-ocr page 1-

DRS. F. SMIT

HET HOFJE VAN BUYTENWECH TE GOUDA,

IN DE JAREN 1684- 1713.

Bijdrage tot de katholieke armenzorg in de 17e en 18e eeuw.

Hublicatieserie Stichting Oud-Katholiek Seminarie nr. 12-1983.

-ocr page 2-

VEMCHOOR amp;nbsp;ZOON B.V.

VOORBURG «OEKBINDCRS SINDS 1858

-ocr page 3-

-ocr page 4-

-ocr page 5-

DRS. F. SMIT

HET HOFJE VAN BUYTENWECH TE GOUDA,

IN DE JAREN ISSA - 1713.

Bijdrage tot de katholieke armenzorg

in de 17e en 18e eeuw.

Publicatieserie Stichting Oud-Katholiek Seminarie nr. 12-1983.

0800 0238

-ocr page 6-

-ocr page 7-

3

HET HOFJE VAN BUYTENWECH TE GOUDA, IN DE JAREN 1684-1713.

Bijdrage tot de katholieke armenzorg in de 17e en 18e eeuw.

In 1949 wijdde pater Dalmatius van Heel O.F.M. een artikel aan het Hofje van Buytenwech te Gouda ^’ . Dit hofje werd in 1614 gesticht door Elisabeth Buytenwech. Zij overleed 28 juni 1616 te Utrecht. Van Heel acht het waarschijnlijk dat deze stichting toen is overgegaan op haar neef Jhr. Johan de Bruyn van Buytenwech. Tijdens zijn bestuur werd het aantal huisjes van vijftien op twintig gebracht . In zijn testament wordt niet vermeld op wie na zijn overlijden, 16 juni 1657, de stiching moest overgaan ^’.

Tot het jaar 1746, schrijft Van Heel, vinden wij geen enkele bijzonderheid welke op het Hofje van Buytenwech betrekking heeft. Wel is hem gebleken dat de administratie van het hofje in 1713 werd opgedragen aan de paters Minderbroeders te Gouda en wel aan Nicolaas van Schoonhouwen, die 1690-1722 overste van 4) de statie der Minderbroeders te Gouda was

In 1971 maakte H.J.W. Verhey attent op het administratieboekje quot;Boeckie van Buytenwegen Erffquot;, dat zich bevindt in het archief van de oud-katholieke parochie te Gouda ^^ . Verhey legde echter geen verband met het artikel van Van Heel.

Nicolaas Schoonhouwen, geb. Gouda 1660, overleden Gouda 20-9-1727. Geprofest in de Franciscanerorde 23-9-1722. Zijn broers, Gerardus en Johannes waren eveneens Franciscanen. Nicolaas doceerde na zijn priesterwijding eerst filosofie in het klooster te Thienen, daarna theologie te Mechelen en kwam vervolgens naar Gouda.

-ocr page 8-

Dit boekje is in perkament gebonden en wordt met leren lintjes gesloten. De afmetingen zijn 20I5 bij 15*^ cm. en het boekje is 2 cm. dik ^\ De voorzijde van het boekje vermeldt op het kaft het opschrift: quot;Boeckie van Buytenwegen Erffquot;.

Wij menen nu op grond van dit boekje en een aantal andere archiefstukken o.a. uit het archief van de oud-katholieke parochie te Gouda, een aantal lacunes in de geschiedenis van dit hofje in de jaren 1684-1713 te kunnen aanvullen. In genoemde jaren werd het hofje bestuurd door de beheerders van de quot;Arm-Bosquot; van de parochie van de H. Willibrordus (quot;de Tolquot;), welke gemeente bij het schisma Rome-Utrecht de zijde van de Oud-Bis-schoppelijke Clerezie,later oud-katholieke kerk genoemd, koos.

1) Van 1812 tot 1830 werd dit boekje door de toenmalige pastoor van de parochie van de H. Willibrordus (quot;de Tolquot;), welke parochie in 1830 werd verenigd met de thans nog bestaande parochie van de H. Johannes de Doper, gebruikt als doop-, vorm- en trouwboek'.

Pastoor Henricus de Jongh had op bevel van de maire der stad het oude doopboek, dat in 1701 aanving, ingeleverd. Hij had echter vooraf de gegevens vanaf 1781 overgeschreven, omdat hij anders in het ongewisse verkeerde omtrent de leeftijd enz. van zijn nog in leven zijnde parochianen. Dit boekje bevat daardoor gegevens over dopen, vormsels, 1ste communies en huwelijken van 1781-1830.

-ocr page 9-

5

Het beheer van het Hofje van Buytenwech in de jaren 1684-1713 moet gezien worden in verband met de armenzorg in de parochie van de H. Willibrordus te Gouda.

Deze statie was de derde der seculiere geestelijken welke na de sluiting van de Grote of St. Janskerk in 1573 voor de katholieke eredienst werd gesticht. In 1634 stichtte de priester Willem de Swaen , telg van een oud Gouds magistratengeslacht, een derde statie ten huize van zijn oom mr. Gerrid Vermey. Dit huis stond benoorden het koor van de St. Janskerk in de hoek van het kerkhof . De Swaen trachtte een talrijke gemeente op te richten. Volgens de latere pastoor van de statie van de H. Johannes de Doper op de Hoge Gouwe, Ignatius Walvis, begon De Swaen zijn gemeente pas officiéél in 1638, nadat hij met de baljuw de prijs was overeengekomen om zijn kerkdiensten ongestoord te kunnen houden. De Swaen was inmiddels ook naar de Hoge Gouwe verhuisd, waar hij zijn kerk, gewijd aan de H. Willibrordus, inrichtte achter de brouwerij ”De leeuw zonder hoofdquot; en ging zelf naast dit pand wonen. Men noemde de statie quot;de Tolquot; naar het huis waarin de pastorie was gevestigd en dat zich uitstrekte langs

3) quot;De leeuw zonder hoofdquot; en de daarachter liggende kerk

-ocr page 10-

Overigens werd De Swaen pas in 1663 officiëel pastoor van Gouda; voor die tijd had hij zich tevreden moeten stellen met de titel van onderpastoor ^\ Na de dood van De Swaen in 1673 werd Sebasti-aan Verwel pastoor van quot;de Tolquot;, waar hij op de feestdag van de H. Laurentius, 10 augustus 1673, zijn intrede deed.

In 1677 werd te Gouda een initiatief genomen om tot een katholieke armenzorg te komen. Bartholomaeüs Verrijs ^' , biechteling der Jezuïten, en Sybertus Kaen ^\ lid van de parochie van de H. Johannes de Doper van pastoor Jacob Catz, maakten zieh grote zorgen over de slechte toestand waarin de katholieke armen verkeerden. Deze zorg zal ook gevoed zijn door het feit, dat katholieke armen de kerk verlieten. Kun bezorgdheid ging ook uit naar de katholieke wezen. Zij wilden tot een katholiek armen-comptoir komen. De pastoors Catz, Verwel en Hildebrand van der Wielen, pastoor van de seculiere statie toenmaals op de Kleyweg, voelden veel voor dit plan. Zij belegden daartoe een bijeenkomst voor de gehele katholieke geestelijkheid van Gouda. De eerste drie of vier bijeenkomsten beloofden veel. Toen het echter erop aankwam om tot daden over te gaan bleef eerst de Jezuïet en vervolgens de Franciscaan weg. Om welke redenen men weg bleef, was niet duidelijk, maar het werk ging niet door ^^.

-ocr page 11-

7

Binnen de parochie van pastoor Verwel kwam het enige jaren later wel tot een goed georganiseerdé armenverzorging. In 1683 kwamen enige van zijn welgestelde gemeenteleden tot het inzicht dat men aan de armen onderstand moest verlenen, wilde men voorkomen dat arme, maar eerlijke families de kerk verlieten. Men verzocht daarom pastoor Verwel om in zijn gemeente een quot;Arm-Bosquot;, een armenkas, te mogen oprichten onder het motto quot;gedenckt den armenquot;. Nadat Verwel dit verzoek had overwogen, gaf hij zijn toestemming tot het oprichten van een armenkas tot soulaas en onderhoud van de armen, die tot zijn gemeente behoorden. Dit gebeurde op 1 november 1683. Zelf werd Verwel directeur van deze armenkas, maar er werden vijf leden der gemeente tot mededirecteuren gekozen, te weten: Gijsbert Doncker, Cornelis Dyvoort, Cornelis Block, Dirck Herberts en Gerrit Sickes 1). Zij allen zouden in 1684 ook de beheerders van het Hofje van Buytenwech worden.

De armenkas was letterlijk een kist. Er waren drie verschillende sleutels nodig om deze te kunnen openen. Deze sleutels werden aan drie verschillende personen gegeven, nl. aan pastoor Verwel, Gijsbert Doncker en Cornelis Dyvoort. Wilde men de kist openen dan moesten deze drie personen allen aanwezig zijn.

