als hy. Nogtans, waren 'er „ kwaadaartigen in 't Land, die, verandering „ \m Regeeringe in 't hoofd hebbende, hem 3, befchreeven, als ware hy gezind tot oorlogi „ Maar 't zou hem lief zyn, dat men hem eens ,, aanwees, Wat voordeel hy uit den oorlog „ zou können wagten. De verwoesting zyner „ aanzienlyke Heerlykheden en goederen zou „ immers het eerfte zyn, dat hem te beurt „ vallen zou. Zyn oogmerk was alleen ge- „ weest, de Vrede te behouden en een Ver- „ drag te bewerken; maar niet een Verdrag en .j eene Vrede,die ons in grooter ongelegenhe- „ den ftorten zouden, dan of wy, onder Gods 5, zegen, in openbaaren oorlog, waren. Wat Os ,s had£
|
||||
ei2 VADERLANDSCHE LVIII.Boek;
„ hadt toch de Nieuwmeegfche Vrede den
„ Spaanfchen Nederlanden gebaat ? Wat ons ? „ die, van dat ze geflooten geweest was, in „ geduurige onrust gehouden waren. Men „ hadt Spanje een goed deel Lands afhandig „ gemaakt. Men hadt, op eene Onchristely- „ ke wyze, gebrand en geblaakt, en nogtans „ voorgewend, de Vrede niet verbroken te „ hebben. Was dat Vrede ? zo wist hy niet „ meer, hoe men de dingen noemen moest. „ De volkomene onderwerping aan zulk eene „ willekeurige oppermagt heette, by hem,een' „ harde oorlog, geene vrede. Zo de keuze „ van oorlog of vrede ons t'eenemaal vry- „ ftondt, ligt zou men weeten wat te kiezen „ ware. Maar 't kwam hier aan op de behou- „ denis der Spaanfche Nederlanden, den Voor- „ muur van den Staat, die, door de verhaast- „ te Vrede des jaars 1678, veel te zwak ge- „ laaten was. Zeeland hadt het meeste belang „ by de behoudenis van deezen Voormuur, „ en moest zig, derhalve, niet voegen byzul- „ ken, die, door het tegenfpreeken der Wer- „ vinge, toonden, daarvoor kleine zorg te „ hebben. Het aanneemen van de voorflagen „ tot Vrede ftondt ook aan Spanje, niet aan „ deezen Staat. De Werving zou de Vrede „ niet moeilyker maaken; maar veeleer bevor- „ deren, ten minfte dienen, tot onze eigen* „ befcherming. Sommigen zeiden wel, dat de „ Werving den oorlog onvermydelyk maaken „ zou; dat Frankryk zyne overwinningen zou „ voortzetten, en Spanje ftyfzinniger bly- „ ven, by het afflaan der aangebooden' voor- „ waar-
|
||||
LVni.BoEK. HISTORIE. 213
„ waarden. Maar waarom zou Frankryk fter- 1CP4.
„ ker bewoogen worden tot het voortzetten —-—
„ zyner overwinningen, als hy zag, dat men
„ zig in itaat zogt te Hellen om 't hem te be-
„ letten, dan wanneer hy befpeurde, dat men
f, hiertoe geene poogingen altoos aanwendde ?
3, De Werving zou ook niet met opzigt op
„ Spanje gefchieden. Spanje kon 'er, derhal-
„ ve, niet ftyfzinniger door gemaakt worden.
„ Veeleer, zou het bewoogen worden, om
„ redelyke voorwaarden ligter te omhelzen.
„ Zo men, ondertusfehen, de Spaanfche Ne-
„ derlanden liet verlooren gaan, in welk een
5, gevaar zouden Zeeland; en Walcheren en
„ Zuidbeveland in 't byzonder niet geraaken ?
„ Om alle welke redenen, hy vertrouwde,
„ dat Middelburg en Goes geene zwaarigheid
„ meer maaken zouden om te bewilligen in de
„ Werving; maar, door hun voorbeeld, de
„ andere agterlyke Gewesten aanmoedigen,tot
„ een befluit, overeenkomftig met die her-
„ telykheid onzer voorouderen, door welke,
„ onder Gods zegen, de grondflagen gelegd
„ waren tot behoudenis van onze Vryheid en
3, Godsdienst ( n ).
Doch dit fchry ven bragt meer niet te wege Goes bc-
dan dat Goes zig, eerlang, voegde by de meer- wiiiïgtin derheid (0). Maar Middelburg bleef de Wer- d.cWsr- ving afflemmen (j>). De Staaten van Zeeland ^nblei- be- burgblyfe C»-) Zh Notul. ZceT. 21 Fehr. \f&s.i II. 65, 176. IToll. We^?n6*
Merc. v«« ic.84. bl. -f, -ConliU. van Staatsz. N. IV. II. 2",. O) /Ae Nocul. /tel. 14, a<;, 1(1 Febr. 1G84. */. 67, fiU, 63,
C'ii'filcr. van SraaifZ. Nnm. VIH. /.' 38. (^j Umi. Zul, 17 fei t. 1614. M. 72.
O 3
|
||||
ai4 VADERJLANDSCHE LVIILBoe*;
ÏÖ84. beflooten toen de Stad te bezeilden; gelyk, in;
werdt Burgemeester de Haaze, die, naar 't gevoelen der overige Leden, ten onregte, geweigerd hadta de Wet te vergaderen (^), zyns oordeels, onheufchelyk bejegend, door den Heere van Odyk, die den eerften Edele vertoonde in de Staaten van Zeeland: 't welk! de Vroedfchap van Middelburg zo euvel nam, dat zy befloot, nooit Dagvaart by te wooncn, noch in eenige gewoone of buitengewoone las- ten te bewilligen, zo lang de Haaze niet in zyne eer herfteld ware. Over 't ftuk der Wervinge s was zy reeds negentien maaien vergaderd ge- weest, en hieldt zig, hierom, over dit punt, nooit meer beroepelyk te zyn ( r ). Zyne De hevigheid in Zeeland was, derhalve». ïioog- njet minder dan in Holland. Zyne Hoogheid
komt in tneenende, hier, door zyne tegenwoordigheid, perfoon, 't ftuk der Wervinge te zullen doordryven, trok in Zee- in perfoon naar Middelburg, en \ericheen,op kl?& den twintigften van Lentemaand, in de Ver- gadering der Staaten: alwaar nogtans die van Middelburg geene Afgevaardigden zonden, voor dat men de aantekening, tegen Burge- meester de Haaze gedaan, uit der Staaten Np' tulen., geligt hadt. De Prins fprak omtrent een uur agtereen, om de noodzaaklykheid der Wer- vinge aan te dringen. Die van Middelburg namen aan, van alles verflag te zullen doen, en 't befluit hunner Vroedfchap, ter naaster bv- een-
(?■) N.-itu!. Z«eL II Meert l(58,i. IL 94.
(/.) N,.)W(. Zeel, 14, ij^ 16 Npar\ 1684. II. 94, 27a. 9$ .
|
||||
LVni.BoEK. HISTORIE. 115
eenkomfte, te zullen inbrengen. Midlenvyl, mu:
fprak de Prins, met de Leden der Vroedfchap ——« van Middelburg, die meest tegen de Werving geyverd hadden, elk in't byzonder, zoeken- de dezelven, door allerlei redenen, over te haaien tot zyn gevoelen; doch zy bleeven by het hunne. Des anderendaags, verfcheen zy- 11e Hoogheid in de Vroedfchap, op nieuws, fterk dringende op de Werving. Men verfehoof het antwoord op 's Prinfen voorftel tot 's na- demiddags, wanneer men 't, ter Staatsverga- de'ringe, beloofde te zullen inbrengen. En Middel- toen verklaarden die'van Middelburg, in hun bur^ last antwoord, dat zy geene reden gehoord had- z|§ cêtst den, om van hun voorig befluit af te gaan, ^Lj^ fchoon zy geenzins dagten, dat zy, die op de Werving drongen, den Staat dagten in te wik- kelen in eenen oorlog. Doch zy verftonden, dat de Werving, uit eigener aart, de verwy- dering grooter maaken zou, en veelligt, door den tyd, oorlog te wege te brengen; daar men, zonder Werving te doen, Spanje, door Ver- klaaringen, Relblutien en andere middelen van nadruk, zou können brengen tot het aangaan van een Verdrag met Frankryk. Voorts, merk- ten zy aan, dat, volgens de Unie des jaars 1S79> 0V2r dit ftuk, niet met meerderheid van ftemmen kon bellooten worden; waar- om de Werving toch zou moeten agterbly- ven, zo lang 'er de Gewesten niet eenpaarig in bewilligd hadden. Di Prins, niet gezind om Dc H "c ftuk hierby telaaten fteeken, beval den Raad- bert wei- penüonaris de Huybert, 't beiluit op te maa- gm, op ken met de meeerderheid. Doch als decze'sPrinft;11 O 4 hier-,astinet |
||||
ai6 VADERLANDSCHE LVIII.Buxk
|
|||||||||||
hierin zwaarigheid maakte, te kennen geeven-
de, dat zulks met zynen eed ftreedt, nam zy- ne Hoogheid zelf de ftemmen op. Zierikzee , Thoolen, Vlisfingen en Veere (tonden toe, dat by meerderheid van ftemmen, tot de Wervin- ge bellooten werdt. Doch die van Goes durf- den zo veel niet over zig neemen. De Stad werdt dan bezonden; doch antwoordde, op den voorilag, dien men haar deedt, alleenlyk , dat zy horde en zag. Toen liet de Prins eeu Gefchrift inftellen, inhoudende, dat de Ste- den waren overeengekomen om op de Wer- ving te beiluiten, met meerderheid van ftem- men. Alle de Leden zweegen, toen dit Ge- fchrift, in de Vergaderinge der Staaten gele- zen werdt, uitgenomen Middelburg, welk 'er een emftig Protest tegen deedt. Men ging eg- ter voort, met het opmaaken van 'tBefluittot de Werving, welk , op den negenentwintig- ften van Lentemaand, ter Vergaderinge der algemeene Staaten, werdt overgebragt (j). Doch eenjge vveeken hierna, verklaarde de Vroedfchap van Zierikzee, af te keuren, dat haare afgevaardigden hadden toegeftaan, dat men, op 't ftuk der Wervinge, beüuiten mögt by meerderheid van ftemmen (*). 't Stondt, derhalve, over dit ftuk, in Zeeland, niet min- der verward en tweedragtig, dan in Holland. In beide de Gewesten, verklaarde de magtig- fte
|
|||||||||||
1684.
cle meer-
derheid te be- lluiten. Zyne Hoog- heid neemt zelf de ftemmen op. |
|||||||||||
Middel-
burg pro- tegeert. |
|||||||||||
Zierik-
zee keurt af, dat men by over- ftemming befloo- ten Jiï-'ft. |
|||||||||||
Cs) Norul. Zeel. ür, ïi , 22, 23 , 27 , 2Ü . 31 Maart, 1 /Ifril
irtü4 bl. mi, lol, 104, 105, 107, ril, 113, 1«, iio. Fiiiez ausft Ne^ociat. Ju O'üite d'Avaiw, Tum II. p. 2;;;. (c) Kotul. Zeel. 1684. U- 3<i, 717 Huil. Merc. van 1684«
U. ih-»6. Coiiliiier. van Staaten. Num. XXV. H. 54. |
|||||||||||
LVIII.Boek. HISTORIE. 217
|
|||||
fte Stad zig ftandvastiglyk tegen de Werving. 1684.
En in beide de Gewesten , vondt men eene-------
voornaame Stad, welke oordeelde, dat men,
over dit ftuk, niet befluiten mögt:, by meer- derheid van ftemmen: in Holland, Delft: in Zeeland, Zierikzee. De Staaten van Utrecht hadden hunne be- XVIII.
williging tot de Werving, reeds in 't begin van Ftr,.?j!t Sprokkelmaand, ter Vergaderinge der algemee- jne^VSt ne Staaten ingebragt ( u ). Maar die van Fries- wer-' land , dikwils aangemaand tot bewilliging , ving. door de algemeene Staaten, hadden, eindelyk, F»esIantJ op den vyfentwintigften van Sprokkelmaand, J™ z eenpaariglyk, beflooten, de Werving af te ftemmen. Zy oordeelden, gelyk Amfterdam en Middelburg, dat de Werving aanleiding geeven zou tot oorlog, in welk geval, hun Ge- west in 't byzonder veel te lyden zou hebben van de Franfche Bondgenooten in Duitschland: waarom zy verftonden, dat men Spanje moest doen befluiten, tot Vrede of Beftand met Frankryk. De algemeene Staaten, van 't be- Vragte- 11 uit van die van Friesland onderrigt, vonden '0f,"ba. raadzaam, eene bezending derwaards te doen; ^'„"_'ing van welk voorneemen zy, vooraf, kennis ga- waards. ven aan de Landfchaps - Vergaderinge , die reeds op 't icheiden ftondt. De Staaten van Friesland verzogten, dat hunne Hoog-Mo- gendheden deeze moeite, in dit ongunftig jaar- getyde, fpaaren wilden : te meer, om dat, op't ftuk der Wervinge, zulke eenpaarige en vaste jbeiluiten genomen waren, dat daarin niet de min-
(«O H/iIl. Meic. van i6Z*. 11. 87.
O 5
|
|||||
es8 VADERLANDSCHE LVIII.Boek,
*684. minfte verandering te verwagten ftondt. De
-------algemeene Staaten bleeven by hun gevoelen.
De Heeren Fabricius, Foct van Winfcn en Kui-
per trokken, in Lentemaand, naar Leeuwaarden, Doch deeze bezending was vrugteloos (v). De Staaten van Friesland verklaarden, fchriftelyk, dat zy zig verpligt vonden,ten dienlte van den Lande en tot behoudenis der gemeene ruste,de Werving te blyven afftemmen (w). Overys- In Overysfel, draalde men nog met befluiten; fel draalt doch verfcheiden' Leden toonden aldaar kleine üStm' ê'eneSei'hdd tot de Wervinge. Nogtans, meen ' ik, dat 'er, ook in dit Gewest, gelyk in Holland en Zeeland, eerlang, toe bellooten werdt, by meerderheid van ftemmen. Staden üocn Stad en Lande ftemde, gelyk Fries- Lande land, de Werving plataf, voor't einde van Len- ftemt, temaand. De Staaten van Gelderland, die 't eerst land s'bewilligd hadden, en, in geval vanoorioge, reeen de groot gevaar liepen van de Keulfche troepen, Wer- drongen, daarentegen, op het beginnen der Wer- ving, vinge; waartoe ook, in den aanvang van Gras- maand, een voorflag gedaan werdt, in de Ver- gadering van Holland. Doch de handel over een Beftand, die, federt eenigen tyd, begonnen was, bragt te wege, dat de Werving eerst uitgelteld werdt, en, eindelyk, door het treffen van een Verdrag, van zelvenagterbleef(x). De draad der gefchiedenisfe leidt ons nu tot het verhaal van 't gene aanleiding tot deezen handel gege- |
||||||||||||
ven heeft.
|
||||||||||||
Da
|
||||||||||||
00 Ncjrociar. tin Con.tc n'AvAnx Tom. II. «. 277.
fwj Rcloi. Friesl. 2Ï Feir. 15 n/aifrt 16S4. Holl. Met« yen loS.j. Il, ï,7.yo. " |
||||||||||||
ix) rtoil. Mc'rc.'jwa 1634. il. 91, 93,
|
||||||||||||
L VIII. Boek. HISTORIE. sip
De Koning van Spnrrje hadt Frankryk den t^%
oorlog verklaard, in de vaste verwagting, dat —----,
hy, door Groot - Britanje en door de Staaten, xix.
terftond, kragtiglyk, onderfteund zou gewor- Aanlei- den zyn. 't Ontfchoot hem dan zeer, dat men, ^^m- in Engeland, weigerde, zig te fteeken in den deiing kryg, en dat het heiluit op de Werving der zes- overeen tienduizend man zo lang agterbleef, in de Ver- twintig- eenigde Gewesten. Midlerwyl, werden de ßg^nd Spaanfchc Nederlanden deerlyk afgeloopen tusfchen door de Franfchen, die geheeie Steedjes en Frankryk Dorpen aan kooien leiden, of zwaare brand- ?n Spau-„ fchattingen deeden betaalere De tyd, door ]0' Frankryk gefteld, om één' der gedaane voor- flagen aan te neemen, was nu verloopen, en de byeenkomst der Bondgeiiootcn in den Haa- ge, die, tegen den eenentwintigften van Louw- maand aangelegd geweest was (j), deedt niets af. De Staaten, dit befpeurende, hielden by 't Franfche Hof aan, om, nog twee, drie of vier maanden tyds, binnen welken, zy begeerden, dat de vyandlykheden in de Spaanfche Neder- landen ophielden, mids zy zig verbonden, hun werk te zullen maaken, om Spanje over te haa- ien tot een redelyk verdrag. D'Avaux, wien men dit voorfloeg, antwoordde „ dat hy de „ Staaten, uit 's Konings naam, verzekeren „ kon van het begeerde uitftel, zo zy zig fterk „ maaken wilden voor het aanneemen van een' „ zyner voorllagen; of om, in geval Spanje „ weigerig blceve, met zyne Majefteit, te „ verdraagea wegens de verzekerdheid der „ Spaan-
pO IIoll. Mcrc. van 1683. il, 147. v*n 1684. U. loö, |
||||
Z2o VADERLANDSCHE L VIII. Boek,
* MS84. „ Spaanfche Nederlanden, en 't wenden van
h-
,, delyk, te belooven,dat zy geenen ftapdoen
„ zouden, waardoor de Spaanfchen, ophoop „ van nieuwen onderftand van de Staaten, „ in hunne weigering zouden können geftyfd „ worden." De Stad Amiïsrdam, groot ge- noegen hebbende in deezen voorflag, zogt de Staaten van Holland, vergeefs, te beweegen, om 'er op te raadpleegen. Ook gefchiedde zulks niet, ter algemeene Staatsvergaderinge. Voorflag D'Avaux, federt, naderen last van den Ko- van d'A- ning ontvangen hebbende, floeg, op den ze- vaux ventienden van Sprokkelmaand, ter algemee- 1 *" ' ne Staatsvergaderinge voor „ dat zyne Ma- „ jefteit nog aanboodt, een Beftand van twin- „ tig jaaren te willen fluiten met het Keizer- „ ryk; dat hy zig nog wilde genoegen met „ de aanneeming van een' der voorflagen, op „ den vyfden van Slagtmaand gedaan (z): en „ indien Spanje hiertoe niet mögt te bren- „ gen zyn; wilde hy, ook met dit Ryk, een #, Beftand voor twintig jaaren fluiten: alles „ onder deeze voorwaarden, dat de Staaten „ zig, onder borgtogt des Konings van En- „ geland, by Verdrag, verbonden, om Span- „ je, binnen twee of drie maanden, of een „ der gemelde voorflagen, of het Beftand te „ doen aanneemen: na 't fluiten van welk Ver - „ drag, de Koning alle vyandlykheden in de „ Spaanfche Nederlanden zou doen ophou- „ den: zelfs na 't eindigen der twee of drie „ maan-
(^z)ZU liier voor, il. r;«.
|
||||
LVHLBOEK. HISTORIE. mï
„ maanden, fchoon Spanje dezelven mögt
„ hebben laaten verloopen, zonder Vrede of ,, Beftand te maakcn; mids dit Ryk zig ook „ van vyandlykheden onder 't Fransch gebied „ in de Nederlanden onthieldt, en de Staaten „ beloofden, Spanje geenen nieuwen onder- „ ftand te zullen geeven, en hunne troepen „ in de Spaanfche Nederlanden nergens an- „ ders toe te zullen laaten gebruiken, dan tot „ verdediging der Plaatfen, in welken zy ge- „ legd waren. Doch zo de Staaten niet mog- „ ten können befluiten tot zulk een Verdrag, „ en egter met zyne Majefteit zouden willen „ overeenkomen, wegens de middelen, om „ het Hof van Madrid te beweegen tot eene „ minnelyke overeenkomst; zouden zy niet „ van hem können vergen, dat hy naliet, zig „ van zyne wapenen te bedienen, daar thy 't „ geraaden vondt. Om egter te doen zien, „ dat hy zyn voordeel niet doen wilde, met „ den misflag, dien Spanje begaan mögt, in „ het afflaan deezer aanbiedingen; zou hy, „ van nu af, belooven, zo lang de tegenwoor- „ dige oorlog duuren zou, niets te zullen on- „ derneemen tegen eenige Stad in de Spaan- „ fche Nederlanden, zo de Staaten zig pleg- „ tiglyk verbinden wilden, om Spanje, ner- „ gens , noch in noch buiten de Nederlan- „ den, op eenigerlei wyze, tegen Frankrykof „ Frankryks Bondgenooten, te zullen onder- „ fteunen, en het Krygsvolk, welk zy reeds „ in de Spaanfche Nederlanden hadden, niet „ dan tot verdediging der Plaatfen te laaten „ gebruiken. Zelfs wilde zyne Majefteit de « vy-
|
||||
fe22 VADERLANDSCHÊ LVjII.Boék*
"1684. „ vyandlykheden ten platten Lande der Neder*
!------- „ landen doen ophouden, zo Spanje het zelfde
„ wilde doen («).*'
XX. De Haagfche byeenkomst hadt, eer ditvöor-- Hande- ilel gefchied was, andere maatregels begonnen ÜTh1 te neernen- ^n ^hoon alles, van wege de Staa- fchc by-"tcn' zeer te£ea den zin van die van Friesland een- en Stad en Lande, en van de Stad Amfter- komn. dam, zeer geheim, in dezelve, verhandeld werdt (£), bleek egter welhaast, dat men't aldaar toegelegd hadt, op 't voortzetten van den oor- log. Doch alzo, op deeze byeenkomst, nog gcene Gemagtigden verfcheenen waren, dan die van den Keizer,den Koning van Zweeden> den Keurvorst van Beieren, de Vorften van Lunenburg en Saxen-Weimar en Gotha, den Hertoge van Lotharingen en de Frankifche en Overrynfche Kreitfen, twyfelde men, in 't ge- meen, of de maatregels, welken hier beraamd ■werden , wel van eenige uitwerking zouden können zyn. Op 't einde van Sprokkelmaand, werdt, hier, beflooten, dat men den Koning van Groot - Britanje zou zoeken over te haa- ien, dat hy Frankryk bewooge, tot het aan- gaan van een algemeen Beftand, voor zeven of agt jaaren, mids de Koning te rug gave, 't gene hy, na 't fluiten der Nieuwmeegfche Vrede,op het Duitfche Ryk en op Spanje,ver-* overd hadt. De Ambassadeur van Citters kreeg last,
e«) Negociat. du Comte d'Avaux. Tom. II. p. 139. Zit
lloll. Merc. van 1Ö84. il. 09. Confitl.r. van Staatsz. Ntint. V. tl. 28. r&) Refol. Oencr. Jovit 2 Maart 1634. Iloll. Merc. van
l4üf\. l/l. 107-ni, |
||||
LVIII.BoEK. HISTORIE. 2S£
kst, om deezen voorllag te doen aan Karel ,<5jj,
den II. die, terftond, verklaarde, dat: Frankryk ,- -j nimmer in den zelven bewilligen zou. Ook was 't, zeide hy, ongehoord, dat men iet af- ftondt by Beftand: brengende de natuur van deeze foort van Verdragen mede, dat de din- gen bleeven in den Haat, waarin zy, by het fluiten van dezelven, geweest waren. VanCit- ters hernam, dat dit wel doorgaands, maarniet altoos plaats hadt. Doch, na veel handelens De Ko- over en weder, antwoordde de Koning, ein- "ing vaa delyk , by gefchrifte „ dat men zig houden [fr.00t: „ moest aan den voorllag van d'Avaux tot een v|rkiaire „ twintigjaarig Beftand, en dat hy reeds last zig voor „ aan Chudleigh gezonden hadt, om deezen den „ voorllag te onderfteunen." Chudleigh kweet v°°r^jL zig ook van deezen last (V), waarop de Staaten y*"^ bellooten, op nieuws, by den Koning van Groot - Britanje, uit den naam der Bondgenoo- ten, zo wel als uit hunnen eigen', aan te hou- den , dat hy de zaaken der Spaaniche Neder- landen toch niet wilde laaten dryven, noch alles opofferen aan de overmagt van Frankryk, zonder op de regtvaardigheid der zaake agt te geeven; maar zig veeleer met hen ver- binden , om Frankryk te brengen tot billyket voorwaarden (</). De Ambasfadeur van Cit- ters voldeedt, volkomenlyk, aan 't oogmerk zyner Meesteren. Doch de Koning bleef on- verzettelyk, zig geduuriglyk beroepende op den toeftand zyner zaaken binnens Ryks, die hem
CO Zie Confid van Staatiz. Num. XVIII. H. 93,
(,«0 Kel'ol. Gsusr. Lm* 20 Mnnrt 1O84, |
||||
224 VADERLANDSCHE LVIII.Boek:
1684. hem verhinderde, eenig befiuit te neemen^
*——- waardoor hy ook in uitheemfche onlusten zou können ingewikkeld worden, 't Scheen, nog- tans, fomtyds, dat zyne Majelteit gaarne ge- zien zou hebben, dat hy nog tot Scheidsman verkooren geweest ware: in welk geval, hy, veelligt, Spanje nog iet minder zou hebben doen afftaan , dan Frankryk gevorderd hadt (e). Doch men durfde zig op zyne uitdruk- kingen niet te zeer verbaten, en Spanje hadt zig van dit Scheidsmanfchap ook zo af keerig getoond, dat men geen' kans zag, om de ge- fchillen, door dit middel, te doen byleg- gen (/>
XXI. Geduurende deeze handeling, zogt de Spaan-
Hande-^ ßj^ Qezant ^e Caftel - Moncajo de Staaten den " te beweegen om Frankryk den oorlog te ver- Spaan, klaaren, of ten minfte, de Spaanfche Neder- fchen landen , met meerder manfchap, te onder- Gezanc. fl-eunen ^y Het eerfte werdt volftrektelyk Ds Staa- afgeflaagen. Doch de algemeene Staaten be- ten zen- flooten, op den zestienden van Lentemaand, dennieu- onaangezien Amfterdam 'er, ernftelyk, tegen de°ft0d" ftemde' ter Vergaderinge van Holland (,£), naarde noS twaa^ Regementen te voet en vyftien- Spaan- of zestienhonderd paarden te zenden naar de fcheNe- Spaanfche Nederlanden (?): getyk, zonder |
||||||||||
den.
|
n" uitftel, gefchiedde. Ook zondt zyne Hoog-
|
|||||||||
heid eenig Krygsvolk, onder den Markgrame
vau
O) Uit de M'fiven van den Amhasf. van Otters. MSS.
{f< Zie Hol. Mtc. van 1084- W. 117-136. C?) Refol. Hill o J'ehr. 10 Maart 16S4. bl 23, 140. Holli| Marc, yen i68j. bi 10?, iofi. (A) Refol. Hol'. 21 Maart, 3 Mey 1(^84. H, irto,2l6. t*J Refol. tiener. jf»yis 16 Maart 16S4. |
||||||||||
LVIIÏ.BoEK. HISTORIE. 225
|
|||||
van Mompelian, naar de grenzen van Gelder- 1684*
land , om op de beweegingen van den Keur- -
vorst van Keulen te pasfen. De Staaten van pries.
Friesland en Stad en Lande verklaarden zig , land en federt, ernftelyk tegen het verhaast bell uit, om Stad ea meerder onderftand te zenden naar de Spaan- ^-ande fche Nederlanden. betuigende onfchukiig te tl^Q^iX willen zyn aan de nadeelen , weJken 'er van dcze'ive te wagten waren. Ook begeerden zy, kort « f"g hierna , op ontvangen berigt, dat de Koning <jntbo°* van Frankryk den Keurvorst van Keulen met fc^"0*' een Leger onderrteunen zou , dat men hunne Gewesten voorzage van meerder Krygsvolk, en hiertoe den onderftand uit de Spaaufche Nederlanden te rug ontboode. Doch de al- gemeene Staaten hielden hun voor „ dat zy „ den Voormuur van den Staat niet onver- „ zorgd konden laaten. ; dat hun egter leed „ deedt, dat Friesland en Stad en Lande eenig „ gevaar zouden loopen, by gebrek van man- 5, fchap ; doch dat hieruit befpeurd kon wor- „ den , hoe noodzaakelyk de voorgellaagen „ Werving ware, waarin de twee Gewesten ,, niet hadden kunnen bewilligen; doch waar- „ toe men hen nu , nog eens, op 't ernftigst, 5, vermaanen moest Qi). " Doch de twee Gewesten lieten zig niet afzetten met dit ant- woord. Zy dreigden hun Krygsvolk onbetaal4 te zullen laaten , zo men ten minfte het ge- deelte , welk ter hunner betaalinge ftondt, niet te rug ontboode uit de Spaanfche Nederlan- den. Zy verzogteu, dat de Refolutie der Staa- ten, f*) Rcfol. Gct)?r. JwU 13 April 1158«.
%\7. D£EL. £ |
|||||
£26 VADERLANDSCHE LVIII. Boek.
1*84. ten, vervattende het antwoord, welk men hun
ineene Staaten, geligt en vernietigd mögt wor-
den. Friesland in 't byzonder verklaarde , 't afzenden der troepen , in deeze gelegenheid , voor eene verkragting der Unie en eene kren- king van het Regt der twee Gewesten. Die van Stad en Lande gaven te verdaan , dat zy hun Krygsvolk, zo 't niet ten fpoedigfte te rug ge- zonden werdt, zouden afdanken , ja, volgens een uitdrukkelyk Staatsbefluit, met der daad, hielden voor afgedankt (/). De twist zou, naar alle waarfchynlykheid , hooger geloopen zyn, zo de voortgang der handelinge over een Beftand de oorzaak, waaruit hy gereezen was, niet hadt doen verdwynen. XX I. De algemeene Staaten , ziende dat de Ko- Ds Suatenning van Groot-Britanje onverzettelyk bleef, beginnen voniien f eindelyk, geraaden, zig regelregt te ryk te"* Meeren tot den Koning van Frankryk, dien zy handelen, ook een algemeen agt- of tienjaarig Beftand voorfloegen , mids hy eenige Plaatfcn aan 't Ryk en aan Spanje afftondt, en eenigen be- hieldt (m). Doch deeze voorllag vondt geheel geenen ingang aan 't Franfche Hof. Van de andere zyde, verklaarde de Spaanfche Gezant, dat de Koning , zyn Meester, geen Beftand aangaan zou dan met inlluiting van alle zyne- Bondgefiooten. Te gelyk, leverde hy een'Lyst over, vervattende, aan de eene zyde, de Plaat- fen, die Frankryk, in den omtrek van Kortryk, ge-
' (i1) Zit Hol!. Mcrc. ven 1C84. *'■ *3? -«57» Vervolg Uer
CuiiiM. van Staatsz. Num. XVII. XVlll. hl. 29, 39, (»O Ktlbl. üeuer. Ultrturii iz April »084. |
||||
JL VIII. Bork, HISTORIE. 227
|
||||||||||
gevorderd hadt , en aan de andere , de Plaat- itfp^.
Sn , die, na de afkondiging der Nieuwmeeg- - fche Vrede, dopr de Franfche wapenen, ver- overd waren; welke laatften de eerften zeer verre overtroffen. De Staaten, uit den Heere Hun van Sterrenberg, hunnen Ambasfadeur aan 't voorflag Franfche Hof, vernomen hebbende , dat de wordt Koning hunnen laatften voorflag volftrekte- p^j*01" lyk verworpen hadt, overleiden met de Ge- Zy "mad- zanten hunner Bondgenooten, wat'er, in dee- pleegen zen ftaat der dingen , te doen ware , en wel "}et de vooreerst, of men zig niet onderling zou be- t^z^'c hooren te verbinden, om het Verdrag te hand- Bondge» haaven , welk, tusfehen Frankryk en Spanje, nootcn. zou mogen geflooten worden ? en ten tweeden t of men , in aanmerking van den tegenwoordi- gen ftaat der zaaken, niet iets meer aan Frank- ryk zou behooren toe te ftaan ? De Spaan- fchen antwoordden „ dat men zig, of ver- „ weeren, of ter befcheidenheid van Frankryk „ overgeeven moest. Dat Spanje nimmer tot „ het laatfte belluiten zou. Daar fchoot, der- „ halve , niets over, dan zig te verdedigen. „ De Bondgenooten zouden zig, hoopten zy» ?, houden aan de Verdragen , en hen niet al- „ leen in den nood laaten. Ondertusfchenwas „ 't redeiyk, dat men borg ftonde voor't Ver- „ drag, welk zou mogen geflooten worden. „ En ze 'er nog iet kon afgeftaan worden, „ om het fluiten van dit Verdrag te beverde- „ ren ; zy wilden 't gaarne doen." De Kei- zerlyke Gezant Kramprigt hieldt ftaande „ dat |
||||||||||
•>'
|
de handhaaving van \ gene men fluiten zou
|
|||||||||
alreeds vastgefteld was, en flegts moest uit-
P 2 »ge- |
||||||||||
£28 VADERLANDSCHE L VIII. Boek;
M84. „ gevoerd worden. Voorts, befloot hy, ge-
■——— „ lyk de Spaanfchen , dat men zig behoorde „ te verweeren , en gaf breed op van het Le- „ ger van den Keurvorst van Beieren ; waar- „ by eenige Keizerlyke manfchap gevoegd zou „ worden; doch hy wist niet te zeggen, wan» „ neer deeze troepen in ftaat zyn zouden , „ om op te können trekken." De Zweed- iche Gezant Guldenftolpe voerde omtrent de zelfde taal: „ 't Krygsvolk van den koning , „ zynen Meester , was gereed, 't Ontbrak „ alleen aan fchepen , om het over te voeren. „ Ook moest men verzekerd zyn, dat de Staa- „ ten eene Vloot in zee zouden brengen." De Gezant der Frankifche en Overrynfche Kreit- fen verklaarde „ dat zyne Meesters de Verdra- „ gen zouden naarkomen, zo de andere Bond- „ genooten zulks insgelyks deeden. Hunne „ troepen waren reeds aan't beweegen. De Lu- „ nenburgfche Gezant ftemde, voor de hand- „ haaving van 't Verdrag; doch hadt geen' 3, last om op verderen afftand te dringen. „ Zyne Meesters verwagtten eenen oorlog, „ en konden hierom geenen onderftand zen- „ den. Ook meenden zy genoeg te doen s „ als zy de oogmerken van Deenemarke en „ Keur - Brandenburg zogten te verydelen." De Gezant des Hertogs van Lotharingen ver- klaarde „ geenen last te hebben dan tot het „ maaken van een Beftand ; doch zyn Mees- „ ter zou zig naar de andere Bondgenooten „ fchikken , en , met 's Keizers bewilliging , „ nog eenige Regementen voegen by hun „ Leger." De
|
||||
LVIII.Boek. HISTORIE. fl2>
De Staaten , uit deeze redenen befpeuren- 1684.
de , dat de meeste Bondgenooten weinig meer ■■• dan goede woorden hadden in te brengen , za- XXIII. gen , eindelyk , dat men tot handeling met De j>laa" Frankryk zou moeten komen. Een magtig fleu"ten" Flansch Leger zakte vast af naar de Spaanfche tot han- Nederlanden. Men wist, dat de Koning zig deling aan 't hoofd van het zelve ftellen, en onge- °P defln twyfeld iet van gewigt onderneemen zou. 't varf'd'yv- Krygsvolk , welk de Staat op de been hadt, Vaux. kon Spanje kleinen dienst doen, alzo men het, grootendeels , gebruiken moest, om de gren- zen te dekken , tegen eenen gedreigden inval van den Keurvorst van Keulen. En de voor- geflaagen' Werving , al gelukte ze op 't fpoe- digfte , kon weinig helpen , om Frankryk te fluiten. Alle deeze redenen, waarvan fommi- ge de kragt al vroeger gevat hadden , deeden, eindelyk, de Staaten van alle de Gewesten befluiten , om Spanje te raaden tot het aan- neemen van het twintigjaarig Beftand , op de voorwaarde , door Frankryk voorgefteld. Koning Karel werdt 'er met moeite toe over- gehaald. De Heer van Heemskerk badt 'er de eer van. Men tradt, eerlang, te Regensburg * over het voorgeflaagen Beftand in onderhande- ling o). Midlerwyl, was de Koning van Frankryk Luxem-
van Verfailles vertrokken, om zig aan't hoofd burg van zyn Leger te ftellen. Op den zevenen- *ofdt twintigllen van Grasmaand te Peronne geko- «joolde men zynde , kreeg hy de tyding , dat Luxem- Fran- burg fchen,-
O) Holl. Merc. van 1684. W. 171-17g. P3
|
||||
A3© VADERLANDSCHS LVHI. Boek.
|
|||||
* 1684. burg berend was, door den Maarfihdïk van
------- Crequi. Twee dagen laater , gat de Graaf
Nieuwe d'Avaux kennis van dit gewigtig nieuws aan de
^rTcTA- Staaten , hun te -gelyk voorflaande „ dat de vaux. * » Koning, zyii Meester, eenige PJaatfefi, hem „ te vooren afgeftaan, of door hem bemag- „ tigd, te rug wilde geeven, zo de Markgraaf „ van Gfana, voor den twintigften van Bloei- „ maand , de Stad Luxemburg, nevens veer- . „ tien of vyftien Dorpen , daaronder behóo- Hy dreigt „ rende, aan hem overgave." Hy voegde Wer- de Staa- by y J5 dat de Koning voorhadt, op de eerfte teu' „ daadvanvyandeIykheid,diedeStaatfchetroe- „ pen tegen de zynen bedryven zouden , bui- „ ten de fterke Plaatfen in de Spaanfche Neder- j, landen, alle Schepen, Koopmanfchappen en „ goederen , den ingezetenen der Vereenigde „ Gewesten toekomende , aan te flaan, en de „ Staaten te handelen , als zulken, die met al „ hunne magt de Spaanfche hardnekkigheid „ ftyfden, en hem, niet minder dan zyneopen- „ baare vyanden, den oorlog aandeeden. Hy „ wagtte, hierop, binnen veertien dagen, ant- „ woord, begeerénde, na dien tyd, noch aan „ zyne voorige voorflageti, noch aan deezen, „ gehouden tezyn (<?)•" Baßuic Friesland en Stad en Lande vorderden , dat der ver- men de Spaanfchen terftond zogte te beweegen gaderiu- tot het aanneemen van den voorllag van d'A- ge' vaux; hun dreigende, dat men, by weigering hiervan, de hulptroepen te rug ontbieden zou. Doch de meeste Gewesten beflooten , op den zes-*
(O Zie Holl. Merc v** (CS4. «, 188.
|
|||||
HISTORIE. 231
|
|||||||
LVIII.Boek.
|
|||||||
zesden van Bloeimaand „ de Bondgenooten NS84,
„ over te haaien , om , nevens hen, te bear- —— „ beiden , dat Spanje bewilligde in het twin- „ tigjaarig Beftand, op zulke voorwaarden , „ als men best zou kunnen bedingen." Men D'Avaux gaf van dit belluit een Aflchrift aandenGraave neemt'cr d'Avaux, die 'er weinig genoegen in nam, te "f" kennen geevende „ dat het niet te verwag- j^e6sn „ ten ware, dat de Koning, zyn Meester, zig „ zou willen houden aan den voorilag van 't „ Beftand , op den zeventienden van Sprok- „ keimaand gedaan. Ook mögt men wel den- „ ken , dat hy Luxemburg niet om niet bele- „ gerd hadt." Doch terwyl de Staaten begon- den te neigen naar 't gene Frankryk voorheen gevorderd hadt, werden zy , door Spanje en door de andere Bondgenooten, fterkaangezet» om Frankryks eisch van de hand te wyzen, en op het ontzetten van Luxemburg bedagt te zyn. De Staaten zogten Frankryk te bewce- gen , dat hy van zynen jongften eisch op Lu- xemburg afftondt; wanneer zy Spanje zouden zoeken te brengen tot aanneeminge van het Beftand op de voorige voorwaarden. Doch de Koning bleef onverzettelyk. Zelfs wilde hy den tyd van beraad niet langer uitftrekken , dan tot den voorheen bepaalden twintigften van Bloeimaand (j>). Midlerwyl, hadt men y ter Vergaderinge van Holland, beflooten, zy- ne Hoogheid te verzoeken , dat hy niet vyan- delyks wilde onderneemen tegen Frankryk , met het Krygsvolk van den Staat. Amfter- dam
00 Holl. Merc v«n 1684. bU 186-19?, 'S3«
P4 |
|||||||
s32 VADERLANDSCHE LVIII. Boek.
ÏA84. dam ftondt 'er op, dat men van dit befluit ken-
------- nis gave aan d'Avaux (q); 't welk ik egter niet
vind, dat gdchied is.
XXIV. De Loopgraaven voor Luxemburg waren , Luxem- op den agtiten van Bloeimaand, geopend , en burs . de belegering werdt, federt, vlytiglyk voortge- |ygr' z's zet. De belegerden deeden eenige uitvallen ; doch op den eenendertigden beilooten zy in befprek te treeden. Men handelde tot op den vierden van Zomermaand, wanneer het Verdrag, waarby de Stad zig opgaf, getekend werdt (V). D'Avaux gaf 'er den Staaten, terftond, kennis van, en te gelyk, dat zyn Meester hun nog twaalf dagen na 't overgaan van Luxemburg verleende, om zig op zynen jongden voorflag te beraaden; binnen welken tyd, hy verhoop- te, dat zy, of alleen, ofte gelyk met Spanje, 's Konings aanbieding zouden omhelzen. Ter- ftond hierop, vertrok zyne Hoogheid, ziende waarop de fpil der handelinge ftondt te drsai- jen, naar 't Leger der Staaten by Vilvoorden : alwaar hy vertoefde, tot na 't fluiten van 't Ver- drag (,). De De Markgraaf van Gastel - Moncajo hieldt Spannfdie^jg egter nog ger ^ verklaarende, dat Spanje
houdufg Luxemburg nimmer afftaan zou. Maar de oog fier. Gezanten der andere Bondgenooten fpraken zo hoog niet. De Staaten verzogten d' Avaux om nog wat langer tyd van beraad ; doch hy begeerde dien niet toe te ftaan dan aan Spanje, en
fq) Sfcr. Relól. Holl. is May \fA\- V. Deel, il. «Sr.
f>) Holl. Merc. van 1684. M. 197, iy9t ac'4 enz, DANIEL oumal t. CXLUI. Csj Huil. Merc. van 1684. il. 201, 102. |
||||
L VIII. Boek. HISTORIE. 233
|
|||||
en wanneer de Staaten het Beftand zouden ^94.
hebben getekend ; in welk geval, hy , nog
twee maanden na den dag der tekening, op de
bekragtiging van Spanje , toeven wüde , en eene maand , na het befluit van het Duitfche Ryk (O- ïerwyl de handeling, op deezen voet, xxv.
ftondt, zag de Stad Amlterdam ligtelyk , dat De Stnd de zaaken zig meer en meer fchikten naar haa- A>n fier- ren zin. Zy hadt, hierom, omtrent het mid ;1am ™!l lil tl* ('Ilö
den van Bloeimaand, wederom Afgevaardig- gemeene
den gezonden naar den Haage ; doch de ont lasten zegeling haarer Papieren , rot nog toe , nier drasgen, können verwerven. De Vroedichap , zulk ?° m^j, een' hoon niet langer willende verdraagen , pieven befloot, op den tweeden van Zomermaand , niet cru- der Vergaderinge van Holland te doen aanzeg- z^eie. gen: „ dat, zomen, eindelyk, de vereisch- „ te orde niet ftelde , tot ontzegeling haarer „ Papieren , zy niet zou bewilligen , in den „ ophef van eenige middelen, binnen haare „ Stad ; noch verftaan, langer, met goede „ oogen, aau te zien, dat, zonder haare toe- „ ftemming, voortaan, op de posten van den „ Staat van oorloge, betaalingen gefchiedden. „ En zo men, onverhoopt, hiermede, goed- „ vondt voort te gaan, zou zy zig genood- „ zaakt vinden, daartegen, zulke befluiten te „ neemen , en zulke middelen te gebruiken , „ als zy , tot voojftand van haar regt en van „ de waardigheid der Stad , zou dienftig oor- „ deelen: betuigende zy, eindelyk, onlchul- (O Hol). Mere. van 1684 M. S13. st4>
P5
|
|||||
E34 VADERLANDSCHE LVJII.Boek.
n?S4. „ dig te willen zyn, aan aile de onheilen , wel-
-------„ ken, hieruit, zouden können ryzen (u)."
Dit g«. En deeze aanzegging was van zo veel nadruk ,
fchiedt, dat de Staaten , ten laatlie , beflooten, eerst, ten iaat- den Heer van Maarfeveen te ontflaan van de e# bewaaring der verzegelde Papieren; en daarna, deeze Papieren te doen ontregelen , en in de magt der Afgevaardigden van Amfterdam telaa- ten , gelyk, op den vierentwintigften van Zo- mermaand 3 gefebiedde (v). De hevige twist, tusfehen zyne Hoogheid en de Stad Amlterdam , werdt hierdoor bygelegd. De Regeering no- digde , federt, den Prins en zyne Gemaaliti in haare Stad, daar zy deftig onthaald werden. Het misnoegen tusfehen beide icheen, van dee- zen tyd af, verdweenen, of ten rainile, voor eene geruime wyle, onder de asfche gefmoord te zyn (w). XXVI. Ondertusfchen , febikten zig de zaaken in De Raad- den Haage , meer en meer , tot een Verdrag ri^FaiM met Fran^ryk« De Staaten niet alleen ; maar verklaart de Bondgenooten zelven, Spanje uitgenomen, zig nog neigden, meer dan te vooren, tot hetBeftand; tegen het hoewel Fagel nog bleef verklaaren „dathy, Beftand. ^ nimmer de hand leenen zou, om Spanje tot „ het afftaan van Luxemburg te noodzaaken ; „ dat het noodlot van een groot gedeelte van „ Duitschland en van de Nederlanden van „ deeze Stad afhing , en dat het overgeeven „ der-
C«) Extr. uit Je Refol- <ter Vro^lfch. van Amft. }•«» 2 Juity-
lf,i\. Rctol. Hm!. 6 Junv KW-1. W 7/>5. O) Refol. IIoll. 19, 23 Juny I<W4- hl. «,9, 305. FIoü.
Merc. van 1084. lil. 550, 057. I'oiez ausfi Negociac. du Comre b'Avaix Tom. ÏU. ti. \fii. (Wj iiUR.NET l'ol. i. p. 51)4.
|
||||
LVIII.BoEK. HISTORIE, 235
„ derzelve zo veel was , als of men de han-
„ den'\ ja het hoofd affneedt, om het lighaam „ te behouden. Door het afftaan deezer Stad, „ zouden de drie Keurvorilen aan den Ryn ,, afhangkelyk gemaakt worden van Frankryk; „ en de Prins van Oranje, die nimmer cien „ Koning van Frankryk hulde zou doen, zou „ meer dan zestigduizend guldens jaarlyks , „ in de Provincie van Luxemburg , verlie- „ zen." Hy voegde hierby „ dat hy wel zag, „ dat het aanzien van zyne Hoogheid geenen „ kleinen krak krygen zou buiten 's Lands , „ zo de kvvalykgezinden, door looze treeken, „ Vrede of Beftand wisten te bewerken ; „ doch zyn roem zou , by de verftandigen , „ zo veel te hooger ryzen , om dat hy ftand- „ vastig gebleeven was in zyne befluiten. De „ Gemeente, by zig zelve gekomen, zou zig „ te laat beklaagen, dat zy zig, door vkien- „ de redenen of verkeerde fpaarzaamheid , „ van de bevordering van haar waaragtig be- „ lang hadt laaten aftrekken. En wat 'er ook ^, gebeuren mögt, nooit zou hy raaden , dat „ men Spanje verliete. Men hadt, reeds dik- „ wils, berouw gehad van het aangaan der „ Nieuwmeegfche Vrede. Zo men, andermaal, „ weeke van de Verbonden, niemant zou zig, „ na deezen, vertrouwen durven op de Staa- „ ten (#)." Doch de Raadpensionaris fchynt, op deeze wyze, te hebben gefproken, eer nog Luxemburg den Franfchen in handen gevallen was. Hy is, naderhand, een weinig veranderd van gedagten. In
(O PuiTENooRr Libr. XVlïl. $• i2ï. f. 120»
|
|||||
ï
|
|||||
ä3<? VADERLANDSCHE LVIJL Boek,
|
||||||
1684, In 't raadpleegen opde handeling metFrank-
——— ryk , oordeelden de Gewesten eenpaariglyk, xxvii- dat men, by 't iluiten van't Beftand, ook zorg j~™^,ee"draagen moest, voorde belangen van den Prinfe vlfr 't van Oranje. Men verftondt, dathy, geduu- wanrnee- rende 't Beftand, in 't bezit van zyn Prinsdom men der en van de Luxemburgfche goederen behoorde befangen te b]vven# Ook moest, meende men, het von- fen van ms»^n zyn nadeel en ten behoeve der Graavinne Oranje, van Ifenghien, door het Leenhof van Brabant, uitgeweezen, vernietigd worden. Veelenver- ftonden ook , dat de gefchillen in 't Noorden moesten worden vereffend (y). Doch Amfter- dam oordeelde, dat de Staaten zig met de ver- effening deezer gefchillen niet te moeijen had- r>«r den. Ook weigerde d'Avaux, over de Noord- d'Avaux f fe gefchillen, te handelen. Van de belan- niet vsn
hoeren gen des Prinfen van Oranje wilde hy mede niet
wil. gewaagd hebben in 't Verdrag ; fchoon hy te verftaan gaf, dat de Koning, zyn Meester, uit inzigt voor den Keurvorst van Brandenburg, meer voor den Prinfe doen zou , dan hy , by Verdrag, zou willen belooven. De Leden der Staaten van Holland verfchilden zeer, of men, op den handel over 't Beftand , by eenpaarige ftemmen alleen , of by meerderheid van ftem- men, behoorde te befluiten. De Raadpenfio- naris dreef het eerfte ; de Stad Amfterdam het laatfte , met veel hevigheid, 't Befluit viel, aan de zyde van Amfterdam, en men ftelde, op den zestienden van Zomermaand , ter Ver- gaderinge van Holland , met zestien ftemmen vast, het Verdrag, om Spanje tot het Beftand te
|
||||||
00 Holt Merc. van 1684- U. 2S5, »28.
|
||||||
LVIII.Boek. HISTORIE. 237
|
|||||
te beweegen, aan te gaan met Frankryk. De kjjj.
Edelen , Rotterdam en Medenblik waren de i eenigfte Leden , die in dit beiluit niet hadden
können bewilligen ( z ). Het werdt, ten zelf- oe srea- den dage , ter algemeene Staatsvergaderinge , ten nei- overgebragt. Friesland en Stad en Lande be- jjj*".?* willigden 'er, terftond, in. Doch de vier an- ^" "* dere Gewesten verzogten eenige dagen tyd van Fr'snit- beraad. De algemeene Staaten leverden, mid- ryk. lerwyl , den Gezanten der Bondgenooten een ontwerp van het voorgenomen Verdrag met Frankryk over. De meesten antwoordden , dat het hun aan last ontbrak , om dit ont- werp goed te keuren ; doch dat zy 'er hunnen meesteren over fchryven zouden. Maar de Mïsnoe» Markgraaf de Castel - Moncajo verklaarde , gen vaa „ geen punt in't ontwerp gevonden te hebben, ^en „ dat niet vierkant aanliep tegen de erkente- ^hen' ,, nis, welke de Staaten den Koning van Span- Gezint. „ je fchuldig waren ; tegen de verbindtenis „ en goede trouwe der onderlinge Verdragen; „ tegen de eer der Vereenigde Gewesten ; te- „ gen de welvaart van derzelver ingezetenen ; „ tegen de verzekeringen , welken de Staaten „ aan alle hunne Bondgenooten gegeven , en „ tegen de grondregels, welken hunne Hoog- „ Mogendheden , tot hiertoe, gevolgd had- „ den : waaröm hy , tegen de uitvoering van „ dit ontwerp , op de kragtigfte wyze, pro- „ testeerde." Kort hierna vertrok hy, zonder aflcheid van de Staaten genomen te hebben, naar Brusfel (0). De
f«) PuFPBNiioRr Libr. XVni. §.iap. p. U09, iaiu,
(#5 Hgtj- Merc. van 16S4. iiU üö-azy. |
|||||
238 VADERLANDSCHE LVIII.Boek.
|
|||||
ï«?4. De Staaten van Utrecht hadden , reeds in
—---- Bloeimaand, bevyiliigd , in 't Verdrag met
XXVllL Frankryk. Doch hunne Afgevaardigden be-
y?:fcYl weerden nu, dat deeze bewilliging niet ver- zond >re" ^er gecrokkel1 kon worden , dan tot eene toe« Gewès- ftemming van dit Verdrag , indien 't met een- ten. paarigheid van alle de Gewesten werdt aan- genomen. Ook meenden zy, dat men'er de belangen des Piïnfen van Oranje aan verbinden moest. De twee eerst ftemmende Leden der Staaten van Utrecht vielen hun toe ; waarom de algemeene Staaten beflooten , die van Utrecht te bezenden : gelyk gefchiedde ( b). De bezending was niet vrugteloos. De Staa- ten van Utrecht voegden zig, eerlang, by die van Holland, Friesland en Stad en Lande. Overysfel bewilligde , ten zelfden tyde , in 't Verdrag. Toen gaf men den Graave d'Avaux kennis van den Staat der zaaken , en verwierf nog twee dagen uitftel, alzo de beftemde tyd Howard om te antwoorden nu verftreeken was. De dry ft het Staaten van Holland, op den vierentwintigften Befl"!t .yan Zomermaand , in vollen getale , ter Ver- verdrag gaderinge der algemeene Staaten > verfchee- ëoor, nen zynde , deeden , met vyf ftemmen , be- met vyf fluiten tot het aanneemen van 't Verdrag. Gel- ftemmcn. ,^er}aruj en Zeeland hadden de andere Gewes- ten niet können beweegen, om d'Avaux om een nieuw uitftel van eenige dagen te verzoe- ken ; waarom zy tegen dit befluit protesteerden. Terftond na dat het genomen was , werdt, van wege den Graave d'Avaux, en van wege de
(b~) Ucfol. Huil. $M*y% 20 82-, 84 Juitv 1684, II, 218.
>>ß, 3^«. i°7- |
|||||
LVIILBoek. HISTORIE. 039
|
|||||||||||||
de Staaten , aan de Franfche en Staatfche Le- 1(584.
gers in de Spaaniche Nederlanden , bevel ge- ■• zonden, om, aldaar, niets vyandelyks, tegen
clkanderen, te onderneemen (c). Ten zelf-De Staa- den dage, beilooten de algenjeene Staaten , ten ver- ter verdediging van hun gedrag , den Gezan- jj^1*? ten der Boiidgenooten bekend té maaken „ dat drag by „ zy , in aanmerking neemende de verichil- degezan- „ lende gevoelens tusichen de Bondgenooten, ten der „ over de middelen om de gereezen' gefchil- ^^e' „ len by te leggen , bewoogen waren gewor- „ den , om van den nood een e deugd te maa- „ ken , en te belluiten , om de gelchillen lie- „ ver te zien nederleggen door een Beftand , „ dan de Christenheid te zien ftorten in ee- ,, nen algemeenen oorlog. Zy meenden, wy- „ ders , aan de gantfche weereld getoond te „ hebben, hoe zeer zy bezorgd waren voor „ de behoudenis der Spaanfche Nederlanden , „ door het zenden van onverwylde hulpe der- „ waards. Maar 't ftilzitten van Groot-Bri- |
|||||||||||||
■>■>
|
tanje; de verdeeldheid des Duitfchen Ryks;
|
||||||||||||
de ronde verklaaring van Keulen ? Munfter
en Brandenburg, dat zy, in geval van oor- log , genoodzaakt zouden zyn maatregels te neemen , die met de belangen van dee- zen Staat niet zouden overeenkomen ; de bevinding, dat de Turkfche oorlog en de beweegingen van andere Mogendheden niet gedoogden , dat de Keizer en andere Duit- fche Bondgenooten het Verbond zo ernftig handhaafden, als zy betuigden wel te willen „ doen;
(O Holl. Merc« van 1(184. U. «?p, ajo.
|
|||||||||||||
5Ï
|
|||||||||||||
24o VADERLANDSCHË LVIII.Boeic;
1ÄS4, „ doen; dat Spanje zelf, in verfcheiden' zwaa-
v——. „ righeden ingewikkeld, niet zo veel voorzy- „ ne Nederlanden hadt können zorgen , als „ de nood wel vorderde, en dat zy alleen niet „ in ftaat waren , om Frankryk het hoofd te „ bieden : alle deeze redenen hadden hen , „ eindelyk, doen befluiten, om, voor zo veel „ hun aanging , te berusten in het voorgeflaa- „ gen Beftand, tusfchen Frankryk en Spanje, „ op de Franfche voorwaarden : in zulk een „ vertrouwen, dat de Bondgenooten, nevens „ hen , arbeiden zouden , om Spanje tot het „ aanneemen van dit Beft.md over te haa- „ len (V)." Vyf dagen na 't neemen van dit Befluit, op den negenentwintigften van Zomer- maand , werdt het Verdrag tuslchen Frankryk Inhoud en de Staaten in den Haage getekend. De van het Staaten verbonden zig, by het zelve „ om Ver.lrag ^ ^en Koning van Spanje te beweegen , tot Frankryk « net aanneemen van een Beftand van twin- en fie „ tig jaaren , binnen welken ryd , alle vyan- Staateii: J? delykheden , tusfchen Frankiyk en Spanje , waarby ^ alomme, zouden ophouden, en alles nerfteld ften zL" « worden in den zelfden ftaat, waarin het verbin- „ door de Nieuwmeegiche Vrede gebragt was; den om J} behalve, dat de Koning van Frankryk, ge- Spaiije ^ duurende het Beftand, in 't bezit blyven aannee- » zou van ^e Stad Luxemburg, en van de men van „ Steden Beaumont, Bouvignes en Cbimai, het Be- „ met de Dorpen daar onder behoorende, ftand te ^ Kortryk en Diksmuiden zouden , ontman- gan.eS »> te^ » te ru§ gegeven worden aan 'Spanje , |
||||||
„zo
|
||||||
(4) Refol. Oener. Ssbbathi 24 jfunil 168*
|
||||||
■LVÏII. Boek. HISTORIE, 241
,, zo zyne Katholyke Majefteit het Beftand, igc^,
j,, binnen zes weeken, aannam en bekrag- '■..', r; „ tigde. Na 't uitwisfelen der bekragtigin- ,, gen , zou Frankryk ook aan Spanje te rug „ geeven alle de overige Plaatfen, welken, na „ den twintigften van Oogstmaand des jaars „ 1683 , door de Franfche wapenen, waren „ ingenomen: zullende dus beide de Kroonen „ blyven in den zelfden ftaat van bezittingen „ als zy geweest waren , ten tyde van het op- „ ligten der blokkeeringe van Luxemburg. „ 't Verfchil, welk over de onderhoorighe- „ den deezer Plaatfen vallen mögt, zou aan de „ uitfpraak des Konings van Groot-Biitanje „ verbleeven worden. De brandfchattingen „ zouden , wederzydsch , nog drie maanden „ na den genoemden tyd, geheeven worden. „ Midlerwyl, zou Frankryk , van nu af aan, „alle vyandlykheden in de Spaanfche Nedêr- „ landen doen ophouden : zelfs ten platten „ Lande, zo Spanje zig, hiertoe, insgelyks=, „ verbinden wilde. Doch zo Spanje 't Be- „ ftand, in zes weeken, niet aannam, zouden „ de Staaten, terftond, hun Krygsvolk terug; „ ontbieden uit de Spaanfche Nederlanden , » en Spanje , geduurende deezeii oorlog > „ geen' den minften onderftand bewyzen^ „ noch eenige daad van vyandelykheid plee- „ gen tegen Frankryk. Zyne Allerchristelyk- „ fte Majefteit zou, daarentegen-, geene Plaats „ in de Nederlanden aantasten , zelfs 't platte „ Land niet, zo Spanje zig hiervan , insge- „ lyks, onthieldt, zullende hy de wapenen ,, elders voeren tegen Spanje. Frankryk ver- XV. DfcÉt. Q i,T?ondt |
||||
i42 VADERLANDSCHE LVIÏI.Boéx;
ÏÖS4. „ bondt zig, in geval hy, elders, eenige voor-
y""-----,, deelen behaalde op Spanje , dezelven nim-
„ mer te zullen vervvisfelen , tegen eenige
„ Plaatfen in de Spaanfche Nederlanden : van „ welke hy zig ook , op geen» andere wyze , „ geduurende den gemelden tyd , zou mogen ,, meester maaken. Hy gaf aan 't Duitfche „ Ryk nog eene maand tyds , om diergelyk „ een Beftand aan te neemen. Men zou den „ Koning van Groot - Britanje en andere Mo - „ gendheden ook in dit Verdrag aanneemen , „ zo zy gelyke verbindtenis als de Staaten wil - „ den ondergaan. Ook zouden zy waarbor- „ gen können zyn voor het Verdrag, welk, „ op deezen voet, met Spanje mögt getroffen „ worden. Men verftondt, by dit Verdrag, „ geene verandering te maaken , in 't gene , „ te Nieuwmegen , tusfchen den Koning van „ Frankryk en de Staaten , geflooten was. „ Eindelyk, kwam men overeen , dat dit „ Verdrag , ter wederzyde , binnen drie wee- De be „ ken, bekragtigd zou worden (e)." De be- kragtiguig^j-agtiging volgde, van de zyde van Frankryk, Verdik tei'ft°n^- Doch in de Vereenigde Gewesten, draait by draalde zy ; alzo verfcheiden' Leden van Gel- de Staa- Jerland, Zeeland, Utrecht en Overysfel Gor- 'S11' deelden, dat men eerst beter behoorde te zor- gen , voor de belangen van zyne Hoogheid ; die , in zyn Prinsdom Oranje , in Luxemburg en in Walsch Brabant, veel van Frankryk ge- leeden hadt. Op den negentienden van Hooi- maand , den laarflen dag van de drie weeken , Wei-
CO Pbiez Du Mont Corps Diplom. Ttitu. VII. t. IV. p. 7i: Groot - Phikaatb. IV. Dal, U. »04. «•
|
||||
LVÜÏ.Bqek. HISTORIE. S43
\velken tot de bekragtiging beftemd waren , 1084.
hadden 'er nog niet meer dan drie Gewesten, —— Holland, Friesland en Stad en Lande, toe be- willigd. Zy zou , derhalve , hebben moeten agterblyven, zo, dien zelfden dag, de bewilli- Doch ge- ging van Overysfel niet ingebragt geweest wa ^«dt» re , in de Vergadering der algemeene Staaten. ein y ' De drie overige Gewesten werden toen over- itemd; de bekragtiging gefchiedde , zonder verder uitftel (f) , en werdt, tegen die van Frankryk, uitgewisfeld. De Gevolmagtigden der Staaten, die dit Ver-
drag met den Graave d'Avaux geflooten hadden, waren Daniel van Wyngaarden, Heer van Wyn- gaarden, uit de orde der Ridderfchap van Hol- land, Jakob Hop, Peniionaris van Amfterdam, Everard van Weede, Heer van Dykveld, Sjouk Gerold van Burmania, Grietman van Wimbritfe- radeel, Gyspert Kuiper, Burgemeester van De- venter, en AntoniGerlacius: allen Afgevaardig- den ter Generaliteit, wegens Holland, Utrecht, Friesland, Overysfel en Groningen en Omme- landen. Vreemd fcheen't, dat de Raadpenfio- naris, gelyk de gewoonte medebragt, niet onder de Gevolmagtigden van Holland was. Doch men hadt hem , op zyne begeerte, verfchoond van deezen last (g). Ook hadt hy zig, te lang en te openlyk, verklaard tegen de handeling, om 'er nu nog in te werken. Schoon, wyders, de belan- gen des Prinfen van Oranje niet hadden können waargenomen worden,by-dit Verdrag; hadt men, nog-
(ƒ) Notul. 2eel. 14, 25, 17 Jtity 1684. U. 235, »371 »45^
Holl Mcrc. ven 1684 t/t. 241, 142- Cg~) PlWFENDORF tih. XVIII §. I2J). f. MIO.
|
||||
*44 VADERLANDSCHE L VIII. Boek;
1C84. nogtans, onlangs, in Üverysfel, getoond, dat
f------men 'er, naar vermogen, voor zorgen wilde ;
den Piïhs , by Sententie der Leenkamer van 't
Gewest, bevestigende in zynregtophetGraaf- fchap Lingen; en de Graaven Adolf en Fredrik Mamits van Tekeknburg van alle aanfpraak op het zelve verfteekende (i). xxix. 't Verdrag tusfchen Frankryk en de Staaten Spanje noodzaakte den Koning van Spanje , tot het denood- aanneemen van net twintigjaarig Beftand , op zaakiyk- de voorwaarden , by het zelve beraamd (V). heid ge- Hy zag zig, door dit Verdrag, ontzet van den i>ragt om byftand der Staaten , den eenigften , waarop re. fluiten, .,ay ^ tot i!iertoe ? ]!iadt können ftaat maaken. Ook tastte Koning Lodewyk hem niet alleen aan in de Nederlanden; maar hy hadt ookeene Vloot gezonden naar de Middellandfche zee , en den Maarfchalk van Bellefonds, met een Leger , gezonden naar Navarre en Katatonie, alwaar hy eenige voordeden behaald hadt op de Spaanfchen, onder den Hertoge van Bour- nonville y hoewel hy , in Bloeimaand, 't be- leg van Gironne hadt moeten opbreeken ( k ). De fohatkist van Spanje was, daarenboven , uitgeput. Alle welke redenen Koning Karel befluiten deeden tot het zenden van volmagt aan den Keizer, om in zynen naam 't Beftand te fluiten te Regensburg , alwaar men ook over een diergeiyk Beftand, tusfchen het Kei- iserryk en Frankryk , in onderhandeling was. Op
(h~) Voier. Supplem. au Corps Diolom. Tom.U. At.A<n.
(I) Misfive van den Ambasf. van Heemskerk van 20Fwy i6«4. MS. (*, DawiU, Journal» p, CXLIV. Holl. Merc. van iOä^ |
|||||
^
|
|||||
IVIÏÏ.Boek. HISTORIE. 245
Op den vyftienden van Oogstmaand, werdt 1(584.
hier het twintigjaarig Beftand getekend , tus----------
ichen Frankryk en Spanje , juist op de zelfde TuinJg-
voorwaarden , welken , by 't Verdrag met de ^a"g , Staaten, waren beraamd (/). Ten zelfden da- tutfch'c« ge, werdt ook een twintigjaarigBeftandgeiloo- Frankryk ten , tusfehen Keizer Leopold en 't Roomfche .en Span- Ryk ter eener en den Koning van Frankryk ter j^fy^ n anderer zyde. Straatsburg en de Plaatfen, die ]-iet kCi- Koning Lodewyk zig, tot den eerften van zeiryken. Oogstmaand desjaars 1681, hadttoegeëigend, Fffnl1* werden hem, geduurende 't Beftand, gelaateu, Yy mids hy, in dezelven, den Gereformeerden en Lutherfchen vryheid van Godsdienstoefening liete (?»). Om den Keizer te noodzaaken tor. de aaiineeminge van het Beftand, hadt de Ho- ning den Maarfchalk van Scfiomberg, die nuzyn Leger geboodt, in de plaats van d' Humiei es, die , in 't beleg van Luxemburg , gelheuveld was, mee een aanzienlyk gedeelte van het zelve, doen trekken naar de Elzas (n~) : en deeze optogt hadt het fluiten van liet Verdragmet het Keizerryk verhaast; De Franfche troepen blceven in de Spaan- x?{x.
fche Nederlanden , tot na het bekragtken van Gev<)1" . 00 ECU V3ÏÏ
het Beftand, door den. Koning van Spanje, hetzet--
waarvan men , eerst omtrent het midden van v«. Herfstmaand , te Regensburg , tyding kreeg. Ook was men niet eerder eens, over de bc- taaling van de agterftailen dex brandfehattin- gen,
(O l'b'tz Do Mont Corps Diplom. Ttm> VII. P. II. p. 83.
{lolt. 9lcrc van 1683. H. 444. (m) Coiez Du Mont Corpa Diplom. Tom. VII. P. II. p.81»
lloll. Mcrc. van 1684- W. 247. t n) Holl. Merc. van 1684. VI. 243,
Q.3
|
||||
b46 VADERLANDSCHE LVIILBobk.
1684. gen, welken Frankryk vorderde. De Vesting-
in----- werken van Kortryk en Diksmniden werden , midlerwyl, geflegt: doch't liep aan totin'tvol-
gende jaar , eer deeze Steden den Spaanlchen werden ingeruimd. In 't Noorden, verflaauwden de toerustingen ten oorloge, inzonderheid na dac Frankryk opgehouden hadt, den Koning van Deenemarke te onderfteunen (0). Ook iloot de Koning van Zweeden, eerlang, een verdedi- gend Verbond met den Keur vorst van Branden- burg Q>): welk kragtiglyk strekte, totbewaa- ïing van de rust in deezen oord. De oorlog in Hongarye was , dit jaar, wederom , geluk- kig uitgevallen voor de Keizcrfchen. De Tur- ken werden geflaagen by Waitfen. De Hertog van Lotharingen bcmagtigde Wicegratz, Wait- fen en eenige andere PJaatfen. Doch 't beleg van Buda of Offen, welkhy, insgelyks, onder- nomen hadt, moest, eerlang, opgebroken wor- den, 't Verbond, welk de Keizer met Poolen en Venetië hadt geflooten , deedt den Turken zeer veel afbreuk (#). Doch wy gewaager» van deezen kryg, flegts kortelyk en in 't voor- bygaan, om dat 'er onze Staat niet dan een af- gelegen belang by gehad heeft. Asnmer- * Het twintigjaarig Beftand Helde den Staat kingen gerust voor de onderneemingen van Frankryk, over den |n ^e Spaanfche Nederlanden , welken men , aanwas jn ,^ a]gemeen ? aanzag 9 a]s den Voormuur franfche der Vereenigdeii. Ook icheenen de grenzen
■jOiajjtjfe- van den Staat, naar den kant van Duitsch- land»
(n) H/iH.Merc. tan i6Ü4. II. oqt-25/i.
(p) Voiez De Mont Corps Dipiotnat. Tam. VII. P. M, f. liji (fj Hüll. Merc. van 1684- #• »86-311. |
||||
LVIII.BOEK. HISTORIE. 247
land, meer beveiligd te zyn, federt dat'Frank- 1684.
ryk, met het Keizerryk verdraagen zynde, ------
minder reden hadt, om eenige Duitfche Vor- derteei
ften op te hitfen tegen de Bondgenooten des JJJJ^ Keizers, en met naame tegen de Staaten der Vereenigde Gewesten. Doch onaangezien dee- ze voordeden, welken men zig, hier, uit hét Beftand, belooven mögt; zagen opmerken- den, niet zonder groote bekommering, hoe geweldig cle Franfche magt aangegroeid was, federt omtrent vyftig jaaren, en inzonder- heid, welk een aanzienlyk deel der Neder- landen , in dien tusfchentyd, door de wapenen van Frankryk, op Spanje veroverd, en, byver- fcheiden' Verdragen , behouden was. Vee- len verwonderden zig, ten deezen tyde, dat Frankryk, van Duitschland byna geenen, van Groot-Britanje geheel geenen, en van de Staaten maar kleinen tegenftand te wagten hebbende, zyne overwinningen niet voortzet- tede in de Spaanfche Nederlanden, en zelf een twintigjaarig Beftand voorfloeg. Sommi- gen dagten, dat zulks alleenlyk toe te fchry- ven was aan den flegten ftaat der geldmidde- len in Frankryk, die, gewisfelyk, door den jongften oorlog, door de onderftandgelden aan verfcheiden' Mogendheden, en door an- dere uitgaaven, veel geleden hadt, en nog leedt. Doch waarfchynlyk is hierby gekomen de vrees, dat de fchielyke uitbreiding van 's Konings gebied in de Nederlanden, de na- buurige Mogendheden, en veelligt Groot-Bri« Britanje zelf tegen hem in de wapenen helpen zou ; waardoor zyne oogmerken, voor tegen- woordig niet alleen, maar mogelyk voor al- Q 4 t°0S9
|
||||
248 VADERLANDSCHE LVM.Boek;
«6*4. toos, zouden hebben können verydeld worden.
——-- De flaatkundige Vorst befloot, hierom, lieveu
den oorlog voor eene wyle te flaaken, als hy, by verdrag, iet van belang winnen kon; dan den naaryver der Bondgenooten te zeer te ont- fteeken. Hy vergenoegde zig, met de geruste bezitting van Luxemburg voor eenen tyd; waar- door hy Spanje den weg affheedt, om zyno Nederlanden te voorzien van Duitfche hulpe, in geval het Beftand niet gehouden mögt wor- den: gelyk te dugten was. Het zelfde oog- merk was duidelyk te belpeuren, in alle de Ver- dragen , welken Frankryk, federt vyfentvvintig jaaren, met Spanje geilooten hadt. DePyre- neefche, Akenfche en Nieuwmeegfche Vreden ftrekten, zo wel als het tegenwoordig Verdrag^ om Frankryk te bevestigen , in 't bezit vaneen merkelyk deel zyner overwinningen; en wer- den geilooten, in eenen tyd, als de argwaan der nabuuren, gaande geworden, op 't punt flondt, om zig, met meer geweld dan te voo- ren,te kanten tegen de uitvoeringe der Franfche oogmerken. Frankryk zou, op deeze wyze, by verdrag op Verdrag, eindelyk, van alle de Spaanfche Nederlanden meester gewordenzyn: zo maar de Tujkfche oorlog verderfelykervoor 't K<?izerryk geweest ware, of langer geduurd hadt; en zo Groot-Britanje altoos hadt können Uil zitten. Doch de Turkfche kryg, hoe lang hy ook duuren mögt, viel nadeelig uit voor d.ên Grooten Heer; en in Engeland ontftonden, eerlang, veranderingen, dieeene geheel nieu- we gedaante gaven aan den toeftand, belangen en maatregels van dit Ryk. |
|||||
.VA-
|
|||||
VADERLANDSCHE
HISTORIE
NEGEN-ENVYFTIGSTE BOEK.
|
||||||
INHOUD.
h Staat van Engeland. Proteßantsch Verraad.
Monmouth komt in Holland. II. Verdrag niet den Koning van Marokko. Onlusten te Gorin- chem. 'Verandering in de Vroedfchap, te U- trecht. III. Verfchil tusfchen zyne Hoogheid en de Regeering van Dordrecht, over 't verkiezen der goede Luiden van Agten. IV. De Stad Amflcrdam ■ trekt de flreng van Dordrecht. Haare meening over 't gezag der Staaten en des Stadhouders. V. Zyne Hoogheid verkiest de . goede Luiden van Agten, uit caie nieuwe No-
minatie. Dordrecht maakt onderfcheid, tusfchen 't gezag van Willem den I. en dat der volgen- de Stadhouderen. De Stadprotef eert. VI. Zy- ne Hongheid verkiest vier Schepens te Leiden > buiten de Nominatie. Gefchil hierover bygelegd. VII. Amflerdam dringt op de vermindering der Land-, en vermeerdering der. Zeemagt. VIII. De Edelen wederleggen 't gevoelen van Am- flerdam. Staat van Oorloge. IX. De Keizer be- geert onderpand tegen den Turk van de Staa- ten. Zyn verzoek wordt afgeweeze.n. X. Ver- O 5 drag- |
||||||
450 VADERLANDSCHE LIX.Boek.
drag met den Keurvorst van Brandenburg*
Handeling met Deenemarke. Met Spanje. XL De Staaten zoeken den Graaf van Bentheim te verzoenen met zyne kinderen. XII. Kare/ de IL flerft. Jakob de IL volgt hem op. Mon- mütith en Argyle verwekken eenen opfland. XIII. Handeling tusfehen de Staaten, Keur- Brandenburg en den Prinfe van Oranje. Van Beuningen verklaart zig tegen 't verminderen \au 's Prinfen gezag, Argyle en Monmouth onthalsd. XIV. Gezant fchap naar Engeland. Verbond met Jakob den II. XV. Bantamfche oorlog. De Engtlfchen worden uit Bantam ver- dr eeven. Twist hierover met de Engelfche Maat' fcliappye. XVI. Jakob de II zoekt de Test- Akten te doen affchaffen. XVII. Herroeping van 't £di& van Nantes, en vervolging der Hervormden in Franhyk. *t Prinsdom Oranje verbeurd verklaard. Vervolging der Piemon- teefc/ie Dalluiden. XVIII. Jakob de II. vordert het vatten van cenige weêrfpannelingen van de Staaten. Onlusten tusfehen Frankryk en Span- je. Gevegt tusfehen een Fransch en eenStaatsck Oorlogsfchip. Verbond tusfehen verfcheiden Mo- gendheden. Tusfehen Zweeden en de Staaten.' XIX. Twist tusfehen Deenemarke en Hamburg.
XX. Ontdekking van pligtverzuim, in 't Kol-
legie ter Admiraliteit op de Maaze. Groot ver- val in düKollegie. Uitflag der Regtspleeginge, hieruit ontfiaan, XXI. Watersnood in Gronin- gerland. XXII. Jakob de II. zoekt het Roomsck geloof in te voeren in zyn Ryk. Ily rust zig murz.ee. XXIII. Gefyrek tusfehen den Prin- fe van Oraitje e/i Doktor Burnet. Toeleg, om zyn;
|
||||
HISTORIE. 251
|
||||||||||||
LIX.BOEK.
|
||||||||||||
zyne Hoogheid te ligten. XXIV. Btirnets be-
fchryving van den aart des Prinfen en der Prin- fes/e. Fraai gezeg der Prinfesfe, V Prinfen. begrip van de Engelfcfie Regeering en Kerke. XX V. Bekommering der Staaten. Kaning Ja- kob zoekt den Prins te winnen. XXVi. Han- deling van den Engelfchen Gezant Albyville in den Haage. Pur net wordt burger van Amster- dam. Dyheld naar Engeland gezonden. XXVII. Albyville handelt met hunne Hooglieden. Koning Jakob is misnoegdop den i'ïinfc. XX V\]l, Brieven van Steward aan Fagel, en van Fagel aan Steward. XXIX. Aanmerkingen over den invloed van Fagels fchryven. XXX. Siegt be- leid van Albyville. |
||||||||||||
1634.
|
||||||||||||
Engeland was, gelykwy, reeds meer dan
eens, in 't voorbygaan, hebben aange- i, merkt, federt eenen geruimen tyd, ontrust ge Staat van worden , door inwendige beweegingen, die, Enge- voorbercidfels waren van de verandering des land* jaars i63ïj. In 't voorleeden jaar, was 'er, we- Protef. derom, een waar of gewaand verraad ontdekt, tantsch in 't gemeen het Proteflantsch F~erraadgenoemd, Verraad. om dat 'er, naar men zeide, veele Proteftan- ten deel aan hadden. Men meent, dat de toe- leg was, eenen opftand te verwekken in 't Ryk, en den Hertog van Jork te verwyderen van 't Hof, Jakob, Hertog van Monmouth, natuurly- ke Zoon des Konings, hadt de hand in 't werk, of was 'er veelligt de hoofdbeleider van. Som- migen willen, dat men 't ook op 't leeven des Konings gemunt ha.dt, poch het regt geheim van
|
||||||||||||
252 VADERLANDSCHE LlX.BaèZ;
S684. van dit verraad is nimmer aan den dag geko«
■ men. De ontdekking koste verfcheiden' lui- den van aanzien hetleeven. Veele weeken uit
het Ryk, naar Holland en elders.. Monmotith, die zig ook fchuilhieldt,herwon,indeezenZo- mer, 's Konings gunst. Doch 't leedt niet lang, of hem werdt, op nieuws, het Hof ontzeid Mon- (tf). Hy begaf zig toen naar Holland, daar mouth hy van den Prinfe van Oranje, openlyk, en Hoiiaud met ^yzondere tekenen van agtinge, ontvan- gen werdt (b~). De Koning fehreef den Prin- fe, hierover, brieven vol erkentenis, en hieldt zelfs goed verihnd met Monmouth (Y); waar- uit men zou mogen vermoeden, dat deeze zig niet tegen den Koning vergreepen hadt j maar den Hertog van Jork, alleenlyk, gezogt hadt den voet te ligten. Sommigen willen, dat de Prins van Oranje de hand hadt in Monmouths aanflag. Doch hiervan is my geen zeker blyk voorgekomen. Vast gaat het alleenlyk, dat de Prins, al federt eenigen tyd, aan 't Engelfche Hof en by den Koning, verdagt geweest was, dat hy gemeenfchap hieldt met eenige Engel- fche Heeren, die zig kantten tegen de maat- regels der voornaamfte Staatsdienaaren; en dat de Ambassadeur van Gitters zig veel moei- te gegeven hadt, om deezen argwaan te doen verdwynen (</). De Fraufche Gezant aan 't Engelfche Hof arbbeidde hier egter tegen aan, niet
• («1 UaPiw Tom. IX. p. S37*5*8, 553-SS5-
( *) ÜURNF.T l-'ül. I. p, 575. NtgOCinC. dn Comt8 d'AVAU!?
Tem IV p pC,. f!6, 117. 211.225, 24<v.
(f , 1!at>in Tem (X. ƒ>. 55?;.
(r!) Misfivcn ren den Alubasf. van C'ïTERS a»n zjue Iloüjjl
2 3 Juny htiit van —■-------168a. Aß. J 7"'y
|
||||
tlX.Bo£ic, HISTORIE. 253
|
|||||
.niet fclirooniende, openlyk te zeggen ,<, dat 1^4;
„ de Koning van Engeland geen' grooter' ■ „ vyand hadt dan den Prins van Oranje; en
„ dat zyne Majefteit hiervan niet onkundig „ was(é)." Ondertusfchen, maakten fommi- gen, hier te Lande, hun werk, om Koning Ka- 4-el eenigszins te behaagen. De Ridder Tho- Arm- gnas Armflrong» een boezemvrind des Her- ttrong togs van Monmouth, die ook uit Engeland Yeldeu* geweeken, en op wiens lyf vyf honderd pond g"evat>eu ilerlings gezet was, werdt, op den veertien- te Lon- den van Zomermaand deezes jaars, op ver- den ont- zoek van den Engelfchen Gezant, Chuäleigh halsd* door Kornelis Paats, Schout van Leiden, in 't doorreizen deezer Stad, betrapt; teritondnaar Rotterdam, en van daar naar Londen gevoerd, alwaar hy, eerlang, in 't openbaar, onthalsd werdt (ƒ). De Staaten van Holland namen kwalyk, dat dit aantasten en vervoeren buiten hunne kennisfe gefchied was, en verbooden, federt, allen Schouten en Baljuwen iet dierge- lyks te onderneemen, zonder 'er uitdrukkelyk fcevel van hun toe ontvangen te hebben (g). Men hadt te meer reden, om over het vervoe1- ren van Armftrong te onvrede te zyn, indien hy, gelyk fommigen aantekenen, te Nieuwmegen, gebooren geweest was, en alleenlyk door ont- fteltenis verzuimd hadt, zig, na dat hy gevat was, hierop te beroepen (*4). Wyders, vind ik,
84 0».
O) Misfive »Is Hven van ——— lófe. MS.
3 Nov>
O 3 Misfiven vim den Ambasf. van CiTTSR* VMi Ly Jwt tcti- m.
(_g~) HoU. Merc. van iGZi, ü 274 tnz*
£/;j BüRNST /W. ï. p. i?7- |
|||||
^54 VADERLANDSCHE LIX.Boe^
tfj34. ik, dat Armftrong, eer hyin Holland kwam,
~ „ geene andere reden uit Engeland gewee- „ ken was, dan om dat de Paapiche aau- „ hang, of die des Hertogs van Jork, welke „ aan 't Hof boven dreef, de rykfte en aan- j, zieniykfte Proteftanten, op allerlei wyze, „ zogt te onderdrukken en van kant te helpens „ en dat alles wat men van een ontworpen ver- ,, raad verfpreidde louter verzierd was («')." Ondertusfchen, waren de ilrenge llrafoefenin- gen, die, ten deezen tyde, in Engeland, ge- fchiedden, een der voornaamite middelen ter bevestiging van het willekeurig gezag, welk de Koning zig hadt begonnen aan te maati- gen (*> jl In Oogstmaand deezes jaars, werdt, ein- Verdrag delyk, het Verirag van Vrede, Scheepvaart
van Vre- en Koophandel bekragtigd, welk de Staaten, jk en in Bloeimaand des jaars 16Ü3, getroffen had- handel den, met Mukilsmael, Koning van Marokko met den en Fez. Het beltundt uit eenentwintig punten. Koning ]}y het zelve was bedongen „ dat de fchepen Vakk<fa 9» ^er ingezetenen van deezen Staat, in zee, „ niet zouden mogen doorzogt worden, door „ de onderzaaten des Konings; dat, eenig „ Nederlandsch fchip ftrandende op de kus- „ ten van Marokko, het volk niet tot Slaa« „ ven zou mogen gemaakt worden; dat gee- .,, ne fchepen van onderzaaten des Konings „ op buit zouden vaaren, omtrent de kus- „ ten deezer Landen; dat de Nederlandfche „ Koep-
or .) PoFFRHDORF Uli7. XVIII. §, II7. f. Xaolt {iJ IIapjn Tom. IK. f, 556.
|
||||
LIX.Boek. HISTORIE. 255
,, Koopluiden niet verpligt zouden zyn, huns
„ ondanks, de goederen van de onderzaaten „ des Konings te koopen; dat de Nederlan- „ ders, in geval van Vredebreuke, met hun- „ ne goederen en huisgezinnen, vryelyk, zou- „ den mogen vertrekken uit de Staaten des „ Konings, en dat Nederlandfche Perfoonen „ of goederen, bevonden wordende in vyand- „ lyke fchcpen, geen' overlast zouden te ly- „ den hebben''' benevens meer diergelyke pun- ten, den vryen en veiligen handel betreffen- de (/). De Staaten deeden, federt, tot be~* vestiging der Vrede, den Koning eenig ge- fchenk van fchietgeweer. Doch de Marok- fche Gezant, Mahomet Hisquiardo], die, in Herfstmaand des jaars ióiió, in den Haage kwam, klaagde, dat de loopen der Vuurroers te kort geweest waren , en vorderde honderd roers met lange loopen, waarvan hy een ftaal mede bragt (?»). Ook meen ik, dat ze hem werden toegellaan. Te Gorinchem, ontftondt, in de Lente dee Onlusten
zes jaars 1684, eenige onlust onder de Wet indeRe- houders, die hier, kortelyk, verdient gemeld fgGoris- te worden. De Drosfaard der Stad Gorin- cheiu, chem en des Lands van Arkel plag , oulings, groot gezag te hebben in de Regeeringe der Stad. Hy verkoos Burgemeesters, Schepens en Vroedfchappen; deedt de Vroedfchap, uit zynennaam, vergaderen, enhadt, als een Lid der Vergaderinge, zitting in dezelve. Doch |
||||||||
na
|
||||||||
(J) roiez Du Mont Corps Diplom. Tom. VII. P. II. p. 64«
C») Zit Heil. Merc. vm iö8ö. «. 205. |
||||||||
<
|
||||||||
256 VADERLANDS CHE LIXiBöEK
*t%, na den dood van Willem den II, Prinfe van
-——. Oranje , en geduurende de Stadhouderlooze Regeeringe, welke hierop volgde, werdt het gezag des, üroslkards merkelyk belnoeid door de Staaten van Holland, die, in de jaareu 1652 en 1662, verklaarden, dat de Drosfaard;, voortaan, geene zitting noch Hem hebben zou ia de Vroedfehap («). Willem de III, Prins van Oranje, in 't jaar 1672, tot Stadhouder verheeven zynde, itelde, eerlang, den Heer JLodewyk Huigens voor , om , door de Staa- ten, tot Droslkard te worden aangefleld: ge- lyk gefchiedde. En deeze, diep ftaande in de gunst van zyne Hoogheid, zogt zig, door den ryd> te heriieilen, in 't gezag, welk de Dros- iaarden, oulings, gehad hadden. De verkie- zing van Burgemeesteren, Schepenen en Vroed- lchap gefchiedde, nogtans, door den Stadhou- der. Doch, tusfehen de Wethouderfchap en den. Drosfaard Huigens, rees, door den tyd, zulk een hevige twist, dat deeze eerst in zyn ampt gefchorst, en daarna, door 't Hof van Holland, in eene merkelyke geldboete, ver- weezen werdt (0). Sedert, nam hy zyn ampt wederom waar, tot klein genoegen der Re- geeringe. Doch zyne Hoogheid hieldt hem de hand boven 't hoofd. In Grasmaand deezes jaars 1684, borst het fmeulend misnoegen we- derom uit, ter gelegenheid der aanfteliinge van Kapiteinen , Luitenants en Vendrigs der Sehutterye, waartoe, beide door den Dros- faard O) Groot-Plalcaatl). IV. Deel, il. 414.
f (O ZU Bef igt van 't Hot gedrukt iü/C>. at andere Stukken y&i dun tyd> |
||||
LiX.BoEK.
|
||||||||||
H i s f ö k i ë.
|
||||||||||
k$f
|
||||||||||
faard en door de Burgemeesters, Vroedfchap léêfa
belegd was. De Drosiaard hadt de Vergade- —^ss ring tegen tien , de Burgemeesters tegen elf Uuren fkmengeroepen. De meeste Leden van de Vroedfchap vei fcheeneh t op de aanzeggin- ge des Drosikards , op 't Stadhuis i dach de Burgemeesters hadden de Vroedichaps Kamer doen fluiten , en de fleutels naar zig genomen. Men liet dail de deur opfteeken, en tradt, ter- ftond , tot de aartftelling der Burger - Officie- ren , die ook, zonder uitftel, beëedigd wer- den : waarna de Drosiaard vertrok. De Bur- gemeesters en nog vier Vroedfcliappen , toen in de Kamer gekomen zyndé , wilden tct de verkiezing van Burger - Officieren overgaan * toen zy vernamen , dat het werk reeds verrigt was. Hierop ontftöndt veel hevigheid, tot zö ver zelfs, dat een Burgemeester én een Vroed- fchap genoegzaam handgemeen raakten. Dé Drosfaard beval, des anderendaags , dat elk de aangeftekle Officiers zou hebben te erken- nen. De Burgemeesters geb'ooden het tegen- deel , en benoemden nieuwen. Ook klaag- den zy aan de Staaten, over den Drosfaard, en óver twee Leden uit de Vroedfchap. De Staa- ten hielden, by voorraad, de oude Officiers in dienst t) en deeden 't gefchil onderzoeken door Gëmagtigden. 't Bleef eene geruime wyie onbellist (p). Ook is 't, zo ver my bekend is, nimmer, volkomenlyk afgedaan. Maar op «. ^ [f) Uefol. Holl 2J füny 16R3 il. ai(, 4. fi , 8 Mty, 3 July
É6'M. il ?iy, »57. .136, 240. 5 Juny. 18 Sept. 1685. */. 277» 435. Aant. van een Re'g:rit van Du- ft van 27 Seft. 1C85. MSS» lioil. Merc. van 1684- W. 257. \ XV. Desl. R
|
||||||||||
[
|
||||||||||
25C VADERLANDSCHE LLX.Boek,
|
|||||
1684. den eerften van Lentemaand des jaars 1686,
-------deedt zyne Hoogheid eene uitfpraak , volgens
van zyne welke , de Drosfaard bevestigd vverdt, in 'c
heid5' reSt om ^e Vroedfchap te beleggen , mids hy 'er Burgemeesteren kennis van gave. Voorts, mögt hy voordellen in dezelve doen , de be- . fluiten opmaaken , en alles verrigten , wat tot het beleid der raadpleegingen aldaar vereischt werde. Ook werdt hem zitting en flem in Bur- gemeesters Kamer toegedaan, en hy behieldt, voor zyn leeven , 't bezit van het geeven van 't Wagtwoord , en het bewaaren van de Stads fleutelen (#). _ De Prins van Oranje , oordeelende , naar 't dering"in fchynt, dat de Regenten, in fommige Steden,
de Vroed- ten deezen tyde , niet allen even zeer 's Lands fchap te best , gelyk hy 't inzag , begreepen en beher- ütrecht. jjg^ hadden, beiloot, in 't najaar, hier en daar, eenige verandering in dezelven te maaken. Te Utrecht, daar hem , in den jaare 1674, het regt opgedraagen was, om de Vroedfchappen, jaarlyks, of in dienst te houden , of te ont- flaan, werden, in Wynmaand, op dengewoon- lyken tyd van de verandering der Regeeringe , negen Vroedfchappen verlaaten , in welker plaatfen, de Prins anderen aanltelde (V). Doch in de Hollandfche Steden, daar de Stadhouder minder gezag in 't aanftellen van Regenten plag te hebben , hadt deeze verandering meer voe- ten in de aarde: gelyk, omtrent deezen tyd, te Dordrecht en te Leiden bleek. De
fj) Zie Groot-Plakaatb. V. Deel, hl. 722.
f rj Huil. Men. van 1684. il. 261. Neg00'1"« äu Coi'Jto v'Avaux Tom. IV. i'. 116, 121. |
|||||
LIX.BoEK. HISTORIE, &&
|
|||||||
De Vroedfchap of Oud- Raad te Dordrecht «584.
beftaat uit veertig Peribonen , by welken nog |
|||||||
agt zyn gevoegd , die , door den Stadhouder, W. #
uit een driedubbel getal, welk de Gilaen be- ^/SÏÏ noemd hadden, plagten verkooren te worden, BySng cn om , of op zig zelven , of liever, nevens de Hoog- veertig Raaden , de Gemeente te verbeelden , heid en voorflagen te doen ter verbetering der Stad, de ^e' en te ftemmen in de verkiezing van Burgemees- va^Dor. teren. Zy draagen den naam van goede Lui- dreeht, den van Agten , en brengen famen twaalf ftera: ov« d« men uit, om dat zy, in oude tyden, uit twaajf ^°™'nr*" Perfoonen, plagten te beftaan. De Gilden, die goet)e twee-endertig in getal waren, hadden, in Wyn- Luiden maand deezes jaars, de gewoonlyke Nominatie van AS- van vierentwintig Perfoonen gedaan: die, door ten* 't Geregt, den Prinfe toegezonden was £*) , om 'er de Agten uit te verkiezen. Doch zyne Ds Prin» Hoogheid , naar 't fchynt, onderregt, dat, doet Ge. omtrent deeze benoeming, eenige kuiperyen J^Jf^fT en andere onbehoorlykheden zouden hebben den Ho» plaats gehad, zondt ze den Hove van Holland ve naar toe , met verzoek , dat zy hunne Medebroe- f\ .^:ad ders in den Raade, Willem Goes , Kornelis JjJ S? Teereftein van Halewyn en Joan Munter, wil- derzoefc den zenden naar Dordrecht, met last om op te duen. alles nader onderzoek te doen: gelyk gefchied- de. De drie Gemagtigden , verzeld van den Griffier Antoni van Kinfchot, kwamen , den tweeden van Slagtmaand, te Dordrecht, en ontbooden , zonder de Regeering kennis t# geeven , terftond, de Dekens van vier Gilden voor
CO FJez Negociat. iu Comtc d'Awx ZVw.1V. f. jij.
R 2 |
|||||||
26o VADERLANDSCHE LIX.Boe*»
|
|||||
i6H- voor z'§ ' ^Y welken zy onderzoek begonden
„___L te doen, op 't gebeurde. Doch Burgemeesters.»
hiervan verwittigd, vergaderden den Oud-Raad,
zonder uitftel. Hier werdt het bedryf der Ge- magtigden van den Hove aangezien , als 't be- gin van een Regtsgeding , en derhalve als ee- ne verkorting van de Privilegien der Stede , volgens welken , de ingezetenen alleen voor Zy kee- Schepenen te regt moeten liaan. Men zondt ren on dan aan de Gemagtigden , en verzogt hen * venster j} nun onderzoek te willen flaaken , alzo men zaake te ^ Zulks niet zou können gedoogen; even veel „ van wien zy ook derwaards zouden mogen „ gezonden zyn." Men verboodt, vervol- gens , den Deurwaarder van den Hove, iemant te dagvaarden voor de Gemagtigden , en al- len ingezetenen voor hun te verfchynen. De Gemagtigden, dus gefluit in hun oogmerk, en zelfs geene kans ziende , om den Schout der Stad , Willem Stoop, te beweegen , dat hy hun behooriyken byftand boodt, keerden, ge- noegzaam onverrigtér zaake , te rug naar den Dievan.Haage (/). Die van Dordrecht, midlerwylj iKjri'rechteene buitengewoone Vergadering der Staaten kU!stn hebbende doen befchryven , klaagden ernfle- aaii^de6" h'k' over ^e onderneeming der Gemagtigden , Staaten, te gelyk begeerende , dat hunne Edele Groot- Mogendheden hiertegen waakten , voor hel toekomende. Doch de Gemagtigden van den Zy ver- Hove, hierop gehoord, verklaarden „ dat zy,, *ig.Igen 97 °P ktt van zYne Hoogheid en den Raade , „ te
f" O Veitz Negociat. au Comte d'Avau*. Turn. IV. /. lift
|
|||||
a6i
|
|||||||
LIX.Boek. HISTORIE.
|
|||||||
„ te Dordrecht gekomen waren , niet om ee- 1684.
„ nig Regtsgeding aan te vangen ; maar al- ———. „ leen om onderzoek te doen op 't gene men ,, den Prinfe hadt aangediend , wegens de on- 5, behoorlykheid der benoeminge van goede 9, Luiden van Agten." Zy voegden 'er by , ,, dat diergelyk onderzoek meermaalen ge- ,, fchied was in de Steden Haarlem , Amfter- ,, dam , Gorinchem , Schoonhoven en veele „, anderen , en nooit verf laan, te ftrekken tot „ verkorting der Privilegien , volgens welken 9, de ingezetenen voor Schepenen en Gereg* „ ten der Steden te regt behooren te ftaan. „ Dat ook zyne Hoogheid, als Stadhouder, ,, ontwyfelbaar bevoegd was, om eene Nomi- „ natie , welker wettigheid hy verdagt hieldt, „ te doen onderzoeken , eer hy ze , door zy- „ ne verkiezing , bekragtigde : alzo 't anders „ ligtelyk zou können gebeuren , dat de No- „ minatie perfoonen inhieldt, die , uit hoof- „ de van namaagfchap, of vreemdelingfchap, „ of om andere redenen , onbevoegd war „ ren, om tot Vroedfchappen of Wethou-, „ ders verkoorcn te worden ; 't welk aanloo- „ pen zou tegen de Privilegien, welken zyne „ Hoogheid gehouden was te handhaaven." De Staaten van Holland de eene en de andere party gehoord hebbende, verftonden fommi- ge Leden „ dat men het aangevangen on-. „ derzoek ftaaken; anderen, dat men 'er mei ,, de voortgaan moest." 't Befluit werdt ver-« fchooven, tot dat men, in de Vroedfchappen van elke Stad , nader op 't ftuk zou geraad- pleegd hebben. Zyne Hoogheid nara, onder- »e Print R s Uis- |
|||||||
VADERLANDSCHE LIX.BomS
|
|||||||||||||
ü6&
|
|||||||||||||
16*4. tusfchen , de handelwyze van die van Dor-
------ drccht zo euvel, dat hy eenen brief zondt aan
fchryft aUe de Steden, waarin hy klaagde „ dat men ,
Stedde " z^ne g°e<^e oogmerken misduidende , hem „ aanmerkte, als hadt hy 't gemunt op het „ krenken en fchenden van de Privilegien der „ Steden; dat men de Staaten, buitengewoon, „ en in een ongunftig jaargetyde , hadt doen „ byeenkomen , om hun dit voor te houden ; |
|||||||||||||
5'
|
dat men , hierdoor, allerlei gedagten ver-
|
||||||||||||
wekt hadt 'in 's Lands ingezetenen , welken
men met vreemde gevoelens tegen hem en „ zyn bedryf zogt voor in te neemen." Voorts , beweerde zyne Hoogheid , dat, zynentwege, te Dordrecht, niets v/as ondernomen , dan waartoe hy, als Stadhouder, volkomenlyk ge- regtigd was door 's Lands Staaten , in welk zyn regt, men hem niet vergen kon eenige De Ge- indragt te lyden. Wat laater, zondt de Prins mag;ig dezelfde Gemagtigden nog eens naar Dor- den ko- dreckt ( met eenen brief van voorfchryvcns dèraiM?" aan ^e Regeeringe 1 waarby dezelve verzogt te Dor-' werdt, hun de behulpzaame hand te willen bie- drecht. den , in het voorgenomen onderzoek. Doch de Regeering bleef beweeren „ dat die van „ den Gereste , volgens de Privilegien , al- „ leen bevoegd waren , om de Nominatie der „ goede Luiden van Agten te onderzoeken en „ goed te keuren ; dat zulks gefchied was, „ eer men ze den Prinfe hadt toegezonden , „ en dat men, hierom, verzogt en v&wagtte, „ dat hy 'er de verkiezing uit geliefde te doen, s, of ten minfte den Geregte kennis gave van „ 't gene hem aangaande de onbehoorlykheid „der
|
|||||||||||||
LIX.ßoEK. HISTORIE. 263
|
|||||
„ der Nominatie, was aangediend." De Prins 1684.
vernieuwde zyn verzoek, andermaal, in eenen - ernftigen brief. Maar die van Dordrecht Hon-
den pal. De Gemagtigden werden genood- Zy moe- zaakt, ten tweede reize , onverrigter zaake, ,en» on- naar den Haage te rug te keeren. Die van j^1/1^» Dordrecht vervoegden zig, op nieuws, aan de rug. Vergadering der Staaten , begeerende „ dat Voorflag „ men hen voortaan beveiligde, tegen dierge der^e* „ lyke wettelooze onderneemingen. Doch alzo gecr • ' „ de Prins beweerd hadt, dat hem , als Stad- „ houder , het regt toekwam , om onderzoek „ te doen op de Nominatie, verklaarden zy zig „ genegen , om deswege met zyne Hoogheid „ te komen in eene minnelyke onderhande- „ ling , waarin zy hem gaarne alle genoegen „ geeven wilden." Maar zyne Hoogheid wei- ^00T JeB gerde, volftrektelyk, een regt, welk hy hieldt Prinfe, hem ontwyfelbaar toe te komen , in eene zo- van de genaamde minnelyke onderhandeling, in ge- hand ge* fchil te laaten trekken. Ook meende hy , dat de Staaten het regt over de verkiezinge der Weth ouderen en 't gene daartoe behoorde zo volkomen hadden opgedraagen aan de Stad- houders, dat zy zig, na die opdragt, daarme- de , in't geheel niet gemoeid hadden. Die van Dordrecht verftonden , daarentegen , dat den Stadhouderen nimmer regt gegeven was , om, * op allerlei wyze en naar hun eigen welgevallen, * Qtiovit onderzoek te doen op de Nominatien : alzo modo. & van den afftand van zulk een uitfteekend regt ^™ hb" byzonder blyk zyn moest, welk men nogtans niet te voorfchyn bragt. Zy wilden zyne Hoog- heid wel niet vergen , dat hy , uit de voorge- R 4 wen- |
|||||
a64 VADERLANDSCHE LIX.Boek.
|
|||||
f684. wende onwettige Nominatie , de verkiezing
*■ deedt; maar alleen, dat hy den Geregte over- leverde de bewyzen s welken hem van de on? wettigheid der Nominatie waren voorgeko- men : 't onderzoek daarvan, verder, den zelf- Het Haf ^en Geregte bevolen laatende. Midlerwyl , ontbiedt hadt het Hof eenige Dekens der Gilden van «enige Dordrecht in den Haage gedagvaard , om al- Dektns ^2iv te antwoorden op eenige vraagen, die hun, jïaage van vvege zyne Hoogheid, als Stadhouder, en fcLorst; zouden worden voorgehouden. De Schout <te" Stoop zelf werdt in den Haage ontbpoden , en Schout ^oor ^gj. fj0f f terftond, gefchorst in zynen ifliptT dienst. Zelfs werdt 'er een ander aangefteld, om't Schouts-ampt, hy voorraad, waar te nee- men. Doch S.toop beriep zich op den Hoo- gen Raade, voor welken 't Hof, terftond, ge- daagd werdt. Men deedt veel moeite, om den daagbrief te doen intrekken. Maar Stoop, zig met een verzoekfehrift vervoegd hebbende aan de Staaten van Holland, begeerde, dat men 't regt zynen gang Hete gaan. Ondertusfchen had- den Pompejus Berk, Heer van Goodfchalksoord, en Samuel Eveiwyn , Oud-Burgemeesters van Dordrecht, denPrinfe, by gefehrifte, kennis ge'geven van de ongeregeldheden , huns oor- deels , in 't doen der Nominatie , begaan , en, tevens verzogt, dat de goede Luiden van Ag- ten, die, vermids 'er nog geene verkiezing ge- ïchied was, hunne plaats in den Oud - Raad bleeven bekleeden, uit den zei ven, mogten ge- weerd worden. De Regeering der Stad, doo? denPrinfe, berigt van dit verzoek, antwoord- de „ dat het, Haars oordeels, onbehoorlykzyn „ ïou,4
|
|||||
LIX.Boek. HISTORIE. 265
|
|||||
9, zou, de tegenwoordige Luiden van Agten 1684;
„ te ontilaan, voor 'er nieuwen verkooren wa^ ->-—«* „ ren." Ook bleeven zy, met der daad, tot dien tyd toe, in dienst. Op de klagte der twee Oud-Burgemeesteren , over de onbehoorlyk- heden, in de benoeminge gepleegd, zeide de Regeering, alleenlyk, dat zy niets wist te voe- ^ie van gen, by 't genezy,desaangaande, zyne Hoog- d™~ht beid en den Staaten zelven, te vooren, berigt zoeken hadt. Evenwel zondt zy, wat laater, Gemag- vergeeft, tigden naar den Haage, om met den Prinfe te ""\"iin ipreeken; doch alzo zyue Hoogheid hen niet ^1^ te begeerde te hooren, dan in 't byzyn van Ge- hande- magtigden uit den Hove, waartoe zy niet ver- len. ftaan konden, keerden zy, zonder iet van be- K'85* lang met den Prinfe gehandeld te hebben, in """ 't begin des volgenden jaars, te rug naar Dor- drecht. Zyne Hoogheid, befpeurende, dat de Re- Raad^n
geering der Stad by haare meening bleef, be- 'tHofaan floot, den raad van den Hove in te neemen, ?.yne over 't gene hem, in het tegenwoordig geval, h^f" te doen ftondt: waarop het Hof hem, in een uitvoerig AJvü, den agtften van Louwmaand gedagtekend, vertoonde „ dat, naardcmaal s, de jongfte onderhandeling tusfchen zyne „ Hoogheid en de Gemagtigden van Dor- „ drecht vrugteloos was afgeloopen, inzon* „ derheid, om dat de Gemagtigden verklaard, 9> hadden, geenen last te hebben, om met zy-* „ ne Hoogheid te komen in onderhandeling, „ over eenige byzonderheden, de Nominatie, 5, betreffende; niemant zou können agten, dar, 2, de Prins kwalyk deedt, zo hy, zonder zig R 5 ,> Yeï- |
|||||
v.66 VADERLANDSCHE LIX.Boe»;
1685. „ verder met die van Dordrecht op te hou-
„ en om hiertoe te komen, moest men, voor
„ eerst, de natuur der Regeeringe van Dor- „ drecht in aanmerking neemen; entenande- „ ren, onderzoeken, of aan het Geregt aldaar „ alleen, en met uitfluitinge zelfs vandenStad- „ houder , het regt toekwame, om de No- „ minatie der goede Luiden van Agten te on- „ derzoeken en te wettigen. Omtrent het eer- „ fle, bleek, dat de Nominatie gemaakt moest „ worden, door Dekenen der twee-endertig „ Gilden, ten overftaan alleen van den voor- „ zittenden Burgemeester, verzeldvandeïhe- „ fauriers en den Sekretaris der Stad; zon- „ der dat deezen, of iemant anders eenig deel „ in het doen der Nominatie zelven hebben „ mogten: alles volgens de overeenkomst van „ den jaare 1647, en de verklaaringen en „ veranderingen, daarop gemaakt by het Ok- „ troi van den jaare 1674. Omtrent het tweede „ punt, was niet minder klaar, dat aan het Ge- „ regt van Dordrecht, zynde alleenlyk eene „ Regtbank, ten opzigte der Nominatie, nooit „ eenig regt opgedraagen was, dan om dezel- * refu- „ ve * naar te zien, en voorts, zonder uitftel, meeren. }? te zenden aan den Stadhouder. En onge- „ rymd was 't, hieruit een regt van onder- „ zoeken en wettigen, zelfs met uitfluitingvan „ het Hof, den Stadhouder en de Hooge O- „ verheid, af te leiden. Naarzien was meer „ niet, dan letten, of de benoemde Perfoo- „ nen wel waarlyk op de Nominatie gebragt „ waren. Hierby moest zig 't werk van die » va«
|
||||
LIX.Boek. HISTORIE. 267
„ van den Geregte bepaalen, ten ware, ee- t69$.
„ nig verfchil over de Nominatie ontftaande, — „ de belanghebbenden, vrywilliglyk, befloo- „ ten, zig, deswege, te onderwerpen aan het „ onderzoek en de uitfpraak van deeze Regt- ,, bank; waardoor nogtans de kennisneeming „ van hooger Regter niet zou können uitge- „ flooten worden. Maar zulk eene onderwer- „ ping van partyen was, in dit geval, niet „ gefchied. 't Kennis neemen van de onge- „ regeldheden ftondt dan aan den Stadhouder „ en aan Prefident en Raaden van den Hove. „ Ook was aan Gemagtigden van den Hove „ gebleeken, dat 'er verfcheiden' ongeregeld- „ heden hadden plaats gehad. Men hadt, in „ gevolge van een befluit van die van den Ge- „ regte, Overluiden doen ftemmen, welken „ geene Dekens waren. Men hadt eenige De- „ kens op 't Stadhuis ontbooden, en gedwon- „ gen, hunne gemaakte Nominatie -te veran- „ deren. Verfcheiden' Schepens hadden on- „ der de Dekens gekuipt, om ftemmen te win- „ nen , hen , onder anderen , in byzondere „ huizen, ontbiedende, en rykelyk met wyn „ befchenkende. By het doen der Nominatie, „ waren niet de voorzittende, maar de drie „ andere Burgemeesters , de Schout en een „ Schepen tegenwoordig geweest. Men hadt „ de Dekens eikanderen doen overftemmen, „ tegen het gebruik. Kortom, daar waren „ verfcheiden' diergelyke ongeregeldheden be- „ gaan. En fchoon die van Dordrecht het „ tegendeel, door eene beè'edigde Verklaa- „ ring der meeste Dekenen, dagten te bewy- „ zen;
|
||||
2*8 VADERLANDSCHE LIX.Boek:
jggj, „ zen; wist men wel, hoedanige middelen
.- ...■ „ men in 't werk gefield hadt, om den Lui- ,, den deeze Verklaaring, die nog maar al- „ gemeen was, af te dringen. Al het welke „ vierkant ftreedt met veele Privilegien, ük- „ trojen en Wetten, Dordrecht betreffende, „ tot welker handhaavinge, zyne Hoogheid, „ als Stadhouder, verbonden was. Het Hof ^, moest dan, tenbefluite, verklaaren, dat'er, v in de Nominatie, verfcheiden' ongeregeld- „ heden begaan waren, welken dezelve on- „ wettig maakten; en dat zyne Hoogheid, op „ deeze Nominatie, geene verkiezing behoor- „ de te doen." IV. Terwyl het Hof, op deeze wyze, yverde, De Stad voor je handhaaving van het Stadhouderlyk dam trekt gezaS •> toonde de meeste Leden der Verga- de ftreng deringe van Holland kleine genegenheid, om van Oor- die van Dordrecht te fterken, in 't gene zy» drepht. tegen 't gevoelen van den Prinfe, oordeelden, hun geregtelyk toe te behooren. Eenige wei- nige Steden hielden egter de zyde van Dor- drecht. Amfterdam, voor welke Stad, de Heer Gerard Bors van Waveren, de ftoutmoedig- fte, fchryft d'Avaux (V), van alle de Amfter- damfche Burgemeesteren, ten deezen tyde, het woord voerde, verftondt, onder anderen, „ dat men de regtspleeging, by 't Hof aange- „ vangen, zonder uitftel, moest doen ftaaken, „ en dat men 't Hof zelfs rekenfchap afvor-. „ deren moest van 't gene, tot hiertoe, in M deeze zaak, en vooral omtrent het fchor- „fe«
(b) Negocist. Tom. IV, p. 14", j-??.
|
||||
LlX.BoÉK. HISTORIE.
|
|||||||
0,6$
|
|||||||
,,, fen van den Schout Stoop, verrigtwas (v)."
En tuen , naderhand , de Prins, van nieuws, Gemagtigden van den Hove, met breeder'last, fchikte naar Dordrecht, beiloot de Vroed- ichap van Amfterdam, eenpaariglyk, ter Ver-« gaderinge van Holland te doen verklaaren , „ dat het vertrek der Gemagtigden van den „ Hove , in eenen tyd , dat de Staaten over 5, 't hangend gefchil raadpleegden , en zonder „ kennis van derzelver Vergaderinge, moest' „ aangezien worden , als eene ongeregeldheid „ zonder voorbeeld , en eene onverdraaglyke „ kleinagting voor de Leden van hunne Ede- „ Ie Groot - Mog. Vergadering , die in haare „ gevolgen geheel verderfelyk was : waarom „ men moest zoeken te wege te brengen , dat „ de Gemagtigden te rug ontbooden werden , „ en, ondertusfehen, wetteloos verklaard, 't „ gene by hun verrigt mögt zyn. Ook moest «,, men den anderen Leden te bedenken gee- „ ven , of het aanzien der Vergaderinge , te- „ gen diergelyk eene kleinagting, nietbehoor- „ de te worden gehandhaafd (»>)•" Wy- ders , beweerden die van Amfterdam , in eert wydluftig Vertoog , welk , den zeventienden van Louwmaand , ter Staatsvergaderinge over- geleverd werdt „ i. dat de Gemagtigden te „ Dordrecht geen onderzoek hadden können ,, doen, als Gemagtigden van den Hove, noch „ als Gemagtigden van zyne Hoogheid ; om „ dat het Hof, over de meeste burgerlyke „ zaaken, alleenlyk ter tweeder aanleg, Reg- „ ter
O) Extraft uit de Refol. der Vroedfcli, v»n Aiffltleid. ra»
% Jan. 1.085. t*0 £x«aft «U laven van 15 Jan, 1685, |
|||||||
sjro VADERLANDSCHE LIX. Boejc.
i«85. ,» ter ware: en dat zy, zelfs uit den naam van
—— „ zyne Hoogheid, geenerlei Regtsgebied mog- „ ten oefenen, welk aan den gewoonlyken Reg- „ ter opgedraagen was. i. Dat, de klagten, „ over ongeregeldheden in de Nominatie, aan „ zyne Hoogheid moetende gedaan zyn , of „ door byzondere Perfoonen , of door eenige „ Dekens zelven ; men hadt aan te merken , „ dat byzondere Perfoonen zig met de No- „ minatie niet te moeijen hadden , en dat de „ klagten der Dekenen , 't zy ze op hunne „ medebroeders, of op den Burgemeester, die „ de Nominatie bywoonde, of op die van den „ Geregte zagen , niet behoorden tot de ken- „ nisfe van het Hof; maar, ter eenter aanleg, „ tot die van 't Geregt der Stad. 3. Dat om- „ trent het regt van zyne Hoogheid om ken- „ nis te neemen van de benoeming der goede „ Luiden van Agten , die van Dordrecht vol- „ daan hadden , door de aanbieding van rede- „ lyke voldoening , zo de Prins hun opening „ geliefde te geeven van de klagten , welken „ hem gedaan waren. 4. Dat, wegens het ,, algemeene Regt van zyne Hoogheid , om „ onderzoek te doen op Nominatien , naar- „ gefpoord moest worden , of hem zulk een „ Regt, in 't byzonder en uitdrukkelyk, was „ opgedraagen door de Staaten : 't welk men „ niet bevinden zou, gefchied te zyn. Hem „ was wel het regt van verkiezinge afgeftaan ; „ doch niet volftrektelyk, maar uit eene No- „ minatie. En te onderftellen, dat hy deeze „ Nominatie mögt onderzoeken en afkeuren, .,, was zo veel als te onderftellen , dat hy regt »van
|
||||
LïX.Boek. HISTORIE. a?i
|
|||||
„ van Verkiezing zonder Nominatie hadt: 't kJRj;
„ weik aanliep tegen het blykbaar oogmerk ■ „ der Staaten, öi >k was de tyd om de Ver-
„ kiezing uit de Nominatie te doen zo kort „ genomen , dat 'er geen tyd tot onderzoe- „ ken üverfchuot: beweerende ook de Steden „ in 't gemeen , dat zy zelven de Verkiezing „ mogten doen , zo de Stadhouder dien tyd , „ vrugteloos, verioopen liet. Zo egter, on- „ der de benoemde Perfoonen, luiden waren , „ uit hoofde van derzelver geboorte , ouder- „ dom of namaagfchap, onverkiesbaar; mögt „ zyne Hoogheid daarop berigt begeeren van ,, de Burgemeesters en Vroedfchappen der Ste- „ den ; terwyl hy , met andere zaaken , de „ Nominatie betreffende, de Regeering moest „ laaten beworden. Indien egter de eene of „ de andere Stad, fomtyds, eenig onderzoek, „ van wege den Stadhouder of het Hof, mögt „ hebben gedoogd , ftelde zulks geen' regel „ voor de overige Steden. 5. Dat de opper- Zy open? „ fte magt des Lands , federt de afzweering haare „ van Filips den II, berustte in de Edelen en meenirF» „ Steden, of Burgemeesteren en Vroedfchap- gjzagaer „ pen der Steden ; die, de hooge Overheid Staaten „ aan Prinfe Willem den I. hebbende opge- en der „ draagen , na zyn overlyden , niet hadden j^g^1" „ kunnen goedvinden, zulk een uitfteekend „ gezag te geeven aan deszelfs Zoon , Prinfe „ Maurh>: die, in 't jaar 1585, alleenlyk aan- m „ „ geiteld was als Stadhouder , op * Lastbrief msßg, 5, en f Berigtfchrift (1) der Staaten van Hol- \inftruc- „ land tie>
(1) Zie wat wy, over deeze aantlelltnj.' , hebben
»angemerkt, in het VIII. Deel, bl. joó, 108,203. |
|||||
272 VADKRLANDSCHE LIX.Bofi^
kö«5. „ land, welken het veranderen, vermeerdered
■■ 5i en verminderen van het Berigtichrift aan zig „ behouden hadden i De volgende Stadhou-
„ ders hadden gelyk gezag verkreegen , als „ hunne Voorzaaten \ doeh niet dan by op- ,, dragt der Staaten, die eigenlyk de Prins van ., den Lande waren, en, niet min dandeGraa- „ ven oudcyds j het oppergezag hadden over ,, de Stadhouders, aan weiken zy egter het * Exerti- 5> * gebruik van verfcheiden' f Heeren - Reg- äe, M ten , en onder anderen ook het doen der 2 ReSa~ „ verkiezingen , in hunnen naam en op hun- „ nen Lastbrief, hadden opgedraagen. 6. Dat „ hieruit volgde , dat de Staaten kennis nee- „ men mogten vanzaaken, die aan zyne Hoog- ï5 heid, hunnen Stadhouder, verbieeveu waren t ,, vooral als 'er verfchil viel, over de uitge- „ breidheid en paaien van het Stadhouderlyk „ gezag i tusfehen den Stadhouder zelven en „ eenig Lid der Vergaderinge. Niemant kon * „ in zulk een geval, den Lastbrief verklaareil „ dan de Staaten, die den zelven gegeven had- „ den. Ook zou 'er, indien men dit niet wil- „ de toeftaan, in het tegenwoordig geval, geen' „ Regter zyn, tusfehen zyne Hoogheid en die' „ van Dordrecht, alzo't Hof zig reeds gevoegd- „ hadt aan 's Prinfen zyde." v. Doch eer dit Vertoog ingeleverd werdt, wa- De Ge- ren de Gemagtigdcn van den Hovc reeds ver-
iBtgtig- trokken naar Dordrecht. Hier gaven zy den den Hove Geregte kennis van de ongeregeldheden , wel- doen eene ken men , in de Nominatie , meende ontdekt nieuwe te hebben , den Dekenen der Gilden te gelyk Nomina ^g ftellende , tot het doen eener nieuwe No- |
||||
.
|
|||||
LIX.Boek. HISTORIE. s?3
minatie. De Regeering, van de andere zyde, ist^
beweerende, dat de gedaane Nominatie wettig ■ ' ■ ware , kon niet bewilligen , dat 'er eene nieu- tie msa. we gefchiedde. Üok weigerden de tegenwoor- ken !. dige en jongst afgegaane voorzittende Bürge- 3^™' meester, de Dekens, ten deezen einde, byeen Hoog- te roepen. De Gemagtigden deeden 't dan heid "de zelven, tegen den agttienden van Louwmaand. *f0(!de Doch de Regeering verboodt den Dekenen, vaun' ^™ voor de Gemagtigden te verfchynen. Lenige ten ver- weinigen kwamen egter. Maar de Gemagtig- West. den deeden , twee dagen agtereen, alle weer, om een grooter getal te doen byeenkomen : 't welk, eindelyk, gelukte. Zelfs deeden zy den Drost van den Hove , met eenige dienaars , wandelen voor 't Stadhuis , als ware het om fchrik te verwekken onder eenige Dekens, die voor de Heeren van den Geregte ontbooden waren. Ook verftonden de Gemagtigden, dat de tegenwoordig zynde Dekens de afwezen- den vervangen zouden , en eene nieuwe No- minatie doen ; gelyk gefchiedde. Zy werdt, zonder door 't Geregt gezien te zyn , gezon- den aan zyne Hoogheid , die 'er , terltond 9 eene verkiezing uit deedt van agt Perfoonen , welken, daarna, door de Gemagtigden, de eed werdt afgenomen. Te gelyk werdt denk Ouden Agten , door eenen Deurwaarder van den Hove , aangezeid , dat zy zig, voortaan, van hunnen dienst zouden hebben te onthou- d ;n. Dit gefchiedde, op den eenentwintigden van Louwmaand, 's Daags te vooren , hadt Ote w» de Oud-Raad een Vertoog aan de Staaten in- ^j,e gefield , waarby het Advis van 't Hof, waar- weder« XV, Deel. S van legge» |
|||||
a?4 VADERLANDSCHE LIX.Boek,
1(585. van wy boven (V) gewaagden, omftandiglyk,
------- wederlegd werdt. Hier werdt beweerd „ i. Dat
't Advis „ zyne Hoogheid , noch alleen als Stadhou-
Y?n 'c „ der, noch te gelyk met den Hove van Hol- „ land, het regt hadt, om onderzoek te doen, „ over de wettigheid en onwettigheid der No- „ minatien in de Steden. Al het regt, welk „ den Prinfe , als Stadhouder, toekwam, be- „ zat hy alleen uit hoofde van de opdragt der „ Staaten. Doch dit regt van onderzoek was „ hem nimmer opgedraagen. Menzeidewel, „ dat de opdragt van het regt van Verkiezing« ,1, ook het regt om onderzoek op de Nomina- ,', tien te doen onderftelde. Maar deeze twee „ regten waren zo onderfcheiden, dat hy, die „ 't eerfte opdroeg, moest begreepen worden, „ het tweede te ontzeggen. De benoeming of „ Nominatie was , zo duidelyk, gelaaten aan „ de Steden , als de Verkiezing afgeftaan was „ aan den Stadhouder. Maar 't regt van No- „ minatie zou verydeld worden , zo de Stad- „ houder de Nominatie mögt onderzoeken en 5/ verwerpen. En Nominatie en Verkiezing „ werdt gefield aan byzondere Perfoonen, op „ dat zy beide , onaf'hangkelyk van elkande- „ ren, zouden geoefend worden. De Kiezer „ kon geenerlei regt op de benoeming hebben, „ ten zy het hem uitdrukkelyk opgedraagen „ ware : 't welk, in 't geval in gefchil, geens- „ zins gefchied was. 't Beweeren van een ftry- „ dig gevoelen, welk in 't Advis van 't Hof ge- „ fchiedde , verzwakte de gronden van eenen „ vryen Staat, ja keerde dien het onderst bo- „ ven?
|
||||
LIX.Boek. HISTORIE. 275
ven: waartoe de Regeering van Dordrecht, hJSj.
met hoogagting en eerbiedenis gefproken , ——— noch door vry willige overgifte, noch uitee- nige andere inzigten , de hand leenen zou. Uit den voorftand van de Privilgien en Ge- regtigheden van de Landen en Steden, wel- ke zyner Hoogheid aanbevolen was, te wil- len afleiden , dat hy zou mogen onderzoe- ken , en onafhangkelyk oordeelen , of, en door wie de Privilegien gekrenkt waren , was ver van den weg. De Stadhouder was ook tot voorftand van de Hoogheid van den Lande gehouden. Maar ftondt het hierom aan hem , onderzoek te doen op, en een onaf hangkelyk oordeel te vellen over zaa- ken, de hoogheid en opperfte magt van den Staat betreffende ? Immers, neen. Wy- Zy tnsa- ders , werdt ook ten onregte geoordeeld , k«n on- dat zyne Hoogheid bevoegd was , om on- der£cJjeW derzoek te doen op de Nominatien, om dat h"st ge_" hem 't gezag was opgedraagen , welk zyne zag van Voorouders bezeten hadden. Want, in dit Willem geval, moest Prins Willem de I, die , on- ^1' en der zyne Voorouders, het meeste gezag ge- VO!gendt had hadt, niet worden aangemerkt, voor Stadhou- zo ver hem de Hooge Overheid des Lands deren. was opgedraagen; maar voor zo ver hy ook Stadhouder geweest was: in welke waardig- heid alleen , hy , door zyne nazaaten, was opgevolgd, niet in die van hooge ü verheid, welke by de Staaten van den Lande verblee- ven was: hebbende ook den gemeldeö Prin- fe het hoog gezag , welke hy hier geoefend hadt, niet geoefend als Stadhouder ; maar in gevolge van de opdragt der hooge Over- Sï „ beid, |
||||
ft?« VADERLANDSCHE LIX.Boee;
„ heid , hem door 's Lands Staaten gedaan,
> Zyne Opvolgers , aan welken diergelyk ee- „ ne opdragt niet gefchied was, hadden, der- „ halve, geen ander dan Stadhouderlyk ge- „ zag können oefenen : hierin beftaande, dat ,, zy, omtrent de Nominatien, konden vor- „ deren , dat op dezelven geene anderen dan „ bevoegde Perfoonen, met opzigt op derzel- „ ver jaaren, geboorte en maagfchap, gebragt „ werden." Ten 2. beweerden die van Dor- drecht „ dat Burgemeesters en Regeerders „ hunner Stad, uitmaakende de Wet en liet „ Geregt, alleen bevoegd waren, om de No- „ minntie der goede Luiden van Agten naar te. „ zien, te onderzoeken en te wettigen, ün- „ gerymd was het, te onderftellen , dat zulk „ een aanzienlyk Kollegie niet anders zou te ,, doen hebben , dan de Nominatie te ontvan- „ gen en den Stadhouder over te zenden. Zy „ moesten ze, ten minfte , leezen en onder- „ zoeken ; gelyk zy de Nominatie van Sehe- „ penen , door de Mannen van Veertigen ge- „ daan, volgens de uitgedrukte letter der Pri- „ vilegien, naarzien en onderzoeken moesten. „ 't Woord refumeeren zelf, welk eigenlyk w herneemen of hervatten betekende, floot een „ geheel nieuw onderzoek van zaaken in , en „ werdt, zelfs in 't gemeen , in den zin van „ wettigen en bekragtigen, gebruikt. Zo moest „ het ook hier genomen worden, 't Naarzien, „ waarop het Hof dit woord wilde pasfen, was „ reeds gefchied door de Dekens zelven. Ook „ was aan die van den Geregte , welken niet „ alleen een bank van Schepenen , maar ook „ een KoUegie van Regeeringe waren , het ,, on-
|
||||
FIX. Boek. HISTORIE. 277
„ onderzoeken der Nominatie opgedraagen , 1585;
„ zonder eenige bepaaling. Voorts vertrouw- ——- „ de men niet, dat 'er, omtrent de Nomina- „ ,tie , eenige onbehoorlyke kuipery zou zyn „ omgegaan ; doch , zo 't zo zyn mögt, be- „ hoorde de kennis daarvan tot die van den „ Geregte , en kon , niet dan by beroep of „ hooger betrek, voor zyne Hoogheid en den ,,. Hove , gebragt worden. De Overluiden „ mogtcn , met goedvinden van de Dekens , „ wel tegenwoordig zyn, byhetftemmen. De „ andere zogenoemde onbehoorlykheden wa- „ ren of onbeweezen, of in een verkeerd licht „ voorgefteld. De beë'edigde verklaaring, des- „ wege door de Dekens gegeven , was hun „ ook niet door llinkfche wegen afgevergd. „ Uit al 't welke, ten 3. beflooten werdt, dat ,, het onderzoek, door Gemagtigden van den „ Hove ondernomen, onwettig geweest was; „ en dat dit onderzoek tot die van den Ge- „ regte, in de eerfteplaatfe, behoorde. Men „ verzogt, eindelyk , dat de Staaten alles , „ wat, uit hoofde van dit wetteloos onderzoek, „ gefchied ware, wilden vernietigen, en den „ Prins beweegen , om de goede Luiden van „ Agten te kiezen uit de eerfte Nominatie." Doch dit verzoek kwam te laat. Zyne Hoog- heid hadt, gelyk wy boven aantekenden, reeds uit de nieuwe Nominatie andere goede Luiden van Agten verkooren; en deezen, verneemen- de , dat de Oud-Raad , op den drie-entwin- tigften van Louwmaand, vergaderen zou, ver- voegden zig , by tyds, in de Raadkamer, na- men 'er zitting, en bleeven 'er , zonder zelfs, yoor eene poos, in 't vertrek te willen gaan , S 3 ter« |
||||
278 VADERLANDSCHE LIX.Boejc
»685, terwyl 'er , op hunne toelaating, zou geraad-
—— pleegd worden. Midlerwyl, liep 'er een ge- rügt door de Stad, dat 'er een opitand te dug- ten ware, zo de Agten niet erkend werden. De Drost van den Hove hieldt zig , met zyne dienaars , op en omtrent het Stadhuis, tot be- fcherming der nieuwe Agten. De Gemagtig- den van den Hove bleeven nog eenige dagen te Dordrecht, zo men meende, met oogmerk, om de verkiezing van Thefaurieren ook te Zy pro- doen uitvallen naar hunnen zin. De Regee- ns/eereti ring , geene kans ziende om de nieuwe Agten tegen 't te Weeren , befloot, eindelyk , derzelver zit- derüe nn£ m ^en Oud-Raad en elders aan te zien , Hiagtig onder uitdrukkelyk Protest, welk, den agtften den van van Sprokkelmaand , ter Vergaderinge van dsn Ho- Holland ingeleverd werdt „ dat zy al't be- „ dryf" der Gemagtigden van den Hove hieidt 3> voor wetteloos en nietig, en dat zy de nieu- „ we Agten, in die hoedanigheid , niet kon „ erkennen ; immers niet, zo lang, over 't „ gefchil, nog geraadpleegd werdt, ter Ver- „ gaderinge van hunne Edele Groot - Mo- „ gendheden." Doch de zaaken zyn, federt, in deezen ftaat gebleeven. De Agten dien- den dit jaar, zonder dat zy eigenlyk erkend waren. De Staaten vonden ongeraaden , uit- ipraak te doen. Men deedt nog eenig onder- zoek , wegens 't gedrag van den Schout Stoop. Doch alles geraakte, eerlang, in ftilte (y). Som»
fy') Refol. Holl. 85 ro T)ec. 11^84. hl. 407, 5S2, 604.. so
f mi. 8, 9 Fefa '885. il. 13, ai, 52, 56, 60, 6'. Kit ook Holl. Mcrc. van 1685. U. 1-106. Negociat. du Comte n'A- tmix Tom. V. p. 115. lal, 133, 134. 1421 148, 153» '7S» IM, loa, 2J2, ai8« 327, *w, 27j, 34J. |
||||
LIX.Boek. HISTORIE. a?$
|
||||||
Sommigen verhaalen , dat de Raadpenfionaris 1Ö85;
Fagel geen genoegen fchepte in 't gene zyne —— Hoogheid te Dordrecht ondernomen hadt, en dat de Prins hiertoe voornaamlyk aangezet ge- weest was, door den Heere van Halewyn, die Burgemeester Arend Muis van Holy, op wien zyne Hoogheid misnoegd was, om dat hyfterk voor 't Beftand geyverd hadt, zogt te doen ont- zetten van de Regeeringe; en die voor zig zel- ven op 't Raadpenfionarisfchap zou gevlamd hebben. Men voegt 'er by, dat Muis ftaat ge- maakt hadt, dat hy door den Prinfe vastgehou- den, en naar Loeveftein gevoerd geworden zou zyn , en dat hy zig des getroost zou hebben , indien 't gebeurd ware (z~). Doch op deeze byzonderheden is geen volkomen ftaat te maa- ken. Vast gaat het egter, dat Muis, in't vol- gende jaar, uit de Regeering raakte. Wy hebben 't gebeurde te Dordrecht wat VI.
omftandiger verhaald, om dat het, by veele VerfchU Steden, gehouden werdt, van verre uitzigt en ™s„g groot gewigt te zyn. Over de verandering , Hoog- die , ten deezen tyde , te Leiden , voorviel, h;id en zullen wy korter wezen. Hier werdt, in Hooi de R-e- maand , volgens gewoonte , eene Nominatie *** £fIc> gemaakt van zestien Peribonen tot Schepens : de», uit welken , zyne Hoogheid de verkiezing van agt dienende Schepens doen moest. Het meer- der getal der Vroedfchap, welke hier uit veer- tig Leden beftaat, hadt niet goed gevonden , op deeze Nominatie te brengen eenige Per- foo-
(r j Va'iez Ncgociat. du Comte n* Avaux Tom. IV. f. iaj,
Bjó', 142, i«o, «60, S78. Tem. V. f. 231. |
||||||
s4
|
||||||
»&» VADERLANDSCHE LIX.Boek,
1^85. fooncn , die 't minder getal, dertien Raaden
- fterk , gaarne zou benoemd gezien hebben. Doch om deezen mis te gaan , of om andere
redenen , hadt men op de Nominatie gefield Nikolaas van Bar.khem en Petrus Cunéus: van welken de eerlte den vereischten ouderdom van agtentwintig jaaren nog niet bereikt hadt ; de tweede in de Indien geteeld was , van eenen Vader , die , voor en na des Zoons geboorte, te Leiden gewoond hadt; doch geen Burger der Stad , maar der Hooge Schoole geweest was. De Prins kreeg, uit de misnoegde Veer- tigen , wel haast kennis van 't gebrek, weJk men hieldt, deezen twee onbekwaam te rnaa- ken, om als Schepens te dienen. Zync Hoog- heid fchreef 'er over aan Burgemecsteren en Vroedfchap , die hem berigtten „ dat aan van „ Bankhems ouderdom eenige maanden ont- „ braken; doch dat men, de gevallen gunfiig- „ lyk willende behandelen , wel meer gewoon „ geweest was , een begonnen voor een vol- „ trokken jaar te neemen ; dat Cunéus wel „ buitens Lands gebooren was; doch , zo 0t men hem eenige dagen tyds gunde, aan- „ nam te bewyzen, dat zulks hem niet on- „, bevoegd maakte, om als Schepen te Lei- ,, den te dienen : en dat men hierom ver- „ zogt, dat zyne Hoogheid de gewoone Ver- „ kiezing geliefde te doen , uit de overge- De Prins »> zonden' Nominatie." De Prins vondt eg- vsrkiest ter niet geraaden, aan dit verzoek te voldoen: vier Sehe maar verkoos vier Perlbonen uit, vier buiten teu"deNo>de Nominatie. De Vroedfchap ftondtverfreld Miftade. «ver dit laatfte, 't welk, meende zy, niet kon ge-
|
||||
LIX.BoRK. HISTORIE. a8i
gefchieden , ten ware de overigen zestien be-
noemden allen onbevoegd waren , of dat zyne Hoogheid magt hadt, om ook buiten de No- minatie Schepens te (tellen. Doch van 't een en 't ander verklaarde zy t'eenemaal onkundig te zyn. Ook kwam haar 'sPrinfen verkiezing te vreemder voor, om dat hy geiclireeven liadt, dezelve te hebben gedaan , uit de Nomi- natie , gemaakt in de Vroedfchap der Stad Lei- den , onaangezien 'er vier Perfoonen onder de verkoojenen waren , die niet op de Nominatie (tonden. Doch deeze bedenkelykheid werdt, federt, eenigszins opgelost. De dertien Le- den uit de Vroedfchap , die met het meerder getal verfchilden , verklaarden , naderhand , dat zy den Prinfe hunne Nominatie hadden toegezonden; alzo zy de Nominatie van 't meerder getal voor onwettig hielden , om dat 'er van Bankhem en Cunéus op (tonden. Op deeze zogenaamde Nominatie van dertien Räu- den, (tonden alle de verkooren'Schepens. Zy- ne Hoogheid hadt ze, voorzigtiglyk, genoemd eene Nominatie, gemaakt in , niet door de Vroedfchap. Doch de meerderheid oordeel- de , dat zulk eene (lemming van eenige Le- den den naam van Nominatie niet verdiende. Ook merkte men op, dat de minderheid zig zelve geltemd hadt, alzo 'er , onder de der- tien misnoegde Leden der Vroedfchap, zeven tot Schepens verkooren waren. Beide de par- tyen vervoegden zig aan de Staaten van Hol- land , met vertoogen, waarin elk zyne zaak , ten voordeeligfte, voorftelde. De Schout hadt, ondertusfehen , geweigerd , de nieuwe Sche- S s pens.
|
||||
sS2 VADERLANDSCHE LIX.Böbk.
t€S$. pens te beëedigen. Terwyl dit gefchil dus
gemeesteren, dat, hier, vier maanden na't aan- itellen van Schepenen , door den Schout, die van den Geregte, en de Veertigen, gefchiedt. De Prins verzogt, dat men de verkiezing ee- nige dagen verwylen wilde. Doch men hieldt zulks te ftryden met de Privilegien. Men trade dan tot de verkiezing van vier Burgemeesteren. Maar hierover vielen wederom klagten van fom- 'tGerchi; migen. Eindelyk, werdt het geheele"gelchil, wordt by jn deezer voege , vereüènd door Gemagtigden gelegd. ^ ^at van ^g yjer verkooren' Burgemeesters , „ twee in dit, en de twee anderen, in 't vol-
„ gende jaar, dienen zouden ; dat de Sche- „ pens , door zyne Hoogheid verkooren , al- „ len hunne Ampten behouden en beè'edigd „ worden zouden, en dat de Schout, die, om „ 't weigeren der txëediging, eenigen tyd ge- „ fchorst geweest was, herfteld zou worden in „ zynen dienst (ö) :" waarmede de oneenig- heid, tusfchen zyne Hoogheid en die van Lei- den, meest tot genoegen van den eerften, werdt weggenomen. Vil. Zo dra was, in 't voorleeden jaar, het Ver- Oneenïg- drag tusfchen Frankryk en de Staaten niet ge- dode"" fl°oten •> °f men begon, ter Vergaderinge van Leden Holland , te fpreeken van eene afdanking on- van Hol- der 't Kvygsvolk van den Staat. De Stad Am- Und, o- fterdam hadt flerk gedrongen , dat men eenen aan«
'Cc) M.sfive van zyne Hoogh. van 3 Sept. 1685. en van de
Cedeput. van Amft. van 17 Oänb 16^5. MHS- Holl. Merc.' van i68v il. a4y-a(5<j. Fvrgil. mit let Negociat. (lu Cointe U'Avaux Ton. IV. p. 6i,77,i!y. Tom V, f. 176, JÜ2, 187» |
||||
HISTORIE. 283
|
||||||
LIX.Boek.
|
||||||
aanvang maaken moest met de afdanking der 1685;
knegten, die, onlangs, tot het voltallig maa- —-----
ken der Kompagnien , waren aangeworven, ver den
Doch de andere Leden hadden verltaan, dat ^aat vaa men zulks niet behoorde te doen, zonder3 oroÊ8' hierop, vooraf, 't gevoelen van zyne Hoogheid te hebben ingenomen Maar de Prins hadt geoordeeld, dat men om geene afdanking be- hoorde te denken, dan na dat de rust tusfchen Frankryk en Spanje, en tusfchen het Dunfche Ryk en Frankryk, berfteid zouzyn. Uokwas dit aangeworven volk, niet voor 't einde van Wynmaand, afgedankt, door den Prinfe, op last der algemeene Staaten. Doch die van Friesland deeden zelven de afdanking van 't volk, welk ter hunner betaalinge ftondt, uour aangeftelde Gemagtigden; onaangezien de al- gemeene Staaten hun ernftelyk vermaand had- den , zulks door zyne Hoogheid te iaaten ver- tagten (£). Doch toen zyne Hoogheid en de Raad van Staate, op het einde des jaars, den gewoonlyken Staat van Oorloge hadden inge- leverd, rees 'er by de byzondere Gewesten, aan welken dezelve, volgens gewoonte, ge- zonden was, bedenking op verdere afdanking. Men bevondt, dat 'er, op deezen Staat van Oorloge, maar weinig minder manichap ge- bragt was, dan men, voorleeden jaar, in dienst gehad , of betaald had. Amfterdatn drong, Amfter- ter Vergaderingè van Holland, fterk op ver- <ja.m mindering der Land-, en vermeerdering der vernis Zee- dering,
fji Ho'. M-re. van 1684. tl. 359-261. Ncgeciat. du Comte
li'Av'Aus Tan. IV, f. »37. |
||||||
sS4 VADERLANDSCHE LIX.Boer
i6»5. Zeemagt van den Staat. De Afgevaardigden
•' deezer Stad merkten aan „ dat de lasten, die
der „ thans door de ingezetenen gedragen wer-
Land-, w fen, driemaal meer bedroegen, dan men,
meerde- » ^00r ^en Landbouw, uit den grond van 't
ring der „ Gewest, trekken kon; dat deeze lasten eer-
Zeeinagt. „ der verligt dan verzwaard behoorde te wor-
„ den, doordien de ingezetenen, ter oorzaa-
„ ke van 't verval der Scheepvaart en Koop-
„ handel, minder zouden können opbrengen
„ dan voorheen. Vooral, moest men zig te
„ Lande niet zo fterk gewapend houden; maar
„ eerder 's Lands Zeemagt herftellen. Hier-
„ door zou men den Staat ontzaglyk maaken
„ voor de nabuuren. Engeland deedt zulks,
„ zonder byna eenige Landmagt op de been
„ te hebben. Dit voorbeeld moest men vol-
„ gen , en , nevens de Bondgcnooten, mees-
„ ters ter zee zoeken te worden. Beklaaglyk
„ was 't, dat men, federt tien of twaalf jaa-
„ ren, zo veele millioenen gevorderd hadt,
„ tot onderftandgelden en tegenweer te Lan-
„ de, endatmen, ondertusfchen, de Zee -
„ magt hadt laaten vervallen. Venetië hieldt
„ ook geene geduurige Landmagt op de been,
„ en lteunde voornaamlyk op zyne Zeemagt.
„ Men behoorde hier dan de Landmagt te
„ verminderen, gelyk Frankryk, onlangs, ge-
,, daan hadt. Spanje maakte ook misbruik van
„ de groote Landmagt van den Staat, en wa-
„ pende zig minder, naar gelang dat wy iler-
„ ker gewapend waren. Bezoldigd Krygsvolk
„ was hier zo noodig niet, om dat men de
,, Burgery in de Steden, aangelokt door eene
„ min-
|
||||
HISTORIE. 28$
|
|||||||
LIX. Boek:
|
|||||||
,, minzaame Regeering, en geoefend in den 1685.