Van inkomsten en uitgaven moesten twee gelijkluidende boeken worden bijgehouden, waarvan er een bij Verwel en zijn opvolgers en het andere bij een der twee overige sleutelbewaarders moest berusten.

Wanneer een der directeuren aftrad of overleed moest binnen zes weken een nieuwe directeur worden gekozen. De directeuren van de armenkas kwamen twee maal per jaar bijeen, in november en april. Dan werd de kist in het bijzijn van de drie sleutelbewaarders geopend. Het geld moest worden geteld en in beide boeken worden aangetekend.

1) Par.Arch.Gouda, Fondatie en Ren te -Boeck van de Arm-Bos en Ijsere Kist, waar in de authentieke aenteijckeningen en namen gevonden worden van de directeurs van de Arme-Bos, alsmede de goederen en effecten aen de kerck en armbos toebehorende, blz.1-2; Redene der Stellinge van de Arm-Bos in de kerck.van mijn Heer Verwel den 1 november 1683.

-ocr page 12-

Ook was er nog een ijzeren kist waarin de eigendomsbewijzen van de bezittingen van de armenkas werden bewaard. Deze kist moest tenminste eenmaal per jaar worden geopend. Daar het de katholieke kerk verboden was om bezittingen te hebben, stonden de eigendommen van de armenkas op naam van personen, die als quot;naamlenersquot; optraden. Wie naamlener van enige bezittingen was, tekende een behoorlijk renversaal en deponeerde dit in de ijzeren kist.

Pastoor Verwel zorgde voor een vaste vergaderplaats en bergruimte voor armenkas en ijzeren kist. Hij schonk het quot;kamertiequot; of quot;deurganckquot; onder het oksaal van de kerk. Dit werd aan de ene zijde begrensd door het huis quot;De Tolquot; en aan de andere zijde door een deel van het huis quot;De leeuw zonder hoofdquot;, dat wijlen pastoor De Swaen aan de gemeente had vermaakt 1) .

Het bezit van de armenkas groeide door schenkingen snel, maar hierop gaan wij in verband met het eigenlijke doel van dit artikel, het Hofje van Buytenwech, niet in.

Wel dient opgemerkt te worden, dat in het najaar van 1683 ook in de parochie van pastoor Jacob Catz een armenkas werd opgericht. In december 1683 spreekt de apostolisch vikaris Johannes van Neercassel tegenover pastoor Catz ijn blijdschap erover uit, dat hij een quot;beursquot; voor de katholieke armen heeft opgericht.

Van Neercassel stelt aan Catz voor dat het geld waarover zijn neef Doncker beschikt voor deze armenbeurs wordt bestemd 2). Met neef Doncker is Nicolaas Doncker, heer van Oucoop, bedoeld. Deze was getroud met Regina van Neercassel, een volle nicht van de apostolisch vikaris 3). Zowel in de armenkas van quot;De Tolquot; als die van de parochie van pastoor Catz heeft de familie Doncker een niet onbelangrijke rol gespeeld 4).

Overigens groeide het kapitaal van de armenkas van de parochie van pas-toot Catz minder snel dan dat van quot;de Tolquot;. In 1690 bedroeg het kapitaal f. 1.017,-; Par.Arch.Gouda, Fundatiën die Ign.Walvis gevonden heeft in 1689 en latere aantekeningen.

-ocr page 13-

9

Het geld waarvan hier sprake is kwam uit de familie Van Erckel en leverde nogal moeilijkheden op. De grootmoeder van Nicolaas, Gijsbert en een nog te noemen Thomas Doncker was Agatha van Erckel. Zij was een zuster van de vader van de Delftse pastoor Nicolaas van Erckel en de Utrechtse advikaat mr. Henrick van Erckel. Agatha van Erckel was met een Thomas Doncker gehuwd. Mr. Henrick van Erckel was eind 1684 wel bereid zijn derde deel van het geld voor de armen van Gouda te bestemmen, zoals hij aan zijn achterneef Thomas Doncker schreef, maar wilde dit geld niet in een armenkas onderbrengen ^\

1) O.B.C., inv.nr, 612, Van Neeroassel 13-10-1684 aan Juffr. Doncker (= Regina Doncker-van Neeroassel).

-ocr page 14-

10

VAN HET HOFJE VAN BUYTENWECH.

Daar de eerste mededirecteuren van pastoor Verwel in het beheren van de quot;Arm-Bosquot; straks de beheerders van het Hofje van Buytenwech blijken, willen wij kort bij hen stil blijven staan.

Gijsbert Doncker werd te Gouda geboren uit het huwelijk van Dirck Doncker en Emerentiana Sloos ^gt; . Dirck Doncker was advo-kaat te Gouda en wordt ook quot;sijde-laecke vercooperquot; genoemd Hij hield zich tevens bezig met de dichtkunst ^' . Gijsbert Doncker trouwde in januari 1656 met Lucia van Bolnes, afkom-stig uit Gouda . In 1674 wordt hij reeds rentenier genoemd , hetgeen op een zekere welstand mag duiden. De familie Doncker vervulde een belangrijke rol in het katholieke leven van Gouda. Eind februari 1677 kwamen Dirck Doncker, de vader van Gijsbert, mr. Gerard Doncker, een broer van Dirck, notaris Nicolaas Straffintvelt, de vader van Cornelis Straffintvelt, pastoor te Polsbroek en Jan Alewijnsz van Hove met de burgemeesters van Gouda overeen om er zorg voor te dragen, dat jaarlijks zevenhonderdenvijftig gulden aan recognitiegelden bij de katholieken zouden worden geind.^^

-ocr page 15-

11

Een zoon van genoemde mr. Gerard Doncker was de priester Theodorus Doncker, die 1711-1731 pastoor op de Brouwersgracht te Amsterdam was.

Gijsbert Doncker voerde 1694-1706 ook de administratie van het Christina Gijsbertsdr. Hofje te Gouda als opvolger van zijn nicht, het klopje Helena Verharst. Gijsbert Doncker overleed in december 1706

Cornelis Adriaensz. Dyvoort werd in 1630 te Gouda geboren en

2) trouwde 30 mei 1651 met Lucretia Pieters Rammaseijn . Verschillende kinderen werden uit dit huwelijk geboren en ge-

3)

doopt in quot;de Tolquot; . Bij de dood van zijn aanstaande schoonvader Pieter Rammaseijn kocht Dyvoort op 2 maart 1651 diens huis en drukkerij quot;in 't verguld ABCquot; in de Korte Groenendaal In dit pand oefende hij verschillende jaren het drukkersbedrijf uit. In 1665 kocht hij een pand op de Markt (Coestraat), genaamd quot;nbsp;'t guide Vliesquot;. Op al de door Dyvoort uitgegeven drukwerken staat vermeld als uithangbord quot;in 't verguld ABCquot;. Hij zal dus het uithangbord van dit pand quot;nbsp;'t guide Vliesquot; weggenomen en het uithangbord quot;in 't verguld ABCquot; uit de Korte Groenendaal daarvoor in de plaats gehangen hebben. In 1674 wordt hij als woonachtig met vrouw en kind in de Coestraat genoemd. Sedert 1664 vinden wij op al zijn drukwerken vermeld dat hij was: Stadsdrukker. Wanneer hij dat geworden is, vonden wij niet, maar reeds in 1663 werden hem opdrachten verleend, zoals blijkt uit de Stadsrekeningen van 19 juli 1653 ^^ . Hij bleef Stadsdrukker tot het jaar 1698 ^\ Cornelis Dyvoort schijnt het drukkersvak op niet onvoordelige wijze te hebben uitgeoefend. Op 6 december 1697 koopt hij een huis genaamd quot;de Zalmquot; met erf, stellingen en een koetshuis. Hij overleed in september 1703 en werd op de 25ste van die maand in 7)

de St. Janskerk begraven

-ocr page 16-

12

Cornelis Thonisz. Block werd in 1634/35 te Gouda geboren als zoon van Thönis Jacobsz. Block en Geliehen Cornelisdr.Baltus. ^^’

Hij wordt quot;backer en coorncooperquot; te Gouda genoemd. In de jaren 1668-1681 is hij verschillende malen overman van het bakkers-gilde ^^ . In 1654 trouwde hij Catharina Thonisdr. Trist, af-3) komstig uit Gouda . Uit dit huwelijk werd Johannes Block, de

latere pastoor van de oud-katholieke parochie te Eikenduinen,

geboren . Ook Cornelis Thonisz. Block moet zeer vermogend

genoemd worden . Na zijn overlijden in 1719 droeg zijn zoon

Johannes Block in 1722 een huis aan de Oostzijde van de Gouwe uit de nalatenschap van zijn vader over aan Dirk van Brenen, één van de toenmalige directeuren van de armenkas

Ook Dirck Herberts behoorde tot de zeer vermogende leden van de

parochie quot;de Tolquot;. Hij werd op 17 februari 1638 te Gouda geboren 7)

als zoon van Herman Herberts en Catharina Westerhout . Hij

trouwde in 1665 met Agatha Doncker, een zuster van Gijsbert 8)

Doncker, eveneens directeur van de “Arm-Bos’' nbsp;nbsp;. Evenals zijn

zwager Gijsbert Doncker wordt Dirck Herberts reeds in 1674 ren-9) tenier genoemd . Uit het huwelijk Herberts-Doncker werden drie kinderen geboren?^^ . Dirck Herberts overleed op 8 september 1706

te Gouda

'1) Thonis Jacobsz.Block tr.22-11-1622 met de Goudse molenaarsdochter Geliehen (Cecilia) Cornelisdr. Baltus. Beiden verklaarden 20-4-1645 (nots.Straffintvelt) 45 jaar oud te zijn.

-ocr page 17-

13

Gerrits Sickes (of Siccus) was afkomstig uit Franeker en werd aldaar in 1626 geboren als zoon van Sicke Gerrits en Jeltie Barnardus. Hij trouwde te Gouda in 1650 met Maria Reyers van Oye (of Oijen) ^’ . Uit dit huwelijk werd een dochter Cornelia geboren, die klopje werd. Zij overleed eerder dan haar ouders. Gerrits Sickes wordt in zijn testament van 30 november 1689 boekverkoper en poorter van Gouda genoemd. Hij vermaakte al zijn bezittingen, op een legaat voor zijn dienstbode Pietronelle van Diemen na, aan de quot;Arm-Bosquot;. De waarde van dit bezit bedroeg twaalfduizend gulden . Hij overleed op 10 december 1690

-ocr page 18-

14

Op 8 december 1614 richtte Elisabeth Buytenwech ^’, weduwe van Jhr. Christiaan van Grijpskercken een request aan de burgemeesters, schepenen en gemeene vroedschappen van de stad Gouda, omF dat zij enige huisjes voor arme weduwen en andere personen wilde inrichten. Uit quot;seeckere consideratiën quot;nbsp;koos zij daarvoor de stad Gouda uit. Ook bestemde zij jaarlijks drie honderd guldens voor alimentatie van de inwoonsters. Aan het Stadsbestuur werd bescherming gevraagd alsook vrijdom van alle burgerlijke lasten en stadsaccijnzen. Waarschijnlijk is hierbij niet zonder invloed geweest het advies van haar broer Mr.Hendrik Buytenwech , een inwoner van Gouda, die haar ook behulpzaam is geweest met het kopen van enkele vervallen huisjes en de daarbij gelegen bleke-rij, zoals uit het request blijkt. Voorts deelt zij mede van plan te zijn in de komende jaren op haar kosten vijftien huisjes te laten bouwen. Haar naaste bloedverwanten zullen ten eeuwigen dage bij het openvallen van plaatsen andere personen daarin plaatsen en de van haar ontvangen fundaties uitdelen . Het hofje bevond zich aan de Raam; de achterzijde van het hofje was aan de Nobelstraat. Het werd in 1961 helaas wegens bouwvalligheid afgebroken en was het schilderachtigste hofje dat Gouda bezat.

Na de dood van Elisabeth Buytenwech zal het beheer van het hofje overgegaan zijn op haar neef Jan de Bruyn van Buytenwech, een zoon van haar broer Jan Gerrit Buytenwech . Hij wordt in 1629 al regent genoemd ^\

-ocr page 19-

15

Overigens is dit wel aannemelijk omdat, zoals uit de verdere geschiedenis blijkt, het bestuur van het hofje in handen van bloedverwanten van Elisabeth van Buytenwech is gebleven ^’ .

Jhr. Jan de Bruyn van Buytenwech was de katholieke godsdienst trouw gebleven, evenals de overige leden van zijn geslacht.

. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Omstreeks 1617 kocht hij de quot;Hooge Heerlijkheid van Nieuwkoop,

Noorden en Achttienhovenquot;, waar hij een huis bouwde, dat een plaats van samenkomst van katholieken was. In 1644 werd hij hoogheemraad van Rijnland. Kort hiervoor stichtte hij het Hofje van Nieuwkoop in Den Haag aan het Westeinde, dat in 1661 ge-reed kwam en een ton gouds kostte

Het Hofje van Buytenwech telde in 1657 volgens het testament van Jan de Bruyn van Buytenwech twintig huisjes. Dit betekent dat er tijdens zijn regentschap vijf huisjes zijn bijgebouwd, want in het request van Elisabeth Buytenwech is slechts sprake van vijftien huisjes. In zijn testament is ook sprake van uitdeling 1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;van brood, boter, kaas, vlees, turf quot;ende anders soo alst nutst

ende oirbaerlijcxt wesen salquot; aan degenen, die de huisjes bewonen ^' .

Het hofje bestond uit een ruim erf,omringd door twintig huisjes, die elk een kamer en een kleine keuken bevatten. Het hofje was aan de zuidzijde door een blinde muur afgesloten; een poortje aan de zijde van de stad was er de ingang van. Aan de straatzijde hadden de huisjes geen vensters, maar wel achterdeuren.

Dit laatste is bij hofjes een grote uitzondering. De ramen, 1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;welke op de binnenplaats uitzagen, hadden achttiende eeuwse ven-

4)

sters toen het hofje werd afgebroken

In het testament van Jan de Bruyn van Buytenwech wordt niet dui-* nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;delijk aangegeven wie na hem het beheer over het hofje zouden

voeren.

-ocr page 20-

16

Daar alles er op wijst dat Jan de Bruyn van Buytenwech kinderloos is overleden, zal het beheer overgegaan zijn op de kleinkinderen van zijn broer Mr.Gerard Buytenwech '. Deze had uit zijn huwelijk met Hester Ramp een dochter Machteld Buytenwech, die ongehuwd vóór 20 februari 1682 is overleden. Uit zijn tweede huwelijk met Cornelia Cool uit Dordrecht had hij een dochter Cornelia Buytenwech, die in 1635 trouwde met Albert (Aelbrecht) van Wasseneer van Duyvenvoorde, Heer van Alkemade. Deze echtelieden overleden reeds vóór hun oom Jan de Bruyn van Buytenwech. Uit hun huwelijk werden drie kinderen geboren, Jhr. Gerard van Wassenaar van Duyvenvoorde ( na 16-6-1657), Odilia van Wassenaar ( 9-4-1672), die in 1658 trouwde met Elbert van Isendoorn a Blois lt;nbsp;en Philippina Maria van Wassenaar, die in 1682 trouwde met Philips Jacob (de la Torre) van Spangen ^’. Het is vrij aannemelijk dat het beheer over het hofje van Buytenwech op dezelfde personen is overgegaan als bij het hofje van Nieuwkoop te Den Haag. Daar worden als eerste regenten genoemd Mr.Gerard van Wasseneer, Elbert van Isendoorn à Blois en Philips Jacob van Spangen 4). Dit te meer gezien de situatie in 1684.

Zle voor de Van Wassenaers ook: Bijleveld, De Van Wassenaers van Warmond en hunne kerk, Haarlemsche Bijdragen, dl. 59, blz. 177-179.

-ocr page 21-

17

In dat jaar worden als regenten van het Hofje van Buytenwech genoemd N.N. van Isendoorn, heer van Cannenburgh, Philips Jacob van Spangen, wiens vrouw Philippina Maria op 10 maart 1673 was overleden en voorts nog mr. Andries van Strijen 'l De genoemde Van Isendoorn kan niet Elbert van Isendoorn à Blois zijn, aangezien deze in 1680 was overleden. Vermoedelijk betreft het hier Jan Hendrik van Isendoorn, heer van Cannenburgh, de zoon van 2)

Elbert en zijn vrouw Odilia van Wasseneer . Overigens verdwijnen de Van Isendoorns als regenten van het Hofje van Buytenwech en treden als zodanig op de duur alleen de afstammelingen van het echtpaar Spangen - Van Wasseneer op. Ook de broer van Odilia en Philippine, mr. Gererd ven Wassenaer, is reeds in 1678 overleden ^' . Ook zijn nezeten komen in het beheer ven het hofje niet meer voor.

De femiliereletie ven mr. Andries ven Strijen tot de familie Buytenwech is onduidelijk en heeft vermoedelijk ook niet bestaan Mr. Andries van Strijen wordt in het beheer van het hofje van Nieuwkoop te Den Haag voor het eerst genoemd in akten van 6 mei en 17 juni 1681 tezamen met Philips Jacob van Spangen als regent van het hofje; Van Isendoorn was toen inmiddels overleden.

2e Bernardina Margreet van Roesfelt ( 1681) , dr. van Johan van Roesfelt, Heer van Heyen en Doyenweert, en Wilhelmina van Bronckhorst.