„ Krygshandel, zou können gebruiken tot be- —— „ fcherming der Steden, en, alleen by 't op- „ komen van eenen oorlog, nieuw Krygsvolk „ aanwerven. Op deeze wyze, beftondt het „ Gemeenebest van Zwitferiand. De Land- „ magt van den Staat moest dan vooral niet „ te talryk zyn, en op 't zuinigst onderhou- „ den worden. Men moest overleggen, of 5, men de wedden van 't Krygsvolk ook naar „ reden zou mogen verminderen, in tyd van „ vrede. Ook ftondt, ten opzigte van 't be- „ kostigen van Vestingwerken, te bedenken, „ of men den Staat, van de zyde der Spaan- „ fche Nederlanden, niet zou können aan- „ zien voor beveiligd, zo lang dezelven in „ handen van Spanje waren; uitgenomen dat „ men voor de Plaatfen, aan gene zyde der „ Maaze en Schelde gelegen, en voorMaas- „ tricht zou moeten zorgen. En zo Frank- „ ryk de Spaanfche Nederlanden overmeeste- „ ren mögt, kwam in overweeging, of men in „ ftaat zou zyn, om de bezettingen van Maas- „ tricht, Graave, Heusden,Geertruidenberg, „ 's Hertogenbosch, Breda,Willemftad,Klun- „ dert, Hulst,Sluis, Bergen op Zoom enSas- „ van Gend te onderhouden, en te gelyk or- „ de te Hellen op de befcherming vanden Ryn „ en Ysfel, en andere oorden daaromtrent: „ en of, door het diepen der ftroomen , het „ onder water zetten van Holland, en 't in- „ houden van zulke Plaatfen over de ftroo- „ men, welken best gelegen waren, om op a, den Brabantfcheu en Vlaamfchen bodem te »ge-
|
|||||||
b86 VADERLANDSCHÊ LIX.Boek.
|
||||||||
i<5*5« »» geraaken, de veiligheid van den Staat niet,
-------„ onkostbaarder dan tegenwoordig gefchied-
enbe- „ de, zou können bezorgd worden." Wat laa-
wcert, ter leverde de Stad Amfterdam nog een Ver-
«Iat man o i • • < in tyd toog ter Staatsvergadennge over, waarin be-
van vre- weerd werdt, dat men, in tyd van vrede, niet
de, maar meer dan omtrent dertigduizend man behoorde *j"!lg"d op de been te houden gelyk men 't, na 't ein- mtm digen van den Spianfchen oorlog, in 't jaar I.anJ- 1650, begreepen hadt. „ De gelegenheid van magt in n den Staat was, zeide men, mi voordeeliger diensr.be- } dan toei)# Toen moest men de grenzen ver- ebben? » fterken tegen Spanje. Nu hadt Spanje zelf „ groot belang by de behoudenis van den Staat, „ en zyne Nederlanden verftrekten ons tot ee- „ nen voormuur. De Koophandel en Scheep«. „ vaart en de waarde der vaste goederen waren, „ daarentegen?, federt de Munfterfche Vrede, „ wel tot op de helft verminderd. De Staat ftak „ veel dieper in fchulden. Men moest zig, der- „ halve, ontlasten van een goed deel Krygs- „ volks. Men kon toch nooit zo veel volks „ onderhouden, dat men tegen eenen magti- „ gen nabuur, beftaan kon, en moest meest .3 ftaande gehouden worden, door het belang, „ welk andere min magtige nabuuren hadden „ by de behoudenis van den Staat." Voorts, leverde Amfterdam een ontwerp in, volgens welk, men de Wedden der Overften van 't Krygs- volk, welk men in dienst hieldt, nog merkelyk zou können verminderen. Vin. jyjaar de Ridderfchap en Edelen van Hol- len we-6 landzagen 'tltuk heel anders in, dan die van derJeg- Amfterdam. Zy ftonden wel toe „ dat de ver* |
||||||||
»7
|
fter-
|
|||||||
LIX. Boek. HISTORIE. 287
|
|||||
„ fterking der-Zeemagt noodig ware; maar njjj,
3, de Landmagt moest, haars oordeels, niet ------.-
„ zo gevveldiglyk verminderd worden. De bui- gen die
j, tengewoone lasten, federt het jaar 1672, op van Am- „ de Gemeente gelegd, dienden om de renten ^em1* „ der Penningen, in dat jaar geligt, niet om uitvoerig „ het overtallig Krygsvolk te voldoen. Ook Venoog« „ was de vierhonderdlte penning, in't jaar 1681 „ toegedaan, befteed, om Amiterdarn te vol- „ doen , wegens verfchot, gedaan, tot het „ maaken der Muider - fluis en 't verbeteren „ de Dykaadje daaromtrent; waarby deeze „ Stad nogtans zelve het meeste belang hadt. „ Men wilde nu geen meer volks in dienst „ houden, dan, na 't fluiten der Nieuwmeeg- „ fche Vrede, ook met bewilliging van Ara- „ fterdam, noodig was geoordeeld, tot be- „ veiliging van den Staat. Gaarne ftondt men „ toe^ dat 's Lands Krygsmagt die der mag- „ tige nabuuren niet zou können evenaaren. „ en dat men zig, daarbenevens, door goede „ Bondgenootfchappen, fterken moest: maar „ de ondervinding van 't jaar 1672 hadt gc- „ leerd, dat de hulp der Bondgenooten of „ niet of fpade bykwam, en dat eene aan- „ zienlyke Landmagt den Staat veel waardig „ geweest zou zyn. Ook kon men geene re- „ kening maaken op Bondgenootfchappen, als „ men zig zelven niet hieldt in goeden ftaat „ van tegenweer. Zy, Edelen, hadden altoos „ zugt getoond, om den handeldryvenden en „ zeevaarenden ingezetenen voordeel te doen, „ door 't handhaaven der Zeemagt, en doof „ 's fluiten van voordeelige Verdragen met >, «ie:
|
|||||
238 VADERLANDSCHE LIX.Boek.
i6?5. ., uitheemfche Mogendheden: zy en hadden
—— „ nog den zelfden zin. Maar 't jaar 1672, „ toen men niet wist, in welke Haven, men's „ Lands Oorlogsfchepen zou doen invallen, „ hadt bcweezen, dat men de Landmagt niet „ verwaarloozen moest, terwyl men de Zee- „ magt vermeerderen wilde. Amfterdam meen- „ de, dat men den Staat van Oorloge behoor- „ de te fchikken naar dien van 't jaar 1650, en ., bedagt niet, tot hoe veel twist en verwyde- „ ring onder de Leden, deeze Staat van Oor- „ loge aanleiding gegeven hadt. Ook was „ Frankryk toen nog zo ver niet doorgedron- „ gen in de Nederlanden, als tegenwoordig. „ En de ondervinding hadt, federt, doen „ zien, dat men 's Lands veiligheid aan eejae „ ontydige fpaarzaamhejd hadt opgeofferd. Span- „ je hadt wel groot belang by de behoude- „ nis van deezen Staat, en 't gene 'er van ,, de Spaanfche Nederlanden overig was kon „ als deszelfs voormuur worden aangezien: „ maar men zou zig ten hoogfte bedriegen, ,, zo men zyne behoudenis waagde, op de „ voorzorg des Konings van Spanje. Men „ moest zig dan houden aan den Staat van „ Oorloge van den jaare 1678. De zaaken van ,, Europa waren, ten aanzien deezer Landen, ,, in geenen voordeeliger' ftaat geraakt, dan zy „ toen geweest waren. Ja, zy waren, in de Spaan- „ fche Nederlanden, zo nadeelig veranderd, „ dat men, in 't kort, komen kon, tot voor de „ poorten van Nieuwmegen, zonder dat men „ behoefde te trekken over den bodem eener. „ Mogendheid, die in ftaat was, om dentogt, »tft
|
||||
LIX.Boek. HISTORIE. 289
,, te fluiten. De Koophandel en Scheepvaart i<jj?5.
„ waren, federt het jaar 1650 . zeer vermin--------
,,, derd ; doch zulks was meest toe te fchry-
s, ven aan eene verkeerde Ipaarzaamheid in de „ zeezaaken , hebbende men , door onmagt ., te water , voorwaarden moeten inwilligen , 5, waarby men van een groot gedeelte das 9, Vaart, in en buiten Europa, en dus van da „ regte kweekfchool voor 't Bootsvolk , ver- „ fleken geworden was. Maar wat Leden ,, zouden de herftelling der Zeemagt ter hand „ willen flaan, als zy zagen, dat men de Land- „ magt op zulk een'deerlyken voet brengen s, wilde ? Men hadt, zonder argwaan , ge- „ zien , dat die van Amfterdam haare Stad „ merkelyk verfterkt hadden. Men zag ook .,, gaarne, dat zy de Zeemagt wilden handhaa- „ ven. Maar zo zy de Landmagt, daartegen , „ wilden verwaarloosd hebben ; zou men ligt „ in 't vermoeden vallen, dat zy, alleen voor „ zig zei ven, niet voor't gemsene Land, dag- „ ten te zorgen. Men moest het Krygsvolk „ ook onderhouden, op dezelfde wyze, als nu ,-, gefchiedde , en niet, zo als, voor 't jaar „ 1672 , re gefchieden plag: toen de fol- „ daaten hunne hooge en mindere Overften „ niet kenden ; jaaren agtereen , in dezelfde „ Plaats, lagen; burgers werden en burger- „ neeringen deeden. Zyne Hoogheid hadt , „ door't geduurig verleggen van 't Krygsvolk, „ en door de Overften te verpligten , om zig ,, te onthouden by hunne Regementen , de M Landmagt zeer veel verbeterd. Maar hier- ., uit volgde ook , dat men de Wedden der XV. Deel. T „ Over- |
||||
29o VADERLANDSCHE LIX.Boek;
1685. ,, Overften of Soldaaten niet behoorde te be-
r------ „ fnoeijen ; konnende de mindere Officieren
„ naauwlyks beftaan van hunne Wedden , en
„ zynde de Wedden der hooge Krygsbevelheb- „ beren reeds op een derde verminderd." T>2 Staat De redenen der Edelen, en vooral, de be- yan oor- Jekte en openbaare poogingen van zyne Hoog- \vordt ne^ ' nadden zo veel indruk op die van Am- aange- fterdam , dat zy , te vrede dat men geneigd nomen, was, om 't verval van 's Lands Zeeraagt te her- ftellen, ook gaarne op het onderhouden eener behoorlyke Landmagt in onderhandeling tree* den wilden. De Staat van Oorloge bleef, fe- dert , op den voet, door den Prinfe en den Raad van Staate beraamd. Gelderland , Zee- land , Utrecht en Overysfel hadden, terftond , bewilligd. Friesland en Stad en Lande maakten kleine zwaarigheid. Holland bewilligde ook, na dat Amfterdam overgehaald was. Men raadpleegde , omtrent deezen tyd , ook op ee- nen aanbouw van zesennegentig Oorlogsfche- pen. Doch men befloot allecnlyk , den aan- bouw der zesendertig Oorlogsfchepen, die, in 't jaar 1682, vastgefteld was (V), lterker voort te zetten (i). IX. Met den aanvang deezes jaars , hadt de De Kei- Keizerlyke Refideht Krarnprigt ernftig aangc-
zoektfde nouc*en by de Staaten , om onderfland tegen Staaten de Turken , in manfehap , of ten minften, in om on- krygsbehoeften of geld. Zelfs vorderde hy nog
(c~) Zie hier voor, lil. lor.
f/Z) VoUz Negociai, dn Coiute d'Avaux Tom. IV. p. ts^-i
aio , 355 , 173 > "»)l . 3"S » 3»l j 3'7 > 32» • W' en H°"» Merc. tan iöSs. hU 106-128. |
||||
LïX.Boek. HISTORIE. GoT
|
|||||
nog eenige agterftallen der onderftandgelden , 1^5. <
by het Verbond van den jaare 1673 beloofd. ■ ,.,. Doch de Staaten, door't belang van den Koop- «IcrflanJ handel, verbonden, om geen misnoegen te te«en verwekken met het Turkfche Ryk , weezen ^jn', "_ 's Keizers verzoek van de hand. Zy gaven den doening Refident te verftaan „ dat men, op zyne ver- eeuiger „ toogen , geen gunftig belluit neemen kon , a«terftal. „ om dat men voorheen vastgefteld hadt, vjp' „ met het begin van 't jaar 1675, geene on- u,n wy_' „ derftandgelden meer te betaalen aan den zen dit „ Keizer, 't Was wel waar , dat men ze aan »«zoele „ Deenemarke , Brandenburg en Lunenburg ^an^e „ betaald hadt, tot het einde van't jaar 1676, „ en aan de bisfchoppen van Munfter en Os- „ nabrugge , tot na 't fluiten van de Nieuw- „ meegfche Vrede. Doch deeze Mogendhe- „ den hadden den Staat meer dienst gedaan „ dan de Keizer, die 't Verdrag, in veele op- „ zigten , niet naargekomen was. Voorts , „ hadt men reden om te dugten , dat de Ne- „ derlandfche Koopluiden in Turkye mishan- ,, deld zouden worden , zo de Staat den Kei- „ zer onderftand in manfchap toezondt. 't „ Welk men nog te minder doen kon, om dac „ deeze onderftand ook tegen den Tekeli en „ tegen andere Hervormden in Hongarye zou „ moeten gebruikt worden. Alle welke re- „ denen , gevoegd by 't onvermogen van den „ Staat, hunne Hoog - Mogendheden verhin- ,, derden , den Keizer , verder dan tot het „ begin van't jaar 1675, eenige onderftand- „ gelden te voldoen." Doch Kramprigt was kwalyk genoegd met dit antwoord. Hy mern- Ts de. |
|||||
s^a VADERLANDSCHE LIX.Böek.
1685. de „ dat men zig aan de Verdragen moest
- „ houden , gelyk de Keizer , zeide hy, ge- „ daan hadt; dat de Staat wel volk onder
„ andere vendels fteeken kon , zonder den „ Koophandel in Turkye eenigszins te bena- „ deelen ; dat de muiters in Hongarye zo wel „ Katholyk als van andere gezindheid waren, „ en dat zy niet beoorloogd werden om den „ Godsdienst; dat , eindelyk, de Staat ver- „ mogens genoeg hadt, om den beloofden on- „ derftand op te brengen , 't zy in Geld , of „ in Obligatien , Salpeter , Buskruid of an- „ dere Krygsbehoeften : waarmede zyne Kei- „ zerlyke Majefteit zig te vrede wilde hou- „ den (e)." Maar zyne redenen vonden gee- nen ingang. De Staaten bleeven by 't geno- men befluit. X. Met den Keurvorst van Brandenburg, ftondt Verdrag het gefchil over de onderftaridgelden , waar- Keurvor»tvan w^ e^ers Cf) gewaagd hebben, ook nog van liran- onvereffend. Doch in Oogstmaand , kwam denbiirg. men , in den Haage , overeen „ dat de Staa- „ ten den Keurvorst, tegen alles, wat hy van „ hun zou mogen te vorderen hebben , vier-, „ honderd en veertigduizend Ryksdaalers vol- „ doen zouden , honderd en vyftigduizend „ Ryksdaalers binnen eene maand , en de „ overigen tweehonderd en negentigduizend, „ in den tyd van tien jaaren." Ten zelfden tyde, werdt het Verdrag van denjaare 1678 (g), in alle zyne deelen, voor nog twaalf jaa-
(*") Hfill. Merc. van 1685. il. 128-131.
( f) LVH. Boet. tl 1». ijl) Zie XIV. Ücel, il. 472. |
||||
LIX.Boek. HISTORIE. 293
jaaren, vernieuwd (k). De verandering, on- 16J$.
langs in Engeland voorgevallen, van welke wy, -------.
tcrftond, nader fpreeken zullen, hadt gelegen-
heid gegeven, tot deeze vernieuwingedes Ver- bonds van't jaar 1678. D'Avaux hadt, zo hy fchryft, voor ecne geringe lbmme , tcrftond, een affchrift weeten te bekomen van dit Ver- drag, welk hy aanmerkte, als rcgtftreeksftrydig met de belangen van den Koning, zynen Mees- , ter (f). Ook fpoorde hy deezen, een en ander- maal, aan, om de wapenen op, te vatten tegen de Staaten, hem verzekeren de dat de Prins van Oranje, in zulk een geval, gcfchaapen ftondt, al zyn gezag te verliezen. Doch de Koning verftondt, in tegendeel, dat het beoorloogen der Staaten de regte weg was , om 'sPrinfen gezag in top te vyzelen ( k ). De Koning van Deenemarke hieldt, tendee- H*nde-
zen tyde, ook om agterftallen der beloofde on- ijng met derftandgelden aan by de Staaten , weigerende m^kn^" een Verdrag van Koophandel, welk, in 't voor leeden jaar, getroffen was, te bekragtigen, en een nader Verbond te iluiten met de Staaten , zo lang hem geene voldoening gegeven werdt. Doch de Staaten hadden geene ooren naar zynen voorflag. De Deenfche Gezant, Baron Juel, werdt, hierop, te rug ontbooden: en de onder- handelingen tusfehen Deenemarke en deezen Staat, voor eene wyle tyds, afgebroken (/). Doch
f/O Votez Dn Mont Corps Diplnm. Tom. V[I P.V.p.lsG.
Ilfill.Merc tan 1685. il. ijl. Zieook No'lll. Zeel. löiis- H. 167. fi) Nrgnciat. d« Coiute ti'Avapx Tmn V. p. 128, 14Q. (k.) Negodat. du Coiute ii'Avacx Tom. V. p. 73, 86. (.0 Huil. Msrc. van i6')5. W. 13*. |
|||||
T3
|
|||||
2t>4 VADERLANDSCHE LIX.Boek.
|
|||||
1635. Doch terwyl de Staaten , van verfcheiden'
-------kanten , om het voldoen van de agterilallen
Hande- jer beloofde onderftandgelden gemaand wer-
Spanje" den ' nielden ze> by't Hof van Madrid, aan,
om betaalinge van't gene de Koning den Priuie van Oranje en den Admiraliteiten deezer Lan- den fchuldig was. Maar Spanje wist van gee- ne voldoening. Ook beklaagde men zig, ten Hove , dat de Staaten Maastricht bleeven be- houden , tegen hunne belofte. Men Haagde hier, derhalve, kvvalyk met handelen. Omtrent Los ge- deezen tyd, verfpreidde zig een gerügt, dat de eone Van KoninS van Spanje van zins was, de Spaanfche voorgeno-^ederlanden aan 's Keizers Dogter, die met den men' ver- Keurvorst van Beieren ftondt te trouwen , ten vreem- Bruidfchat af te liaan. Het Franfche Hof vatte Spaan nierover argwaan op , en hieldt het te ftryden fche Ne- raef: het Beftand. D'Avaux leverde 'er zelfs , «leriau- in Grasmaand, een Vertoog over in, ter alge- den, meene Staatsvergaderinge. Doch de ongerust- heid verdween , na dat de Koning van Spanje verklaard hadt „ dat het gerügt van eenen „ voorgenomen afftand der Nederlanden , of „ der hooge Regeeringe over dezelven , aan „ den Keurvorst van Beieren, voor een louter „ uitftrooifel gehouden moest worden; en dat „ hy het geflooten Beftand , heiliglyk , dagt „ naar te komen (m~)." Ocru* Toen Lodewyk de XIV, in 't voorleeden febüm-* jair, eene Vloot gezonden hndtnaardeMiddel- tiirderd. iandfche zee, hadthy, onder anderen, voor, zig meester te maaken van de Stad en Staat van
(mj Zie Hol). Herr, vis« 1685. LI. 135-138.
|
|||||
LIK. Boek. HISTORIE. 295
|
|||||
van Genua, tegen welken hy eenig misnoegen 1085.
hadt opgevat («). De Stad, hem geene vol-----s—
doening gegeven hebbende, wasjammerlykge-
bombardeerd : en hadt, federt, vergeefs, om on- derftand aangehouden byde Staaten (0). Doch in Sprokkelmaand deezes jaars , werdt 'er een Verdrag getroffen , tusfchen Frankryk en de Genueezen (jf~): waarmede de vyandlykheden ophielden. De Graaf van Bentheim, wiens kinderen zig XL
nog hier te Lande onthielden , hadt dezelven, ^e ^"" federt zyn tweedeHuwelyk, onterfd. DeStaa- ten dea,f" ten , zulks ongaarne verneemende , zonden , Graaf ten deezen tyde, den oudften Zoon, met ern- van Een- ftige brieven van voorfchry ving, af, naar Ben- tlie_nn *e theim , op dat hy zig met zynen Vader ver- „e^et zoenen , en verandering in den gemaakten ui- zynekitf« terften wil te wege brengen mögt. Doch de deren. . Graaf bleef onverzettelyk. De Zoon keerde, onverrigter zaake , te rug in den Haage. Hy en zyne drie Broeders vervoegden zig, in 't volgende jaar , aan de Ryksvergadering te Re- gensburg , met een wydluftig Vertoog, waar- in zy hun goed regt op het Graaffchap verde- digden , en aanweezen , dat zy, alleenlyk uit haat van Godsdienst, onterfd geworden wa- ren (<?). Doch dit Vertoog vondt weinig in- gang. Sommigen willen, dat de Prins van Oranje, voor zig zelven, het oog op het Graaf- fchap (w) BunNST Vul. I. p. 5U2.
(oj Hüll. Merc. van if»8«. */. 216-1*4.
Cp) Danikl Journal p, CXL1I, CXLIV. Holl. Merc, van
ifiSf, hl. 1^8-204.
(5) Hott. Riste, van i68{. il. 342-245. van K/i6. H. i'jli
T4
|
|||||
a96 VADERLANDSCHE UX-Bobk.
1685. fchap Bentheim hadt, en dat hy hierom hadt
r—:— te wege gebragt, dat de Staaten zig de zaak der jonge Graaven hadden aangetrokken (r), Doch zulke byzonderheden zyn bezwaarlyk^te bewyzen. XII. ^y roeren deeze dingen van klein belang, Overging of van geringen invloed op den Staat der Ver- tot eene eenigde Nederlanden flegts aan ter loops , ora fchets wat uitvoeriger ftil te fraan op de gewigtigc ver- »iideTin- andering, die, ten deezen tyde, in Engeland jjen in voorviel; en waarin de Staaten en de Prins van Engeiïnd. Oranje in't byzonder, eerlang, zulk een voor- naam belang kreegen. 't Zal dan der moeite wel waardig zyn , dat wy de beginfels en loop deezer merkwaardige verandering, hier, e-enigr zins omftandiglyk, aantekenen. K*ret de Wy hebben, reeds te vooren, aangemerkt, II. flerft.cJat Koning Karel de II, federt het vernietigen van 't jongfte Parlement, geheel willekeurig geregeerd hadt. Ook hebben wy gezien, dat liy zig , genoegzaam eeniglyk , beftieren liet, door den Hertoge van jork, die elk, wie hem tegenftondt, van 't Hof wist te doen verwyde- ren. De Koning nogtans, te laat befpeuren- de, dat hy verkeerde maatregels gevolgd hadt, begon , omtrent den aanvang deezes jaars, zo men wil, te veranderen van gedagten. Hy nam, meent men, voor, den Hertog van Jork uit het Ryk te zenden , en een vry Parlement famen te roepen: waardoor de zaaken in 't Ryk eene gantsch andere gedaante gekreegen zou- den hebben. Doch hy leefde niet lang genoeg., om
O) Nogociat. Ai Gomts n'AvAU« Toni, V. p. 2x0.
|
||||
LIX.Boek. HISTORIE. 297
|
||||
om deeze oogmerken uit te voeren. Hy werdt ußS,
onvervvagts overvallen van eene beroerte, -*— waaraan hy overieedt, op den zestienden van Sprokkelmaand (j); niet zonder fterk ver- moeden van vergiftigd te zyn (/). Zyn Broe- Zyn der, de Hertog van Jork, weidt, terftond na Broeder zynen dood, tot Koning uitgeroepen, onder ]jkt'h).t1et den naam van Jakob den IL Hy hadt, reeds hem op. te vooren, openbaare belydenis van den Roomsch-Katholyken Godsdienst gedaan, en ging, twee dagen na zyne komst tot de Kroon, openlyk, ter misfe. Üok verfpreidde hy, ten zelfden tyde,dat zyn Broeder Katholykgeftor- ven was («). Zulk een gedrag, gevoegd by den afkeer, dien men, in 't geineen, reeds onder de Regeering van Karel den II, tegen hem opgevat hadt, deedt fommigen denken, aan 't verwekken van eenen opftand tegen zy- ne Regeering, die den hoofdaanleideren zuur opbrak. De Hertog van Monmourh onthieldt zig Mon-
nogin den Haage; en hadt, dikwils, geheime mr-when geiprekken met zyne Hoogheid (y). Doch zo ^f,^. dra hadt Jakob de II. de Regeering niet aan- ken ee- vaard, of men vexvvagtte, dat hy Monmouth n;n op- opeifchen zou; weshalve, de Prins van Oran- ftand te_ je deezen riedt, dat hy zig naar elders bega- i>"^!'8 ve. Hy vertrok dan naar Brusfel (w); doch, riug.'" zig
fs") Ml-fiw van den Arabasf. »ah Cctters van ri en *
/fir. io«5. MSS. f l^t} RrtPIN Trim. IX. p. ;.6( fif fuiy.
(m) R*wn Tom X. p. 7.
(_yj Ntgociat- du Cumte o'Avacx . Tom. IV, p. 2-^ jgi,
%>f>, 34'• Qwj UckneT Fol. 1. p C>2A. <
T 5
|
||||
z93 VADERLANDSCHB LIX.Boek,
1685 zig aldaar niet veilig rekenende, keerde hy,
s—s— heimelyk, naar Amfterdam, daar hy zig, ee- nige maanden , verborgen hieldt. Hy hadt, hier, dagelyks, bedekte onderhandelingen met den Graave van jfrgyle, die, over het zoge- naamd Proteilantsch Verraad, te Londen, ge- vat en veroordeeld zynde, uit de hegtenis ont- fnapt, en herwaards geweeken was. Argyle bewoog Monmouth, eerlang, om eenen inval in Engeland te doen, tcrvvyl hy zelf naar Schot- land zeilen zou, om aldaar eenen opftand te verwekken, aan welks uitilag men niet twyfel- de, gemerkt den algemeenen haat, in wel- ken de Koning gehouden werdt vervallen te zyn (a;). XIII. Midlerwyl, verwekte de verandering in En- Ilap.de- geland groute opmerking by de Proteftantiche n"tferi"d- Mogendheden van Europa, en, onder ande- Stasten," ren, by de Staaten en by'den Keurvorst van Keur- Brandenburg. Men was bedugt, dat 's Konings ïirni den- yVer voor {jet Roomsch geloof nadeelige ge- ilelVrin™ v°l§en hebben mögt voor het Protedantsch fè van belang in 't algemeen. De Keurvorst hadt, Oranje, hierom, in Grasmaand, Fuchs her'waards ge- zonden, niet flegts om wegens de agteritallen af te rekenen; maar vooral, om te onderdaan, hoe de Staaten en de Prins van Oranje de En- gelfche zaaken inzagen; en om, ware 't mo- gelyk, de verflaauwde vriendfehap, tuslchen zy- ne Keurvorftelyke Doorlugtigheid en den Prin- fe, te herftellen, en het voorige Verbündte De Prins vernieuwen met de Staaten. Zyne Hoogheid, m
|
|||||
(.'O Rapin 'Rui. X. i>. 17, 18.
|
|||||
UX.BoEK. HISTORIE. 299
in gefprek geraakt met Fuchs, verdedigde zyn 16G5.
gedrag omtrent Frankryk, waaruit het mees---------
te misnoegen gereezen was, met verfcheiden' verde-
redenen: onder anderen, ook zeggende „ dat ^ zyn „ hy zig, na 't iluiten van het Beitand, byna omtrent „ niet gemoeid hadt met zaaken van Regee- Frank- „ ringe, en zig geheel niet gekant tegen ee- ryk. „ nigen voorflagj waarby Frankryk belang hadt. „ Doch Frankryk hadt, daarentegen , byna „ de hellt van zyn Vaderlyk erfgoed uüiige- „ llaagen, het zelve laatende bef tieren,, >£tó§\/ „ of hy 'er geheel geen regt op hadt.'' Nog „ klaagde het Franfche Hof over zyn gedrag, „ hem vergende dat hy, hoe zeer beledigd, „ fchuld bekennen en vergiffenis verzoeken „ zou. Doch men hadt nog niet duidelyk ver- „ klaard, wat men eindelyk van hem bcgeer- „ de. Ook was hy bekommerd voor een at- „ zonderlyk Verdrag met Frankryk, op dat „ hy geen' argwaan geeven mögt aan de Staa- „ ten, by welken hy, reeds meer ofmin, ver- „ dagt geworden was." Ten opzigte van dit Van3cu- laatfte, zeide van Beuningen egter, omtrent "'"?-« deezen tyd, tegen Fuchs „ hoe 't bleek, dat vz*]*1™* „ de Prins niet voorhadt, verandering in den >t bvs/'~'1 „ vorm der Regeeringe te maaken, 't welk ininde- „ hy ook hieldt, boven deszelfs vermogen ren 'an's „ te zyn; doch de wyze, waarop zyne Hoog- ^"g „ heid de zaaken behandelde, kwam niet al „ te v/el overeen met de grondwetten van „ den Staat , en zweemde te veel naar ge- „ weid. De Amfterdammers, voegde hy'er „ by, waren 'er thans zo ver van af, om 's „ Prinfen gezag te befnoeijen, dat zy 't ver- „ derf
|
|||||
1
|
|||||
3oo VADERLANDSCHE LIX.Boek.
1635 11 derf van den Staat onvermydelyk hielden,
,------ „ zo zyne Hoogheid hun tegenwoordig ont-
„ vieJ. Demagt, welke hy, boven zyne voor-
„ zaaten,bezat, was hem,in tyden van oorlo- „ ge en beroerte, opgedraagen; doch men kon „ ze, zonder de welvaart van den Staat in de „ waagfchaal te ftellen, tegenwoordig, niet ver- „ minderen." 't Gene, wyders, van wege den Keurvorst van Brandenburg, over de En- gelfche zaaken, met de Staaten en met den Prinfe van Oranje, gehandeld werdt, vind ik niet klaarlyk gemeld. Zo veel is 'er van, dat de oneenigheid, tusfchen den Prinfe en eenige Gewesten en Steden, verdween, naar maate» dat de toeftand der zaaken in Engeland nadee- liger werdt, voor het gemeen belang der Pro- teftanten. D'Avaux zogt, zo fommigen mel- den , en, zo als klaar genoeg blykt, uit zyne onlangs uitgegeven' Handelingen, deeze onee- nigheid te voeden : doch Fuchs deedt zyn best, om ze weg te neemen. 't Gelukte hem eerlang ook, de Staaten en den Prins, naauwer dan fe- dert eenigen tyd, te verbinden met den Keur- vorst, door het vereffenen der gefchilleo over de agterftallen, en door het vernieuwen des voo- rigen Verbonds (ƒ)*• waarvan wy, boven (z)^ reeds gewaagd hebben. Ar,vte De Graaf van Argyle, honderdduizend gul- wordt dens bekomen hebbende van eene ryke We- gevan- duwe te Amfterdam, hadt een' merkelyken gen, en voorraad van wapenen en krygsbehoeften te Eden- r docn fv) PnFfP.NnoiiF LVjt. XIX. $. 5, 6. p. 1**2, 143$.
(3 3 Bladz. aj»2. |
||||
LIX.BOMC HISTORIE. s°s
|
|||||
doen koopen, op den naam van den Staat van l6j5#
Venetië (a), en fcheepte zig, met denzelven, -------
en eenige Duitfche Overften en Hollandfche
foldaaten, op drie kleine fchepen, met wel- burg ont- ken hy, in 't midden van Bloeimaand, eene halsd' Landing ondernam, in 't Noorden van Schot- land. Doch hy werdt, hier, eerlang, overval- len, gevat, naar Edenburg gevoerd, en openlyk onthalsd. Monmouth was, maar omtrent drie weeken na Argyle, uit Texel gezeild, meteen klein Oorlogslchip van dertig ftukken gefchuts, en twee andere Vaartuigen (F). Koning Jakob, kennis gekreegen hebbende van zynen toeleg, hadt Skehon, die, onlangs, in Chudleighs plaats, herwaards gezonden was, om, uit den naam zyner Majefteit, eene vertrouwelyke vriend - fchap op te regten met de Staaten, en met den Prinlè van Oranje (c); last gegeven, om hem hier te doen vasthouden. De Staaten hadden hiertoe verlof verleend : 't welk Monmouths vertrek verhaast hadt. Hy landde te Lyme, Mon-< in 't Westen van Engeland, deedt zig te Taun- mouth ton uitroepen voor Koning; doch kreeg zo doet zig weinig aanhang, dat men voor eenen flegten v?orK.°- uitilag zyner onderneeminge vreesde. Het "oenen"" Gefchrift, welk hy, ten deezen tyde, tegen den Koning, hadt laaten uitgaan, werdt, ook hier te Lande, gedrukt en veripreid; doch terftond, door 't Hof, verbooden Cd~). De Ko-
f «O BllIlNIT Vtl- I. p. 639.
(*; Misiive van de extra Ambasf. der Swaten van ',l May
Iftü-i. MS. Kapin Tpm. X. p. iy, 217, ïj. Cc) 'lllRNJET Fol I p. 623
CO Zie Grout-Plakaaib. IV. Detl, U. 381.
|
|||||
302 VADERLANDSCHE LIX. BoekJ
1635. Koning hadt, ondertusfchen, een Leger by-
------ eengebragt, met welk hy den Hertoge dagï
tegen te trekken. De Prins van Oranje zonde
den Heer Bentink af aan zyncn Schoonvader, om hem, van zynen wege, aan te bieden, dat hy 't bevel wel wilde voeren over 't Koningk- lyk Leger (e). Doch deeze aanbieding werde van de hand geweezen: fchoon de Koning zig zeer vergenoegd toonde, over het aficheepen van drie Schotfche Regementen in Staatfchen dienst, welke hy van hunne Hoog-Mogend- heden ter leen verzogt hadt (f). De Koning ftelde den Graaf van Fever^iam aan tot Ge- neraal. De beide Legers raakten Haags, op Hy den zestienden van Hooimaand. Monmoutli worde, kreeg de nederlaag, en werdtgevangkelyknaar oiiihn.isd. Londen gevoerd, alwaar hy, na weinige da- gen zittens, ter dood veroordeeld en onthalsd werdt (g). Sommigen tekenen aan, dat het gemeen in de Vereenigde Gewesten Mon- mouth, die den Hervormden Godsdienst be- leed: , veen goed hert toedroeg. Doch de Groo- ten zouden meer genegenheid getoond heb- ben, om den Koning te onderfteunen, op dat hy niet in de noodzaakelykheid gebragt werdt, om hulp te zoeken in Frankryk: in welk ge- val, men geloofde, dat het met den Hervorm- den Godsdienst in Engeland gedaan zou ge- weest zyn. Men vindt ook, datd'Avaux, toen men
fO Ncijorist. du Cointe d'Avaux Tom- V. p. 84, qo.
(f) Rei'ol. G^ner. Sabinthi 9 Juuy i6!k. MS. Relbl. WnVu
r, ''/nny i68s. U. 276. Ncgocist. du Cornte d'Av.aux, Tom. V. p- sv. )'.&■ iSJ Burnet /'*/. I. p. (n,\-'>tf. Rann Tom. X. p. ïC-jp,
|
||||
LIX.Boek. HISTORIE. 303
men in den Haage kennis kreeg van Monmouths 1^5;
onderneeming, gezeid zou hebben, dat Oranje ——- beter herfens hadt dan deeze ( h ). De Staaten hadden, midlerwyl, beflooten, XIV.
een buitengewoon Gezantfchap te zenuen naar ^jj""^ Engeland, om Jakob den II. geluk te wen- Siaä?fn fchen met zyne komst tot de Kroon (/), en i»ar Ea- om de Verbonden, voor deezen met Karel den geland. II. gemaakt, met hem, te vernieuwen (k). Tot dit Gezantfchap werden benoemd Jakob, Fry- heer van IVasfenaar en Duivenvoorde; der Staa- ten gewoonlyke Ambasfadeur, Arnoud van Citters, en £ verard van Weede, Heer van Dyk- veld. De Gezanten vertrokken, in den Zomer, naar Londen, en fommigen vernaaien , dat de laatfte, byzonderlyk, gelast was van den Prinfe van Oranje, om deszelfs vrienden, in Engeland, te verzekeren van zynen yver voor 't Proteftantsch geloof. Ook zou hy, om de Kerkelyken in Engeland te ondertasten, zig van de hulpe van eenen Utrechtichen Predi- kant, den ichranderften en bedreevenften in den gantfehen Vereenigden Staat (2), bediend hebben (7). Doch van deeze laatite byzonder- heid
(W) Pijffendotïf Uhr. X\)i. §. 5. p. 121 j.
(t) Rl'RNET Pnl. I. p. 64Ü.
(k) Notul. Zeel. 17 Maart 16H5. H. a. Infi, der Extr. Am-
hasl'al. MS. il/ Negotciat. du Coiiite d'Avalx Tom. IV.». 304. Tom.
V. p. 185. (2) Ficitts wordt hy genoemd , in de Negodat. da
Comte d'Avaux. On»;etwyreld, ziet men op den ver- «isarden Hermanrim IFitjhu , die thans Profesf'or en Predikant was, te Utrecht: (/-/^Burmanm Tiajcct. nu- dit. i>, 452.} en die inderdaad in Engeland gefeest i.% |
||||
3o4 VADERLANDSCHE LIX.Boek.
|
|||||||||
heid heb ik geene genoegzaame verzekering»
De Gezanten waren zo dra niet in onder- handeling getreden met Koning Jakob, of de Engelfche Staatsdienaars, en de Koning zelf klaagden zeer, over den onderftand, dien nien Monmouth en Argyle, hier te Lande, ver- leend hadt. Veelen ftelden vast, dat de Prins van Oranje de hand gehad hadt in de uitrus- ting, die, ten behoeve vanden ongelukkigen Hertog, te Amfterdam, gefchied was (m). Oolc meenden fommigen, dat zyne Hoogheid al- leen van gedrag was veranderd, na dat Mon- mouth zig voor Koning hadt doen uitroepen, 't welk de Prins niet fcheen verwagt te hebben (n). Doch aan 't Engelfche Hof fprak men, in 't eerst, niet van den Prinfe. Alleenlyk, werdt 'er geklaagd over de Stad Amfterdam, die 't fchip den Helderenberg, welk van eenen Klaas Jakobszoon de Fries gekogt, en waarmede Mon- mouth , federt, vertrokken was, niet in beilag genomen hadt, fchoon 't, door den Engel- fchen Gezant Skelton, verzogt, en door de Staaten belast geweest was ( o )• Maar de Ad- miraliteit te Amfterdam, welke deeze befchul- diging, eigenlyk, betrof, verdedigde zig, eer- lang , omftandiglyk. Zy wees aan „ dat, den „ Engelfchen Gezant geene behoorlyke aan- „ wyzing hebbende können doen, waar het „ fchip de Helderenberg en nog drie andere „ fche-
(m) PoUz Neguciat. du Comte d'Avaux Tom. V. f. iC, 21,
57, 106. ij(i. De Choisy Memciir. Tom. I'. p 20. (« 1 Negc.ciaüe du Comte n'AVAi'X Turn. V. p 93.
(0) Itcfól. IIoll. 7 Juny irt«=;. W. 178. Uefol. Gcner. Jov'u
jfuuy J635. VerUaal dei lixir. Auib. naar Engel. BIS* |
|||||||||
HSS5.
Klagten
van Ja* kob den II. over Ainlter- dnm. |
|||||||||
De Ad-
miraliteit aldaar en
de Re- peevi'iz der Stad verdedi- gen zig. |
|||||||||
LEX. Boek. HISTORIE. §05
„ fchepen te vinden waren , zy buiten ftaat
„ waren geweest, om het begeerde beflag ter ,, uitvoeringe te doen brengen , onaangezien „ zy, daartoe, terftond, de vereischtepoogin- „ gen hadden aangewend (J>)." De Regee- ring der Stad, daarenboven, befchuldigd wor- dende in Engeland, dat zy Monmouths ver- blyf in Amflerdam , en zyn vertrek van daar, met goede oogen, aaangezien hadt, en nog te- genwoordig een groot getal van Engelfche we« derfpannelingen öphieldt , onder welken , ze- kere Abraham Kick ( 3 } met naame gemeld werdt; icüreef, tot haare verdediging „ dat „ zy zo dra niet vernomen hadt, dat zeker „ fchip, de Helderenberg, voor de Stad lag, „ in meening om, met krygsbehoeften , te „ vertrekken naar Engeland , of zy hadt den „ Waterfchout gelast, 't vertrek van dit fchip , ,, geweldigiyk , te beletten ; doch de Schout „ was, ongelukkiglyk, te laat gekomen, zyn- ,, de 't fchip , drie dagen te vooren, reeds ,, vertrokken. Dat zy, wyders, wel wist, dat „ Monmouth zig eenen geruimen tyd in den ,, Haage hadt opgehouden ; doch niet, wer« „ waards hy zig, federt, begeven hadt, en of „ hy in Amflerdam geweest ware, of niet. Dat ,, zy, op 'sKonings begeerte, onderzoek naar „ Monmouth gedaan hadt, met meening om „ hem
C p } Misfivc der Adm. te Amft. ■■ »<l 20 Jmj 1685. ia <K
Reiül. Ccntr. Umx. 15 Jitlj 1BIJ5. MS. (3) Deez' werdt, in den jaare 1690, door Koning
Willem aau^elteld, tot Conlul der Engelfche Natie, t» Rotterdam. Refol.ÜQÜ. 3» Maart t<5p«. bl, 15+. XV. Dbel. V
|
||||
3o6 VADERLANDSCHE LIX. Boek
i6?s. „ hem de Stad te doen ruimen , zonder hem
„ te hebben können aantreffen. Dat, einde- „ lyk , Amlterdam , gelyk alle andere Koop- „ fteden, vervuld was met allerlei ilag van „ menfchen, en onder deezenookmetzuikeu, „ die niet altoos met de vereischteregtmaatig- „ heid oordeelden , over de handelingen van „ uitneemfche Mogendheden : zy deeden 't „ zelfs , dikwils, niet, over die van hunne „ eigene Overheid. Doch hier kwam te pas „ het oude zeggen regium est , benefacere& „ male audire , [ dat is, '/ is 't lot der Vorften, „ wel te doen , en gelasterd te worden] : 't welk „ egter niet gezeid werdt, om dat men onge- „ zind ware, te waaken tegen den hoon en de „ beledigingen , die iemant, in Amfterdam , „ den Koning van Groot - Britanje zou mo- „ gen willen aandoen : hiertoe zou men al- „ toos overboodig blyven , terwyl men ver- „ trouwde , dat de gegeven* redenen van ver- „ ontfchuldiging 's Konings misnoegen tegen „ de Regeering zouden doen bedaaren (<?)." De buitengewoone Ambasfadeurs hielden dee- ze redenen den Koning voor , by bekwaame gelegenheid. Ook fcheen hy 'er zig mede te katen vergenoegen, tot zo verre zelfs, dathy, eerlang, zekeren haak de Bra, die voor Heel- meester op den Helderenberg gevaaren hadt, en, na dat Monmouth aan land was gezet, met hetfchip, verzeild was naarBilboa, van waar men hem geboeid naar Engeland hadt gezon- den; C*") Misjiv» van Bürgern, van Amfl. aan de extr, AfflUasf, in
Engel, vaa id Juny 1OÖ5. il/S, |
||||
LIX Bork. HISTORIE. 30?
den; op verzoek van den Ambasfadeur van Cit- 11585.
tors, op vryevoeten deedtitellen (r). Ook ver- -------
Wierf de Kapitein Pfeier Abrahamszoon Braktl,
die 't fchip gevoerd hadt j en nu te Londen in hegtenis zat3 eerlang, vergiffenis van den Ko- ning (j). Maar't fchip zelf, federt, weder- om herwaards gekomen, werdt, op't einde dts jaars, in beflag genomen, teAmfterdam: van Waar het, eindelyk* naar Engeland gezonden, en ten behoeve desKonings verbeurd verklaard werdt: wordende den tegenwoordigen eige- naar , uit 's Lands Kasfe , met elfduizend gul- dens, ichadeloos gefield (;). Ondertusfchen, Verbond was het den buitengewoonen Gezanten , in P" Ia; Engeland , na eenige handeling («) , gelukt, ^ op "den twee-entwintigften van Oogstmaand , een Verdrag te fluiten , waarby de Verdragen van de jaaren 1667, 1668, 1674, en van Len- temaand des jaars 1678 , vernieuwd en beves- tigd werden (v). De Heeren van Wasfenaar- Duivenvoorde en Dykveld keerden , in Slagt- maand, herwaards te rug (w). Dcch van wege de Nederlandfche Oostin- XV.
difche Maatfcbappye, onthielden zig, ten dee- Por> |
|||||||||
Zen^
|
uilflag
|
2a
|
|||||||
<V) Misflve yen ä'c-i Ambasf, van OTTERS vbv \'4 Diay
Ift.ii). MS. (O Misfive y*.i <to Raadp. Facsi van is JulyldC. Misfive
27 Jily
van tien Ambasf» van Citters van-------
6 Mug.
(r) Rcfol. Huil. lö Aug. , 15 Sept., 3c iVor. 1685- il- 3V3j
4Ï4, 674. 17, iH, znMav, iy Jüm/168Ó. tl. 244, 249, ïöt, 3«. 13 ja». 1699. tl. 14. f») Viitiz Neguciat. du Comte d'Avaux. Tom. V. p. lot»,
I>3, I5I. I92.
(v) Voiez Du Mont Corps Diplomat. Tum. VII. P. II* Jb
Ito. Nutul. Zeel. ióS',. il. 174. (w'j UM. Möic van 1Ö35. tl. 190-192, V 2
|
|||||||||
3o8 VADERLANDSCHE L1X. Boek.
irtf!5 zen tyde , Gemagtigd'en te Londen, onlangs,
------- derwaards gezonden, tot vereffening van een
v-n der. zwaar gefchil, welk, federt eenige jaaren, tus-
?-t!,',im fchen de twee Maatichappyen , ontllaan was ,' oorlog, e!1 waarvan wy Wer een beknopt verilag moe- ten invoegen. Sultan Agon, Koning van Ban- tam, die, van ouds, byna in geduurige vyand- fchap plag te leeven met de Nederlandfche Oostindifche Maatfchappye, waarvan den En- gelfchen de voornaamite fchuld gegeven werdt,' hadt, in 't jaar 1680, de Regeering aan zynea oudften Zoon, AbdulKabär Aba Nazar, over- gegeven , en beilooten , zyne dagen te eindi- gen, op eene Landlioeve, niet verre van Ban- tam , alleenlyk een jaarlyks inkomen bedingen- de , tot zyn onderhoud. De jonge Koning , die de zaaken der Nederlandfche Maatfchappye altoosbeganftigdhadt, vaardigde,terftond,eert Gezamfchap af naar Batavia , om der Hooge Regeeringe aldaar kennis te geeveh van zyne komst tot de Kroon , en om de Vrede te her- ftellen, en de oude Verbonden te vernieuwen ; gelyk gefchiedde. Doch, in 't volgende jaar, zondt de Koning ook Gezanten naar Engeland, met gelyke boodfehap. Karel de II. beloofde, dat hy ieniant afvaardigen zou naar Bantam , om een nader Verbond te maaken met den Ko- ning. Ondertusfchen, hadt de Nederlandfche Maatfchappy , door middel van Willem Kalf , haaren bewindsman te Bantam , de gunst des jongen Konings t'eenemaal weeten te winnen , en eenen voordeeligen handel gevestigd in dee- ze Stad. De Franfchen, de Deenen, en voor- al de Engelfchen, die allen hier ook hunne Komp*
|
||||||
LIX.Boèk. HISTORIE. 309
Komptoiren hadden, zagen dit aan met afgunst, 1685,
en zogten den Koning te vervreemden van den ------
onzen. Doch dit gelukte niet. Men ftookte,
daarna , het misnoegen aan , welk ontftaan was, tusfchen den Koning en'eenige Grooten, die hunne rekening niet vonden by de tegen- woordige Regeering. De oude Koning zelf, wiens inkomften wat te traag voldaan werden , liet zig ophitfen tegen zynen Zoon , en bele- gerde , in 't begin des jaars 1682, de Sterkte, door den jongen Koning, onlangs, te Bantam, opgeworpen. De Engelfchen enDeenenfpron- gen den ouden Vorst by. De jonge Koning zondt toen om hulp naar Batavia. De Regee- ring aldaar vaardigde eerst eenigen af naar Ban- tam , en boodt zig als middelaar aan, tusfchen den Vader en den Zoon; doch de oude Ko- ning weigerde den Gezanten gehoor. Men belloot dan, eenige manfchap , onder Karel Hartfink , af te zenden , met last om 't beleg te flaan voor Tangerang, en hierdoor, ware 't mogelyk, den ouden Vorst uit Bantam te trek- ken. Tangerang werdt, ftormenderhand, ver- overd. Hierna, werdt haak de S. Martin , met meerder volk , gezonden naar Bantam , welk, reeds te vooren, geplonderd en verbrand was , behalve dat de Franfche , Engelfche en Deenfche Logien verfchoond waren. De oude Vorst lag nqg voor 't Kasteel. Doch men dwong hem, na eenigen tegenftand, hals over hoofd, de vlugt te neemen uit Bantam. Hiermede was de jonge Koning herfteld op den Troon. Hy deedt, om zyne erkentenis te toonen aan de r>s eö. onzen , qn uit haat tegen de andere Europeaa- geifdien V 3 nen, wardea |
||||
5io VADERLANDSCHE XIX Boek,
|
|||||
1585. nen, die zynen Vader geholpen hadden, hun,
------ en in 't byzonder den Engeliehen , terfrond ,
verdree- allen handel en verblyf in Bantam verbieden.
Bantam ^0^ ^et ^v °e Engelfche vlag, die van 't huis
van eenen hunner Koopiuiden waaide, weg- neemen. Alle de Engelfchen, die zig op Ban- tam bevonden , werden , met Nederlandfche fchepen , gevoerd naar Batavia. De oorlog - Êusfchen den Vader en den Zoon duurde nog eenigen tyd. Doch de oude Vorst werdt, ein- delyïc, met hulp der Maatfchappye, t'eenemaal overwonnen; in't gebergte, werwaards hy ge- vlugt was , gevat, en naar Batavia gevoerd j daarhy bewaard werdt (#)• De En- De Engelfche Qostindifche Maatfchappy getfche hadt, andertusfchen, zo dra geene kennis ge- r"hTr>v ^reegen van 't verdryven haarer bewindslui- wyt zulks den uit Bantam, of zy klaagde Koning Karel, óm on- „ dat de onzen , federt drie jaaren , de twee ?en» „ Koningen van Bantam hadden gezogt te. ,, beweegen , om alle andere Europilche vol- „ ken uit hun Land te verdryven; in welkge- „ val, zy aannamen, de Peper een agtfte hoo- „ ger te ontvangen. Dat zy den ouden Ko- „ ning, die zynen Zoon de Regeering niet „ volkomenlyk hadt afgeftaan } niet hadden 3, können beweegen ; doch dat de jonge Ko- „ ning zig hadt laaten ompraatcn ; dat de ou- „ de Koning, hierop, met een Leger, inBan- „ tam gekomen ; doch door de Nederlanders „ gedwongen was te wykeq; dat de jonge Ko- (#") M-tnoir. du Comtc de Fobrin Tom T. p- R8 & ftiiy.
A- Bogaauts Hist. Reizen 1. Ikek, XII. ffnofdd. lil. 14» enz.» HoH. Merc. van 168a. tl, 250. |
|||||
31 *
|
||||||||||
HISTORIE.
|
||||||||||
LÏX. Boek.
|
||||||||||
„ ning toen den Engelfchen bevolen hadt, te i6t§.
„ vertrekken; aan welk bevel zy, gedwongen ——- „ door de Hollanders, hadden moeten vol- „ doen j en dat zy, daarna, eenige maanden, „ op Batavia, getoefd hebbende, ook last ge- „ kreegen hadden, om van daar te verhuizen." Men bragt deeze klagten , wel haast, in den Haage. De Staaten , dezelven gehoord heb- die zfg bende, ontbooden, terftond, Gemagtigden der verdedl Oostindifche Maatfchappyedeezer Landen, die ßen* hun een gantsch ander verilag van 't gebeurde deeden : de Engelfchen befchuldigende, dat zy den ouden Koning tegen de onzen en tegen zynen Zoon, hadden opgehitst, hem, daaren- boven , rykelyk voorziende van KrygsbehoefJ- ten. Voorts , ontkenden ze , eenigen toeleg gehad te hebben, om de andere volken te doen verdryven uit Bantam. Men ftelde dit antwoord den Engelfchen Gezant Chudleigh in handen. Ook deedt de Ambasfadeur van Citters zyn best, om den Koning te overtuigen , dat de Engelfchen het ongeluk , welk hun te Ban- tam overgekomen was , zig zelven te wyten hadden ( y )'. Doch dit gelukte niet. De Koning ftondt op vergoeding van fchade ( z ). Van Citters kwam , ten laatfte , zo ver, dat hy begeerde , dat de Engelfche Maatfchappy eene begrooting maakte van de fchade, wel- ke zy geleeden hadt. De Koning verftondt, dat zulks , door wederzydfche Gemagtigden, be-
(y~) Vprhsnf yvti den Ambasf. van C'TTFrs vau l6?3, IÖ84,
f685. MS. Hol]. Mm. van 16Ü3. H. 44-58. £*) M.itul. Zeel. 3 Jan. 1684. bl. 7. |
||||||||||
V4
|
||||||||||
312 VADERLANDSCHE LIX.Boek.
|
|||||
KS85. behoorde te gefchieden. De Staaten befloo-
-------ten, hierop, Antoni Heinfius, Penüonaris van
De Staa- Delft, Izaak van den Heuvel, Oud-Schepen
ten zen. en j^aa(j van Amfterdam , Kornelis Teereftein inagtis-" van Halewyn, Raad in den Hove van Holland , den naar en Adriaan van Borfele. van der Hooge , Raad in tonden, den Hoogen Raade , te magtigen , om de ge- fchilien met de Engelfche Maatfchappye te vereffenen. Hun waren , tot hunne onderrig- tinge , toegevoegd Gerrit Hooft, Oud-Sche- pen en Raad van Amfterdam, Jakobyan Hoorn, Oud Burgemeester van Vlisfingen, Salomon de Blocquery, en Adriaan Paacs , Vroedfchap te Rotterdam. Doch 't leedt tot in 't begin dee- tHe', on- zes jaars 1685, eer zy op reis gingen (V). De verrigter j00d dfcs Konings ftremde de onderhandelingen zaarkt '»e vü0r eenen 'y^ '■> en toen men 'er mede voort- ren. " 6mg» rees 'er zo vee^ geichil (^), dat de Ge- magtigden, eindelyk, on verrigter zaake, in de Kieawa Lente des jaars 1686, mar huis keerden. De klagten Engelfche Gezant Skelton klaagde , daarna , der En- over nieuwe mishandelingen , welken de En- geliehen, geifchen voorgaven van de onzen in de Indien geleeden te hebben. De onzen verantwoord- den zig. Doch deeze nieuwe twist maakte het vereffenen des Bantamf chen gefchils te moeily- ker. De Nederlandfche Maatfchappy leverde, eerlang, een wydluftig Vertoog, ter algemee- ne Staatsvergaderinge , over, waarin zy 't ge- beurde te Bantam van den grond ophaalde , Zig zelve verdedigde, en aanwees, dat de En- gel- O) Holl. Merc. ven ifif?4. il. aCfi-urfa tan l<S8s. bl. 153.
ïi) MisCve tui: der, AutfaisT. van Otters van A Maart 16B6. J/J. |
|||||
LIX.Boek. HISTORIE.
|
|||||||
3*3
|
|||||||
gelfchen, door het byftaan des ouden Konings, 16R5,
den jongen tot toorn verwekt hadden. Ook wyze, wederlegd ( c). Midlerwyl, baarde de ééne vyandlykheid de andere, in de Indien. De Engelfchen klaagden , in 't jaar 1687, dat de onzen hun , te Mazulipatnarn, op ae kust van Koromandel , en te Betancapas , op de westkust van Sumatra , groote fchade hadden toegebragt. De Bewindhebbers verdedigden zig, naar gewoonte, tegen deeze klagten, ter algemecne Staatsvergaderinge ( d~). Doch de gevaarlyke toeftand, in welken het Ryk zig toen bevondt, was oorzaak, dat de hangende gefchillen tusfchen de twee Maatfchappyen niet werden afgedaan. • Men begon , terftond na de verheffing van XVI.
Jakob den II. op den Troon, reeds te dugten, Poogin- dat de Koning niet flegts wijjekeurig zogt te se" »■» regeeren ; maar zelfs den Roomfchen Gods- ien°ir. dienst, openlyk, te doen oefenen en voort- om den planten in zyne Ryken. De uitvoering van Room- beide deeze oogmerken moest noodwendig op- **'n fchudding verwekken onder 't gemeen , voor- A°Q£X Jn al, om dat de Koning zig, door de Roomfche zynoRy- Geestelyken., liet aanzetten, omhetlaatfteoog- ken in te merk, niet allengskens, maar terftond, en met VOären« veel drift, ter uitvoeringe te doen brengen (e): eifchende hy, in de eerfte plaats, dat het Par- lement zorg droege voor het onderhoud eener aan-
(c) Refbl. Gener. Jovis a Mxj iS«5. MS. Hol!. Merc yen
lf)8Cf il. 1-4». { 4 ) Holl. Merc. van 1687. *'• 1*3« '47« QiJ Rapin Tom. X. p. 33, 35» 37« V5
|
|||||||
$14 VADERLANDSCHE LIXBoek,
|
|||||
ÏS85. aanzienlyke Landmagt, en niet vreemd vondt,
-____dit de bevelhebbers, voor een groot gedeelte,
H Roomschgezüid waren. Het laatfte (treedt vier■
j/^gj'/kant met de wetten , welken vorderden , dat
Akte te niemant eenig voornaam Ampt bekleedde, dan doen af- die gezwooren hadt „ dat hy de Roomfche Ichnffe». js Rerlc niet hieldt voor de algemeene; dat hy „ den Paus geenerlei gezag toefchreef, noch „ over de Kerk in't gemeen, noch over zynen „ Perfoon in 't byzonder ; dat hy de Tranfuh- „ fiantiatie verwierp , en niet verftondt, dat „ de Roomfche Kerk alleen regt hadt, om de „ Schriftuur uitteleggen." Het bewys, welk ieder , die tot eenig ampt begeerde bevorderd te worden , toonen moest, en welk inhieldt, dat hy deezen eed hadt afgelegd , droeg den naam van Test - Akte , of Akte van beproeving/:, en diende om de Roomfchen inzonuerheiu te onderfcheiden van de Ünroomfchen (ƒ). Zo dra de Koning, derhalve, begeerde, dat men de Test-Akte niet vorderde vandeKrygsover- ften , ontdekte zig zyn oogmerk. Het Huis der Gemeenten was ongezind, om het te be- vorderen. Doch de Koning ftoorde'er zig lut- tel aan. De voornaamfte Ampten werden aan Roomfchen gegeven, en de Roomsch - Katho- lyke Godsdienst openlyk geoefend (g). XVII. Veelen begonden nu te dugten , dat men 't ïlerro«- f)p fe uitrooijing van den Hervormden Gods- 'Pt"l^™n dienst hadt toegelegd : waartoe te meer reden van Niio- fcheen , om dat Lodewyk de XIV, zig, naar 't
(f) R*i>w T-m. IX. p. »gj,
ig") Rapin Tornt X. y 4$, |
|||||
ÏJXBoEK, HISTORIE. 31$
't fchynt, willende bedienen van de gelegen- i6?s-
heid, die thans, ook jn Groot Britanje, gun--------
ilïg was voor den Roomfchen Godsdienst (4), 'es '/»
in Wynmaand deezes jaars 1685, het Ediè of Fr*rl " Gebod van Nantes , waarby Henrik de IV, ry in 't jaar 1598, den Gereformeerden in zyne Ryken vryheidvan Godsdienst - oefening hadt toegeitaan, openlyk herroepen hadt (/). De Zwaar«? Koning hadt , federt eenen geruimen tyd, be- 'f1'^ flooten, den Gereformeerden de vryheid te be- f"st"' neemen , welke zy zo lang genooten hadden verm- in Frankryk. In 't jaar 1680, hadt hy ze uit- don. geflooten van eenige kleine Ampten , welken Zy, tot hiertoe, badden mogen bekleeden, ten zelfdentyde, verbiedende, dateenigRooinsch- Katbolyk de zogenaamde Hervormde Lr-r zou mogen aanneemen , op zekere zwaare ftraf- fe. Ook beval hy , dat alle zulke Gerefor- meerde Kerken , alwaar een Katholyk afzwee- ring van zyn gevoelen gedaan hadt, voor altoos, geflooten zouden v/orden (£)• 1° 'c volgende jaar , verklaarde hy , op 't aanhou- den der Geestelyken , dat de kinderen der Ge- reformeerden , zo dra zy zeven jaaren bereikt zouden hebben, tot den Katholyken Gods- dienst zouden mogen aangenomen worden ; en deeze verklaaring bewoog veelc Gerefor- meerden , om met hunne kinderen het Ryk te verlaaten , en zig , met der woon , te begee- ven naar Engeland en Holland , alwaar zy met
(h) See TtrniPT Vol. I- p. <\<;.
O 1 I oUz Dn M 'NT Onrps Piplrm. Tim. VII. ƒ>. IT. p. n-.
(k) DaNiI.i jouuia! , p CXXXVJJ.
|
|||||
•
|
|||||
gi6 VADERLANDSCHE LIX.Boek;
M85. met opene armen ontvangen werden (/). Mid-
■—— lerwyl, werden veele Gereformeerde Kerken geilooten, of afgebroken , onder voorwendfel, dat men, aldaar, Roomsch-Katholyken hadt aangenomen: 't welk egter niet was toegegaan zonder hier en daar eenige opfchudding ver- wekt te hebben. De Roomfche Geestelyken maakten, in 't jaar i6üi, een ontwerp, ftrok- kende om de Gereformeerden met de lloom- fchen te vereenigen. Het werdt, op last des Konings , aan de Gereformeerden te Charen- ton overhandigd, die 't niet hadden können goedkeuren (m~). Om hen hiertoe te nood- zaaken, werden zy, federt, aan veele oorden, gekweld en verdrukt. Da Koning verboodt hun, uit het Ryk te vertrekken, en zondt Dra- gonders in hunne huizen, die, aldaar, op be- fcheidenheid , leefden , tot dat de bewooners zig , gelyk men 't noemde , vereenigd hadden met de Kerke. Die dit geweld zogten te ont- vlugten , en betrapt werden, bande men op de galeien , zo 't mans waren : de vrouwen werden in Kloosters geftcken. Veelen verlie- ten toen het aangenomen geloof (V). De ver- volging wakkerde fterk , na 't herroepen van 't Edici van Nantes , in deezen jaare 1685. 't Voorwendfel deezer herroepinge was, dat de redenen , waarom dit Edift verleend was , nu geene plaats moer hadden ; en dat de Koning maar
f O Negncint-. dn Omr.te d*Avai'X Tom I. p. 151, 157%
964 , ?6o. ilo'i. More. v«« l6!!< bt '4r,-i5D- (m ! Hill. Merc. van i(j8). M. 147- 'SA (n j Rurnet l'al. I. p. C';,8-06s. Puffendorp Lilt. XiJ?» jj. iC. f. 1^30. |
||||
LIX.Boek. HISTORIE. 317
maar dénen Godsdienst begeerde geoefend te i#$.
hebben, in zynRyk. Mén verfchoonde zelfs ------; gcene gebooren' Hollanders , die zig in Frank-
ryk hadden nedergezet, van de a!gemeene ver- volging ; hoe zeer de Heer van Starrenberg hier over klaagde , uit den naam der Staaten (0). In 't Prinsdom Oranje, werdt, zo llerk als er- 'tprfM, gcns , gewoed tegen de Hervormden , fchoon dom 'erde Prins , meer dan eens, over fchreef aan Oranje den Koning : die hem zo luttel gehoor gaf, w"^urd dat hy, weinige maanden laater, het Prinsdom ver. verbeurd verklaarde, en met Provence veree- kiiard. nigde (/»). De meeste Gereformeerden verlieten alles, De Her-
wat zy in Frankryk hadden, om de woede der vormden vervolgeren te ontwyken , en begaven zig, vlugt«n in grooten getale , naar Engeland , Holland, J^n" e° Duitschland en Zwiiferland ( q). In Holland, elders., werdt terftond gezorgd voor het onderhoud dergevlugte Predikanten, wordende aan hun, die met kinderen belast waren , vierhonderd , en aan hun , die vrouwen noch kinderen had- den , tweehonderd en vyfrig guldens 's jaars toegelegd (>.). Ook werdt zeker gezelfchap van Franfche juftefs, die zig , onder 't beftier van Maria du Moulin, te Haarlem, nederzetteden, veele jaaren agtereen, met tweeduizend guldens in 't jaar, onderfteund (f). De Maarfchalk van Schom-
(O Rcfol. Hoü. a<5 Sept. to, il Otf. 1685. W. 448 ,62©,fi4U
3 April Kiflfi. bl. 176. (pj Ilt.RNET Vul. J. p. 663. Holi. Mcrc. yen i68rt. bl. ivfi Oj HoU. Mete, van 1685. tl. «04-207, Daniel Journal, (_r j Refol. Holl. 83 Jm. IG~8<S. bl. 10. Zie Groot-Plakalrt»,
IV. Deel, bi. 348. C*j Zie, onder anderen, Refol, Holl. 23 Jari. lög«. H. ig,
&i vcele volgende jaare». |
||||
4
|
|||||
giS VADERLANDSCHÈ LIX.Boek,
iöi$. Seliomberg , die den Hervormden Godsdienst
—■■ ning van Frankryk , om zig met der woon te begeeven naar Engeland (*). De vervolging duurde eenige jaaren ( u ) , en hieldt niet op i voor dat alle de Hervormde Kerken verdelgd , en de Hervormden, in fchyn of waarlyk, tot het Roomfche geloof bekeerd, of gevangen, of ge- bannen , of ten Lande uitgeweeken waren. Verwol- 't Jaar 1685, waarin de zwaarfte vervolging giag <ier jn Frankryk aanhief, was , ook aan andere oor- TT^" ^en ' nacteeuS voor den Hervormden Gods- Dai'iii- dienst- Van de verandering in Engeland, daar den. de Koning zig openlyk Roomsch verklaard hadt, hebben wy reeds gewaagd. In den Zomer dee- zes zelfden jaars , overleedt de Paltsgraaf Ka- rel Lodewyk , zonder kinderen na te laatem De Keurvorftelyke waardigheid verflierf toen op den Hertoge van Nieuwburg , die fterk yverde voor het Roomfche geloof. In Win- termaand , herriep de Hertog van Savoje de Edidten , waarby zyn Vader, den Pietnontee- zen of Waldenzen vryheid van Godsdienst vergund hadt. Hy was, zo men wii, tot dee- ze itrengheid bewoogen, door de 'redenen, of liever door de bedreigingen van het Franfche Hof (v). Verfcheiden' Mogendheden, en on- der anderen de Staaten der Vereenigde Ge- westen ; fchreeven den Hertoge ernftelyk, ten behoeve der Dalluiden : 't welk meer niet uit- werkte , dan dat de Hertog hun verlof gaf • om,
f O Holl. Mcrc. ran iiW. U. 138.
f«) Holl. Merc. van 1^)87. 61. 186. VoUz nuifl Ncgociat, dit
Comte ri'AvAux, 'D>m IV. p. «yo> Tom» V. p. ï^u« (_y) liuRMür Fol, 1. p' Gé$. |
|||||
tJX.Boßß.
|
|||||||||
HISTORIE.
|
|||||||||
Si?
|
|||||||||
om , binnen agt dagen , uit zyn Land te ver- 1685.
trekken , en hunne goederen vooraf te gelde
te maaken, of zes Gemagtigden te ftellen , die
't, naderhand , doen zouden. Doch de Pie- monteezen, hierin geenen zin hebbende, ver- fterkten zig , binnen de ontoegangkelyke Va- leijen , waar zy woonden. Hier werden zy , door de Savooilche en Franfche troepen, in de Lente des jaars 1606 , overvallen , en eerlang gedwongen , zig, op genade en ongenade, te onderwerpen ( w). Veelen waren, midlerwyl, geweeken naar Zwitferland en Geneve , al- waar't hun egter aan behoorlyk onderhoud ont- brak : waarom 'er, in verfcheiden' Landen, en onder anderen in deezen Staat, in 't jaar i68~, eene liefddaadige gifte voor hun verzameii werdt (x~). De K~oning van Groot - Britanje liet het, on- XVIIL
dertusfchen , niet, by het ilraffen van Mon- J»kob de mouth en Argyle ; maar allen , die men hieldt ^T v™" deel aan den opftand gehad te hebben , wer- ^e Sua- den ftrengelyk vervolgd, en openlyk of hei- ten een melyk ter dood gebragt. Men houdt voor groot ge zeker , dat 'er , by deeze gelegenheid , veele j^JÏÏL onichuldige Protestanten in ly Jen raakten. Een we(ir. ' groot getal, fchuldigen en onfchuldigen, ver- fpan»&i het toen het Ryk. De Koning hadt, reeds in 'inseu Bloei - en Zomermaand, lysten van omtrent v°^11% honderd zogenaamde wederlpannelingen over- gezonden aan de Staaten, met verzoek, eerst, dat zy uit de Vereenigde Gewesten gebannen , daarna, dat zy gevat moeten worden. Onder dit
fw) UjII. Mcrc. van i(>&6. il. 114-15^.
(,sj Huil, Mei« vm lö??. il, lilj-iyi. |
|||||||||
32o VADERLANDS CHE LIX.Boek.
16B5. die getal, waren ook de beroemde Joannes Loc-
------ke , gewezen Geheimlchryver van den Graave
van Shaftsbury, en verfcheiden'andere Luiden:
van naatne. De Staaren gaven , om den Ko- ning te believen , last tot het opzoeken deczer luiden (y ). Doch dit gefchiedde zo traag, of i635 zo agteioos , dat 'er geenen gevonden werden 't (2). De Gezant Skelton leverde den Staaten, daarna , nog een veel grooter lyst over , van
mans- en vrouwsperfoonen van allerlei rang , tot het opzoeken van welken, wederom, open- baar bevel gegeven werdt: 't welk ook behoor- de te gefchieden , in gevolge der Bredafche Vrede , die nu vernieuwd en bekragtigd was. Doch, by een nader Plakaat, werdt hun, ins- gelyks ingevolge der genoemde Vrede, vyftien dagen tyds gegeven, om deeze Landen te ver- inaten (a). Ook weet ik niet, dat 'er, tendee- zen tyue, hier, eenige Engelfchen in hegtcnis raakten. Onlust Tuslchen Frankryk en Spanje, was, in den tusfehen aanvang des jaars 1686, wederom eenige on- Frankryk just ontfl-aan ? (jie egter fpoedig geflist werdt. Ie. Pan* Lodewyk de XiV. vorderde van het Spaan- fche Hof vergoeding van vyftigduizend (tuk- ken van agten , wegens eene belasting , door Koning Karel, gelegd op de Franfche goederen in de Indien. Ook was 'er, in de Corunha, een Fransch fchip aangehaald, welk Koning Lodewyk begeerde ontflaagen te hebben. Doch men-
O) Rcfbl. Gener. Lune 20 May ift85> US, Refol. Hol!.'
16, 18 Mey, 8 Juny, 12, 17 July 1C185, W. 199, 214, 281» 282 123-
(~) Misfive van den Atnliasf, van CiTTERS van T§ Mswfê
1686. DIS. Hol!- Merc. yan ifihfj. hl. 176. . (.«J Groot -Plakantb. IV. Vol, VI. 382, 384, |
||||
LIX.Boek. HISTORIE. 321
men gaf zynen Ambasfadeur te Madrid geen i66&
antwoord naar genoegen. Hy lei dan eerst ■ beflag op eenige Nederlandfchc goederen in Frankryk, en zondt, daarna, vyftig Oorlogs- fchepen in zee, onder den Maarfchalk d'Ès- trées, die zig, in Bloeimaand, vertoonden voor de baaije vanKadix,en zo veel fchriksverwek- ten in Spanje, daar men flegts twintig Oorlogs- fchepen gereed hadt, dat 'er, in Zomermaand , een Verdrag geflooten werdt, waarby Spanje aan Frankryk de gevorderde vyftigduizend {luk- ken vaH agten beloofde te zullen voldoen: ge- lyk, federt, gefchiedde: waarna de Franfche Vloot naar huis keerde (#). Doch terwyl de Hertog van Montemar, met Scherp
agt Franfche Oorlogsfchepen, nog voor Kadix gevent lag, viel 'er een fcherp'gevegt voor, tusfchen tusfchen een Fransch en een Staatsch Ooriogsfchip, i?ransch waarvan wy de gelegenheid en uitflag, korte- en een lyk, melden moeten. De Staaten hadden, in Staursch de Lente deezes jaars, den Graaf van Styrum, Sjjl0'-^ met een Esquader Oorlogsfchepen, gezonden naar de Straat, om eene Koopvaardy vloot der- waards te geleiden; om op de Algierynen, die thans met den Staat in oorlog waren, en vee- Ie fchepen wegnamen (c), te pasfên; en voor- al, tot befcheiTflinge der Spaanfche Gallioe- nen, die uit Amerika verwagt werden. Twee fchepen van dit Esquader, gevoerd door de Kapiteins Mawt en Ewyk, kwamen, den twee- en-» (£) poil. Merc. van i58<5. il. 75-80, 94, 95. D.iNUt Jwr«
mU p. CXLVJ. Qcj Zie Huil. Merc. van 16M. H. »04. XV. Deel. X
|
||||
322 VADERLANDSCHE LIX.Boek.
1686. entwintigften van Bloeimaand, op de reede
V—— van Lagos, om rortdhout in te neemen. Doch de Franfchen, hun dit belettende, noodzaak- ten ze, door dreigen, om, nevens hen, naar Kadix, of naar 't naauw van de Straat te zei- len. Ewyk zogt, nogtans, met het vallen van den avond, af te raaken van de Franfchen. Maar Montemar zondt hem een Fregat van zestig ftukken, gevoerd door den Heere de Bel- wie , agter na; die met fcherp op hem fchoot. Ewyk, hierop wendende ».gaf den Franschman de volle laag. Toen otóondt 'er een vinnig gevegt, welk drie uuren duurde. Ewyk en vier der zynen werden dood gefchooten. Van de Franfchen, waren veertig man gefneuveld, 't Gevegt nam^een einde, op de aankomst van Montemar, met de overige fchepen. De Fran- fchen, te Kadix gekomen, gaven voor, dat alles misyerftand geweest was, en lieten de Staatfche Oorlogsfchepen vertrekken , wer- Weder- waards zy wilden. De Staaten, kennis gekree- zydfche gen hebbende van deeze ontmoeting, klaag- overdee- den, over 'l geleeden ongelyk, aan den Graa- ze om- ve d'Avaux, en verzogten, deswege, voldoe- moeting. ning. Maar d'Avaux beweerde „ dat Manen „ en Ewyk zig,door beloften, verbonden had- „ den, om met Montemar te zeilen; dat de „ laatfte zig van 't Frans.ch Esquader hadt „ gezogt te ontdonkeren, en hierom het on- „ geluk, welk hem overgekomen was,zigzel- „ ven te wyten hadt (//)." Voorts, deeden de Staa-
(<0 Refol. Gwier. Luim 10 Martis u jfunii 1086. H. ?35»
»37- |
||||
UK. Boek. HISTORIE. gag
Staaten ook klaagen aan den Koning, door den i6l6.