-ocr page 22-

18

Mensonides zegt met nadruk dat hij niet verwant is aan de drie oorspronkelijke regenten, maar dat hij vermoedelijks als gemachtigde, hetzij voor de Van Wassenaars, hetzij voor de Van Isen-doorns is opgetreden ^’ .

Volgens Vorsterman van Oyen echter in zijn Stam- en Wapenboek van Aanzienlijke Nederlandsche Familiën zouden Johan van Heemskerck, burgemeester van Leiden en diens tweede vrouw Elsje Sijmonssdr, van Buytenwech de betovergrootouders van Andries van Strijen zijn. Hun dochter Maria van Heemskerck trouwde in 1516 te Leiden met Jan Jansz. van Strijen, geboren te Gorinchem omstreeks 1490, schepen van die stad en overleden in 1536. Zij zouden dan de overgrootouders van Andries van Strijen zijn. Dit is echter onjuist, zoals Van Strij de Regt 2) heeft aangetoond

De overgrootouders van mr.Andries van Strijen waren Quirijn

Claes Garbrantsz.(door Vorsterman ten onrechte Van Strijen genoemd) en Geertruydt Jan Heijndricxdr. Zij maakten te Leiden op 8 februari 1546 huwelijkse voorwaarden. De vrouw was toen weduwe van Adriaan Jansz. van Strijen. Vermoedelijk is de zoon van Quirijn Claes Garbrantsz. en Geertruydt Jan Heijn-dricxdr., mr. Adriaan Quirljnsz. (grootvader van mr.Andries van strijen) zich Adriaan Quirijnsz. van Strijen gaan noemen naar 3) de eerste man van zijn moeder

Een relatie met de familie Buytenwech zou de volgende mogelijkheid nog hebben kunnen zijn. Een broer van Adriaan Jansz. van Strijen, de eerste man van Geertruydt Jan Heijndricxsdr. was Jonge Jan Jansz. van Strijen. Deze Jan Jansz. van Strijen maakte 26 april 1553 te Leiden huwelijkse voorwaarden met Marie 'Jan Reijersdr. Dit echtpaar wordt door Vorsterman, zoals reeds gezegd is, ten onrechte als overgrootouders van mr.Andries van Strijen genoemd.

-ocr page 23-

19

Opmerkelijk is dat in de huwelijkse voorwaarden van 1533 noch Marie Jan Reijersdr., noch haar vader en broers Van Heemskerck worden genoemd, zoals Vorsterman van Oyen doet. De moeder van Marie wordt in deze akte niet genoemd . Volgens Vorsterman was zij Elsje Symons van Buytenwech. Van Strij de Regt wees mij op een artikel van Van der Meer quot;Rondom het gezin van Jan Reijer Dirckxz. (van Heemskerck)quot;. Van der Meer betwijfelt echter zeer sterk of Elsje Symons van Buytenwech de moeder van Marie was, omdat de naam Buytenwech vóór 1600 in de genealogie van Jan Reijer Dirckxz. (van Heemskerck) niet voorkomt Overigens waren Philips Jacob van Spangen en de apostolisch VikariS Johannes van Neercassel geen onbekenden van elkaar. Als Van Spangen in 1677 hertrouwt met Margaretha Helena de la Torre verleent Van Neercassel dispensatie voor dit huwelijk ^’ . Bij het overlijden van Van Spangen in 1685 betuigt Van Neercassel zijn medeleven aan schoonzoon Charles de la Torre en zegt een 4) trouw medehelper en vriend verloren te hebben

-ocr page 24-

20

V. BEHEER VAN HET HOFJE VAN BUYTENWECH DOOR DE DIRECTEUREN

VAN DE quot;ARM-BOSquot; VAN quot;DE TOLquot;.

De eerste bladzijde van het quot;Boeckie van Buytenwegen Erffquot; geeft de volgende mededeling:

quot;Aanvaerdinge van het erf van Buytewech bij mijn Heer Verwel. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;gt;,

Op den 20 junij 1684, soo hebbe de WelEd. heere Regenten P.B. van Spangen, ende Mr. Andries van Strijen, soo voor hun sel-ven als vervangende de hoochEd. gebooren heer N.N. IJsendoren nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;C heer van Cannenburgh etc. haer mede Regent van 't erf of hofje van Juffrou Buytewech zal tot Gouda, geautoriseert en volmach-tigh gemaeckt de Heer Sebastiaen Verwel, weertlijck priester tot Gouda, voorts ofte wel sijn nakomelinge de plaets als we-reltlijck priester van hem successievelijck bedienende, en dat met soo danigen macht en autoritijt, dat hij ofte des selfs nakomelinge de ledige plaetsen van de afgestorven persoenen nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1 wederom sal meugen subpleeren, de quaetwilligen en ongehoor- nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;j samen daer uyt en anderen in der selver plaets te setten, ende nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;' alle te doen met soodanigen maght en autoriteit als ijmant soude kunnen hebben ende gebruycken, en op dat te gerustiger en met meerder ontsach de quaetaardigen (op het selve erf woonende) in toom soude werden gehouden, soo heeft de gemelde heer Verwel vijf weereltlijke manspersoonen uyt syn gemeente tot adiuncte genomen, die welcke wegens hem, de directie van het voors. erf sullen hebben, zijnde tot dien eynden hier onder genomineert als eerstelijck

de Heer Sebastiaen Verwel

Gijsbert Doncker

Cornelis Dijvoort (obiit den 21 septem. 1703) ^^

Cornelis Blok

Dirck Herberts

Gerard Sickes (obit den 10 decemb. 1690)

Willem Priem, gesurrogeert in de plaats van Gerard Sickes

Jacobus Pouw, gesurrogeert in de plaats van Cornelis Dijvoortquot;.

1) in later handschrift bijgeschreven.

-ocr page 25-

21

Uit deze akte blijkt dus dat de regenten van het hofje in juni 1684 Jan Hendrik van Isendoorn à Blois en vermoedelijk Philips Jacobs van Spangen, weduwnaar van Philippine Maria van Wassenaar, en mr. Andries van Strijen waren. Voorts blijken de beheerders van het hofje dezelfde te zijn als de directeuren van de quot;Arm-Bosquot; van quot;de Tolquot;. Daar deze armenkas met die van de parochie van de H. Johannes de Doper de eerste vorm van georganiseerde katholieke armenzorg te Gouda was, is het niet onaannemelijk dat de regenten van het hofje reeds een jaar na de oprichting van de armenkas van quot;de Tolquot; aan haar directeuren de zorg voor het katholieke hofje van Buytenwech overdroegen. quot;De Tolquot; lag van de twee seculiere staties aan de Gouwe het dichtst bij het hofje.

Hoewel het quot;Boeckie van Buytenwegen Erffquot; verder geen namen van nieuwe beheerders van het hofje geeft, meen ik ervan te mogen uitgaan dat ook later de beheerders van het hofje dezelfde als de directeuren van de quot;Arm-Bosquot; zijn geweest. Dit klopt wat betreft Willem Priem. Ook in 1713 zijn de beheerders van het hofje ook directeuren van de quot;Arm-Bosquot;. Alleen Jacobus Pouw wordt niet als directeur van de quot;Arm-Bosquot; in het register van deze instelling genoemd.

Willem Priem werd 1 augustus 1692 directeur van de quot;Arm-Bosquot; ^'. Op die datum zal hij ook tot beheerder van het hofje zijn aangesteld als opvolger van de 10 december 1690 overleden Gerard 2)

Sickes. Jacobus Pouw volgde in 1703 Cornelis Dyvoort op .

Willem Priem, begr.9-6-1707 (Gaardersboek).

-ocr page 26-

22

Tot 1713 zijn voorts nog directeuren van de quot;Arm-Bosquot; en daar

door beheerders van het hofje van Buytenwech geweest; Jacobus Verrijn ^\ Gerrit Vermeulen^’ , Jan Abel, bijgenaamd De Oude ^\ 4)

Arij Swem en pastoor Guilielmus Wannaer

Als in 1702 de apostolisch vikaris Petrus Codde door Rome wordt gesuspendeerd en Theodorus de Cock als zijn opvolger wordt aangesteld, kiezen pastoor Verwel en zijn gemeente de zijde van Codde en het kapittel van Utrecht. In september 1702 schreven vijfendertig vooraanstaande leken een brief van paus Clemens XI, waarin zij om de terugkeer van Codde uit Rome en herstel in zijn ambt vroegen ®^ . Een bijna gelijke brief schreven zij aan de kardinalen van de Commissie betreffende de Hollandsche Zending .

-ocr page 27-

23

Onder de ondertekenaars bevonden zich de beheerder van het hofje Gijsbert Doncker, de latere beheerder Jacobus Verrijn, en Herman Herberts, zoon van de beheerder Dirck Herberts. De verwantschap van Gijsbert Doncker en Herman Herberts met de voorvechter voor de rechten van de kerk van Utrecht, Johan Christiaan van Erckel zal hieraan wel niet vreemd zijn. In 1688 kregen de beheerders van het hofje hun eigen ver-gaderrruimte op het hofje, daar huisje nr. 11 tot regentenkamer werd ingericht. De bewoonster Machelis Fredericx, die dit huisje sedert 1678 bewoonde, moest in dat jaar naar je nr. 10 verhuizen ^\

Van Heel geeft een reglement met bepalingen voor de bewoonsters van het hofje ^' . Dit reglement moet van na 1688 zijn, want het vermeldt in artikel II dat de bewoonsters eenmaal per jaar voor de regenten moeten verschijnen, wanneer deze op het quot;Erfquot; vergaderen. Daar het bij Cornelis Dyvoort gedrukt is, zal het van vóór 1703, het jaar waarin Dyvoort stierf, moeten zijn. Van Heel wist toen niet dat het hier om een van de beheerders van het hofje gjng bij wie dit reglement werd gedrukt.

We nemen dit reglement gaarne van Van Heel over. Ordre en Reglement.

Waer naer de Gebeneficeerde Inwoonders der Fundatie van de Ed. Heer Johan de Bruyn van Buytewech , in sijn leven Heer van Nieukoop, amp;nbsp;staande binnen de Stadt GOUDA op den Raem in 't Klooster, haer sullen hebben te regulieren.

Eerstelijck sal van nu voortaan niemandt het Benefitie van de gemelte Fundatie genieten/nochte daer toe worden geadmitteert/ als wesende Persoonen staende ter goeder name en fame/buyten alle opspraeck/hebbende eenen bequemen Ouderdom.

-ocr page 28-

24

II

Alle Gebeneficeerden sullen alle jaren op den Eersten Verjaer-dagh naer Nieuwe Jaer/ ten dagen als de Regenten vergadert zijn/ op 't voornoemde Erf/ haer moeten voor de gemelte Regenten ver-toonen.

III

Sullen mede gehouden zijn derselve Regenten behoorlijck te respecteren/ misgaders alle hare Mede-inwoonders in alle minnelijck heyt en vriendtschap bejegenen/ niemandt van de selve te inju-rieren t'zij met woorden ofte wercken/ op pene van aanstonds uyt hare Wooninge/ en van het Erve geset te worden; alles tot discretie van de naergemelte Regenten.

IV

Elck in t' bysonder is gehouden hare Wooninge behoorlijck schoon te houden/ alle binne-glasen te repareren en onderhouden/ als mede de Straet en Tuyntje (soo verre yders gedeelte is streckende) van gras en onkruyt te supveren.

V

Niemandt sal sich vervorderen in sieckte/ sterven ofte leven/ van hunne Mede-inwoonders iets te halen/ nochte doen halen/ uyt iemants Wooningen/ het Erf toebehoorende/ op pene als vooren.

VI

Alle Bewoonders van het selve Erf/ worden wel stricktelijck belast/ goede sorge voor haer vuyr en licht te dragen/ om alle perickel van brandt voor te komen.

VII

De gene die gestelt is/ ofte hier nae gestelt sal worden/ tot het openen en sluyten van de Poort/ sal gehouden wesen dese ordre stricktelijck te observeren/ dat is/ die te sluyten het geheele jaer deur des avonts ten tien uren/ ende wederom des morgens te openen naer de gelegenheyt des jaers vereyst.

-ocr page 29-

VIII

25

Niemant sal vermogen iets te doen/nochte in t'werck te stellen/ het gene strecken soude tot nadeel van t'voorgenoemde Erf: of sulks by een ander wierde gedaen/ sullen alle de gene die daer van kennisse hebben/ gehouden zijn t'selve aen de Regenten bekent te maecken/ op gelijke pene.

IX

Alle de Gebeneficeerde/ sullen gehouden wesen dit Reglement in allen deelen volkomentlijck naer te komen/ ende yder poinct van dien stricktelijck te onderhouden: Ende sullen de Contraventeurs van dien/ aenstonts van t'meergemelte Erf moeten vertrecken/ ende het Beneficie van dien derven/ sonder eenige conniventie. Alles tot welstant van de goede ende ter straffe van de quade.

TER GOUDA

Gedruckt by Cornelis Dyvoort, Stadts Drucker, op de Markt, by t'Stadthuys, in t'verguld A.B.C.

-ocr page 30-

26

In de jaren 1709-1713 werd de parochie van quot;de Tolquot; geteisterd door twisten tussen de al enigszins demente pastoor Verwel en zijn zuster, de geestelijke weduwe Catharina Asselbergs-Verwel enerzijds en kapelaan Wannaer anderzijds. De parochie werd door deze twisten in twee kampen verdeeld. In 1705 had pastoor Verwel aan de apostolisch vikaris Gerhardus Potcamp te kennen gegeven de bediening der parochie te willen neerleggen. Potcamp benoemde Wannaer tot pastoor, maar Verwel kwam op zijn beslissing terug ^\ De spanningen en verdeeldheid binnen de parochie vonden haar hoogtepunt in 1712 en 1713. Vermoedelijk is dit de reden geweest waarom Jacobus Verrijn en Gerrit Vermeulen tussen mei 1712 en januari 1713 de Clerezie hebben verlaten en daarmee hun functie van directeur van de quot;Arm-Bosquot; en beheerder van het Hof-2) je van Buytenwech hebben neergeleqd . Het is niet onmogelijk, dat Cornelis Block in dezelfde periode ook zijn functies heeft 3) neergelegd, maar hij verliet de Clerezie niet . Eind 1712 zal Wannaer, die toen het pastoraat eigenlijk al had overgenomen, Verwel ook als directeur van de quot;Arm-Bosquot; en als beheerder van het hofje opgevolgd hebben.

In januari 1713 worden als beheerders Wilhelmus Wannaer, Jan Abel De Oude en Arij Swem genoemd. Op 2 januari 1713 verzochten zij aan Charles de la Torre van het beheer over het hofje ont-4) slagen te mogen worden

G. Potcamp, 15-12-1705.

-ocr page 31-

27

Charles de la Torre was de schoonzoon van Philips Jacob van Spangen ( 1685) en Philippina Maria van Wassenaar ( 1673), daar hij gehuwd was geweest met hun dochter Maria Cornelia van Spangen ( vóór januari 1713).

Charles de la Torre was een oomzegger van de apostolisch vikaris 2 )

Jacobus de la Torre . Hij had zijn schoonvader als regent opgevolgd. Overigens wordt zijn eigen schoonzoon eveneens als regent genoemd, nl. Philippe Louis Joseph, baron van Spangen, Heer

van Herent en Valkenisse, die getrouwd was met de dochter van Charles de la Torre en Maria Cornelia van Spangen, Justina 3 ) Adriana de la Torre

Charles de la Torre schreef op 7 januari 1713 aan Wannaer een

4 ) brief, waarin hij het ontslag aanvaardde

-ocr page 32-

28

Pastoor Wannaer ontving deze brief op 13 januari . De offi-2) ciële akte van ontslag is gedateerd op 17 januari 1713 Hierin verklaart Charles de la Torre dat hij optreedt namens zichzelf, daartoe gekwalificeert volgens testamentaire dispositie van zijn overleden vrouw, en namens zijn schoonzoon Philippe Louis Joseph, heer van Spangen, Heer van Herent en Valkenisse, en namens verdere erfgenamen van Juffrouw Buytenwech.

Op 9 november 1713 draagt Charles de la Torre als gemachtigde van de eigenaars van het hofje aan Pater van Schoonhouwen op om quot;tevens de assumptie van twee bequame personen bij de gemelde Schoonhouwen te assumeren t'hofje of erff van J. Buytenweg uit hunnen naam té administreren en te bedienen en dat hij afsterven van den voorschr. Eerw.Pater de administratie zal komen op die genen, die als Minderbroeder in zijne plaats zal succederen, welke wederom met assumptie als voren het voorschreven hofje of erve zal bedienen als voorscreve is ende voorts hij en deszelfs successeurs daarin continueren, totdat hij de la Torre dit zal goedvinden quot;.

Hiermede kwam een einde aan het beheer van het Hofje van Buytenwech door leden van de parochie van de H. Willibrordus, genaamd quot;de Tolquot;, te Gouda.

-ocr page 33-

29

In het quot;Boeckie van Buytenwegen Erffquot; is nauwkeurig, huis voor huis, vermeld hoe de bewoning van de twintig huisjes tot 1712 verliep. De huisjes werden meesttijds door twee vrouwen bewoond, behalve de huisjes nrs. 3, 4, 5, 8, 9, 10 en 13. Er wordt soms ook aangetekend dat de een beneden en de ander boven woonde.

De oudste aantekeningen van een quot;inkomstquot; betreffen twee meisjes van 12 en 17 jaar, vermoedelijk zusjes, die in 1624 op het erf kwamen wonen.