Heere van vStarrenberg, hunnen Ambasfadeur —=—5 aan 't Franfche Hof. Doch men gaf deezen genoegzaam te veritaan „ dat de Maarfchalk „ d'Estrées, vernomen hebbende, dat het ;, Spaanfche Hof agterlyker werdt, om mét „ Frankryk te fluiten, doordien het zig vlei- ,, de met de hulp der Staaten, argwaan hadt „ opgevat, over de aankomst der Staatfche D, Oorlogsfchepen, omtrent de kusten van „ Spanje; en dat, hieruit, de affpraale om fa- 5, men te zeilen, en daarna ook liet gevegt ge- j, volgd was." Starrenberg verzekerde den Franfchen Scaatsdienaaren, dat de Staaten, zynè Meesters, geen voorneemen altoos gehad had- den , om den Koning van Spanje eenige hulp toe te fchikken; dat hunne uitrusting hier niet naar gefchikt geweest was,en dat KoningKarel hun zelfs geene kennis gegeven hadt van dé verfchillen met het Franfche Hof. De Fran- fchen fcheenen dit te gelooven; doch wildert van geene voldoening hooren (<?): en nadat men zig met Spanje verdraagen hadt, werdt 'er niet meer gerept van het gevegt tusfehen de twee Oorlogsfchepen. Het twintigjaarig Beftanct, in Oogstmaand Verbond!
des jaars 1684, door Frankryk, met het Kei- ,ius,clJe™ zerryk en met Spanje, geflooten, ftekdé den 2"", de" Keizer, de Ryksvorften, die 't met hem hiel- Konin- den, en den Koning van Spanje, zo weinig ge» van ge sPa"Je*
O) Misfive van dsn Ambssr. van CtTTBR's vktt ,{ Junj
*C3ö. WS. van den Atnbasf. van HbemsRerk vat 19 May, löürt. MS. Holl. Merc. van ifiSö. W. 80 -jj,}. ftcgoust. ét tSointe d'Avaux Tom. V.p. 281. X 2
|
||||
LIX. BoEJt»
|
|||||||
324 VADERLANDSCHE
|
|||||||
\6%6 gerust tegen de onderneemingen van Frankryk
-------dat men, federt eenigen tyd, reeds heimelyk
gwee- gearbeid hadt, aan een nader Verbond, tus-
de"r >fa- fchen verfcheiden' Mogendheden, die Frankryk den'CVor- mistrouwden. De Prins van Oranje deedt , ftenen zo fommigen fchryven (ƒ), zyn best, om dit Souden Verbond, onder de hand, te bevorderen. fSuPDviit' ^en handelde 'er over, te Augsburg, daar het, Ryk". eindelyk, in Hooimaand deezes jaars, geflooten werdt, tusfchen den Keizer, den Koning van Spanje, wegens den Bourgondifchen Kreits, waaronder de Nederlanden gerekend werden; den Koning van Zvveeden, wegens zyne Ryks- Landen, in verfcheiden' Kreitfèn gelegen; den Keurvorst van Beieren en den Beierfchen Kreits, den Frankifchen Kreits en het Huis van Saxen, en eenige andere Duitfche Stenden. Men verbondt zig tot de handhaaving van het Beftand, en kwam overeen, wegens de man- fchap, die elk der Bondgenooten, ten dee- zen einde, opbrengen zou(g). De Koning van Frankryk hadt zig veel moeite gegeven, om het fluiten van dit Verbond te voorkomen. Doch zyne poogingen waren vrugteloos uitge- vallen. Hyhadt, midlerwyl, eene Sterkte en brug over den Ryn by Hunningen laaten maa- ken, op den Bodem des Markgraafs van Ba* den-Durlach, zonder zig te kreunen aan de Vertoogen, welken hiertegen gedaan werden (/£). Ook wist hy, om zyne party in Duitsch- land
(f) Daniel Journal, p. CXF.VJ.
ie3 y°>ez Du Muiit Corps IJiplotn. Tom. VII. P. II. p.
»31. »31;- X h~) Hoü. Metc. van «68(5. tl. 97-114 IJounobruke Letter»
F'4. I. p, 304. |
|||||||
LIX.Boek. HISTORIE. 2*5
|
||||||
land te ftyven, te wege te brengen, dat aan 16SG.
Prinfe Willem van Furftemberg, vanwien wy, meermaalen, gewaagd hebben, in Herfstmaand deezes jaars, een Kardinaals-hoed vereerd werdt ( t"). De Staaten der Vereenigde Gewesten had- Verband
den, op den twaalfden van Louwmaand dee- tweede» zes jaars, de Verbonden, voor deezen gemaakt en de met Karel den XI, Koning van Zweèden,ver- Stawea nieuwd en bevestigd, voor den tyd van twin- tig jaaren (£). De Koning van Deenemarke, heimelylc ver- XIX
ftand houdende met eenigen uit de Regeerin- 0nltj"«» ge van Hamburg, begeerde, in Zomermaand de'i^Ko- deezes jaars, te Gelukftad zynde, tot Erf heer r. in? van deezer vrye Ryksftad ingehuldigd te worden :• Deene-, en trok, toen men hem dit weigerde, met een ?arske j° Leger, voorde Stad, die, eerlang vinnig be- nam. fchooten werdt. 'sKonings Gezant in den Haa- burg. ge hadt den Staaten, terftond, kennis gege- ven van deeze onderneeming, er te gelyk ver- klaard „ hoe de Koning, zyn Meester, ver- „ trouwde, dat hunne Hoog-Mogendheden „ de zyde niet kiezen zouden van eene Stad, „ op welke hy een gegrond regt hadt: te min- „ der, om dat zy den Koophandel van dee- „ zen Staat, en dien van Amfterdam in 't „ byzonder, door het aanregten van verfchei- „ den' nieuwigheden op de Elve, grooten „ overlast hadt aangedaan: voor welken men „ niet
(O Daniel Jonrn»!, p- CXLVII.
Ï*J t'wz Uu MtiNT Corps Diplom. 2'»«, VIL J". II« £.1M»
|
||||||
X 3
|
||||||
326 VADERLANDSCHE LUv.Boek,
|
|||||
iêS6. „ niet te dugten zou hebben, wanneer de Stad,
„ ke zyn zou." De Gezant der Hanze-Steden, onder welken Hamburg was, verzogt, daar- entegen, de Staaten, dat zy, door hunne tus- fchenfpraak, den Koning beweegen wilden, om de Stad in rust te laaten. Doch ik "vind niet, dat de Staaten hiertoe gearbeid hebben. De Stad, midlerwyl, verfterking van Branden- burgfche en Lunenburgfche troepen bekomen hebbende, ftondt het beleg wakkerlyk door, en noodzaakte de Deenen,' eindelyk, haar te verlaaten, in Wynmaand. Twee Leden van een dertigtal van bewindsluiden, doordebur- gery gekooren, befchuldigd, dat zy heimelyk veritand, ten nadeele der Stad, gehouden had-; den met de Deenen, werden, federt, met de dood gefh-aft (/). SX Op 't einde des voorleeden jaars of al eer- Ontdek- der, hadtmen, in Holland, ontdekt, dat ver- hing van fchejden' Komtnifen ter recherche of onderzoek, zuhnin't gelyk ze. genoemd worden, zig kwalykgekwee- Koiiegie ten hadden van hun ampt enpligt, welk be- ter Ad- ftaat, in zorg te draagen, dat 's Lands inko- o'iradteit meri(^c en uitgaande regten niet verkort worden, Maaz*. Inzonderheid, vondt men, te Rotterdam, eenigen deezer Luiden, die gehouden werden. _. . zig meer dan anderen vergreepen te hebben KoTuni- ("O- Verfcheiden van deezen werden dan, fen ter in Louwmaand deezes jaars, gevat, en naar recher- den Haage op de Voorpoorte van den Hove ge-
(l) Hol). Merc. van irtïfi il. 157, 19t.
(m ) Refill. Hol). 14 July 1684, bi. 334.. ao Jan. 2? NoV. » Dcc. 1605. bi. 11, 608, 700. |
|||||
i
|
||||||
LIX.Boek. HISTORIE. gs?
gevoerd, daar zy lang zaten, eer zy onderzogt itf86.
werden, om dat men verfchilde, over de Regt- ■ bank, voor welke zy behoorden te regtteftaan. che en de Eindelyk, magtigden de algemeene Staaten J^"1 drie Raadsluiden uit den Hove, twee uit worden den Hooge Raade, twee uit den Raade van op de Brabant, en twee regtsgeleerde Schepens der Gevan- Stad Rotterdam, om regtfpraak te doen over gerPoort de gevangenen. Zy begonden hunne zittin- 6ezet' gen in Bloeimaand, in 't Huis van den gewezen Veldmaarfchalk, Prinfe Joan Maurits. En naauwlyks hadden zy eenen aanvang gemaakt van 't verhooren der Kommiièn, of zy verna- men, dat ook fommige Raaden ter Admirali- teit zig hadden verdagt gemaakt: en onder deezen, ook Joan Kievit, die, in 't jaar 1666, van zyne ampten verlaaten, en ten Lande uit gebannen geweest zynde(»), in't jaar 1672, herfteld, tot Penfionaris van Rotterdam be- noemd (0), en federt, tot Raad en Advokaat- Fiskaal, in 't Kollegie ter Admiraliteit op de Maaze , aangefteld was. Men bragt deezen, in 't laatst van Hooimaand, ook op de Gevan- genpoorte, daar hy, insgelyks, niet dan na läng zitten, ondervraagd werdt. Hy verzogt het den Regteren egter meer dan eens, en fcheen aan geheime oorzaaken toe te fchryven, dat men hem, voor anderen, uitgekipt hadt. Hy gaf zelfs, fchriftelyk, op den zestienden Kievit van Herfstmaand, te kennen„ dat de andere ^h"''k „ Raaden ter Admiraliteit te Rotterdam, zo mfae „ min Raadea
(») Zie XIII. Deel, hl. 2S3.
CO ZU XIV, Deel, il. J15, 194-' |
||||||
X 4
|
||||||
328 VADERLANDSCHE LDL Boek.
|
|||||
1686. „ min als hy, Engelen waren; en dat, zo men
-------„ ze, naar ftrengheid van Regten en volgens
eer Ad- „ den letter der Inftruäie, wilde onderzoe-
™|[ali" „ ken, niemant hunner onfchuldig bevonden
„zou worden: ja de overleeden' Raaden ter
„ Admiraliteit zouden dan, zo weinig als de
„ leevenden, können worden vrygefproken
„ (J>)." Ondertusfchen, vonden de Regters
zig belemmerd met het geding, by mangel
van gelegenheid en magt, o.n onderzoek te
doen, daar zy 't dienftig oordeelden. De al-
gemeene Staaten drongen hen, daarentegen,
meer dan eens, om een einde van zaaken te
Gotuige- maaken. Zy hernamen dan hunne zittingen:
nis van en verilonden, uit eenen der gevangen' Kom-
oenen rnifen „ dat de oogluiking der Kommifen om-
d^r,ge', „ trent de fluikeryen, niet alleen te Rotter-
Kolmi- ■>•> dam; maar te Dordrecht, te Amfterdam,
fen. „ in 't Noorderkwartier, met één woord,
„ door gantsch Holland en in de andere Ver-
„ eenigde Gewesten, plaats hadt; dat de Kol-
„ legien ook de aangehaalde goederen niet
„ verbeurd verklaarden, gelyk 's Lands Pla-
„ kaaten vorderden, maar dat dezelven, voor
„ eene geringe fomme, werden vrygegeven*
„ zelfs na de verbeurdverklaring: of dat men
„ zig, deswege, verdroeg met den Koopman.
„ Dat verfcheiden' Kommifen en andere Be-
„ dienden, om hunne ampten te bekomen, of
,, om verplaatst te worden, verfcheiden' honr
„ derden, ja tot drie- en zesduizend guldens
„ toe, hadden moeten opbrengen. Dat de
»Kora-
Cf 3 Zit Hoil. Merc. van 1686. U„ T93. |
|||||
L1X Boek. HISTORIE.
|
|||||||
329
|
|||||||
„ Kommifen van 't fcherp pasfen op hun be- 168J.
„ roep zeer werden afgefchrikt, om dat het-------
„ hun dik wils kwalyk werdt afgenomen , of
„ door de Regeering der Steden , of door de „ Raaden ter Admiraliteit zelven, diehun, om „ den Koophandel te bevoordeelen , zo veel „ hulp niet beweêzen, als wel vereischt werdt; „ inzonderheid, wanneer zy aanhaalingen dee- „ den van eenig belang.'' De Regters bevon- den , federt, dat de verklaaring van deezen Kommis veel waarfchynlykheids inhadt. Een Veridaa- der Kommifen - Generaal verhaalde hun , on- ri"g van der eede „ hoe het middel der Convoojen en j^J^j. „. Licenten in zulk een algemeen verval geko- Gene- „ men was , dat het gefchaapen ftondt, ge- ra»i, „ heel te niet te zullen loopen , zo 'er geen 9, herftel in gemaakt werdt. In Zeeland liep, „ zeide hy , alles in 't wilde , vooral ten op- ,, zigte van de Boter. Men verleende daar, „ naar welgevallen, ontflag van het Plakaat „ en de Lyste, Verfcheiden' Schippers van „ Zaandam , Oost- en Westzaanen en ande- „ re Plaatfen daaromtrent, die men Noompjes „ noemde , hadden Jaarbrieven, en wisten, „ onder dekfel derzelven, goederen te haa- „ len uit de Zeefchepen , en ze , in 't Noor- „ derkwartier of elders , aan land te brengen, „ vanwaar zy ze, naderhand, naar Amfterdam „ voerden. Men flook ook te Amfterdam fterk. „ De Vlotfchuitevoerders hadden dubbele bo- „ dems in hunne fchuiten , en voerde de goe- „ deren naar binnen, zonder dat zy gezien s, werden. De Regeering der Stad nam daar „ kwalyk, dat de Raaden ter Admiraliteit den X 5 „ Kom- |
|||||||
33Q VADERLANDSCHE LUL Boek.
ißß6. »> Kommifen bevalen, fcherp op ihun ftuk
±~----„ te pasfen. Te Rotterdam, werden geheele
,, fcheepslaadingen geimokkeld : waarna men
„> voorgaf , dat de fchepen alleen met ballast „ waren ingekomen. Men hinderde, aldaar, „ de Kommifen, van vvege de Regeerïnge der „ Stad , in het doen van aanhaalingen. De „ aangehaalde goederen werden 'er ook niet „ verbeurd verklaard : of, zo dit al gefchied „ mögt zyn , voor eene geringe fomme , we* „ derom vry gegeven. Hierdoor , misten de w Kommifen het meeste van hun aandeel in „ de aanhaalingen : 't welk hen bewoog , tot „ het inflaan van onbehoorlyke wegen , om „ aan geld te geraaken , alzo zy van hunne „ gewoonlyke winst niet beftaan konden. In „ Gelderland en in de Boven - kwartieren , „ durfden de Kommifen geene aanhaalingen „ doen om den Regenten der Steden geen on- „ genoegen te geeven. In Friesland en Gro- ,, ningen, werdt ook groot bedrog gepleegd, „ omtrent den uitvoer der Paarden ; heftende „ de Ontvangers aldaar veel meer uitgaande „ regten , dan zy in den Haage verantwoord- „ den : 't welk, fomtyds, op ieder Paspoorts „ wel honderd guldens verfchilde. Ook werdt „ de derde Verhooging aldaar wel ontvangen ; m van » maar niet verantwoord." Wyders , hadt den Fis- ook de Fiskaal Kievit den Regteren aange- kaaiKie- jien^ w ^jat net K0n.egie ter Admiraliteit "te „ Rotterdam , federt eenige jaaren , zeer ver« „ vallen was; dat de Ampten ter Sekretarye , „ aan onbekwaame vrienden, of aan vreemde- » Cabak. „ lingen., by * gefpan, vergeven werden; dat „ van
|
||||
UX.Bqek. HISTORIE. 33 t
„ van vierhonderd punten der Inftru£tie en icjgtf.
„ Plakaaten geene vyftig werden naargeko--------
„ men ; dat men de meest verbeurdverklaar-?
„ de goederen liet vrykoopen; dat men onr „ kundige Kornmifeu Helde , die zig de han- „ den lieten vullen , en 't Land , in één jaar, „ wel driehonderdduizend guldens fchade dee- j, den ; dat hy , Fiskaal, hierover , dikwils, „, in den Raad geklaagd , en fommigen van „ deeze Kommiien , op heeter daad 3 betrapÊ j, hadt; doch dat zy , hunne vrienden of be- „ kenden hebbende onder de Raaden , nim- „ mer geftraft waren. Dat men deeze luiden „ nu hadt opgem,aakt, om tegen hem te ge- j, tuigen, na dat men hem, op meer dan eene ?, wyze , gedwarsboomd hadt, in 't waarnee- ,, men van zyn ampt; wel khy gezind was, zq „ vlytig gade te flaan, dat hy den Landen ton- „ nen , en door den tyd millioenen meende« ;, te können aanbrengen , zonder den Koop- „ handel meer te bezwaaren." De Regters Voorfl&§ vonden zig , derhalve , verlegen met alle dee- der Res~ ze Verklaaringen : waardoor de fchuld van 't ^/alge-0 nrisdryf der gevangenen , graotendeels , ge- meéne }egd werdt op de Raaden ter Admiraliteit zei- Staateu. ven » over Welken hun geene Regtfpraak aan- bevolen was , moetende zy alleen over Amp- tenaars zitten. Zy gaven , hierom , den al- gemeenen Staaten , op den negenden van \Vynmaand, te bedenken „ of het niet veel „ toebrengen zou, tot verligting ofbezwaa- „ n'ng der gevangen' Kommiien , zo bevon- „ den werdt, waar of onwaar te zyn : 1. dat ,j 'er een ?Jgemeen verval plaats hadt, om- „ trent
|
||||
g32 VADEÏILANDSCHE LIX.Boe«,
Mf!6. »> trent den ophef der Convoojen en Licen«
„ ten. 2. dat de Kommifen , door 't gantfche „ Land, gelyke oogluiking gebruikten, als de „ gevangenen gedaan hadden. 3. dat zy niets „ deeden dan 't gene zy, door hunne Voor- „ zaaten , meer dan dertig jaaren geleeden , „ alorame , hadden doen zien. 4. of eenige ,, Kommifen veele duizenden , voor hunne „ Ampten, of om verplaatst te worden, zou- „ den hebben moeten opbrengen. 5. of de „ Ampten in de Admiraliteiten , by gefpan of „ om geld , zouden vergeven worden , en of „ 'er regt zou worden gedaan, naar willekeur, „ en niet naar de bezvvooren'Inftru&ie en Pia- „ kaaten; zo dat'er, van vierhonderd punten, „ geen vyftig in gebruik zouden zyn. 6. dat „ men de meeste verbeurdverklaarde goede- „ ren zou laaten vrykoopen. 7. dat, dik- „ wils, op de aanhaaling, geene verbeurd- ,, verklaaring volgen zou, tegen dePlakaaten. „ 8. dat de Kommifen, in 't waarneemen van „ hun Ampt, zouden worden gehinderd, door j, de Regenten der Steden, en 9. dat de vry- „ kooping en afmaaking , voor eene geringe $> fomme, gefchieden zou, tot verkorting van „ 't Land , van de Kommifen en van de ar- „ men." De Regters zagen geen' kans , om op de gemelde punten onderzoek te doen, zon- der naderen iast van de aigemeene Staaten, en verklaarden , dat zy, by ontftentenis van zulk een' last, de gevangens zouden moeten ont- vangen in een gewoonlyk Regtsgeding (#). Het
'j) Ml^fii'e <It g"de!eg. R°gt. Mn $ O.tiA, iC&C, iaat HüH,
UM. tan tlal jaar, II. lijden*. |
||||
LIX. Boek. HISTORIE. 333
Het fchriftelyk Vertoog, waarby zy deeze iCiS.
Verklaaring deeden , ter algemeene Staatsver- ■ gaderinge gelezen , en door de Afgevaardig- den tot de Zeezaaken nader onderzogt zynde , oordeelden deezen „ dat de Regters , tot het „ onderzoek op de gemelde punten , behoor- „ den te worden gemagtigd." Zes Gewesten bewilligden hierin. De Afgevaardigden van Holland alleen begeerden eerst verllag te doen. De Staaten van dit Gewest draalden met hun befluit, tot in Zomermaand des jaars 1687. Sedert, werdt het Kollegie op de Maaze ern- ftelyk aangefchreeven , dat het den Regieren de vereischte Boeken , Registers en Papieren leveren zou: waarin fchoorvoetende bewil- ligd werdt. De Regters, toen overgaande tot De Red- een onderzoek deezer {tukken , bevonden wel ie" he- haast, dat zy , hier , niet alleen konden oor- ^nJ*n deelen naar de Plakaaten , en daarmede , het verval in gedrag der gevangenen vergelyken ; maar dat het Koi- 'er, in der daad, een groot verval plaats hadt, legiete« in het Kollegie ter Admiraliteit op de Maaze, ^tdl?lr*"„ alwaar de Kommifen, ter oorzaake, voornaam J/ms*, lyk , der menigvuldige afmaakingen en vry> ze. koopingen , zeer veel hadden moeten mLi'en van 't gene hun, by hunne Inftru&ie, was toe- gelegd. Zy vonden de Contra-Rolle der aan- gehaalde goederen zeer onvolkomen. Ver- fcheiden' bladen waren'er uitgefcheurd: ande* ren, op onregte plaatfen, ingelast. Verfchei- den' Inventarisfen hadden noch fiot noch dag- tekening : van fommigen was alleen het hoofd geboekt. Zy vonden, dat veele goederen vry- gegeven waren } zonder dat 'er Sententie over ge-
|
||||
334 VADERLANDS CHE LIX, Boe*.
1685. gegaan was, en alleen op räade van den Fis-
den zig ook Emolumenten toegelegd, boven de Inftru&ie. 's Lands aandeel in de verbeurd- verklaarde goederen was, na 't jaar 1674, van jaar tot jaar, verminderd. Verf'cheiden' Amp- tenaars hadden merkelyke lommen gegeven j voor hunne ampten. Ook was 't wel gebeurd, dat men de ampten, by gefpan, begeven hadt. Kortom» 't verval werdt genoegzaam zo groot bevonden , als het, door de gevangens, be- Öejrevairichreeven geweest was (r). En dit maakte , gohswor- in hunne zaak, zo groot eene verandering, dat den in Zy5 jn Herfstmaand des jaars 1688, in een ge- ^ooifiyii woonJyk Regtsgeding, ontvangen werden (f), Regtsge- Het Geregtshof van Utrecht hadt reeds , in diu« out- Lentemaand des jaars 1687 , (4) eenen der rangen. Raacjen ter Admiraliteit wegens dit Gewest, die vyfduizend guldens voor eene Kommis- plaats getrokken hadt, veroordeeld tot uit- keeringe deezer fomme , en hem , daarenbo- ven , onbekwaam verklaard, om eenig Ampt te bekleeden (f). De Fiskaal Kievit geraakte 9 eerst in Oogstmaand des jaars i6U$, uit de hegtenis, hebbende zyne Dogter den Lande twintigduizend guldens betaald, om hem los te krygén («). Doch in Lentemaand te voo- ren, was hy, by vonnis der Regteren, eerloos en
Jr) Refol. Hol? 12, 26 fan. \W>. il s%, 58. 13 Jany i6Sfi
il. s8y. 16 Juv.y i(W8. il- 334. Mcinirie der gcdcleg. ßeg<. yanifilMiy 1OH8 in ds Ho1!. Merc. yan dat jour tl. 133. (*) Hkill. Merc. yan irtS8. l/l. 149.
(t 1 Holl. Merc. vim iMiy. bl 174.
(«) Uefol. Holl. A\ July l68y il. 426.
{4) Gerard Sas vAn dè Bosscbe.
|
||||
LIX.Boek. HISTORIE. $£§
en meineedig verklaard, in vierdubbele voldoe- ^g
ning van't gene hy ten onregte getrokken hadt 1 verweezen, en ten eeuwigen dage gebannen uit de Vereenigde Gewesten (y). Zes der gevan- gen' Kommifen zaten tot in 't jaar 1691. In Bloeimaand van dit jaar , werden zy eerst ge- vonnist , door de gemagtigde Regters. Drie werden meineedig en eerloos verklaard, en voor altoos ten Lande uit gebannen. De eerfte werdt, daarenboven, verweezen in zesduizend , de tweede in vierduizend, de derde in twee- duizend guldens boete, of in openbaare geesfe- ling , zo deeze boeten, binnen drie maanden, niet werden opgebragt. De vierde moest twee- duizend gulden aan boete betaalen , en werdt, voor drie jaaren, gebannen. De vyfdeen zesde werden , alleenlyk voor drie jaaren, in hunne Ampten gefchorst (m>). Op den twee- entwintigften van Slagtmaand XX1.
des jaars 16H6, ontftondt'er een felle ftorm, ^""j£ die Groningerland en Oostfriesland mèrkelyke Gronin- fchade aanbragt. De wind , des avonds ten geriuMU agt uuren, opgefteken uit den Zuid - oosten, zwaaide en wankelde eenigen tyd ; doch keer- de , eerlang , naar 't Noordwesten , daar hy, den gantfchen nagt, ftaan bleef, blaazende zo hevig , dat het zeewater, alomme in Gronin- gerland , en op fommige Plaatfen, wel agï voeten hoog, over de dyken liep. Men reken- de, dat'er, in deezen Watersnood, meer dan twaalfhonderd menfchen , en omtrent vyfdui- zend
O) Zit zyne Senten, gedr. te Let*w. i6?o. Hol!, Mcrc. rar.
»589. tl. 272I L*) Eucop. Merc, /fj/rii — J'vk.v 1691. M ji*.
|
|||||
■
|
|||||
33^ VADERLANDSCHE LIX.Boek«
|
|||||
Ï686. zend Paarden, Koeijen, Schaapen en Varkens
------- verdronken waren, in dit Gewest, 't Getal der
omverre gefpoelde huizen werdt op omtrent
vierhonderd en vyftig begroot (#). XXII. Doch hoe zeer deeze ramp dit Gewest ia De Ko- 't byzonder drukken mögt; de oogen der aan- ning van xiepiyk^e Mogendheden van Europa en van Brkanie ^e Staaten zelven waren thans voornaamlykge- yvert, vestigd , op de omkeering , met welke Enge- om het land gedreigd werdt, in geval, de Koning zy- Roomsch ne oogmerken bereikte, en den Roomichen Tyii^Rvk Godsdienst en een onbepaald gebied invoer- intevoe- de in dit Ryk. Hy hadt, kort na zyne komst feu. tot de Kroon , openlyk , beloofd , den vast- geftalden Godsdienst te zullen handhaaven. Doch fommige Regtsgeleerden en Predikanten zelven begonden, na verloop van eenigen tyd, te dryven „ dat de Koning de onderzaaten. „ ontilaan kon van 't opvolgen der wetten » „ en dat men hem niet te fterk dringen moest, ,, tot het naarkomen zyner beloften , de uit- „ legging daarvan laatende aan hem zelven :" welk laatfte den Koning zo wel fmaakte , dat hy Cartmigkt, die 't van den Predikftoel ge- leerd hadt, kort daarna, Bisfchop van Chester maakte. In 's Konings Kapel, werden vier Roomsch Katholyke Bisfchoppeningewyd, die, in verfcheiden' gedeelten van 't Ryk, dienst deeden , onder den titel van ApostoHfche Stede- houders. De voornaamfte Ampten werden ge- geven aan Roomsch - Katholyken , of aan zul- ken , die 't gaarne fcheenen te willen worden. Da
(•O Zie Ifrll. Mere, van i<58ö. W. *"?.
|
|||||
LIX.Boèïc. HISTORIE, 337
De Koning verboodt den Engelfchen Predi- mUt
kanten het openbaar verhandelen der Geloofs- -——— gefchillen. Doch veelen weigerden hem hier- in te wille te zyn. Hy regtte een Kerkeiyk Geregtshof op, beftaahde, onder anderen, uit Roomschgezinden , en uit eenige voornaams Amptenaars van 't Hof. Hy (prak luiden van aanzien , in perfoon, aan , om hen over te haaien tot den Roomfchen Godsdienst. Ook hieldt hy, ten zelfden einde , briefwisfeling met zyne oudfte Dogter, de Prii fes van Oran- je; doch zonder eenige vrugt (y). Hy zondt zelfs den Graaf van Castelmaine, in (Gezant- fchap , aan den Paus , thans Innocent den XI', om zyne drie Ryken wederom te vereinigen met den Heiligen Stoel, van welken zy, meer dan eene eeuw, gefcheiden geweest waren. Doch de Paus, die thans overhoop lag met den Koning van Frankryk , dien hy wist, grooten invloed te hebben op het Ëngelfche Hof, ont- ving Castelmaine zo koel, dat deeze , na een kort verblyf, misnoegd, te rug keerde naar Engeland (z). Al deeze bedryven deedendui Hyrnst delyk zien, wat Koning Jakob in den zin hadt. z'g'oe, Doch 't gene den meesten den argwaan verwek- ter zee# te, in de Staaten der Vereenigde Gewesten, was de toerusting ter zee in Engeland, waarvan, in *t najaar, flerk gefprooken werdt, en welke de Pvoomschgezinden zeiden, tegen dit Gemeene- best gerigt te zyn (#). Ook vondt dit geloof by veelen, doordien de Koning van Frankryk, die
(y ) BnR.NET Val. I. p. 72H-72Ö.
(2) frfr verTclieiJen' Misfivcn van den Amtiasf, van Clt»
SKRs il/SS. f'oiez ausfi Uapin Tom. X, />• 44-54« Qa) Rapin Ier,. X. p, 57. XV. Dbeu Y
|
||||||
g3S VADERLANDSCHE LIX.Boek.
168Ö. die thans naauvv verbonden was met Jakob den
____II. (£), geoordeeld werdt, groot belang te
hebben, om onlust te verwekken tusfchen den
Prins van Oranje en zynen Schoonvader : 't welk niet beter fcheen te können gefchieden , dan door 't ontfteeken van eenen oorlog tegen deezen Staat, die, gelukkig uitvallende voor Koning Jakob , deezen , veelligt, beweegen zou, om zynen Schoonzoon te verfteeken van de opvolging tot de Kroon van Groot - Britan- je , waartoe hy anders, uit hoofde zyner Ge- maalinne , of, zo deeze en haare Zuster zon- der kinderen overleeden , uit eigen hoofde , zou können regt verkrygen. 't Belang der Roomschgezinden vorderde dit, insgelyks. Hun toeleg, om hunnen Godsdienst in te voeren in 't Ryk, moest te niet loopen , zo de Koningin geenen Zoon ter weereld bragt, en zo de Prinfes van Oranje , 'sKonings oud- fte Dogter, haaren Vader, t'eenigen tyde, op- volgde (c). De Prins van Oranje was niet onkundig van deeze inzigten, en kon, derhal- ve , niet nalaaten, een zorgvuldig oog te laaten gaan over 't gene in Engeland omging. Ook hieldt hy naauwe gemeenfchap met luiden van aanzien, die, federt eenigentyd, uit Engeland, herwaards geweeken waren, errhemdikwils, in 't heimelyk, kwamen fpreeken. En werdt ge- loofd, dat men, in deeze famenkomften, fom- tyds , dronk , op de vernedering der Papisten in Engeland ( d). In
. ( b) Voitz Nepocut. du Comted'Avaux. Tom.IV. p,300,30:,»
f C ) liORNET Fol. I. p. 685, f>86-
(d) Foisz Nc'Hociat. du Comtc n AVAUX, Tom. V. f. IZ*,«
|
||||
LIX.Bqek. HISTORIE. 339
|
|||||
In den Zomer deezes jaars , hadt hy gele- 16S6.
genheid gekreegen, om, wegens den toettand den mond van Doktor Gilbert Burnct, die, ver- De Prins dagt van de hand gehad te hebben in het zo- or*nje genaamd Protestantsch Verraad , en in de on- houdt derneemingen van Monrnouth en Argyle, in't e«n voorleeden jaar, uit Engeland geweeken, en, ^0"«1«^ na 't doen eener reize door Frankryk, Ita- ßr"kl"tet lie en Zwitferland, langs den Ryn, beneden- Gilbert waards gekomen was, van zins om zig, in Durntt, Friesland of Groningen, neder te zetten. Dcch te Utrecht vondt hy brieven uit den Haage , waarby men hem ricdt, vooraf, een' keer der- waards te doen , en den Prins en Prinfes van Oranje te begroeten. Hunne Hooglieden tra- den , terflond, met hem , in een openhartig gefprek, over den toeftand der zaaken in En- geland : waarvan wy hier, meest met zyne eigene woorden, verflag zullen doen. „ De „ Prins ," fehryfc hy , „ fchoon uit der aart „ koel en agterhoudend, ontdeedt zig , ten „ mynen opzigte, van een groot gedeelte dee- „ zer hoedanigheden. Hy fcheen zeer onvol- „ daan, over 'sKonings handelwyze. Hy was ,, bedugt, dat zyne Majefteit zulk een' arg- „ waan tegen zig zelven verwekken zou , en .,, zo veel agterdogt opvatten tegen zyn volk, „ dat hy , de Franfche maatregels volgende , „ wanhoopige befluiten zou uitvoeren, waar- „ van de gevolgen , niet dan door geweldige „ middelen, zouden können gefluit worden." Burnet was zeer getroffen , door de deftigheid van 'sPrinfen voorkomen. Hy fcheen, naar Y % c
|
|||||
340 VADERLANDSCHE LDL Boek?
iSU. 't verhaal van den Doktor, weinig zorgtedraa-
------- gen voor zig zelven, en geen vermoeden altoos
te hebben, dat men 't op zyn' Perfoon gemunt
Toeleg hadt. Doch Burnet was onderrigt van den aan- om 7.yne flag van zekeren Savojaard, die, een moord in Hoogheidzvn Vaderland gedaan hebbende, naar 't Land en ma?' van Geneve gevlugt was: van waar hy den Frankryk Heer de Louvois te Parys gefchreeven hadt, te voe- n hoe hy kans zag, om den Prins van Oran- ren# „ je van't ftrand by Scheveningen teligten, „ en naar Frankryk te voeren , zo men hem, „ alleenlyk, een klein Vaartuig, voorzien van „ twintig ftukken gefchuts, bezorgen wilde." En fcheen deeze toeleg zo vreemd niet be- dagt, om dat zyne Hoogheid gewoon was , Zig , dikwils , met een' koets , naar Scheve- ningen te laaten ryden , om zig te verlusti- gen ; zonder van meer dan een' Heer in 't ry- tuig , en een of twee Paadjes agterop verzeld te zyn. De Savojaard was voorneemens , een ftuk wegs van 't ftrand , op 's Prinfen komst, te blyven wagten ; en , wanneer hy hem vernam, in eene boot, met zeven per- foonen verzeld , naar land te roeijen, den Prins te overvallen , aan boord te voeren , en terftond met hem onder zeil te gaan, naar Frankryk. Louvois fcheen zin te hebben, in de onderneeming. Immers, hy ontboodt den Savojaard naar Parys, en fchikte hem reisgeld toe. Doch deeze , verkuischt met zulk eene eer , vertoonde Louvois brief en een affchrifc van den zynen aan verfcheiden' luiden , en onder anderen aan den beroemden Wiskonfte- jiaar Faüo, in wiens Vaders huis, hy zyn ver- blyf
|
||||
LIX-Boek. HISTORIE. 341
|
|||||
blyf gehad hadt. Fatio hadt'er Burnet kennis 1686.
van gegeven, en bevestigde het verhaalde, in ——— den Haage, daar hy zig thans onthield. Bur- net verzuimde niet, hunne Hoogheden hier- van te onderrigten. Doch de Prins fcheen zig De Prins 't verhaal luttel aan te trekken. De Prinfes n»« 'er toonde meer vreeze. Op haar verzoek, fprak we,nis 'er Burnet van met den Raadpenfionaris Fagel ast op* en met eenigen der Staaten , aan welken de aanflag niet onuitvoerlyk voorkwam. Men verzogt dan den Prinfe , dat hy nimmer zon- der Lyfwagt wilde uitryden: waarroe hy, niet zonder eenige moeite , werdt overgehaald. Burnet dagt, dat zyn geloof aan de Godde- Reden, lyke Voorfchikking hem onbezorgder maakte, rii.e r°m" dan noodzaakelyk was. Maar als men hem ™i'emn dit voorhieldt, antwoordde hy „ dat hy vas- gaven. „ telyk geloofde in eene Voorzienigheid , en „ dat hy zyncn gantfehen Godsdienst haast „ kwyt zyn zou, zo hy dit geloof vaaren liet: „ ook kon hy niet zien , hoe de Voorzienig- „ heid zeker zyn kon , zo alles niet gebeur- „ de , volgens een volftrekt befluit van Gods „ wil." Doch Burnet oordeelde „ dat zy» „ wien de zorg voor 'sPrinfen opvoeding aan- „ bevolen geweest was, hun werk meer ge- „ maakt hadden , om hem de Kalvinistifche „ bevattingen van Gods volftrekte befluiten „ in te drukken, dan om hem te wapenen , „ tegen de verkeerde uitwerkfels, die deeze „ gevoelens op het gedrag hebben konden. „ Want, voegt hy 'er'by (met hoeveel of hoe- Weinig reden, mogen anderen oordeelen ) „ in. „ Holland, drukken de Predikanten den iß- Y 3 » deft |
|||||
34S- VADERLANDSCHE LIX.Boek.
i685. „ den hunner Gemeenten niets fterker in, dan
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
■»
|
Leere , die aldaar zo veel veld wint, dat de
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
agterdogt, welke zy 'er over opvatten, hen
„ meer doet zorgen voor het fluiten deezer Lee- „ re, dan voor het voortplanten der gewigtig- „ fte waarheden." |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
£XIV,
Aart van
|
De Doktor geeft, eer hy het verder gehan-
delde niet den Prinfe en de Prinfesfe te boek |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
denPrinfeftelt, eene korte belchryving van den aarthun-
' ner Hoogheden; die wy niet nalaaten können, hier, in te lasfen. „ 'sPrinfen opvoeding was, „ fchryft hy, zeer verwaarloosd. Zyn gant- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
f
O
v
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
Bnrnets
fcsfchry-
ving.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
»
|
fche leevendoor, hadthy den hoogden weer-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
zin in bedwang. Hy fprak weinig. Hy ge-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
>>
|
liet zig , fomtyds , als of hy zig ergens op.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
toeleide ; doch hy haatte allerlei bezigheid,
zonder uitzondering. Van kouten hadt hy een' fterken afkeer: nog grooter' van 't fpel. Dit deedt hem zig, geduuriglyk, ophouden met de Jagt, waaraan hy meer overgege- ven was, dan iemant dien ik immer kende. Doch ik merkte zyn jaagen altoos aan , als een ontvlieden van gezelfchap en van be* zigbeid. Frankryk kleiner te maaken was de heerfchende zugt van zyn gantfche lee- ven. Hy hadt maar ééne ondeugd , welke hy egter, zeer zorgvuldiglyk , zogt te ver- bergen. Zyne houding kwam den Holland- deren bevallig en verpligtend voor ; doch hy kon zig niet voegen naar den aart der Engelfchen, met welken , zyne koele en loome geestgefteltenis niet overeenkwam." |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
y>
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
n
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
">•>
•>•> |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
3J
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
Wat de Prinfesfe betreft
|
Burnet pryst haare
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
uit-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
LIX.Boek. HISTORIE. 343
uit- en inwendige hoedanigheden zeer hoog.
Zy hadt, zegt hy, eene Vorftelyke houding, eene groote kennis, een gezond verftand , en eene deftige bevalligheid van fpraak. Zy be- iteedde veel gelds in liefddaadige gitten, ichoon de Koning, haar Vader, haar „geen „ inkomen toeleide, waarvan zy, naar naaren „ Staat, leeven kon ; gelyk hy , meent Bur- 9, net, behoorde gedaan te hebben, zo hyzyn „ belang wel begreepen hadt. Want, ver- „ volgt de Doktor , het toeleggen van een „ aanzienlyk inkomen , aan haar en aan den „ Prinfe, zou de Engelfchen hebben doen ver- „ moeden , dat 'er goed verftand en geheim „ vertrouwen was, tusfchen den Koning en „ den Prins en Prinfesfe," en het volk zouzig niet zo ligt op hunne Hoogheden verlaaten hebben , als het naderhand deedt. Voorts , fchryfc hy „ dat haare Koningklyke Hoogheid „ zeer belezen was in de Historien en in God- „ geleerde fchriften : doch dat zy zig ook, „ met veel lust, aan eenig handwerk bezig „ hieldt, als zeker ongemak aan 't gezigt haar ,, 'c leezen belettede." Doch van den ftaat der jïngelfche zaaken en van de ftreeken van't Hof wist zy weinig, voor dat Burnet verlof kreeg, om haar daarover te onderhouden. Zy vraag- de hem, onder anderen, by zekere gelegen- heid, waarom de Koning, haar Vader, zo ge- beeten was op Jurieu , een' bekend' Fransen.' Schryver van dien tyd ? Hy antwoordde „ dat „ dit voornaamlyk aan jurieusfeherpenfehryf- „ ftyl te wyten ware, hebbende hy , onder „ anderen, zeer onbetamelyk gefproken van Y 4 „ Ma- |
||||||
i
1 |
||||||
§44 VADERLANDSCHE LIX.Boek.
|
|||||
16S6. „ Maria , Koninginne van Schotland: waar-
*——— „ door hy een' blaam gebragt hadt over allen, „ die uit dt-eze Vorftinne gefprooten waren." Doch de Prinlès hervatte „ dat Jurieu niet te „ befchuldigen was, indien , 't gene hy van „ Koningin Maria geïchreeven hadt, overeen- Fraal ge- „ kwam met de waarheid." Zo, vervolgdezy, zegde der rfe Vorflen kwaad willen doen , moeten zy verwag- " e' ten , dat de mereld zig wreeken zal op hunne na- gedagtenis. wanneer hunne per]oonen buiten haar bereik zyn : en dit is maar eene geringe fmert. in vergelyking van het leed, welk zy anderen hebben doen verdraagen. Burnet De Prins , voorhebbende zig van Burnet te toetst den bedienen, begeerde, dar hy in den Haage blee- over'zv ve' a*waar Z'S thans, fchryft de Doktor, gee- beerip ne Engelfche ballingen onthielden. Hy riedt van eene hem ook , vertrouwelyk om te gaan met den vrye Re- Raadpenfionaris Fagel, den Heere van Dyk- geennce vei(j en den Raadsheer Teerefteiu van Hale- Engêiirchcwyn' n,et we^"en zyne Hoogheid, voornaam- Kerke. Jyk » raadpleegde. Doch Burnet vondt niet geraaden , zig in te wikkelen met den Prinfe, voor hy deszelfs begrippen, omtrent fommige punten , wat nader , getoetst hadt. Hy was bedugt, dat 'sPrinfen verfchil met die van den Loevelleii.fchen aanhang, gelyk men ze noem- de , hem eenen argwaan van de Vryheid en van eene vrye Regeeringe mögt ingeboezemd hebben. Doch zyne Hoogheid verzekerde hem van het regte, tegendeel. Eene vrye Regee- ring alleen was, zeide hy , in /laat, omeenen magtigen vyand tegen te flaan , en zo veel gelds (ip U brengen ak ver tischt wer dt om eenen lang- . > duit- |
|||||
LIX.Boek. HISTORIE. 345
duurigen oorlog te voeren. Voorts, verklaarde 1686«
de Prins , dat hem de dienst en gebruiken der-------
Engelfche Kerke wel aanftonden; doch dat hy
't veroordeelen van andere Kerken afkeurde : ■'t welk Burnet ingelyks deedt. De Prins was, zo hy verklaarde, ook niet van zins om de Kalviniiche begrippen van de Goddelyke beflui- ten in Engeland te doen vastltellen. Alleen- lyk, wenschte hy, dat zy 'er mogten verdraa- gen worden. Ook zou hy gaarne zien , dat men eenige uiterlyke plegtigheden van klein gewigt aan eene zyde (telde , in de Engelfche Kerke. Wyders, herinnerde Burnet hem , dat het noodig was, tot bevordering van zy- nen dienst, dat de Vloot der Staaten in ge- reedheid gebragt werdt. Ook werdt, hiertoe, eerlang 3 beilooten , ter aJgemeene Staatsver- gaderinge. 't Gefprek, waarin alle deeze din- gen verhandeld werden , duurde verfcheiden' uuren. By eene andere gelegenheid, vraagde Hy be. Burnet de Prinfes alleen , wat zy dagt, dat de weegt de Prins zyn zou, wanneer zy eens Koningin van Prinfes Engeland werdt ? en hy bragt haar, ligtelyk, 1°0I^ne"' tot het befluit „ dat zy zig vergenoegen zou, tjat zy * „ met den naam van Koninginne ; dat zy den niet zon- „ Prinfe den naam en 't gezag van eenen Ko- der de» j, ning zou doen opdraagen , en dat zy , vol- ^£"s * v gens de lesfe der Schriftuure, hem, als haa- Groot- „ ren man, in alies, gehoorzaam zou zyn, zo BriMUf». „ hy haar, als zyne vrouw, beminnen wilde." ^«en De Prins was zeer in zynen fchik met dit be- zal' fluit, welk de Prinfes hem, in Burnets tegen- woordigheid, verklaarde. Hyvas, zeidehy, naderhand, tegen iemant, nu negen jaann ge- Y 5 trotfwi |
||||
34Ó VADERLANDSCHE LIX. Boek.
|
||||||||||
1685. trottwd geweest, zonder dat hft hart gehad hadt,
-1 om de Prinfes te brengen op eenfluk, welk Biimet, in eenen dag, hadt weeten af te handelen (je).
|
||||||||||
»
|
||||||||||
'sPtinfen Wy hebben van alle deeze byzonderheden,
gevoelens dus omltandiglyk , willen gewaagen , om te over«? ^oen °Pmer^en» dat zvne Hoogheid , in dee- fchreeven z?n tyd, reeds begon te voorzien , 't gene , »a»r En. naderhand, gebeurde. Hy hadt veele vrienden geUnd. jn Engeland ? die , zo wel als hy , 's Konings gedrag veroordeelden. Burnet en hy zelf hiel- den briefwisfelingmetdeezevrienden: die, van tyd tot tyd , onderrigt werden van 'sPrinfen inzigten, omtrent de zaaken van Engeland (f). Men zag aldaar eene geweldige verandering te gemoet, zo de Koning niet van maatregels veranderde , 't zy hy zyn oogmerk bereikte of te kort fchoot; en 't kon niet agterblyven , of de party , die door den Koning verdrukt werdt, moest, in allen geval, heul zoeken aan den Prinfe van Oranje , wiens Gemaalin naast geregtigd was tot de Kroon. Hoe meer Jakob de II. zig dan in ftaat zogt te Hellen, om zyne oogmerken, met geweld, uit te voe- ren ; hoe grooter belang de Prins van Oranje en de Staaten zelven neemen moesten , in X Belrom. gene in Engeland omging. De tyding van de mering uitrusting ter zee deedt hen, meer dan iets an- der Scaa- ^gj.^ dugten, dat Frankryk en Groot-Britanje "^0, beide hun , wederom , gelyk in 't jaar 1672, den oorlog mogten willen aandoen. Zy gaven, derhalve , den Ambasfadeur van Citters last, om
f«) niinsiET Vol. 1. p. 638.6(33.
Qfj BORNEÏ Pul. I. p. 6yl, rfya. |
||||||||||
L1X.B0EK. HISTORIE. 34f
om den Koning van Groot-Britanje te onder- ióSS.
tasten , wegens 't gene hy met zyne uitrusting —— mögt voorhebben. Doch zyne Majefteit ver- zekerde den Ambasfadeur, op de kragtigfte wvze „ dat hy gcenen oorlog tegen den Staat ' in den zin hadt; dat hy ook met Frankryk " geen ander Verdrag hadt gemaakt, dan 't " -ene de onderlinge gefchillen in Amerika " betrof; en dat de gerügten , heel uit Kon- " ftantinopel overgebriefd , dat, naar 't zeg- " jren van den Franfchen Ambasfadeur aldaar, " Frankryk en Groot-Britanje den Staat, te- " o-en't aanftaancle voorjaar, zouden beoorloo- " gen, verdigt en ydel waren (g)." Van Git- ters fchreef deeze verklaaringen herwaards over. Doch zy bragten luttel toe , om de ongerust- heid , hier te Lande , geheellyk, te doen ver- dwynen (/5). .
Koning Jakob de II, midlerwyl, onderngt Koning
van Burnets gemeenzaamheid aan 't Hof van J»k«*
den Prinfe van Oranje , fchepte , hieruit, zo Pen hfr<]
veelannvaan, dathy, in't najaar, denKwaaker
waards,
William Pen herwaards zondt, om zyne Hoog- om den
heid te beweegen , dat hy 's Konings maatre- i«|J« cels goedkeurde , en zig openlyk verklaarde, voor het verdraagen van allerlei gezindheden. De Prins hadt zig hiervoor meennaalen ver- klaard, en men verfpreidde reeds, in Enge- land , dat hy 't eens was met den Koning (7). Hy
fsO Mi.'five vanden Arabasf. van Cittbrs van--------------
16I1I MS. 9 /lu&'
(U, Mislive ah teven \\ Nov. 1M6. MS.
sCi Nov. Cf) Miföve e'sbovtn van —^----------if"C. Af-S»
w •' f> De;.
|
||||
31-8 VADERLANDSCHE LIX.Boek.
|
|||||
ï<?!?6. Hy herhaalde deeze verklaaring van zyn gevoe-
e----- len, nogmaals, tegen Pen, betuigende, zelfs
van verftand te zyn , dat men de Roomschge-
zinden behoorde te dulden, zo 't Parlement 'er toe bewilligen kon. Doch , onaangezien zul- ke verklaaringen, bleef 'er groot verfchil van bevatting, tuslchen den Koning en den Prinfe. De Koning zogt, onder voorwendfel van de verfchiliende Gezindheden te verdraagen , de Test-Akte te doen vernietigen, en, daardoor, de Ruomschgezinden , tot het bekleeden van allerlei ampten, bekwaam te maaken. De Prins verftondt, daarentegen, dat het vernietigen dee- zer Akte de ondergang zyn zou van den Pro- testantfchen Godsdienst. Pen deedt zyne Hoog- heid , uit 'sKonings naam , allerlei beloften, om hem van verftand te doen veranderen: doch de Prins bleef beftendig by zyne meening , en Pen keerde, onverrigter zaake, naar Engeland (£); alwaar hy, federt, zyn best deedt, om 't vertrouwen tusfchen den Koning en den Prinfe te herftellen (/_). XXVr- De Koning, die 't van zyn belang rekende, Aibyviiie ten minfte voor eerst en uiterlyk , goed ver- buiten?' ftand te houden met de Staaten en met den gewooiie Prinfe van Oranje, ontboodt Skelton, die hem. üngeifchehier luttel dienst deedt, en zig de ongunst van Gezant, Zyne Hoogheid op den hals gehaald hadt, in Hme '* na^aar' Uit de" Haa§e» te ruS> en floeg> fc*
• ' dert, het oog op zekeren White, een' Iersch- man, die, fchryft Burnet, lang een verfpieder
der
ff) «nnffiT Vol. I. p. dn, f()i.
(Ij Nejuciat. iß Comte d'Ava; x 7c*:. VI. p. %i,
|
|||||
LIX.Boek. HISTORIE. 349
der Spaanfchen in Engeland geweest zynde , 1Ó8*
by mangel van voldoening zyner wedde , den titel van Markgraaf van Albyville , in de plaats van geld, van hun verkreegen hadt (jn). Deez' kwam, in Louwmaand des jaars i6'ó?, in Hol- 1687. land, als buitengewoone * Gezant des Konings -------■
van Groot-Britanje, en verzekerde de Staaten, *Envo$i,
in zyn eerfte gehoor , dat de Koning, zyn Zyne Meester , de geflooten' Verdragen , heüiglyk, jiande- dagt te houden , hebbende zyne uitrustingen <jêgs™»! ter zee geen ander oogmerk , dan het beter ten. bewaaren der Vrede. Voorts, hadt de Gezant last, om het ontflag te bevorderen van eeni- ge Engelfche Officiers, in Staaten dienst («)» die , onlangs , op 's Konings bevel, zekeren Robert Peytoa uit Rotterdam hadden gezogt te ligteu , en hierom in hegtenis genomen waren. De Staaten ontfloegen ze, eindelyk; doch ban- den ze ten Lande uit, zonder zig aan 's Ko- nings aanhoudende klagten hierover , eenigs- zins, te llooren (0). In Oogstmaand des voor- leeden jaars , hadt Skelton , die toen nog niet naar Engeland gekeerd was , twee Perfoonen naar Amfterdam gezonden , om Fergufon te doen vatten. Doch de Schout, by wien zy zig vervoegd hadden, kwam te laat. De Engelsch- man hadt zig reeds t'zoek gemaakt (p~). Ko- ning («O Bohnet Val. I. p. 707. Vtiez ausfi Negoclat. rfaCoiii-
le d'Avajx Tam V. p. 317. f«) Rcfol. Holt. ay Noy. i63fi. bl. G43. 35 Maart, 9 May
«687- */■ «eS, 241- (o) MHive yan den Ambasf. van Cittcrs yaii T| /i/ril
3M7. MS- en ook andere gel'tlir. Stukk. Zie ook Huil. Merc. van 161.7. ld. 117. 132. (/>■) M»five van den Hoofil-Olfiuer Rorjf.sl aan Qekwnmitï«
ijüaile» yan z\) .ing. löSö. MS. |
||||
3$ö VADÉRLANDSCHÈ LIX.Boe*
1687. ni"g Jakob nam hieruit gelegenheid , om we-
1. derom te klaagen over de Regeering van Am- fterdam s die de wederfpannelingen, geduurig-
lyk j ontfnappen het Zy verdedigde zig, zo goed als zy kon (#). Doch 't klaagen hieldt aan , in Engeland, en werdt vernieuwd door d'Albyville, die, zelfs met den Prins en Prin- fesiè van Oranje , niet in onderhandeling be- geerde te treeden, voor dat hunne Hoogheden beloofd hadden , Burnet niet meer te zullen Burnet zien (r). De Doktor werdt, kort hierna » wordt openlyk, ingedaagd, door den Koning, om zig kT'deri we8ens eene befchuldiging van hoog verraad II. ing©, te verantwoorden. Doch hy verwierf, federt, fiaagd. het burgerfchap te Amfterdam, fchoon hy zig Hy ver- meest in den Haage bleef ophoudem Albyvil» J"erfi!jet Ie viel den algemeenenStaaten, eerlang, klag- fttupvu) ög, over eene verdediging tegen de indaaging 3 Amtier, welke Burnet hier hadt doen drukken, en waar - dam. jn hy beweerde , dat men hem om den Gods- dienst vervolgde: 't welk de Gezant ontkende. Doch hunne Hoog-Mogendheden weezen d'Al- byville aan de Staaten van Holland , van wel- ken Burnet een onderzaat geworden was (*_). Ik vind egter niet, dat deeze zaak toen ee- nig verder gevolg gehad heeft. Maar Bur- net was zo gehaat aan 't Engelfche Hof, dat de Koning hem befchreef als fnooder dan Fer- gnfon , en ah den grootften yerraader , dien En- ge- ff~) Misfivo vau Burgert, van Anift. aan Gckomm. Uaadcnf
fan 18 Vänb. lfiüfi. MS.' (r) Ncgociat. du Comte d'Avaiix Tom. VI. p. 48. ruiinET roi. 1. p. ?os.
(.j) Negoctat. du Comte d'Avaux Tom. Vf. p. 29, 71 , 74.
Boll.Merc. vaiuCS?, II. 147-162. Hornet Fol.l. £.726,717, |
||||
LDL Boek. HISTORIE.
|
||||||
S5*
|
||||||
geland immer hadt voortgebragt (?) ; ,te gelyk iS9f:
verklaarende, m« te zuilen rusten, voor dat hy —-—J hem Holland hadt doen ruimen («). Ookdeedt hy , in 't begin des jaars 1688 , nog ernftelyk aanhouden by de Staaten van Holland, dat men Burnet ftrafte , of't Land deedt ruimen (y). Doch zyn verzoek vondt geen' ingang. De algemeene Staaten hadden , midlerwyl, De Sta*"
kort na dat Albyville hier aangekomen was, den *|n zen" Heer van Dykveld , als hunnen buitengewoo- He"rvan nen Gezant, afgevaardigd naar Engeland (w), Dykveld met heimelyken last, die door Burnet ontwor- na« En- pen was , hoe hy zig , omtrent den Koning, Êelan<1-. omtrent die van de Engelfche Kerke , en om- trent de verfchillende gezindheden, hadt te ge- draagen. Den Koning moest hy , gelyk men Zyn ge- Albyvilie hier deedt, verzekeren van de vreed- 'ieime zaame gevoelens der Staaten. Ook moest hy lasu het misnoegen , ontftaan tusfehen zyne Maje- fteit en den Prinfe van Oranje, zoeken weg te neemen. Andere luiden moest hy een goed gevoelen zoeken in te boezemen van den Prin- fe, die, by veele Leden van de Engelfche Ker- ke , voor eenen Presbyteriaan ging , en by de verfchillende gezindheden in 't gemeen aan- gezien werdt, als heerschzugtig , en ingeno- men met het oefenen van een willekeurig ge- zag. Sommigen waren zelfs onbefchaamd ge- noeg, O) Misfive van den Aiabasfad. van Otters van il 7«m
«88. Mi. " J 24 Fthr.
C#) Misßve ah laycn van-----------1686. MS.
5 Maart
CvJ Refol. Holl. 23 Jan. ia. Maart tfSiS, bl. 44, ïgj; i») Hell, Mete, van iOSjt, tl. 117. |
||||||
S52 VADERLANDSCHE LIX.Büek.
|
|||||
tCtj. noeg , om hem voor eenen Papist uit te maa-
——— ken. Dykveld moest die van de Kerke verze- keren , dat zyne Hoogheid derzeiver belangen en die van 't volk in 't gemeen ter herte nee- En de men zou. Ook liet hy zig door den Bisfchop wyze,op van Londen en anderen overhaalen, om den welke,1 verfchillenden Gezindheden voor te houden 3 ter uit" ^at zv Z1S vooral nu met moesten laaten win- voeringe nen door 't Hof. Hy bediende zig , hiertoe, breng;, van eenige Predikanten, die, te vooren, naar Holland geweeken, en nu door den Prinfe van Oranje te rug gefchikt waren. Zyne Hoogheid hadt deezen zulke gefchenken gedaan , dat zy hunne fchulden betaalen , en de te rug reize onderneemen konden. Dykveld verzekerde hun en den hunnen, dat zy volkomen' vry- heid van Godsdienst genieten , of zelfs , zo '£ mogelyk ware , onder de Engelfche Kerk be- greepen zouden worden, wanneer de Kroon„ t'eenigen tyde, verviel op de Prinfesie van Oranje, 't Kwaad gevoelen, welk men van den Priniè hadt, verdween allengskens, na dat het misnoegen tusfchen den Koning en hem open- baar geworden was. Dykveld flaagde, derhal- ve , naar genoegen, in 't uitvoeren van zyne« Devrien- geheimen last. Hy bragt zelfs byeenkomften den des te wege van luiden , die , gelyk hy zig uit« Prinfen drukte, het heil van hun Vaderland en van hun-i ie houdennen Godsdienst ter hertè namen. De voor- byeen- mam (ten van deezen waren de Markgraaf van komften Halifax en de Graaven van Sfirewsbury, Devon- te Loa- sfore f Danby en Nottingham ; de Heeren Mor- ' daunt en Lumley, de Zeeoverilen Herbert en Rusfel, en de Bisfchop van Londen. De by- een,- |
|||||
LIX.Boek. HISTORIE. 353
eenkomften werden, veeltyds, gehouden, aan I(j87;
't Huis van den Graave van Shrewsbury. De maatregels , welken ,de Prins van Oranje te houden hadt, werden , in deeze byeenkom- ften , ontworpen en geregeld, en van tyd tot tyd naar Holland overgelchreeven ( x ). Mor- daunt was, onder deeze vrienden des Prinfen, de eerde geweest, die, reeds in 't voorleeden jaar, een' keer herwaards gedaan hadt, om een mondgefprek te houden met zyne Hoogheid , dien hy fterk hadt gedrongen , om zig te ftee- ken in de Engelfche zaaken. Doch de Prins hadt hem, toen, alleenlyk, geantwoord „ dat „ hy een waakend oog zou houden over't ge- „ ne in Engeland omging , en de zaaken der „ Vereenigde Gewesten in zulk een' goeden „ ftaat zoeken te ftellen, als mogelyk ware, „ om , des noods, iet te können uitvoeren." Hy hadt 'er bygevoegd „ dat hy beproeven „ zou , wat hy doen kon , zo de Koning on- „ dernam, den vastgeftelden Godsdienst te ver- „ anderen, of de Prinfes te verfteeken van haar „ regt tot de opvolginge." Eenige maanden laater , kwam de Graaf* van Shrewsbury over. Doch deeze gaf den Prinfe alleenlyk opening van den ftaat der zaaken in Engeland, zonder hem fterk te perfen (;y). De Engelfche Grooten en anderen, die met Geheimo
zyne Hoogheid hier , en met Dykveld in En- toeleg geland handelden, wisten egter niet allen, dat V81,Dy** men vecu
(x~) Börmet Fol I. p.yoK, ?no, ?ia, Negoc-iat. rf« Com»
d'Avaux Tom. VI. p. zZ, 30, J3, 40, 54. £y ) ßuR^ET Fol. I. p. y()2, 763. XV. Deer,, Z
|
||||
554- VADERLANDSCHE LIX.Boek.
1687. man 't, van hier, ook op 't verkrygen der Kroo-
—— ne hadt toegelegd, 't Geheim hiervan was flegts aan weinigen bekend , met welken Dykveld ia 't meeste vertrouwen omging : de overigen wisren alleenlyk, dat men 't, van wege den Prinfe, gemunt hadt op de herftellingdervoor- regten van 't volk, en op het weeren der vervol- ginge. Doch naderhand is klaarlyk geblee- ken, dat de Heer van Dykveld verdere uitzig- ten hadt, en Jakob den IL zogt te doen verftee- ken van de Koninglyke waardigheid. Hy han- delde hierover heimelyk zelfs met de Prinfesfe van Deenemarke, met welke hy, nu reeds, het fluk der opvolginge regelde. Ook heeft hy, naderhand 3 roem gedraagen op 't gene hy, in 't bewerken der omkeeringe van de hooge Re« geeringe in Groot-Britanje, verrigt hadt. Bur« net zelf fchroomde niet, hem , in Sprokkel maand des jaars 1689, te Londen, qpenlyk, de meeste eer te geeven van dit gewigtig werk \ onder anderen, zeggende „ dat hy hierom „ waardig was, dat hem een marmeren eeren- „ beeld werdt opgeregt (z)." XXVII. Doch terwyl Dykveld, te Londen, arbeid- Hande- ^e? om eijj te verzekeren van de goede gevoe- Aibyviile lens des Prinfen van Oranje , en om , in zul- met hun- ken , die 't gedrag van 't Hof en van den Ko- ns Hoog- ning veroordeelden, vertrouwen te verwekken heden, 0p zvne Hoogheid ; arbeidde d'Albyville , il} den Haage , om den Prins over te haaien , tot het goedkeuren van 's Konings maatregels: ten wel-
fz") N. WiTSBN V.vzondrr Verlisnl der Deputatie van t*8g.
ƒ r,. Cvl 4 /'. ut. CV. 1. f. 28. CV. I- ƒ. S<> Cel. I. /. yv< CV. 4- MS. |
||||
LIX.Boek. HISTORIE. 355
welken einde hy, dikwils, met hem en met de iöfi/,
Prinfesfe, in heimelyke onderhandeling tradt. ——- Hy verzekerde hun , ernftelyk „ dat de Ko- 5, ning niet voorhadt, hun eenigszins te bena- „ deelen in hun regt van opvolginge ; dat hy „ de voorregten der Kroone alleenlyk zogt te \ „ vestigen : waarvan zy, ten zynen tyde , de
53 vrugten fmaaken zouden. De Test-Akte „, !)epaalde de Koningklyke magt te zeer. ,, Hierom, hadt hy beflooten, dezelve te doen 9, vernietigen. Ook wilde hy de * Strafdrei- * Peenel „ gende Wetten, over zaaken van Godsdienst Lav-'h ,, gemaakt, doen affchaffen. De Engelfchen ,, zagen te klaar , welke voordeden hier te „ Lande getrokken werden , uit de algemee- 5, ne Vryheid van geweeten, welke men 'er „ genoot, dan dat zy zyner Majefteit, hier- 55 in, zouden willen wederftreeven«, De ver- „ volging i in Frankryk aangevangen, veroor- „ deelde de Koning ten hoogfte , merkende ,, hy Lodewyk den XIV. aan , als verflaaftj „ aan bygeloof, en ziglaatende beheerfchen, s, door den Aartsbisfchop van Parys, en door „ Mevroawe de Maititemn, fchoon Vader de la v Chaife de vervolging zo lang tegengehouden „ hadt, als hem mogelyk geweest ware. Maar „ de Koning, om te doen zien, welk een' af- „ keer hy hadt van vervolginge, hadtdeFran- 5, fche vlugtelingen minzaamlyk ontvangen» „ en, tot veivullinge van derzeïver behoef- „ ten, eene verzameling van aalmoefen laa- ., ten doen , door het gantfche Koningkryk." De taal, die Albyville voerde, in den Haage* Voerde Koning jakob, te Londen, tegen den ' Z % Hee- |
||||
356 VADERLANDSCHE LIX.Boek.
1687. Heere van Dykveld. Doch de Prins en Piin-
------fes van Oranje , en Dykveld , in derzt lver
Verk'aa- naam , antwoordden, op deeze redenen „ dat
'^'v?n ,, zy alle vervolging ter oorzaake van den $?"„ „ Godsdienst, ernftelyk,veroordeelden; doch VtiufeiCa. n dat ZY iuer z°uden können goedkeuren, dat „ men de Papisten in 't Parlement zitten , en „ openbaare Ampten bekleeden liet. D- woel- „ zieke aart van eenigen deezer luiden en van „ derzelver Priesteren inzonderheid liet hun „ niet toe te rusten , voor zy 't fpel meester „ waren, 't Vermogen, welk zy op den Ko- „ ning hadden , en waardoor zy hem hadden „ doen vergeeten, 't gene hy, by zyne komst „ tot de Kroon, zo plegtiglyk, beloofd hadt, „ bragt hen billyk in verdenking, "t Scheen, „ dat zy geen bedwang altoos veelen konden, „ noch genooten' gunften langer onthouden, „ dan zy , die ze hun beweezen had Jen , in j, alles , wat op hen begeerd werdt, konden „ bewilligen. Het Koningklyk voorregt, zo „ als het, by de wetten van het Ryk , was „ vastgefteld , was, dagt hun, groot genoeg. „ Zy begeerden zulk een uitfteekend gezag „ niet, welk boven alle wetten was. Zulk „ eene inbreuk op de inwendige geiteluheid „ der Regeeringe zou, vreesden zy, het Ko- „ ningkryk wederom in eene Republiek doen „ veranderen. De beste en veiligite wyze van „ regeeren was, huns oordeels, te regeeren, „ volgens de wetten. De Kerk van Engeland „ hadt den Koning duidelyke bewyzen gege- „ ven van haare toegenegenheid en trouwe, „ en was hem, in alles, te gemoet gegaan, ' „ tot
|
||||
LIX.Boek. HISTORIE. 557
„ tot dat hy haar hadt begonnen aan te tas- 1687J
„ ten , in zuik een teder punt, als was de „ veiligheid voor haaren Godsdienst, welke
„ haar de Wetten verleenden, 't Was zeerna- „ tuurlyk, dat zy deeze veiligheid zogt te be- „ houden : en dat de Koning dit euvel nam, „ werdt, met reden , berispelyk gevonden. „ Zyne Majefteit kon, zo hy zig anders wilde „ bedienen van de voordeeiige omftandighe- „ den , waarin hy zig bevondt, ryk en groot „ zyn in zyn eigen Ryk , en een Scheidsman „ der gefchillen onder vreemde Mogendhe- „ den : doch hy hadt zig laaten verfchalken, „ door het lastig aanzoek van woelzieke Gees- „ telyken , die , om hunne oogmerken te be- „ reiken, alle zyne zaaken in de war geholpen „ hadden. Zy konden dan nimmer goedkeu- „ ren, dat men wetten affchafte, waarin, de 3, Godsdienst, dien zy zelven voor waaragtig „ hielden , de beste , ja de eenigfte befcher- „ ming vondt." De Prinfes fprak, zo Alby- ville naderhand verklaarde, op deeze wyze, ernfliger en met volkomener overtuiging van 't gene zy beweerde , dan de Prins zelf. Dyk- veld hieldt diergelyke gefprekken met den Ko- ning , die onverzettelyk bleef by zyne mee- fiing , onder anderen zeggende „ dat de Prins Koning „ van Oranje zig naar hem ^. zynen Schoon- J*k°b 'f „ vader , behoorde te voegen ; doch dat hy, misn"egd „ altoos , zyn werk gemaakt hadt van hem te p^fe.11 M wederftreeven." Dykveld hernam , hier- Dykvcia op „ dat de Prins de toegevendheid zo ver verde- „ niet brengen kon , dat hy 'er zynen Gods- figt zyne „ dienst aan opofferde; doch dat hy , in alle he°^" Z 3 „ an- |
||||
35S VADERLANDSCHE .LIX.Bqzk.
16S7. „ andere gelegenheden , gereed geweest was,
—— „ om zig te onderwerpen aan 'sKonings wil. „ Dat de Nieuwmeegfche Vrede, in het punt, ^, welk het Prinsdom Oranje betrof, openlyk, „ gefchonden geweest was ; doch dat zyne „ Hoogheid, befpeurende, dat de Koning on- „ genegen was , om zig, hierin, zyne belan- „ gen aan te trekken, deswege, geene bewee- » ging gemaakt hadt. Hieruit, zag zyne Ma - „ jefteit, dat de Prins zo groot een* hoon ftil- „ zwygens verdraagen kon, eerder dan eenige „ belemmering toebrengen aan den ftaat van „ 'sKonings zaaleen." Op deeze aanmerking, hadt Koning Jakob geen verzet. De Graaf van Sunderland en anderen zogten Dykveld te be- duiden , dat hy den Prins behoorde over te haaien , om zig te voegen naar den Koning \ hem beloovende , dat zyne Majefteit, in zulk een geval, met hem wilde aanfpannen tegen Frankryk. Doch Dykveld verzekerde elk, dat de Prins nimmer naar zulke voorllagen luiste- ren zou (ö). XXVIU. De Koning gaf egter den moed nog niet op, Stewards 0m den Prins en de Prinfes van Oranje over te brieven baaien, tot zyn gevoelen. Doch hy lloeg, hier- Raadpen-toe » eerlang, eenen omweg in , op dat men fionaris niet merken zou, dat hy de hand in 't fpel **£«!• hadt (£). Jakob Steward, Advokaat in Schot- land , hadt, federt eenigen tyd , de zyde ge- volgd, die zig meest tegen KareldenlI. en ja- kob denII. gekant hadt, en was, zo men dagt, ge-
f<0 BüRNET Vul. I. p. 7oy, 7io> 711.
Qbj Rapin Tm«. Xt p. 72. |
||||
LIX.BOEK. HISTORIE. 359
gemengd geweest, in de meeste heimelyke mui- 1687.
teryen, die, federt twintig jaaren, ondernomen-------■
waren. Vooral, werdt hy gehouden, de hand
gehad te hebben, in de onderneeming van den Graave van Argyle. Van deezen, op wien geen vermoeden vallen kon , dat hy 's Konings zy- de hieldt, dagt men zig te bedienen , om den Prins van Oranje te winnen. Hy was een zeer bekwaam man ; doch niet misdeeld van ftaat- zugt. Pen, de Kwaaker, kende hem, en ver- zogt hem , in Londen te komen , hem verze- kerende , dat hy niet alleen in 's Konings gunst herlleld zou worden ; maar het vertrouwen zyuer Majefteit, geheellyk , können winnen. Steward was gereed , om van party te wisfe- len ; doch eer hy ten Hove kwam , deedt hy een' keer naar Holland, waarfchynlyk met me- de weetan van , en volgens afipraak met Pen. Hy maakte zig bekend by den Prinfe, dien hy eene onverbreekbaare getrouwheid toezei- de. Ook was hy, dikwils, by den Raadpen- fionaris Fagel geweest, en hadt een groot deel van deszelfs vertrouwen weeten te winnen. Toen hy in Engeland kwam, werdt hy zo zeer geftreeld ten Hove , dat 'er elk , die hem ge- kend hadt, verbaasd over ftondt. Men wil, dat hy zelf geloofde , dat de Koning niets an- ders voorhadt, dan het invoeren eener alge- meene Vryheid van geweeten , of ten minfte dagt, datiemant, die zo lang in ongenade ge- weest was, in 't eerst, geene tekenen van ag- terdogt behoorde te geeven. Ook deedt hy zyn best, om 's Konings toeleg te bevorderen in Schotland , en vooral in den Haage , by Z 4 den |
||||
36o VADERLANDSCHE LIX.Boek,
den Prinfe van Oranje. Ten deezen einde ,
fchreef hy verfcheiden' brieven aan den Raad- penfionaris Fagel, waarin hy hem fteik drong, uit 's Konings naam , om den Prins te bewee- gen tot het goedkeuren van 's Konings maat- regelen en het medewerken tot de affchaffin- ge van de Test - Akte en van de ftrafdreigen- de Wetten, over zaaken van Godsdienst. Hy vertoonde hem , onder anderen „ hoe klein „ een getal de Roomschgezinden uitmaakten „ in Engeland , zo dat 'er geene reden was , „ om veel van hun te dugten." Hy breidde zig ook zeer uit, over de hardheden , die den verfchillenden Gezindheden onder da On- roomfchen , door de Wetten , werden opge- legd , en welken de Koning niet dagt te doen ophouden, ten ware de Test-Akten, te gelyk, vernietigd werden. Ook zouden, fchreef hy, by weigering van dit laatfte, de gemelde Ge- zindheden ligtelyk te vreezen hebben voor ver- volginge. Steward fchreef, meer dan eens, zonder antwoord te bekomen. Fagel liet den Prinfe alle de brieven leezen. Zyne Hoogheid vondt, eindelyk, geraaden , dat de Raadpen- fionaris een volledig antwoord zonde aan Ste- ward , welk voor eene verklaaring van 'sPrin- fen oogmerken zou können doorgaan , en als zodanig in o'penbaaren druk verfpreid wor- den. De Prins verwagtte veel voordeels , uit het verfpreiden van zulk een' brief, vooral aan Roomschgezinde Hoven , daar men , anders- zins , niet ongenegen was, om in een Ver- bond te treeden tegens Frankryk ; maar nu, meer of min , wederhouden werdt, door de ver-
|
||||
LIX.Boèk. HISTORIE.
|
||||||||
361
|
||||||||
verbeelding, dat de Prins en 'sPrinfen vrien- 1687.
den in Engeland niets anders bedoelden , dan de uitrooijing der Roomschgezinden , door al-
le de drie Ryken. De Raadpenüonaris fchreef dan een' wydluftigen Brief aan Steward , ge- dagtekend den vierden van Slagtmaand , die, door Burnet, in 't Engelsch werdt overgezet (Y). In deezen Brief, verklaarde hy rondelyk, Fagel „ dat de Prins en Prinfes van Oranje van gevoe- ver- „ len waren , dat geen Christen , om zyne Con- }n"gn*en „ fcientie, behoorde vervolgd, of, om dat hy van wydhifti. „ de publyke en vastgeflelde Religie verfchilde , gen brief „ kwalyk gehandeld te worden. Dat zy, hier- aan Ste- „ om , toeftonden , dat den Papisten, in En- J"^* „ geland, Schotland en Ierland , de vrye oe- van j^,,. „ fening van Godsdienst werdt toegelaaten , ne Hoog. „ op gelyke wyze , als zy dezelve genooten , h^den» „ in de Vereenigde Gewesten. Dat zy niet ^|jjaf? „ flegts toeftonden ; maar van herten goed- finge dÊt „ keurden , dat de verfchillende Gezindheden Test- Ak- „ der Onroomfchen volkomen' vryheid van ten *n „ Godsdienstoefening behielden , zonder ee- jreieen- „ nige ontrusting of verhindering. Dat zy de Wet> „ overboodig waren, om deeze Vryheid, ter ten, in „ begeerte van zyne Majefteit, te helpen in- Groot- „ voeren en handhaaven. Ook wilden zy met BruanJe* „ den Koning ftemmen, tot het affchaffen der „ ftrafdreigende Wetten ; mids de Wetten , „ waardoor de Roomschgezinden geflooten „ werden buiten de twee Huizen des Parle- „ ments, en buiten alle openbaare Kerkely- „ lee, Regeerings- en Krygs-ampten, in volle » kragt
(O Burnet Vul. I. p. 73'5 73a.