Het waren Marichie Claes, de 12-jarige, die het huisje nr. 8 betrok en daar ook overleed en Kniertje Claes, die op 17-jarige leeftijd bezit nam van woning nr. 13, waar zij in april 1686 stierf, zodat zij niet minder dan tweeenzestig jaren van haar leven op het erf doorbracht.

Deze leeftijden, waarop men op het hofje kwam, zijn echter uitzonderingsgevallen. zij komen in later jaren niet meer voor. Dan is men minstens twintig jaar oud als men op het erf komt wonen, maar vaak veel ouder.

Onder de negentig personen, die als bewoonsters genoteerd staan, bevonden zich voor zover dat vermeld is, drieëntwintig klopjes of quot;geestelijke dochtersquot; . Het erf werd door de bevolking dan ook het quot;klopjeserfquot; genoemd.

De meeste vrouwen waren afkomstig uit Gouda, maar ook van elders mocht men blijkbaar op het erf komen wonen. Behalve uit het Land van Stein, Schoonhoven, Polsbroek, Stolwijk, IJsselstein en Damme (Zwammerdam) kwamen er ook een paar uit Rotterdam en zelfs uit Brabant. Klopjes kwamen behalve uit Gouda zelfs uit Boskoop, Huissen en Montfoort (twee zusters).

Af en toe werd toegestaan, dat een helpster bij een oorspronkelijke bewoonster introk om haar, b.v. wegens hoge leeftijd, terzijde te staan, wanneer zij niet meer geheel in staat was voor zich zelf te zorgen. Deze hulpen waren soms zelf al bejaard, een andere keer erg jong. Zo kreeg de drieëntachtigjarige Barber Teunis, die in 1698 op zeventigjarige leeftijd op het hofje was komen wonen, in 1710 de 34-jarige Aefje Goudewaege tot hulp, sa-

-ocr page 34-

30

Af en toe werd toegestaan, dat een helpster bij een oorspronkelijke bewoonster introk om haar, b.v. wegens hoge leeftijd, terzijde te staan, wanneer zij niet meer geheel in staat was voor zich zelf te zorgen. Deze hulpen waren soms zelf al bejaard, een andere keer erg jong. Zo kreeg de drieëntachtigjarige Barber Teunis, die in 1698 op zeventigjarige leeftijd op het hofje was komen wonen, in 1710 de vierendertig jarige Aefje Goudewaege tot hulp, samen met het klopje Marghtje Harmens, die vijfendertig jaar was.

Enige malen kwam het voor, dat men het erf in levenden lijve verliet. Dat geschieddequot;met communicatie en vrijwilligquot;, zoals Geertie Pieters, die, vijfenveertig'jaar oud, in 1683 kwam, doch reeds in 1684 vertrok. Ook Annichie Willeras van nr. 14 verliet in 1705 in goede harmonie het erf na quot;de Vaders be-dancktquot; te hebben. Na het vertrek van sommigen werd echter quot;ge-resolveertquot; (besloten), dat zij later nooit meer permissie zouden krijgen opnieuw op het hofje te komen wonen. Dit was het geval met Marichie Jans, die als 36-jarige in 1680 de bovenwoning van het huisje nr. 6 betrok, maar vijf jaar later vertrok. Zij ging overigens quot;met consent van de armmeesters heen. Eén maal vinden we vermeld, dat een bewoonster vertrok wegens huwelijk. Baletje Lauris Snouck, weduwe van Polsbroek, kwam 57 jaar oud in 1709 op het erf wonen. Zij ontruimde haar woninkje echter reeds na ruim een half jaar, omdat wij hertrouwde. Eén bewoonster vertrok quot;met de Noorder Sonquot;, te weten Mary Franse, die in 1685, vierenzestig'jaar oud, in het geheim huisje nr. 12 verliet .

De meeste vrouwen stierven in hun woning op het erf. De één na korte tijd, anderen na een verblijf van tientallen jaren.Enkelen overleden in het gasthuis of quot;buyten het erf, tot haar vriendenquot;. Eén keer is er sprake van een tragische dood. Grietje Pieters, in 1673 op 42-jarige leeftijd bewoonster van nr. 16 geworden, verdronk in december 1699.

Tachtig- en negentig jarigen waren geen uitzonderingen op het hofje. Tenminste één maal is er ook een honderdjarige geweest. In het laatste huisje, nr. 20, overleed in 1687 Elisabeth Dirckx, die er in 1656 op 70-jarige leeftijd was komen wonen.

-ocr page 35-

31

Zij moet 100 of 101 jaar geweest zijn toen zij stierf. In 1673 was de 29-jarige Janneken Pijcken bij haar als hulp komen wonen. De vrouwen hadden kennelijk het recht gekregen levenslang kosteloos op het erf te wonen. Dit valt ook af te leiden uit een beschikking uit 1685. Toen verliet Trijntje Lichte eigener beweging het hof om zich elders te vestigen. Negen jaar eerder was zij, toen zevenenveertig jaar oud, op het hofje komen wonen.

Zij zou er niet meer kunnen terugkeren na haar vertrek, maar kreeg wel een toelage van 28 stuivers per maand als compensatie, omdat zij tot de quot;eigen gemeentequot;, d.w.z. de kerk van pastoor Verwel behoorde.

Er werd nogal eens verhuisd op het erf. V/anneer er een woninkje leeg kwam vroegen verscheidene bewoonsters vergunning om bij voorbeeld een bovenwoning voor een benedenhuisje te mogen verwisselen, wat bij het klimmen der jaren geriefelijker was. Misschien verschilde ook het ene huisje met het andere wat de ruimte betrof.

Een enkele maal komt er een vreemde eend in de bijt. Dan is er sprake van bijnamen. Zo kwam in 1696 Maria van de Brouck, anders quot;de Franse matresquot;, op 80-jarige leeftijd van Brabant op het erf. Zij overleed er in 1709. Cornelis Pieters, alias quot;Sprotquot; kwam negenenveertig' Jaar oud in 1692, maar verhuisde acht jaar later naar het Proveniershuis.

Er heeft nimmer een woninkje lange tijd leeggestaan. Blijkbaar werd er ook toen reeds met een quot;wachtlijstquot; gewerkt, zodat na vertrek of overlijden van een der bewoonsters, aanstonds haar plaats werd ingenomen ^’ . De verzorging in het Hofje van Buyten-wech was aan de royale kant 2). pe bewoonsters kregen twee hemden per jaar. Van Allerheiligen tot Pasen iedere week twee quot;bestequot; broden, voorts twaalf tonnen turf voor brandstof, acht ponden vlees en zes gulden per jaar ^\

-ocr page 36-

32

De bewoonsters moeten ook jaarlijks nog de inkomsten genoten hebben uit’de renten van gelden die aan het hofje waren vermaakt of gegeven. Zo bestemde het klopje Maria Pieters Harles ( 26-12-1714) in 1697 vierhonderd gulden voor de armen van het hofje van Buytenwech. Zij bepaalde wel dat wanneer het beheer van het hofje bij een andere parochie terecht kwam de opbrengst van het geld aan de armen der gemeente gegeven moest worden. Dit zal in 1713 dan ook wel geschied zijn

1)

Par.Arch.Gouda, Fundatiën die Iganatius Walvis gevonden heeft Anno 1689, met latere aantekeningen.

-ocr page 37-

33

Huis ie nr. 1

Haesie Lichte, gekomen 1663

Dirckie van Teülinge, werd in 1684 tot hulp van Haesie Lichte

2) toegelaten; zij verhuisde in 1688 naar huisje nr. 19

3) Geertje Passchiere, gekomen 2 februari 1688

Annetie Leenders, gekomen 5 juli 1688

Grietje Willems, een klopje, bewoonde ook huisje nr.8).^^

Elisabeth Sijmens,

Barber Teunis, gekomen 1698

Marghtien Harmens/ geestelijke dochter/ gekomen mei 1710 nbsp;nbsp;.

9)

Aeftqe Goudewege/ gekomen mei 1710

Zowel Marghtje Harmens als Aefgte Goudewege waren toegelaten als hulp voor Barber Teunis.

-ocr page 38-

34

Huisje nr. 2

Geertje Pieters, gekomen 1683 1).

2) Levi ine Pieters, gekomen 1684 nbsp;nbsp;.

Elisabet Pieters, gekomen in 1684

Marghtie Willems, geestelijke dochter, gekomen 1688

Marghtie Jans.. gekomen 1689, bewoond vermoedelijk 1689-1696 huisje nr. 3

Stljntie Pieters Swartius, geestelijke dochter, gekomen 2 oktober 1710; zij verhuisde 20 mei 1711 uit huisje nr. 20 naar huisje nr . 2 6) .

Huisje nr. 3

Krijntje Pieters, gekomen 1650

8 ) Niesie JanSz geestelijke dochter, gekomen juli 1685

Marghtie Jans, gekomen 1689, verhuisde vermoedelijk in 1696 naar huisje nr. 2 9).

Aeltie Cornelis van den Rijn, gekomen in 1696 nbsp;nbsp;nbsp;.