Z 5 |
||||||||
/
|
||||||||
S6s VADERLANDSCHE LIX.Boex.
„ kragt bleeven. 't Vernietigen deezer Wet-
„ ten en der Test-Akten konden hunne Hoog- „ heden niet toeftaan , om dat 'er de Protes- „ tantfche Godsdienst door befchermd werdt; „ terwyl 'er de Roomfche geen ander nadeel „ door ontving, dan dut derzelver belyders „ geweerd werden , uit openbaare bedienin- „ gen , welken zy, behoudens de veiligheid „ van den Protestantfchen Godsdienst, niet „ zouden können bekleeden. Roomfchen , „ noch Protestanten, die van de Engelfche „ Kerke verfchilden , konden hier iets- tegen „ hebben. Hy , de Raadpenfionaris , was „ ook, al zyn leeven, geweest tegen het ver- „ volgen van zulken, die van den openbaaren „ Godsdienst verfchilden, en hy hoopte'er al- „ toos tegen te zyn. De waarheid, waarmede „ de Godsdienst 's menfehen hert beftraalde, ,, was, zyns oordeels , een bloot uitwerkfel „ der Goddelyke barmhertigheid. Men moest „ dan God ttegts bidden voor de doolenden, „ of niet dan zagte en vriendelyke middelen „ gebruiken, om ze te regt te brengen. Maar „ onbegrypelyk was't hem, daarentegen, al- „ toos geweest, hoe iemant, wien men vry- „ heid van Godsdienst gunde, geoorloofd ag- „ ten kon, dat men de Wetten van eenen Staat „ zogt te doen vernietigen, om in openbaare „ bedieningen te geraaken. 't Verfchil tus- „ fchen zyne Majefteit en hunne Hooglieden „ viel dan niet hierover, of men de luiden „ aan geldboete en andere ftrallen behoor- „ de te onderwerpen , om dat zy eenen ande- „ ren Godsdienst beleeden dan den vastgeilel- „ den,
|
|||||
V
|
|||||
OX.Boek. HISTORIE. 363
„ den; maar, x)f men de Roomsch-Katholyken 1037.
,, ook toelaaten moest tot de openbaare Amp------—
„ ten : waaruit door den tyd volgen zou eene
5, afichaffing van alle de wetten, die tot befcher- „ ming der Hervormde Leere gemaakt waren. 1, Geen Koningkryk of Staat was 'er , waarin ,, de Wetten niet gezorgd hadden voor de ^, veiligheid van den vastgeftelden Godsdienst. „ Bülyk was zulks, derhalve, ook gefchied j, in Groot- Britanje. 't Gedrag der Roomsch- „ gezinden en Protestanten verfchilde egter, „ in dit opzigt, zeer. De eerften hielden zig „ niet te vrede met de laatften, alleenlyk, uit „ te fluiten van voordeelige en aanzienlyke „ Ampten ; maar zogten, daarenboven , den „ gantfehen Godsdienst te verdrukken en uit „ terooijen. Een Protestant, die God vrees- „ de en zig zynen Godsdienst ter herte liet 5, gaan , kon hierom niet bewilligen in het af- l, fchaflèn van Wetten , alleen tot beveiliging ,, van zynen Godsdienst vastgefteld. Menzei- „ de wel, dat de Roomsch-Katholyken in En- 5, geland en Schotland flegts een klein getal „ uitmaakten : doch 't was 'er, in Ierland, j, geheel anders mede gelegen : en al ware 't „ lchoon , dat zy, in de twee andere Ryken, l, maar weinigen uitmaakten ; te onredelyker „ zou 't zyn, dat men, om weinigen, de ge- „ meene rust ftoorde, vooral, daar deeze wei- „ nigen vryheid van Godsdienst genieten kon- „ den. Of was hun getal grooter dan men „ voorgaf; te meer reden was 'er, om voor „ hun te dugten. Tegenwoordig, zouden ze, „ vaelligt, niet onderneemen, den Hervorm- „ den
|
||||
3^4 VADERLANDSCHE LIX.Boek.
„ den Godsdienst te verdrukken. Doch als
,, de kragt der Weten , tot beveiliging van „ deezen Godsdienst gemaakt, eens verbro- „ ken ware, zouden ze den Koning, ligtelyk, „ zoeken te beduiden, dat hy, geweetenshal- „ ve , verpligt was , de Hervormden te ver- „ volgen. De ondervinding van alle tyden ,, hadt, vooral, geleerd, dat Roomschgezin- „ den en Hervormden niet famen in gewig- „ tige openbaare bedieningen konden zyn , „ zonder argwaan tegen eikanderen op te vat- „ ten : waaruit niet anders dan onrust ont- „ ftaan kon. 't Zou wel een groote ramp zyn „ voor de verfchillende Gezindheden der On- „ roomfchen , zo zy onderhevig bleeven aan „ de ftrafdreigende Wetten , indien de Test „ niet wierde afgefchaft; doch zy zouden dee- 5, ze ramp alleenlyk te wyten hebben aan de „ Roomschgezinden , die , terwyl zy zelven „ nog onder de ftraf deezer Wetten lagen , „ den Koning zogten te beweegen , om de „ Protestanten , huns ondanks, te noodzaa- „ ken , tot het verbreeken der vastftellingen , „ waarin de veiligheid van hunnen Godsdienst „ gelegen was. Men kon, ten minfte, hun- „ nen Hoogheden zulk een' ramp niet wyten, „ alzo zy.zo duidelyk verklaard hadden , dat „ zy zelfs den Roomschgezinden, en veel meer „ nog den verfchillenden Gezindheden der „ Protestanten vryheid van gevoelen wilden „ toeftaan , en niets anders beweerden , dan „ dat men de Roomschgezinden behoorde ge- „ flooten te houden , buiten de openbaare be- „ dieningen. 't Was een grof misverftand , „ welk
|
||||
LIX.Bgek. HISTORIE. 365
„ welk Steward hadt doen fchryven, dat de l6i^m
„ Roomschgezinden in de Vereenigde Gewes- ____.
„ ten tot openbaare bedieningen werden toe-
„ gelaaten. Duidelyke Wetten ilooten ze „ buiten allerlei Ampten van Regeeringe en „ Regte. Tot Krygsampten werden ze aan- „ genomen , om dat zy, van de eeifte opreg- „ tinge van den Staat af, hadden aangefpan- „ neu met de Hervormden , tot verdediging „ der gemeene Vryheid; en den Staat, in den „ oorlog, treffdyke dienften gedaan. Ook „ leedt de gemeene veiligheid hierdoor geen' „ last; alzo het getal der Roomschgezinde „ Krygsluiden niet groot was , en de onge- „ makken, die zy zouden hebben können ver- „ oorzaaken, ligtelyk konden voorkomen wor- „ den : 't welk zo gemakkelyk niet zou heb- „ ben können gefchieden, zo de Roomschge- „ zinden , ten zelfden tyde , ook deel gehad „ hadden aan de Regeerings- en Regter-Amp- „ ten van den Staat. Hunne Hoogheden wensch- „ ten niets vuuriger , dan dat zyne Majefteit, „ gelukkiglyk , regeeren mögt; doch zy wa- „ ren, in hun gemoed, overtuigd, dat de Pro- „ testantfche Godsdienst bloot ftaan zou voor „ een onvermydelyk gevaar, zo de Test en „ de andere ftrafdreigende Wetten werden af- „ gefchafc. Zy zouden, hierom, veel te ver- „ antwoorden hebben aan Gode , zo zy zig , „ door eenige tegenwoordige voordeden, lie- „ ten beweegen, om met zyne Majefteit fa- „ men te ftemmen tot het bewerken en hand- „ haaven deezer affchaffinge. Ondertusfchen, „ zouden hunne Hooglieden niet nalaate.n, „ al-
|
||||
366 VADERLANDSCHE LDL Boek.
1687. „ altoos , eene diepe eerbiedenis , beftendige
-1 „ trouw en kinderlyke toegenegenheid te be- „ toonen aan zyne Majefteit, en dezelven zelfs „ te doen vermeerderen, indien 't mogelyk „ ware (V)." Uitwerk- Zo dra Steward deezen brief ontving, bragt fels van ny dien den Koning, die 'er den geheimen Raad briefen deel aan Saf- Den brief gelezen en overwoo- 't Engel- gen zynde, belastte zyne Majefteit Steward aan fcheHof. Fagel te fchryven , dat de Koning alles heb- ben wilde, of niets. De Keizer, de Roomsen - gezinde Leeken in Engeland, en veele ande- ren waren , ondertusfctten , te vrede met nee gene de Prins van Oranje redelyk geoordeeld hadt, de affchaffing van de ftrafdreigende Wet- ten , tegen de Roomschgezinden en verfchilleu- de Gezindheden van Onroomfchen gemaakt, en de handhaaving der Test-Akte, waarby de Roomschgezinden tot aanzienlyke Ampten on- bekwaam verklaard werden (e). Doch eer men den brief van den Raadpenlionaris gemeen gemaakt hadt, was 'er een gerügt verfprekl door Engeland, dat de Prins en Prinfes van Oranje, eindelyk, hunne ftem gegeven hadden, tot de affchaffing der Test en der ftrafdreigende Hy wordt Wetten. De Prins kreeg haast kennis van dit ir.'t licht gerügt, en men wil, dat hy toen eerst belloot, gegeven, den brief te iaaten drukken , en, in Engeland en hier te Lande , te laaten verfpreiden. Im-
mers , dit gefchiedde, kort hierna (f). Het En-
r<0 Zkdiezen Brief in de Ho 11. Merc. van 1CA7. il. 03. en
ir Dn Mont Corps Diplom. Zivw. ,VH. P. II. p. ijl. (c~) BlTRNÏT Fol. I. p. 733,
(ƒ) Durnet Ful I. p. 7J4»
|
||||
LIX.BOEK. H I S T OIR I E. 367
Engelfche Hof was 'er zo geftoord over, dat 1687;
het, eerlang , een Gefchrift liet uitgaan , on---------r
der den titel van Parlammtum pacificum of het
yreedzaam Parlement, waarin beweerd werdt, Men be* dat de brief verdigt was , of dat de gedagten weertin hunner Hoogheden, in den zelven, kwalyk en ~j"fj1,an'1 buiten derzelver kennis , voorgefteld waren, verdijt Maar Fagel, zig door dit fchrïft, welk , met i«. verlof van den Graave van Sunderland, gedrukt Fa£el was, geraakt voelende in zyne eer ; maakte , ^be-3" eerlang, in openbaaren druk, bekend, dat de wyst j^ brief waarlyk van hem gefchreeven was, en tetrea- de opregte gevoelens hunner Hoogheden in- deel. hieldt (5). Hy deedt, ten zelfden tyde, ee- nen brief drukken, door hem aan Albyvillege- rigt, waarin hy zig beriep op de kennis , die deeze zelf hadt van de waare gevoelens hunner Hoogheden, hem, tegelyk, verzoekende, dat hy den Graave van Sunderland geliefde te on- derrigten van den misflag, begaan, in het Ge- fchrift , genaamd kt yreedzaam Parlement. De Raadpenfionaris verklaarde ook, dpenlyk, dat hy een fchriftelyk verzoek hadt van zyne Hoogheid, om aan Steward te fchryven. Doch 't leedt maar weinige maanden , of daar werdt een gedrukte brief van Steward aan den Raad* penfionaris verfpreid , in antwoord op den zy- nen van den vierden van Slagtmaand , in wel- ken brief, Steward ontkende , dat hy ooit op Fa-
(5) Ik heb thans eenen eigenhändigen Brief van
den Raadpenfiónaris voor roy, den drie- entwintiafttn van Louwmaand des jaars i6S8 , aan dsn Ambasfa- deur van Citters gefchreeven, waarin dit zelfdeerken* wordt. |
||||
363 VADERLANDS CHE LLX. Boek.
1687. Fagel begeerd hadt , te mogen weeten , wac
fing der Test en ftrafdreigende Wetten, in En-
geland. Üp 't leezen van deezen brief, reken- de de Raadpenfionaris zig wederom verpligt , om eenige uittrekfels, uit verfcheiden' brieven van Steward , zo aan den Raadpenfionaris als aan iemant zyner vrienden in den Haage ge- fchreeven, openlyk, in't licht te geeven. Met deeze uittrekfels, werdt beweezen, dat Steward den Raadpenfionaris , federt Hooimaand, me- nigmaalen aangezet hadt, om den Prins en de Prinfes over te haaien , tot het voldoen aan 's Konings begeerte. Zy werden, omtrent het begin van Herfstmaand des jaars 1688, gemeen gemaakt (g) : wanneer de zaaken in Engeland reeds zo zeer van gedaante veranderd waren , dat men zig weinig ftoorde aan het misnoegen van het Engelfche Hof. Ook hadt Koning Ja- kob , zo dra de brief van den Raadpenfionaris in 't licht kwam, zig niet ontzien, in 't byzyn van zyne Hovelingen en van vreemde Staatsdie- naars zelven, vinnig uittevaaren tegen den Prin- fe van Oranje, wien hy met openbaare blyken van misnoegen dreigde (^). XXIX. Wy hebben den inhoud van Fagels brief, Aanmer- en 't gene 'er, voor en na het uitgeeven van kinden denzelven, voorviel, wat uitvoeriger willen te. inArtoed " ^0^ fte^en 1 om dat deeze brief altoos aange- van Fa- zien is (/), als hebbende merkelyken invloed ge-
(?) Zie Huil. Merc. van 1688. U. 152-16Ö.
( k J BURNBT Pi/l, I. f> 734.
(O yoiez Du Hom Corps Diplom. Ton. VÏUP. II. ju iS*%
Note (,»>
|
||||
LIX.Boék. HISTORIE. 369
gehad op de verandering der Regeeringe, wel- i<s8>.
ke , kort hierna , voorviel in Engeland. De -—«* voornaamile voorftanders der Engelfche Kerke gels waren zeer in hunnen fchik geweest, met de ^rS*^ uitbreiding van 't Koningklyk gezag, op't ein- de der Regeeringe van Karel den II, en inden aanvang van die des tegenwoordigen Konings; om dat zy meenden, dat dit gezag, altoos, tot bevestiging en luister der Kerke , nooit tot in- voering van den Roomfchen Godsdienst, ge- bruikt zou worden. Ook rekenden zy de Kerk genoeg beveiligd, door de Test-Akten enftraf- dreigende Wetten. Doch zo"dia Jakob de II. begon te fpreeken van het affchaffen deezer Ak- ten en Wetten, openden deeze luiden de oogen ; die , terftond, gewend werden naar den Piïn- fe van Oranje, wiens Gemaalin het naaste regt hadt tot de Kroon. Men vertrouwde egter , in 't eerst, den Prins nog niet volkomenlyk. Men wist, dat hy zig hieldt aan eene Kerke , die, in Leere, in beftier en in Kerkgebruiken , merkelyk, van de Engelfche Kerke verfchilde» Men vreesde, hierom, dat hy, eenig deel ver^ krygende aan de Regeeringe, de Leer, welke hy de beste oordeelde , in 't Ryk zou tragten in te voeren , ten nadeele van den vastgeftel-1 den Godsdienst. Doch zyne Hoogheid hadt zorg gedraagen , om deeze vrees te doen ver- dwynen ; de Leden der Engelfche Kerke, die een kwaad oog begonden te krygén op den Koning, door Burnet, doende verzekeren, dat hy nimmer den vastgeftelden Godsdienst zou tragten te veranderen , noch de Kalvinistifche begrippen in te voeren in 't Ryk. Hierdoor, XV. Deel. Aa trok |
||||
370 VADERXANDSCHE LIX. Boek.'
i6l/. trok hy veele aanzienlyke voorftanders en Le-
------den der Engelfche Kerke op zyne zyde. De
Koning befpeurde , wel haast, dat de Kerks-
luiden heulden met den Prinfe. Hy deedt, hierom, zyn best, om alle Roomschgezinden, en vooral alle de verfchillende Gezindheden der Protestanten verbonden te houden aan zy- ne belangen. Dit meende hy best te zullen können doen , door het affchaffen der Test- Akten en der ftrafdreigende Wetten, waardoor de Roomschgezinden niet flegts, maar ook alle andere van de Engelfche Kerk verfchillende Gezindheden uitgeflooten werden van Ampten van belang , en onderhevig verklaard aan ver- fcheiden' geldboeten en andere ftraffen. Doch zyne Hoogheid deedt ook deezen zien , dat men , met deeze affchaffing, alleenlyk beoog- de , de Roomschgezinden te dringen in Amp- ten van Regeeringe en Regtsoefeninge: 't welk zo veel ingang vondt, dat de verfchillende Pro- testantfche Gezindheden klaarlyk begreepen, dat de Ampten , na de affchaffing , welk de Koning dreef, niet voor hun, maar voor de Roomschgezinden zyn zouden. Van wege 't Hof, werdt hun wel ingeftamt, dat zy, zo men zig aan 't gevoelen van den Prinfe hieldt, onderhevig bleeven aan de ftrafdreigende Wet- ten : zelfs gaf men hun te bedenken, of de Prins , die zulke wetten in kragt laaten wilde, wel vreemd zou zyn van de Roomfchen niet flegts, maar ook fommige Gezindheden on- der de Protestanten te vervolgen. Maar zyne Hoogheid verdreef den argwaan, welken men, uit zulke redenen , tegen hem mögt opgevat |
||||
'
|
|||||
LIX.Boek. HISTORIE. 371
hebben, t'eenemaal, door de ronde en her- «ja/,
haalde Verklaaring, dat hy van alle vervolging ——» om den Godsdienst eenen diepen afkeer hadt, en hierom gaarne zou willen toeftaan, dat de ftrafdreigende Wetten , beide omtrent de Roomfchen en omtrent de verfchillende foor> ten van Protestanten , mogten afgefchaft wor- den , indien 't, met bewilliging der beide Hui- zen des Parlements, gefchieden kon. Het Hof, zig dus in zynen toeleg ziende gedwarsboomd, door zyne Hoogheid , wendde allerlei midde- len aan , om hem te doen veranderen van ge- dagten, en verfpreidde, eindelyk, dat hy, in der daad , in 's Konings gevoelen overgegaan was : 't welk , zo 't geloof hadt gevonden in Engeland, veelen, die aldaar'sPrinfen belan- gen voorftonden , t'eenemaal, van hem ver- vreemd zou hebben. Om dit te voorkomen, diende de brief van Fagel: het uitgeeven van welken de maatregels van 't Hof geheel in de warbragt (JC). Men hadt raadzaamer gevon- deri den Raadpenfionaris te doen fchryven , dat hunne Hoogheden zelven : 't zy om de gelegenheid open te houden , tot het bevesti- gen of veranderen van 't gene de Raadpenfio- naris gefchreeven hadt, naar dat de zaaken loopen zouden ; 't zy om den Koning niet te openlyk te ftooten; 't zy ook, eenvoudiglyk, om dat, Steward aan Fagel gefchreeven heb- bende , de voegzaamheid fcheen te vorderen, dat deeze op 't gene hem gefchreeven was, ant-
(k) Misfive van dtit Amlusf. van Otters aan zyne Hoog-
heid vm ') Jan. ir,88. MS. Aa 2
|
|||||
372 VADERLANDSCHE LIX.Boek.
i<587. antwoordde. Van hoe veel invloed de brief
■ ware op den flaat der Engelfche zaaleen, bleek wel aan de poogingen , welken men , aan 't
Engelfche Hof, aanwendde, om hem voor ver- digt te doen doorgaan , en om , voor 't volk, bedekt te houden , dat de Koning den Prins hadt gezogt te doen veranderen van gevoelen. Doch alle deeze poogingen werden verydeld , door de gedrukte verklaaring van den Raad- pensionaris , en door de uittrekfels uit de brie- ven van Steward , die zeer veel hielpen , om het vertrouwen op den Prinfe te doen toenee- men in Engeland , onder allerlei Protestanten , en , naar 't uiterlyk fcheen , ook onder vcele Roomschgezinden. Doch hoe meer goedgun- ners zyne Hoogheid won ; hoe hooger het mis- noegen rees, welk de Koning tegen hem opge- vat hadt. XXX. De Markgraaf van Albyville , die, in den Onvoor Zomer deezes jaars i6ü7. een' keer naar Lon- taai van den gedaan hadt, en eerst tegen 't einde des Aiby/iiie,jaars wederom kwam in den Haage, was zo tegen den ingenomen met den aanftaanden goeden uit- Pnn(evanßag van's Konings voorneemens , dat hy niet ranj" Ichroomde , ontyJig , te ontdekken , 't gene anderen, zorgvuldiglyk, verborgen gehouden zouden hebben. Eens in gefprek geraakt zyn- de met den Prinfe van Oranje, hieldt deeza hem voor , dat de Koning, by eede, beloofd hadt, de Wetten en den vastgeftelden Gods- dienst te zullen handhaaven : waarop hy, on- voorzigtiglyk, antwoordde „ dat Vorften, in „ fomrnige gelegenheden, hunne beloften be- „ hoorden te vergeeten," En als de Prins hier-
|
||||
LIX.Boek. HISTORIE. 373
hierop zeide „ dat. zyne Majefteit meer ag- i68;r.
„ ting hebben moest, voor zulk een aanzien-----——
„ lyk gedeelte van het volk , als de Kerk van
„ Engeland was," hernam Albyville „ dat „ dit Lighaam, welk zyne Hoogheid de Kerk „ van Engeland noemde, binnen twee jaaren, „ niet meer in wezen zyn zou." Op deeze wyze , liet deeze Gezant zig , lofFelyk, ont- vallen , 't gene het Engelfche Hof, heimelyk, voorgenomen hadt, en zekerlyk niet zo vroeg verfpreid wilde hebben. Maar Albyville ge- droeg zig , in den Haage , ook in andere op- zigten , zo arrnhertig , dat hy een voorwerp werdt der algemeene fpotternye. De uitheem- iche Staatsdienaars en d'Avaux zelf wisten niet y hoe zy zig langer omtrent hem gedraagen zou- den , alzo zyne onnozelheid , by alle gelegen- heden , en in alle gezelfchappen, in 't oog liep (/). Het eerfte Vertoog, welk hy over Zyn rtegz de zaak van Bantam gedaan hadt, was , in beleid, zulke dreigende bewoordingen, opgefteld ge- 1„i.deft weest, dat men het fchier aanzag als de voorbo- de eener korte aanftaande Oorlogsverklaaringe. Ily hadt, fchryft Burnet, dit Vertoog, te Am- ilerdam, doen drukken, eer hy 't ter algemee- ne Staatsvergaderinge overleverde. Doch hier- op volgde , allecnlyk , eene daaling in de Ak- tien der Oostindifche Maat'fehappye , die niet lang duurde, en waarby Albyville zelf gehou- den werdt, de meeste winst behaald te heb- ben. De oorzaak der daalinge was de vrees voor de t'huiskomende Oostindifche Vloote, op
(O RURNET Vul. I» p. 73% , 734.
Aa 3
|
||||
374 VADERL. HI ST. LIX.Boek;
op welke men dagt dat de Engelfchen pasfen
zouden, gelyk zy, weleer, op de Smirnafche Vloot gedaan hadden. Doch daar gebeurde niets diergelyks. Albyville zong, naderhand, op laager' toon , vorderende alleenlyk, dat de Staaten Gemagtigden ftelden , tot vereffening der Bantamfche zaake Qm~) : die, gelyk wy reeds hebben aangetekend , ten deezen tyde, nog onvereffend bleef. De toeftand der din- gen in Engeland begon zig, eerst met den aan- vang des volgenden jaars , te fchikken tot de gewigtige verandering , die , eenige maanden laater, voorviel, en in 't volgende Boek zal ontvouwd worden. , («O Burnet Vol, I. p, 7*8.
|
||||||
*
|
||||||
VA-
|
||||||
VADERLANDSCHE
HISTORIE.
ZESTIGSTE BOEK.
|
||||||
INHOUD.
I. Verfchil met Deenemarke over den Koophan-
del. Verdrag» deswege getroffen. Onlust met Frankryk. II. Toerusting tegen Algiers. Ge- yegt met drie Algierfche Kaapers. III. Gefchil twfchen den HoogenRaade en''t Hof. De Staa- ten van Holland leggen't by. IV. Den Jezui- ten en Monniken wordt het Land ontzeid. Klag- ten hierover. De Staaten verdedigen V Verbod. Geboorte van den PrinfeJoanlVillemFrifo. V. Staat der zaaken in Engeland. Twyfeling over de zwangerheid der Koninginne. Men wigert het Engelsch en Schotsch Krygsvolk in Staaten dienst te ontßaan. VI. Vloot op Schooneveld. Aanflag op V keven des Prinfen van Oranje. De Engelfchen zoeken hem aan om hulpe. Dood van den Keurvorst van Brandenburg. Zyn aart. Verbond der Staaten met zynen Opvol- ger , Fredrik den III. VII. JTyding van het bevallen der Koninginne van Groot - Britanje. Onderzoek, over de waarheid deezer verksfin- ge. VIII. Gedrag van den Prinfe en Prinfes- fe van Oranje , ter deezer gelegenheid. Zyne A a 4 Hoos- |
||||||
$?6 VADERLANDSCHS LX Boek,
Hoogheid befluit tot den overtogt naar Enge-
land. IX. De Keurvorst van Keulen flerfu ferfchil over de verkiezing van eenen Opvolger. X. Twist tusfchen den Paus en Frankryk over de vryheden der Wyken te Rome. Mededingers maar 't Aartsbisdom van Keulen. Verfcheiden Bisdommen vervuld. XI. De Keulfche twist firekt den Prinfe tot een voorwendfel, om zig te bereiden , tot den overtogt naar Engeland. Aanleiding tot den zelven. Heimelyke hande- ling met die van Amßerdam. De Staaten wer- ven , en verfier ken de Floot. Handeling van den Prinfe in Duitschland. XII. Engelfche Grooten in den Haage. 's Prinfen oogmerk wordt ontdekt. Geheim Verbond van Koning Jakob met Frankryk. XIII. Lodewyk de XIV. verklaart den Keizer den Oorlog. Filipsburg bemagtigd, door de Frimfchen. XIV. Oorlog tusfchen Frankryk en den Paus. Frankryks gedrag , omtrent den Keizer , den Paus en de Staaten , bevordert de onderneeming op Enge- land. Verdrag met Zweeden. XV. Raad- pleegingen des Prinfen op den overtogt. XVL Hy openbaart de redenen , die 'er hem toe had- den doen befiuiten. XVII. Ontfieltenis aan 'i Engelfche Hof. Men weigert aldaar Franfchen byfiand. Plakaat tegen den Prinfe. Getuige- nisfen voor de wettigheid der geboorte van den, Prinfe van Walles. XVIII. De Staaten ver- firekken den Prinfe vier müliotnen. Zy geeven reden van hun gedrag. De Raadpenfionaris, Fagel werkt door de Predikanten. Vrees voor eenen toeleg tegen den Protestantfchen Gods- dienst- XIX. De RaadpmJionarisFagel fierfi. |
||||
LX.BOEK. HISTORIE. 377
|
|||||
Zyne afbeelding. XX. De Prins van Oranje
begeeft zig op de Vloote. Hy landt in Torbaai. 't Leger wordt ontfcheept. XXI. 't Leger des Konings komt te Salisbury. Trekt te rug. On-
derhandeling tusfchen den Koning en den Prin- fe. De Koningin wykt naar Frankryk. XXII. De Prins maakt zig meester van Whitchall en S. James. De Koning verlaat het Ryk. XXIII. De Koning van Frankryk verklaart den Staaten den Oorlog. XXIV. De Prins be- fchryft eene Conventie. Koning Jakob fchryfi "er aan. XXV. Twist tusfchen de Heeren en de Gemeenten , over den /laat der Kroone. XXVI. Onderhandelingen der twee Kameren.
XXVII. V Onderzoek. over de wettigheid der
geboorte eens Prinfen van Walles wordt ont- weken. XXVIII. De Prins van Oranje ver- klaart zig over V fluk der Regeeringe. De Heeren en Gemeenten verecnigen zig. XXIX. De Prinfes van Oranje komt te Londen. Voor- waarden , waarop den Prinfe en haar de Kroon iicingebooden wordt. XXX. Zy aanvaarden ze , en worden voor Koning en Koningin yan Engeland, Frankryk , Schotland en Ierland uitgeroepen. |e bekragtiging van het Verdrag van i68?.
Koophandel , in 't jaar 1684, met den -------
Koning van Deenemarke , geflooten , en de *•
vernieuwing der voorige Verbonden met dit m^ ^ • Ryk waren, tot biertoe , agtergebleeven , nemarke, doordien de Staaten niet konden befluiten , over dea om den Koning te voldoen , wegens de ag- ^00,p" Sejflallen der onderftandgelden , welken hy hilIKel* A a. $ vor- |
|||||
37^ VADERLANDSCHE LX. Boek
1687. vorderde (0) : behalve , dat men ook eeni-
------ ge zwaarigheid maakte, om het Verdrag van
Koophandel, zo als het lag, en zonder eeni-
ge opheldering, goed te keuren. Terwyl de handeling dus haperde, hadt Christiaan de V, in 't jaar 1686, bevolen, dat 'er, in 't eifchen van den tol in zyn Ryk , onderfcheid gemaakt zou worden , tusfchen Onderzaaten van Mo- gendheden, die met den Koning verbonden en niet verbonden waren. Uit dit bevel, maak- ten de Staaten op, dat men voorhadt, hunnen ingezetenen meer tol af te vorderen , dan naar gewoonte : 't welk hen deedt befluiten, de Vaart naar Noorwegen , in Lentemaand dee- zes jaars, by voorraad , tot den tienden van Grasmaand , en verder tot nader verlof, te verbieden: ook den invoer van het Noordfche Hout, op eene boete van twintig guldens van 't last. De Koning van Deenemarke , den handel der ingezetenen van deezen Staat op Noorwegen niet konnende misfen, deedt, hier- op , den Staaten , door zynen Gezant, den Baron Kragh, aanzeggen ,, dat hy niet voor- „ hadt, hunne onderzaaten eenigen ongewoo- „ nen tol te doen betaalen , onaangezien hy, „ onlangs, eene nieuwe Tol-lyst hadt vast- „ gefteld ; alzo hy de ingezetenen der Veree- „ nigde Gewesten , tot nog toe, aan deeze „ Tol-lyst niet onderworpen hadt; dat hy, „ hierom , zeer vreemd vondt, dat hunne „ Hoog - Mogendheden den handel op Noor- „ wegen verbooden hadden." Hy voegde 'er by»
(<0 *« LIX. Bock, il. S93.
|
||||
LX.Boek. HISTORIE. 379
by „ dat het zyne fchiüd niet was, dat de ont- 1687,
„ worpen' Verdragen niet tot volkomenheid -------
„ gebragt, en naar behooren bekragtigd wa-
„ ren: biedende hy nog aan, zig, hiertoe, van „ zyne zyde, geniakkelyk te zullen laatenvin- „ den." Doch de Staaten vonden niet geraa- den , het verbod van den Noordfchen handel in te trekken , voor dat de Koning zig nader geopend hadt. De Keurvorst van Branden- burg , thans beide met de Staaten en met Dee- nemarke verbonden, en vreezende voor ver- dere verwydering, tusfchen de twee Mogend- heden, die, in de tegenwoordige omftandighe- den , nadeelige gevolgen zou hebben können naar zig ileepen, boodt zyne bemiddeling aan, tot vereffening der gereezen' gefchillen. Zy werdt, van de eene en andere zyde, gereede- lyk j aanvaard. De Staaten zonden den Heer jakob Hop, Penfionaris van Amfterdam, naat Berlyn, alwaar de twist over de tollen, de mee- ting en het onderzoek derfchepen tereener, en over het verbod der Vaarte op Noorwegen ter anderer zyde zou afgehandeld worden (£). 't Gelukte egter niet volkomenlyk. Alleen verdrag werdt 'er , in Hooimaand des jaars i6fS8 , een deswege Verdrag getroifen, waarby men overeenkwam, petrof- om de gefchillen over den handel, te Ham- fen' burg ofte Altona, te vereffenen. Midlerwyl, zouden de ingezetenen van den Staat, in 't ftuk der tollen en in 't onderzoek en de mee- tinge der fchepen, gehandeld worden, op den voet der Verdragen van de jaaren 1645, 1647, 1666
0} HolJ. Merc. van 1687. hl. 174-181,
|
|||||
\
|
|||||
38o VADERLANDSCHE LX. Boek.
1687. 1666 en 1669. Ook zouden de Staaten de
-------vaart en handel op Noorwegen wederom open
ftellen. De buitengewoone belastingen , wel-
ken men , ter wederzyde , op elkanders fche- pen en waarengelegdhadt, zouden, insgelyks, afgefchaft worden. Doch alles by voorraad, en llegts voor den tyd van twee jaaren (c). De onlusten tusfchen de twee Mogendheden werden , door dit Verdrag , voor eene wyle, weggenomen. Doch Deenemarke fcheen nog te naauw verbonden met Frankryk, omzig, in een vast en voordeelig Verbond met de Vereenigde Gewesten , te begeeven. Het Huwelyk van 's Konings Broeder met de Dog- ter des tegenwoordigen Konings van Groot- Britanje verpligtte de Deenfche Majefteit ook, meer of min , om de maatregels van het En- gelfche Hof, welken vierkant verfchilden van die der Vereenigde Staaten, niet te zeer tegen te gaan. o ihm De Koning van Frankryk hadt, in deezen ",iet faare 1687 » ^en invoer verbooden van allen *iauiiryk.r_jarjng ^ ^ met gecn pranscri £out gezouten was. De Haringvisfchery deezer Landen werdt,
hierdoor , eenigszins , benadeeld. Doch de Staaten vonden geraaden, tot vergoeding dee- zer fchade, de Franfche Siroopen, op het inko- men , ook hooger te belasten Qd). Op dee- ze wyze , werden de voorbereidlels gemaakt tot de oneenigheid , die , in 't volgende jaar , openlyk , uitborst. De
Cf) Zh Groot-Plakaatb. IV. /)«/, U. joz. Du Mons
Corps Diplom. Tom. Vil. P. H. p. 157. {£) liull. Mtrc. van »6Ü7. bU 181, |
||||
LX. Bork. HISTORIE. 381
|
||||||
De vyandlykheden, onlangs begonnen, dooi* 1687.
die van Algiers , bewoogen de Staaten , in de |
||||||
Lente deezes jaars , eenige Oorlogsfchepen in H-
zee te zenden onder den Vice - Admiraal Füips To"V'" f cm Almonde, om de vrybuiteryen der TurK- Staaten i'che Zeelchuimeren te beletten. De Algiery- tegen ai« nen kaapten, ten deezen tyde, niet alleen om--van Al- trent de Straat en in de Middellandfche Zee ; &l'iS' maar zy vertoonden zig zelfs op de Holland- fche en Zeeuwfche kusten, en hielden't Kanaal onveilig: 't welk hun te ligter viel, om dat men hun verlof gaf, om in Wight en andere En- gelfche havens inteloopen : waartegen de Am- 'basfadeur van Citters, te Londen, vergeefs, ver- fcheiden' Vertoogen deedt ( e ). Almonde liep, den elfden van Bloeimaand, uit. Hy deedt den Algierynen , die'midlerwyl ook met Frankryk de vrede verbroken hadden , minder nadeel, om dat hy minder bezeild was dan hy. Doch Gevegc op den agttienden der gemelde maand , raakte v?n .Ki' Kapitein Pyn , voerende 't fchip de Admiraal pyn'lïiec de Kuiter, in een fcherp gevegt met drie Al- drie au gierfche Ivaapers, welkenhyegternoodzaakte, gierfche af te houden. Hy hadt maar zeven dooden en ^aareii* twaalf gekwetsten gekregen ; doch was zwaar belchadigd aan touwwerk en zeilen. De Vice- - Admiraal Almonde keerde, in Wintermaand, '• eerst te rug van den kruistogt (f). In den aanvang deezes jaars 1687, rees'er in.
een hevig gefchil tusfchen de twee Geregtsho- .Gefchil ven in Holland, den Hoogen Raade en't" Hof, ««GAa» welk, ,,eBHo°'
f e) Uit verfdieklen' Misliven van den Ambnsf. van Cit-
teics fl/.Mfi. 7.ie ook [Icfol. Holl. 12 Sej>i. iGtto. U. 529. Cf) tloll. Mare. van lüiij. il. j;jt-itf3, iJj. |
||||||
382 VADERLANDSCHE LX. Boek:
168;. welk, niet dan door de Staaten, by raade van
-------zyne Hoogheid, kon worden bygelegd. Adriaan
gen Raa- Bouwman, Predikant te Alfen, over zekere mis-
^c *n 'c daad , die ik niet genoemd vind , in regte be- trokken voor den Hove van Holland ; hadden eenige Leden der Gemeente van Alfen , die 't meest op den Predikant gebeeten waren , zig vervoegd aan de Klasfis, met verzoek, datdee- ze de zaak tusfchen den Leeraar en hen, tot de meeste ftigtinge der Kerke van Alfen , gelief- de af te doen. De Klasfis zat naauwlyks over deeze zaak, of daar kwam bevel van den Hoo- gen Raade, om 'er medeftilteftaan. De oude en nieuwe Kerkenraad van Alfen hadt dit be- vel weeten te verwerven. Doch de voorge- melde Leden der Gemeente , hierover klagtig gevallen zynde aan 't Hof , bragten te wege, dat 'er, op naam van zyne Hoogheid , mids- gaders Prefident en Raaden van den Hove, aanfchryvens kwam aan de Klasfis, om de zaak met den Predikant Bouwman af te doen , zon- der zig aan 't bevel van den Hoogen Raade, ten tegendeele gegeven , eenigszins, te be- kreunen. De Hooge Raad , zig door deeze brieven van aanfchryvinge ten hoogfte bele- • il fände- digd rekenende, verleende een nieuw * bevel, ment van waarby de oude en nieuwe Kerkenraad her- Complam- ß.^ wercjeri in 't bezit van de Kerkelyke zaa- ken te mogen afdoen , eer zy in de Klasfis mogten gebragt worden. Twee Raadsluiden uit den Hoogen Raade , Kornelis Hop, voor- heen Penfionaris van Amfterdam, en van Bronkhorst, werden gemagtigd , om dit bevel te doen uitvoeren. Doch na dat zy hunnen last
|
||||
LX.Boek. HISTORIE. 383
last hadden verrigt, werden zy, als of zy zig, «jj^
zwaarlyk vergreepen hadden, gedagvaard voor ., 't Hof', en hun beiast, de brieven van aan-
fchryvinge aan de Klasfis , welken zy naar zig genomen hadden , in handen van eenen der Sekretarisfen van den Hove, wederom te gee- ven, en de pen te haaien door de woorden, hierop ilaande in de brieven, waarby zy dea Kerkenraad van Allen in 't regt of bezit, welk hun betwist werdt, herlleld hadden. De Hoo- ge Raad, 't bedryf van 't Hof aanziende als ee- ne blykbaare inbreuk op hun gezag en waar- digheid , vervoegde zig aan de Staaten van Holland, begeerende het Hof in 't ongelyk gefield te hebben. Hop en van Bronkhorst, burgers van Amfterdam , klaagden ook , over 't gene hun ontmoet was , aan de Regeeringe deezer Stad , die 't den Hove zeer kwalyk af- nam , dat het de koenheid gehad hadt, om de twee Leden van den Hoogen Raade , in per- foon , voor zig te dagvaarden ; te gelyk vor- derende , dat men haar opening gave van den grond , waarop het Hof zig zulk een regtsge- bied aanmaatigde, over die van den Hoogen Raade. De verdeeldheid zou hooger geloo- De Sta* pen hebben , zo niet de Staaten van Holland, h"„^ geraadpleegd hebbende met zyne Hoogheid, i«gge^^ eenen middelweg hadden ingellaagen , waar- by. door geen van beide de Geregtshoven geheel in 't ongelyk gefield werdt. Zy verftonden , naamlyk „ dat de Hooge Raad de brieven van „ aanïchryvinge aan't Hof zou te ruggeeven, ,, de pen haaiende door de woorden in hun r ty bevel, welken op deeze brievenfioegen: dat „ het
|
||||
3«4 VADERLANDSCHE LX. Boek,
»687. „ het Mof zou intrekken de dagvaarding in
„ de aantekeningen van 't gene daarop ge-
,, volgd was doende ligten uit de rolle. Zo, „ ondertusfchen , het Hof mögt willen voort- „ gaan , om de Klasfis , by brieven van aan- „ ichryvinge, te magtigen, tot het afdoen der „ hangende zaaken , zou de Predikant, of al- „ len, die zig hierby bezwaard rekenden, zig „ mogen vervoegen aan de Vergaderinge der „ »Staaten zelven , die , deswege , fchikking „ maaken zouden, zo ais zy zouden bevinden Ammer- „ te behooren (g)." Wy hebben van dit kingen gefchil, en van de wyze, waarop het bygelegd ver' werdt, te liever , willen gewaagen , om dat men 'er uit zien kan, hoe de hooge Overheid, ook onder eene vrye Regeeringe, fomtyds, ge- wigtige redenen hebben kan, om zekere regts- zaaken den gewoonlyken Regter te onttrek- ken , en zelven te beoordeelen : 't welk, onder eene eenhoofdige Regeering, en ook hier te Lande ten tyde der Graaven , veel gemeener was , dan het, naderhand, onder de Regee- ringe der Staaten , geworden is. Ook fchynt het hier naauwlyks noodig te zyn , dan in ge- vallen , gelyk dit, waarin de hooge Geregts- hoven , over de paaien van hun wederzydsch gezag, oneenig zyn. De zaaken fchynen dan, behoudens de waardigheid en het aanzien der beide Geregtshoven , niet ten einde gebragt te können worden , dan door dezelven te be- trek-
0?) Relol. Hill. 17 jfwiy H58/. tl. 294. Holl. Mcic. rat)»
Wij. il. ifa-r/i. |
|||||
'■
|
|||||
LX. Boek. HISTORIE. 385
trekken voor de Staaten zelven , de hoogfte 1Ö87.
Overheid van den Lande. |
||||||
Ten deezen tyde , vonden de Staaten der iv.
Vereenigde Gewesten geraaden, op aanhou- De Sttt. den , zo fommigen fchryven, der Predikanten ten ver- van Zeeland en Friesland inzonderheid, de ^„^1.. Jezuiten , Franfiskaanen , Dominikaanen en xuiteii en andere Monniken , by openbaaren Piakaate, anderen 't verblyf in den Staat te ontzeggen. De Ge- Monnl- zanten der Roomschgezinde Mogendheden iri *g"blyf den Haage hielden dit Plakaat te ltryden met indeeze de verdraagzaamheid omtrent verfchillende Ge- Landen, zindheden der Christenen , waarvan de Staa- Ue ten, dikwils, verklaard hadden, yoorftanders ^.'^g te willen zyn. Sommigen merkten zelfs aan, Gezan- „ dat de Staaten de vervolging der Gerefor ten uiaa- „ meerden in Frankryk altoos hadden afge- een Weï' „ keurd, als ftrydig met den geest des Chris- over'- „ tendoms , en met het Edift van Nantes , „ door Lodewyk den XIV. zelven bekrag- „ tigd ; en , ak nadeelig voor den Koophan- „ del, de neeringen en handwerken van een „ Land ; behalve, dat zulken, die zig, door . „ dwang, lieten brengen tot eene andere be- ,, lydenis , zelden goede oaderdaanen , zeld- „ zaamer goede Christenen werden. Doch dat ,., zy nu icheenen ter hand te willen flaan , 't ,, genezy, voor deezen, hadden afgekeurd." De Keizerlyke Refident Kramprigt viel 'er , Inro»« in 't byzonder , klagtig over by de Staaten. ü"b^ Hy fchreef zelfs aan den Keurvorst van Ments, zlT]y)^ dac de Roomfche Godsdienst, hier te Lande, Refident zeer gevaarlyk ftondt. „ Of, zeide hy, onder Kramp, anderen „ de Koning van Frankryk reden ge- figt- XV. Deel. Bb „ had |
||||||
386 VADERLANDSCHE LX. Bork.
|
||||||||
„ had hebbe, om het Edift van Nantes te her -
. „ roepen , wil ik nu niet onderzoeken , maar „ 't is zeker , dat de Staaten , door hun Pla- „ klaat tegen de Jezuiten en Monniken, de Ver- „ dragen fchenden, welken, eertyds, met de „ Roomsch-Katholyken , gemaakt zyn. Zy „ deeden dus , ging hy voort, 't gene zy, in „ Lodewyk den XIV, veroordeelden. Daar- „ enboven, was 'er nog merkelyk onderfcheid, „ tusfchen 't gene de Koningen van Frankryk „ hunnen Hervormden Onderdaanen , voor- „ heen , hadden toegeftaan, en 't gene de „ Roomfchen en Onroomfchen deezer Landen, „ die eikanderen gelyk ftonden , eertyds , by „ verdrag, hadden vastgefteld. DeRoomfchen „ hadden zelfs , van ouds , 't gebied over de „ Nederlanden gehad. Dit was hun uit de han- „ den gewrongen, door de Onroomfchen, die „ hen nog onder bedwang hielden, 't Bleef „ hier niet by. Men zogt ze nu nog ten Lande „ uit te dryven. 't Welk gefchaapen ftondt, „ nadeelige gevolgen te zullen hebben, en lig- „ telyk eenen oorlog om den Godsdienst zou „ können veroorzaaken." Kramprigts yver hadt eenigen invloed op het Weener flof, daar, met groote verontwaardiging, vernomen was , dat men , in Friesland , by geregtelyk vonnis , eenig Misgewaad of Misgereedfchap .ten vuurc hadt veroordeeld. Maar de Staaten wisten hun Plakaat te verdedigen , met klem- mende redenen. Zy hielden den Gezanten der Roomsch-Katholyke Mogendheden voor, „ hoe zy bevonden hadden, dat de Jezuiten en „ Monniken uitlandfche zendelingen waren, „die
|
||||||||
1687.
|
||||||||
In Fries-
land, wordt ee-
nig Mis- gewaad of Mis- frereed- ichap ver brand. De Staa- ten verde digen 't Verbod |
||||||||
LX. Boek. HISTORIE. 387
„ die deezen Staat geen goed hert toedroe- 1687.
„ gen , van hunne Kloosters en Overften af- ------■
„hingen , en jaarlyks aanzienlyke fommen van 't
„ gelds uit deeze Landen voerden. Dat zy jerl^f „ hun , om deeze en diergelyke redenen, het „j^ „ Land ontzeiden ; niet uit zugt tot vervol- „ ginge, of uit weêrwraak over netleed, welk „ hunnen geloofsgenooten, in Frankryk en el- „ ders, werdt aangedaan. Dat de Roomsch- „ Katholyken in de Vereenigde Gewesten zig „ konden bedienen van Priesters , die binnen „ deeze Landen gebooren waren; en de Mon- „ niken, die, buitens lands, geloften van ge- „ hoorzaamheid gedaan hadden, ligtelyk, ont- „ beeren : ja dat de ingebooren' Priesters zel- „ ven op hen begeerd hadden , dat zy de Je- „ zuiten en andere vreemde Monniken wil- „ den doen vertrekken." De Keurvorst van Zodoet Brandenburg verftondt opk, en deedt aan 't ook de Weener Hof beweeren „ dat Kramprigt het Keur' „ gedrag der Staaten , gantsch ten onregte, JSJfl „ gelyk ftelde, met dat des Konings van Frank- burg. „ ryk. In Frankryk , werden Onderdaanen „ vervolgd, op de wreedfte wyze, tegen een „ uitdrukkelyk Verdrag, met 's Konings voor- „ zaaten gemaakt, en door den Koning zel- „ ven bekragtigd. Hier, werdt alleen eenigen „ vreemdelingen , die niets bezaten , en wel- „ ken men, nimmer, by verdrag, eenige vry- „ heid beloofd hadt, wat Kramprigt ook t ten „ tegendeele, mögt hebben voorgegeven, het „ Land ontzeid. Elke Mogendheid hadt regt, ,, om den vastgeftelden Godsdienst zelven te „, doen waarneemen en bedienen, door in- B b a „ boor- |
||||
383 VADERLANDSCHE LX. Boek.
1Ä87. „ boorlingen alleen. DeRoomsch-Katholyke
----- „ Mogendheden bedienden zig van dit regt.
„ Waarom zouden 'er de Protestantinnen zig
„ ook niet aan houden mogen ? Inzonderheid, „ wanneer, gelyk in het tegenwoordig geval, „ de Godsdienst, welken men, alleen door in- „ landfche Priesters, bediend wilde hebben, „ by openbaare Plakaaten, verbooden geweest „ was, en alleen oogluikende toegelaaten werdt. „ Vreemd was't, dat Kramprigt de vervolging „ ïn Fmnkryk, die veelen braaven Katholyken „ en den Paus zelven tegen de borst was, durf- i9 de verdedigen. Nog vreemder, dat hy den „ Koning van Frankryk meer regts toefchreef, „ om het Edift van Nantes te herroepen, dan „ den Staaten , om de vreemde Priesters en „ Monniken uit het Land te houden ; om dat „ dit laaifte ftryden zou met zekere overeen- 9, komften, tusfehen de Roomfchen en On- „ roomfchen deezer Landen gemaakt. Van „ welke overeenkomftcnegter, nochhy, noch „ iemant, eenig blyk toonen kon." Deeze en diergelyke redenen werkten zo veel uit by den Keizer , dat hy den Keurvorst eerlang weeten liet ,, hoe hy den ontydigen yver van Kramp- „ rïgt geenszins goedkeurde, noch hem eenig „ bevel, gegeven hadt, om zulke dingen te zeg- „ gen, of te fchryven." Ook hieldtdeKeizer- lyke Gezant zig, federt, flil. De andere Gezan- ten, die dit ftuk nooit zo fterk gedreeven had- den als hy, hadden zig, ligtelyk, laaten terne- derzetten, door de Staaten (/;). De
C"J PuFFESoonr liir. XIX. §. 55. p. n66, 1167.
|
|||||
\
|
|||||
LX.Boek. HISTORIE. 389
De Prinfes van Nasfau, die haaren Gemaal, 1687.
Henrik Kafimir , Stadhouder van Friesland en' -—■— Groningen , reeds eenen Zoon en eene Dog- Geboor« ter gebaard hadt, van welken dè ecffté, in tC0 ™n Zomermaand des voorleeden jaars \ overieeden wiltem was (/_); beviel nu , op den veertienden van Frifo. Oogstmaand , te Desfau , wederom van eenen Zoon , die Joan Willem Frifo genaamd werdt. De algemeene, Staaten, door die van Friesland en Stad en Lande, tot Gevaders verzogt, ver- eerden den jonggeboofeh eenen Lyfrentebrief van drieduizend guldens 's jaars , leggende ir* eene gouden dooze (£). De Raadpenfiona- ris Fagel zig, in den Zomer deezes jaars , ge- zind verklaard hebbende, tot het afleggen van zyn ampt, ter oorzaake zyner töeneèménde zwakheid , werdt egter bewoogen, om nog in 's Lands dienst te blyven , rriids men hém van. een jaargeld van vierduizend guldens , of van een ander amptvoorzäge, Wanneerhy,t'ée-: nigen tyde , befluiten mögt, het Raadpelifio-; narisfehap neder te leggen (/). Men verze- kert , dat Amfterdam ongaarne zag, 'dat de Heer Fagel in dienst bleef, en dat deeze Stad, al fe- dert eenigen tyd, toeleg gemaakt hadt, om hem van zyn ampt te doen verlaaten («). Doch zyne Hoogheid en de meeste Leden'verftonden 't anders. Wy hebben , op 't einde van 't voorgaande V.
Boek, s""dei
CO Hol). Merc. van i6i6. til. 507.
[k) Kcl'ol. Hüll, 25 Sept. 1687. */. 4«8. Holl. Merc van
Ï687. bl. 173. (O Refol. Holl. 92 July, 12 Scpt. 1687. il, 344, $61. ,
^m) Ncgociat. du Comte n" Avaijx, Tom. III. P. 120. Tom, m. p. ?t.
Bb 3
|
||||
39p VADERLANDSCHE LX. Doek.
Boek , Jakob den II, Koning van Groot- Bri-
tanje , gelaaten , misnoegd op den Prinfe van Oranje , en yverig bezig , om zyne oogmer- 'ken, ten voordeele van den Roomlchen Gods- dienst , ter uitvoeringe te brengen. De Pro- testanten zagen 't gevaar, welk hun boven 't hoofd hing , zonder dat zy 't openlyk durfden te kennen geeven. Veelen hoopten alleenlyk, dat de Prinfes van Oranje , die den Koning moest opvolgen , hunne vervallen' zaak eens her (tellen zou. Doch de vervulling deezer hoope fcheen zeer afgelegen, alzo de Koning, die in zyn vyftigite jaar ging, nog lang ke- ven , en regeeren kon. Daarenboven, vernam men , in Louwmaand des jaars 16Ü0 , dat de Koningin zwanger was : welke tyding de Pro- testanten met vreeze, de Roomfchen met hoo- pe en blydfehap vervulde. De eerden, in aan- merking neemende , dat de Koningin nu eeni- ge jaaren getrouwd geweest was, zonder zwan- ger geweest te zyn , begonden de waarheid haarer zwangerheid in twyfel te trekken. Er- vaaren' Geneesmeesters in Engeland beflooten zelfs , uit de verftoppende middelen , welken men der Koninginne , van tyd tot tyd, ingaf, dat zy niet zwanger zyn kon («). Doch fchoon 't niet onmogelyk gerekend moest wor- den , dat men der Kroone eenen vreemden erfgenaam zogt te geeven, om den Prins en Prinfes van Oranje te verfteeken van de op- volginge ; zo was 't ook niet onmogelyk , dat de
(»O Misßvtn ven icn Ambasf. van Cjtteus van ^ °fan.
1688. US. '2 |
||||||||
168;.
zaaken
van Éngft Und. |
||||||||
Men ver-
neemt, dat de Koningin zwanger is. 1688. |
||||||||
Twyfe-
llnghier
over.
|
||||||||
LX.Boek. HISTORIE. 391
|
|||||
de Koningin, eens wederom, gelyk in 't begin l6^t
naars Huwelyks , een kind ter weereld bragt. _ Vreemd was 't, ondertusfchen , dat de zwan- gerheid der Koninginne zo dra niet rugtbaar ge- worden was , of beide Protestanten en Room- lchen fielden vast, dat zy eenen Prins ter wee- reld brengen zou: de eerden, veelligt, om dat zy 't vreesden; de anderen, om datzy 't wensch- ten (0). De Koning , ondertusfchen, befpeurende, Koning
dat hy geweld zou moeten gebruiken , om zy- Jako^ ne oogmerken uit te voeren , gaf, met den <£?""' aanvang deezes jaars, last, om eenige nieuwe Staaten Land- en Zeemagt te werven : ook , verzogt hun En- hy de Staaten , dat zy drie Engelfche en drie |'e!*cn G" Schotfche Regementen , welken zy , federt Krygs-C lang, in dienst gehad hadden, ontflaan, enhern V0U{ od;- toezenden wilden Q&). . Een gedeelte van dit flaanj volk was hem , op zyn verzoek , reeds toe- gefchikt geweest, ten tyde van den inval des Hertogs van Monmouth (#) , en hy hadt de Overften, toen reeds , t'eenemaal, weeten te verbinden aan zyne belangen. Ook hadden deeze Overften , hier te Lande te rug gekeerd zynde , het Engelsch en Schotsen Krygsvolk, welk, voor een gedeelte , den Roomfchen Godsdienst beleedt, zeer bsgeerig gemaakt naar 's Konings dienst; waardoor merkelyke verdeeldheid onder het zelve ontftaan was , zeer tot misnoegen van den Prinfe van Oran- je , die zig gaarne van deeze troepen zou be- diend f«) Rapin Tom. X. p. 69, rn.
CpJ floll. Merc. ven it'ii. bl. 184. (j) Zie hier vosr, bl. 302. B b 4 ,
|
|||||
35J2 VADBRLANDSCHE LX. Hott,
1688. diend hebben, in geval de zaaken in Engeland
-------eens ten ergfte loopen mogten. Nu wist hy
niet, welk gebruik hy van dit volk zou kön-
nen maaken : immers niet, zo lang het ftondr. onder bevel van Overften , op welken hy zig niet verlaaten kon. Kans om het af te doen danken zag hy ook niet wel. In deeze onze- kerheid , begeerde Koning Jakob het ontfiag der Regementen van de Staaten (>). Men raadpleegde, eraftelyk, op 's Konings verzoek, en vondt ongeraaden , zig , in de tegenwoor- dige omftandigheden , ten behoeve van zyne Maiefteit van Groot- Britanje , te ontdoen van 't welk zy Krygsvolk. Aan deezen werdt egter , heu™ heufche- fchelyk , geantwoord 5, dat de Staaten , on- ™ew.ei" n derzogt hebbende . welke verbindtenis zy, ' „ ten opzigte der zes Regementen , met zyne „ Majefteit hadden aangegaan, bevonden had- „ den , dat zy niet gehouden waren , dezel* „ ven te rug te zenden , dan in geval de Ko- „ ning ingewikkeld was in eenen uitneem- „ fchen of inlandfchen oorlog. Dat zy zig „ van deeze hunne verpligting gekweeten „ hadden, ten tyde van den inval des Her- „ togs van Monmoath ; doch dat zyne Ma* „ jefteit, tegenwoordig , noch met uitneem-« ,, fchen oorlog , noch met binnenlandlche be* ,, roerten gekweld werdt; weshalve , zy zig ,, niet verpligt rekenden , om hem troepen te „ rug te zenden , welken zy , ter bewaaringe ,, der grenzen van hunnen Staat, hoog noo- ,, dig hadden (f)." De Markgraaf van Alby- viüe
O) BuR.HET Vul. I. p- 734, 73($.
(Ó Rauh ZVh». X. f. 73, 74. |
||||
LX. Boek. HISTORIE. 393
Ville deedt, federt, op 'sKonings bevel, een ksr&.
nader verzoek aan de Staaten, waarin hy be- —— Weerde, dat het Regt der volken en de oude Verdragen de Staaten verbonden, om de zes Regementen te ontflaan. Ook hieldt hyftaan- de, dat de Staaten reeds zo groote dienften van het Engelsch en Schotsch Krygsvolk ge- trokken hadden, dat het eens tyd vverdt, dat zy 't naar huis lieten keeren. Hy merkte, by deeze gelegenheid, aan, dat de Koning, zyn Meester, federt het jaar 1674, wel vyftiendui- zend onderdaanen verlooren hadt, in der Staa- ten dienst (V). Doch de Staaten antwoordden hem, op den dertienden van Lentemaand „ dat ,, het regt der volken allen vrygebooren' on- „ derdaanen toeliet, zig te begeeven in uit- „ heemfchen krygsdienst, en in den zelven, „ naar hun welgevallen, te volharden. Dat „ hun ook geene Verdragen bekend waren, „ volgens welken, zy verpligt zouden zyn, „ de Engelfche en Schotfche Regementen, „ welken zy in dienst hadden, op 'sKonings „ begeerte, te ontflaan, en dat de Gezant zig „ de moeite behoorde gegeven te hebben, om „ naauwkeuriglyk aan te wyzen, waar deeze „ Verdragen te vinden waren. Dat zy, ein- „ jdelyk, gaarne erkennen wilden de dien- „ ften, welke zy van de Engelfche en Schot- „ fche troepen genooten hadden; doch dat ,i de Gezant zig uitermaate misrekeude, wan- „ neer hy 't getal der gefneuvelden onder dee- j, ze troepen zo groot maakte." 't Slot van alles
£0 2.U Huil. Merc van 1688. tl. 184.
Bb 5
|
||||
S94 VADERLANDSCIIE LX. Boek
|
||||||||
t688. alles was „ dat de Staaten geene reden altoos
zagen, om te veranderen van befluit («).'* |
||||||||
den O- Nogtans, gaven zy den Overften vryheid, om
v«rllen hun ontflag te verzoeken en naar Engeland te verlofy keeren, gelyk omtrent zesendertig Roomsch- van ver- gezinden of anderen, van welken de Staaten trekken en zyne Hoogheid gaarne ontflaagen waren, geeven- Meeden Qvy j)e Ambasfadeur van Citters deedt zyn best, om den Koning te overtuigen van de redelykheid van der Staaten befluit. Doch 'sKo. hy fhagde kwalyk. Zyne Majesteit antwoord- nings fa, eindelyk „dat hy hem, over deeze zaak, KoThfer " n*et meer w'^e hooren fpreeken; dat hy óyer. 57 zag» dat men, in Holland, voorgenomen „ hadt, hem zyne onderdaanen te onthouden; „ doch dat hy ook zou voortgaan met de uit- „ voeringe van 't gene hy in den zin hadt." Kort hierna, kwam 'er een openbaarKoningk- lyk bevel uit(w), waarby allen 'sKonings ge- booren' onderdaanen, die zig in foldy of dienst der algemeene Staaten bevonden, onder zwaa- re bedreigingen, belast werdt, dien dienst te verlaaten, en ten fpoedigfte naar huis te kee- ren (x). Doch ik vind niet, dat iemant aan dit bevel gehoorzaamd heeft. De Engelfche en Schotfche Regementen werden ook, door zy- ne Hoogheid, op zulk een' voet gebragt, dat men reden hadt, om 'er zig volkomenlyk op te verlaaten (y). De
O) ftefot. Oener. Sahhathi 13 Maart i«88. BIS.
(vj BlIRNET Vol. I- p. 7JK
(w) Zh Rcfol- Holl. 31 Maart i«88. il. 338.
(t) L'h Vericli. Misfivcn yan den Ambast'. VAN Cittbrs
MSS. /.ie onk Holl. Mers. ven l68tf. W. »90- . PuprïNHORF Ui,/. XIX. §. iß. p. 1301;. (y) I$L»N£T Fol. i. ■'. 735.
|
||||||||
LX.Boek. HISTORIE. 395
De toerusting ter zee in Engeland, die, met nsr,?.
den aanvang deezes jaars, wederom ter hand--------
genomen was (V), hadt de Staaten ook doen VI.
befluiten, om eene Vloot van vvfentwintig Dc fm~ Oorlogfchepen, onder den Luitenant -Admi- ,dVU E£ne raal Kornelis Evertfen, Zoon van eenen Lui- vioot op tenant-Admiraal van den zelfden naam, die in Sch»>o- 't jaar 1666 gefneuveld was (V), op Schoone- r-eve!d- veld, te verzamelen. Dit geichiedde vroeg in 't voorjaar, en verwekte merkelyke agterdogt aan 't Engelfche Hof (b): alwaar "men nu, met wyde fchreeden, voortging tot de voltrekking van 's Konings oogmerken. De Prins van O- ranje werdt reeds aangezien, als de grootfte party des Konings : die niet fchroomde, zyne Hoogheid, by den Ambasfadeur van Citters, te befchuldigen, dat hy eenen opftand zogt te verwekken, in Engeland (c). De haat te- gen den Prinfe nam zelfs zo zeer toe ten Ho- ve, dat eenige yveraars voor 's Konings of hunne eigen' belangen beflooten, zyne Hoog- heid van kant te helpen. Immers, fommigen Aanfiag tekenen aan, dat twee Ieren, omtrent deezen op't lec- tyd, eenen Duitfcher, te Amfterdam, zogten j^Jp"/^. om te koopen, om den Prins, door vergif, fe van van 't leeven te berooven. Doch hy weigerde Oranje. hun te wille te zyn: waarop zy zelven naar den Haage trokken, en, op de Haagiche jaar- markt (s)Mislive van den Ambasf. van Citters ra» il FAr.
5638. iSIS. O) Zie XFII. Deel, tl. ;of>
(b) Holt. Mcrc. ra/i lrt88. U igt.
CO Mitüve van den Ainbatf. van Cütbrs y.m '2J fe'r. ek
*ÏO Maart •----------löliü. iVSS.
y Atf.l
|
||||
$96 VADERLANDSCHE LX. Boek.
|
|||||||||||
1668. markt of Kermis, gelegenheid zogten, om hun
■------opzet uit te voeren (V); zonder dat zy, daarin
egter hebben können llaagen.
De Ko- De Koning van Groot - ßritanje fcheen de »ing van zaafcen tot een uiterfte te willen brengen, door Brkanïe twee Verklaaringen voor de vryheid van ge« tragt de weeten en Godsdienstoefening, in Gras- en Wetten Bloeimaand deezes jaars, uitgegeven. Door f\tsff, deeze Verklaaringen, werden de Test-Ak- bülien ' ten en ^e ftrafdreigende Wetten vernietigd, bewilli. zonder dat 'er 't Parlement in bewilligd hadt. ging van De Koning begeerde deeze Verklaaringen, in |
|||||||||||
♦t
mem. |
|||||||||||
le- arje Kerken, afgelezen te hebben: doch vee-
|
|||||||||||
Ie Kerkelyken toonden zig hiertoe onwillig. De
Aartsbisfchop van Kanterburi en zes Bisfchop- pen leverden den Koning een frneekfchrift o- ver, waarby zy verzogten, dat het bevel om 'sKonings Verklaaringen den volke voor te leezen mögt ingetrokken worden; doch zyne Majesteit nam dit verzoek zo euvel, dat hy ze allen zeven naar den Tour deedt brengen. Zy werden, federt, voor 'sKonings bank, te regt gefteld; doch, tot groote vreugde van 't volk in 't gemeen, en van 's Konings Leger zelf, onfchuldig verklaard, en, na cenige weeken zittens, ontflaagen (e). Maar het Kerkelyk Gefegtshof, onlangs opgeregt door den Ko- ning , verzuimde niet, onderzoek te doen op de Kerkelyken, die nagelaaten hadden, 'sKo- nings Verklaringen af te leezen. De Koning- zelf ftelde Amptenaars aan, zonder hun ee- nige
(ä) PurFENnonr Lér. XIX. J. 98. p. 1308»
{e} ÜURNET Val. 1. ƒ/. 736, 744. |
|||||||||||
LX.Boek. HISTORIE. 397
|
|||||
nige Test af te vorderen. Hy fchreef zig de ta%t
magt toe, om 't volk te ontllaan van de onder- ■ houding der Wetten: en 't inleveren van een
nederig Verzoekfchrift, waarby deeze zyne magt üegts in twyfel werdt getrokken, werdt by hem als eenezwaare misdaad aangezien. Vee- len oordeelden, derhalve, dat de Koning open- lyk toeleide, op het verbreeken en vernieti- gen der grondwetten van den Staat, en dat het volk regt hadc, om zig te bcfchermefi tegen de wettelooze magt, die men in 't Ryk dagt te doen oefenen. Men wierp het oog, van alle Men ziet zyden, op den Prinfe van Oranje, en hieldt °.m hulP hem alleen in ftaat en bevoegd, om een Ryk ^cnPria- voor omkeering en bederf te bewaaren, waarop fe van zyne Gemaalin, na den Koning, het naaste Oranje, regt hadt (/). Omtrent den aanvang van Bloeimaand, Rusfef
kwam de Admiraal Rusfel uit Engeland in den komt °- Haage, in fch'yn om zyne Zuster te bezoeken; J^elvfc doch indedaad, om heimelyk te fpreeken met tc7pree. den Piinfe van Oranje, waartoe hy, door ver- ken mes fcheiden' luiden van aanzier, verzogt was. Hy zyne vraagde zyner Hoogheid afzonderlyk, wat men j^8" zig, in Engeland, van hem belooven kon ? waar- op de Pi ins antwoordde „dat hy, door eeni- „ gen van de aanzienlykften uit het volk, die „ zig, voor zig zei ven en voor anderen, vol- „ komenlyk, op hem wilden verlaaten, ver- ,, zogt wordende, om 't volk en den Gods- „ dienst te verlosfen van wetteloos geweld; ,j ftaat maakte, om, tegen het begin van Wyn- „ maand,
(f) UuaNKT Fol, I. f. 744> 745»
|
|||||
é
|
|||||
3j# VADERLANDSCHE LX. Boek.
i683. „ maand,te können overkomen (g)." Met dit
-------befcheid, keerde Rusiel naar Engeland.
Dood De Engelfehe vrienden des Prinfen fielden,
van den belulven in zyne Hoogheid, hun meeste ver-
vorsrvan trouwen, ten deezen tyde, in den Keurprinfe liranden- van Brandenburg, wiens Broeder, Filips, zo burg. men, hier te Lande, dagt, het oog ook hadt op de waardigheden des Prinfen van Oranje, na deszelfs overlyden of afftand (/5). De Keur- vorst zelf, met wien de Prins van Oranje, reeds federt eenen geruimen tyd, in heimely- ke onderhandeling, getreden was, over den toeftand der Engelfehe zaaken (V), lag thans krank aan de waterzugt, welke kwaal hem, eindelyk, de dood deedt, op den negenden Refcliry- van Bloeimaand (F). Burnet, die hem gezien ving van en gefproken hadt te Kleeve, befehryft hem, anrtfuit a*s een zeer moecu"g Vorst, die de Krygskonst, «wrnet. door endoor, verftondt, en lust hadt in den i oorlog. Ook hadt hy eene naauwkeurige ken- nis der zaaken van Europa, federt omtrent vyftig jaaren; hebbende hy, al dien tyd, ge- regeerd , en in de gewigtigfte voorvallen deel gehad. Hy bezat een wonderbaar geheugen; de minfte dingen zelve ontflipten zyner op- merkinge niet, willende hy alles zien met zy- ne eigen' oogen. Hy was levendig van be- grip , en driftig en opvliegend van aart. Hy vatte ligtelyk vuur; doch 't bezef van zyn be- lang (g~) Burnet Fol. t. p. 7.\f>, 76t.
CA j Ncgociar. <lu Cfiiite d Avaux Tom. V. p. o, if>p. f O PiwpitNDonF IJbr. XIX §. 99. p. 1306. Ncgeciat. du Comte d'Avadx Tom. V p. 269, 274,309, 3x3. (*; Holt. Merc. van lOSil. U. 107. |
||||
LX. Boek, HISTORIE. 399
lang bragt hem haast wederom tot bedaaren. 168?.
Men heeft hem nagegeven, dat hy te ligt van ——— party wisfelde: waarvan ook de Staaten der Vereenigde Gewesten ondervinding gehad heb- ben. Voorts, was hy yverig in zynen Gods- dienst. Hy heeft veel moeite gedaan, om de Gereformeerden en Lutherfchen famen te ver- eenigen; doch zonder vrugt: 't welk hy aan de ftyfzinnigheid van beide de partyen toe- fchreef, en in 't byzonder aan de Sinode van Dordrecht, waardoor, zo hy meende, alle hoop tot vereeniging afgefneeden was. Hy hieldt een pragtig Hof: en om dit en zyne Le- gers te onderhouden, hadthy zyne onderzaa- ten zwaar moeten belasten. Ook fcheen hy zig hunne elende niet aan te trekken, naar be- hoorerti Hy" hieldt voor eenen grondregel, dat deDuitfcheVorftenzig, door het fplitfen hun- ner Staaten, te zeer verzwakt, en fchier on- bekwaam gemaakt hadden, om de Duitfche Vryheid te befchermen, tegen de magt van het Huis van Oostenryk. Hierom befloot hy, de zynen byeen te houden. Men meent, dat de Keurvorftin, gewonnen door Frankryk, in de laatfte jaaren van het leeven desKeurvorsts, te veel vermogen op zynen geest gehad, en hem te naauw aan de Franfche belangen ver- bonden hadt. Anders was het zyne gewoonte altoos geweest,groote zaaken niemant te ver- trouwen dan zig zelven (/). Zyn zoon, die Zyn hem, onder den naam van Fredrik den III, op- Zoon, volgde, geleek hem luttel in verftandelyke bei- ?Ienik de
|
|||||
CO Burnit Vul. I. ƒ>• 74$, 747«
|
|||||
4oo VADERLANDSCHE LX. Boe*;
|
|||||||
i6tB de en lighaamlyke hoedanigheden. Hy was
onbekwaam tot gewigtige bezigheden , en |
|||||||
voiiu droeg een gebrekkelyk lighaam om. Doch hy
hem op. was yyerig Proteftantsch, en had eene diepe agting voor den Prinfe van Oranje: waarom 's Prinfen vrienden in Engeland zig meer voor- deels beloofden van zyne regeeringe, dan zy van die zyns Vaders hadden können doen. Zyn eerfte Staatsdienaar, Everard Dankelman? die hem opgevoed hadt, fcheen zig ook de be- langen van den Hervormden Godsdienst ter Verbond herte te laaten gaan (ra). De Staaten der Ver- der staa- eenigde Gewesten flooten, op den dertigften hem'1'" van Zomermaand, te Keulen aan de Spree, een Verbond met den nieuwen Keurvorst, * waarby het Verbond, in den jaare 1678, met wylen den Keurvorst, Fredrik Willem, ge-
maakt , in allen deele, vernieuwd en bekragtigd werdt (»). VII. Tien dagen voor het fluiten van dit Ver- Gsrupt bond, op Zondag, den twintigften van Zo- in Loa- meimaand, ontftondt, fchielyk, een gerügt in óTko- Londen dat de Koningin in arbeid, en, kort nfngin daarna, dat zy geluklüglyk verlost was van verlost is eenen Prins van Walles (o), die, federt, by vanpe." veelen, onder den naam van Koning Jakcb van Wal- dzn III, by veele anderen onder den naam Jes. van Pretendent, vermaard geworden is. Het Hof, en allen, die de maatregels van 't Hof volgc'en of goedkeurden, toonden allerlei bly- ken
O) UuRNET Vol. I. p 748.
t» ) f'oiez Uu Moni- Corps Diplom. Tvm, VII. P. f. i>. 156.
O 3 Misfive »'«.1 den Ambasi. vak CittBR» van '2 Jum jfiijg, MS- '
|
|||||||
LX. Boek. HISTORIE. 401
|
|||||
ken van vreugde over deeze geboorte. De ió8*„
Roomschgezinden meenden hunnen Godsdienst . - nu in veiligheid gefield te zien. Zelfs fchree- ven zy deeze geboorte toe, aan eene byzon« dere weldaad der Hemelfche voorzienigheid, verworven door twee geloften, gedaan door de Hertogin van Modena, Moeder der Ko- ninginne, aan de Heilige Maagd, en door , de Koninginne zelve, aan de Lieve Vrouwe
van Loretto. Maar de Proteftanten in 't gemeen hoorden het nieuws van deeze ge- boorte , met verwondering en fchrik. Zy za- gen zig, zo de jonggeboorene in 't leeven blee- ve, t'eenemaal verfteeken van de hoop, wel- ke zy, op de opvolging der Prinfesfe van O- ranje, gevestigd hadden: en begonden nu den ondergang van hunnen Godsdienst en van 's volks vryheid, als kort aanftaande, aan te merken, 't Vermoeden, dat de jonggeboore- ne geen Zoon der Koninginne was, gevoed door deeze vreeze, werdt langs hoe fterker onder 't volk, en de meeste Proteftanten hiel- De Pro. den zig, eindelyk, genoegzaam verzekerd,dat ^famen de Koningin het Ryk eenen vreemden erfge- j"e[,nge* naam hadt willen opdringen, om de Prinfes houden van Oranje, en derzelver Zuster, de Prinfes deeze van Deenemarke, die beide den Hervormden geboorte Godsdienst beleeden, uit te fluiten van de 1™^$ opvolginge. Doch fchoon men 't, onder de Proteftanten, voor vast hieldt, dat de zoge- naamde Prins van Walles geen Zoon was der Koninginne,hadt men egter, onder hen, geen eenerlei begrip van 't gene 'er voorgevallen was. Sommigen dreeven, dat de Koningin niet Tw.e*' XV, De si, Cc zwm'ieaaS» |
|||||
4os VADERLANDSCHE LX. Boek;
|
|||||||||||
zwanger geweest was, toen zy voorgaf zwan-
ger te zyn, en dat men, ten tyde haarer voor- gewende verlosfinge, een ander kind in de Kraam-kamer gebragt hadt, welk men, voor haar kind, hadt doen doorgaan. Anderen hielden, daarentegen, ftaande, dat de Konin- gin waarlyk zwanger was geweest; doch,eene miskraam gehad hebbende, federt, geveinsd hadt, dat zy nog voortging in haare zwan- gerheid, en, eindelyk, een kind hadt doen te voorfchyn brengen, welk zy voorgaf, uit haar gebooren te zyn; dat, dit kind, kort hier- na, geftorven zynde, men een ander, indes- zelfs plaatfe, gefield hadt, en, eenige weeken kater, een derde, zynde het tweede, insge- lyks, overleeden. Men vestigde het eerfte deezer twee ge-
voelens, voornaamlyk , op deeze redenen: „ Dat de Koning, federt eenige jaaren, on- „ bekwaam geworden was, om kinderen te „ teelen; dat de Koningin, in zeven, ande- „ ren zeiden, in vyf of zes jaaren, niet zwan- „ ger geweest was; dat zy altoos onzeker was „ geweest, van welken tyd zy haare laatfte „ zogenaamde zwangerheid moest beginnen „ te rekenen; dat zy zeer fchielyk bevallen „ was, en wel, terftond na dat zy van Whi- „ tehall naar S. James was verhuisd; dat zy „ verlost heette te zyn, op eenen Zondag og- „ tend, tërwyl alle de Proteftantfche Mevrou- „ wen in de Kerke waren; dat de Prinfes van „ Deenemarke, de Ambasfadeur van Citters, „ en de Aartsbisfchop van Kanterburi niet |
|||||||||||
1688.
voelen
hierom-
trent. |
|||||||||||
Sommi-
gen ftel- len, dat de Ko- ningin »iet zwan?er
geweeit |
|||||||||||
n
|
ontbooden waren, om by de verlosfing te
|
||||||||||
LX. Boek. HISTORIE. 403
|
|||||
„ genwoordig te wezen, gelyk behoorde ge- 168».
„ fchied te zyn, om allen argwaan weg te « „ neemen; dat men, geduurende den arbeid,
„ het kraambed digt geflooten gehouden hadt 5 „ dat de Koningin, terwyl zy voorgaf zwan- „ gertezyn, dePrinfesfe Anna, noch iemant „ der Proteftantfche Mevrouwen, immer toe- „ gelaaten hadt, haar lighaam te betasten, „ noch haaren boezem te zien; dat zy, na „ de verlosfing, nimmer haar melk vertoond „ hadt aan de Prinfesfe van Deenemarke; dat „ men, geduurende den arbeid, eene bed- „ pan in de Kamer hadt gebragt, fchoon 'c „ onverdraaglyk heet was; dat de Koning, „ de Koningin en het gantfche Hof, fchoon „ niet onbewust, dat het volk fterk vermoe- „ den van bedrog hadt, geene de minfte poo- „ gingen hadden gedaan, om dit vermoeden „ te doen verdwynen; maar zig, in tegendeel, „ zo bedekt en agterhoudend hadden gedraa- „ gen, dat zy 't vermoeden hadden doen toe- „ neemen; tot zo verre zelfs, dat fommiga „ Katholyken zig hadden laaten ontvallen, dat „ de gantfche zaak zeer onvoorzigtig behandeld „ was (ƒ>)•" Het tweede gevoelen rust, voornaamlyk, op Anderen,
het verhaal van den Historiefchryver Burnjet, dït z?» welk hierop uitkomt: „De Koningin, federt g^'èe« „ verfcheiden'jaaren, van eene zeer zwakke zynde, „ gefteldheid geweest zynde, onthieldt zig, in en eene „ Herfstmaand des voorleeden jaars, eenigen i"iskna» „ tyd g
C/0 Echard Hift. Of Engeland Val. III. Boek, III. C*. IK.
p. 1102, IIOJ.
Cc a
|
|||||
404 VADERLANDSCHE LX. Boek;
W88. „tyd, te Bath, om de geneezende wateren
•-------„ te gebruiken. Hier kwam haar de Koning
hebben. M bezoeken. Na zyn vertrek, bleef zy nog
and«*211 " eenige dagen te Bath, om zig te herftellen kind, en » vaneen toeval, waaraan de kunne onder- nader- „ hevig is. Op den zestienden van Wyn- liand nog 7> maand, kwam zy eerst wederom te Wind- tweede »» ^or> en ontmoette den Koning, juist op den en een' »» zelfden tyd, als haare Moeder, gelyk na- derde, „ derhand verfpreid werdt, eene gelofte aan voor hec n je Heilige Maagd gedaan hadt, zo haare heeft uit »» Dogter eenen zoon ter weereld mögt bren- gegeven. »> gen. Sedert, werdt van veelen geloofd, ' „ dat de Koningin, op dit oogenblik, zwan- „ ger geworden was. Doch alles wat haar' „ Perfoon betrof werdt, van toen af, met vee- „ Ie agterhoudenheid, behandeld. Zy werdt, „ op eene ongewoone wyze, gekleed en ont- „ kleed. Zy gedoogde niet, dat de Prinfes „ Anna, eenig onderzoek deedt, of het kind, „ waarvan zy voorgaf zwanger te zyn, leefde, „ of niet; noch haar het hemd aanreikte, „ wanneer zy, des morgens, oprees: welke „ twee byzonderheden Burnet wist, uit den „ mond van Prins George zelven. Aan de „ Priefesfe van Oranje werdt geen meer lichts „ gegeven, door brieven. Wanneer men der „ Koningiiïne voorbieldt, dat haare zwanger- „ heid, in openbaare Schimpfchriften, voor „ verzierd uitgemaakt werdt, zeide zy, alleen- „ lyk, dat luiden, die haar van zulk een vuil be- „ drog verdagt konden houden, geene nadere o- „ fertuiging waardig varen. In Grasmaand s, deezes jaars, werdt de Koning, op weg zyn- „ de
|
||||
LX.Boek. HISTORIE. 405
„ de naar Rochester, fchielyk, te rug gehaald, iggfc
„ alzo de Koningin, toen in de zesde maand „ dig te bevallen. De Arts Scarborougk werdt, .„ insgelyks, ontbooden. Ook g-d Wallgrave ■> „ een andere Arts, naderhand, te kennen, dat „ hy toen, om dezelfde reden, ten Hove hadt ,, moeten zyn. De Graavin van Klarendon, „ dien zelfden dag, zonder ergens van te „ weeten, komendein 't vertrek, daar de Ko- „ ningin te bedde lag, hoorde haar, klaaglyk, „ zeggen, alles is verhoren! alles is verkoren! „ Doch eer zy buiten het Paleis was, kwam „ eene Kamerjuflfer haar verzoeken, dat zy „ niets wilde zeggen, van 't gene zy gehoord „ hadt. Men bleef, federt, voorgeeven, dat „ de Koningin voortging in haare zwanger- „ heid. Kort hierna, drong de Koning de „ Prinfes Annafterk, om naar Bath te gaan-, „ in allen fchyn, als of men haar van de hand „ hadt willen hebben, wanneer de Koningin „ bevallen zou. De ArtsMillington verklaarde, „ aan den Graave van Shrewsbury, uit wien „ Burnethet hadt, dat de Koning hem hadt „ gezogt te beweegen, om de Prinfes te raa« „ den, tot het gebruik der geneezende wate- „ ren te Bath. Zo dra de Prinfes vertrokken „ was, veranderde de Koningin haare reke- „ ning. Zomermaand was, tot hiertoe, ge- „ houden, voor de agtfte imand haarer zwan- „ gerheid; doch nu deedt zy ze voor de ne- „ gende doorgaan. Zy hadt, voor deezen, „ gezeid, dat zy te Wïndfor dagt te bevallen, „ en zig, tegen den vierentwintigflen van-Zo- Cc 3 „ mer- |
||||
4o(5 VADERXANDSCHE LX. Boek.
„ mermaand, derwaards begeeven zou. Doch
„ nu zeide zy, dat zy haar Kraambed te S. „ James dagt te houden. Alles werdt, hier, „ met veel fpoed, gereed gemaakt. De Prin- „ fes Anna, weetende, naar alle waarfchyn- „ lykheid, wat te Londen omging, fchreef, „ dat zy zig niet wel bevondt, by 't gebruiken „ der wateren, en dagt te rug te komen, 's Daags „ na 't ontvangen van deezen brief, verklaar- „ de de Koningin, dat zy op 't einde haarer „ rekening was, en naar S. James gebragt „ wilde worden. Men antwoordde, dat alles „ nog niet gereed was, in dit Paleis. Doch „ zy hervatte, dat zy 'er vernagten wilde, aï „ zou 't op den bhoten vloer zyn. Men bragt „ haar dan, door eenen langen omweg, naar „ S. James. Haar gevolg verfpreidde, onder „ weg, dat zy naar't Kraambed ging. Sommi- „ gen verzekerden, dat zy, den volgenden mor- „ gen, bevallen zou. De Roomfche Priesters „ beloofden, ftoutelyk, dat zy eenen zoon ter „ wcereld zou brengen. Des anderendaags, ten „ negen uuren des morgens, kreeg de Ko- „ ning, te Whitehal, berigt, dat de Konin- „ gin in arbeid was. Hy begaf zig, hierop, „ naar S. James, verzeld van een groot ge- „ tal Heeren: uit welken, hy 'er agttien ver- „ koos, die met hem in de Kraamkamer gin- „ gen, daar zy verre van 't bed ftaan bleeven. „ In de Kamer was niemant, dan Mevrouw „ Sunderland en Mevrouw Bellasfis, benevens „ twee Kleedfters, eene Onder-Kleedfter en „ de Vroedvrouw. De Protestantfche Me- j, vrouwen waren allen in de Kerke. Men „ bragt
|
||||
LX.ßoEK. HISTORIE. 40?
„ bragt eene bedpan in 't vertrek, als ware't,
„ om 't bed, aan den eenen kant, te warmen, „ terwyl de Koningin, op den anderen, lag. „ Doch niemant zag, of'er vuur, ofwatan- „ ders ware in de bedpan. Even voor tien „ uuren, gaf de Koningin een' luiden kreet: 3, en terftond daarop, riep de Vroedvrouw, „ dat zy gelukkiglyk verlost was. Waarvan, „ vraagden de Heeren ? Waarop de Vroed- •„ vrouw aan Mevrouw Sunderland, en dee- ,, ze aan den Koning een teken gaf, uit welk „ hy zeide te verftaan, dat haare Majesteit eet? „ zson ter weereld gebragt hadt. Men hoorde „ het kind niet kryten. De Onderkleedfter „ bragt iet van het bed der Koninginne, door „ eene deur, die nevens het bed was, naar „ een ander vertrek." Luiden van aanzien # die de Kraamkamer, in 't volgende jaar, be- sagen , hebben aangetekend, dat zy 'er ver- fcheiden' geheime deuren en trappen aan be- vonden hebben (r). „ Eenige minuuten laa- „ ter, traden de Koning en de Heeren naar „ eene Kamer, alwaar men hun een kind ver- „ toonde, waarvan de Koningin gezeid werdt 9, bevallen te zyn. Aan niemant, die eenige „ twyfel hebben kon, werdt toegelaaten, het „ onderlyf der Koninginne aan te raaken, na „ de verlosfing;by welke ook de gewoonlyke „ Vroedmeester der Koninginne niet tegen- „ woordig geweest was: en als hy, naderhand, g, uit zig zei ven, kwam, haarer Majesteit, ee- „ ni-
f O N» Witsen Dyaonder Vcthasl det Ambasfti van if>%%
K 8. tol. 1. MS. • Cc 4
|
||||
4©8 VABERLANDSCHE LX. Boek
„ nige pleisters aanbiedende, om de melk te
„ doen opdroogen ; kreeg hy tot antwoord,
„ dat men noch hem , noch zyne pleisters van
„ noode hadt. Op den zelfden dag der voor-
„ gewende verlosfing, ftierf, zo men wil,het
,, kind, welk de Koningin gezeid vverdt ter
„ weereld gebragt te hebben. Immers , de
„ Apotheker Hemings, woonende in een huis,
„ dat, flegts door een' houten wand, gefchei-
„ den was van een ander, welk door een'
„ Roomschgezind' Heer, Brown genaamd, be-
„ woondwerdt, hoorde, des avonds iemant,
„ in 't huis van deezen , met eene klaagende
„ ftemme, zeggen, de Prins van Walles is
„ dood. De Graavin van Klaarendon werdt,
„ des anderendaags, gehouden buiten 't ver-
„ trek van 't kind, op uitdrukkelyk bevel der
„ Koninginne. Iemant, die, weinige dagen
„ laater,het kind zag, welk voor den Prins
„ van Walles ging, zeide, dat het hem veel
„ te fterk fcheen, dan dat het, zo onlangs,
„ zou ter weereld gekomen zyn. Wallgrave,
„ een Roomschgezind Arts, gevraagd, hoe '*
9, gena hy, twee maanden geleeden, aangaande
„ de miskraam, der Koninginne, gezeid hadt, met
„ haare tegenwoordige verlosfing, overeen te Iren-
„ gen ware? antwoordde alleenlyk, God doet
„ wonderen. Alle kinderen, die de Koningin,
„ te vooren, gehad hadt, waren zwak ge-
„ weest; het tegenwoordige was, daarentegen,
„ grof en fterk. Men verfpreidde wel, dat
„ het geduurige ftuipjes hadt, en niet langer
„ leeven zou dan de anderen. Doch de Prin«
„ fesAnna,diehet kind dikwilszag,verklaarde
„ nooit
|
||||
LX.Boek. HISTORIE. 409
„ nooit eenige ftuiptrekkingen , in het zelve,
„ bcfpeurd te hebben. Na verloop van eeni- „ ge weeken , werdt het egter , in der daad, „ krank. Vier Artfen fchreeven't,eenpaarig- „ lyk, door. Men hadt hun, ondertusichen, „ een' maaltyd bereid te Richmond , daar 't „ kind toen was , en men toefde hen zolang „ aan de tafel, zonder van 't kind te reppen, „ dat zy 't reeds hielden overleeden te zyn. „ Eindelyk, werden zy wederom geroepen in „ 't vertrek, daar zy te vooren geweest waren: „ alwaar zy een gezond , fterk kind zagen, „ waarin geene overblyffels altoos van eenig „ letfel te befpeuren waren. Eenigen van hun „ Genootfchap zeiden, naderhand, dat het hun „ onmogelyk geweest was te gelooven , dat „ dit het zelfde kind zou geweest zyn. De „ Koningin, eindelyk, was, na de verlosfing, „ zo weinig veranderd van gelaat, van oogen „ en van ftemme , en verliet het kraambed zo ,. fpoedig, dat de argwaan, welke men tegen „ haar opgevat hadt, hierdoor , kragtiglyk , „ verfterkt werdt (f)." Wy hebben de redenen , om welken de ge-
boorte des Prinfen van Walles, by veelen , verdagt gehouden werdt, dus omftandiglyk, te boek gefteld, om dat die, ten deezen tyde, van merkelyken invloed was op den toeiband der zaaken van Groot-Britanje. Ook heeft zy, in laater' tyd, meer dan eens, gelegenheid ge- geven tot beroerten en oorlogen, en tot on- derhandelingen en Verdragen , waarin ook de StU-
ff) BURNÏT lol. I. p, 748-754. CCS
|
||||
410 VADERXANDSCHE LX. Boek«
NS88. Staaten der Vereenigde Gewesten hun aandeel
n—— gehad hebben. Zelfs kan men, terwyl ik dit ichryve, nog niet voorzien, wanneer de te- genwoordige Regeeringe van Groot-Britanje eens geheel bevryd zal zyn van de moeilykhe- den, die deeze geboorte haar aangebragt heeft. Eene gebeurtenis van zo veel invloed op den ftaat van Groot Britanje , van gantsch Euro- pa en van de Vereenigde Gewesten in'tbyzon- der , verdiende wel, dat wy ze wat uitvoeri- ger verhaalden. Wy onthouden ons egter van het maaken van eenige aanmerkingen , over de redenen , op welken de twee voorgeftelde gevoelens fteunen ; om niet te verre in deeze byzondere ftoffe uit te weiden. Die begeerig is de kragt en zwakheid der aangehaalde rede- nen , naauwkeuriglyk , tegen eikanderen , te zien wikken en weegen , kan by anderen te regt raaken (if). Wy melden flegts nog, met een enkel woord, dat William Füller, agt jaa- ren na deezen tyd, een Verhaal in 't licht gaf, waarby hy zekere Vrouw , Maria Grey ge- naamd , en, kort voor de waare of voorgewen- de verlosfing der Koninginne, uit Ierland naar Engeland overgevoerd , als de waare Moeder des Prinfen van Walles bekend maakte. Füller was, toen , en nog lang naderhand, in dienst der Koninginne geweest, hoewel hy van party veranderd was , toen hy zyn Verhaal drukken liet («). Vf il. Onder zo veel argwaans van 't gemeen, wa- Hü2 rke- ren (O Vnïex IlrtPiv Ttm. X. p. 89.96.
(«) Discours Tut Ia Vcdiable Mere du pretendu Prince do Gilles im[r, 161/6. |
|||||
f
|
|||||
LX.Boek. HISTORIE. 4u
|
||||||
ren de uiterlyke vreugdetekenen, over de ge- 1688.
boorte van den Prinie van Walles , door 't |
||||||
gantfche Ryk , en te Londen zelf, weinig en ze ge-
ilaauw (y ). De Markgraaf van Albyville gaf Jg™» eene plerrige Maaltyd in den Haage , op wel- Lsnde, ke egter weinige Leden der Regeeringe ver werdt fcheenen. Te Amfterdam, werdt het Huis van *">£*■ den Engelfchen Konful Petit, voor welk men ineiliC' vreugdevuuren ontfteken hadt, aangevallen door 't graauw, welk reeds met ileenen begon te werpen , en de deur meende op te loopen. Doch de oproer werdt nog , gelukkiglyk, ge- itild (w). De Prins en Prinfes van Oranje Inzon- ontvingen de tyding deezer geboorte met veele «krheiil betaamlykheid. Ook gaven de eerfte brieven p*"nfeej!n zo veel reden tot argwaan niet, als de vol- prjn fes- genden. Hunne Hooglieden zonden Willem fe van Henrik van Nasfau , Heer van Zuileflein , naar üranJe« Engeland, om den Koning en de Koningin ge- luk te wenfchen, met den jongen Prinfe. Ook liet de Prinfes voor hem, niet naame, bidden, in haare Kapelle , in den Haage , tot dat men naderhand zulke berigten kreeg van Londen, dat haare Koningklyke Hoogheid verboodt, den Prins van Walles meer te noemen, in de open- baare gebeden. Maar dit werdt, aan 't En- gelfche Hof, zo euvel, opgevat, dat de Prins van Oranje , wederom , voor het kind bidden liet (#). Dochdeezegeboorte, opwelkedeRoomsch- Zyne ge- Iloog-
f y) TCnRNET l'iil.l. p. 75\.
(«>; Holl. Mire. van i(>88 M 174-177. CV) Ne»'>ciat. du Cunuc d'Avai* Tom. VI. p- 177. Bl'IU KET /'«•'. 1- t> 75<5« |
||||||
4r* VADERXANDSCHE LX. Bobk.
|
||||||||
i6f!8. gezinden al hunne hoop gegrond hadden,
ftrekte om ver het grootfte gedeelte van het |
||||||||
heiii volk te vervreemden van den Koning; en men
fterkaan- beSon » van nu a**» ernftelyk , bedagt te zyn ge?etom °P middelen, om het Pausdom en de Slaaver- deve;los-ny, waarmede het Hof dreigde , te weeren fing van uic jlet Ryk. 't Getal der heimelyke en open- Enwiand t,aare Vrienden des Prinfen van Oranje ver- harkte meerderde hand over hand. De Heer van neemen. Zuileftein, in den Haage te rug gekeerd, ver- zekerde zyne Hoogheid van eene algemeene geneigdheid , om hem naar Engeland te nodi- gen (y). Ook kwam 'er fchryvens aan den Prinfe „ dat de omftandigheden nimmer gun- „ ftiger zyn konden voor zyne Hoogheid, om „ met het Hof te breeken , en over te ko- „ men ; dat het gantfche volk in eene gewel- „ dige gisting gebragt was , door het vangen „ der Bisfchoppen , het dagvaarden van veele „ Kerkelyken , en de voorgewende geboorte „ eens Prinfen van Walles ; dat men zig van „ deeze drift bedienen moest, eer zy weder- „ om bekoelde. Dat het Leger ook wel ge- „ zind was, en openlyk uitvoer tegen de Paa- „ pery; de weinige Roomschgezinden, dieon- „ der het zelve waren , handelende met groo- „ te veragting. Dat de Vloot gelyke ge- „ neigdheid toonde , hebbende fommige ver- „ trouwde Perfoonen de Bootsgezellen ge- „ polst, of zy wel tegen de Hollanders zou- „ den willen vegten, en voor antwoord beko- „ men , dat zy de Hollanders hielden voor hun- « nt
(y 5 Borket Val. I. p, 754.
|
||||||||
LX.Boek. HISTORIE. 413
|
|||||||||
„ ne vrienden en broeders; doch naar eenen oorlog MS8&
„ met de Franjehen haakten ( z )." Op zulke--------
beugten, nam de Puls een vast dochheimelyk Hy be-1
beiluit tot den overtogt. Ook fchreef hy een ^wlt* groot getal van brieven naar Engeland. Zekere t0gt. Fiight oiagt 'er, in Hooimaand, meer dan tag- tig aerwaards, gerigt aan luiden van het mees- te aanzien en vermogen, met welker antwoor- den hy , kort daarna , naar den Haage te rug keerde. Dumblain, Zoon van den Graave van Danby, die een Fregat, voor zyne eigen'reke- ning , hadt uitgerust, zeilde dik wils, over en weder , in deezen Zomer , met de gewigtigfte brieven en berigten van den Prinfe , en van 's Prinfen vrienden in Engeland (0). Zyne Hoogheid hadt wel beflooten den over-
togt naar Engeland te doen; doch alzo hiertoe eene Vloot , eene aanzienlyke Landmagt, en een groot getal van Vaartuigen, om dezelve over te voeren, vereischt werden ; en de toe- bereidfels tot dit alles niet nalaaten konden ge- rügt te maaken , en de Hoven van Verfaüles en Londen beide de oogen te openen ; zogt men naar een ander voorwendfel, onder welk men eenigen der toebereidfelen, bekwaamlyk, maaken kon; welke zig eerlang, gelukkiglyk, opdeedt. Maximiliaan Henrik, Keurvorst van Keulen, ix. ■
Bislchop en Prins van Luik , en Bisfchop van DeKeur* ( 1") Muniter en Hildesheim , op den derden vorst «a« |
|||||||||
V vanK
|
flerft.
|
a
|
|||||||
(z) rilTRNET VoU I. p. 751, 755.
C« J Rapin 7b»;. X. p. irj. (0 Het Kapittel te Munfter hadt hem , na 't affter-
veü
|
|||||||||
414 VADERLANDSCHE LX. Boek;
|
|||||
t6t\S. van Zomermaand, overleeden zynde , hadden
—----- de nabuurige Mogendheden , terftond, de ge-
dagten laaten gaan op de middelen, welken zy
ter hand hadden te flaan, om de verkiezing van eenen opvulger te doen uitvallen naar haaren zin. In 't byzonder, was 'er den Staaten veel aan gelegen , dat Keulen, Luik en Miin- fter beheerd werden door Vorften , die niet te zeer verknogt waren aan de belangen van Frankryk. 't Jaar 1672 hadt hun geleerd , in hoe groot een gevaar , zy hierdoor gebragt konden worden. Men rekende, dat de over- leeden Keurvorst twintigduizend man hadt kön- nen onderhouden. Zyne inkomften werden op vier millioenen guldens begroot (£). Zyn gebied grensde, alomme, aan de Nederlan- den. Uit Keulen en Munfter, kon hy de Ge- westen ter regter zyde des Ryns gelegen be- ftooken : uit Luikerland, ftondt hem de toe- gang naar Brabant, en wanneer Maastricht verlooren was, langs de Maaze, naar Holland open. Men ziet hieruit, dat de Staaten, met reden, belang rekenden, by de aanftaande ver- Lor!ew}lc vulling der opengevallen'Bisdommen. Maar de xiv. Lodewyk de XIV. rekende 'er geen minder zoekt den belang by. Hy hadt reeds weeten te wege te wu Fur- brengen , dat Prins Willem van Furftemberg, die
(S") Börnkt Vol. I. p. 75t!.
ven van Bisfchop Ferdinand van Furftemberg , in den
jaare .683. (Zie Holl Mcrc van 1683. bl. 153.J tot Bis'chop van dit Stigt verkooren. En ichoon de Paus hem niomer hadt willen bevestigen, was hy egter van de weereldlyice iukomften meester gebleeveii. See 13uR- »ET Vol. I. p, 758. |
|||||
LX. Boek. HISTORIE. 415
|
|||||||
die zyne zyde, veele jaaren , gehouden , en t6%8ï
dien hy , voor eenigen tyd, een' Kardinaals |
|||||||
hoed bezorgd hadt (c) , in Louwmaand dee- ftemberg
zes jaars , door het Kapittel te Keulen , ver- te d°m kooren was, tot Medehelper van den ouden ze!Jllto*c Aartsbisfchop. En fchoon de Paus , tot hier- zynen toe , geweigerd hadt, den Kardinaal in 't Me- opvol- deheiperfchap te bevestigen, deedtKoningLo- Ber* dewyk egter zyn best, om hem te doen aan- ftellen, tot opvolger van den overleeden' Keur- vorst. Ook ilaagde hy, hierin, zo ver, dat het Kapittel den Kardinaal, by voorraad, het be- - wind opdroeg over het Stigt van Keulen, welk hy, terftond hierna, vulde met Franfche troe- pen (*Q. De Keizer , reeds by de aanftelling van ee- De Keï«
nen Medehelper , waartoe hy eenen Vorst uit zer en het Paltfifche Huis wilde verkooren hebben, *je Pauï verfchalkt, door Frankryk, zag ongaarne, dat <jaaren"* men den Kardinaal van Furftemberg nu ook tegen, ten Aartsbisdomme van Keulen zogt in te drin- Prins Jo> gen , en deedt, hierom, zyn best, om ftem- zefnKle*_ men te winnen in 't Kapittel, ten behoeve van ijeieran, den Prinfe Jozef Klemens, Broeder van den Keurvorst van Beieren. Deeze, fchoon min- derjaarig , en reeds Bisfchop van Regensburg en Frifingen , werdt ook gedraagen door den Paus, die beloofd hadt, hem te zullen verplaat- fen, en ontfiag verleenen wegens zyne minder- jaarigheid. De Paus, Innocent de XI, lag thans geweldig over hoop met het Franfche Hof, en was,
Cf) ZU L!X. Ilotk, hl tS5.
(d) yoitz Negociai. du Comtc d'Avaux Tem. VI. 6. 161,
tioih Mcrc. r«* i6W> W. 4'. |
|||||||
4IÓ VADERLANDSCHE LX. Boek.
«688. was, hierom, niet gezind, eenen flap te doen,
------- waardoor hy zou können ichynen , de maatre- gels van Frankryk eenigszins te willen begun- itigen. 't Zal niet ondienftig zyn, dat wy de oorzaak der oneenigheid, die veel invloed hadt op den ftaat der zaaken van Europa, hier, kor- telyk, melden. X. De uitheemfche Gezanten plagten, van ouds, ^orrP^on2te Rome, groote vryheden te hebben in de Wy- twïsttus- ^en » waarin zy woonden ; tot zo verre zelfs, fchen den dat deeze Wyken eene veilige fchuilplaats ge- Paus en rekend werden , voor veelerlei misdaadigen , den Ko- jje men 'er njet m0g(; aantasten, zonder dat de FranknJk Gezanten zig gehoond rekenden. Hieruit, wa- cver de ' ren, dikwils, merkelyke moeilykheden geree- Vryh eden zen. De Paufen zagen zig genoodzaakt, om der Wy. veeie misdaaden ongeftraft te iaaten , of om Rome! ^en Gezanten en den Mogendheden, van wel- ken zy gezonden waren, misnoegen te geeven. Innocent de XI, om deeze moeilykheden te voorkomen, hadt eindelyk beflooten, de Vry- heden der Wyken te vernietigen , en op 't af- fterven van den Hertoge van Estrées, Am- basfadeur van Frankryk te Rome , de wyk om 't Paleis van Farneze, daar de Gezant gewoond hadt', in Sprokkelmaand des voorleeden jaars, doen bezetten , met eene Lyfwagt van Sbjnis. De Gezanten van Spanje en Groot Britanjedee- den, federt, genoegzaamen affland van de Vry- heden hunner Wyken : ook Christina, Konin- gin van Zweeden, die thans te Rome woonde. .Doch de Koning van Frankryk, die den Mark- graaf van Lavardin gefchikt hadt , om d" ts- jïéesop te volgen, verklaarde, dat hy de Vry- |
|||||
i
|
|||||
LX. Boek. HISTORIE. 417
|
|||||
heden der Wyken te Rome aanzag, als een 1688;
regt van zyne Kroon, welk hy van zins was te-------
handhaaven. Lavardin, federt te Rome geko-
men, verzeld van eenen aanzienlykenftoetvan paarden , kon geen gehoor krygen , ten ware hy van de Vryheden afftondt, waartoe hy niet verftaan kon. De Koning van Frankryk wild» toen den Nuncius van den Paus ook niet meer zien , en dreigde hem, daarenboven , andere maatregels te zullen neemen (e). In deezen ftand der zaaken, hadt de Paus Een deel
geweigerd den Kardinaal van Furftemberg in rier K*- 't Medehelperfchap van Keulen te bevestigen. "©Keulen Ook droeg hy , voornaamlyk om Frankryk te i;jest t\m kwellen , den Prins van Beieren , by 't Kapit- Kardi tel te Keulen, voor, om tot opvolger van Ma- »aal»een ximiliaan Henrik verkooren te worden. Detyd Pjfnsv^[ der verkiezinge was, op den negentienden van Beieren Zomermaand, vastgefteld. Weinige dagen-eer- tot Aam- der , deedt de Koning van Frankryk , bedugt bufciiop, dat de Staaten eenig Krygsvolk naar Keulen fchikken mogten , om de verkiezing des Prin- fen van Beieren te begunftigen , hun daarvan afmaanen, door den Graave d'Avaux, die, te gelyk, beloofde , dat de Franfche troepen zig ïïil houden zouden , zo niemant der nabuuren zig repte (ƒ). De Kardinaal van Furftemberg, de ftreng des Prinfen van Beieren, midlerwyl, langs hoe fterker ziende worden , begon te dugten, dat de verkiezing niet vallen zou , naar zynen zin. Vooral, ftondt hem in den weg,
CO Holl. Merc van i«8?. VI. 191-194. van 1688. U- 33-41*
if j Holl. Merc. van i6tS. */. 54. XV. Deel. Dd
|
|||||
413 VADERLANDSCHE LX. Boek,
' 1688. weg , dat de Paus zig tegen hem verklaard
■ hadt. De Koning van Frankryk hadt hem, voor eenigen tyd, genoodzaakt, het Bisdom
van Straatsburg te aanvaarden , welks inkom- ften hem werden toegerekend , in afkorting van de onderftandgelden , die hem , door Frankryk , betaald werden. Doch , volgens de Wetten des Keizerryks , kon niemant, die reeds Bisfehop was, tot de Bisfchoppely ke waar- digheid van een ander Stigt verkooren wor- * Postu- den , dan door eenen * eisch van 't Kapittel, (affa waartoe, ten minfte, twee derde der f temmen werden gevorderd. Daarbenevens, ftondt het aan den Paus , of hy den afftand van het Bis- dom , waaruit men iemant zogt te verplaatfen, aanvaarden wilde , of niet (g). De Kardi- naal vreesde, derhalve, dat hy te weinig ftem- men in't Kapittel hebben zou, en bovenal, dat de Paus het Bisdom van Straatsburg niet zo» willen aanvaarden, zonder 't welk hy den over- leeden'Keurvorst niet opvolgen kon. De Le- den van 't Kapittel waren drie-en-twintig. De Kardinaal kreeg;, van dit getal, dertien ftem- men in zyn voordeel. Negen ftemden voor den Prinfe van Beieren, en één voorden Graa- ve van Rekheim. De Kardinaal, fchoon gee- ne twee derde der ftemmen hebbende , hieldt zig , egter , voor verkooren. Frankryk be- loofde, hem te zullen onderfteunen (h). Doch de Keizer verklaarde zich voor den Prinfe van Beieren. Ook weigerde de Paus het Bisdom van
|
||||||
C/7) BuRNET Vol. I. p- 75g.
C/i) Holl. Merc. van iftS*8. H. 55.
|
||||||
LX. Boek. HISTORIE. 419
|
|||||
van Straatsburg te aanvaarden , of den Kardi- 1688,
naai te ontflaan van de Kerkelyke Wet, die ■ «■ niet gedoogt, dat men meer dan één Bisdom bezit. De Koning van Frankryk zondt iemant naar Rome, om den Paus vangedagtentedoen veranderen; hem, in 't ftuk der Vryheden, al- les beloovende, wat hy, naar reden, begeeren kon. Doch zyne Heiligheid weigerde 'sKo- nings brief te ontvangen , en wilde den bren- ger niet hooren fpreeken. Lavardin, zeidehy, gedroeg zig, te Rome, als een vyand, dte de Stad ingenomen hadt; weshalve , hy niets hooren wilde, V gene hem , van wege het Franfche Hof, voorge- field werdt (/). De Kardinaal ftondt ook naar de Bisdommen De Bfo.
van Luik, Munfter en Hildesheim : doch hier domme* Haagde hy nog minder , dan te Keulen. Te ^"^k* Munfter en te Hildesheim, werden, in Hooi- etAiii-,' maand , de Dekens der Kapittelen , Fredrik desheim' Christiaan van Plettenherg en Joost Edmond van worden Brabek , tot Bisfchoppen verkooren , zeer tot vervul*> genoegen van de Ryksvorften en van de Staa- ten der Vereenigde Gewesten, 't Zelfde ge- beurde, in Oogstmaand, te Luik, daar de Ba- ron Joan Lodewyk van Elderen, ook Groot- De- ken van 't Kapittel, verkooren werdt tot Bis- fchop (£). De Staaten hadden eenen Gemag- tigde te Luik, die de Leden van 't Kapittel, door gefchenken, hadt gezogt te beweegeii, om de verkiezing te doen uitvallen naar den, zin zyner Meesteren : doch zy hadden, noch voor*
CO bijrnet Vol. 1. p. 759.
(*} Roll. Mcrc. van 1688. V. 57. . ,
Dd 2
|
|||||
420 VADERLANDSCHE LX. Boe*;
|
|||||
iö83. voor, noch na het doen der Verkiezinge, ieta
------- van hem willen ontvangen (/). De Paus ver- zuimde niet , de verkooren' Bisfehoppen van Munfter, Hildesheim en Luik, terftond, te bevestigen. Doch , van wege den Kardinaal yan Furftemberg , werdt, hiertoe, vergeefs, by hem aangehouden. Hy verklaarde zig be- ftendiglyk voor den Prinfe van Beieren , die egter niet meer dan zeventien jaaren bereikte, Men wil, dat de Keizer, in 't eerst, gezind was geweest, om eenen Prins uit den Huize van de Palts tot Keurvorst van Keulen te hel- pen bevorderen ; doch dat hy van gedagten veranderd was , om den Keurvorst van Beie- ren te winnen ; die, federt eenigen tyd, door Frankryk , opgeftookt was tegen het Weener Hof, welk hem't gebied over't Leger in Hon- garye onthieldt. ( Maar 't bewerken der Ver- kiezinge van den Prinfè , zynen Broeder, tot "^ Keurvorst van Keulen, en 't opperbevel over 't Keizerlyk Leger, welk hem zei ven, dit jaar, gegeven werdt, verzoende hem t'eenemaal met den Keizer ( m ). XI. Doch de twyfelagtige verkiezing te Keulen De twist gaf gelegenheid, dat men zig, van de eene eu ve„""s de andere zyde, wapende , om zig te bevesti- ftrekteen gen i-n 'c bezit van't Aartsbisdom. Frankryk voor- hadt zig openlyk verklaard voor den Kardi- wendfel naai9 die reeds Franfche troepen gebragt hadt, j>"?rfede" in de meeste Steden van 't Stigt Keulen. De om zig Staaten , die hierdoor bloot gefield waren voo?
C l ) TCtJRNET Vol X. p. jft\.
\m) Uurnet Vil, I. i>. 759 j 760,
|
|||||
LX. Boek. HISTORIE. 421
voor eenen inval der Franfchen, hadden groo- njss.
te reden , om den Prins van Beieren te helpen -------
ftellen in 't bezit van 't Keurvorftendom , en tot den
de Franfchen te doen verhuizen uit de Keul- ove"°?t iche Steden. De Prins van Oranje bediende geiant} t3 zig van deeze gelegenheid , om Krygsvolk te bereiden, verzamelen, en Verbonden te fluiten, infchyn, om den Prins van Beieren te fterken; doch in- derdaad , om de Regeering van Groot-Britan- je te herftellen ; waarop byna niemant verdagt was. Lodewyk de XIV. zou de Staaten en den Prinfe het voorwendfel om zig te wapenen ligtelyk hebben können beneemen, zo hy zyne troepen te rug getrokken hadt uit het Keul- fche, en nageJaaten, den Kardinaal van Fur- ftemberg te onderfteunen; of, indien dit niet, zo hy den Paus maar genoegen hadt willen geeven, en afftaan van de Vryheden der Wy- ken, waarover de Paus, zo hy als Oppervorst van Rome moest aangemerkt worden , naar zyn welgevallen , fcheen te moeten können befchikken. Want, in zulk een geval, zou zyne Heiligheid , vermoedelyk , den afftand van 't Bisdom van Straatsburg aanvaard, en den Kardinaal van Furftemberg voor Aartsbis- fchop van Keulen erkend hebben. Doch de onverzettelykheid van 't Franfche Hof, in 't ftaan op de Vryheden der Wyken , was oor- zaak , dat Innocent de XI. den Kardinaal niet erkennen wilde , en dat de Staaten een voor- wendfel kreegen, om zig te Rapenen, zonder dat men 't geheime oogmerk hunner toerus- tinge, met genoegzaame zekerheid , ontdek- ken kon , voor dat de tyd voorby was om het Dd 3 te |
||||
422 VADERLANDSCHE LX. Boek;
|
|||||
1688. te können fluiten. De Prins van Oranje, die
i te Rome hadt, om den Paus op te hitfen tegen Frankryk , beftierde het gantfche werk zo be- dekt en voorzigtig , dat beide het Franfche en het Engelfche Hof hem in DuitSchland zagen handelen , en hier Krygsvolk byeen trekken, zonder eenig gegrond vermoeden te hebben van zyn oogmerk , voor dat men 'er , hier, geen geheim meer van maakte. Zomer-, Hooi- en Oogstmaand werden, hiertoe, gedeeltelyk,he- fteed. En 't zal der moeite wel waardig zyn, dat wy 't beleid, welk zyne Hoogheid, in dee- zen gewigtigen handel, gehouden heeft, hier, naauwkeuriglyk, ontvouwen. Onder- De Prins hadt, naar fommiger gedagten , zoek naar reeds by 't leeven van Karel den II, het oog aanie1-fte genac* °P de Kroone van Groot - Britanje , en din^tot toeleg gemaakt, om zynen Schoonvader van 't hec "be- regt tot de opvolginge te doen uitfluiten. De werken Franfche Gezant d'Avaux hadt zulks den Ko- Vèiven" n*nS» zynen Meester, reeds in den Herfst des jaars 1679, en naderhand dikwils, overge- briefd. Hy meende zelfs, dat zyne Hoogheid Karel den II. zelven zogt te noodzaaken , om zig van de Regeeringe , ten zynen behoeve , te ontdaan; en dat zyn voornaam oogmerk, iii het dringen op de Werving der zestienduizend man, in de jaaren 1683 en 1684, geweest was, zig zelven, daardoor, in ftaat te itellen, tot het doen van den overtogt naar Engeland, wanneer de gelegenheid hem daartoe gunftig zyn
(«) Da Chomy Memoir. Tom. II. p. :i3. Tom III. p. 198,
|
|||||
LX. Boek, HISTORIE, 423
syn zou (o). In de Lente des jaars 1685, i<$8f.
deedt de Prins , op zyne eigen' kosten , eenig —— metaalen gefchut gieten, welk met zyne wapens verfierd werdt, en vermoeden gaf, dat hy iet groots in den zin hadt (j>). 't Vermeerderen van 's Lands Zeemagt, waarop zyne Hoogheid fterk drong , in den Zomer des volgenden jaars, verfterkte dit vermoeden zeer ($). Ook hadt de Prins, naar fommiger verhaal, reeds in den Herfst des jaars 1684, middel gevonden, om zig te verzoenen met de Regeering van Amfterdam, die hem tot de voltrekking zyner oogmerken zeer behulpzaam zyn kon ; haar, zo men wil, beloovende , dat hy zig , in 't waarneemen zyner hooge Ampten , ftiptelyk gedraagen zou naarde Wetten van den Staat, mids men 't voorleedene in 't vergeetboek (lel- de (/). Doch 'sPrinfen fchielyke togt door de Stad , zonder voor 't Stadhuis , daar men hem een onthaal bereid hadt, te willen aftree- den ; en 't verfterken der zwakke plaatfen om Amfterdam, welk beide, kort hierop, volgde, deedt eenigen wederom befluiten , dat de ver- zoening niet opregt genoeg geweest was (*). Met Prinfe Henrik Kafimir , Stadhouder van Friesland en Groningen, was zyne Hoogheid, omtrent deezen tyd, ook in onderhandeling geweest; tragtende eerst deezen Vorst, endoor hem
(«) Voiez Negociat. du Conite d'AvAux Tem. I. p. 44, 58,
90, r4y. 595, j6y. (/>) Negociat. Ju Conite n* Avahx,Tw«. V. p. 33.
(j) Negociat, da Comte o' Avaux , Tom. V. p. ayo, Tom,
Vhp.17, 87, 89. (;•) Negociatie du Comte n* Avaux Tom. IV. p. 99.
C'3 Negociat. du Comte d'Avaux Tom. IV. f. 114, iiy, 190;
Dd 4
|
||||
424 VADERLANDSCHE LX. Boek.
1683. hem de twee Gewesten, over welken hy Stad-
er— houder was , op zyne zyde te winnen. De Predikant Joannis van der Waayen , in 't jaar 1676, uit Zeeland gezet (*) , en, federt, in Friesland , tot Profesibr der Godgeleerdheid bevorderd , liet zig gebruiken, om de eens- gezindheid tusfehen de twee Vorften te bewer- ken; bewoogen, zo men wil, door het belang, welk hy verftondt, dat de Hervormde Gods- dienst hadt, by deeze eensgezindheid. Prins- Henrik hadt hem vereerd met den titel van zy- nen Raad ; doch in Friesland en Groningen a zag men ongaarne, dat de Leeraar zig zo diep Hak in zaaken van Regeeringe. 't Gelukte hem egter, de Vorften te vereenigen, in de Lente des jaars 1685 («). Terflond hierna, ver- anderden Friesland en Groningen van maatre- gels. Amfterdam zelf volgde het voorbeeld deezer twee Gewesten, hebbende, zo men verzekert, den Burgemeester Joannes Hudde^ die thans veel gezags hadt in de Stad , zig on- der de eerften laaten overhaalen , om 'sPrin- fen toeleg te bevorderen. De verzoening tus- fehen zyne Hoogheid en de Stad werdt, nog voor't einde des jaars 1685, voltrokken (y). En dit alles hadt den weg gebaand , tot de uitvoering der gewigtige oogmerken, met wel- ken de Prins, ten deezen tyde , bezwangerd ging-
Zyne Amfterdam was egter nog maar ten halve Hoog- ge-
CO Zie XIV. Deel, II. 440.
(«) Negociat. du Coiiiie n'AvA'ix 7»« IV. p. izo, 128,
130, 594» 330. 334- 3-«' Tim. V. p. 56, 207. (.v) Negociat. du Comte o'Avaux Tom. V. p. 137, i8y, 105» |
||||
LX. Boek. HISTORIE. 425
gewonnen : en deeze Stad, die zo veel draagt f638.
in de kosten des krygs, en daar , in eene on--------
derneeming ter zee, de meeste Oorlogsfchepen heid
uitgerust worden , moest geheel in 'sPrinfen P"°yr belangen worden overgehaald , zou de togt ^,"' naar üngeland, met eenige hoop van eenen zyne be- goeden uitilag, ondernomen worden. Van den langen te anderen kant, was 'er veel aan gelegen , dat kryt$en' 'sPrinfen toeleg verborgen bleef: waarom hy, niet dan bedektelyk, en in het hoogfte vertrou- wen , handelen kon met eenige Amilerdamfche Heeren, aan welken, allengskens, kennisgege- ven werdt van 't geheim. Drie van de vier thans regeerende Burgemeesters, Joannes Hud- de , Kornetts Geehink, Heer van Kastrikom , en Nikolaus Witfen, wisten van 's Prinfen toe- leg : welke ook ontdekt was aan den Sekretaris der Admiraliteit te Amfterdam, Hiob de Wildt, van wien zyne Hoogheid zig diende, om de uitrusting der fchepen voort te zetten. Ik ben in flaut gefteld , om van de heimelyke hande- ling met die van Amfterdam naauwkeuriger verflag te doen , dan tot hiertoe heeft können gefchieden ; uit de eigenhandige Aantekeningen van Burgemeester Witsen zeiven, die alles, wat hein voorgekomen was , toen 't hem nog versch in 't geheugen lag, op 't papier gebragt heeftj zo volkomen naar waarheid, alsof fyt, gelyk hy verklaart, met eede, zou hebben moe- ten bevestigen 't Zal dan, vertrouw ik, den näauwkeurigen Leezer niet onaangenaam zyn, dat ik't geheim beleid deezer gewigtige hande- linge, met behulp deezer Aantekeningen, hier, kortelyk ontvouwe. Dd 5 De
|
||||
426 VADERLANDSCHE LX. Boek,
1688. De Raadpensionaris Fagel, wien 'sPrinfen
-------oogmerk bekend was, begon, omtrent den aan-
Geheime vang deezes jaars of eerder, in het Kollegie
handeling jer Gekommitteerde Raaden, waarin Witfen Lurge- toen zitting hadt , ten aanhooren van hem en meesters twee of drie anderen , fomtyds, te kennen te Hudde, geeven , hoe hy van gedagten was , dat zyne wMV-t°k Hoogheid behoorde over te {teeken naar En- ten. geland, tot herftelling der verwarde zaaken al- daar ; vooral, wanneer hy daartoe mögt ver- zogt worden door de Grooten van 't Ryk. Hy voegde 'er by, dat de Staaten, in zulk een geval, den Prins behoorden te onderfteunen. Doch hy opende zig niet nader. De Leden merkten, nogtans, zoduidelyk, waar hy heenen wilde, dat de Heer Harpen Marienszoon Tromp, we- gens Delft, in 't Kollegie zitting hebbende, Witfen in 't oor beet, dat de Prins Monmoiithje fcheen te 'willen fpeelen. Wat laater , kwam Dykveld Witfen, een en andermaal, van verre voorhouden, hoe men 't werk van Engeland zou können uitvoeren , en wat 'er te dugten ware , indien men 'er de hand niet aan hieldt. Zelfs werdt hy 'er over gepolst door den Prin- fe, die hem om raad verzogt; doch altoos in algemeene uitdrukkingen beantwoord werdt. Toen de zwangerheid der Koninginne hier rugtbaar werdt, hieldt Witfen zyner Hoog- heid voor, dat hy geen regt tot de Kroon hebben zou , zo haare Majefteit een' zoon ter weereld bragt. Doch de Prins nam dit euvel, verklaarende driftiglyk, dat zyn regt even goed zou zyn. Ondertusfchen, vondt de Bur- gemeester zig ten uiterfte bezwaard over 't ge- heim , |
||||
LX.BOEK. HISTORIE. 427
heim, welk men hem toevertrouwd hadt, heb- i688.
bende hy , aan den eenen kant, ftilzwygend- > heid moeten beiooven, teiwyl hy, aan den an-
deren kant, zien moest, dat de Nederlandfche Schippers , die op Frankryk voeren , in hun verderf liepen, zo de togt naar Engeland voort- ging ; zonder dat hy hun durfde doen waar- schuwen. Omtrent het midden van Zomermaand, Gefprek
kwam Dykveld, Hudde.»en hem lpreeken, ten 1™®?,*C huize van den eerften ; hun , na dat zy hem, jfujaóei vooraf, de ftiptfte geheimhouding beloofd Wuftn. hadden, voorhoudende „hoehy, door zyne „ Hoogheid , aan hun en aan den Heere van „ Kastrikom," die niet in de Stad was „ was „ afgezonden, om hun 't gevaar, welk den „ Staat van over zee dreigde , voor oogen te „ ftellen, en om goeden raad te vraagen." Hy mat toen dit gevaar ten breedften uit, Koning Jakob vertoonende , als een' geflaagen vyand van deezen Staat, en van den Hervormden Godsdienst. Hudde en Witfen antwoordden , „ dat men op de Voorzienigheid vertrouwen „ moest, die 't gevaar fpoedig kon afwenden." Waarop Dykveld hervraagde „ of zy niet zou- „ den können raaden , dat men aanviele, eer „ men aangevallen werdt?" Doch zy verklaar- den , uit eenen mond „ dat zy dit nooit zou- „ den können doen. Men moest, meenden ze, „ 't werk den tyd aanbeveelen , die , door 't „ fterven van deezen of genen, ofopeenigean- „ dere wyze, ligtelyk verandering baaren kon. „ Ten minfte behoorde rnen tot in 't voorjaar „ te wagten. Nu toe te tasten zou den fchyn * heb-
|
||||
VADERLANDSCHE
|
|||||||||
LX. Boek.
|
|||||||||
423
|
|||||||||
H8B. „ hebben , als of men een' oorlog om den
p»-----„ Godsdienst aanving ; en dit den Staat bloot
„ ftellen voor den haat der Roomschgezinde
„ Mogendheden van Europa, 't Land kon „ ook niet van krygsvolk , en van het Hoofd „ over het zelve ontbloot worden, zonder dat „ men 't bragt in 't uiterfte gevaar eener over- „ fompelinge van den kant van Frankryk, die, „ door 't gemeen, even als in't jaar 1672, aan „ de Regenten ftondt geweeten te worden , „ waaruit inwendige beroerten te dugten wa- „ ren. 's Lands Zeemagt was in /legten ftaat; „ de hoofden van 't zeevolk overleeden: al het „ welke hen deedt befluiten , dat zy tot zulk „ eene gewigtige onderneeming niet raaden „ konden." Dykveld, zyne gedagten niet ge- openbaard hebbende, in 't byzyn van Hudde, verklaarde zig , veel ronder aan Witfen , die hem naar de fchuit geleidde, den voorgenomen togten den begeerden byftand fterk aanpry- De Prins zende. Twee dagen laater, ontboodt hy Wit- onthiedt fen by den Prinfe in den Haage , die , fchreef •J^de™ ^y» ëezeidhadt, aut nunc, mit nunquam, be- Haage*. tekenende „ dat men 't werk, of nu, of nim- „ mer onderneemen moest." Witfen vondt zig ten hoogde bezwaard over dit opontbod, viel aan 't fchreijen , badt God om wysheid ; doch durfde niet nalaaten op reis te gaan. In den Haage , fprak hy eerst met Dykveld , éie hem veel verhaalde van de geneigdheid der voornaamfte Engelfche Grooten tot den Prin- fe , wiens toeleg , zeide hy, bezwaarlyk mis- lukken kon. Onder't fpreeken, verfcheen hier de Heer Bentink, Heer van Rhoon, die't zeg-. gen
|
|||||||||
3LX.B0EK. HISTORIE. 429
geh van Dykveld, kragtiglyk, bevestigde. 1688Ï
Witfen , 't hoofd nog vol zvvaarigheden heb- melyk gefprek met zyne Hoogheid , die hem he» ^" verklaarde op 't ftuk nog geen bepaald befluit "y * genomen te hebben. De zwaarigheden werden, ter vvederzyde, overwoogen. De Prins zag ze zo groot niet in als Witfen , verftaande hy, dat men de penningen, tot den togt vereischt, zou können neemen , uit de vier millioenen, . die tot verbetering der Vestingwerken waren opgenomen. „ 't Werk zou , dagt hy, over „ zee, in eene week of twee, teverrigtenzyn. „ En zo de kryg aanhieldt, zou men 't, hier „ te Lande, wel hebben , en veilig vaaren „ können. Voor hem ftak'er, zeide hy, niet „ dan moeite in:" 't welk Witfen niet toeftondt, vrymoedelyk beweerende „ dat 'er voor den „ Prinfe en Prinfesfe, gemerkt beider regt tot „ de Kroon, veel meer dan moeite in fteeken „ moest." Voorts , hieldt de Prins het voor een misverftand, dat men tot in't voorjaar wag- ten zou, moetende men Koning Jakob geenen tyd geeven om zig verder te Herken. Ook zeide hy, dat de onderneeming hem alleen zou aangaan , niet den Staat, die hem flegts be- hoefde te onderfteunen. Witfen beriep zig op n de fobere gefteldheid van 's Lands geldmidde- len, byzonderlyk op die van Amfterdam, daar men ook veel leedt by de Admodiatie der ge- meene middelen te water, 't Gefprek duurde lang, en werdt des anderendaags hervat. Wit- fen weigerde beftendiglyk den Prinfe te raaden. Eindelyk, vraagde zyne Hoogheid, of hy hem wel
|
||||
43© VADERLANDSCHE LX. Boek;
|
|||||
i6S8. wel zou willen byftaan , zo de onderneeming
—— buiten hem werkftellig gemaakt werdt ? Doch Witfen, hierop niet gevat, verzogt verlof om dgswege eerst het gevoelen der twee andere Burgemeesteren in te neemen. Gevoelen Hy deedt, ten dien einde , een' keer naar der drie Amfterdam, en kwam, na verloop van een'dag dVntfchè °^ ^6'lXi Haage te rug. 't Gevoelen der Bürge- drie Heeren kwam hierop uit: „ datzy'tgroo- Bieeste- „ te werk noch aan- nog afraaden konden; dat Icn- „ zy egter, voor hunne perfoonen, zo 't buiten „ hun toedoen werkftellig gemaakt werdt, wel „ wilden raaden tot zulk een' onderftand, als „ zy met eed en pligt beftaanbaar zouden oor« „ deelen ; doch dat zy van gedagfen waren , „ dat het by de Vroedfchap hunner Stad niet „ doorgaan zou." Witfen hadt dit hun gevoe- len den Prinfe in gefchrifte ter hand gefteld. 't Behaagde hem in't eerst luttel; doch hy nam 'er genoegen in, na dat hy Dykveld gefpro- ken hadt. Alieenlyk, vergde hy Witfen, zyn best te willen doen, dat de zaak in de Vroed- fchap doorging : waartoe de Burgemeester zig niet verbinden wilde. Doch de Prins verftondt, federt, dat zulk eene verbindtenis, genoegzaam ftilzwygends, in't Gefchrift, begreepen was. Cefprek Witfen hadt toen ook nog, in 't byzyn van van Wie- Zyne Hoogheid , een gefprek met den Raad- dCn RCtd Penfi°narls 5 wien hy t onder anderen , voor- penfiona-"ieWt „ dat de zaak van Engeland, eene zaak ris. 9) van Godsdienst zynde, door God zelv', wel „ befchermd zou worden." Doch de Raad- penfionaris beweerde , daarentegen , ook met Schriftuurlyke voorbeelden, dat men, tot be- fcher-
|
|||||
IX. Boek. HISTORIE. 431
fcherming van den Godsdienst, 't zwaard mögt ißßW
en behoorde te gebruiken. Zo hebhen , zeide
hy, onze Voorouders gedaan; den Staat vestigende
op den Godsdienst. Doch Witfen hieldtftaande, „ dat zy zig tegen de Spaanichedwinglandy en „ 't verkragten van 's Lands voorregten gekant „ hadden." De Prins brak, eindelyk, 't ge- fprek af, verklaarende ., dat hy nog niet vast» „ gefteld hadt, wat hy doen zou; doch dat hy „ ondertusfchen de vereischte toebereidfels zou „ maaken tot den togt; geld Jigten, als tot de „ Vestingwerken; bootsvolk werven, op den „ ouden voorflag van Zeeland, en niet dan kort „ voor zyn vertrek den Staaten kennis geeven „ van zyn'toeleg." Al 't welke Witfen alleen- lyk aanhoorde, met verklaaring, dat hy'er ver- flag van doen zou. Hy hadt, reeds te vooren , verlof gevraagd, om van't gehandelde ook met den vierden Burgemeester, JeanAppelman, en nog een' Heer of twee , te mogen fpreeken ; doch de Prins hadt het hem volftrektelyk ge- weigerd (»e). De gewigtige toeleg bleef, der- halve , nog een diep geheim voor de meeste Leden der hooge Regeeringe. Zyne Hoogheid, nu den overtogt naar En- zwaMj*i
geland by zig zelven hebbende vastgefteld, heden hadt geoordeeld , dathy, daartoe, negendui- in de zend knegten en vierduizend ruiters en dra- v<J^b.e" gonders noodig hadt, welken hy, uit de troe- "t ^ pen der Staaten , dagt te ligten (x). Doch overtogu in deezen toeleg , deeden zig twee gewigtige zwaa-
(«O Verhaal van 't gene Kargem. Witsen, omtr. den tog(
Eaar Engeland, voorgekomen is. ƒ. ï —10. MS, (X) IH'RNST Vvl, I, p. 757,
|
||||
432 VADERLANDSCHE LX.BoEKJ
1688. zwaarigheden op. Foor eerst, was 't niet mo-
------ gelyk, zo veel Krygsvolk te verzamelen en te
gebruiken , zonder bewilliging der algemeene
Staaten, om welke te verkrygen, zyne Hoog- heid hun kennis zou hebben moeten geeven van zyn oogmerk. En zo dra dit gefchied ware , zou het naauwlyks bedekt hebben kön- nen blyven voor den Markgraave van Albyvil- le ; en vooral niet voor den Graave d'Avaux, die gewoon was, alles uit te vorfchen, wat in der Staaten Vergaderinge omging. Maar zo 'sPrinfen oogmerk, zo vroeg, met zekerheid, bekend geworden was , zou Frankryk , naar allen fchyn, middel gevonden hebben, om het te verydelen , en den Prinfe de landing te be- letten; om niet te zeggen, dat 'sPrinfen voor- ilag zulk een' gereeden ingang niet gevonden zou hebben , by alle de Leden der hooge Re- geeringe : 't welk het uitvoeren der ondernee- rniiige zou hebben vertraagd , of geftremd. Ten anderen, moest het ligten en vervoeren van zo veel manfchap de Krygsmagt van den Staat te zeer verzwakken : en dit was te zor- gelyker, in de tegenwoordige omftandighe- , den, alzo de Prins niet twyfelde, of zyne on- derneeming. zou den Staat inwikkelen in ee- nen oorlog met den Koning van Frankryk, die reeds eenige troepen op de grenzen hadt, en den Staat, ontbloot van manfchap, zonder moeite, in 't uiterfte gevaar zou können bren- gen. Thans, om dit gevaar te voorkomen , eene werving voor te flaan, was een werk van onzekeren uitflag , of langen nafleep ; en zou ook veel te veel gerugts gemaakt, en daardoor den
|
||||
LX.BóEk. HISTORIE. 4g§
|
|||||
den toeleg ontdekt hebben. Doch beide deeze i68$.
zwaarigheden, die onoplosbaar fcheenen^ ver- dweenen geheellyk , federt dat de twyfelagti- ge verkiezing te Keulen den Prins hielp aan een voorwendfel, om een klein Leger byeen te trek- ken : gelyk hy, in Oogst- en Herfstmaand, deedt. Zo dra de Franfche troepen in 't Keulfche De Prins
waren getrokken, kon 't niemant vreemd vin- °e^eegt den , dat de Staaten ook eenig Krygsvolk ver- ten to{ Zamelden -, op de grenzen. De Prins bewoog 'hct'ver- hen dan, ligtelyk, door middel van den Raad- zamelert penfionaris Fagel ■, om zorg te draagen voor ™" een^ de verfterking der PJaatftm langs den Ryn en pgntr0 ' Ysfel, die in eenen Hegten ftaat waren. Hier- toe , werden vier millioenen toegcftaan (y), die, binnen weinige dagen, gereed waren (z). Wyders, beflooten de Staaten * drie of vier Leden hunner Vergaderinge te magtigen * om met den Prinfe te overleggen , wat tot bevei- liging der grenzen dienftig zyn zou. Aan dee- ze Gemagtigden , die 's Prinfen vertrouwde vrienden waren , ontdekte hy zynen toeleg : en, terwyl zy t nevens hem , alleen het oog fcheenen te hebben naar Keulen, bevorderden zy het verzamelen van Krygsvolk tot den over,- togt naar Engeland (ö). Watlaater, floeg zyne Hoogheid den Staaten voor* dat het werk van Keulen hen ligtelyk zou können inwik- kelen in eenen oorlog met Frankryk, en dat het hierom noodig was , dat 's Lands Vloot in
(y) Refol. Ho«- l6 Jüly if7&8. «. 44'-
O j Burnet Vol- I. p. 778, Negwciat. du Coiritc d'AvauXJ fom. VI. ƒ>. 126, 13«, 154- («) Negociat. du ComCe D'Avaux , Tam. VI. p. 222, 238»
ftAPiN Tom- X. ƒ>. loS. XV. De Ét, Efe
|
|||||
434- VADERLANDSCHE LX. Boek.
|
|||||
t«88. in gereedheid gebragt, en middel gevonden
h werdt, om negenduizend bootsgezellen te onder- en tot het houden. De Staaten beflooten ook hiertoe (#),
verlier- en de Gemagrigden en zyne Hoogheid verzuim- den der den geen' tyd, om 's Lands Vloot te verfterken , vloore. en te VOorzien van de noodige manfchap. Hy hon- Dus was de eerfte der twee gewigtige zwaa- deh met righeden opgelost. Om de tweede weg te S5n.lge. neemen , en den Staat te voorzien van volk, Vorfterj6 na dar. men ^n ontbloot zou hebben van der- over 't tienduizend man , die naar Engeland zouden verlecnen gevoerd worden , hadt zyne Hoogheid, reeds *8n on" federt e enigen tyd, gearbeid. Kort na den dood «an de van Fredrik Willem , Keurvorst van Branden- £taaten. burg, hadt de Prins den Heer Bentink gezonden naar-'t Hof van lierlyn, om den nieuwen Keur- vorst , Fredrik den Ili, in vertrouwen, kennis te geeven van zyn oogmerk, en deszelfs byftand te begeeren. Ten zelfden tyde, handelde hy ook met de Hertogen van Lunenburg Zelle en Wurtemberg, en niet den Landgraave van Hes- fen(c). Deezedrie Mogendheden, en de Keur- vorst van Brandenburg, beloofden den Prinfe onderftand, in geval de Vereenigde Gewesten, geduurende zynen togt naar Engeland , of ter oorzaake van den zelven , mogten beoorloogd worden. Ermp Augustus, Hertog van Hanover, hadt, ten deezen tyde, nog eenige verbindte- nisfen met het Franlche Hof; doch alzo hy, reeds in 't jaar 165U, gehuwd was met de Prin- fesfe Sofia, Dogter vanden Piltsgraave Fredrik den V. en van eene Dogter van Jakob den 1, Koning van Groot Britanje ; nam Burnet de vry-
(») Burnet Vul- T. p. jr«i.
£«} Verhaal var. Bürgern. N. Wiïsin f. 10. MS,
|
|||||
LX.Boek. HISTORIE. 435
|
|||||
vryheid, om hem, door middel zyner Gemaalin- 168&
re, die, na'tafftervenderPrinfesfen van Oranje en van Deenemarke, het naaste regt hadtop de Kroon van Groot-Britanje, eenige kennis van de •onderneemiug op Engeland te laaten toekomen. De Hertogin hadt groot bthaagen in den toeleg. Doch de Hertog hadt 'er kleine verwagting van; hoewel hy, naderhand, veranderde van gedagten. Burnet zeide den Prinfe, eenige dagen daarna, wat hy gedaan hadt. Zyne Hoogheid nam 't hem niet kwalyk, om dat hy, uit zynen eigen, en niet uit 's Prinfen naam, hadt gefproken. 't Mögt ons, voegde hy 'er by, kwaad doen in Engeland; en fommigen doen denken , dat ik my reeds zo verre sneester dagt te zyn van V Ryk, dat ik al ontwer- pen maakte., omtrekt de opvolging tot de Kroon (d). Met den HertogevanHanover, werdt, derhal- ve, niets naders gehandeld. De Prins van Oran- je verliet zig op de beloften, hem door de Vor- ften van Brandenburg, Lunenburg-Zelle, Hes- Jen en Wurtemberg gedaan (e). De hulp, wel- ke zy beloofd hadden, kon, desnoods, dienen, om de plaats te vullen dermanichap, welke hy naar Engeland dagt te voeren. Omtrent het midden van Oogstmaand , be- Drie Am«
gaf de Heer Bentink , Heer van Rhoon, zig, Verdam- op 'sPrinfen last, in ftilte , naar Amfterdüm, ^1?J?W* om den Burgemeesteren Hudde, Geelvink W8 jtry. £ii Witfen kennis te geeven van 't gene hy, «on hier in Duitschland , gehandeld hadt, en om 4e. *«»"« toerusting der Vloote voort te zetteo, door vaa* siid-
(rf) liirtiHET V<H. I. p. 757.
(e) Se«. Rtf.ii. Holl. 18, al Set. «68«. V.Detl, «224,
«8. Notul Zeel. 27 Sept. 168S. il »66. NegOCMU du Coiiice 9'AVAUX, Turn. VI. />. 116, 16a, 234, 259. Eea
|
|||||
4S<5 VADERLANDSCHE LX.Bosx,:
|
|||||
i<5S8. middel van den Sekretaris de Wildt. Hy fprak
laatften, hebbende Huddezigverontfchuldigd, uit hoofde van onpasfelykheid. Hy verhaalde hun, hoe hy twaalfduizend man verworven hadtvan Brandenburg, Lunenburg-Zelle, Hes- fen en Wurtemberg. Doch na dat men hem voor de eere van dit verflag bedankt hadt, ver- klaarde men hem beleefdelyk, dat hy de moeite wel hadt mogen fpaaren van hierom in perfoon over te komen. De Heer van Bentink hernam, dat de zaak van Engeland, na de geboortevan eenen Prins van Walles , zyne Hoogheid in 't byzonder niet meer aanging , maar den gant- fchen Staat: 't welk gehouden werdt niet zeer overeen te komen , met de beftendige verklaa- ring van den Raadpenfionaris en van den Prinfe zelven. De Heer van Rhoon hieldt, na't ge- fprek , de avondmaaltyd met de twee Burge- meesters , die zig zorgvuldiglyk wagteden van op den goeden uitflag der onderneeminge te drinken. Witfen hadt zorg gedraagen, dat de Stads poort open gehouden werdt: en de Heer van Rhoon werdt, ter middernagt, heimelyk, ter Stad uit gelaaten (ƒ). XII. De tyd , door den Prinfe bepaald tot den De toebe- overtogt, naderde vast. De troepen werden tobden byeengebragt, op de Moolcerheide , ver ge- overtogt noeg van zee , om elk de gedagten te benee- worden men , dat zy naar Engeland gefchikt waren, voort-e- in de Maaze en in Zeeland, werdt eene Vloot zet' van meer dan vyftig fchepen verzameld (g). De
(f} Verhaal v.m Bürgern N. Witsen ƒ. lo-la. MS*
Civ NcgociM, du Coiiue d'Avaux. Tom. VI. p. »ss» |
|||||
LX.Boek. HISTORIE. 437
|
||||||||||
De Vaartuigen, gefchikt om de manfchap over i6Ui
te voeren, en die meer dan vyf honderd in getal 3uiden van Amfterdam , Rotterdam en andere Kooplieden, onder verfchillende voorwendfels , gehuurd, en moesten zig, in verfcheiden'havens, vervoegen; daar zy de manfchap zouden innee- men , en afvoeren naar Goeree , alwaar de al- gemeene zamelplaats der Vloote zyn zou ( h ). Ondemisfchen, waren'er, vantydtottyd, En- Veifcheï- gell'che Grooten over gekomen , om met den den'En- Piïnfe te raadpleegen. In Hooimaand, begaf ^^ol^a de Admiraal Arthur Herbert zig herwaards. Ook komen de Kolonel Sidnei, onder voorwendfel van de h.r- wateren te Spa te gaan gebruiken; en verfchei- wr.ards. den'andere luiden van aanzien (f). Maaraldee- ze beweeging en het verzamelen van krygsvolk en fchepen zelf gefchiedde, zonder dat men, in Frankryk of in Engeland, met zekerheid, wist, waar men 't op gemunt hadt. D'Avaux ver- moedde, 't is waar, federt eenigen tyd, vaste- lyk, dat de toerusting ter zee op Engeland zag; doch 't was meer niet dan vermoeden. Hy Ho"e,,e gaf den Koning, zynen Meester, kennis van t van gene hy geloofde (£), en Lodewyk de XIV. Frcnkryk fchreef het over naar Engeland. Doch Koning «»Groot- Jakob floeg dit berigt en eenige diergelyken, Wo"d",e welken hy uit den Haage kreeg, t'eenemaal ir het oog- den wind (/). Aan 't Franfche Hof zelf, geloof ro< rk der |
||||||||||
toerus.
|
||||||||||
de men, onaangezien deberigtenvand'Avaux, '
dat
(ft) Rapin Tom. X. p. ic6. 107.
Ciy Bun net l'til I. p 7(16, P^pjn Turn. X. p. 105. Ne
gociar. du Cotnte d'Avai'x. Tom. VI. p. ïfp. f*) Nf.goc. du Connc d'/Wai'x Tom. VI. f. 1471158,164117»..
(Jj lUfïN lom. X. p. 107. Ee 3
|
||||||||||
43^ VADERLANDSCHE LX. Boek;
|
|||||
1688. dat de Vloot der Staaten dienen zou, om Zwee«
------den te helpen tegen Deenemarke; en'tfchynt,
t!n?ehier dat Lodewyk de XIV, niet voor 't einde van
ontdekt* 0°8stmaand ■> nee**c Vastgefteld , dat men 't, daarmede, op Engeland gemunt hadt (»O-
Albyville Met den aanvang van Herfstmaand, toen de en d'A- vloot omtrent in gereedheid gebragt, en de acn^c-dl 'werving van negenduizend bootsgezellen begon- Staaren nen was ' opende het Engelfche Hof eerst de jaar. oogen. Albyville, die, eindelyk, overtuigd ge- worden was, waarop de uitrustingen der Staaten; zagen («) , leverde , den agtften van Herfst- maand , op 's Konings last, een Gefchrift over aan de Staaten, waarby hy verzogt, te mogen weeten, wat zy beoogden met hunne fterke toe- rusting terzet, inzuikcenongunftigjaargetyde (o). Des anderendaags, verklaarde de Graaf cf Avaux hun ook fchrif telyk „ dat de begeerte „ van den Koning, zynen Meester, om de rust „ in Europa te bewaaren niet geheugde , dat „ hy de grootetoerustingen der Staaten, tewa- „ ter en te lande , met onverfchilhge oogen, „ aan/age. Ook kon de Koning zig niet ver- ,, beelden, dat zy zulke groote kosten maaken „ zouden, zonder eèn' toeleg te hebben, die, „ in gewigt, met zulke toebereid fels, overeen- ,, kwam. Om rond te gaan, zyneMajefteitver- „ beeldde zig, dat men't op Engeland gemunt' „ hadt, en had t hem, hierom, belast, te. veiklaa- „ ren, dat de Verbonden, welken hy met den „ Koning van Groot-Britanje hadt, hem niet al- „ leen
•>;) N«gociiit. ilu Coate d'AVaux 7b»». VL p. I3<T, 143,
157, gei. 213. ( n) Ncgocint. è:i Comte d'Avadx, Tom. VI. f.248* Oj Zït Hoil. Mm. van i<»!)8. il. ly«. |
|||||
HISTORIE. A%9
|
|||||||
LX, Boek,
|
|||||||
„ leen zouden verpligten, zyne Majefteit te on- «5$£.