Aeftgen Willems van Essen, kwam in 1696

12)

Trijntje Willems van Essen, gekomen 8 mei 1707

!)•. Geertie Pieters in 1683 45 laar oud. In goed overleg en vrijwillig verliet zij reeds in 1684 het erf om in een vrij huisje te gaan wonen.

-ocr page 39-

35

Huisje nr. 4

1)

Annichie Jacobs, gekomen in 1668

Triine Mechiels, gekomen in 1659, woonde 1659-1688 in huisje nr. 10, daarna in huisje nr. 4 2). Maria van den Brouck, gekomen in 1696 3) .

Jannetje Jacobs, gekomen in februari 1704, woonde 1704 tot 6 mei 1709 in huisje nr. 6, daarna in huisje nr. 4 ^) •

Marij Cornelis, gekomen 5 december 1712

Huisje nr. 5

Trijntje Rasen, gekomen in 1672 ^' .

Annetje Tomberais, gekomen in juli 1701, woonde 1701-mei 1702 in huis nr. 6, mei 1702-maart 1709 in huisje nr. 5, daarna in huisje nr. 13, geestelijke dochter 7).

Trijntie Claes den Es(se), gekomen 26 april 1709 ®\

-ocr page 40-

36

Huisje nr. 6

Jannichie Pieters, gekomen in 1674 en bewoonde het benedenhuisje 1) .

2) Marrichie Jans, gekomen in 1680 en bewoonde het bovenhuisje Helena Blonck, gekomen in 1685 of 1688, een klopje^’.

Marahtie Dirckx, geestelijke dochter, gekomen in mei 1699 verhuisde op 3 juli 1701 naar huisje nr. 8 4).

Annetje Tomberais, gekomen in juli 1701, woonde 1701-mei 1702 in huisje nr. 6, meil702-maart 1709 in huisje nr. 5, daarna in huisje nr. 13, geestelijke dochter 5). Maria van Sticht, geestelijke dochter, gekomen in mei 1702 ®\

Jannetje Jacobs, gekomen in februari 1704, woonde 1704-6 mei 1709 in huisje nr. 6, daarna in huisje nr. 4 7).

8) Marahtje Tijsse Kalf, gekomen op 6 mei 1709

Huisje nr. 7

9) Marrichie Dirckx, gekomen in 1676 en bewoonde het benedenhuisje Elisabeth Pieters, gekomen in 1680 en bewoonde het bovenhuisje^°’

Judick Ariens, gekomen in 1680 of 1693

12) Grietje van Leuwen, gekomen in 1685

Minqetie Pieters, gekomen op 7 maart 1706

-ocr page 41-

37

Huisje nr. 8

Marrichie Claes, gekomen in 1624 nbsp;.

Grietje Willems, bewoonde ook huisje nr. 1, klopje ^^_

Pleuntje N., gekomen in 1695 3) .

Marqhtje Dirckx, geestelijke dochter, gekomen juli 1701

Huisje nr. 9

5)

Martijntje Canten, gekomen in 1664

Trijntje Cornelis, geestelijke dochter, toegelaten op 4 maart 1709 «•

Jannetje van der Geer, gekomen op 2 april 1709 7).

Huisje nr. 10

Trijntje Mechiels, gekomen in 1659, woonde 1659-1688 in huisje nr. 10, vervolgens in huisje nr. 4 nbsp;^) •

Maqhteltje Frederickx, gekomen in 1678, woonde 1678-1688 in huisje nr. 11, vervolgens in huis nr. 10. In 1688 werd huisje nr. 11 tot regentenkamer ingericht 9)• Catharine Pieters de Vis 10)

Cornelia Pieters de Bruyn, gekomen vermoedelijk in 1692 H) Pleuntje Gerrits, gekomen in 1678, bewoonde eerste huisje 11 12)

Agnietje Storm, gekomen in november 1699 13) Jannetje Jans, gekomen in februari 1703 14)

-ocr page 42-

38

Huisje nr. 11

Pleuntie Gerrits, gekomen in 1678, bewoonde later huisje nr.lO ^^ Machelie Frederickx, gekomen in 1678, woonde 1678-1688 in huisje nr. 11, vervolgens in huisje nr. 10. In 1688 werd huisje nr. 11 tot regentenkamer ingericht 2)

Huisje nr. 12

Marij Franse, gekomen in 1682 nbsp;^’

4)

Jaep Jans, gekomen in 1682

Grietje Daniels van Gelder, gekomen in 1685

Annetje Jans van Dalenoort, gekomen vermoedelijk in 1685

Aeltje Pouwe, gekomen in 1698

Huisje nr. 13

8)

Kniertje Claes, gekomen in 1624

Ariaentje Leenders Cats,gekomen in 1686

Elisabeth Evers, gekomen in mei 1695 ^^^^

Annetje Tomberais, geestelijke dochter, gekomen in juli 1701, woonde 1701-mei 1702 in huisje nr. 6; mei 1702-maart 1709 in huisje nr. 5; daarna in huisje nr. 13 nbsp;nbsp;11).

-ocr page 43-

39

Huisje nr. 14

Annichie Willems

Elisabeth Gerrits Levstarre, geestelijke dochter, gekomen op l mei 1706 nbsp;nbsp;2).

gekomen op

Claestie Pieters Swartius, geestelijke dochter, l mei 1706 nbsp;nbsp;3).

Huisje nr. 15

4)

Anne Heijndrickx Coppenhol, gekomen in 1660 Elisabeth Cersen, gekomen in 16925’-

Catharina Volckers de Vries, geestelijke dochter, gekomen in mei 1704 6).

Huisje nr. 16

7)

Arieantje Claes, gekomen in 1680, bewoonde het benedenhuisje

8)

Grietje Pieters. gekomen in 1673

9)

Giisbertje Dirckx, geestelijke dochter, gekomen in januari 1700 10)

Fljtje Dirckx, geestelijke dochter, gekomen in januari 1700

-ocr page 44-

40

Huisje nr. 17

1)

Geertie Ariens, gekomen in 1681 en bewoonde het benedenhuisje

Annichie Dirckx. gekomen in 1682 en bewoonde het bovenhuisje Grietje van Maes. gekomen in 1696 ^’ ’ 4) Fntie van Maes. gekomen in 1696

Huisje nr. 18

Catharina Puttershouck, gekomen in 1674

Neeltje Jans de Munnick. geestelijke dochter, gekomen in 1688 7) Annetie Jans, geestelijke dochter, gekomen 1692

Heindericktje Jacobs,qeestelijke dochter, woonde eerst in huisje nr. 18 en vanaf 5 september 1712 in huisje nr. 20 8) • 9) Baletje Louris Snouck, gekomen 31 juli 1709

Marrit je Pieters, geestelijke dochter, gekomen op 5 september 1712

-ocr page 45-

41

Huisje nr. 19

Triintie Lichte, gekomen in 1676

Marie van Tei Hingen, gekomen vermoedelijk in 1685 Dorothea van Tel Hingen, gekomen vermoedelijk in 1685 ^^

Dirckie van TeiHingen, gekomen vermoedelijk in 1685 4) Dirckie Leenders, gekomen vermoedelijk in 1696 ^^ Marghtie Kools, geestelijke dochter, gekomen in mei 1704 ^’

Huisje nr. 20

Elisabeth Dirckx, gekomen in 1656

Janneken Rücken, gekomen in 1673 nbsp;nbsp;'

9) Dirckie Jans, gekomen in 1681 Meijntje Willems, geestelijke dochter, gekomen 1681 ^°^

Marlt je Pieters van Leeuwen, geestelijke dochter, gekomen in 1703 11)

Stijntje Pieters Swartius, geestelijke dochter, gekomen op 2 oktober 1710, verhuisde op 20 mei 1711 naar huisje nr. 2 nbsp;12)

Hendrikje Jacobs, geestelijke dochter, woonde eerst in huisje nr. 18, verhuisde op 5 september 1712 naar huisje nr. 20 13)

-ocr page 46-

42

REGENTEN VAN HET HOFJE VAN BUYTENWECH ( 1616 - 1713 )

1616-1657

Johan de Bruyn van Buytenwech

1657-1678

Mr. Gerard van Wassenaar (tot 1658 en 1662 waarschijnlijk ook zijn zusters, respectievelijk Odilia en Philippina Maria van Wasseneer)

1658-1680

Elbert van Isendoorn à Blois

1662-1685

Philips Jacob (de la Torre) van Spangen

1680-

Hendrik Jan Isendoorn (vermoedelijk)

1681 (of eerder)-

1687

Mr. Andries van Strijen

1685-

Charles de la Torre

Philippe Louis Joseph, baron van Spangen, heer van Herent en Valckenisse

BEHEERDERS VAN HET HOFJE VAN BUYTENWECH ( 1683 - 1713 )