„ derfteunen; maar de eerfte daad van vyand- i >q w lykheid , die de Staaten tegen Engeland on- „ derneemen zouden, aan te zien, als eene o- „ penbaare Vredebreuk met zyne Kroon (J>)." Ten zelfden dage , leverde hy nog een ander Gcfchrift over, waarin hy te kennen gaf „dat ,, zyne Majefteit van Frankryk, onderregt ge- „ worden zynde van de beweegingen , die , „ omtrent de grenzen vanhetKeurvoiftendom „ Keulen, gemaakt werden, hun verklaarde , „ dat hy den Kardinaal van Furftemberg en „ het Kapittel zou handhaaven, tegen elk , „ die eenige vyandlykheid tegen deezen Prins „ onderneemen zou: 'tweJk hyegterniemant, „ die de gemeene rust lief hadt, wilde toever- „ trouwen (q)" De Staaten antwoordden, or> het tweede Ge/chrift van den Graaved'Avaux, dat zy niet voorhadden, de vrye verkiezing van eenen Aartsbisfchop van Keulen te beletten (V). Doch eer zy den Markgraave van Aibyville antwoordden, begeerden zy van hem te weeten , op welks Verbonden tusfehen Frankryk en Gróót-Britanje de Graaf d'Avaux het oog gehad hadt. (j). Gelyke vraag lieten zy, door den Koning Ambasfadeur van Citters; die, omtrent den twin- Jako,> tigften vin Herfstmaand, ten Hove, verklaard eenig hadt, dat hy, onlangs in Holland geweest zyn- nieuw de , niets hadt gehoord , welk naar eenen toe- Verbond. leg raet
(p) Hcfn!. Huil. 15, izSept.. ti<8K hl, T4T. 'f,0- Zie nok
Holl. Merc. van i6M. tl. iiji. Ncgociat. ilu Ccta e i/AvAi.x, tum. V(. p 219. (q'j Zie Holl Merc. van lófiS. bl. tf.
(r, Ralbl, Gr.ner, ÏUatt. 31 Sctit, ió?.?.
(.O Uefol. ÜLiier. Mart. 21 Sept. ibtJt.
Ee 4
|
|||||||
440 VADERLANDSCHE LX. Boek,
|
|||||||
tó88. leg op Engeland zweemde (O; voorftellen
-—— aan den Koning , die rondeiyk antwoordde, |
|||||||
Fmnkrylc dat 'er geene Verbonden tusfchen de twee
te hebh'n Croonen waren, dan die men openlyk gedrukt e L ren in't licht gegeven haut. Doch de Staaten » niet te vrede met dit antwoord , welk fiegts, mondeling gegeven was (u), vorderden't Al- byville, die't, insgelyks, mondeling, beves- tigd hadt (v), lchriftelyk af. Hiertoe moest hy eerst last van den Koning hebben, 't welk ver- oorzaakte , dat hy 't gevorderde antwoord niet geeven kon, voer den vyfden van Wynmaand In de (w). Midlerwyl, was, reeds omtrent hetmid- Vroed- ^en van Herfstmaand, aan eenige Leden der Amtte ™" Vergaderinge van Holland, onder den eed van dam, ter geheimhoudinge, openinge gedaan van 's Prin- Vergade- feu toeleg. Men raadpleegde toen op 't ftuk , ringe van jn je Vroedfchappen der Steden , onder gely- en°in"de ken eed- Te Amfterdam ■> werdt het gebragt
andera aan Gemagtigden tot de Vroedfchap , onder
Gewes- welken ook Burgemeester Witfen was, die, ia
ten, ba de raadpleegingen hierover , ftemde „ dat hy
denVrins " ^e groote zaa^ nocn aan- noch afraaden kon ,
te onder- » om dat hy , aan beide de zyden , merkely-
Cleunea. 5i ke zwaarigheden zag ; doch zo men 'er eg-
„ ter mede voortwilde, verftondt hy, dat men
„ niet nalaaten kon den Prins te onderfteu-
„ nen , mids men den onderfknd bepaalde,
„ niet met Engeland hrake, en by goeden uit-.
»* flag
£;) Misfive van den Ambasf. vak Citters van ±[ Sept.
I(5ü8. BfS. ai Sept.
(u) Misfive vanrïen Amb2sf. van Cn'TERS van------- •
|f!88.' MS « Ott.
CvJ Negcciat. du Comte d'Avaux. Tom- VI. p. ?*g.
f w) Zie Holl. Merc. van |638. M. 193. NegociïC. du Comte
p'AVAux, Tom. Vi. p. 275. |
|||||||
LX. Boek. HISTORIE. 441
5, flag onderftand van daar bedongen." Doch 1688.
de meerderheid der Gemagtigden en der Vroed- —— fchap zelve belloot, op den zesentwintigften , „ tot het onderfteunenvan zyne Hoogheid; „ alzo 't werk , onder de andere Leden van „ Holland, te ver gebragt was, om te können „ gefluit worden." Eenige Raaden oordeel- den , dat het ftilwygen der drie Burgemeester ren oorzaak geweest was , dat men deezen ge- wigtigen toeleg heünelyk zo ver hadt können voortzetten. Doch anderen verftonden, dat het ontydig openbaaren van den zelven't Land- in groot gevaar hadt können ftorten (#). Ter Vergaderinge van Holland , werdt, hierop , eenpaariglyk, tot onderftand beflooten. En %o ging 't ook in de andere Gewesten, daar 't aanzien van den Prinfe meer nog vermögt dan in Holland. Ondertusfchen , beoogden , naar 't fcheen, Ant-
de Algemeene Staaten, hun antwoord op Al- woord byvilles vraag zo lang te verwylen , als mo- <ier v?a gelyk ware. Zy gaven 't hem eerst, op den "ibyvU- veertienden van YVynmaand. Het behelsde, ie. „ dat de Staaten , uit den Graave d'Avaux „ vernomen hebbende, dat 'er eene naauwe j, verbindtenis was, tusfehen de Kroonen van „ Frankryk en Groot-Britanje, gemeend had- „ den , deswege , opheldering te mogen ver^. „ zoeken van zyne Groot- Britannifche Ma- „ jefteit. En naardemaal zyne Majefteit zulk „ eene Verbindtenis, duidelyk, hadt gelieven „ te loochenen , moesten zy ook verklaaren, s, geen oogmerk gehad te hebben , of nog te „ heb-
.(■»0 Vcrha«! van Blirgem. N- Witsen ƒ, 13-15. MS,.
£e5
|
||||
44« VADERLANDSCHE LX. Boek;
XÄ88. „ hebben , om met hm en zyn Folk in oorlog.
—— „ te treeden, 't Smertte hun ook zeer , dae „ eenigen,die hun het geluk van de Vrede mis- „ gunden , een zwaar misnoegen in den Ko- „ ring tegen hen ontfteken hadden, alleenlyk, „ om dat zy, met verdriet, hadden aangezien de „ onlusten , in Engeland verwekt, door het on- „ geregeld gedrag van eenigen, zo ten opzigte „ van den Hervormden Godsdienst, als van de „ vryheid en zekerheid des volks zelve gehou- M den. Zy wenschten niets liever, dan dat dee- „ ze onlusten mogten weggenomen worden, en „ moesten, opregtelyk, betuigen, dat zy niets „ anders beoogden, dan met zyne Majelteit te „ mogen medewerken, tot bewaaringe der „ Nieuwmeegfche Vrede en der Verdragen , timmer- ■>•> welken 'er op gevolgd waren (ƒ)." Uit dit ant- kin« o'/er woord, was genoeg afre neemen, datde toerus- üh ant- tingen der Staaten op Engeland zagen. Deuit- woord. dru]cking zelve, dat de Staaten niet van zins wa- ren in ooi log te treeden met den Koning en zytz Folk, fcheen aan te duiden, dat men 't niet op beide ; maar op een van beide, te weeten, op den Koning gelaaden hadr. Ook mishaagde dit antwoord hem zo zeer, dat hy zyn ongenoegen, deswege, niet verbergen kon voor den Ambas- fadeur van Gitters , wien hy egter verklaarde , „ dat hy de Staaten minder befchuldigde daß „ den Prins van Oranje, dien hy den fnoodflen ,, mensck noemde , die 'er leefde, als zoekende „ zynen eigen Schoonvader yan den troon te floo- „ im (z)-" Uit welk zeggen, klaar genoeg bleek,
O») Ber'il. r.rncr. Jovis 14 OïïoS'. i<TS8. bt 505.
(«) M' live van den Amlv'sf. van Gillen* aan den R»dp» FaOisl van .'§ Oä'j'j. 1OÜ6. i)Jä. |
||||
LX.BoMt. HISTORIE. 443
bleek, hoe 's Prinfen oogmerk, thans, aan 't En- njm;
gelfche Hof, werdt aangezien. Ook waren'er, —— federt drie of vier weeken, zulke veranderingen voorgevallen , dat de Staaten en de Prins, van Oranje geen geheim meer konden of wilden maa- ken van hunnen toeleg. Of 'er» wyders, om- trent deezen tyd, waarlyk, een geheim Verbond gellooten zy, tusfchen de twee Kroonen, on- aangezien Koning Jakob zulks zo volmondig ontkende , mag met regt in twyfel getrokkea worden. Sommigen meenen goede redenen te hebben, om het te verzekeren («). Anderen fpreeken 'er van als twyfelagtig (£). Van Gitters hadt, omtrent het midden van Herfst- maand, vernomen, dat de Pranfche Gezant de Bonrepos den Koning van Groot-Britanje een Verbond van onderlinge befcherming,voorge- flaagen hadt, waarby de Koning van Frankryk zig verpligt zou hebben, om Jakob den II, met vier millioenen Livres, te onderfteunen. Doch hy wist toen nog niet, dat'er iet gefloqten was (c). Wat laater, verftondt hy, dat eenige En- gelfche Staatsdienaars gedreeven hadden , dat men Franfche hulp in 't Ryk behoorde te haa- ien ; doch dat de Koning , hiertoe , niet hadt können verflaan ( d). Van elders blykt, dat Lodewyk de XIV. hem, reeds in Zomermaand , vyfeien of zestien Oorlogsfchepen aangeboo- den
ra~) See Bubnet Fel. I. />. 768, 7159. De Ciioisv Memoir.
Tom. II. p 51. 4*) Kapin Trim, X. p. i^ft.
CO Mislive yan den Ambasf. van Cittbii.« van T-J Septi
I68S. m. as Sept. {d~) Mitfive vanden Amhasf. van CrfTF** yan - ——
« Otto''.
j«88. MS. Foiez ausfi Negociat. du Comte u' Avaüx > lomi VI- f> *<>5' |
||||
444 VADERLANDSCIIE LX. Boek
■
i&8. denhadt(«). Veelligt, was men dan nu nog in
» onderhandeling overeen Verbond: welkegter, ongetwyffeld , omtrent deezen tyd , getroffen
werdt; fchoon't, myns weetens, nimmer ge- meen gemaakt is. XITI. Eene der gewigtigfte veranderingen, die, ten veank-ryk Meezen tyde, voürvielen, en den weg baanden dén^Kei- tot ^e onderneeming op Engeland , was eene zsr den Oorlogsverkläaring van den Koning van Frank- ooriog, ryk tegen den Keizer, die, den vierentwintig- ften van Herfstmaand, gedagtekend was. Zy Hehelsde „ hoe de Koning, federt lang onder- „ rigt geweest zynde, dat de Keizer beflooten „ hadt, hem aan te tasten, zo dra hyde Vrede „ met de Turken gemaakt zou hebben , tot „ hiertoe, hadtuitgefteld, hem te voorkomen: „ doch dat hy nu niet langer nalaaten kon, zy- „ ne magt te gebruiken, om het Weener Hof i, de middelen om hem te befchadigen te be- „ neemen; om de geweldenaaryen en onregt- ,, vaardigheden van den Keurvorst van de Palts „ te doen ophouden; om zyne behuwdzuster, „ de Hertogin van Orleans, te helpen aan de „ erfenis van haaren Vader en Broeder , voor „ deezen Keurvorften van de Palts, en om de „ Verbonden en oorlogstoebereidfels , tegen „ hem gemaakt, te doen verbreeken en ver- „ dwynen." Voorts, werdt de Keizerbefchul- digd, over 't verwekken van onrust in 't Aarts- ftigt van Keulen; over 't fmeeden van een Ver- bond tusfchen verlcheiden' Protestantfche Vor- ften , om den Kardinaal van Furftemberg te ontzetten van dit Keurvorftendom, ten na- dee-
(O Nagociat. du Conite d'Avaix, Tom. VI. f, 16S. .„
|
||||
LX.Boek. HISTORIE.
|
|||||||
44$
|
|||||||
deele van het Roomfclie geloof; en over eenen nsßjf;
toeleg, om de Keurvorften te dwingen, om zy- ———■ nen Zoon, Jozef m, te verkiezen tot Roomsen- Koning. Ai het welke den Koning, zynsoor- deels, regt gaf,'tot hetopneemen der wapenen. Om egter te toonen, dat hy.de Vrede lief hadt, en (last, boodthyaan „ hettwintigjaarigBeftandte ver- te?eIy^* „ anderen in eene Vrede, midsmenhemgeene ve00l „ moeite maakte, over 't verfterken van Hun- waarden „ ningen en Fort Louis aan den Ryn. Ook van Vre« „ moest Filipsburg, welkhy, voor't uitkomen de voor* „ der Oorlogsverklaaringe, reeds belegerd hadt, „ geflegt, en dus den Bisfchop van Spiets over- „ geleverd worden , zonder dat men 't immer „ wederom zou mogen verfterken. In gelyken „ ftitat, en op gelyke voorwaarde, wilde hy Fry- „ burg wederom overgeeven aan den Keizer. „ Ook zou hy zyne troepen uit het Keulfche „ trekken , zo dra de Paus den Kardinaal van „ Furftemberg voor Aartsbisfchop erkend hadt: „ waarna hy , met den Kardinaal en met het „ Dom-Kapittel, bedagt zyn wilde op middé- 3, len om den Prinfe Klemens en den Keurvorst „ van Beieren te vrede te ftellen. De eisen „ der Hertoginne van Orleans wilde hy, binnen „ 't jaar , door wederzydfche Gemagtigden, „ laaten beilegten , en de overige gefchillen „ verblyven aan de uitfpraak van den Koning „ van Engeland en den Staat van Venetië» „ Op deeze voorwaarden, kon de Keizer vrede „ hebben, midshy ze aanvaardde, voor't einde 5, van Louwmaand naastkomende (f)" Op
(ƒ) Voiez Dn Mont Corps Diplom. Tom, VU-P. II. p. lyo»
* l'iull. Werc. vat i6U. i/t. C>.
|
|||||||
44<5 VADERLANDSCHE LX Boek,
|
||||||
W88. Op't uitkomen deezer Oorlogsverklaaringe,
—------verwonderden veelenzig,overderzelver inhoud.
Aanmer- Men vondt vreemd, dat het FranfcheHof, on-
kmgen ^er ^e beweegredenen tot den Oorlog , telde Ooriogs- den e'sc^ ^cr Hertoginne van Orleans op een verkiaa« gedeelte der Paltlifche nalaatenfchap, zonder te ïing. kennen te geeven , dat men den gewoonlyken weg van Regte, vrugteloos, was ingeflaagen, om de gegrondheid van deezen eischtellaaven. Ook was 't iet ongewoons, de voorneemens des Keizers, om Frankryk te beoorloogen, en om zynen Zoon Roomsen- Koning te doen verklaa- ren, te hooren opgeeven als redenen, om hem met de wapenen aan te tasten. Te vorderen, eindelyk, dat Filipsburg geflegt werdt, om dat het, want deeze reden werdt 'er van gegeven, zeer gelegen was, om op den Franfchen bodent in te breeken ; fcheen veelen vierkant aan te loopen tegen de befcheidenheid , die onder de Vorften plag plaats te hebben alzo alle Grens- plaatfen dienden, of om zig zelven te befcher- men, of om den vyand te befchadigen, naar 't de gelegenheid vorderde (g). Van wege den Keizer zelven, werdt de Franfche Oorlogsver- klaaring , eerlang, met deeze en diergelyke re- - .ewvic denen , wederlegd (7*). Doch Lodewyk de de xiv. XIV. ftoorde zig niet aan deeze aanmerkin- bemagtigtgen. Hy hadt reden om te vervvagten, dat FiHpsburgverfcheiden' Mogendheden, en de Keizer in 't Sredeni» byzondcr z'§ > eerlang , verzetten zouden te- Duitsch- gen de zogenaamde hereenigingen, van wei- land, ken hy zig , na 't iluiteu der Nieuwmeegfchc Vre-
(g~) Uujinut Vul. I. p. yjr.
{tij Zie iioil. friere, van i<iS8. dl. <ji enz.
|
||||||
y
|
||||||
LX. Boek. HISTORIE. 447
Vrede , bediend hadt, om zyn gebied uit te
breiden. Ook vreesde by, dat Keizer Leopold, die voorfpoediglyk oorloogde tegen de Tur- ken , hem, haast, te magtig zou worden. Hier- om befloot by aan te vallen , eer hy aangeval- len werdt (*'). Hy zondt den Daufyn naar 'c Leger voor Filipsburg , welk aan de Fran- fchen overging, op den dertigften van Wyn- maand ( k ). Keizerslautern , welk thans aan den Keurvorst van de Palts behoorde, was, reeds te voóren, bemagtigd. Manheim, Fran- kendal, Heidelberg , en verfcheiden' andere Paltfilche Steden werden , daarna , ligtelyk , ingenomen, door de Franfchen ; die, daaren- boven , bezetting wierpen in Ments , Spiers, Worms , Trier en verfcheiden' andere Steden omtrent den Ryn. Koblents , welk Franfche bezetting geweigerd hadt, werdt gebombar- deerd , en daarna verlaaten (/). 't Bemagü- gen van Filipsburg en de andere vyandlykhe- den der Franfchen op den Duitfchen bodem hadden , midlerwyl, den Keizer niet alleen ; maar ook verfcheiden Ryksvorften verbitterd tegen Frankryk (r»). De Keurvorst van Sa- xen , de Hertog van Hanover en de Landgraaf van Hesfen waren de eerften op de been , om den voortgang der Franfche wapenen te frui- ten. Zy legerden zig , met twintigduizend man, by Frankfort, in Slagtmaand. De Stad Keulen hadt, reeds in Herfstmaand, Branden- burgfche bezetting onder den Maarfchalk van Schom-
C O Febwwm Metnoir Hisr. 4: Milit. Tom.1. p.in&fub.
fê) NeKoc. du Coiiiteu'Av<ijx Tom. VI. p '207,870, 573,277. r/j Danhl Journal p CXLVllJ, CXX.IX- Hüll. M^rc van $C88. il. 77-W, 103-I0& {ß) Fey^yiSKi« Mop Ui«. «Milk. Turn. I. f. if>7&fuirt
|
||||
443 VADERLANDSCHE LX.BoÈifc
|
|||||
IC88. Schomberg, thans in dienst van den Keurvorst \
------- ingenomen («).
X[V. Het Franiche Hof liet het niet by de Oor-
Ooriogs- logsverklaaring tegen den Keizer. Kort na dat ring door dezelve uitgekomen was, kwam 'er ook een Fraukryk brief in 't licht, door den Koning gefchree- aan den ven aan den Kardinaal d'Estrées te Rome » Paus. en (jen zesden van Herfstmaand gedagtekend. In deezen brief, dien den Kardinaal den Paus voorleezen moest, werdt deezen ook de oor- log aangezeid. De beweegredenen hiertoe wa- ren , volgens 's Konings fchryven „ 's Paufen „ partydigheid voor het Huis van Oostenryk „ en tegen Frankryk ; de vernietiging van de „ Vryheden der Wyken ; het weigeren van „ Bullen aan Bisfchoppen , door den Koning „ benoemd ; het weigeren van gehoor aan „ 's Konings Ambasfadeur> en bovenal het be- „ gunftigen van den Prinle Klemens , boven „ den Kardinaal van Furftemberg ;" hebben- de den Paus den eerften, omtrent deezen tyd, doen bevestigen in 't Aartsbisdom van Keulen i waarna hy 'er, met 's Keizers brieven gefterkt» in de Hoofdftad, bezit van nam, voor 't einde van VVynmaand ( o ). „ Dit begunftigen van „ den Prinfe Klemens door den Paus hadt, ,, fchreef de Koning , den Prins van Oranje „ zo ftout gemaakt, dat hy dingen hadt on- „ dernomen, die eenen blykbaaren toeleg te „ kennen gaven , om den Koning van Enge- „ land , in zyn eigen Ryk , aan te tasten» „ onder voorwendfel van den Protestantfchen „ Godsdienst te willen handhaaven * doch in- „ der-
f n) üiiRNET Vul. I. p. 774. Holl.Merc. van l638. bU i»?v
\o) Zit Holi. Rlerc. van l638. il, 57^621 |
|||||
LX.BoEK. HISTORIE.
|
|||||||
449
|
|||||||
,., derdaad, om den Katholyken Godsdienst 1682.
„ uit te rooijen, en het gantfche Koningkryk ------
„ om te keeren. Hieruit, vervolgde hy, ont-
„ ftondt ook,dat Oranjes zendelingen en eeni- „ geHollandfcheSchry vers de koenheid hadden, „ om de geboorte van den Prinfe van Walles „ uittemaaken voor verdigt, en om de Onder- „ zaaten des Konings van Groot-Britanje op te „ hitfentotmuitery; terwyl Oranje zelf zig wist „ te dienen van de noodzaaklykheid, waarin „ Frankryk zig bevondt, om zyne troepen te „ gebruiken tot befcherming van den Kardinaal „ van Furftemberg en van het gezondfte deel „ des Keulfchen Kapittels." 't Slot van den brief was „datde Koning, de hoedanigheid „ van weereldlyken Vorst, in den Paus, on- „ derfcheidende van die van Hoofd der Kerke, „ zyne wapenen in Italië dagt te voeren, en zo „ lang te houden, tot dat de Paus den Hertog „ van Parma, 's Konings Bondgenoot, zou „ hebben herfteldin'tbezit van Castro en Ron- „ ciglione. Ook dagt hy zig meester te maa- „ ken van Avignon, en deeze Stad zo lang in „ te houden, tot dat.deHertog van Parma vol- „ daan zou zyn (/>_)." Terftond hierna, wierp de Koning bezetting in Avignon. 's Paulen Nuncius te Parys werdt bewaakt, en 's Konings Proku- ra ur-Generaal beriep zig, wegens de Paufely- ke Bulle tegen de Vryheden der Wyken, van zyne Heiligheid, op eene aanftaande algemee- ne Kerkvergadering Qf), Aanmerkenswaardig is,
O) faltz Du RIont Corps Diplom, Tom. VII. P. II. p.
167. en Huil. Merc. van i6l)Si. hl. 63.
( n) DAMiELjonrn.p. CXCVHJ. Holl. Merc. van 1688. M. <5g, XV. Deel. Ff
|
|||||||
450 VADERLANDSCHE LX. Boss.'
|
|||||
i(538. is, ondertusfchen, uat 's Konings brief aan den
------ Kardinaal d'Estrées het eerfte openbaar ftuk was,
waarin te kennen gegeven werdt, dat de ge-
boorte van den Prinfe van Walles, van fommi- gen, voor verdigt werdt gehouden. Te vooren , hadt men, in Holland,iemant geftrait, die dit hadt durven fchryven (r). Ook verboodr bier het Hof, in Herfstmaand, een Gefchrift, la Cou- rofifie ufurpée &"l Enfant fuppofé, of de overwel- digde Kroon en het ondergefiekai 'kind genaamd (s): 't welk beide in't Fransch en in 't Neder- duitsch in 't licht gegeven was. En Pierre Böyer, die bekend hadt dit Gefchrift te hebben opge- fteïd, werdt veroordeeld om het, op de rolle van het Hof, te verfcheuren (f). 'eGedrag Het gedrag, welk Frankryk, ten deezen ty- £an . de.hieldt, omtrent den Keizer, den Paus en de i* rink*
ryf:,ora- Staaten zclven, ftrekte, zo regelregt, tot he-
trent den vordering der onderneeminge op Engeland, Keizer, ais 0f Lodewyk de XIV. met den Prinle van den Paus Qranje na(jt aangefpannen, in het beleiden van Staaten, deezen toeleg. De oorlog inDuitschland nood- bevor- zaakte Frankryk, om zyne meeste truepen te dert de zenden naar den Opper-liyn: en deeze oorlog nndm"ne ^ondt zo fp°edig mtt *e eindigen, om dat Lo- opHEuge- dewyk de XIV. ook den Paus den oorlog ver- land. J klaard hadt;'t welk deezen onwilliger fcheen te moeten maaken, om de Keulfche zaak, naar Frankryks zin, af te doen. Hierdoor, was Lo- dewyk de XIV. buiten ftaat gefield, om den Ko- ning van Groot-Britanje eenigen onderftand van belang toe te zenden. Aan den beneden- Ryn,
ff) PllR.NET Fol. I. f/. 773,
£s) Zie Sccr. Refol. r.cner.Martis 58 Sept. ifi88. MS. en
Giloi-I'iakaatl). IV. Deel, bl. 3II7. (t) Uit de Orig. Senu va.i déu IIovc van 24 Sc$t, iö38. Dl?\ |
|||||
LX. Boek. HISTORIE, 4£ï
Ryn, behoefde men, deezen Wiuter,weinig vrees 16%'t.
te hebben voor de Franlche wapenen, ledert dat------■*
de Stad Keulen Brandenburgiche bezetting inge-
nomen hadt. DeDuitiche kryg maakte de on- derneeming op Engeland, derhalve, uitvoerlyk en veilig(V). 't Gedrag óts Konings van Frankryk omtrent de Staaten dreef hen ook, tot bewilli- ging in 's Prinfen toeleg. Wy hebben, tevooren (y), aangemerkt, dat de Koning, reeds in 'c voor- leeden jaar, den invoer verbooden hadt van allen Haring, die niet met Fransch Zout gezouten was. Hierdoor hadt hy reeds merkelyk misnoegen ver- wekt in de Gewesten, die zig meest met de Ha- ringvisfcherye geneeren. Sedert, verboodt hy ook den invoer van allerlei geweeven'Holland- fche Stoffen, 't Een en 't ander ftreedt met dë Verdragen van Koophandel, dietusfchen Frank- ryk en deezen Staat geflooten waren. De Staaten verbooden, hierop, ook den invoer van Franfché Wynen en Brandewynen, to; dat de nieuwighe- den, onlangs in Frankryk begonnen, zouden af- gefchaft zyn. De Prins van Oranje vreesde niets zo zeer, als dat Frankryk den Staaten genoegen geeven zou, in't ftuk vanden Koophandel en in de zaake van Keulen: in welk geval, de voor- naamfte Steden en Gewesten, veelligt, meer zwaarigheid gezien zouden hebben,in'tbegun- ftigen zyner onderneeminge. Maar 't Franfché Hof was te hooghertig om iet toe te geeven, en fcheen den oorlogeer tewenfchen,dan te vree- zen (V). De Prins bragt de Staaten, hierom, te De Sta* lig. ten bc-
Ce") liuRNET Vol. I. j». 773.
(O Blc.dz. 38c. Cie) Vokz Negociat. du Comte d'Avai.'Xj Tom. VI, p. io8j
ï'lj 115» '30« »3<S, l53> '75* *»<»• Ff 2
|
||||
452 VADERLANDSCHE LX.Boek2
|
|||||||||||||
ligter, tot het befluit, om nog tienduizend man te
• werven, en dertienduizend man over te neeraen
van de Duitfehe Vorften, met welken zyneHoog- heid, te vooren (*),in heimelykeonderhande- ling getreden was. De Stad Amfterdam bewil- • Mgde, traaglyk, in 's Prinfen voorfiag: doch zy be-
willigde , gelyk wy gezien hebben, eindelyk, voornaamlyk bewoogen door 't belang van den Koophandel. Men liet, om de voornaamfteSte- den flaauw te maaken, van de Franfche zyde, een gerügt loopen, dat Frankryk den Kardinaal van Furflemberg verlaaten, en den Koophandel met de Vereenigde Gewesten herftellen zou op den voorigen voet; doch alzo dit gerügt geen gevolg hadt, verhinderde het den Staaten niet, eenpaa- riglyk,dehandteflaanaan 't bevorderen der on- dernceminge op Engeland (j>). Hiertoe kon ook ftrekken het Verdrag, welk op den twaalfden van Herfstmaand, te Stokholm,geflooten werdt, tusfchen Karel den XI, Koning van Zweeden, en de Staaten; waarby de Koning beloofde, de Staa- ten te zullen leveren zesduizend man, Zweedfche troepen, waarvoor de Staaten den Koning ruim honderd en agtduizend Ryksdaalers zouden be- taaien, de troepen, voorts, in hunne foldye nee- mende en onderhoudende (V). Omtrent het einde7 van Herfstmaand, was
Sidneite rug gekeerd uit Engeland, brieven me- debrengende van den voornaamften Engel- fchen Adel, waarby de Prins van Oranje ver- zogt werdt, over te komen, om 't volk te verlos- fen
(x~) Zit Maiz. 434.
iy) Secr. Refol. Holl. 89 Sept. 1688. V. Deel, tl. a*<K
JJuUNET Fol. I. p. 7f)ij, 570- (_z) Voicz Du fjloNT Corps Dipl. Tm. VU. P. II. *>• «"?>■
|
|||||||||||||
i683.
flutten
hun Krygs- volk te vermeer |
|||||||||||||
,*
|
|||||||||||||
eren.
|
|||||||||||||
Verdrag
met Zwee- den. |
|||||||||||||
XV.
Ds Prins
vwiOran- je wordt, door vee- Ie Engel- |
|||||||||||||
LX. Boek. HISTORIE. 453
|
|||||||
fen van den gedreigden ondergang; onder verze- 1688.
kering, dat zulks niet alleen de begeerte was der |
|||||||
Schryveren; maar die van alle wyzeeneerlyke ^he
luiden,door'tgantfcheRyk(>).Ookverzekeren ^^f"" fommigen,dat'er, wat eerder, wel vier millioe- QVrer j?e nen, in wisfelbrieven en in geld, uit Engeland, komen, aan den Prinfe waren overgezonden (£). Ten zelfden tyde, kwam 'er een wydluftig Vertoog in 't licht, op den naam der Engeifche Proteitanten. Het fcheen uit Engeland gezonden te zyn aan den Heere Bentink, met verzoek, om het den Prinfe enPrinfesfe van Oranje te overhandigen 7aan wel- ken het eigenlyk gerigt was Qc). Doch fommi- gen meenen, dat het, in Holland, was opgefteld, of door Doktor Burnet, of door den Majoor Wildman ( d}, die zig, omtrent deezen tyd, ook in den Haage bevondt. Het vervatte eene uitvoe- rige vertooning van alle de bezwaarnisfen, tegen de tegenwoordige Regeering van Groot-Britan- je: in 't byzonder werdt 'er in geklaagd, dat men 't volk noodzaakte, eenen verzierden Prins van Walles te erkennen. Het eindigde met een ver- zoek aan hunne Hoogheden, als naast geregtigd , tothetbyleggen der gefchillen tusfchen den Ko- ning en de onderdaanen, om, doorhet beroepen van een vry en wettig Parlement, de oude Re- geering des Koningkryks te behouden en te handhaaven. Sidneibragt, wyders, ookcenige onderrigtingen mede, waarnaar men, in Enge- land, meende, dat zyne Hoogheid zig behoorde te
Ca~) BtJHNBT Fol l. p. 776.
(b Negociat. du Comte d'Avaux Tom. VI. p. sio,
(O Zie dit Vertoog in de Hnll Men. van ir.88 il. tg?-!>54, m by Du Moni C(/ips Dipl. Tem. VU. P. JI. p. \T.i«3, ld) Raj-in Tm. X. *'. 116 F f 3
|
|||||||
454 VADERLANDSCHE LX. Boek
is: 8 te fchikken. Men verftondt „ dat hy met eene
-------„ magtige Vloot; doch met weinig Krygsvolk,
Raad- „ en op zyn meest, met zes- of zevenduizend
picegin- ^ man, moeit overkomen, alzo een groot Le- den 0P ?> ger van vreemdelingen het volk, ligtelyk, pve,'tcgt. „ zou doen waanen, dathy voorhadt,zigmees- „ ter te maaken van hetRyk. Zyrieden hem, „ in 't Noorden van Engeland te landen, 't zy „ in Buriiiigtons-Baai, of een weinig beneden „ Huil; om dat Yorkshire overvloed van paar- „ den uitleverde. Ook was 't land daarvrugt- „ baar; de Adel, bewerkt door den Graave van ? Danby,begunll:igde de onderneeming, ende „ wegen waren 'er goed, tot op vyftiij mylen ,, van Londen toe. Het Westen van Engeland „ was ook vol van weigezinden; doch demis- ,, lukte inval van Monmouth aldaar hadt den „ ingezetenen den moed geheellyk benomen: „ weshalve, tedugtenwas, dat zy zig niet lig- „ telyk voegen zouden by zyne Hoogheid. „ Vooral, moest men fpoed maaken. De Ko- ,, ning hadt numaaragttienOorlogs-fchepenge- „ reed, die in Duins lagen. Doch hy zou haast j, eene aanzienlyker Vloot inzeehebben: waar- „ toe 't hem alleen nog ontbrak aan bootsvolk, „ welk traaglyk dienst nam." De Prins De Prins, den raadzynerEngelfchevrienden verkiest gehoord hebbende, veikhurde, rondelyk, dat "e komen W niet gezind was over te komen, met zulk ee- met eene ne geringe magt. Hy kon zig niet verbeelden, geringe fchoon men 't hem verzekerd hadt, dat 's Ko- W'S*» nings Leger zyne zyde kiezen zou. Ook maakte hy niet veel ftasts op het toevallen van't Land- volk. „ Zulk eene gewigtige onderneeming, „ aan 't mislukken van welke , de ondergang » hing
|
||||
LIX.Boek. HISTORIE. 455
|
|||||
„ hing beide van Engeland en van de Veree- 168$.
„ nigde Gewesten moest, zeide hy, niet ge- ——■ „ waagd worden dan met een Leger, welk dat „ desKoiïings, al bleef het hem fchoon aan ,, hangen. te boven ginge in magt." Eenigen noch zy. drongen den Prins,, om zyne magtteverdeelen, ne ""H* en zeif, met het grootfte gedeelte, in 't Noor- t{ee\e£1~ den te landen, terwyl het overige gedeelte, on- der den Maarfchalk van Schomberg, dien men hem verzogt in zynen dienst te neemen, in 't Westen zou aankomen. Zyne Hoogheid bewil- ligde , ligteiyk, in 't aanneemen van Schomberg tot Veld maarfchalk, en bewoog, federt, den Keurvorst van Brandenburg, om hem te ont- flaan: doch hy kon niet beQuiten, om zyne magt te verdeeien. „ De Koning, "zeide hy „ zou, „ in zulk een geval, aldeszelfs magt wenden „ können tegen een gedeelte van de zyne, „ welk, de nederlaag krygende, ook het overig „ gedeelte in gevaar brengen zou." Maar de Overleg, Admiraal Herbert en andere Zee-Overften °fhy >" keurden de landing in 't Noorden t'eenemaal denN°°£ af. „ Men hadt, over dit ftuk," zeidenze,, met 't Westen c, geene Zeeluiden geraadpleegd. Men kon op van En- „ de Noordkust niet landen, met eenen Oos pJand „ ten-wind, die, in dit jaargetyde, ligteiyk, zo za"u#en „ fel blaazen zou, dathetonmogelykzouzyn, „ de Vloot te behouden ; welke, hier blyvende „ leggen, ook uit het Kanaal, door de Franfche „ zeemagt, zou können aangetast worden. „ Veiliger kon men in 't Kanaal landen, daar 9, men de hulp, die Frankryk zenden mögt, „ ook bekwaamlyk zou können onderfcheppen." Doch de brieven uit Engeland ftonden, zoftyf en aanhoudende, op de landing in 't Noorden, F f 4 dat |
|||||
45« VADERLANDSCHE LX. Boes
ï<583. dat de Prins, uit de twee meeningen, eene derde
■-------opmakende, eindelyk, beOoot, in't Noorden
te landen, en, terftond na de landing, de Vloot
naar 't Kanaal te zenden Qe). XVI. De Vloot, ten getale van omtrent vyftig Oor- Open- logsfchepen, meest van den derden en vierden Verkiaa- ranS•>was nu ™ gereedheid gebragt. De Fluiten, ring van die 't Krygsvolk zouden overvoeren, tot ora- tie rede-trent vyfnonderd in getale, waren gehuurd. De «en, die Ruiters en kriegten lagen op de Mookerheide Hoog- gelegerd. De Krygsbehoefcen waren gefcheept: lieidhad- ook wapenen voor twintigduizend man meer, den doen dan men dagt over te voeren {ƒ). 't Naafte, tot d"6™ we^» derhalve, in overweeging kwam, was het togt naar opftellen der Verklaaringe, die de Prins , by Enjre- zyn vertrek, in'tlichtgeeven, en voorts in Erv- laad. geland verfpreiden zou. Van zulk eene Ver- klaaring waren verfcheiden' ontwerpen overge- zonden uit Engeland aan den Prinfe, dieze den Raadpenfionaris Fagel in handen Helde. Fagel maakte, uitalledeezeontwerpen, eene uitvoe- rige Verklaaring op, die,doorBurnet, merke- lyk verkort, in't Engelsch overgezet, en daar- na gedrukt werdt. Doch Wildman, wien de Prins deeze Verklaaring te leezen gaf, vondt 'er eenige zwaarigheden in: 't welk te wege bragt, datzy, met eenige kleine veranderingen en uitlaatingen, herdrukt werdt (g ). Zy behels - de „ eene wydluftige optelling vandebezwaar- „ nisfen der Engelfche Natie; als, demagt, „ die de Koning zig aanmaatigde, om 't volk „ te ontflaan van de onderhouding der Wet- ,? ten
(c~) BtmNBT Pol I. p. yyfi-yfU.
(f) Po'tez N"j'iciat. du Conipte r>*AvAm'7c>» VI.p, 186,204.
lg) Burnet Fol. I. p. 774, 775, 778, 7Ö0, 7g».
|
||||
LX. Boek. HISTORIE. 45?
„ ten; 't geeven van waardigheden en ampten t<sj&
„ aan Roomschgezinden ; het Kerkelyk Ge---------
„ regtshof; 't kwellen der Proteftanten, niet
„ beroovinge van ampten en op andere wyze, „ om dat zy niet hadden können bewilligen in „ de affchaffinge der Test-Akten en ftrafdrei- „ gende Wetten, en veele diergelyke ongere- a, geldheden meer." Hierop volgde eene ftuks- wyze vertooning van de moeilykheid of onmo- gelykheid, om herftelling te verwerven van dee- ze bezwaarnisfen , gemerkt de gefteldheid, in welke de Koning en 's Konings Raaden zig te- genwoordig bevonden. Onder anderen, merk- te zyne Hoogheid aan „ dat hy zelf en de Prin- „ fes, zyne Gemaalin, den Koning eerbiedig- „ lyk vertoond hebbende, hoe veel fmert zy „ gevoelden, over deeze handelwyze; hem te „ gelyk hunne gedagten openende, over de af- „ fchaffing der ftrafdreigende Wetten; beton- „ geluk gehad hadden van zig zyn misnoegen „ op den hals te haaien." Hierby voegde hy, „ dat het uiterfte middelvan herftelling, 'tbe- „ roepen van een vry Parlement, ook onuit- „ voerjyk geworden was, hebbende's Koningi „ Raaden hun best gedaan , om verdeeldheid „ te verwekken onder de Proteftanten, door „ de afkondiging eener verklaaring voor de „ Vryheidvan Geweeten; zulken, die regt „ hadden om de Parlements - Leden te kiezen, „ daarenboven, omkoopende. Uok zou zulk „ eenParlement, alwerdthetfchoonbefchree- „ ven, niet wettig können zyn, om dat de Ma- „ giftraats-Ampten in handen van Papisten wa- „ ren; 't welk met de Wetten ftreedt. Hierby „ kwam iiog, dat hunne Hooglieden zeer be- ■ Ff 5 » den- |
||||
453 VADEPvLANDSCME LDL Boek.
$ 16U, „ denkelyke redenen hadden , om den Prins
r------ „ van Walles voor een ondergefteken kind te
„ houden, hebbende het grootfte gedeelte van
„ het volk beide aan de zwangerheid en aan de „ verlosfing der Koninginne getwyfeld, zon- „ der dat men zig verwaardigd hadt, eenen „ flapte doen, omdeezetwyfelingwegtenee- „ men. Hy enzyneGemaalin, ondertusfchen 9 „ zo groot een belang hebbende by de wel- „ vaan van het Koningkryk, en zynde daar- „ benevens overtuigd van de genegenheid der „ E'igelfchen te henwaards, die, zelfs in den „ oorlog des Jaars i6ji, gebleeken was; -zo „ hadt hy niet können nalaaten, al zyn vermo- „ gen in 't werk te ftellen, om den Godsdienst 3, en de Wetten van het Koningkryk te hand- „ haaven. Hy rekende hiertoe te meer verplig- „ ring te hebben, om dat hy 'er ernftelyk toe „ verzogt en gedrongen was, dooreen groot „ getal van Geestelyke en weereldlyke Heeren , „ van andere Edelen en van luiden van allerlei „ rang. Hyhadt dan voor, zig te begeeven naar „ Engeland, met eene genoegzaame magt om „ zig te können verweeren tegen zulken, die #, hem zouden mogen willen tegenftaan. Hy -w zou een vry en wettig Parlement doen ver- „ gaderen, waaraan hy het onderzoek van de „ geboorte des Prinfen van Walles en de vast- „ itelling van het Regt der Opvolginge tot de „ Kroon, geheellyk, verblyven zou. Hy zou j, de vastgeflx-lde Kerk en Godsdienst hand- „ haaven, en de verfchiilende Gezindheden, „ ware 't mogelyk, met dezelve, zoeken te „ vereenigen, of haar, anders, vryheid van ge- „ wceten Iaaten genieten; welke vryheid ook „ den
|
||||
LX. Boek. HISTORIE. 459
„ den Papisten niet geweigerd zou worden, zo ié88.
9, zy zig vreedzaam wilden gedraagen. Hyzou
„ ecne ltrengeKrygstugt onder zyne troepen on-
„ derhouden, en de vreemden te rug zenden, zo ., dra de toeftand der zaaken zulks zou können ,, gehengen.Voorts, zou hy zorg draagen,datde „ Regeering, in Schotland en in Ierland, ook „ op eenen goeden voet herfteld werdt." De Verklaaring was, den tienden van Wynmaand, in den Haage, getekend ( h ). D'Avaux hadt mid- del gevonden, om de eerde bladen van dezelve, door een' drukkers knegt, te doen rooven van de drukkerye; enze den Koning, zynen Meester, toegezonden, eerze 't licht nog gezien hadt ( /). Ten zelfden dage,was'er eene diergelyke inge-
fteld, om voor Schotland te dienen (K). By deeze Verklaaring, waren twee brieven gevoegd, op den naam van zyne Hoogheid; waarby het Engel- fche Leger en de Engelfche Vloot genodigd wer- den . om zyne zyde te kiezen, en, nevens hem, den Godsdienst, de Wetten en Vryheden van hun Vaderland te befchermen. De Admiraal Herbert, die 't bevel gehad hadt over de Engelfche Vloo- te, fchreef, ten zelfden einde, eenen brief aan de Zee-overften en 't Bootsvolk, die gedrukt en op 's Konings fchepen verfpreid werdt (/). Doch terwyl de Prins van Oranje zig bereid- XVII.
de tot den overtogt, befpeurde men eene by- ^n;rtel ftere ontlteltenis, aan het Engelfche Hof. Ko- 't uupci. ning Jakob, voorheen, alles, wat hem van 's fcheiiof. Prin-
(h~) Vuhz Dit Mont Corps Ijipl. Tom. VII. P. II. p. 201 en
Holl. Mcrc, van 1*84. hl. 5=4. (ij Ni'Sooiat du Cmiitc d'Avaux Tom. VI. p. 231.
(*; Voiez. Du M.)Nr Coips Dipl. Tom- VII. P U.p. vfi. en,
fïoll. Mei-c. van 1I88. hl. V>f>. Sie alfa Buiinkt f-'ol, l, p. 776. (O Z\c Holl. Blue. yifii iQüiS. 1>l. B»a,
|
||||
4.6a VADERLANDSCHE LX. Boek.'
16S8. Prinfen toeleg ter ooren gekomen was, in deta
------ windgeflaagenhebbende, begon, gelykwybo- ven ( m ) aantekenden, eerst m den aanvang van Herfstmaand, vast te ftellen, dat men 't op hem gemunt had. Oök begon hy, van toen af, ee- nige voorbehoedfels te gebruiken, tegen de ge- vreesde landing: geevende 't bevel over Ports- mouth en Huil, twee fleutels van 't Ryk, aan Roomschgezinden, en zorgdraagende, dat het grootfte deel der bezettelingen den zelfden Gods- dienst beleeden. Hy verfterkte zyn Leger, ontbiedende eenige Regementen uit Ierland. Ook gaf hy voor, een Parlement te willen by- eenroepen: waartoe ook eenige voorbereidfels gemaakt werden ( n ), die egter geen gevolg had- Frankryk den. Jöe Koning van Frankryk boodt hem we- biedt derom eene Vloot en dertigduizend man Land- Koniiig voi]c aan • doch deeze aanbieding werdt van de onder. hmd gevveezen, op den raad van den Graave ftnmlaan, van Sunderland, die, zegt men, den Koning dj, van vertoonde „ dat het voeren van een vreemd de hand „ Leger in 't Koningryk hem het vertrouwen ge wee- M der onderdaanen zou doen verliezen, en zen „ Frankryk gelegenheid geeven, om zig mees wo „ ter te maaken van de Regeeringe." Wat laater, iloeg de Franfche Ambasfadeur Barillon voor, dat men den Koning, zynen Meefter, ver- zoeken moest, om Filipsburg, welk toen bele- gerd was, te verlaaten , en zyne wapenen te voeren naar de Vereenigde Gewesten. Ver- fcheiden' Leden van 's Konings Raad bewillig- den in deezen voorflag. Doch anderen fielden 'er zig tegen, uit dezelfde aanmerking, die de aan-
Cm~) Tilade. 438-
(.»J Zie Holl. Mcrc. van 1688. V.. 195.
|
|||
LX. Boek. HISTORIE. 461
aanbieding van Franfchen onderftand hadtdoen i6Z9;
van de hand wyzen , te weeten , dat de Ko- ■ ning, eenen oorlog verwekkende tegen de Staa- ten , het vertrouwen zyner onderzaaten kwyt raaken zou. En 't gevoelen van deezen vondt te ligter ingang , alzo de vrienden des Prinfen van Oranje zorg gedraagen hadden, om te ver - fpreiden, dat de toerusting der Staaten flegts ftrekte, om de landing der Franfchen in Enge- land te beletten (0). De Koning vleide zig met deeze hoop, tot dathem,uitdenHaage, berigt werdt, dat zig veele Engelfche Grooten bevon- den by den Prinfe. Toen eerst ftelde hy vast, dat de Prins eenen inval in Engeland voorhadt, en dat hy zyne maatregels hiertoe, naar alle waar- fchynlykheid, zou genomen hebben, met.de voornaamfte Protestanten zyns Koningkryks, die hy wel wist, dat, zo wel als't volk in't ge- meen , zeer misnoegd waren over zyne Regee- ring. Hy befloot, hierom, eenige bezvvaarnrs« fen, die 't meeste ongenoegen veroorzaakt had- den, te herftellen. Doch alzo 't volk in 't ge- meen oordeelde , dat 's Konings toegeevend- heid alleen fproot, uit vreeze voor den Prinfe van Oranje , en ophouden zou , zo dra deeze vrees verdweenen zouzyn, behieldthetdenop- gevatten argwaan tegen 't Hof Q&). Op den piakaac agtften vanVVynmaand, maakte de Koning, by vanKo- openbaaren Plakaate , bekend „ hoe hy in 't "insJa- „ zeker berigt was, dat eenige Vreemdelingen g°„ d^ „ zig bereidden , om eenen inval in Engeland prinfe „ te doen, hiertoe zynde aangezet, door woel- v»n „ zieke en kwaadaartige luiden, die niets an- 0ranie' ,, ders
(ti) Ri<PiN Turn. X. p. 10R, 109, 110, m,
'f>j IUpin Tom. X. p, 112, 113, H4, Il<5. |
||||
4& VADERLANDS CHE LX. Boek;
„ ders zogten, dan 't Ryk in onrust en verwar-
„ ring te brengen. Dat men wel voorgaf, da „ handhaaving van den Godsdienst en de Vry- „ heden des volks op 't oog te hebben ; doch „ dat klaarlyk bleek, dat men alleenlyk toelei» „ de om het Koningkryk te veroveren, en aan „ eene uitheemfche magt te onderwerpen. Dat „ men den toeleg zorgvuldiglyk hadt gezogt „ te bedekken; doch dat hy 'er berigt van ge- „ kreegen , en zig zulks in ftaat geiteld hadt, „ dat hy vertrouwde, zynen vyanden berouw „ te zullen doen hebben van hunne ondernee- „ ming. Dat hy vreemden onderftand van de „ hand geweezen hadt, zig alleenlyk verlaa- „ tende op zyne eigen' Krygsmagt, en op de ., trouwe zyner Onderdaanen, die hy vermaan- „ de , alle onderlinge verbittering af te leg- „ gen, en zig te vereenigen , om , nevens „ hem, den inval af te keeren Dat hy, voor- „ heen, zyn leeven meermaalen gewaagd hadt „ voor 't volk, en nog dezelfde gezindheid hadt. „ Dat hy voorneemens geweest was, een Par- „ lement byeen te roepen ; doch dat de aan- „ Ihxande inval hem in zyn voorneemen geihiie „ hadt(^)." Eenige dagen hierna, kondigde de Koning eene algemeene vergiffenis af, van welke nngtans denien perfoonen, en onder dee- zen, Burnet, Wildman en Peyton, waren uitge- zonderd (r). En alzo het Hof, omtrent deezen tyd, kennis kreeg van het zogenaamd Vertoog der Engelfche Protestanten, onlangs in Hol land verfpreid (j), waarin beweerd werdt, dat de geboorte van eenen Prinfe van Walles lou- ter (?) Rap/n Tom. X. p. 112.
CO Z>* Holl. Mcrc. van 1688. il. 2804
(.O 2ie likt voüfj il. 45i«
|
||||
LX. Boek. HISTORIE. 46$
ter bedrog ware; deedt de Koning, op den eerften 168&
van Slagtmaand, den Raad vergaderen, om ge- ------J
tuigenisfen voorde waarheid deezer geboorte te Getuig*
hooren. Hier verfcheen, in de eerfte plaats, de en. Koningin Weduwe van Karel den II. alleenlyk wet'tjgr verklaarende „ dat zy in de kamer geweest was, hcidder „ ten tyde van de verlosfing der Koninginne." geboorte Voorts, hoorde men veertig getuigen, onder wel- pa|,nSsea ken zeventien Roomschgezinden waren. Hunne v„n Wal- verklaaringen liepen, in't algemeen, hierop uit lis. ,, dat de Koningin in haar bed verlost was, ter- ,, v/yl 'er veele Perfoonen in de kamer waren:" 't welk het eenige was, dat door agttien Heeren, getuigd werdt. Eenige Mevrouwen verklaar- den „ dat zy het kind, kort na de verlosfing, ge- „ zien hadden, in de armen der Vroed vrouwe." Deeze getuigde duidelyk „ dat zy het kind hadt „ ontvangen, uit het lighaam der Koninginne." De Graavin van Sunderland verHaarde „ dat „ de Koningin, voor de verlosfing, haar haare „ hand gevraagd hadt, op dat zy de bewee- „ ging van't kind voelen zou, en dat zy haarer „ Majefteit de hand hadt toegereikt." Doch of zy 't kind hadt voelen beweegen , zeide zy niet. En Burnet verhaalt, hoe zy, naderhand , verteld heeft „ dat de Koningin haare hand te „ rug hadt gehouden ; zo dat zy niets gevoeld „ hadt(z)." Verlcheiden'Me vrouwen verklaar- den „ dat zy, in't hemd der Koninginne, omtrent „ den boezem , dikwils , tekens van melk ge- „ zien hadden " Twee of drie anderen getuig- den „ dat zy melk, uit een' der repelen haarer 3, Majefteit, hadden zien vloeijen." Doch 't is merk-
CO BuilNST Fll, I. p. 7S51
|
|||||
'«
|
|||||
4<?4 VADERLANDSCHE LX.Bcejc;
1688. merkwaardig, dat zy niet verklaarden, wanneer
. zy zulks gezien hadden. Eene alleen bepaalde den tyd, in Bloeimaand, wanneer zulks, meenc
Burnet, een gevolg kon zyn van de miskraam, die haare Majefteit, volgens zyn verhaal, den ne- gentienden van Grasmaand, gehad hadt («)• DeWaschfter der Koninginne getuigde „datzy „ een hemd van haare Majefteit in handen gehad „ hadt, welk tekens der Verlosung droeg." Me- vrouw Weiumrtk alleen verklaarde „ dat zy 't „ kind in't lighaam der Koninginne hadt voelen „ beweegen."Na'thooren deezergetuigenisfen, zeide de Koning „ datdePrinfesvanDeenemar- „ ke, zekerlyk, by de verlosfmg zou tegen woor- „ dig geweest zyn, zo zy niet zwanger geweest „ ware, en, federt eenigen tyd, haare kamer niet „ gehouden hadt " Voorts, verklaarde hy zig zei ven en de Koningin onbekwaam, tot zulk een vuil bedrog als waarvan fommigen hen verdagt hielden. Ook vraagde hy, of men de Koningin zelve ook begeerde te hooren ; doch dit werdt noodeloos geoordeeld De getuigenisfcn werden, terftond, gedrukt (V); doch voldeeden 't gemeen niet, en allerminst zulken, die hielden, dat de Koningin vvaarlyk zwanger geweest was; maar, in Grasmaand, eene miskraam gehad hadt. Voor deezen , fteunde de waarheid der geboorte al- leen op de verklaaring der Vroedvrouwe, eene eenige Getuige, en daarenboven Roomsch-Ka- tholyk: 'c welk haar getuigenis, byveelen, nog merkelyk verzwakte. De argwaan bleef dan duuren. De meesten meenden zelfs meer reden ge-
flt) HuRNET Vul. I. p 7"S-
(v) See a Pamphler imituhd At tliC Concil : CtlUnbei \\
Whiteiiall Mmiay 22 of Oei. iöü8. |
||||
LX. Boek. HISTORIE. 465
gekreegen te hebben, dan zy te vooren hadden, ns$gs>
om de geboorte voor verdagt te houden («>}. —■*• Doch eer deeze getuigenisfen nog belegd wa- Aan-
ren , hadt de Prins van Oranje, ziende den Ko- }'a<igfet ning een weinig veranderen van maatregels, een yp j1!5, aanhangfel gevoegd by zyne Verklaaring, welk, ring des" den vierentwintigften van Wynmaand, gedag- Printen tekend was. Hy gaf hierin te kennen „ dathy; van „ vernomen hebbende, hoe de uitrooijers van 0raöie* „ den Godsdienst en verbreekers der vryheden „ van Groot-Britanje, federt de dagtekening „ zyner Verklaaringe, eenige daaden van wil- „ lekeurige magt hadden verbeterd; doch hem „ te gelyk befchuldigd, dat hy voorhadt, het „ Ryk te overweldigen ; dienftig gevonden „ hadt, verder te verklaaren, dat de magt, wel- „ ke hy met zich bragt, niet gefchikt was naar ,» zulk eene onderneeming. Dat de Engelfche „ Heeren en Edelen, die hem verzelden, en zig „ verderby hem voegen zouden, luiden waren „ van zo veel aanzien en trouwe, dat men hen, ,., met geenen fchyn, verdagt kon houden van „ deel te willen hebben aan zulk een' toeleg. „ Voorts, vertrouwde hy, dat elk ligtelyk vat- ,, ten zou, dat men zig weinig verlaaten kon op „ nieuwe beloften, daar de ouden zo menigmaal ?ï verbroken geweest waren. De voorgewende „ herftelling der bezwaarnisfen was een bewys, ,5 dat men zig fchuldig hieldt; doch kon ^ naaf „ welgevallen, weJerom ingetrokken worden. „ De grondüag der bezwaarnisfen, de volftrek- „ te en willekeurige magt, werdtnietweggeno- „ men, en kon ook niet weggenomen worden , iH door bloote bewyzen van gunst, die loutere « uit-
(*") Rapin Tom- Jfi p. 116-119. Hotf. Merc, vmt l68ï» il, a£5,«8ö*
XV. Deel. Gg
|
||||||
466 VADERLANDSCHE LX. Boek.
168*. j> uitwerkfels van vreeze waren; maar alleen,
—----- „ door eene Verklaaring van het regt der on-
„ derdaanen, in een vry en wettig Parlement,
,, waaraan alleen hy alles verblyven wilde (V). XVIII. Doch de wederzydfche verklaringen van den De Staa- Koning van Groot - Britanje en van den Prinfe, len del* zvnen Schoonzoon, ftrekten alleenlyk, om de Vloot gemoeden te bereiden tegen den overtogt, die onder nu op handen was. De Admiraal Arthur Herben den Lui- was nu tot Luitenant-Admiraal-Generaal aange- Admiraal ^el(i' zullende hy 't hoog bevel voeren onder Hwbert, denPrinfe, over den zeetogt. De Staaten hadden kleine genegenheid getoond, om hunne Vloot, eenen Engelfchen Overften toe te vertrouwen; doch men hadt hun verzekert, dat dit heteenig fte middel was, om de Engelfche Vloot, over welke Herbert het opperbevel gehad hadt, tot den Prinfe te doen overkomen: waarop zy zig hadden laaten beweegen, om den Engelfchen Ad- miraal 't hoog gezag onder zyne Hoogheid op en ver- te draagen (y). Men hadt hen, wyders, ook over- ftrekken gehaald, om den Prinfe eene merkelyke fom ter den Priu- ieen 0p te fchieten, tot den aanftaanden togt. minioa Wy hebben, hiervoor (2), gemeld, hoe de Staa- ten. " ten, op den voorflag van den Raadpenfionaró Fagel, die geheel in 'sPrinfen vertrouwen was, vier millioenen hadden opgenomen,tot verfter- king der Plaatfen langs den Ryn en den Ysfel. De zelfde. Staatsdienaar bragt ?mtewege,datdeeze penningen den Prinfe verfhekt werden. Om- trent den aanvang van Wynmaand, hadden de Staaten berigt gekreegen, dat de Keurvorst van Bran-
(«0 Voiez. Du Mont Corps Diplom. Tam. VII. P. II. f%
304. en Holl. Merc. van Kti'6, tl. 264, (y) Bun NET Vol. l.$, 774 77g. C*J Slttdx. 433.
|
||||
LX. Boek. HISTORIE. 467
Brandenburg van zins was, een Leger te voeren ï(j8».
in 'tLandvauKleeve, met welk hy aannam, de ——• grenzen van den Staat, geduurende den Winter, te befchermen. Hierdoor, werdt de zorg voor de Plaatlen langs den Ryn en den Ysfel minder noodig, van den kant der Staaten. Fagel verzogt, derhalve, dat de Staaten de vier millioenen, die hiertoe gefchikt waren, den Prinfe geliefden te leenen. En men wil, dathy, om de Hollandfche DeRaa*. Steden, in deezen gewigtigen voorflag, te doen penfiom. bewilligen, de voornaamfte Predikanten by zig ris **&* ontbooden hadt, welken hy, meteenen ernsten J"ot cd'e minzaamheid, die hem natuurlyk waren, hadt Predi- overtuigd „ dat hun Godsdienst en Vaderland kanten* , „ in zo groot een gevaar waren, dat niets dan de „ gelukkige uitilag der onderneeminge op En- „ geland beide behouden kon. De vervolging in „ Frankryk, de geweldenaryen desKonings van „ Groot Britanje konden hen, zeidehy, doen „ zien, watdeeze Landen te wagten hadden, „ ais deeze twee Vorsten hun oogmerk eens be- „ reikten, 't Zou dan gedaan zyn metdenGods- „ dienst en met de Vryheid van den Staat." Met zulke gevoelens vervuld, liet hy,zegt men,de Predikanten naar huis keeren: die, federt, het volk van denpredikftoel innamen,met gunftige gedagten van 's Prinfen onderneeming (a). De Steden, en Amfterdam zelf (F), daar alle voor- flagén, waaraan veel gelds hangt, gemeenlyk,' den meesten tegenftand ontmoeten, bewilligden in de leening. Sommigen werden, door 't belang van den Hervormden Godsdienst, bewoogen. Anderen zagen op 't gevaar, welk deezen Staat ge-
• CO Hornet Vel. I. p. 778, 779.
(f) Foitz. Negueitt, dn Comte d'Avaux, Tem, V. f. 215« Gg a
|
||||
"468 VADERLANDSCHE LX. Bonk;
|
|||||
i<ÏS8. gedreigd werdt, door de naauwe verbindtenis
hierom, dienstig voor den Staat, dat de Regee- ring van Groot Britanje eenen Vorst, zo zeer aan Frankryk verknogt, uit de handen gewron- De Stw- gen werdt. Kortom, alle de Leden van den Staat ten ver- beflooten, den Prinfe te onderfteunen (c). De den uit- ^gemeene Staaten verklaarden den uitheem- heem fchen Gezanten in denHaage, op het einde van fchenGe- Wynmaand „ hoe 't weereldkundig ware, dat zanten n ^e Engelfche Natie, federt lang, geklaagd nen6 om " ^t' ^at ^e Koning, door kwaade raadslui- welken „ den misleid, de grondwetten van den Staat zy be- „ zogt te vernietigen, den Roomsch-Katholy- JJ°"ten „ ken Godsdienst in te voeren, denProteftant- denPrln« » fchen uit terooijen, en alles te brengen onder vtn O- 5, een willekeurige Regeering. Dat zyne Hoog- ranje te „ heid, de Prins van Oranje, die, nevens zyne onder- „ Gemaalin, zo veel deel hadt in den welftand fteunen. ^ van Qj-oo^Britanje^ op't aanhoudend ver- „ zoek van veele luiden van aanzien, beflooten „ hadt, der Engelfche Natie de behulpzaame s, hand te bieden, 't welk, zyns oordeels, ook tot „ bevordering van 't weivaaren van deezen „ Staat (trekken kon. Dat de Prins,hiertoe, den „ byftand der Staaten verzogt hadt. Dat dee- „ zen; in aanmerking genomen hebbende de „ naauwe vriendfchap en het byzonder Ver- ^, bond tusfchen Frankryk en Groot Britanje, „ waaruit te dugtenftond, dat deeze tweeMo- „ gendheden, uit redenen van Staat en haat te- „ gen den Proteftantfchen Godsdienst, ligte- „ lyk, zouden können bewoogen worden, om „ dee-
CO Rêfol. Geiler. Vmtn %. OHob. 1683. in de Njtol. Zeel,
#f, 85J. iluuMïT Pul, 1. f. 778. 779. |
|||||
LX. Boek. HISTORIE. 469
|
||||||||||||||||
deezen Staat het onderst boven te keeren, na ^jgs,
dat de Koning van Groot-Biïtanje zyn oog- - a merk bereikt, en eene willekeurige Regeering zou ingevoerd hebben in zyn Koningkryk; be- flooten hadden, den Prinfe van Oranje eenige fchepen en Krygsvolk, ter hulpe, toe te ftaan. Dat zyne Hoogheid hun verklaard hadt, geen inzigt altoos te hebben, om 't Ryk te overweldigen, of den Koning van den Troon |
||||||||||||||||
5'
|
||||||||||||||||
11
|
||||||||||||||||
11
|
||||||||||||||||
11
11 11 11 11 11 |
te ftooten; veel min, om de wettige Opvol-
ging te krenken, of de Roomschgezinden te vervolgen; maar alleen, om de verbroken' Wetten en Vryheden te herftellen, door mid- del van een vry en wettig Parlement; waar- door , zo de Staaten hoopten, de rust en een- |
|||||||||||||||
dragt in 't Ryk zouden worden herfteld (d)."
De vrees, die de Staaten verklaarden te hebben, Vreej dat Frankryk en Groot Britanje zig zouden ver- der Staa- eenigen, om den Proteftantfchen Godsdienst en ten voor den Vereenigden Staat te onder te brengen, j^eg fteunde, zo fommigen willen, onder anderen, om den hierop, dat de Markgraaf van Caftelmaine, Protcs- Engelfche Gezant te Rome, den Kardinaal Cibo, ™!u* eerften Staatsdienaar van Innocent den XI, qÓci". hadt gezogt te beweegen, om den Paus te raa- dienst te den, dat hy zyne Majefteit van Groot - Britanje onder te verkoor, tot middelaar tusfchen Frankryk en brei,6en' den Roomfchen Stoel; waarna, de twee Konin- gen zig naauw verbinden zouden, tot bevorde- ringvan de belangen der Kerke, en met het ver- delgen van den Vereenigden Staat eenen aanvang niaaken. Doch de Paus, wien dit ontwerp niet geviel, gaf 'er den Keizer kennis van, en deeze zou den voorflag den Prinfe van Oranje heb«
CO Kt-fol. Ceaer. Jovis 28 O(lo!>. 1688. MS.
Gg3
|
||||||||||||||||
tfo VADERLANDSCHE LX. Boek.
1688. hebben medegedeeld (e). Sedert werdt zelfs, aan
dat Frankryk en Groot -Britanje beide den Kei- zer, eenigen tydgeleden, hadden gezogt tebe- weegen, om voor hetRoomsch geloof te arbeiden en onzen Staat telaaten dry ven: in welk geval, Frankryk het twintigjaarig B eiland in eene vaste Vrede veranderen, de Elzas te rug geeven, en zig niet meer moeijen zou met den twist over dePaltfifche nalaatenfchap (ƒ_). Doch wat hier- van zyn moge; de Verklaaring der Staaten toonde ten duidelykfte, dat zy Frankryk en den Koningvan Groot-Britanje mistrouwden, en den togt van zyne Hoogheid, naar hun vermogen, wilden onderfteunen. De vervolging der Her- vormden in Frankryk, die nog aanhieldt, hadt ook de Predikanten en 't gemeen, al federt eeni- ge jaaren , tot misnoegen verwekt tegen 't Franfche Hof. Zelfs waren 'er eenige Regenten van Amfterdam over geraakt geweest: vooral, na dat een groot getal van Amfterdamfche Koop- luiden, by een Vertoog aan Burgemeesteren, geklaagd hadden, dat hun handel in Frank- ryk veel leedt, door de vervolging, voor welke hunne vrienden aldaar bloot ftonden (g). Ook veroorzaakte het veel gemors, dat Nederlan- ders van geboorte, die zig in Frankryk hadden nedergezet, niet dan met moeite, verlof ver- wierven , om het Ryk te mogen verlaaten (ß) : hoewel 'er, van tyd tot tyd, verfcheiden' ryke Vlug-
te) Raïin Tom. X. p. 134. f/5 N. Witsen Byzonder Verbaal der Ambasrade van 1689. ƒ. iso. eijl I. MS.
(g'j Negociat. äu Cmnte d'Avaiix, Tom. IV, p. 298, 308» Sip. Tem. V. p. 155. 231, 360.
(*) Voïez Negociat. du Comte d'Avaux» Tum, V. f» 19S» »68» 303* 3°4> 2"»"»« VI. ;.• 13, 287. .
|
||||
LX.BoBK. HISTORIE. 471
vlugtelingen weeken naar Holland (/), alwaar nSüfc
hunne nakomelingfchap nog bekend en in aan- ■ - zien is. De Koopluiden en Handwerksluiden kwamen ook, in zulk eene menigte, herwaards, dat de Koning van Frankryk zelf, reeds in Wyn- maand des voorleeden jaars, aan d'Avaux ge- fchreeven hadt „ dat het middel, waarvan hy „ zig hadt bediend, om zyn Ryk van wangeloof „ te zuiveren, mogelyk, erger zyn zou dan de „ kwaal(£)."Midlenvyl,vervuldendeezevlug- telingen de gemoeden der Landzaaten in 't ge- meen met haat tegenLodewyk den XIV. en tegen Koning Jalcob, zynenBondgenoot. En dit bevor- derde de oogmerken des Prinfen van Oranje, die zelfs, in Oogstmaand deezes jaars, door eenige Predikanten, wegens zynen yver voorden Her- vormdenGodsdienst, plegtiglyk,bedankt was(/). DeRaadpenfionaris Fagel hadt, by den Prin- XIX.
fe en by 's Prinfen vrienden, en by de ingezete- ^004 nen van deezen Staat in 't gemeen, veel eers in- r^. gelegd met het bewerken van het jongfte hertig penfio» en gewigtig befluit der Staaten. Doch 't mögt nat'* hem niet gebeuren, den gantfchen uitflagvan 's Fa8el* Piïnfen onderneeming te beleeven. Hij over- leedt, omtrent zes weeken hierna, op den vyf- tienden van Wintermaand. Zyn Ampt van Raad- penfionaris werdt, terftond na zyn overlyden, fchoon zeer tegen 't gevoelen van Dordrecht, by voorraad, opgedraagen aan den Penfionaris van Haarlem, Meester Michielten Hm (m). 't Liep
CO Negociat da Comte d'Avaux, Tom. V.p. 267. 7e« VI.
CO Negociat. da Comte d'Avaux, Tom. VI. p. 108.
CO Negociat du Comte d'Avaux, Tom. VI. p. 181. im) Reibt. Holt. 16, ij, 18,2t, tiDec. 1688. il. 660,66*. S66,C>}0, (75. 4 Jet. 1689. tl. 5. Holt. Merc. van 1688. hl. iö& Gg 4
|
||||
4?a VADERLANDSCHE LX.BoekJ
1688* Liep nog aan, tot in 't volgende jaar, eer het ver-
-------vuld werdt. De Raadpenfionaris Gaspar Fagel
Zyne af- nadt, in zyn leeven, meer dan iemant anders,
-ing. de gunst en het vertrouwen bezeten van den Prinfe van Oranje, die veel verloor, by zyn overlyden. „ Hy was ,"fchreef Burnet, die hem, van naby gekend hadt „ zeer bedreeven in de „ Regten. Hy hadt eene duidelyke bevatting „ van zaaken, en een klaar en vaardig oordeel. „ Hy was welfpreekend; doch meer gemeen- „ zaam , dan net van taaie. In eene talryke Ver^ „ gadering, kon hy de zaaken, gemeenlyk, naar „ zynen zin, tot een befluit brengen. De Witt „ plag zig, vervolgt hy, veel van hem te bedie- „ nen. Hy hadt de Staaten van Friesland, die'er „ 't meest tegen waren, overgehaald, om in't „ eeuwig Edift te bewilligen. Hy was, voor hy „ Raadpenfionaris werdt, Griffier der algemee- „ ne Staaten geweest, het voordeeligfte Ampt, „ fchryft Burnet in Holland. Voorts, was hy, „ vervolgt dezelfde Schry ver, een vroom, deug-. „ delyk man; doch te icherp en te hevig. Hy „ hadt wat te groote verbeelding van zig zei ven. „ Moedig was hy, als alles voorden wind gingj „ maar, in moeilyke en netelige omftandighe-. „ den, betoonde hy zo veel herts niet, als „ in eenen grooten Staatsdienaar vereischt „ werdt («)." In een' van de veelvuldigen zy- ner Brieven, die my ter hand gekomen zyn, ver- klaart hy van zig zelven „ dat hy de zaaken van „ Regeeringe, en inzonderheid de buitenland- ., fchen weinig verftondt (o):" 't welk, zo hy 't uit nedrigheid gefchreeven hebbe, bewyzen zou,
fa5 BimNET ynl. I. p. 327.
f<0 Misfive van den Raadp. Fagel aan Bürgern, v*n Amft,
|
||||
LX.Boek. HISTORIE. 473
|
|||||
zou, dat hy niet zo verwaand was, als fommigen 1688.
ons willen doen gelooven. In de onlangs uitge- wordt hy, veelligt, laagergefield, omdatzyne inzigten vierkant verfchilden van die van het Franfche Hof. Omtrent het midden van Wynmaand , trok- xx.
ken de troepen op van de Mokerheide, en wer- De Print den, de Maaze langs, benedenwaards, gevoerd "^??1.. naar de Vloote, die inGoereelag (p). Op den „^ zesentwintigften, begon de wind uit den Oosten Staaten. te waaijen, waarop zyne Hoogheid, terftond, affcheid nam van de hooge Vergaderingen in den Haage Qq~), en naar Hellevoetfluis vertrok. Teder en niet zonder traanen, van de zyde der Staaten , viel dit fcheiden ; fchoon de Prins zyhe gewoone deftigheid en onaandoenlykheid behieldt. Aan de algemeene Staaten betuigde zyne Hoogheid zyne erkentenis, voordevriend- fchap, die zy hem altoos hadden beweezen, hen verzoekende, daarin te willen volharden. Hy • verklaarde, ernftelyk „ dat hy hun getrouwelylc 9, gediend, en altoos 's Lands best voor oogen „ gehad hadt. Hy prees hun den Vorst van Wal- „ dek aan , om , in zyn afwezen , het opper- „ bevel te voeren over de Krygsmagt van den „ Staat; fchoon Friesland en Groningen voor „ den Prinfe van Nasfau ftemde. Hynam God „ tot getuige, dat hy naar Engeland toog, met 9, geene andere oogmerken, dan die hy, in zy- „ ne Verklaaring, hadt opengelegd. Hy wist „ niet, wat God met hem voorhebben mögt 5 „ doch
(p) Holl. rvfcrc. van 1688. il. 274. Negociat« (Ut Coi«e .