1684-1711

Sebastiaan Verwel

1684-1706

Gijsbert Doncker

1684-1703

Cornelis Dyvoort

1684-1712

Cornelis Block

1684-1706

Dirck Herberts

1684-1690

Gerard Sickes

1692-1707

Willem Priem

1703-

Jacobus Pouw

-1712

Jacobus Verrijn

-1712

Gerrit Vermeulen

-1713

Jan Abel de Oude

-1713

Arij Swem

1711-1713

Guilielmus Wannaer

-ocr page 47-

BIJLAGE I . SCHEMATISCH OVERZICHT VAN DE FAMILIE DONCKER

43

Thomas Doncker

tr. Agatha van Arcke1

nir»Dirck Doncker

begr.Gouda 6-4-1682

tr. le 1628

Emerentiana Sloos

na 1664

2e Maria de Bruyn

begr.Gouda 30-11-1690

Mr.Willem Doncker advokaat voor het Hof van Holland tr.Cornelia Cornelis-dr. docke

Gijsbert

Doncker

begr.9-12-1706

tr.1656

Lucia van Bolnes

Jan Doncker tr. 1664

Machteld van Wolff

---------------------1, mr.Gerard Doncker Heer van Oucoop tr.le 1639 Maria Dircx Stolwijk 2e 1677 Maria Block

I

Theodorus

Pieter

Doncker

Doncker

priester

tr. 1667

1711-1731

Aleida van

op de Brou-wersgracht te Amsterdam

Ophoven

19-7-1731


1

Agatha Doncker 7-11-1717 tr. 1665 Dirck Herberts

geb.17-2-1638 begr.8-9-1706


o.a.Thomas Doncker Utrecht 10-8-1694 tr. 1671 Catharina

van Wijcker-sloot



Nicolaas

Doncker

Heer van Oucoop

tr. 1679

Regina van

Neercassel

-ocr page 48-

44


BIJLAGE 11«


SCHEMATISCH OVERZICHT VAN DE FAMILIE BUYTENWECH


Gerrit Beukelszn. Buytenwech


Elisabeth Buytenwech stichtster Hofje Gouda geb. Leiden

Utrecht 28-6-1616


Jan Gerrit Beuckelsz.(van) Buytenwech tr. vóór 1575

Elisabeth van Swieten


mr.Hendrik Buytenwech geb. Leiden

Gouda 1615

tr. Geertruydt Korver


tr.Leiden 22-4-1588

Jhr.Christiaan Symon

van Grypskercken

—----------------------—------—,


mr.Gerard Buytenwech geb. 1574 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;|

1639 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1----1-------

tr. 1e Hester Ramp


tr. 2e Cornelia Cool

Cornelia Buytenwech


Jhr.Johan de Bruyn van Buytenwej geb,Leiden vóór 1581

Nieuwkoop 23-6-1657

tr, Haarlem 1608

(Maria)Cornelia van Duyvelandt van Rhoon

1657


Machteid Buytenwech geb. ongehuwd


Jhr.Gerard van Wassenaer

geb. Leiden 1638

Leiden maart 1678

^* ^® (Occa) Anna Maria van Oostrum 19-1-1671

2e 14-1-1674

Bernardina Margriet

van Roesfelt


tr. 27-7-1635

Albert (Aelbrecht) van Wassenaer, Heer van Alckemade qeb.Leiden| 1599

Odilia van Wassenaer.

9-4-1672 tr. 1658

Elbert van Isen-doorn à Blois,

Heer van Cannenburg geb.17-4-1601

10-9-1680


Deze tak zet zich in vrouwelijke lijn voort.


Jan Hendrik van Isen-doorn. Heer van Cannen-burgh geb.13-10-1666

30-6-1703

tr.15-5-1693

Margaretha van Reede tot Ameringen


Charles Albert de la Torre


') gegevens ontleend aan: P.


Dalmatius van Heel O.F.M.,


Philippina Maria van Wassenaer, Vrouwe van Nieuwkoop, Noorden en Achttienhoven Leiden 10-3-1673 tr. Lisse 18-2-1662

Philips Jacob (de la Torre) van Spangen geb.Utrecht 30-10-1638 29-9-1685

(hertr. Margaretha Helena de la Torre, Vrouwe van Toll en in Middelharnis 9 kinderen o,a.


Maria Cornelia van Spangen geb. Leiden 17-3-1664 vóór 1713 tr.22-11-1683 Charles de la Torre Heer van Valckenisse enz.


Justina Adriana de la Torre geb.13-6-1687

Brussel, begr.Leuven tr. Philippe Louis Joseph, baron van Spangen, Heer van Herent en Valckenisse


Het Hofje van Buytenwech te


Gouda, blz. 52 (bevat aantal onnauwkeurigheden); Gérard Coomans: Familierelaties van Jacobus de la Torre, Archief voor de geschiedenis van de Katholieke Kerk in Nederland, 1961, blz. 48-49, Den Haag, Centraal Bureau voor de Geneologie.


-ocr page 49-

SCHEMATISCH OVERZICHT VAN DE FAMILIE DE LA TORRE

45

Garcia de la Torre

geb.Burgos (Spanje), tr. N.N.

Francois de la Torre tr. N.N.

Jacques de la Torre geb. Burgos, vestigt zieh in Vlaanderen 1581

‘'Conseil dquot;Espagnequot; te Brugge schepen van het Vrije van Brugge, sedert 1566 secretaris van de Geheime Raad te

Brussel

tJ^* Adriana de Cock van Opijnen

Philippe de la

Torre nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Adriana de

la Torre

’s-Gravenhag

5 5-8-1611 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;tr. 1611 Jacques Boisot

Heer van Valckenisse,

Kempe-Hofstede

enz.

tr. Henrica van Cuieinborg

geb. 1568/69

na 1652

(dr.van Sweder

van Culemborg,

Heer van Maurik en Anna van

Knoeck of ^Keerskorff)

Jacobus (Jacques) nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Francois de La

Tor re

de la Torre nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Heer van Valckenisse, Toll

geb.'s-Gravenhage 1608 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;en in Middelnarnis nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;|-------------1

klooster Huibergen bij nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;tr. le Maria van Poelgeest nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;tr. 2e 1639

Bergen op Zoom nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;dr. van

Caspar van nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Isabella Adriana

16-9-1661 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Poelgeest en Marga- nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Boisot

1651-1661 apostolisch nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;retha van Dorp

vikaris nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;( 1597

Margaretha Helt

sna de la Torre, Charles de

la Torre,

Vrouwe van Tol

en in Middel- Heer van Valckenisse,

harnis

ged. 's-Gravenhage

ged. 's-Gravenhage 6-8-1631 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;28-11-1644

Leiden 17-3-1680 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;tr. 22-11-1683

tr.16-8-1677

Maria Cornelia van

Philips Jacob

de la Torre) nbsp;nbsp;nbsp;Spangen

van Spangen

-ocr page 50-

-ocr page 51-

47

INHOUD

I.

Inleiding nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;blz. 3

U.

De armenzorg in de statie van de H.

Willibrordus, genaamd quot;De Toiquot; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;blz. 5

III.

De eerste directeuren van de armenbeurs

en beheerders van het Hofje van Buytenwech blz. 10

IV.

De voorgeschiedenis van het Hofje van

Buytenwech nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;blz. 14

V.

Beheer van het Hofje van Buytenwech door de directeuren van de quot;Arm-Bosquot; van quot;De Tolquot; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;blz. 20

VI.

Het beheer over het Hofje wordt aan de

Franciscanen overgedragen nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;blz. 26

VII.

De bewoonsters van het Hofje van Buytenwech blz. 29

Regenten van het Hofje van Buytenwech nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;blz. 42

Beheerders van het Hofje van Buytenwech nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;blz. 42

Bijlage I

Schematisch overzicht familie Doncker

van de

blz.

43

Bijlage II

Schematisch overzicht families Buytenwech en

van de

1 De La Torre

blz.

44

-ocr page 52-

^Ï otzo9- \/ 'M*'

Mi-'-


di JIIW

'id-wi Of

é tlIOk-g- .


quot;L-J'.


.VI


/üa ,idv amp;- '^ ï-^iJS' »ß .ISV


. V


»


%


CS .rxV:* d^ .aid


-li'



iixi-^z rvo n*«i»at.-


'S .ilu rfo«»».'^^^»,;^ * - nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-w^ -a»* «Mi**#»«^' T» . . rr.'

£gt; .sid ri-tigt;v.'f:3 *\___^/- »t^oH ï^'fflV -'ifeJrtapeS

J» .sid ri3*wn ï^-;uf? miv »tloH 'ï»rf; zÄ?/ ajsJ^-ieeft.g

»L nsv jdoïxisvQ do*J.?«/a8rf?gt;?. - nbsp;nbsp;' »ps ' i 18

^gt; ■. ■3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;iaMssoa «HIl#»}

■ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;■ i • nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;*

-ocr page 53-

-ocr page 54-

-ocr page 55-

-ocr page 56-