»'Avaux Toni Vt. p. 371.272. O) Jlcful. Hol. 2Ö OStoli. ifi88. il. 55,15. Gg 5
|
|||||
474 VADERLANDSCHE LX. Boek.
1688. n doch indien hem iets menfchelyks mögt over-
■ „ komen, beval hy de Prinfes, zyne Gemaalin, „ aan der Staaten zorge , hun verzekerende,
„ dat zy dit Land, als haar Vaderland, bemin- „ de. Ten befluite , prees hy den Staaten de „ eendragt aan, in eenen tyd, waarin zy, naar „ alle waarfchynlykheid, den eerften en fehlen „ aanval des gemeenen vyands zouden te wag- „ ten hebben : hun, voorts, Gods zegen over „ hunne Regeeringe hertelyk toewenfchen- „ de (r)." Van de Vergadering van Holland, nam hy eendiergelyk affcheid, haarin'tbyzon- der dankende, voor't gene hy, vanhaar, zowel geduurende zyne minderjaarigheid , als nader- hand , genooten hadt, en betuigende, dat hy hoopte op betere gelegenheid om het te erken- nen , dan hy tot nog toe gehad hadt (j). De vol- gende dag was een algemeene Bededag door al- le de Gewesten, waarin 's Hemels zegen, over 'sPrinfen onderneeming, als (trekkende tot be- houdenis van den Protestantfchen Godsdienst, De Prins met vuurigen ernst, afgebeden werdt. De Prins gaat (jjen dag, te Hellevoetfluis, en den volgenden, 10 ecp" in den Briele gekomen zynde , ging daar aan boord van 't Schip den Briel, een Fregat van der- tig Hukken, gevoerd door Kapitein tan Esch. By hem bevonden zig de Luitenant-Admiraal Wil- lem Bastiaanszoon Schepers en de Vice-Admi- De Vloot raa* Graaf van Styrum. Op den negenentwintig- loopt in ften, liep de gantfche Vlootin zee. De Admiraal z-c, Herbert geboodt de voor-, de Luitenant-Admi- raal KornelisEvertfen de agter-hoede. De Prins zeil-
* ''■•") KurmVt Col I. p. 78.'. Voiez Negociat. du Comte
d'Avaux Tum V: p. yt, "■'->. {>; ii.O.1. M:rc. yeti joïo. fc'. a86. |
||||
LX.BOEK. HISTORIE. 475
zeilde in't midden, voerende zyn wapen in de l69ii
vlagge, om welk deeze woorden ftonden, voorden _ Protestantfeien Godsdienst en de VryhedenvanEn- f eland. Onder aan, las men het woord vanden
iuize van Nasfau, Je maintiendrai, dat is, Ik zal '/ handhaaven (t). Den volgenden dag, keerde ' de wind naar 't Noorden en naar 't Noordwes- ten, daar hy ftaan bleef. Groot gevaar liep toen WOrdc, de Vloot, die genoodzaakt was, digt byeen te door te- blyven , en egter niet te na aan eikanderen te genwind» komen. Den eenendertigften, in den nademid- |^j°°~ dag , werdt het teken gegeven , om te rug te rug ,e keeren; gelyk gefchiedde. Op den eerften van keeren. Slagtmaand, kwam het grootfte deel der Vloote wederom binnen : daarna alle de overige fche- pen; van welken eenigen zo geweldig geflingerd geweest waren in den ftorm, dat zy, ontlaaden zynde, terftond zonken. Ook waren 'er vyf- honderd, fommigen fchry ven negenhonderd (a) paarden geftorven, by gebrek van lugt. Voorts, was'er, in zee, niet één fchip vergaan, en meer niet dan één man , in den ftorm , overboord geflaagen. Maar't fchip Gorinchem, gevoerd door Kapitein Brakel, van de Vloote afgedreeven tot op de Engelfche kust, hadteen'Engelfchen Visfcher gepreid, wien de Kapitein afgevraagd hadt, of'er geen oproer ïn't Land ware ? daarby voegende , dat 'sPrinfen Floot uitgeloopen was* en haast flondt te volgen. De Visfcher verfpreid- de deeze tyding, terftond ; doch verwekte 'er groote ongerustheid door onder 's Prinfen vrienden, metnaame onder't Krygsvolk, die toe-
fO Ramn Tom. X. p. 194.
C«3 Nsgociat. du Com?e d'Avaux, Tom. VI. f. 314.
|
||||
4?6 VÄDERLANDSCHE LX. Boek
W83, toenam, toen de Vloot niet opkwam (y). In
«•------ Frankryk en in Engeland, hieldt men't verlies,
welk zy geleeden hadt, veel grooter geweest te
zyn dan waar was (w). Ook.wil men, dat de Staaten vei fpreiden lieten, hoe de Vloot zo veel geleeden hadt, dat de togt tot het voorjaar zou moeten uitgefleld worden. En dit gerügt bragt te wege, dat de toerustingen in Engeland flaauwer voortgezet werden. Ook herriep de Koning eeni- ge gunften, die hy, te vooren, verleend hadt (*). Zy loopt Doch de Staaten ftelden zulk eene vaardige wederom orde op het voorzien der Vloote (y~), dat zy , uit» tegen den avond van den elfden van Slagt- maand, met een' fterken Oost-Noord-Oosten Wind, andermaal, in zee liep (V). Terwyl zy nog te Hellevoetfluis lag, hadden Wildman en eenige anderen gedreeven, dat Herbert, met de meeste Oorlogsfchepen , vooruit zeilen moest, om 'sKonings Vloot aan te tasten, te flaan, of binnen de havens te jaagen: waarna de landing veiliger zou können gefchieden. Doch de Prins en Schomberg oordeelden „ dat het jaargetyde „ zo verre verloopen was , dat men, langer „ fammelende, den toeleg zou moeten opgee- „ ven. Ook zouden de twee Vlooten lang in ' „ elkanders gezigt leggen können, zonder flaags „ te raaken , al ware 't fchoon , dat zy beide „ den ilag zogten ; en veel langer nog, wan- „ neer eene van beide dien zogt te vermyden. „ Men kon het Leger, en inzonderheid de paar- », den,
O") N. Witsen Byzonder Verbaal der Zrabasfode van iOIJq
f. I(;6. col, 2. MS. **
(w) BuBNET Vol. I. p. 783, 7U3,
(j:j Rapin 7b»; X. p. 125.
Cj'J RI7RNET l<'0.. I. p 78^
Cs) iioll. Mcrc van iöï8. U, a88.
|
||||
LX. Boek. HISTORIE, 47?
s> den, niet lang op zee houden, en 't viel niet
„ ligt, de paarden, zo lang de Vloot voor anker „ lag, aan den wal, en daarna, met den ver- „ eischten fpoed, wederom fcheep re brengen. „ De wind hadt nu zo lang uit den Westen ge- „ waaid, dat men te wagten hadt, dathyhaast „ naar't Oosten keeren zou, en wanneer dit „ gebeurde, moest men geen' tyd verzuimen; „ maar terftond zee kiezen, 't Stondt anders te „ dugten, dat de Oosten wind, eenige dagen „ agtereen ftyf doorwaaijende, den ftroom zou „ doen bevriezen, en dentogt, voor den gant- „ fchen Winter, beletten." En deeze redenen waren gewigtig genoeg, om tot het vertrek der gantfche Vloot te doen befluiten. In 't eerst, poogde men, volgens het voorig befluit van in 't Noorden te landen, Noordwaards aan te zei* len; doch Van Esch, die den Prins aan boord hadt, bleef, onvoorzigtiglyk en tegen last, een ty te lang leggen; waarna het wenden van den wind den togt naar 't Noorden onmogelyk maakte. Doch zyne Hoogheid heeft, nader- hand, aan deeze onvoorzigtigheid, 't gelukken •van den aanflag toegefchreeven; die, dagt hy, verbrod zou geweest zyn, zo men in't Noorden geland hadt (a)', alzo , gelyk wy terftond zien zullen, Koning Jakob een deel zyns Legers der- waards hadt doen trekken, om den Prinfe tegen te ftaan. De wind blies zo ftyf uit den Oosten, dat 'er, des anderen daags, tegen den middag, een teken gegeven werdt, om Westwaards te wen- den. De zelfde Oosten-wind belette der Koningk- lykeVloote, die in Gunfleet voor anker lag, het uit-
f-a~) N. Witspn Ityzonder Vctbatl der Ambasftd. van 1689.
/". 188. oii. 3. MS. |
||||
473 VADERLANDSCHE LX.Bo«;
|
|||||
1Ö88. uitloopen. Op den dertienden, zeilde de Vloot
-------der Staaten het Kanaal in, en voorby de Engel- komt in 't fche. Tusfchen Douvres en Calais, hieldt zyne Kanaal, Hoogheid Krygsraad, en de Historiefchryver t>e Rapin Thoyras , die zelf op de Vloote was, roemt zeer hetverrukkelykgezigt, welk een ge- tal van vyf- of zeshonderd fchepen gaf, in deeze enge zee ( b ). Men beiloot, hier, in Torbai, de beste haven in Engeland om Ruitery teont- fcheepen, en gelegen aan de Zuidwest-kust van 'tRyk, aan land te treeden. De Prins zou gaar- ne, den volgenden dag, zyndedendag, waarop hy gebooren en getrouwd was, aan land getre- den zyn , meenende hy, dat het Krygsvolk, hierin, een gunftig voorteken vinden, en fter- ker tot zynen dienst aangemoedigd worden zou. Doch de Engelfchen oordeelden, dat men, op den vyftienden, den dag derontdekkingevan't Buspoeder-verraad, behoorde te landen. Ook viel 't zo uit. Op den veertienden, zeilde de Vloot voorby 't Eiland Wight. De Prins nam toen den voortogt, met zyn Fregat, Menhadt voor, een gedeelte van 't volk, te Torbai;, een ge- deelte, te Dartmouth, wat verder westwaards gelegen, aan land te zetten. Doch 't geweld van den wind, of een misflag der Engelfche Lootslui- den bragt tewege, datde Vloot, den gantfchen raakt naS£ door gezeüd hebbende, zig, met het aan- Torbai, breeken van den dag , bevondn voorby Torbai daar men en Darmouth. De wind was toen wel zo fterk dagt te njet. joch vvaaide nog uit den Oosten, zo dat Toorby' men Seenen anderen ftaat maakte, dan om Ply-
mouth, of veelligt wel Falmouth, of eenige an- dere onbekwaame plaats om te landen, te zul- len CO Rapin T»m. X. f u7'
|
|||||
LX.Büek. HISTORIE.
|
|||||||
4"9
|
|||||||
len moeten inlopen. Doch Plymouth ftondt in i«8».
bewaaring van den Graave van Bath, vanwien nog getwyfeld werdt, of'hy 'sPrinfenzydewel
kiezen zou. De Vloot bevondt zig, derhalve, in Verleg merkelyk gevaar. Rusfel kwam, met groote ver- gei'^aii haasdheid, by Doktor Burnet, dien de Prins vk>ofe. voor Kapellaan medegenomen hadt, hem ver- maanende tot bidden, alzo alles verlooren was. Doch kort hierna ging de wind leggen. Vervol De wind gens, zwaaide hy, gelukkiglyk, naar 't Zuiden, y^£*S en voerde de Vloot, in vier uurentyds, behou- vioot in den in de haven van ïorbai, daar'tgantfcheLe- Totbai. ger, nog voor den nagt, die niet koud was, ont- t fcheept werdt (c). Zyne Hoogheid en de Maar- '£ ^8'* fchalk van Schomberg hadden zodra geen'voet worjc aan land gezet, ofzy bedienden zig van de paar- om- den , die de Landflreek uitleverde, en zagen de fcheept, Legerplaats uit, voor't voetvolk. Burnet ver- voegde zig, zo haast mogelyk, by den Prinfe, die, toen vrolyker dan naar gewoonte, hem vraagde „ of hy nu nog de Predestinatie niet „ gelooven zou?" waarop de Doftor hernam, „ dat hy altoos zou gedenken aan de Godde- „ lyke voorzienigheid, die, in deeze gelegen- „ heid , zo blykbaar over hen geweest was." Des anderendaags , werden de paarden ont- Ook J« fcheept, op eene zeer bekwaame plaats, even paarden, beneden het Dorp Broxholm, daar't ftrand goed was, en de dieren maar omtrent twintig roeden verre behoefden te zwemmen. Het Leger trok Het te* toen, teiltond, op naarExeter, met regenagtig ger tre{£(: weder endoor ongemakkelyke wegen, 't Was, Exewu des morgens , dood ftil geweest, 't welk het ontfcheepen der paarden zeer bevorderd hadt. Doch
<f) Misfiye van dm Arab. VAM Otters vtn ^ N«y. ió8!J, HS%
|
|||||||
4?>o VADERLANDSCHE LX. Boek.
H688. Doch met den middag, ftak 'er een hevige dorm
moeilyk maakte, maar, van eenen anderen kant, *sKoningsveel toebragt, tot beveiliging der Vloote. De Vloot Koning, iet vernomen hebbende van 'sPrinfen kan, door toeleg om in 't Noorden van Engeland te lan- wtad die ^en' ka(ft een groot deel zyns Legers derwaards des Prin- doen trekken, en ftelde, toen hy vernam, dat fen niet zyne Hoogheid westwaards gezeild was, zyne tgterhaa- eenigfte hoop op de Vloot onder den Graave van Dartmouth, dien hy vertrouwde, dat'sPrin- fen fchepen aantasten , en hem de landing be- letten zou. Doch wy hebben gezien , hoe 'sKonings Vloot, door tegenwind, inGunJleet opgehouden zynde, den Prins metdezynehadt moeten laaten voorby zeilen. Nu was Dart- mouth , met den zelfden wind, die den Prins naar Torbai gevoerd hadt, uitgeloopen, en tot aan Wight genaderd, op den zelfden tyd, als de Prins optrok naa Exeter. Doch de Westelyke ftorm, die toen opftak, verhinderde Dartmouth, in 't voortzetten der reize. Hy deedtzynbest, om, tegen den wind op, voort te komen: maar zyne Vloot leedt zo veel, in deezenftorm, dat zy, na eenige dagen, in Portsmouth moest in- loopen, en buiten ftaat bevonden werdt, om dit jaar meer dienst te doen ( d). XXT. De Prins toefde te Exeter tien dagen, met 's Koning» Zyn Leger; terwyl zig, van dag tot dag, eenige Leger Engelfche Heeren by hem voegden. De Koning Salisbury.nadt •> zo dra hy tyding kreeg van'sPrinfen lan- ding in Torbai, zyn Leger, uit meer dan der- tigduizend man beftaande, doen trekken naar Salisbury, van waar hy eenige manfchap af- zonde ^ O'; Bumst f'ul.l. />.?ï7-7yo. RanN Tem. X. ƒ>.!*;, ia8<
|
||||
LX. Boek. HISTORIE. /ßi
|
|||||
zondt naar Portsmouth. Zyne Hoogheid brak, je;».
eerlang,van Exeter op, den weg inüaandenaar-------
Salisbury. De Engelfche Grooten, die zig by
hem bevonden, hadden, ondertusfchen, een Verbond opgefteld en getekend,waarbyzy den Prinfe beloofden by te ftaan. Het werdt, ter- ftond hierna, wyd en zyd verfpreid, en door veelen getekend. Terwyl 's Prinfen Leger op weg was naar Salisbury, kwamen 'er, van tyd tot tyd, eenigè Overiten en foldaaten uit 's Ko- nings Leger tot hem over. Ook namen eenige Grooten, in verfcheiden' Gewesten des Ryks, de wapenen op, ten zynen behoeve. De Koning, Hy zelf f op den negenentwintigften van Slagtmaand, in iu?ge- perfoon, te Salisbury gekomen, vernam, met y **■ de uiterfte verbaasdheid, uit den Graave van Fe- versham , die 't Leger geboodt, dat verfcheiden' der voornaamfte Krygsbevelhebberen weiger- den hem te dienen, tegen den Prinfe van Oran- je. Des anderendaags, verlieten de Heer Joan Eenigen Churchill, die naderhand Hertog van Marlbo- zy.n,er,b*- rough werdt, en verfcheiden' andere luiden van J*11' naame's Konings zyde. De Koning, niet wee- foldaaten. tende, op wien hy zig langer verlaaten zou, gaan o- keerde toen te rug naar Londen. Hier, vernam ^er toe hy, dat Prins George van Deenemarke, zyn p*Jj,fee Schoonzoon, de Hertog van Ormond en ande- ook de re Grooten ook tot 's Prinfen zyde waren over- Prin» en gegaan. De Prinfes Anna zelve verliet, insge- Mnfis» lyks, het Hof, weinige dagen na haaren Ge- ^,„1^" maal. De Prins van Oranje was, midlerwyl, gekomen tot Sherborn, van zins om, of voorc te trekken naar Salisbury, of af te wyken naar Bristol, naar dat 's Konings Leger, dat nog veel Iberker was dan dat van zyne Hoogheid, zig XV. Deel. Hh zo*l |
|||||
482 VADERLANDSCHE LX. Bo8»;
|
|||||
xtss. zou gedraagen. Men boodfchapte, ten deezen
•-------tyde, den Maarfehalk van Schomberg, dat de
Koning in aantogt was, om den Prinfe flag te
leveren: waarop hy koeltjes antwoordde, in- dien "'t ons gelegen komt. Hieruit werdt afgeno- men , dat zyne Hoogheid voorhadt te wagten op 't verloopen van 'sKonings Leger, waarvan *t Ko- hy zig genoegzaam verzekerd hieldt. Maar op ning« de tyding, dat de Koning naar Londen gekeerd, wvkT en *' ^e&er naar &eacung geweeken was, trok De Prins nv voort, tot aan Salisbury. Ondertusfchen, komt te hadt de bevelhebber van Portsmouth, de Graaf Stiisbu- van Bath, zig ook voor den Prinfe verklaard, ry* en de Vloot, die zyne Hoogheid hadt overge- voerd, in de Haven ontvangen, daar zy veilig overwinteren kon. Gebeele Steden en Gewes- ten verklaarden zig, eerlang, voor een vry en wettig Parlement, volgens de meening van zy- ne Hoogheid, inzyn Manifest uitgedrukt. De Koning, niet weetende werwaards hy zig wen- den zou ,befloot, eindelyk, ook,een Parlement te vergaderen, en met den Prinfe in onderhan- deling te treeden: 't welk hy, te vooren, met verontwaardiging, van de hand geweezen hadt Ce). Omtrent deezen tyd, vervoegde zig by den Prinfe de Ambasfadeur van Otters, die, na dat 's Lands Vloot uitgeloopen was, eene geheele maand, in huis hadt moeten zitten, zonder dat hem iemant byna hadt durven be- zoeken (ƒ). De Koning was ten hoogften op hem verftoord, om dat hy hem, tot op 't laat- ftetoe, verzekerd hadt van de genegenheid der Staa-
ft O Misfive vanden Atr.b. van Citteus vanx% Oft. i«88. BfS> (f) Misleen van <<''< Awbssf. VAN GlTTEKi run il OM. |J if«yL iöSÏj èiSS.
|
|||||
LX. Boek: HISTORIE. 483
Staaten en des Prinfen van Oranje voor zyne i68Ö.
Majesteit (g). Zyne Hoogheid was reeds op------>
weg naar Londen, toen'sKoningsGemagtigden De Ko«
hem bekend maakten, dat zyne Majesteit een "lr,£ Parlement beroepen,en met den Prinfe de mid- ^ec neH! delen beraamen wilde,, om de Vryheid van het jn on- zelve te verzekeren. De Prins floeg hun voor, dcrhan- „ dat men de Papisten ontwapenen , en van delin8» „ hunne ampten verlaaten moest; dat men de „ Afkondigingen tegen zynen Perfoon moest >, intrekken; dat de Tour in bewaaring van den „ Lord Major gefield moest worden; dat, zo ,, zijne Majesteit te Londen blyven wilde, ter- „ wyl het Parlement gehouden werdt, de Prins „ aldaar ook zou mogen blyven, met eene e- „ ven fterke Lyfwagt; dat zy, anders, op eenen „ gelyken afftand van Londen, zouden moeten „ toeven: van welke Stad, de beide Legers zig ,,, ook, tot op dertig Engelfche mylen, zouden „ moeten afhouden; dat men gèene vreemde „ troepen in 't Ryk zou doen komen;" en eenigé diergelyke punten, welken de Koning Zelf zo ïedelyk vondt, dat hy niet nalaaten kon, tö bekennen, dat hy ze zo gematigd niet verwagt hadt. 't Scheen, derhalve, dat men tot een ver- gelyk Zou gekomen zym De Koning verfchoof zyn befluit, flegts eenen dag. Doch des nagts, Üet hy zig, door zyne Roomfche Raadsluiden, en door de Koninginne, beweegen, om 't Ryk te verlaaten j en naar Fränkryk te wykem De De Ko- Koningin nam, nevens den Prinfe van Walles, Wngin dereisaan j tusfchen den negentienden en twin- p^!V",lU CO Ni W.-TSEN Byfónder Verbaal der Ambasfedc mn 1Ö89,
fi ió. «/. 1, f, 18. es/. 3. MS. Hh %
|
||||
484 VADERLANDSCHE LX. Boek;
i<588. tigften van Wintermaand (/£). De Koning
-------volgde haar, den volgenden nagt. Hytradtte
De Ko- Whitehall, vermomd, in eenfchuit, van drie
llinS perfoonen verzeld, fmeet, in 't overvaaren van lulc den Theems, 't Groot Zegel in den ftroom, en begaf zig, terftond, naar den zeekant, by Fe- versham, daar een Visfchers pink gereed lag, om hem, of naar Frankryk, of aan boord van een Fregat, welk derwaards zeilreede lag, te voeren (*')• XXIL Men kreeg, te Londen, zo dra geen kennis Men no- van 'sKonings vlugt, of eenige Heeren, Gees- digt den teiyken en Weereldlyken, ten getale van om- Oranie"1 trent derti§' nevens de Wethouders van Lon- uaar den, vergaderd zynde, beiïooten de zyde des Londen. Prinfen van Oranje te kiezen, en hem, hiervan, op ftaande voet, kennis te geeven. Ten zelfden tyde, werdt hy, door den Raad der Stad Londen, derwaards genodigd. De Graaf van Fevershamhadt,ondertusfchen, op 'sKonings last, het Leger afgedankt, welk zig, terftond, verfpreidde; doch door den Prinfe van Oranje en door de Heeren, die te Londen zaten, zo veel hun mogelyk ware, byeen gehouden werdt. OndertUvSfchen, was de Koning, dien men hieldt reeds buiten 'tRyk tezyn, door eenige Vis- fchers van Feversham, ontdekt in de pink, voor eenen Priester of Jefuit aangezien, en zeer on- waardiglyk gehandeld (T), tot dat de Konftabel der Plaatfe hem bekend maakte. De Graaf van Win-
(ft) MisfivejvwAnAmb. vanCitters van J| Dcc. I<58«. B/S.
(O Buiinet Fol. I. p. 790-796. RnviN Tom. X. p. 128-143, (f) N. Witskn Byzondcr Verbnal der Ambasfade van ifigg«
ĥ 13 col. 3. f. 14. col. 1-4. BIS. See alfo N. Tindal ContininJi oftUtmFul. I. lor. XVI.J Intrek p. LXXXV1IJ. Not. CO, |
||||
LX. Boek. HISTORIE. 485
|
|||||||||||
Winchdfea haalde hem, daarna, over, om we- i<$88.
der te keeren naar Londen, daar hy, den zes---------■
entwintigften, te rug kwam, en onder 't luiden De Ko-
der klokken met groote toejuichingen van 't ge- jjjjjj»t meen ontvangen werdt(7). De Prins, reeds op aldaar weg naar Londen, zondt, toen hem berigt te rug. werdt, dat zyne Majesteit derwaards weder- gekeerd was, hem drie Heeren toe, om hem te bidden, dat hy zig naar Ham, een Landhuis derGraavinnevanLauderdale, begeeven wilde. Ten zelfden tyde, deedt hy een Kegement naar De Prins Londen trekken, welk zig van de Paleizen van "«»'»z'g S. James en Whitehall meester maakte. De Ko- jj^wjjfc ning, die zig te Whitehall bevondt, bleef, den tehall en volgenden nagt, in de magtvan't Krygsvolk des S. James. Prinfen. Ten een uur na middernagt, kwamen de drie Heeren te Whitehall, en deeden hun- nen voorflag aan den Koning (ni); die, alleen- lyk kwalyk neemende dat men hem gewekt hadt («), verklaarde, dat hy liever naar Rochester dan naar Ham begeerde te vertrekken: waarin de Prins, die reeds te Windfor gekomen was, nog dien zelfden nagt, bewilligde. Op den agt- De Ko- entwintigften van Wintermaand, vertrok de "ing Koning naar Rochester, en- dien zelfden dag ^5^' kwam de Prins van Oranje te Londen, zynen b^^ * intrek neemende in 't Paleis van S. James. De Frank. Koning vertoefde te Rochester ilegts tot den 'yk. tweeden van Louwmaand desjaars 1689, wan- neer hy,des nagts tusfehen drie en vier uuren, uit zyne flaapkamer floop, te paard fteeg, en, wederom van niet meer dan drieperfoonenver- zeld,
|
|||||||||||
l
|
/) N. Witsün nyzondcr Verbaal, /. 17. col. 1. MS
m ) Misfive van den Aiub. van Otters van •' Dec. 1688. MS. |
||||||||||
0O N. WiTSENRyzond. Verbaal,/.4.c. 1,2,3./. «.c. 4, MS.
Hh 3
|
|||||||||||
4&S VADERLAND5CHE LX. Boek,
ï688, zeld naarden zeekant reedt (o), daar hy in een
■ klein Fregat flapte, welk hem, gelukkiglyk, naai- de Haven van Ambleteufe voerde: vanwaar hy a
den zevenden, te S. Gevmain aankwam. Hy hadt, by zyn vertrek van Rochester, een eigenhandig gefchriftop de tafel gelaaten, waarin hy verklaar-«. de, tot wyken bewoogen geworden te zyn, door- dien de Prins van Oranje toeleide op zyne vryheidl (jb). Ook was 't waar, dat zyne Hoogheid eerst lastgegeeven hadt om hem te bewaaren. Doch. daarna liet hy, door den Heere Schaap, bood- fchappen, dat men zyn vertrek wel oogluikende gedoogen mögt. Midlerwyl, hadt Koning Jakob3 door de derde en vierde hand, doen onderftaan3 wat men met hem voorhadt. Men berigtte hem , fchoon'er niets aan was, dat zyne Hoogheid vier Regtershadtaangefteld. En men wil, dat hem , die zig te binnen bragt wat zynen Vader overge- komen ware, hierop, zulk een angst aanging, dat hybefloothetRyk te verlaaten (#). XXIII. Ondertusfchen, hadt men, in de Vereenigd© I)e ICo- Gewesten, de behouden* overkomst van zyne p1"^.va" Hoogheid en den voorfpoedigen voortgang zy- ver- y "er onderneeminge, met veel genoegen, ver- klaart ftaan. Doch de vreugde, die kleinen en groo- denStaa« ten gevoelden, verminderde niet weinig, op de oorlo»™ tydinê' ^e men' ten Meezen ty^e, «« Franke
' °k* ryk, ontving. De Koning hadt, wederom, ge-
lyk in 't voorjaar, bellag gelegd op alle deiche-
pen: doch hy deedt nu, daarenboven, het
Boots-
85 Dsc irt88^
f o") Misfive van den Am^asf. van Citters van ■—.-------------■ US. 5 3<m ■*%>
( p~) UimNET Val. I. p-. 796-S02, fto.i. R.apin Turn. X. p. i^6i
151. Holl. M«rc. vttn tfiSS. lil. ii»-m;
(.j) N. WixsEN Bjzotidtl Verbaal, ƒ. 19. cal. 4. MS, . , |
||||
LX-Boek. HISTORIE. 487
Bootsvolkinde gevangenis fmyten. Ook zondt t6Cg,
hy verfcheiden' Kaapers van Duinkerken en el- ------
dcrs in zee (r). Met het begin van Wintermaand,
deedt hy, dpor eenig Krygsvolk, omtrent tien Dorpen in deMeieryevan 's Hertogenbosch in den brand fteeken. Hierop volgde cene Oorlogs- verklaring aan de Staaten, die den zesentwintig- ften van Slagtmaand getekend was.DA.vaux hadt den Koning, zynen Meester, al federt eenigen tyd, fterkaangezetj om de Staaten te beoorloo- gen (V). Maar't was, tot nu toe, uitgefteld. Doch *t verkenen van onderftand tot den inval in En- geland vverdt, dat vreemd fcheen, niet gerekend, onder de beweegredenen tot deeze Oorlogs- verklaaring. De Koningzeide, alleenlyk „hoe j, hy; gehoopt hebbende, dat de algemeene „ Staaten der Vereenigde Gewesten, die zo „ veel drift getoond hadden, om het twintig- *w jaarig Beftand te doen fluiten , geen' minder ,, yver zouden getoond hebben, om het te „ handhaaven; daarentegen, vernomen hadt, „ dat zy buitengewoone wervingen deeden, 5, en met eenige Duitfche Vorften aanfpanden, „ om den Kardinaal van Furftemberg te ver- „ fteeken van het Keurvorftendom van Keu- „ len. Dat hy gezogt hadt hen hiervan af te „ mannen, door zynen Ambasfadeur, denGraa- „ ved'Avaux; doch dat zy, federt, hun Leger „ onder den Vorst van Waldek hadden gevoegd „ by dat dier Vorften, welken zig verbonden 9, hadden tegen den Kardinaal. Dat zulks zy- s, ne Majesteit hadt doen beiluiten, om den „ voor-
(r) Neprcist. äu Comte n'Av/ax, 7"*«». VI,p. $lfi, 330, &I.
( i) Ncjjoaat. äu Comte ii'avaux, Tom. Vbf 1232,2741378. Hh 4
|
||||
488 VADERLANDSCHE LX. Boek;
„ voornoemdenStaaten den oorlog te verklaaren,
„ te water en te lande, en allen handel met dezel- „ ven te verbieden (V)." De Koning van Frank- rykdeedt, terlloiid na 't afkondigen deezerOor- logsverklaaringe, den Ambasfadeur van Starren- berg bewaaren, dooreenen Edelman. De Graaf d'Avaux, wien men vrygeleide geweigerd hadt, ten ware zulks ook aan den Heere van Starren- berg werdt bezorgd (V), werdt, hierop, ook onderbewaaringe gefield van den Kapitein Wolf- fen, en weinige dagen daarna, naar de grenzen der Spaanfche Nederlanden, uitgeleid. De Heer van Starrenberg kwam toen ook terug (V). Doch eer wyverhaalen, wat op deeze Oorlogsverklaaring gevolgd zy, moeten wy nog eens naar Engeland keeren, en den verderen uitflag van 's Prinfen onderneeming, beknoptelyk, ontvouwen. De Prins, zyne openlyke intrede in Londen
gedaan hebbende op den negenentwintigften van Wintermaand, ontboodt, twee dagen laa- ter, dcPfl/nofGrooten, die zig in deeze Stad bevonden, by zig, hun vennaanende te raad- pleegen op de beste middelen, om een vry Par- lement famen te roepen. Deezen, oordeelende, dat hun, na dat de Koning 't Ryk verlaaten hadt, 't bewind der Regeeringe toekwam, baden, na eenig beraad, den Prinfe, dat hy 't op zig nee^ men, en eene Conventie of Samenkomst belchry- ven wilde. Met deezen naam, hadt men, ten tyde der herftellinge van Karel den II, be- noemd een Parlement, welk, niet op de gewoon- iy-
(O Refol. Holl. 7#«- t638. U. 639. Pbieztlv Mont Corps
Diplom. Tom. VU. P. il- p- 212. Holl. Mcrc. van ifiSS.W. 196c C«) Rcfbl. Holl. 7. «° Dec. i6«a. il. 640, 649, Cv) Holl, Merc. yen 1ÖB8. l/l. 198. |
||||||||
1688.
|
||||||||
XXIV.
DeGroo- ten en
Lcd:n der laat- fte Parle- menten verzoe- ken , dat de Prins cene Conventie
befchry- ve. |
||||||||
IXBoek. HISTORIE.
|
|||||||
4851
|
|||||||
lyke wyze, noch door eenen Koning, byeen ge- ,53^;
roepen was. Zyne Hoogheid ontboodt, hierop, ■ ». zo veele Leden der drie laatfte Parlementen, als 'er te vinden waren; die hem het zelfde ver- zoek deeden. De Prins begeerde tyd van be- raad tot 's anderendaags, zynde den zevenden van Louwmaand des jaars 1689, en nam toen aan,de Conventie te zullen befchryven, Ter- ftond hierna, zondt hy den Ambasfadeur van Frankryk, die, onlangs, orn zig voor's volks woede te beveiligen, geld te grabbelen geimee- ten, en openlyk op 's Prinfen gezondheid ge- dronken hadt (w), een bevel, om 't Ryk, bin- nen vierentwintig uuren, te ruimen. Ook be- vestigde hy alle de Amptenaars, de Papisten uitgezonderd, tot op de Vergadering der Con- ventie, die, tegen den eerften van Sprokkel- maand ouden, dat is, den elfden nieuwen Styl, vastgefteld was. Üp den negenden van Louw- maand , zynde een' Zondag, woonde de Prins den dienst by, in de Kapeile van S. James, en ontving 'er 't Avondmaal, uit handen van der. Bisfchop van S. Afaph, naar de wyze der En- gelfche Kerke. Midlerwyl, gefchiedde de ver- kiezing van de Leden der Conventie, met alle bedenkelyke vryheid, zonder dat de Prins zig eenige moeite gaf, om den een' voor den an- deren te doen benoemen. Zelfs hadt hy belast, dat het Krygsvolk zig houden moest, op zeke- ren afftand van de Plaatfen,daar de Verkiezin- gen gefchiedden. De Conventie, vroeger dan De Con- men verwagt hadt, te weeten, op den tweeden ventie van Sprokkelmaand, byeengekomen zynde , komt fa' ver-
(«0 N. Witsen liyzonder Verbaal der Ambasfade wj,l6Jj|.
'f. Il, col, 3. MS, Hh 5
|
|||||||
fr
i
|
||||||
490 VADERLANDSCHE LX.Boejt;
vermaande de Prins haar, in eenen brief (y), om
den Godsdienst, de Wetten en de Vryheaen des volks te vestigen, oponwrikbaaregronden. Ook vind ik, elders, gemeld, dat men, aan de deur der Vergaderplaatfe, gedrukte briefjes uitreikte „ om den Leden in te boezemen, wat men gaar- ne geftemd hadt (z). Beide de Kamers befloo- ten, inde eerfte plaats, den Prins te bedanken., voor den gewigtigendienst, dienhy 't volk, tot hiertoe, gedaan hadt. Voorts, bevalen zy, ee- nen plegtigen dankdag te houden, voor de ver- worven'verlosfing, en, in de Kerken, met naa- Koning me,voorden Prinfe van Oranje te bidden. Ko- jakob ning Jakob, voorziende'tgene'er gebeuren zou, Vr aan', fchreefaan zyne Raaden, die te Londen geblee- ven waren, dat hy van zins was, in 't kort, te rug te keerenin'tllyk, en eenvry Parlementte beroepen. Kort hierop, zondt hy ook brieven aan de beide Kamers der Conventie, waarin hy eene algemeene Vergiffenis beloofde, zelfs aan zulken, die hem verraaden hadden, eenige weinigen uit- gezonderd. Doch men weigerde deeze brieven te openen: 't welk den Koningsgezinden zeer hard fcheen (V). XXV. 't Leedt niet lang, of de Kamer der Gemeen- De Ge- ten ftemde „ dat Koning Jakob, hebbende ge- »eenien n tragt (je gefteldheid des Koningkryks om te ftemmen ^ keeren, door het krenken des Oorfprongkely- rinV'ja-0 « kenFérdragstwfchen den Koning en 't Volk; kot» van „ en op den raad van Jezuiten en andere kwaad- 'tRykaf- M aartige luiden, de grondwetten van den Staat Pb?»" " geschonden hebbende, en uit hetRykzynde ■>■> g1**
Cy~) Zit denzelven in de Hall. Merc. van lfi8o. tl. »..
(.z) N. Witsch Byzandet Verhul, f. 15. co(. 3. MS» {_«) Rai'IN Tom. A. p, Ij4-i£7> «5S".ÖI. |
||||||
LX. Boek. HISTORIE. 49t
|
|||||
„ geweeken; de Regeering afgeßaan hadt, 168$,
,, waardoor de Troon open gevallen was." Op oen volgenden dag, ftemde ae zelfde Kamer, de, da „ dat de ondervinding geleerd hadt, dat een ^oon „ Protestantsch Koningkryk niet kon geregeerd ftondt. „ worden, door een' Paapfch' Koning." Beide Twist deeze ftemmingen of Befhiiten werden aan de hierover Kamer der Heeren gezonden, om bevestigd un^ernde te worden. Doch hier waren de gevoelens gantschniet eenpaarig. Men kon niet toeftaan, dat de Troon open ftondt. Doch wanneer men dit al eens onderftelde; wilde n.en onderzoe- ken , of menze behoorde te vullen met een* Regent, of met een' anderen Koning. Lang ert hevig werdt, hierover, getwist, tot dat, eindeïyk, met eenenvyftig tegen negenenveertig ftemmen , overgehaald werdt, dat men, toegegeven zyn- de, dat de Troon open ftondt, geen' Regent, maar een' Koning behoorde aan te ftellen (£), Doch of de Troon open ftondt, werdt, in dee- ze zelfde Kamer, wel ernftelyk in twyfel ge- trokken. Zelfs, werdt de zin van de. befluiten dar andere Kamer, naauwkeuriglyk, uitgepluist. Eerst, onderzogt men, of 'er een Oorfprongkelyk Verdrag ware, tusfchen den Koningen het Volk: 't welk met drie - envyftig tegen zesenveertig ftemmen bevestigd werdt. Daarna, handelde men over het woord * afgeßaan, welk men * aldica- meende, eenen vrywilh'gen af/land te können -be- * tekenen, waarom het verworpen, en het woord ■fverlaaten, in de plaats, gefteld werdt. Einde \defertcd. lyk, werdt onderzogt, of de Troon open ftondt. En men oordeelde, met eene meerderheid van gif ftemmen, van men, om dat, volgens de Wet- ten Oj BuRnbt Vul. I. p. 8ot;-8l5«
|
|||||
4?2 VADERLANDSCHE LX. Boek.
|
|||||
1689. ten, de Koning nimmer ftierf, dat is te zeggen,
viel op zynen naasten erfgenaam. Jf enigen floe-
gen, hierop, voor, dat, naardien Koning Jakob, in eenen burgerlyken zin, geflorven ware, men den Prins en Prinfes van Oranje voor Koning en Koningin behoorde te erkennen. Doch dee- ze voorflag werdt, met ecne meerderheid van vyfftemmen,verworpen, 'c Bleek klaarlyk, dat eenigen voorhadden, zo veele zwaarigheden te vinden in de vastitellingc der Regeeringe, dat menzig,eindelyk, in de noodzaakelykheid zou hebben zien gebragt, om Koning Jakob te rug te ontbieden, uit Frankryk. Sommigen begon- den, hierom, te fpreeken, van een Vertoog te doen aan de Kamer der Heeren, waarby men rondelyk begeeren zou, dat de Prins en Prin- fesfe van Oranje voor Koning en Koningin van Engeland werden uitgeroepen. Men ftelde zelfs zulk een Vertoog op, en deedt het tekenen, door allerlei ilag van luiden: doch de Prins van Oranje, houdende deeze wyze van doen te zeer te fmaaken naar oproerigheid, ftuitte deeze tekening, weshalve, 't Vertoog niet ingeleverd werdt (c). XXVI. De Heeren hadden nu twee verbeteringen Onder- gemaakt in 't befluit der Gemeenten, 't Woord rnUdder vtrlaatenvf3& gefield, in de plaats van het woord twee Ka- afgeflaan, en de woorden, waardoor de Troon meren, open gevallen was, waren uit het beiluit gelaa- ten. Met deeze veranderingen, werdt het te rug gezonden aan de Kamer der Gemeenten, die de gemaakte veranderingen niet goedkeurde; maar,
fc) N. WrrsRM flvzonHcr Verbaal,/. 25. col. 2, 3, ƒ. 16,
fol. 1. MS. Uapin Tom. X. p. 1O1, 162, 164, 165- |
|||||
HISTORIE.
|
|||||||||
LX. Boek.
|
|||||||||
493
|
|||||||||
maar, met tweehonderd twee - entagtig tegen r<j^
honderd eenenvyftig Hemmen, doordreef, dat
het befluit onveranderd behoorde te blyven.
De twee Kamers traden hierop in eene onder- Redenetf handeling over dit gefchil: waarin, van de zy- voor 't de der Gemeente, beweerd vverdt „dat het gevoelen „ woord afgeftaan ruimer betekenis hadt dan £eere„tên; „ het woora verlaaten, en niet tot eenen vry- „ willigen afftand bepaald moest worden, 't „ Betekende, eigeniyk, eene zaak ofperfoonlaa- „ ten vaaren o£ verwerpen, zo dat men zig dien „ niet meer aantrok: en dit kon gefchieden, „ door woorden , of door daaden. Maar 't „ woord verhaten was van eene twyfelagtige „ betekenis, en kon flaan op eene verlaating „ vooreenentyd, van iets, welk men voorhadt „ wederom te aanvaarden, 't Woord afgeflaan „ werdt wel niet in de Engelfche Wetten ge- „ vonden; maar 't woord verlauten ook niet, „ in den zin, waarin men 't nu gebruikte, 't ,, Eerfte woord drukte zelfs de meening der „ Heeren veel beter uit dan het tweede, alzo „ de Heeren toeftonden, dat Koning Jakobaf- „ ftaud gedaan hadt van de waardigheid van „ Koning, zo als dezelve, volgens de Wetten, „ behoorde bekleed te worden. En fchoon hy „ dit niet met woord of fchrift gedaan hadt; „ hy hadt het met der daad gedaan. Alle Re- „ geering of Wethouderfchap was een toever- „ trouwd ampt, en elke daad, die met dit ver- „ trouwen ftreedt, was een afftand van het „ ampt, al ging zy niet verzeld 3 met woorden, „ die zulk een' afftand te kennen gaven. De „ Troon kon ook, in eenen eigenlyken zin, j, gezeid worden open te ftaan; fchoon de Ge- „ meen-
|
|||||||||
494 VADËRLANDSCHE LX. Boek*
jt<%. jj» meenten hiermede niet beoogden, de Kroon
i3 waarlyk vervuld ware, zouden de Heeren j, zig wel van deeze reden bediend hebben, om j, zig te kanten tegen het bel)uit der Gemeen- „ ten: ook zouden ze duidelyk hebbenaange- j, weezen, in weiken Perfoon, deKoningklykë j, waardigheid, tegenwoordig, geplaatst ware. j, Dewyl ze dit niet hadden gedaan, fcheenen „ ze, itilzwygens, teerkennen, dat de Troon „ open ftondti" Redenen Van den kant der Heerén, werdt, op deeze voor't redenen, aangemerkt „dat het woord af ge- gevoelen n ßaan te veel betekende, en het woord ver- ct Hee- ^ laaten, misfchien, te weinig: dat men hier- „ om een woord uitvinden moest, welk de i, ftremming of ophouding der oefeninge van j, het regt tot de Regeeringe te kennen gaf. De 3, Gemeenten hadden geoordeeld, dat de Wet- „ ten, Vryheden en Godsdienst niet beftaan j, konden, te gelyk met eenen Paapfchen Ko- „ ningj maar men Vertrouwde, datzyalleen- -,, lyk wilden zeggen, onder de daadelyke Re- „ geering van eenen Paapfchen Koning. Men „ moest onderfcheid maaken,tusfchen het regt i, omteregeeren, en de daadelyke oefening van j, dit regt. Ziekte^ krankzinnigheid, kindsch- j, heid, en, gelyk in het tegenwoordig geval, i, een valfche Godsdienst maakten iemant on- ,, bekwaam tot de oefening van het regr; „ fchoon hy 't regt zelf niet kwyt raakte. In „ zulke gevallen, was men gewoon eenen Re- ä, gent aan te {tellen, 't Woord afgeßaan was „ twyfelagtig van zin. 't Kon zien op den af- „ ftand van het regt zelf, en op denafftandvan |
||||
IXBoek. HISTORIE. 49g
5, de oefening des regts. Men moest, hierom, tftji
„ eenander woord gebruiken. Zo, wyders, ----t
„ Koning Jakob ai mögt geagt worden afge ■
|
||||||||||||||||||
9?
95 |
flaan te hebben van de Regeeringe, en de
Troon, ten zynen opzigte, moest begreepen
|
|||||||||||||||||
„ worden o^teftaan; zo kwam dezelve zynen
„ naasten erfgenaam toe. De Gemeenten be-
„, hoorden zig, derhalve, nader te verklaaren,
„ tot hoe verre het open ftaan van den Troon
„ zig uitftrekte."
Een der Gemagtigden van de Kamer der Ge- XXVII.
meenten, hierop hebbende aangemerkt, dat Me"
<, . c *? zoekt de
deeze verklaanng eerst te pas zou komen, wan- Getaeen-
ïieer de Heeren zouden hebben toefkan, dat ten in te
de Troon open ftondt; antwoordde de Graaf wikkelen van Klarendon „dat de Heeren dit nog nietln *en „ konden toeftaan; doch dat de Gemeenten, £"g(f" „ die 't beweerden, behoorden te können aan- over de s, wyzen, aan wien de Kroon vervallen ware, wcttig- „ zozy 'tllyk niet verkieslyk wilde maaken." hejdder 't Bleek klaar genoeg, dat men de Gemeenten f« Print zogt in te wikkelen, in een onderzoek, over de re,i van * wettigheid der geboorte van den Prinfe van Waiieg.: Walles, welk, gewisfelyk, in hun nadeel, zou welk 2* uitgevallen zyn. Zy zogten 't dan, hierom, £^™y" zo ernftelyk, teontwyken, als de Heeren 'er hen toe brengen wilden. Zy merkten aan „dat niemant erfgenaam zyn kon van Koning Ja- |
||||||||||||||||||
55
|
kob , die nog leefde, en dat men, derhalve,
|
|||||||||||||||||
naar zynen naasten erfgenaam, niet zo ang-
|
||||||||||||||||||
■?■>
|
ftiglyk, behoefde te zoeken." Maar de Heeren
|
|||||||||||||||||
hernamen „dat de Gemeenten zelve Koning
„ Jakob, in eenen burgerlyken zin, dood ge- „ noemd hadden. Men moest, hierom, zy« l,, neu naasten erfgenaam wel degelyk tragten « aan-
|
||||||||||||||||||
49« VADERLANDSCHE LX. Boek:
ifiSj». „ aan te wyzen, zo men 't Ryk niet verkieslyk
-------• „ maaken wilde; waarvan de Gemeenten eg-
Howard M ter betuigden afkeerig te zyn." De Ridder
dammen ^ert Howard, eindelyk, het woord neemen- tot eene de voor de Gemeenten, zeide, onder anderen, verkie- „ dat de tegenwoordige Conventie hoog ver- eng be- ?? raad begaan zou hebben, zo men toeftondt, komen!* " ^at 'er' na ^e V*USC van Koning Jakob, een
„ erfgenaam der Kroone, met zekerheid, be- „ kend geweest ware. Doch wie kende dien „ naasten erfgenaam, met volkomen' zeker- „ heid? En zou men, terwyl hierover getwy- „ feld werdt, de Regeering laaten dry ven, op „ 't ongewis ? De Gemeenten hadden, geens- „ zins, voor, de Kroon verkieslyk te maaken; „ maar als men zig, ten opzigte van den naas- „ ten erfgenaam, in onzekerheid bevondt, „ moest, meenden ze, het heil des Volks de „ hoogfte Wet zyn. Menftondt3 wederzyds, „ toe, dat het Ryk zonder Regeeringe was. „ Men fcheen byeengekomen te zyn, om de „ Regeering te ftcllen. Zou men wederom „ fcheiden, zonderiet, inditopzigt, te hebben „ uitgevoerd? Zo zouden de zaaken verwarder „ ftaan, dan zy te vooren deeden. De Heeren „ wilden geen'voet geeven, om de Opvolging, |
|||||||||||
55
|
eenigzins, in verwarring te brengen. Goed.
|
||||||||||
Maar't vastftellen der Regeeringe was, on-
dertusfchen, de voornaamfte zaak, waaraan men arbeiden moest. En als men vastftel- de, gelyk men wederzyds gedaan hadt, dat het Kóningkryk geen' Paapfchen Koning ge- doogde , zo gaf men immers toe, dat men tot eene verkiezing komen moest, in geval, de naaste erfgenaam bevonden werdt Paapsck 9« tC
|
|||||||||||
1)
|
|||||||||||
LX. Bork. HISTORIE. 497
|
|||||||
„ te zyn. 't Volk verwagtte, derhalve, met i<$g<j.
„ reden,door de twee Kamers, gered te wor- |
|||||||
„ den, uit de tegenwoordige onzekerheid."
Men getuigt, dat deeze rede veel indruk hadt Aanmer.
op eenige Heeren. Maar de Graaf van Kla- tingen rendon merkte aan „dat, fchoon de Kamers j™fon' „ overeenkwamen,dat het Koningkryk geenen hiene* „ Paapfchen Koning gedoogde, het befluit van gen. „ eene, of zelfs van twee Kamersgeene veran- „ dering in de Wetten maaken kon." Hy deedt verder eene uitvoerige rede, waarvan het oog- merk hierop uitkwam „ dat het Hoogerhuis en „ het Laagerhuis alleenlyk twee Leden der „ Regeeringe waren, die niets wettigs konden „ doen, zonder het derde Lid, den Koning. „ Dat, den Koning afwezig zynde, men hem „ te rug roepen moest, of wagten, dat hy weder „ kwame; of liever, 's Konings naasten erfge- „ naam voor Koning erkennen. Of zo men „ niet gezind ware, eene van deeze zyden te „ kiezen, moest men of een'Regent aanflellen, „ of het Ryk laaten zonder Regeeringe." De Heeren zeiden nimmer, wien zy voor den naasten erfgenaam hielden, doch hieruit zelfs, was klaar- lyk af te neemen, dat zy 'er den Prins van Wal- les mede meenden. Want, zo zy 'er de Prinfes van Oranje voor gehouden hadden, zouden zy geene zwaarigheid gemaakt hebben» om haar te noemen. Maar de Gemeenten geheten zig, als of zy niet begreepen t wien de Heeren als den naasten erfgenaam aanmerkten. Degantfche Beiluii onderhandeling werdt beflooten, door twee kor- der on- te aanmerkingen van twee Gemagtigden der d.e'}ian* Gemeenten, hierop uitkomende „dat, fchoori- *** „ de Kroon van Engeland voor erfelyk gehou^ XV. Deel. Ii „ d$r> |
|||||||
49^ VADERLANDSCHE LX. Boek.
|
|||||
1089. ,, den wierdt, men nogtans in omfiandighedeti
■------„ komen kon, waarin de Troon als open ftaan-
„ de moest worden aangemerkt: geryk,by voor-
„ beeld, wanneer het Koningklyk geflagt ge- „ heellyk uitgeftorven ware, of wanneer men „ niet wist, wie het naaste regt hadt tot de „ opvolginge. In zulke gevallen, ftondt, zc- „ kerlyk, de Regeering aan de twee Huizen., „ het Huis der Heeren en het Huis der Gemeen- „ ten. Thans, bevondt men zig, in het laatfte „ der twee genoemde gevallen: want, zo de „ naaste erfgenaam bekend geweest ware,men ,, zou hem wel genoemd hebben. De twee „ Huizen vertoonden dan nu het gantiche Ko- „ ningkryk, en waren gehouden, te vervullen „ 't gene nog aan deRegeeringe ontbrak, door „ het benoemen van eenen opvolger. Men was „ 'twederzyds eens, dat hetRyk geen' Koning ., hadt: de Troon iïondt, derhalve, open; zo „ men wilde, ten opzigte alleen van de bezit - „ ting,en buiten benadeelingevaniemants regt „ tot de Opvolginge(d)" XXVHI. Terwyl de twee Huizen, over dit gewigtig De l'rins ftuk, in onderhandeling waren, hieldt de Prins klaart van Oranje z*e afgezonderd, in het Paleis van jia taug S. James, zonder zig tegen iemant te openen, ïtiizwy- De Leden der Conventie waren verwonderd, gen, zy dat niemant hen, van 'sPrinfen wege, kwam "fiis'cT fpreeken. Doch zyne Hoogheid wilde de vry- ver't ftük heid der raadpleegingen niet ftooren (e). Einde- der Re- lyk, bedugt, zo Burnet wil, dat men, uit zyn geeriiige, ftilzwygen, mögt afneemen, dat hy fchrikte voor den last der Koningklyke Regeeringe, ont- boodt
(<*) Ech. Vol. III. Hoek, III. Ch. V. p. H48. Rapin Tem. X.
p. »fx5-i88. 4«) N. WiTSBNDjzonilcr Verb»St, ƒ» »64 e. }. /. »\ t% 1, M$x |
|||||
LX. Boek. HISTORIE. 49$
boodt by eerst den Heer van Dykveld (ƒ), en,
naar'tfchynt, door deezen, den Markgraaf van Halifax, de Graaven van Danby en Shrewsbury, en eenige andere Heeren by zig, en zeide hun, „ dat hy lang gezweegen hadt, uit vreeze van ,, iet te zeggen, ofte doen, welk hinderlyk fchy- „ nenmogtaande vryheid der raadpleegingen, „ over eene zaak van zo veel aangelegenheid; „ hebbende hy vastgefteld,geen' (lapte doen, „ om iemant te winnen, noch door beloften, „ noch door bedreigingen. Hy wist, ging hy „, voort, dat eenigen van meening waren, om'e „ bewind te ftellen in handen van eenen Re- „ gent. Hy hadt 'er niets tegen; zo men dit voor „ het beste middel hieldt, om de gemeene rust 5, in zekerheid te ftellen. Maar hy vondtgeraa- „ den, hun te verklaaren, dat hy deeze Regent „ niet zyn wilde. Zo men van deeze gedagten „ bleeve, moest men 't oog op eenen anderen „ wenden. Hy kende de gevolgen van een Re- „ gentfehap, en zou 't zig nimmer laaten op« „ leggen. Anderen wilden dePrinfes,zyne Ge- „ maalin, alleen op den troon ftellen, invoega „ dat hy niet regeeren zou, dan volgens haar w welgevallen. Niemant hadt meer agting voor „ de Prinfesfe, dan hy. Maar hybevondt zig te „ zyn van zulk eene gefteldheid, dat hy niet „ zou können befluiten,omdeKroon verfchul- v digd te zyn aan eene Vrouwe. Zelf$ vondt hy „ niet redelyk, dat men hem eenig deel aan 'c „ bewind gave, zo hy 'er niet, voor zyn ganr- „ fche leeven, mede bekleed werdt. Verftondt ., men 't egter anders; hy zou 'er zig niet tegen „ kan-
(/)N. WIX5W By«?H{|f*Verb-nl,f, U,*z.4-f.2}.e.i,4-iIS*
Il S |
||||
Soo VADERLANDSCHE LX. Boek:
|
|||||
1689. » kanten; maar naar Holland te rug keeren;
------- „ zonder zig verder te moeijen met hunne zaak.
„ Wat anderen ook denken mogten van de Ko-
„ ningklyke waardigheid, hy zag ze aan voor ee- „ nezaak, diehyligtelyk ontbeeren, en zonder „ welke hy zeer vergenoegd lee ven kon; doch „ hy zou niet können befluiten, om ze te aan- „ vaarden, als hy ze, flegts geduurende eensan- „ ders leeven, zou können bezitten. Nogtans, „ ftondt hy toe, dat de nakomelingfchap der „ Prinfesfe vanDeenemarke den nakomelingen, „ welken hy, uit eene andere Vrouwe, na de „ Prinfes, zyne Gemaalin, verwekken mögt, be- „ hoorde te worden voorgetrokken." Alditzei- de de Prins, op zulk eene koele wyze, dat hy geen belang altoos fcheen te ftellen, in 't gene 'er op beflooten mögt worden: 't welk fommigen, ge- woon, fchryft Burnet.dc geestgefteldheid van an- deren af te meeten naar hunne eigene, egter voor loutere konst en veinzery aanzagen (g). Voor- De duidelyke verklaaring des Prinfen van O- flag, om ranje maakte een einde van den twist, in't Huis onder- ^er Heeren. Eenigen floegen alleenlyk nog voor, doen 'op dat men ^e wettigheid der geboorte van den de ge- Prinfe van Walles behoorde te onderzoeken, boorte Doch deeze voorflagwerdt verworpen, om dat des Prin- ^ie Prins, naar Frankryk gevoerd zynde, in den Walles? Paapfchen Godsdienst, zou opgetrokken wor- Verwo'r- den: ook, om dat men niet weeten kon, of 't het rei»- zelfde kind nog wel ware, zynde, daarenboven, allen, die men onderftellen moest kennis te heb- ben, of van de waarheid of bedrieglykheid der geboorte, ook vertrokken uit het Koningkryk ; buiten welk,het niet betaamelyknoch mogelyk wa-
(g~) BURNST VüU I. />. 820, 621.
|
|||||
LX.Boek. HISTORIE. 501
|
|||||
ware, dezelven op te zoeken (p). Sommigen wil- n%;
len, dat eenige Heeren, door eene al te gefleepen' ——■ Staatkunde, niet ongaarne zagen, dat men't regt van den Prinfe van Walles onbeilist liete,om hier- door de volgende Koningen in toom te houden, zo zy't gedrag van Koning Jakob mogten willen navolgen (f). Hierna, bewilligde men, na veel De H«. twistens,in de Kamer der Heeren, met eene meer-ren ftem" derheid van drie ftemmen(T), in het befluitder jj^Q™" Gemeenten, en verklaarde „dat Koning Jakob meenten, „van de Regeeringe afgeftaan hadt, en dat de „Troon hierdoor opengevallen was." Toen tradt Sommi- men tot het raadpleegen, over de wyze, op welke p" "ril* men den openftaanden Troon behoorde te vullen. prins ^an Halifax floeg voor, om den Prins van Oranje al- Oranje leen tot Koning te verkiezen, midsde twee Prin- alleen fesfen,DogtersvanKoningJakob,hemopvolgden. °p den Maar niemant anders verklaarde zig, voordeeze (teilen, meening (7). De Heer Bentink deedt egter, zo Burnet fchryft, en ik ook elders aangeweezen vind (jn), zyn best, om ze hier en daar, door rede- nen, te fterken. Hybeweerde „dat het natuur- ,, lykst ware, dat de opperfte magt geplaatst werdt „inéén'perfoon; dat eene Vrouw niet meer dan „eene Vrouw behoorde te zyn; dat het betaam- „lyk ware, den Prins te vergelden, voor't goed, „ welk hy denvolke gedaan hadt; dat eene ver- „ deeling der opperfte magt aan veele zwaarig- „heden onderhevig was, en dat, fchoon men „ van de Prinfes minder zvvaarigheden te wag- „ ten
(Ä) Bur.net Fol. I. p. 816, 817.
(i ) Burnet Fol. I. ƒ>. 817.
(i) N. Witsen Byzonder Verbaal, ƒ. 34, c 4. AIS.
C O Rawi» Tom. X. p. 190.
{m) N. Witsen Byzonder Verbaal, f. 50. c. a. MS,
Ü3
|
|||||
502 VADERLANDSCHE LX. Boek.
ióip. „ ten hadt dan van eenig' mensch op den aard-
—— „ bodem, nogtans, alle menichen feilbaar wa- ,-, ren, enzig, t'eenigen tyde, kondenlaaten Anderen ,, over ftag werpen (n)" Doch anderen verfton- de Prin- den dat men de Prinfes alleen op den troon ftel- Ge'naa"* *en raoest- De Graaf van Danby fchreef haarer lin. Koningklyke Hoogheid, die reeds, federt eeni- gentyd,door den Prinfe, haaren Gemaal, naar Engeland ontbooden, doch, tot hiertoe, in haar vertrek, door 'tys, verhinderd geweest was; „ dat hy zig fterk maakte, om haar, zo zy 't be- „ geerde, alleen tot Koningin te doen verklaa- „ ren, zonder dat de Prins deel hadt aan de Ko- „ ningklyke waardigheid." Doch dePrinfes ant- woordde „ dat zy niets anders wenschte te zyn, „ dan Vrouw van den Prinfe, gelyk zy was. Of „ 't genezy meer worden mögt, begeerde zy te „ zyn met en onder den Prinfe. Zy vondt het, „ fchreef zy, wyders, vreemd, dat men on- „ derfcheid maakte,tusfchenhun beider belan- „ gen." Zelfs zondtzy den Prinfe den brief van Danby toe, wien zyne Hoogheid, nogtans, nim- m er eenig misnoegen toonde, over den voorflag , Men be- daarby gedaan. Eindelyk, kwamen de beide flirt den Huizen, bewerkt door den Heere van Dykveld Prinfi's6™ C°)' overeen „ dat de Prins en Prinfes van Oran- beidetot » je te famen Koning en Koningin van Engeland Koninr, „ zouden zyn, en dat de Prins alleen 't bewind e? 'f°* „ der Regeeringe hebben zon." Doch dit befluit teTc". was> *n 'c H nis der Heeren, flegts met eene meer- kliaren. derheid van twee of drie ftemmen, doorgehaald, Voorts, maakte men eenige verandering in den gewoonlyktn eed der onderdaanen, Hellende, ons
'(») "11RVB.T Vol. I. p.-ürf.
^aj U. Witsbn Byjonder Vcrt>a*l, ƒ. 5'>. <:. a. MS.
|
||||
LX. Boek. HISTORIE. 503
|
|||||
om twist te myden, in plaats van regten en wetti- 1689;
gen Koning, alleenlyk, Koning en Koninginne. ——— Hieruit ontftondt, naderhand, de onderfcheiding van Koning* van regtswege, en Koning f met der * de Jure.. daad, waardoor fommigen den eed meenden te i&Faäe. können verzwakken: beweerende zy, aan hun- ne Hoogheden alleenlyk gezwooren te hebben, als Koningen Koninginne met der daad ;terwylzy zignogaan Koning Jakob, als Koning van regts- wege, verbonden rekenden(p). De Prinfes van Oranje kwam, eindelyk, op den XXIJC.
twee-entwintigften van Sprokkelmaand, te Lon- j?e £""" den, aan. Zy nam genoegen, in 't gene 'er befioo- te Lon- ten was. Den volgenden dag, werdt den Prinfe en den. Prinfesfe, zittende, op twee armftoelen, onder Voor- een verhemelte, in de groote zaale van Whitehall, ^"^J6"' door de twee Huizen der Conventie, de Kroon, dcn p ?n. plegtiglyk, aangebooden. Vooraf, werdt 'er egter fe en hnar eene uitvoerige verklaaring gelezen, vervattende de Krooa eene optelling van de voornaamfte byzonderhe- ?angde" den, in welken Koning Jakob de II. de grondwet- ^ordc ten des Ryks gefchonden hadt. Voorts, werdt hy gezeid de Regeering te hebben afgeftaan, waarna de Troon open gevallen was. Hierop volgde een Verhaal van't gen e zyne Hoogheid, de Prins van Ornnje,gedaan hadt,om hetKoningkryk te verlos- fen van Paapery en eene willekeurige magt, by- zonderlyk beftaande,in het famenroepen derCon- ventie,dieeenigepunten,tot dertien in getale,hadt beraamd, welken, vervolgens, werden opgeteld, en allen ftrekten, tot beveiliging van den Gods- dienst en van 's Volks vryheden. De voornaam- ften waren „dat het niet de Wetten ftreedt, dat „ het
Q>} Bürnet Vu!. I. p. Uj3. 824-
li 4
|
|||||
504 VADERLANDSCHE LX. Boek.
1689. „ het naarkomen of uitvoeren der Wetten ge-
„ zag. Dat, onder dekfel van het Koningklyk „ voorregt, geld te ligten tot onderftand der „ Kroone, zonder dat 'er 't Parlement in bewil- „ ligd hadt, insgelyks, tegen de Wetten aanliep. „ Zo ook, het ligten van Krygsvolk in vredes- „ tyd, buiten gelyke bewilliging, en het opreg- „ ten van een Kerkelyk, of eenig ander Geregts- „ hof. Dat de onderdaanen regt hadden, om den „ Koning imeekfchriften aan te bieden. Dat de „ verkiezingen der Parlements- Leden vry be- „ hoorden te zyn ,en dat al wat in 't Parlement „ gefproken werdt, nergens dan in 't Parlement, „ onderzogt mögt worden. Eindelyk, dat "het „ noodzaakelyk was, dat 'er dikwils Parlemen- „ ten werden famengeroepen." Wyders, begeer- den de twee Huizen, dat deeze punten, als hunne ontwyfelbaare regten behelzende, voor altoos, werden vastgefleid, zynde zy, door het Mani- fest van zyne Hoogheid zelve, aangemoedigd geworden, om deezen eisch te doen. De verklaa- ring eindigde, met deeze woorden: „In de ver- „ wagting, derhalve, dat zyne Hoogheid, de „ Prins van Oranje, het werk onzer Verlos- „ finge, welk hy reeds zo ver gebragt heeft, „ verder voltrekken zal, en dat hy 't Volk, in de „ bezitting en't genot der gemelde voorregten, „ zal handhaaven, ftellen de geestelyke en wee- „ reldlyke Heeren en Gemeenten, te Westmun- „ fier vergaderd, vast, dat Willem en Maria „ zyn en verklaard zyn Koning en Koningin van „ Engeland, Frankryk en Ierland, en van alle de „ Heerlykheden, die 'er van afhangen: te wee- „ ten de gemelde Prins en Prinfes, geduuren- |
||||
LX. Boek. HISTORIE. 505
„ de hun leeven, of geduurende het leeven van ió8j>.
„ den genen, die den anderen overleeven zal; —— „ en dat de geheele en eenige oefening der Ko- „ ningklyke magtzalzyn by den Prinfe van O- „ ranje, uit den naam van den Prinfe en Prinfesfe, „ zo lang zy beide in leeven zullen zyn: doch „ na hun dood, zal de Kroon en de Koningk- „ lyke waardigheid der genoemde Koningkry- „ ken en Heerlykheden vervallen zyn aan de „ erven, die, uit de genoemde Prinfesfe van „ Oranje, zullen gebooren worden, en, by man- „ gel van kinderen, uit de genoemde Prinfesfe „ gebooren, aan de Prinfesfe Anna van Deene- „ marke, en derzelver' erfgenaamen, en by „ mangel van kinderen der genoemde Prinfesfe „ van Deenemarke, aan de erfgenaamen van den „ genoemden Prinfe van Oranje. De geestelyke „ en weereldlyke Heeren en Gemeenten bidden „ den Prinfe en Prinfesfe van Oranje, dat zy de „ Kroon, in overeenkomst van dit befluit,gelie- „ ven te aanvaarden." In't Slot, ftondt de nieu- we eed,waarbygetrouwheid beloofd werdt aan Koning Willem en Koninginne Maria, en afge- z wooren de Leer, volgens welke, de Voiften; in den ban gedaan of afgezet zynde door den Paus of door eenig gezag, van den Roomfchen ftoel ontleend; door hunne onderzaaten, of door ie- mant anders, van de Regeeringe ontzet, of ge- dood konden worden. Ook werdt, by deezen eed, verklaard, dat geene vreemde Mogendheid, Kerkvoogd, Staat of Perfoon, wie hy ook ware, eenig geestelyk of weereldlyk gebied hadt, bin- nen dit Koningkryk (q). Na'tleezen van dit alles, gefchiedde de aan- XXX.
K,>_ Ann-
r<d Zit Iloll. Merc. van i«8g. hl. S. ' fpraalc li 5
|
||||
5oß VADERLANDSCHE LX. Boek;
|
|||||
i«8jj bieding derKrooneaan hunne Hoogheden, uit
-------den naam der twee Huizen, door den Markgraave
▼au den van Halifax. De Prins nam ze aan, met deeze
Pntife woorden: „Dit 's, gewisfelyk, hetgrootfte blyk, vaarde«"" » welk gy ons zoudt können geeven van het ver- der ,, trouwën,dat gy in ons fielt, 't Welk de oorzaak Kroone. „ is,datwyhettehoogerfchatten. Wyaanvaar- „ den, met erkentenisfe, 't gene gy ons aanbiedt. „ Gelyk ik, herwaards komende, geen ander „ oogmerk gehad heb, dan de behoudenis van „ uwen Godsdienst, van uwe Wetten en van uwe „ Vryheden, zo kondtgy u verzekerd houden , „ dat ik myn best zal doen, om dezelven te on- „ derfteunen, en dat ik altoos gereed zal zyn, „ om met u mede te werken tot alles, wat de „ welvaart des Koningkryks bevorderen kan; „ en alles aanwenden, wat in myn vermogen zyn „ zal, om den voorfpoed en roem des volks te „ doen aanwasfen'VsPrinfen rede werdt gevolgd ïlyen de van de algemeene toejuichinge des volks. Ten Prinfes zelfden dage, werden hy en de Prinfes, onder de worden naamen van fpïlkmcn Maria, uitgeroepen voor »ingetT Koning en Koninginne van Engeland, Frankryk Koningin en Ierland (f). Naderhand, werdt de Conventie uitgeroe- veranderd in een Parlement, door den Koning: pen* waarop, eindelyk, op den eenentwintigden van Grasmaand,deplegtigeKrooning volgde(V). In Schotland, alwaar, insgelyks, eene Conventie famengeroepen was, werden de Prins en Prinfes van Oranje, voor Koning en Koningin uitgeroe- pen , op den zelfden dag,als zy ,in Engeland, ge- kroond werden (/). Doch Ierland hieldtde zyde van Koniag Jakob, nog eenigen tyd. Op
(<■) Fat>«n Tom, X. p. TyT-19*.
(»1 TiNiMi Cununuac. of Rap.nPol. I.forXVI. ] p. 1$(>, %ju
O ) Tino.u Pol. I. L or aVI. ] p. 2V7.'
|
|||||
LX.Boek. HISTORIE. 507
Op deeze wyze, werden de Prins en Priufes
van Oranje tot Koning en Koningin verheeven overeen magtigRyk: op deeze wyze, wisten ook de Heeren en Gemeenten zig te verzekeren van de vryheden en voorregten, die, onder de voorgaande Regeering, zo veel geleeden had- den. Byzondere aantekeningen melden, dat de Prins, in't eerst, zwaarigheid maakte, om zulk eenebreede handhaaving van 's volks vryheden te belooven. Ook zou 't, inderdaad, moeilyk tebewyzen zyn, datalles, wat men zyner Hoog- heid afvergde, op blykbaare Wetten, (leunde. Zelfs werdt verfpreid en geloofd, dat de Heer Bentink,van 'sPrinfenwege, volftrektelyk ge- weigerd hadt, de Kroon, op zulke voorwaar- den , te aanvaarden. Doch dit verwekte arg- waan en misnoegen in beide de Kamers. Sommi- gen begeerden op den Heere Witfen, die thans, alsbuitengewoone Afgevaardigde der Staaten, in Engeland was, dat hy 'er den Prinfe over fpreeken wilde, en hem tot andere gedagten brengen. Doch hy onthieldt zig hiervan, vree- zende zyne Hoogheid te zullen ftooten. De Heer van Dykveld, die meer op hem vermögt, bewoog hem, daarna, tot het aanneemen der voorwaarden, op welken hem de Koningklyke waardigheid opgedraagen werdt (V). Wy hebben dienitig geoordeeld, den Prins
van Oranje, die meer dan zestien jaaren, aan 't hoofd der Regeeringe van deezen Staat, ge- weest was, te geleiden, tot op den troon van Groot-Britanje. De invloed, dien deeze gewig- tige verandering gehad heeft, op den ftaat der zaa-
(a) N. WitsBn Byzonder Verbaal der Anibasfade van 1689,
%ü. tof. 3)4./. 2y. c»i., MS. |
||||
503 VAD E RL. HI ST. LX. Boek.
*(58p. zaaken van Europa, en op dien der Vereenigde
wy, wat uitvoeriger, ftiiftonden, op de voor-
naamfte trappen, langs welken, de Prins zo hoog gefteegen is. Wy hebben ons, hierom, wat langer, in Engeland moeten ophouden, dan, in eene Historie der Vereenigde Nederlanden, an- ders, zou fchynen te voegen. Voortaan, zul- len we ons digter bepaalen aan ons hoofdoog- merk, en Koning Willem, in 't vervolg deezer Gefchiedenisfe, doorgaans, vertoonen, als Stad- houder van vyf Gewesten, en als Kapitein - en Admiraal-Generaal over de Krygsmagt van den Staat: met welke hooge ampten de Prins, on- aangezien zyne verheffing tot de Koningklyke waardigheid, waarmede fommige Engelfchen deeze ampten onbeftaanbaar rekenden (v), nog bekleed bleef. f v~) N. WrTSBN Byzonder Verbaal der Ambïsfade /m \6Z%
f. &7. col. 3, ƒ, 14Ö. col, 2. MS. |
|||||
*
|
|||||
BERIGT voor den BINDER.
|
|||||
Joan Maurits, Prins van Nasfau.
te plaat f en tegen over Bladz. 38
De Ambasfadeur Aarnoud van Cit-
ters. . . . 60 Koenraad van BeuningeN,Bur-
gemeester van Amfterdam. . 204 Pieter de Huybert, Raadpenfió-
naris van Zeeland. . . 214 Everard van Weede, Heer van
Dykveld. . . • 354 De Luitenant - Admiraal, Kornelis
Evertsen. . . 394, De Raadpenfiónaris Gaspar Fa gel, 47a
|
|||||